concerten & recitals

Soms kan iets té mooi zijn om er nog van te kunnen genieten. Daniele Gatti dirigeert Haydn en Mahler

Mahler ch

© Ron Jacobi

Daniele Gatti is een ware klanktovenaar. Dat het hem menens is, daar kan niemand die het concert van 24 augustus 2017 bijgewoond had aan twijfelen. De betovering begon meteen al met Haydn, niet een componist die dagelijks op het programma van het Concertgebouworkest staat. Het werd dan ook niet een alledaagse Haydn, want het volkse vermaak dat vaak zijn symfonieën siert was in het geheel afwezig.

Gatti liet het orkest mijn oren zachtjes strelen, zo zacht en zo teder dat ik ongewild aan een porseleinen ballerina moest denken, die op een dun koord balanceerde. Delicaat, kwetsbaar en zo zacht dat ik mij niet meer op mijn gemak voelde en naar wat meer geluid ging verlangen. Dat kwam niet.

Ook niet in het plompe laatste deel die de symfonie de bijnaam ‘De Beer‘ heeft bezorgd. Had Gatti maar aan de tempoaanduiding (er staat toch echt ‘Vivace Assai’ bij) toegegeven! Helaas. Mijn aandacht verslapte en mijn gedachten gingen ergens anders heen. Jammer.

Ook in zijn interpretatie van de vierde symfonie van Mahler liet Gatti zich voornamelijk als de schepper van mooie tonen kennen. Soms leek hij op een illusionist die voorzichtig met doorzichtige zeepbelletjes jongleerde.

De dirigent heeft ooit verklaard sterk in een verrassingselement te geloven. Voor hem werkt een interpretatie beduidend sterker als het onverwacht is en soms zelfs tegen het verwachtingspatroon van de luisteraar werkt. Hij meende het.

Het begon met een vreemde opstelling van het orkest, wat inderdaad tot een verrassende klankresultaat heeft geleid. Telkens moest ik mij in mijn arm knijpen, want wat ik hoorde riep andere herinneringen en andere emoties op dan ik in mijn hoofd (en wellicht tussen mijn oren) had opgeslagen.

Het eindeloos lang uitgerekte derde deel was dermate traag en zacht dat ik het gevoel kreeg dat het orkest stopte met spelen waardoor ik alleen de ademhaling van mijn naaste buren kon waarnemen. Het maakte mij confuus en ik voelde mij unheimisch..

Mahler Reiss

Chen Reiss

Dat gevoel bleef ik houden, daar kon zelfs de werkelijk hemels zingende Chen Reiss niets aan veranderen. Jammer genoeg had men haar achter het orkest opgesteld, wat het ‘wondermooie klanktapijt-gevoel’ behoorlijk versterkte maar waardoor de betekenis van wat zij zong ergens halverwege de blazers werd kwijtgeraakt.

In mijn beleving dirigeerde Gatti louter ‘op klank’ wat in een hallucinerende, poëtische visie op de symfonie resulteerde, maar waar een echte emotie ontbrak. Het was een buitengewoon fraaie, maar ook een buitengewoon steriele Mahler 4. Wat ik miste was het aardse onderbuikgevoel, het spelen ‘vanuit het kruis’. Soms kan iets té mooi zijn om er nog van te kunnen genieten.

Het slotapplaus © Ron Jacobi

 

Het concert is terug te beluisteren op de site van Radio 4

http://www.radio4.nl/gids/2017-08-24/559182/zomeravondconcert

Joseph Haydn: Symfonienr.82 in C, ‘L‘ours‘
Gustav Mahler: Vierde symfonie in G
Koninklijk Concertgebouworkest olv Daniele Gatti
Chen Reiss (sopraan)

Gehoord op 24 augustus 2017 in het Concertgebouw in Amsterdam

 

Alma Quartet live: een concert dat van mij eeuwig mocht duren

alma-kwartet-lotte-van-raalte

© Lotte van Raalte

Een soort Siamese tweeling zijn het, de strijkkwartetten van Claude Debussy (1893) en Maurice Ravel (1902-1903). Niet alleen in hun opbouw, ook de delen zelf dragen vrijwel identieke aanduidingen. Wat bij Debussy ‘Assez vif et bien rhytmé’ heet, is bij Ravel ‘Assez vif – Très rhytmé’. Ook het sterk impressionistische derde deel van Debussy heeft een gevoelsgelijke broertje bij Ravel, al is het laatste aardser en iets minder vaag. Niet zo verwonderlijk: Ravels kwartet was gecomponeerd als een ode aan Debussy.

Daar, waar de meeste kwartetten hun best doen om de verschillen tussen de beide werken te accentueren, legde het Amsterdamse Alma Quartet juist de nadruk op hun gelijkenis, waardoor Ravel af en toe zelfs als een bijna letterlijke kopie van Debussy klonk. Voor mij werkte de aanpak zeer verhelderend en ik zou ze graag naast elkaar op een cd willen (her)beluisteren.

De keuze voor de tempi vond ik soms best merkwaardig. Voornamelijk de langzame delen kregen een super softe behandeling waardoor ze in een eeuwig durende oase van rust en zoetere dan zoete klanken veranderden. Heel erg mooi, dat wel, maar men paste het iets te vaak toe, waardoor het op den duur een beetje ‘slepend’ werd in mijn oren.

Alma schulhoff houtsnee Erwin Schulhoff in 1924. Houtsnee van Conrad Felixmüller. Lindenau-Museum, Altenburg, VG Bild-Kunst

Net als Debussy, zijn leraar, en zeer zeker Ravel, stond ook Schulhoff open voor alles, alleen voerde hij het nog verder door, tot in het extreme. “Muziek moet voornamelijk fysiek plezier, zelfs een extase bij de luisteraar teweegbrengen. Zij is geen filosofie, haar oorsprong ligt in de extatische situaties en haar uiting in het ritme”, schreef Schulhoff in 1919. Geen wonder, dat de synthese van jazz en klassieke muziek voor hem niet alleen een uitdaging, maar zelfs zijn artistieke credo was.

Dat hoor je ook in zijn tweede strijkkwartet uit 1925, waarin hij behalve de door jazz geïnspireerde ritmiek ook de Tsjechische volksmuziek verwerkte. Het Alma Quartet speelde het werk zeer levendig, met een voorbeeldige punctatie en een klank waar je in zou kunnen willen verdrinken. Meesterlijk.

