Daniele Gatti dirigeert HAYDN en MAHLER

Mahler ch

© Ron Jacobi

Daniele Gatti is een ware klanktovenaar. Dat het hem menens is, daar kan niemand die het concert van 24 augustus 2017 bijgewoond had aan twijfelen.

De betovering begon meteen al met Haydn, niet een componist die dagelijks op het programma van het Concertgebouworkest staat. Het werd dan ook niet een alledaagse Haydn, want het volkse vermaak dat vaak zijn symfonieën siert was in het geheel afwezig.

Gatti liet het orkest mijn oren zachtjes strelen, zo zacht en zo teder dat ik ongewild aan een porseleinen ballerina moest denken, die op een dun koord balanceerde. Delicaat, kwetsbaar en zo zacht dat ik mij niet meer op mijn gemak voelde en naar wat meer geluid ging verlangen. Dat kwam niet.

Ook niet in het plompe laatste deel die de symfonie de bijnaam “De Beer heeft bezorgd. Had Gatti maar aan de tempoaanduiding (er staat toch echt ‘Vivace Assai’ bij) toegegeven! Helaas. Mijn aandacht verslapte en mijn gedachten gingen ergens anders heen. Jammer.

Ook in zijn interpretatie van de vierde symfonie van Mahler liet Gatti zich voornamelijk als de schepper van mooie tonen kennen. Soms leek hij op een illusionist die voorzichtig met doorzichtige zeepbelletjes jongleerde.

De dirigent heeft ooit verklaard sterk in een verrassingselement te geloven. Voor hem werkt een interpretatie beduidend sterker als het onverwacht is en soms zelfs tegen het verwachtingspatroon van de luisteraar werkt. Hij meende het.

Het begon met een vreemde opstelling van het orkest, wat inderdaad tot een verrassende klankresultaat heeft geleid. Telkens moest ik mij in mijn arm knijpen, want wat ik hoorde riep andere herinneringen en andere emoties op dan ik in mijn hoofd (en wellicht tussen mijn oren) had opgeslagen.

Het eindeloos lang uitgerekte derde deel was dermate traag en zacht dat ik het gevoel kreeg dat het orkest stopte met spelen waardoor ik alleen de ademhaling van mijn naaste buren kon waarnemen. Het maakte mij confuus en ik voelde mij unheimisch..

 

Mahler Reiss

Chen Reiss

Dat gevoel bleef ik houden, daar kon zelfs de werkelijk hemels zingende Chen Reiss niets aan veranderen. Jammer genoeg had men haar achter het orkest opgesteld, wat het ‘wondermooie klanktapijt-gevoel’ behoorlijk versterkte maar waardoor de betekenis van wat zij zong ergens halverwege de blazers werd kwijtgeraakt.

In mijn beleving dirigeerde Gatti louter ‘op klank’ wat in een hallucinerende, poëtische visie op de symfonie resulteerde, maar waar een echte emotie ontbrak. Het was een buitengewoon fraaie, maar ook een buitengewoon steriele Mahler 4. Wat ik miste was het aardse onderbuikgevoel, het spelen ‘vanuit het kruis’.

Soms kan iets té mooi zijn om er nog van te kunnen genieten.

 

Het slotapplaus © Ron Jacobi

 

Het concert is terug te beluisteren op de site van Radio 4

http://www.radio4.nl/gids/2017-08-24/559182/zomeravondconcert

Joseph Haydn: Symfonienr.82 in C, ‘L‘ours‘
Gustav Mahler: Vierde symfonie in G
Koninklijk Concertgebouworkest olv Daniele Gatti
Chen Reiss (sopraan)

Gehoord op 24 augustus 2017 in het Concertgebouw in Amsterdam

 

9 comments

  1. Oei, Basia. maar dat is toch een hele ander versie dan de lovende radioreporter die na afloop van het concert deze avond uitzending hoorde toelichten. Hij die letterlijk alles de hemel in prees. De zang klonk misschien wat onaards toch beleefde ik het wel van hemelse schoonheid en de rest voor de pauze daar had ik de puf niet voor. Zo zie je maar dat ‘Hemels’ toch een onvergelijkbare definitie is!

    Liked by 2 people

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s