Teresa_Stratas

LA TRAVIATA. Een (zeer) korte en beknopte discografie

Traviata

Het is wellicht de meest gespeelde en opgenomen opera, maar echt goede uitvoeringen zijn schaars.

 

Traviata Sarah-Bernhardt-Camille-Postcard

Sarah Bernhardt als Marguerite Gautier in La Dame aux Camélias

Grotendeels ligt het aan de eisen die Verdi aan de sopraan stelt. In de eerste akte moet ze over soepele coloraturen met erbij behorende hoge noten beschikken, in akte twee moet haar stem voornamelijk lyrisch klinken, met perfecte overgangen. Het is de akte waarin ze van een ietwat ingeslapen, maar zielsgelukkige en liefhebbende vrouw tot een echte opofferingsgezinde heldin transformeert. De akte waarin ze ons moet overtuigen dat er voor haar geen andere uitweg bestaat dan voor het slachtofferrol te kiezen. De derde akte is een ware beproeving, want hier moet ze al haar (voor zover zij erover beschikt)  dramatische kwaliteiten als een tragédienne van het kaliber Sarah Bernhardt laten zien. Hoeveel sopranen kunnen hier aan voldoen?

MARIA CALLAS

Traviata Callas

Maria Callas als Violetta Valéry

Callas? Natuurlijk zong ze de rol meer dan voortreffelijk; het kon ook niet anders, want alles wat ze aanraakte veranderde in goud. En toch …. La Traviata was niet echt haar ‘ding’. Violetta was een curtisane – één van de hoogste klasse, dat wel, maar La Divina had niets met de promiscue vrouwen, ze pasten niet in haar ideale wereldbeeld. Violetta’s opofferingsgezindheid maakte haar in ieder geval sympathieker dan zo’n Tosca of Carmen (aan beide heeft Callas een gruwelijke hekel gehad), vandaar ook dat zowel de tweede als de derde acte haar beter afgaan dan de eerste. Maar ze blijft er koninklijk bij, veel te koninklijk voor mij, want de “echte “ Violetta was meer een meisje dan een vrouw. Een meisje dat al een lange tijd ziek is (haar ziekte begint nog vóór de opera), waardoor haar sterfscène niet uit de lucht valt. Dat ze sterven gaat weten wij al vanaf het begin, al blijven we, tegen beter weten in, hopen op een wonder.

Complete opname uit Lissabon 1958 staat op You Tube:

ILEANA COTRUBAS

 

Traviata Cotrubas

Eigenlijk zijn er maar twee zangeressen die me van het begin tot het eind overtuigen, althans op cd’s: Ileana Cotrubas en Renata Scotto.

Cotrubas had het geluk om de opera onder Carlos Kleiber op te nemen, orkestraal wellicht de mooiste Traviata ooit (DG 415132). Vanaf het begin is zij voelbaar zwak en ziek, haar overgave aan liefde is totaal, en haar ontgoocheling dodelijk.

Alfredo is, sinds zijn roldebuut op 20-jarige leeftijd in Mexico, altijd Domingo’s paradepaardje geweest. Zijn fluweelachtige, warme tenor leek geschapen om de rollen van goedbedoelende minnaars te zingen. Sherrill Milnes zingt een strenge, autoritaire vader Germont, met wie je niet in discussie gaat, maar die zich in de laatste scènes ook van zijn menselijke kanten laat zien.


RENATA SCOTTO

 

Traviata Scotto cd

Renata Scotto heeft (of moet ik zeggen: had?) iets wat weinig andere zangeressen bezaten: een perfecte techniek die haar in staat stelde om met coloraturen te strooien alsof het niets was. Haar hoge noten klonken weliswaar een beetje staalachtig maar waren ontegenzeggelijk loepzuiver. Zij bezat de gave om met haar stem (en niet alleen maar met haar stem!) te acteren, en door haar perfecte articulatie kon je niet alleen letterlijk volgen wat ze zingt, maar het ook begrijpen.

Haar wellicht mooiste (er bestaan meerdere opnames met haar) Violetta nam ze in 1963 op (DG 4350562), onder de zeer spannende leiding van Antonino Votto. Alfredo wordt er gezongen door de zoetgevooisde Gianni Raimondi, en Ettore Bastianini is een warme, inderdaad vaderlijke, Giorgio Germont.


Traviata Scotto dvd

En denk maar niet dat de voorstellingen vroeger, toen alles nog volgens het boekje gebeurde, statisch en saai waren! In 1973 was La Scala op tournee in Japan, en daar, in Tokyo, werd een legendarische voorstelling van La Traviata opgenomen (VAI 4434).

De hoofdrollen werden vertolkt door de toen nog ‘volslanke’ Renata Scotto en de 27-jarige (!) José Carreras. DVD vermeldt geen naam van de regisseur, wellicht was er ook geen, en de zangers (en de dirigent) hebben het allemaal zelf gedaan? Hoe dan ook, het resultaat is werkelijk prachtig, ontroerend en to the point. Ik ga er verder niets meer over vertellen, want deze opname is een absolute must voor iedere operaliefhebber.