Alma shostakovich-SQ8

Geen complexer strijkkwartet het nummer acht van Sjostakovitsj. De musicologen bestrijden elkaar in het zoeken naar de verborgen betekenissen: was het een aanklacht tegen het fascisme of juist niet? Volgde hij hiermee de lijn van de partij of verzette hij er zich juist tegen?

Allemaal flauwe kul, uiteraard, want alles wat Sjostakovitsj wilde zeggen staat gewoon in de noten. Dat hij met zijn eigen initialen DSCH rijk strooide? Niet voor de eerste keer, bijna al zijn werken zijn er mee gelardeerd. Dat hij zo veel citaten van zijn andere stukken hier in verwerkte? Ook niets nieuws: componisten citeren zichzelf graag, zeker als ze in tijdnood komen (het kwartet is gecomponeerd in drie dagen). Of als ze denken dat ze al eerder iets briljantst hebben gemaakt (een inderdaad geniale tweede pianotrio in dit geval).

Programmatisch stuk of niet: prachtig is het wel. Niets voor niets is het één van de meest gespeelde kwartetten uit de twintigste eeuw!

De Alma’s hebben het kwartet gespeeld als één geheel, waarin alle delen naadloos in elkaar overgingen, zo doende een eendelige symfonie voor strijkkwartet creërend. Prachtig vond ik het, want zo kon men niet alleen beter de herhalingen en de citaten daar uit vissen maar ze ook met elkaar in verbinding brengen. Het was alsof ze wilden zeggen: hou nou eens op met dat eindeloze geouwehoer en luister naar de muziek pur sang! Of dat de bedoeling was weet ik natuurlijk niet, maar zo heb ik het ervaren, waarvoor ik de heren meer dan dankbaar ben.

En toen was er een toegift: het Romance uit het Divertimento for String Quartet op.14 van Schulhoff, een prachtige belichaming van de romantisch-sentimentele kant van de componist. Als tempoaanduiding staat er ‘Ruhig fliessend’ bij en zo hebben de heren het gespeeld, ‘rustig voorbijvliegend’, vrij vertaald dan.

Marc Daniel van Biemen kondigde het stuk aan met een verontschuldigende glimlach op zijn gezicht, het duurde maar kort, zei hij. De toevoeging, die snap ik wel: de helft van het publiek was toen al weg. Duurde het concert ze te lang? Voor mij mocht het eeuwig doorgaan.

Alma

Gelukkig werd het optreden gisteren live uitgezonden en wie er niet bij was – maar ook wie er bij waren en net als ik wilden dat het concert nooit eindigde – kan het op de radio terugluisteren:

http://www.radio4.nl/gids/2017-07-11/558932/avondconcert

Strijkkwartetten van Schulhoff, Debussy, Sjostakovitsj en Ravel
Alma Quartet: Marc Daniel van Biemen, Benjamin Peled (viool), Jeroen Woudstra (altviool), Nitzan Laster (cello)

Gehoord 11 juli 2017 in de Kleine Zaal van het Concertgebouw in Amsterdam

Meer Alma Quartet:

ERWIN SCHULHOFF strijkkwartetten door ALMA QUARTET

Korngold en de tijd

Website van het kwartet:

https://www.almaquartet.co

Koninklijk Concertgebouworkest speelt Bernstein. En hoe!

Bernstein

Als aanloop naar een herdenkingsjaar van Leonard Bernstein – de alom geliefde componist, dirigent en pianist zou in augustus 2018 honderd jaar zijn geworden – zette het Koninklijk Concertgebouworkest, onder de noemer ‘RCO/Bernstein 2017’, dit jaar al zijn muziek vaker dan gewoonlijk op de lessenaars.

Op vrijdag 7 juli was het de beurt aan de Engelse dirigent John Wilson om het orkest te leiden in een all-Bernstein programma, met allemaal hoogtepunten uit zijn werk voor het muziektheater.

Bernstein john-wilson-sim-canetty-clarke

John Wilson © Sim Canetty-Clarke

Men zegt Wilson, men denk: musicals! Niet ten onrechte. Met zijn eigen orkest wijdt hij zich al jaren aan het uitvoeren van de hits uit Broadway en Hollywoodklassiekers, waar hij vaak arrangementen voor verzorgt; en zijn programma met werken van Bernstein behoort tot één van grootste hoogtepunten ooit op de Londense Proms.

Musical is weer in, althans volgens de auteur van het meer dan summier (geen liedteksten, geen synopsis van de uitgevoerde werken, geen woord ook over de artiesten) programmaboekje. Dat het zo is komt voornamelijk door het succes van de film La La land. Zou het? Zelf geloof ik er niets van. Musicals zijn al jaren buitengewoon geliefd, ook in Nederland. En afgaand op de gemiddelde leeftijd van de bezoeker van het concert – volgens mij hebben ze allemaal nog de eerste vertoning van West Side Story in de bioscopen meegemaakt – is het niet iets van recente datum.

dav

Voor die gelegenheid werd de grote zaal van het Concertgebouw getooid met de stemming vergrotende verlichting en het feest kon beginnen. En een feest werd het!

Het programma was opgezet niet alleen als eerbetoon aan de grote Bernstein maar ook als ode en liefdesverklaring aan New York. De toon werd meteen gezet met een swingende medley uit On the Town, met solootjes voor de tenor Julian Ovenden en bariton Nadim Naaman. Nee, Frank Sinatra en Gene Kelly waren ze niet, maar ze kwamen best dichtbij.

 

Van het duo wist Ovenden mij het meest te imponeren. Met zijn zeer soepel gevoerde lyrische tenor met een aangenaam timbre zette hij een zeer overtuigende Tony (West Side Story) neer. De door hem zeer gevoelig vertolkte ‘Maria’ was dan ook één van de hoogtepunten van het programma.

Bernstein scarlett-strallen-nc

Scarlett Strallen © nc

Na haar eerste song, ‘Dream with me’ uit Peter Pan, was ik een beetje sceptisch over Scarlett Strallen. Haar optreden kwam mij onzeker over, aarzelend bijna. Maar gaande weg kwam ze haar zenuwen te boven en aan het eind gaf ze een onvergetelijke uitvoering van ‘Glitter and be gay’ uit Candide. Haar coloraturen waren onberispelijk en haar acteren meer dan overtuigend. Daarbij werd zij geholpen door een hilarische gebruik van kralenkettingen die zij tevoorschijn haalde uit haar decolleté. Iets wat zij al eerder deed tijdens de Proms:

Bernstein kim-criswell-dan-welldon

Kim Criswell © Dan Welldon

Al bij haar opkomst beheerste Kim Criswell de bühne. Wat een enorme uitstraling heeft die vrouw, wat een charisma! Als vanzelfsprekend nam ze het hele toneel van het Concertgebouw in beslag, men vergat dat er een, bij wijze van spreken, honderdplus-koppig orkest achter haar zat. Het is niet alleen haar uit duizenden herkenbare stem, waarmee niemand, maar dan ook echt niemand uit de branche zich met haar meten, en dat al jaren. Het is ook haar perfecte dictie waardoor je elk woord kon verstaan, plus haar diva-achtige verschijning waarmee zij de tot de nok toe gevulde zaal wist in de palmen.

Met ‘One hundred easy ways to lose a man’ bracht zij iedereen aan het lachen en met onvoorstelbaar virtuoos gezongen ‘Island Magic’ (Trouble in Tahiti) dwong zij de diepste bewondering af. Over haar werd ooit geschreven “Kim Criswell toont hoe het moet” en zo is het.

Met ‘Wrong note rag’ uit Wonderful Town eindigde het officiële programma, maar er waren nog twee toegiften. Persoonlijk zat ik de hele avond op ‘Tonight’ uit West Side Story te wachten – met een viertal zulke voortreffelijke solisten schreeuwde het concert er in feite om – en ik werd niet teleurgesteld. Wat een voortreffelijke uitvoering werd het! Met de licht lyrische Maria van Scarlett Strallen en de twee heren die behalve Tony (Oweden) ook de Jets en de Sharks voor hun rekening namen was het smullen geblazen. Maar het was alweer Kim Croswell die als Anita boven alles en iedereen uittorende. Zoals het hoort eigenlijk.

Er valt niet te ontkennen dat het Koninklijk Concertgebouw Orkest kan swingen. Maar er valt ook niet te ontkennen dat hun geluid een beetje too much was, het orkest is in mijn oren er een beetje te groot voor. In het nagesprek vertelde Wilson dat in de jaren veertig en vijftig, de gloriejaren van Broadway de orkesten veel kleiner waren, één musicus speelde soms negen instrumenten.

Wat het orkest, waar Wilson zeer terecht vol lof over was echt kan, lieten ze horen in het voor de pauze gespeelde symfonische Suite uit On the Waterfront.

‘On the Waterfront’ is Bernsteins enige speciaal voor de film geschreven score. De in 1995 voor de concertzaal door hem gearrangeerde suite behoort nog steeds niet tot de vaak uitgevoerde werken, wat wellicht aan de moeilijkheidsgraad ervan ligt. En aan het ongewone instrumentarium met een prominente plaats voor de hoorn solo.

Daar was het dat het Concertgebouworkest is zijn volle glorie in floreerde. Zelden hoort men de suite zo jazzy, maar ook met een volle symfonische kracht en  met zo veel spanning gespeeld! Speciale bravo voor de solo hoorniste als ook voor de klarinettisten, de saxofonist en alle (vier!) de paukenisten. Ik zat op het puntje van mijn stoel en ik was de enige niet.

dig

Het concert is terug te beluisteren op de site van het NPO. Let alleen niet op (of, nog beter: sla het over!) de afschuwelijke, meer dan amateuristische aankondiging van het programma en geniet!

Verzoekje, nee, hartenkreet richting Radio 4: beste mensen, stop met die afschuwelijke gewoonte om te praten tijdens de stille gedeelten van de concerten. Het is niet alleen verschrikkelijk storend maar ook nergens voor nodig en het zou verboden moeten worden.

http://www.radio4.nl/zomeravondconcert/uitzendingen

Leonard Bernstein
Koninklijk Concertgebouworkest olv John Wilson
Kim Criswell(sopraan), Scarlett Strallen (sopraan), Julian Ovenden (tenor), Nadim Naaman (bariton)

Gehoord in het Concertgebouw op 7 juli 2017

Meer Bernstein:
ROBERTA ALEXANDER zingt Bernstein
‘WEST SIDE STORY’ revisited
WONDERFUL TOWN
TROUBLE IN TAHITI: film van Tom Cairns
LEONARD BERNSTEIN: MASS

 

Plácido Domingo in Ziggo Dome, Amsterdam 2013

Domingo affiche

Veni vidi vici. Plácido Domingo had het na donderdagavond 13 juni 2013 kunnen zeggen. De uitverkochte Ziggo Dome (ja, u leest het goed, de enorme zaal was vol!) ging los als was het een popconcert. Terecht. Al is de maestro de jongste niet meer, zijn stem wil niets van ouder worden weten.

Domingo arena

© Vera Klijn

De avond telde allerlei verrassingen, wat de pret eigenlijk alleen maar vergrootte:

1. Ondanks de wanhopige berichten in de kranten was de zaal vrijwel helemaal vol.

2. Er was geen programmaboekje. De namen van de twee gastsopranen werden geprojecteerd op het scherm, voor de rest mocht je lekker gissen wat ze aan het zingen waren.

3. Het Orkest der Lage Landen, een orkest waar ik nog nooit eerder van had gehoord, deed mij verbaasd staan. Onder leiding van Walter Proost speelden ze de sterren naar beneden.

Domingo m

© Vera Klijn

Al bij het allereerste nummer, de ouverture van Der fliegende Holländer, zat ik op het puntje van mijn stoel. De Nabucco-ouverture was meer dan meeslepend en in het lichtere genre (Leichte Kavallerie van Franz von Suppé) werd ook het publiek erbij betrokken. Proost draaide zich om en dirigeerde de zaal, die met het orkest mee klapte. In het ritme.Ik was hoogst verbaasd hoeveel mensen zich er echt op gekleed hadden! Natuurlijk, de obligate spijkerbroeken waren meer dan vertegenwoordigd, maar ik merkte ook dames in avondkledij op. Of je het wilt of niet: het is altijd sfeerverhogend.

4. Het repertoire. Niemand maakte zich er met een jantje-van-leiden vanaf. Van Wagner gingen we naar Verdi en via de operette en de zarzuela belandden we bij musicals. En dat alles op topniveau. Doe ze het na!

5. Het was een avondje uit in een tempel van de lichte muze, dus kregen we er ook iets van een show bij. Lichten, lichstralen, noem maar op.

Domingo zaal

Is Domingo ’s werelds beste tenor? Voor mij wel, zeker als ik het over de laatste dertig jaar van de vorige en de eerste tien van deze eeuw heb. Nu zijn hoge noten het laten afweten heeft hij zich op baritonrollen gericht en dat doet hij met de hem gebruikelijke overgave en muzikaliteit.