Finale van de opera:

 

PATRICIA CIOFI 2004

Traviata Ciofi

De productie uit Venetië in november 2004 in de regie van Robert Carsen werd gemaakt voor de heropening van de acht jaar eerder totaal afgebrande La Fenice. Er werd gekozen voor de eerste versie van de opera, uit 1853. Goed bedacht, daar de (toen mislukte) première van wat Verdi’s meest geliefde opera ooit zal worden, juist daar had plaatsgevonden. De grootste verschillen met de ons bekende, één jaar latere versie zitten in het duet tussen Violetta en vader Germont, en de twee laatste nummers van de derde akte.

Als geen andere opera kán Traviata geactualiseerd worden. Het was overigens Verdi’s wens om haar in hedendaagse kostuums op te voeren. In de regie van Carsen draait alles om geld, en de dollars vallen ook als bladeren van de bomen. Hij verplaatst de tijd van handeling naar de jaren tachtig van de vorige eeuw, de tijd van opkomende megasterren, supermodels, gigaparty’s, maar ook junks, kraakpanden en aids. Zoals altijd bij hem, is alles zeer logisch en consequent doorgevoerd..

Een absoluut hoogtepunt is het beginscène van de laatste acte, waarin de inmiddels totaal (ook letterlijk!) aan de grond geraakte Violetta een video van haar verleden bekijkt. Een video die op bepaald moment stopt en alleen maar “sneeuw” vertoont. De scène grijpt je naar je keel en laat je nooit meer los. Het toppunt van de goede moderne regie.

Violetta wordt zeer aangrijpend vertolkt door de zowel vocaal als scenisch imponerende Patricia Ciofi. Als Alfredo komt de Italiaans-Duitse tenor Roberto Sacca zeer overtuigend over en Dmitri Hvorostovsky is een voortreffelijke vader Germont (Arthaus Musik107227 )

Laatste zeven minuten van de productie:

 

EVA MEI 2005

 

Traviata Nei Beczala

In 2005 werd tijdens de Zürcher Festspiele een Traviata in de regie van Jürgen Flimm opgenomen (Arthaus Musik 101247). De prachtige decors van de hand van Erich Wonder zijn spaarzaam, maar er is wel een bed. Waren bij Carsen alle personages voor een deel zelf debet aan het drama, bij Flimm is het duidelijk pappa Germont wiens schuld het allemaal is.

Eva Mei is vocaal bijna net zo goed als Ciofi en Piotr Beczała is een pracht van een Alfredo. Met zijn lyrische tenor die het midden houdt tussen Gedda en Wunderlich klinkt hij veel mooier dan Sacca. Samen met Eva Mei vormen zij een wat romantischer paar dan Sacca en Ciofi, maar die zijn dan weer veel en veel dramatischer. Thomas Hampson zet een zeer onsympathieke papa Germont neer, maar dat was natuurlijk de bedoeling. Zeer spannend.

Eva Mei en Piotr Beczała:

 

 

ANGELA GHEORGHIU

 

Traviata Gheorghiu

Violetta is altijd het paradepaardje van Gheorghiu geweest. Vanaf haar debuut in het Londense ROH in 1994 tot niet zo lang geleden liep de rol als een rode draad door al haar optredens heen.

Maar kleine meisjes worden groot en het zingen van zwaardere rollen is niet zo bevorderlijk  voor de coloraturen. In 2007 had haar inmiddels een beetje scherpe sopraan veel donkere ondertonen gekregen, wat op zich helemaal niet verkeerd is, en zeker op zijn plaats is in de derde acte.

Gheorghiu is altijd al een zeer overtuigende actrice geweest, en hier, onder de behoedende (en behoudende) oog van de regisseur Liliana Cavani, doet zij wat de componist van haar verlangt en sterft een mooie en dramatische dood.

Ramón Vargas was Alfredo toen al een beetje ontgroeid, maar Roberto Frontali zingt een zeer fraaie Giorgio Germont.

Lorin Maazel is niet de meest sprankelende dirigent die we kennen, maar de productie uit La Scala is ware een lust voor het oog. (Arthaus Musik 101343).

trailer van de productie:

 

NATALIE DESSAY 2011

 

TraviataDessayDVD

Ik ben een groot bewonderaar van Natalie Dessay. Zij is een voortreffelijke zangeres en actrice en weet zowat alles, inclusief het telefoonboek, aannemelijk te maken. Maar zelfs voor haar is er een grens en die houdt wat mij betreft bij Violetta op. Voor de eerste acte zijn haar coloraturen niet meer toereikend en voor de rest moet zij het van haar (toegegeven: grandioos!) toneelspel hebben.

Charles Castronovo zingt mooi, maar moet het voornamelijk van zijn (ja, zeer fraaie, dat geef ik ook toe) uiterlijk hebben. Ludovic Tézier oogt te jong voor de rol van pappa Germont.

Steeds vaker verlang ik naar de tijden van Sutherlands, Caballé’s en Pavarotti’s. Toen kon je het beeld (mocht er een beeld bij zijn) uitzetten en gewoon genieten, tegenwoordig moet je steeds vaker het geluid uitzetten om van mooie mensen te genieten. Kan ik net zo goed naar een soapserie kijken.