Domingo EPA

© EPA

Nee, hij is geen bariton, zijn timbre is nog steeds dat van een tenor, maar hij weet hierin meer te overtuigen. Misschien moeten we gewoon constateren dat hij de muzikaalste van alle tenoren is? Een fenomeen dat maar eens in de honderd jaar wordt geboren?

Zijn Siegmund staat nog steeds als een huis en de Verdi-duetten (La Traviata en Il Trovatore, geen makkelijke kost voor een bariton) bewezen niet alleen zijn muzikaliteit, maar ook de humane kant van de mens en artiest Domingo. Iedere keer als zijn partner ‘aan het woord’ was, nam hij een stapje terug en liet haar in de schijnwerpers schitteren.

Domingo

© Vera Klijn

Na de pauze werd het tijd voor de licht(ere) muze. ‘Dein is mein ganzes herz’ werd al bij de eerste maten op gejuich van het publiek getrakteerd en toen was de pret niet meer te stuiten.

‘So muss allein ich bleiben’ uit Die Fledermaus was zowat de koddigste dat ik ooit heb gehoord en daar gingen ook nog eens de beentjes omhoog. Ook die van de toeschouwers.

Na het wonderschoon mooi door Angel Blue gezongen ‘De España vengo’ (El niño Judío van Pablo Luna) en een duet uit Luisa Fernanda kwamen we via de heerlijke ‘Tarantula’ uit La Tempranica bij ‘Amor, vida de mi vida’ (Maravilla van Moreno) terecht. Toen moest ik even een traan wegpinken, maar dat duurde niet lang, want daarna kwamen de encores.

Plácido Domingo zingt ‘Besame mucho’:

 

‘I could have danced all night’, ‘Besame mucho’ (hmm… daar zou ik niets op tegen hebben), ‘Yes I can, no you can’t’ uit Annie get your gun en als afsluiting het door alle drie de solisten gezongen ‘If I loved you’ uit Carrousel – ik vond het heerlijk.

Placido Domingo zingt “If I loved you” met Angel Joy Blue en Micaëla Oeste, Amsterdam June 2013

De twee jonge sopranen die Domingo begeleidden, Angel Blue en Micaëla Oeste, waren een lust voor het oog. Mijn voorkeur ging uit naar de zeer charismatische Blue. Zij wist me niet alleen in het lichtere genre maar ook in ‘Dich, teure Halle’ uit Tannhaüser te overtuigen. Van haar horen we meer

Who is afraid of Ziggo Dome? Ik in ieder geval niet meer. De zaal is inderdaad immens, maar op de een of andere manier doet hij intiem aan en de akoestiek is er werkelijk heel goed. Natuurlijk zongen ze met een microfoon – dat kan ook niet anders – maar merkwaardig genoeg had je er amper last van. Het geluid kwam heel natuurlijk over.

Domingo b

© Vera Klijn

Angel Blue

Holland Festival 2017: Jonas Kaufmann & Eva-Maria Westbroek in Amsterdam

kaufmann-eva-maria-westbroek-jochen-rieder-at-holland-festival-2017-janiek-dam-11

© Janiek Dam

Finally the day of the much-anticipated recital by star tenor Jonas Kaufmann was there.

Why did Amsterdam have to wait for him so long? Too expensive, too busy, too ….? A lot of speculating went on before the concert, caused by his recent cancellations. But Kaufmann came, saw, and conquered. Star soprano Eva-Maria Westbroek and the energetic Residentie Orkest led by Jochen Rieder contributed to the huge success of the afternoon as well.

jonas-kaufmann-eva-maria-westbroek-jochen-rieder-at-holland-festival-2017-janiek-dam-7

© Janiek Dam

Expectations were high, and the hall was filled with fans, buzzing with excitement from the start. In spite of this, Kaufmann made a cautious start,  visibly suffering from nerves.

As much as I loved his singing (very much, in fact), in his first aria ‘Celeste Aida’ Kaufmann had problems winning me over. Part of the problem had to do with his volume. Even with the sympathetic and delicate back-up by the Residentie Orkest he was difficult to hear at times from my seat. His pianissimi and mezza voce phrases were breathtaking, as beautiful as his diminuendo at the end of the aria, but did he make a convincing warrior? Not to me.

‘La vita è inferno all’infelice’ from La Forza del Destino almost went off the rails because of the lethargic tempi. Kaufmann sang heavenly, but taken as slow as this there was hardly any tension, and the fluctuations of the voice made a quasi-artistic impression. Did this matter? No, not really, but with better tempi perfection could have been achieved.

Jonas-

© Janiek Dam

I do not know if Eva-Maria Westbroek ever sang ‘Tu che le vanità’ from Don Carlo before, but on Sunday it sounded like she had sung little else but Elisabetta her entire life. Completely immersed in the scene, she sang as if her life depended on it, flinging the aria into the hall. What an actress!

Westbroek’s emotions dominated the love duet from Otello. Thanks to her ‘Gia nella notte densa’ became the undeniable highpoint of the first half of the concert. Both singers were at their most lyrical and genuine here, treating the audience to a classic love scene that would not be out of a place in an old Hollywood classic. Involuntarily, I had to think of Laurence Olivier and Vivien Leigh and those moments of deceiving stillness before the storm.

Kaufmann will add Otello to his repertoire in a few days, and people await it like a new Star Wars movie. Personally I still have doubts which Kaufmann could not erase on Sunday. He is much more the insecure and soft lover than the ruthless warrior. But perhaps I am wrong and he will give us an Otello that will even surpass Domingo’s portrayal?

Kaufmann Walkure

I have no complaints whatsoever about the second half of the concert, not even a quibble. Wagner and his Walküre are familiar grounds for both singers who thoroughly understand Siegmund and Sieglinde. I honestly cannot think of another pair of singers who could do what they did.  Everything was there: fear, resistance, and predominantly love, a lot of love. Perfect beauty is the only way to describe it.

The orchestra also sounded much more intense after intermission. Wagner sounded much closer to them than Verdi, I felt. In particular the Rienzi-overture, performed with great panache and drive was spectacular.

There was room for a real rarity on the program as well (bravo for that!), the Preludio that Verdi supposedly composed as an overture for Otello. This piece was recorded for CD by Riccardo Chailly, but the authenticity of it has been questioned. Rightly so. It is truly a miserable thing. Besides the Jago-motive you recognize parts of the ‘Esultate’ in it too. I did enjoy hearing it nevertheless, mainly for the great enthusiasm the orchestra played it with.