Niet aan mij besteed, maar wellicht denkt u er anders over (Virgin Classics 7307989)

 

TERESA STRATAS 1983

Traviata Stratas Domingo

Tot slot: wellicht zijn de puristen het niet mee eens, maar de in 1983 gerealiseerde verfilming van de opera door Franco Zefirelli, met Teresa Stratas en Plácido Domingo in de hoofdrollen (DG 073 4364), hoort in ieders verzameling thuis. Toegegeven – Zefirelli permitteert zich coupures en kort scènes in, maar zijn sfeertekening en milieuportrettering zijn onnavolgbaar, en de spanning is om te snijden. Wat ook op het conto van de voortreffelijke zangers/acteurs toegeschreven moet worden.

 

BEVERLY SILLS

Traviata Made in America

Een p.s.: mis de prachtige hommage aan Beverly Sills, Made in America (DG 0734299) niet,  met een keur aan schitterende archiefbeelden, waaronder ook  haar La Traviata met Ettore Bastianini.

 

Advertenties

SALOME: de gevaarlijke verleidster of …..? Discografie.

Salome Oskar Kokoschka - Tutt'Art@ 1

Oskar Kokoschka:  Salome (1906)

Er zijn van die opera’s die veel verbeeldingskracht van hun toeschouwers vereisen. Salome, bij voorbeeld. De puberale heldin is maar 15 jaar jong, maar Strauss geeft haar zeer heftige noten te zingen. Je moet er een stem van een Isolde voor hebben, maar je moet ook kunnen overtuigen dat je een jong en aantrekkelijk ding bent. En je moet ook nog eens uit de kleren.

Salome Wittich premiere dresden 1905

Première in 1905 in Dresden met Marie Wittich als Salome

Dat laatste hoefde van Strauss aanvankelijk niet – zijn allereerste Salome die de première in Dresden (1905) zong, Marie Wittich, was nogal zwaarlijvig.

Salome Wittich_SchuhSembachStra_Dd05

Marie Wittisch en Richard Strauss (helemaal rechts)

Maar Aino Ackté, een in die tijd zeer populaire Finse sopraan en een zeer aantrekkelijke vrouw, wist Strauss te overtuigen dat zij de enige echte Salome was. Zij nam balletlessen en bereidde de rol voor met de componist zelf.

Salome Acte 1

Haar eerste Salome zong zij al in 1907 in Leipzig en daarmee werd zij de allereerste zangeres in de geschiedenis die ook de ‘Dans van de zeven sluiers’ zelf uitvoerde. Londen (1910, onder Beecham), Parijs en Dresden (onder Strauss) volgden, en zo zette zij de standaard neer, waar niet veel zangeressen tegen zijn opgewassen. Niet dat zij de striptease helemaal uitvoerde: onder de sluiers droeg zij een huidkleurige body, die de naaktheid suggereerde.

De allereerste die helemaal naakt vanonder de sluiers tevoorschijn kwam, althans op de bühne, was waarschijnlijk Josephine Barstow, in 1975, eerst in Sadler’s Wells in Londen. Kort daarna herhaalde zij haar rol in Deutsche Staatsoper in Berlijn, in de productie van Harry Kupfer die in 1994 ook te zien was bij DNO in Amsterdam:

Een ander probleem waar menig regisseur (en de vertolkster van de hoofdrol!) moeite mee kan hebben is het karakter zelf. Is Salome daadwerkelijk een gevaarlijke verleidster en naar seks hunkerende nymfomane? Misschien is zij maar een gewone puber op zoek naar liefde en genegenheid?

Een verwend meisje dat opgroeit in een liefdeloze omgeving, waar men meer om geld en uiterlijk vertoon geeft dan om wat dan ook? Een slachtoffer van driften van haar geile stiefvader, die moeite heeft met haar ontluikende seksualiteit? Die in haar naïviteit gelooft dat de ‘heilige’ man, met zijn mond vol ‘normen en waarden’ haar daadwerkelijk kan helpen, maar wordt afgewezen? Waardoor zij zint op wraak? Moeilijk.

Salome Karl perron

Carl Perron, de eerste Jochanaan, hier als Amfortas

En wat te doen met Jochanaan? In het libretto staat nadrukkelijk dat hij jong en aantrekkelijk moet zijn, maar vind nou eens een bas/bariton met een grote stem en een autoritaire uitstraling die dan ook nog eens voldoende aantrekkingskracht op een mooie, door de mannen bewonderde en begeerde prinses zou moeten hebben. Het blijft tobben.

CD’S

CHRISTEL GOLTZ (1954)

Salome Goltz

Deze opname is misschien niet één van de beste Salome’s in de geschiedenis, maar bijzonder is het zeer zeker. Zodra je gewend bent aan het scherpe mono-geluid gaat er een totaal nieuwe wereld van klank voor je open, één die zijn weerga niet kent. De klankrijkdom en de kleuren van het Wiener Philharmoniker op haar best, daar zou ik uren naar kunnen luisteren. Alleen al daarvoor zou ik deze opname niet willen missen! Clamens Krauss behoorde tot de kring van Strauss-intimi, hij was het ook die premières van een paar van zijn opera’s heeft gedirigeerd en dat is te horen.