This was obviously not the first time Kaufmann and Jochen Rieder performed together. Their interaction on stage was affectionate and companionable, and they supported and supplemented each other well. Very moving to see.

The ovations at the end of the concert did not seem to end. People were hoping for an encore, which did not come. Personally I would have loved to hear more too, but both singers were obviously tired, and the program already was very heavy. Besides, what on earth could you sing as an encore after the final scene of the first act of Walküre?

Kaufmann

© Ron Jacobi

Those who missed the concert might be relieved knowing the NTR recorded it for a broadcast on June the 20th. Do not miss it!

Video of the final ovations:  © Ron Jacobi

Jonas Kaufmann, tenor
Eva-Maria Westbroek, soprano
Residentie Orkest led by Jochen Rieder

Performance reviewed: 4th of June 2017, Concertgebouw Amsterdam

English translation: Remko Jas

Review in Dutch: JONAS KAUFMANN in Amsterdam

JONAS KAUFMANN in Amsterdam

Kaufmann logo

En toen was het zo ver, de langverwachte recital van de stertenor Jonas Kaufmann. Waarom heeft Amsterdam er zo lang op moeten wachten? Te duur, te druk, te …. ? Aan zijn optreden gingen ook speculaties vooraf want de laatste tijd zei hij vaak af. Maar hij kwam, hij zong en hij overwon, wat mede te danken was aan de stersopraan Eva-Maria Westbroek en het enthousiast spelende Residentie Orkest onder leiding van Jochen Rieder.

kaufmann-3

Jonas Kaufmann © Julian Hargreaves

De verwachtingen waren hooggespannen, maar de zaal was gevuld met fans en de sfeer zat er vanaf het begin helemaal in. Toch is Kaufmann zijn recital nogal aarzelend begonnen, hij was duidelijk zenuwachtig.

Hoe mooi ik zijn zingen ook vond (en ik vond het mooi): in zijn eerste aria, ‘Celeste Aida’ kon Kaufmann mij maar matig overtuigen. Het lag een beetje aan zijn volume, want ondanks de zeer vriendelijke en zachte begeleiding van het Residentie Orkest was hij af en toe slecht te horen, zeker op mijn plaats. Zijn pianissimi en mezzavoce waren adembenemend mooi, net zo mooi als zijn diminuendo aan het eind van de aria, maar: stond daar een krijger te zingen? Niet echt.

‘La vita è inferno all’infelice’ uit La Forza del Destino dreigde de mist in te gaan vanwege de onvoorstelbaar langzame tempi. Kaufmann zong de aria hemels mooi, maar door de verschrikkelijke traagheid van het geheel werd de spanning node gemist en de fluctuaties van de stem deden een beetje quasi kustzinnig aan. Was het erg? Nee, niet echt, maar met een beetje meer tempo hadden de musici een absolute volmaaktheid kunnen bereiken.

Ik weet niet of Eva-Maria Westbroek al eerder ‘Tu che le vanità’  uit Don Carlo heeft gezongen, maar gisteren klonk zij alsof zij haar hele leven niets anders deed dan Elisabetta zingen. Zeer, zeer betrokken, alsof haar leven er van afging slingerde ze de aria de zaal in. Wat een actrice!

Zij was het ook die het liefdesduet uit Otello emotioneel domineerde en het was ook dankzij haar dat ‘Gia nella notte densa’ het onbetwiste hoogtepunt werd van het programma voor de pauze. Beide zangers waren hier aan elkaar gewaagd en trakteerden het publiek op een onvervalste lyriek in een liefdesscène die in het Hollywood van weleer niet zou hebben misstaan. Ongewild moest ik aan Laurence Olivier en Vivien Leigh denken en de bedrieglijke stilte voor de storm.

Otello is een rol die Kaufman over een paar dagen aan zijn repertoire gaat toevoegen en men wacht er op als was het een nieuwe aflevering van Star Wars. Zelf heb ik zo mijn twijfels en die kon hij mij gisteren niet ontnemen. Zijn uitstraling is eenmaal meer van de twijfelende en zachte minnaar dan die van een autoritaire krijger. Maar misschien vergis ik mij en trakteert hij ons op een Otello die de creatie van Domingo gaat overtreffen?

Kaufmann Walkure

Over de tweede gedeelte van het concert heb ik niets meer te klagen, er waren helemaal geen minpuntjes. Met Wagner en zijn Walküre zijn beide zangers op hun zeer vertrouwde terrein beland. Siegmund en Sieglinde hebben ze zowat in hun pink zitten en ik kan mij waarlijk geen andere zangers voorstellen die het hen na kunnen doen. Alles was er: angst, verzet en – voornamelijk – liefde, heel erg veel liefde. Men kan spreken van een volmaakte schoonheid.

Ook het orkest klonk na de pauze veel intenser, het voelde alsof Wagner ze beter lag dan Verdi. Voornamelijk de met veel dreef en aplomb gespeelde Rienzi-ouverture klonk zeer spectaculair.

Er was ook ruimte voor een echte rariteit (bravo er voor!), het Preludio dat Verdi gecomponeerd zou hebben als Otello-ouverture. Het werkje werd ooit al door Riccardo Chailly op cd gezet, maar de echtheid ervan werd altijd in twijfel getrokken. Terecht. Het is een echt misbaksel van jewelste, waar je behalve het Jago-motief ook de flarden van ‘Esultate’ kunt ontwaren. Toch kon ik er bijzonder van genieten, zeker omdat de uitvoering zo ontzettend enthousiast was.

Het was niet de eerste keer dat Kaufmann en Jochen Rieder samen optraden en dat was goed te merken. Zo liefdevol en vertrouwelijk zoals ze met elkaar omgingen, elkaar ondersteunden en bijvulden was zeer ontroerend.

Kaufmann

© Ron Jacobi

Aan het slotapplaus leek er geen einde te komen. Men hoopte op een toegift, maar die kwam niet. Ook ik had graag wat meer willen horen, maar beide zangers waren duidelijk moe, het programma was goed gevuld. Bovendien: met welk toegift kun je nog na de derde scène van de eerste Walküre-akte komen?

kaufmann-eva-maria-westbroek-jochen-rieder-at-holland-festival-2017-janiek-dam-11

© photo Janiek Dam

Voor wie er niet bij waren, troost je. NTR heeft er opnamen gemaakt en het concert wordt 20 juni a.s. uitgezonden. Mis het niet!

Video van het slotapplaus:  © Ron Jacobi

Giuseppe Verdi
Richard Wagner

Jonas Kaufmann, tenor
Eva-Maria Westbroek, sopraan
Residentie Orkest olv Jochen Rieder

Bezocht op 4 juni 2017 in het Concertgebouw in Amsterdam

English translation:
JONAS KAUFMANN & EVA-MARIA WESTBROEK. Holland Festival 2017

Meer Kaufmann:
Jonas Kaufmann zingt WAGNER & VERDI

DAS LIED VON DER ERDE door Jonas Kaufmann

JONAS KAUFMANN: verismo

JONAS KAUFMANN zingt PUCCINI

DU BIST DIE WELT FÜR MICH. Jonas Kaufmann zingt operette.

DON CARLO van Peter Stein. Een mijlpaal

SZYMANOWSKI & GÓRECKI. Een ZaterdagMatinee om nooit te vergeten

Stabat Mater van Szymanowski

 

Karol_Szymanowski_Autograf_partytury_Stabat_Mater_z_dedykacją_1926

Source © E. Solińska, Arcydzieło z kleksem, “Stolica” styczeń-luty 2016 s. 60

Nee, ik zou nooit in de schoenen van een casting director willen staan. Samen met de hoofdleiding en de dirigent programmeer je een fantastisch concert, waar je de meest geschikte zangers voor contracteert. Alles staat al jaren gepland en dan, vlak voor het zover is, begint de nachtmerrie.

Om te beginnen is het –speciaal voor Matinee en Holland Festival – bestelde werk (vierde symfonie van Gorecki) vanwege de gezondheidsproblemen van de componist niet op tijd klaar. Niet leuk, maar nog steeds geen ramp: je gooit het programma een beetje om en zet zijn derde symfonie op het affiche.

Dan zegt de dirigent, Jaap van Zweden, af wegens een aanhoudende schouderblessure. En dan, nog geen maand vóór het concert, realiseert de (een paar jaar van tevoren) gecontracteerde sopraan zich dat het stuk toch niet echt voor haar stem geschikt is. Zenuwslopend.

Toch is het Mauricio Fernandez gelukt om alles tot een goed eind te brengen. Sterker: de Matinee van 5 juni 2010 werd er één om nooit te vergeten.

szymanowski_hp

Karol Szymanowski © Antoni Wieczorek

In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw was Szymanowski een persona non grata, althans in het westen. Men verweet hem eclecticisme en wat dies meer zij. Zijn muziek deugde niet, want wij hadden Stockhausen omarmd. Maar de waarheid komt altijd boven drijven en in de jaren negentig keerde het tij: Simon Rattle ontdekte de muziek van Szymanowski en aangezien Rattle hot was, werd Szymanowski het ook.

Zijn Stabat Mater is, voor mij althans, één van de mooiste Stabat Mater’s ooit. De Matinee-uitvoering was formidabel, voornamelijk vanwege Elzbieta Szmytka.

Szymanowoski Szmytka

Elzbieta Szmytka © Maja Jantar

Szmytka’s lichte, zeer wendbare sopraan is nog steeds betoverend mooi en haar hoge noten zijn loepzuiver, allemaal precies in het hart getroffen. Niks geen kunstjes van het kunstmatig tonen optrekken – het was ‘pang –boem’. En haar timbre! Mooier dan mooi.

Marietta Simpson beschikt over een mooie, lage mezzo, die helaas ontsierd werd door een te sterk vibrato. Jammer.

David Wilson-Johnson was, zoals altijd, zeer betrouwbaar. Hij zong zijn partij met volle stem, was goed verstaanbaar, maar ik had graag iets meer passie, iets meer inleving in zijn gehoord.

Het Groot Omroepkoor (dirigent: Gijs Leenaars) was werkelijk formidabel. Wat boffen we toch hier in Nederland!

Promo van de uitvoering:

 

Derde Symfonie van Górecki

Szymanowski Gorecki

Henryk Górecki

De derde symfonie van Górecki behoort tot de meest geliefde werken uit de tweede helft van de XX eeuw. De première in 1977 had niet veel succes en de eerste opname ervan (1988) werd maar onder een kleine groep connaisseurs bekend. Een paar jaar later gebeurde echter een wonder:  de opname  die Nonesuch in 1991 ervan maakte, belandde op de eerste plaats van een …hitparade.  Górecki werd in één klap wereldberoemd en kreeg een exclusief contract met een platenfirma.

De Symfonie van de Klaagliederen, zoals de volledige titel luidt, beantwoordde aan de tijdsgeest van de jaren negentig. Het is naïef in zijn opbouw, de klanken worden herhaald zonder dat ze monotoon worden, de basis ligt in de polyfonie en het is droevig.

Voor de gezongen delen gebruikte Górecki fragmenten van oude gebeden en volksliedjes. En een opschrift, dat een 18-jarig meisje achterliet op de muur van de gevangenis van de Gestapo. Zo ontstond een samensmelting van klaagliederen van moeder en kind, een superieure vondst. Over Stabat Mater gesproken…

Promo van de TV-programma: ‘De derde symfonie van Górecki: prachtstuk of prutswerk?’

Het was een verademing om in dat stuk voor het eerst een volle, romige sopraan te horen, in plaats van het ‘eeuwige kind’. Het maakte ook dat je er wat meer betrokken bij raakte.

Szymanowski Bayrakdarian

Isabel Bayrakdarian © Michael Wilson/Nonesuch

Isabel Bayrakdarian heeft een stem van een ongekende schoonheid.  Haar timbre is adembenemend: donker en met zilverkleurige boventonen. Er was ook helemaal niets op haar Poolse uitspraak aan te merken. Van zo’n zangeres gaat je hart toch echt sneller kloppen, hopelijk mogen wij haar vaker in Nederlands horen.

Szymanowski michal_dworzynski_6034887_1

Michal Dworzynski © Sasha Gusov

Beide stukken werden gedirigeerd door een zeer jonge Pool, Michał Dworzyński. Het orkest onder zijn leiding speelde rustig, ingehouden en met lange adem. Dworzyński’s kijk op Górecki was zeer verfrissend, hij durfde nieuwe accenten op ongebruikelijke plekken te leggen waardoor het, toch grijsgedraaide tophit, opeens klonk als nieuw.