Christel Goltz is een uitstekende Salome. Zelfbewust, weinig naïef en zeer krachtdadig, en wat een stem! Julius Patzak (Herodes), Margareta Kenney (Herodias) en Hans Braun (Jochanaan) zijn niet echt bijzonder, maar de door Anton Dermota met smacht en traan gezongen Narraboth maakt veel goed (Naxos 8111014-15).


BIRGIT NILSSON (1962)

Salome Nilsson

Deze opname heet legendarisch te zijn, maar mij heeft het nooit kunnen bekoren. Ook die interpretatie van de titelrol door Birgit Nilsson is nooit aan mij besteed geweest. Nilsson heeft een stem waar je u tegen zegt, maar zij is nergens verleidelijk, erotisch of naïef.

Eberhard Wächter overschreeuwt zichzelf als Jochanaan en Waldemar Kmennt als Narraboth is niet minder dan een grote vergissing. Wat over blijft is de spannende directie van Georg Solti (Decca 4757528)


MONTSERRAT CABALLE (1969)

Salome Caballe

Montserrat Caballé? Werkelijk? Ja, werkelijk. Haar eerste Salome zong Caballé in Basel in 1957, zij was toen nog maar 23 jaar oud.

Salome was ook de eerste rol die zij in Wenen zong in 1958 en ik wil (en kan) u verzekeren: zij was één van de allerbeste Salome’s ooit. Zeker op de opname die zij in 1969 maakte onder de zinderende leiding van Erich Leinsdorf. Haar prachtige stem, met de toen al aanwezige fluisterzachte pianissimi en een fluwelen hoogte klonk niet alleen kinderlijk maar ook zeer bewust seksueel geladen, een echte Lolita.

De door Sherrill Milnes zeer charismatisch gezongen Jochanaan heeft een uitstraling van een fanatieke sekteleider en Richard Lewis (Herod) en Regina Resnik (Herodias) completeren de voortreffelijke cast (Sony 88697579112).


Caballé als Salome in 1979:

HILDEGARD BEHRENS (1978)

untitled

Deze opname koopt u voornamelijk vanwege Narraboth. Wieslaw Ochman klinkt zo waanzinnig verliefd en zo verschrikkelijk wanhopig dat je werkelijk medelijden met hem moet hebben. Ook de Herodias van Agnes Baltsa is niet te versmaden: haar vertolking van de rol behoort tot de besten die ik ken. José van Dam is een zeer autoritaire Jochanaan: een echte prediker en missionaris, waar weinig aantrekkingskracht uitgaat.

Hildegard Behrens’ Salome vind ik weinig erotisch. Met haar toen nog licht lyrische stem klinkt zij eerder als een verwend kind dat boos wordt als zij haar zin niet krijgt. Hier is ook iets voor te zeggen, zeker omdat Behrens een onvoorstelbaar goede stemactrice is en alles wat zij zingt is letterlijk te volgen. Hier heb je geen libretto bij nodig.

Maar de echte erotiek vindt u in de orkestbak: Herbert von Karajan dirigeert zeer sensueel (Warner Classics 50999 9668322)


CHERYL STUDER (1991)

Salome Studer

Ik realiseer mij wel dat velen van u het niet met mij eens zullen zijn, maar voor mij is Cheryl Studer de allerbeste Salome van de laatste vijftig jaar. Althans op cd, want zij heeft de rol nooit compleet op de bühne gezongen (DG 4318102). Als weinig anderen weet zij het complexe karakter van Salome’s psyche weer te geven. Luister alleen maar naar haar vraag ‘Von wer spricht er?’ waarna zij zich realiseert dat de profeet het over haar moeder heeft en op een verbaasde, kinderlijk naïeve manier zingt: ‘Er spricht von meiner Mutter’. Meesterlijk.

Bryn Terfel is een zeer viriele, jonge Jochanaan (het was, denk ik, de eerste keer dat hij de rol zong), maar het allermooiste is de zeer sensuele, breedklankige directie van Giuseppe Sinopoli.


DVD’s

TERESA STRATAS (1974)

Salome Stratas

Voor Teresa Stratas, net als voor Studer, lag Salome niet binnen haar stembereik: haar stem was daarvoor te klein en zou nooit boven de zware orkestklank kunnen uitkomen. Maar een film, ja dat kon wel, zeker ook omdat ze een echte actrice was, waar de camera bijzonder van hield.

Haar portrettering van de prinses in een film die Götz Friedrich in 1974 voor TV maakte (DG 0734339) is dan ook onvergetelijk. Als een erotische slang kronkelt ze met haar prachtige lijf op de grond, maar haar mooie ogen spreken van onschuld. Wel straalt ze een zekere kilte uit, wat wellicht de schuld van de gefilmde perfectie kan zijn. Want perfect is de film zeer zeker, je kan wellicht zelfs van één van de meest geslaagde operaverfilmingen ooit spreken.

Toegegeven: sommige scènes (en zeker de jaren zeventig make-up) doen een beetje gedateerd aan, maar wat is het allemaal spectaculair! De decors en kostuums zijn zeer realistisch – je waant je in een door Herodes geregeerde Judea. Op geld werd duidelijk niet beknibbeld.