Promo van de uitvoering:

Szymanowski & Górecki
Elzbieta Szmytka, Marietta Simpson, David Wilson-Johnson en Isabel Bayrakdarian
Radio Filharmonisch Orkest en Groot Omroepkoor olv Michał Dworzyński

Bezocht op 5 juni 2010 in Het Concertgebouw – Amsterdam

HANS KOX: Anne Frank Cantate SHOSTAKOVICH: Symphonie nr.5

Kox programma

“We kunnen het verleden niet negeren, anders negeert het verleden ons” .

Deze quote van Hans Kox, voor velerlei uitleg vatbaar, staat als een huis. We kunnen het betrekken op het historisch besef van feiten en gebeurtenissen, iets waar het tegenwoordig vaak aan ontbreekt. Je kan het ook zien als een pleidooi voor de continuïteit in de kunst, in dit geval de kunst van het componeren. Simplistisch gezegd: zonder Bach geen Sjostakovitsj, zonder Badings geen Kox.

Kox

Hans Kox .  Courtesy © Marieke Duijsters

Ik ben altijd een enorme bewonderaar van Hans Kox geweest. Mijn eerste kennismaking met zijn muziek was eind jaren tachtig toen ik zijn L’Allegria heb gehoord, onvoorstelbaar mooi gezongen door Lucia Meeuwsen. Veel van mijn collega’s vonden dat er iets aan mijn “goede smaak” mankeerde. Ik hield immers ook van de andere toen verguisde componisten: Korngold en Szymanowski. Maar tijden veranderen. Gelukkig.

Werd de eerste uitvoering van de Anne Frank Cantate nog door veel recensenten de grond in geboord – het werk zou een “smakeloos samenraapsel” zijn – tegenwoordig durft men op zijn eigen oren te vertrouwen en muziek mag weer beschouwd worden als iets meer dan alleen maar een opsomming van wiskundige formules.

De eerste uitvoering van de Anne Frank Cantate in 1984 :

Kox trekt een lijn tussen de Oudtestamentische profetieën (het boek Esther) en de droge verslagen uit Auschwitz gecombineerd met uitspraken van Hitler zelf. En dat alles koppelt hij aan gedichten van onder anderen Rilke, Celan en Kaléko.

Het is zonder meer waar dat het werk “episodisch” is, maar hoe kun je beter herdenken dan juist zo? Fragmentarisch en episodisch? Schijnbaar zonder een vaste verhaallijn? Die lijn is er natuurlijk wel, maar die moet je zelf ontdekken en dat ontdekken doe je door goed te luisteren. Naar de muziek, maar ook naar de woorden.

In de Anne Frank Cantate komen we Anne Frank niet tegen. Zij is hier noch lijfelijk noch via citaten uit haar beroemde dagboek aanwezig. Dat heeft voornamelijk te maken met de rechten, maar haar naam alleen voldoet als symbool voor en surrogaat van de zes miljoen.

De Cantate bestaat uit drie delen. Via Nox (nacht) die staat voor de (aanzet tot) Jodenvervolging belanden wij in Mors (dood) in de vernietigingskampen en in Lux (licht) moeten we ons er bij neerleggen dat er niets is geleerd en dat er niets gaat veranderen.

“Du suchst mich, und es gibt mich nicht mehr“, zingt de sopraan, waarop het koor alleen maar met de woorden van Augustinus kan antwoorden: “Slecht zijn de tijden, maar wij zijn de tijden”.

Kox Bastiaan

Bastiaan Everink

De uitvoering van 2 mei 2015 kon in mijn ogen niet beter gedaan worden.Alledrie de solisten – Martina Prins, Helena Rasker en Bastiaan Everink – waren meer dan voortreffelijk. Hun woorden waren goed verstaanbaar en hun voordracht zeer indrukwekkend.

Kox-Hermus-Claudia-Heysel-4

Antony Hermus  © Claudia Heysel

Antony Hermus dirigeerde Het Nederlands Philharmonisch alsof zijn leven ervan afhing, zo ontzettend intensief! Bijzonder getroffen werd ik ook door het Nederlands Concertkoor (koordirigent Louis Buskens). Huiveringwekkend en schrijnend mooi.

Bastiaan Everink over de Cantate:

Vrijheid versus onderdrukking: daar gaat ­het ook in de vijfde symfonie van Sjostakovitsj over. Maar voor mij staat de symfonie voornamelijk symbool voor de vrijheid van meningsuiting. Hoe verpak je je boodschap als je mond gesnoerd is en je voor de kleinste verspreking de kogel kunt verwachten, of op zijn minst levenslange opsluiting?

Ironie en spot zijn sterke middelen, mits ze goed begrepen kunnen worden. In geval van deze symfonie heeft het goed gewerkt: de dictator vond het geweldig en de luisteraars konden tevreden naar huis. Maar in hun harten wisten zij dondersgoed welke beelden zij zich bij de sterke noten moesten indenken.

Het Nederlands Filharmonisch heeft al zijn sterkste troeven ingezet om de symfonie alles te geven waar het werk om vraagt. Het brulde, gierde en wiegde en in het groteske laatste deel werd het “Allegro” inderdaad “non troppo”, maar zonder “ma”.

Kox applaus

Foto van het slotapplaus © S.Boersma

Voer om over na te denken, dit concert.

Hieronder de (audio) opname van Anne Frank Cantate:

Hans Kox: Anne Frank Cantate, A Child of Light
Dmitri Sjostakovitsj: Symphonie nr.5, op.47
Martina Prins (sopraan), Helena Rasker (alt), Bastiaan Everink (bariton)
Nederlands Concertkoor olv Louis Buskens
Nederlands Philharmonisch Orkest olv Antony Hermus

Gehoord 2 mei 2015 in het Concertgebouw in Amsterdam

Meer Hans Kox:
HANS KOX: DORIAN GRAY

Meer Anne Frank in de muziek:
ANNE & ZEF
ANNELIES

MAHLER 8 van Mariss Jansons

mahler-8

Daar heb ik altijd moeite mee gehad, met de achtste symfonie van Mahler. Althans: met het eerste deel, dat mij altijd heeft verward en die ik, na eindeloze pogingen nooit heb kunnen bevatten. Ik heb het opgegeven.

Thuis sla ik het dan ook over, want pas in deel twee, de slotscéne uit Goethe’s Faust, komt de echte Mahler te voorschijn. De componist van de alledaagse, schrijnende en spottende – de religieuze mystiek gaat hem blijkbaar niet zo goed af.