Bernd Weikl is een schitterend zingende, aantrekkelijke  Jochanaan (jammer alleen van zijn bespottelijke pruik) en Astrid Varnay is een klasse apart als de huiveringwekkende Herodias. Wat die vrouw aan gezichtsuitdrukkingen ter beschikking heeft is onvoorstelbaar, en je vergeeft het haar dat haar stem inmiddels helemaal is versleten. Wat eigenlijk ook bij de rol past.

En ja: Stratas gaat uit de kleren. Na haar prachtig sensueel uitgevoerde dans valt zij totaal uitgeput naakt op de grond.

Laatste scène uit de film:

MARIA EWING (1992)

Salome Ewing

Ook Maria Ewing is een zeer aantrekkelijke Salome. Ook zij heeft haar uiterlijk mee en met haar verongelijkt gezicht, haar pruilende mond en wijd opengesperde grote ogen kan ze zonder moeite voor een teenager worden aangezien. En zij kan zingen ook.

Jochanaan wordt gezongen door een zeer aantrekkelijke, slechts in een minuscuul slipje geklede Amerikaanse bariton Michael Devlin. Van zijn spieren ben ik bijzonder onder de indruk, van zijn stem minder. Toch: de erotisch geladen spanning tussen hem en Salome is om te snijden, dat is theater!

Kenneth Riegel is wellicht de beste Herodes in de geschiedenis. Zijn blikken zijn geil en zijn stem klinkt wellustig, maar ook zijn angst voor de profeet is bijna fysiek voelbaar. Adembenemend.

De vijfentwintigjaar oude ROH productie van Peter Hall, de toenmalige echtgenoot van Ewing, is zeer traditioneel. En ja, ook Ewing gaat voor “full monty” (Opus Arte OA R3108 D)

Maria Ewing in de dans van de zeven sluiers:

NADJA MICHAEL (2007 & 2008)

Er zijn laatst maar liefst twee verschillende DVD’s met in de hoofdrol Nadja Michael verschenen: uit La Scala (2007, regie Luc Bondy) en uit Covent Garden (2008, regie David McVicar). Beide producties zijn zonder meer goed, al vind ik zelf de McVicar’s versie veel spannender.

Salome Bondy

Regie van Luc Bondy (Arthaus Musc 107323) is nogal traditioneel en eigenlijk zeer simpel. Zijn setting is minimalistisch, de kleuren donker, maar het binnenvallende licht van de alom aanwezige maan is zonder meer prachtig. Irmis Vermillion is een, ook visueel, zeer aantrekkelijke Herodias en Herodes (een werkelijk voortreffelijke Peter Bronder) is niet meer dan een klein en miezerig mannetje. Falk Struckmann (Jochanaan) weet met zijn stem zeer zeker indruk te makken, maar oogt te oud en te vadsig.

Trailer van de productie van Luc Bondy:

McVicar (Opus Arte OA0996D) gaat voor een beetje kinky en sado-maso (denk aan ‘Salo’ van Passolini), maar verwacht geen zinloze porno en/of geweld zoals bij Bieito of Kusej. Daar is McVicar een veel te goede regisseur voor, hij choqueert niet om te choqueren. De sfeer is, vanaf de eerste maat, zeer dreigend en de spanning om te snijden. Michael Volle beschikt over een zeer erotische bariton en zijn Jochanaan is sensueel en afschrikwekkend tegelijk.

Salome McVicar

trailer van de McVicar productie:

 

Bij Bondy is Salome een beetje gothic teenager, gek op gruwelverhalen en op zoek naar sensatie. En naar liefde. Bij McVicar is zij een jong volwassene. Mooi en waardig. Met nek en schouders boven de meute uitstekend. En echt wanhopig. En nee: zij gaat niet uit de kleren. In beide producties eindigt de dans buiten het beeld en in beide producties wordt de suggestie gewekt dat Herodes kreeg wat hij wilde. Hier kunt u uw eigen fantasie gebruiken.

LJUBA WELITSCH (1949)

Salome Welitsch sony

Welke Salome u ook niet kiest, er is één waar u absoluut niet omheen kunt: Ljuba Welitsch. De opname die ze in 1949 onder Fritz Reiner, meteen na haar sensationeel debuut in de MET in de rol maakte (Sony MHK 262866) is nooit meer geëvenaard.

 

Op Youtube kunt u Welitsch ook in de laatste scène van de opera horen in de opname uit 1951 onder Clemens Kraus

[youtube https://www.youtube.com/watch?v=iGSu5fxYK6s&w=560&h=315

Salome in Amsterdam: SALOME IN AMSTERDAM
Salome in Frankfurt: Emily Magee als SALOME in Frankfurt
Salome tijdens de ZaterdagMatinee: ‘DAS GEHEGE’ van Wolfgang Rihm: een moderne versie van ‘SALOME’? ZaterdagMatinee december 2011
Herodiade: HÉRODIADE

LULU: discografie

Lulu Pandora

Filmaffiche van Die Büchse der Pandora

Wie is Lulu? Wat weten we van haar? Bestaat ze echt of is ze niet meer dan een hersenschim?

In de eerste akte wordt een portret van haar geschilderd dat daarna als een rode draad door de opera loopt, als een soort portret van Dorian Gray. Wat er ook met Lulu gebeurt, haar portret verandert nooit.

Lulu Tilly Wedekind als Lulu und Frank Wedekind als Dr. Schön

Frank Wiedekind als Dr.Schön en zijn vrouw Tilly als Lulu in’Der Erdgeist’ ©Bildarchiv EFW

Alban Berg was behoorlijk door haar personage, afkomstig uit Wedekinds toneelstukken Der Erdgeist en Die Büchse der Pandora, geobsedeerd. Dat had wellicht ook met zijn persoonlijke leven te maken. Zij zou de personificatie van de Tsjechische Hanna Fuchs, Bergs laatste grote liefde, kunnen zijn. Maar er zijn ook muziekpsychologen die in Lulu Berg zelf willen zien…

Lulu Hanna_Werfel_Fuchs_Robettin

Hanna Fuchs

Lulu Alban&HeleneBerg

Alban Berg met zijn vrouw Helena. Hun huwelijk gold als voorbeeldig

Berg heeft zijn opera niet afgemaakt: toen hij in 1935 stierf, bestond de derde akte alleen uit sketches. Het was de Oostenrijkse componist Friedrich Cerha die 1979 de onvoltooid gebleven derde akte instrumenteerde, tot die tijd werden alleen de eerste twee akten opgevoerd.

Hieronder een selectie van de beschikbare opnames:

CD’s:

Teresa Stratas

Lulu Stratas

Waar u absoluut niet zonder kunt, is de allereerste opname van de complete opera met de door Cerha nagecomponeerde derde akte. Deutsche Grammophon maakte in 1979 direct na de Parijse première een studio-opname (DG 4154892).

Alle fantastische Lulu’s ten spijt, niemand kan zich met Teresa Stratas meten. Zelfs zonder het tekstboekje erbij kun je ieder woord niet alleen verstaan maar ook begrijpen.

Robert Tear is een heerlijk naïeve schilder en Franz Mazura een ongeëvenaarde Dr. Schön. De Alwa van Kenneth Riegel is een kwestie van smaak, maar zijn inleving is zowat volmaakt.

De ogenschijnlijk koele en analytische benadering van Pierre Boulez laat het drama nog meer zinderen.

Anneliese Rothenberger

Lulu Rothenberger

De opname die in 1968 door EMI is gemaakt (91233028) mag eigenlijk in geen verzameling ontbreken. Anneliese Rothenberger is een heel erg lichte, springerige Lulu, echt een onschuldig meisje.

Vergeet Gerhard Unger (Alwa), maar de verrassend lichte en sarcastische Dr. Schön van Toni Blankenheim (Schigolch bij Boulez) is werkelijk niet te versmaden.

Wat de opname extra begerenswaardig maakt, is Benno Kusche in de kleine rol van Tierbändiger. Ook de opname zelf klinkt verrassend goed.


Ilona Steingruber

Lulu Steingruber

Bij de naam van Ilona Steingrubber rinkelt er tegenwoordig geen belletje, maar in haar tijd was ze een gevierd sopraan, met op haar repertoire onder anderen Mahler, Korngold, Strauss en Alban Berg.

Op de door Herbert Häfner gedirigeerde opname uit 1949 (Archipel Desert Island Collection ARPCD 0540) zingt Steingrubber een zeer sensuele Lulu: erotisch en opwindend in haar zang en opmerkelijk kinderlijk in de dialogen.

Otto Wiener is een zeer autoritaire Dr. Schön en Waldemar Kmentt een niet echt idiomatische maar wel zeer aanwezige Maler. De confrontatie tussen de twee, ‘Du hast eine halbe Million geheiratet’, is dan ook bijzonder spannend.



(meer…)

LA BOHÈME. Discografie

 475048_30X40 LA BOHEME

Een waarschuwing vooraf: u gaat heleboel namen missen. Voor u wellicht dé vertolkers van de hoofdrollen in één van de meest geliefde opera’s aller tijden, maar ik wil eenmaal een keuze maken. Dus: geen Maria Callas, geen Renata Tebaldi en geen Montserrat Caballè. Wie dan wel?

Mirella Freni

 

la-boheme-mirella

Mirella Freni, onder andere. Want over één ding zijn vele operaliefhebbers het waarschijnlijk eens: de beste La Bohème ooit is de in 1973 door Decca opgenomen versie onder von Karajan. Mét Mirella Freni en Luciano Pavarotti.

la-boheme-freni-pa

Rodolfo is altijd een visitekaartje van Pavarotti geweest. Jarenlang gold hij als de beste vertolker van de rol – zijn fantastische legato, soepelheid en natuurlijkheid waarmee hij hoge noten zong, zijn werkelijk exemplarisch. Overigens zong hij, zoals het een beetje Italiaanse tenor uit de tijd betaamde het einde van ‘O soave fanciulla’  op dezelfde hoogte als de sopraan. Niet voorgeschreven, maar vooruit.