De symfonie wordt ook niet zo vaak uitgevoerd, logisch eigenlijk als je bedenkt dat je duizend musici en tientallen eersteklas solisten tot je beschikking moet hebben. In maart 2011 waagde zich ook het Concertgebouworkest er aan en ze hebben het overleefd.

Onder leiding van Mariss Jansons was het geweld milder dan mild, wat ook een soort verademing met zich meebracht. Maar nog mooier dan het orkest vond ik het aandeel van de koren. Subliem.

En de solisten … Die waren wisselend. Naast de werkelijk onnavolgbare Stephanie Blythe en een beetje koele, maar zeer trotse Camilla Nylund was er eigenlijk niemand die echt stand hield.

Tommi Hakala vond ik een maatje te klein en Stefan Kocán, een grootheid inmiddels, was toen nog te jong en zijn maniertjes waren behoorlijk irritant.


Naast de audio-cd krijgt u er ook een echte bonus bij: live registratie uit het Concertgebouw op BluRay. Het beeld is onwaarschijnlijk mooi: echt een aanwinst!

GUSTAV MAHLER
Symphony no.8
Christine Brewer, Camilla Nylund, Stefan Kocán, Maria Espada, Stephanie Blythe, Mihoko Fujimara, Robert Dean Smith, Tommi Hakala; Netherlands Radio Choir, State Choit ‘Latvija’, Bavarian Radio Choir, National Boys Choir, National Children’s Choir; Royal Concertgebouw Orchestra olv Mariss Jansons
RCO Live 13002

Jules van Hessen dirigeert ‘SYMPHONIE DER TAUSEND’ van MAHLER

 

Plooi na plooi… Boulez dirigeert Boulez

pli-bou

Pierre Boulez © Harald Hoffman

 “Het kunstwerk, dat ben je au fond zelf”, aldus de jaar geleden overleden nestor van de hedendaagse muziek, Pierre Boulez. Boulez (Montbrison, 1925 – Baden-Baden 5 januari 2016) behoorde ongetwijfeld niet alleen tot de beste, maar ook tot de bekendste componisten van onze tijd.

Als dirigent heeft hij zijn sporen ruimschoots verdiend. Zijn Ring, die hij in de tweede helft van de jaren zeventig in Bayreuth dirigeerde is inmiddels legendarisch. Ook zijn uitvoeringen van de muziek van Debussy, Mahler en de laatste tijd Janáček zijn alleen maar met de hoogste lof ontvangen.

Pli selon pli (plooi na plooi) is wellicht een van de bekendste en inmiddels als klassiek te bestempelen composities van Boulez. De titel komt uit een gedicht van Stéphane Mallarmé, waarin “de dichter beschrijft hoe in de geleidelijk oplossende nevel de stenen van de stad Brugge zichtbaar worden”, aldus Boulez, maar het gedicht zelf komt er niet in voor.

En, vooruit maar, nog een citaat, nu van Mallarmé zelf: “Een werk heeft noch aanvang noch einde, hooguit wekt het daarvan de indruk”. Zie hier het credo van de componist, die in zijn schepping het idee van een ‘eeuwige cirkel’ wilde vastleggen.

Pli selon pli is niet in één jaar tijd ontstaan – Boulez werkte er tussen 1957 en 1962 aan. Maar het was eigenlijk nooit echt af, want hij heeft er ook in tachtiger jaren aan gesleuteld..

De muziek is – mocht u het niet kennen – zeer verstild, voortkabbelend en spannend tegelijk. Met beide voeten nog in het serialisme verankerd, maar stilletjes ook al op zoek naar emoties. Ik heb het altijd prachtig gevonden, maar luisteren thuis is toch echt anders dan live. Thuis kan je je ogen dichtdoen en als het je een beetje te veel van hetzelfde wordt – wandel je door de kamer of las je een pauze in.

Live is er geen ontkomen aan. Begrijp mij goed: het is nog steeds een prachtig werk, maar een uur en een kwartier van de steeds herhalende reeksen kan een lange zit worden en men kan zich gaan afvragen of het meesterwerk toch niet een beetje gedateerd is geraakt.

Dat het toch nog echt boeiend werd is zonder meer aan de formidabele uitvoering te danken. Hoe de 86-jarige Boulez het presteert om toch bijna anderhalf uur op de bühne te staan en te dirigeren! Alleen maar om naar hem te kijken was adembenemend! Petje af, hoor!

Barbara Hannigan is onbetwist de prima donna van de moderne muziek. Haar muzikaliteit dwingt respect af, haar techniek is onberispelijk en haar mogelijkheden (denk aan de zeer hoge noten) zowat onbegrensd. Zij liet haar stem zachtjes opbloeien: hoog, hoger, hoogst – en dat ook nog eens loepzuiver. Af en toe klonk het zelfs stratosferisch, daar stokt je adem vanzelf.

pli

Barbara Hannigan en Pierre Boulez © Astrid Ackermann

Het echte goede nieuws is (goedemorgen, meneer de ‘cultuur-sloper’, leest u dit?) dat de grote zaal van het Concertgebouw helemaal gevuld was. Vol. Op het podium na waren alle plaatsen bezet en het publiek was gemêleerd: (stok) oud en (zeer) jong. Door elkaar.

Zij vonden het allemaal prachtig. Tijdens de uitvoering was het publiek muisstil en de spanning was om te snijden. Wat ik ook leuk vond was dat de staande ovatie (toch wel een standaard ding bij ons) nu echt welgemeend leek te zijn. Mensen waren echt enthousiast.

Nou, je maakt het wel eens anders mee, zeker tijdens de zwaar gesubsidieerde sponsorconcerten, die bezocht worden door de kuchende bejaarden en dat bedoel ik niet hatelijk. Het publiek is niet dom en het publiek wil ook wel eens op ontdekkingsreis.

Pierre Boulez
Pli selon pli (Portrait de Mallarmé) voor sopraan en orkest
Ensemble interconteporain; Lucerne Festival Academy Ensemble olv Pierre Boulez
Barbara Hannigan (sopraan)

Bezocht op 24 september 2011 in Het Concertgebouw – Amsterdam

Voor meer Barbara Hannigan zie ook:

Barbara Hannigan : “In principe zing ik alles alsof het Mozart is”

BARBARA HANNIGAN betovert in liederen van HENRI DUTILLEUX. Concertgebouw Amsterdam, oktober 2013

‘Lessons in Love and Violence’ zit vol ingehouden spanning

LULU van Krzysztof Warlikowski. Brussel 2012

LET ME TELL YOU ZaterdagMatinee
Satie, Hannigan en de Leeuw