Freni was zonder twijfel één van de mooiste Mimi’s uit de geschiedenis. Teer en breekbaar, met haar hartbrekende pianissimi en legatobogen wist ze zelfs de grootste cynici tot tranen toe te roeren.

Von Karajan dirigeerde theatraal en hartstochtelijk, met voldoende aandacht voor de klankschoonheid van de partituur. Zoals de Duitsers zouden zeggen ”das gab’s nur einmal”.

In 2008 vierden we niet alleen de 150-ste verjaardag van Puccini maar ook de honderdste van von Karajan. Het was bovendien 35 jaar geleden dat de befaamde dirigent La bohéme heeft opgenomen: een reden voor een feestje! En zie daar – Decca heeft de opera in een gelimiteerde luxe editie uitgebracht (Decca 4780254). Op de bonus-cd vertelt Mirella Freni o.a. over haar relatie met von Karajan en het zingen van Puccini-rollen, fascinerend.

Aria’s en duet uit de eerste akte:

la-boheme-freni-dvd

Haar debuut als Mimì bij de Metropolitan Opera maakte Mirella Freni in september 1965. Tegenover haar stond een andere debutant: de (hoe onterecht!) tegenwoordig vrijwel helemaal vergeten Italiaanse tenor Gianni Raimondi. Voor mij is hij te prefereren boven Pavarotti. Ik vind zijn stem aangenamer en eleganter. En hij kon acteren!

Freni’s en Raimondi’s vertolkingen zijn vastgelegd op een prachtige film, geregisseerd door Franco Zeffirelli en gedirigeerd door Herbert von Karajan. Een absolute must (DG 0476709).

‘O Soave Fanciulla’ met Freni en Raimondi:

Renata Scotto

la-boheme-renata

Met La Bohème uit de Met 1977 (DG 0734025) werd er geschiedenis geschreven: het was de allereerste rechtstreekse transmissie uit het Newyorkse operahuis op TV. De productie was in handen van Pier Luigi Pizzi, die toen nog niet geobsedeerd was door overmaat aan ballet en de kleur rood.

la-boheme-scotto

Hoewel ik nooit een groot fan van Pavarotti was, kan ik niet ontkennen dat hij hier een fris geluid produceert en dat zijn hoge noten staan als een huis. Acteren was nooit zijn ‘cup of tea’, maar hier doet hij zijn best.

Echt spannend wordt het bij de binnenkomst van Mimì: in 1977 was Renata Scotto op haar ongekende hoogtepunt. Zij spint de mooiste pianissimi en haar legato en mezza voce zijn om te huilen zo mooi. De rest van de cast is niet meer dan adequaat, maar de jonge James Levine dirigeert alsof zijn leven ervan afhangt!

Scotto in ‘Si mi chiamano Mimì’

 

 

la-boheme-stratas

Musetta was niet echt een rol waar we Scotto mee associëren. Zij zelf eigenlijk ook niet, maar ze nam de uitdaging met beide handen aan. In de Zefirelli Met-productie uit 1982 zong zij een Musetta uit duizenden. Naast de zeer ontroerende José Carreras en Teresa Stratas was zij de onbetwiste ster van deze opname (DG 073 4539 9)

Scotto als Musetta:

 


Cristina Gallardo-Domâs

la-boheme-domas

Soms vraag ik mij af hoe pervers het is als mensen veel geld betalen om, gekleed in bontjassen, naar de misère van kou lijdende arme kunstenaars te gaan kijken?

 boheme-gallardo-domas-scala

Zelf beleefde ik veel plezier bij de aanblik van al dat bont dragende publiek, op weg naar een voorstelling van La bohème in La Scala in 2003 (Arthouse 107119). De toen al 40 jaar oude Zefirelli productie werd een beetje aangepast, maar de prachtige, realistische decors en de schitterende belichting zijn hetzelfde gebleven. De sneeuwvlokken, het uit de herberg stralende licht die de witte aarde warm kleurt, het besneeuwde bankje en het betraand gezichtje van Mimi: het heeft iets magisch en lijkt meer op een film dan op een voorstelling in het theater. Het laat je niet onberoerd, des te meer omdat alle protagonisten werkelijk  superbe zijn.

Cristina Gallardo-Domâs is een tere, door emoties verscheurde Mimì. Haar lyrische sopraan doet een beetje aan Freni denken. Malcero Álvarez overtuigt met een (toen nog) prachtig lyrisch gezongen Rodolfo en Hei-Kyung Hong zet, duidelijk geïnspireerd door Scotto, een kittige Musetta neer. Bruno Bartolletti dirigeert levendig, zonder het sentiment te schuwen.

Hieronder ‘O Soave Fanciulla’ met Gallardo-Domâs en Álvarez:

 

 boheme-emi

Gallardo-Domâs was twee jaar later ook van de partij in Zürich. Met deze zeer realistisch geënsceneerde Bohème maakte Philippe Sireuil een denderend debuut in het Zürchner operahuis (ooit EMI 3774529). Verwacht echter geen Zeffirelli-achtige taferelen met neerdwarrelende sneeuwvlokjes.

Sireuil’s opvatting is zeer “down to earth” en als zodanig meer veristisch-getrouw dan welke andere mij bekende productie. Met veel liefde voor details tekent hij het leven van het viertal kunstenaarsvrienden: hun mansarde is piepklein en benauwd, en hun drang om er iets van te maken levensecht. De kostuums (tweedehands kleding uit kringloop winkels) is hedendaags, maar tegelijk ook tijdloos.

Waar Mimi aan lijdt (in ieder geval niet aan tuberculose – van de regisseur mag ze niet eens hoesten) doet er eigenlijk niet toe, al lijkt het er op dat het om drugs gaat. Gelijk een ziek vogeltje (wat lijkt zij toch op Edith Piaf!) glijdt zij langzaam de afgrond in, en door haar dood worden de anderen gedwongen om na te denken, voor het eerst. De derde acte, gesitueerd op een mistroostig station, is bijzonder sterk en pijnlijk aangrijpend.

Ook de hele cast, met naast de hartverscheurende Gallardo-Domâs een ontroerend mooie Marcello Giordani en een zeer viriele Michael Volle (Marcello) voorop, is voortreffelijk. De zeer betreurde László Polgár zingt Colline. Geloof me: deze La Bohème mag u echt niet missen.

Hieronder Marcello Giordani en Michael Volle in ‘Marcello finalmente’:

 

Anna Netrebko

la-boheme-netrebko

De voorstelling van La Bohème in 2012 in Salzburg was “talk of the town”. Het is bijna niet te geloven, maar het was de allereerste keer dat Puccini’s meesterwerk ook de chique Festspiele heeft bereikt.

la-boheme-beczala

De productie (regie Damiano Michieletto) is een beetje bizar, maar niet onlogisch en de moderne setting doet geen geweld aan de muziek. Het libretto is nog steeds herkenbar, al vind ik de ‘Momus scène’ iets te veel van het goede

Derde acte speelt zich grotendeels bij een soort snackbar aan de besneeuwde snelweg en voor de rest: denk aan Googlemaps als plaatsaanduiding, Parijse huisjes en gebouwen als decor en rekwisieten en een gedoofde sigaret in plaats van een kaars.

Anna Netrebko is geen ballerina meer. Ze is een vrouw geworden en dat doet haar goed. Niet alleen haar uiterlijk, ook haar stem heeft er baat bij. Ik hoor er de warmte in die er eerder niet was. Meer diepte, meer diepgang.

Piotr Beczala is een meer dan voortreffelijke Rodolfo. Zijn techniek is zo perfect dat hij zich goed op het acteren kan concentreren. Ik zou waarlijk geen andere zanger van zijn generatie kennen die de rol beter kan neerzetten.

Nino Machaidze is een in alle opzichten adembenemende Musetta en Massimo Cavalletti een schitterende Marcello. Carlo Colombara neemt als Colline zeer ontroerend afscheid van zijn jas. Ook de orkestklank is prachtig; Daniele Gatti heeft duidelijk affiniteit met Puccini! (DG 0734773).

Hieronder Netrebko, Beczala, Machaidze en Cavalletti in ‘Addio’:

Cheryl Barker

la-boheme-barker

Even terug in de tijd, naar Sydney, Australie, 1993. Voor het eerst zag ik de productie op TV (ja, kinderen: ooit waren er tijden dat een opera gewoon rechtstreeks uit een operahuis op TV werd uitgezonden!) en niet gauw zal ik die avond vergeten. Ik kende geen van de zangers, het was de naam van de regisseur (Baz Luhrmann), die mijn aandacht op de productie liet vestigen.

 la-boheme-luhrmann

De zangers waren voornamelijk jong – een pré, aangezien de opera over jonge, verliefde mensen gaat. Zingen konden ze ook en met hun uiterlijk van heuse filmsterren konden ze zo op het filmdoek. Vreemd eigenlijk, dat op Cheryl Barker (Mimi) na, niemand een grote carrière heeft gemaakt. Dat Luhrmann geobsedeerd was door de opera kunnen ook de filmliefhebbers beamen: zijn Moulin Rouge lijkt er als twee druppels water op, inclusief het rood verlichtte “L’amour” op het dak. (Arthaus Musik 100 954)

Scène uit de productie:

Ileana Cotrubas

la-boheme-ileana

Maar, met de hand op het hart, als ik met maar één opname van La Bohème door het leven moest gaan… dan kies ik voor de 43 jaar oude productie van John Copley gemaakt voor het Royal Opera House.

bo

Mijn ‘onbewoond-eiland-opname’ werd in 1983 door NVC Arts (Warner 4509 99222-2) op dvd vastgelegd en – hoe vaak ik er niet naar kijk, nooit krijg ik er genoeg van. En nog steeds, na al die jaren, moet ik er bij janken. De productie was dit jaar voor het laatst gezien, jammer. Sommige dingen verouderen nooit.

Dat geldt ook voor de cast van toe: Ileana Cotrubas als mijn geliefde Mimì, de onweerstaanbare jonge Neil Shicoff als Rodolfo en Thomas Allen als een zeer erotische Marcello.

Einde van de opera:

 

Discografie LA BOHÈME deel twee
LA BOHÈME Amsterdam december 2017
CIBOULETTE. Hoe het Rodolfo verging