Plácido_Domino

What’s the difference between a terrorist and a diva? ‘Caballé, beyond music’

Caballe docu

“We all owe a great deal to music (…) It is a form of expression that originates not so much from thinking as from feeling”. These words come from one of the greatest singers of the twentieth century, Montserrat Caballé.

In his film Caballé Beyond Music, Antonio Farré portrays the diva*, her life and her career, talking to her, her family and her colleagues. The documentary also contains a lot of wonderful (archival) footage, starting with Caballé’s debut in Il Pirata in 1966 in Paris.

The film is interspersed with fun anecdotes such as how she smashed a door because she was not allowed to take time off (Caballé wanted to attend a performance of Norma with Maria Callas). How she had stopped a dress rehearsal in La Scala because she noticed that the orchestra was not tuned well. About her debut at the Metropolitan Opera in New York, the discovery of José Carreras (how beautiful he was!), her friendship with Freddy Mercury ….

About her Tosca in the ROH in London in the production that was made for Callas. She wasn’t happy with that, it didn’t feel good, but no one wanted to change it. Caballé called Callas, it was exactly eight days before her death, and complained about her fate. “But of course it doesn’t feel right”, said Callas. “I am tall and you are not, I am slim and you are not, I have long arms and you have not. Tell them to call me, I will convince them that you are not me”.

And so the production was adapted for Caballé. “Copies are never good,” Caballé says, and I agree with her. This is a fascinating portrait of a fascinating singer. Very, very worthwhile.

* London taxi driver: “What is the difference between a terrorist and a diva? You can negotiate with a terrorist”.

Caballé beyond music
With José Carreras, Plácido Domingo, Joan Sutherland, Cheryl Studer, Giuseppe di Stefano, Freddie Mercury, Claudio Abbado and others.
Directed by Antonio A. Farré
EuroArts 2053198

Translated with http://www.DeepL.com/Translator (free version)

De Arena op zijn kop

Tekst Sander Boonstra

Domingo 50

© Sander Boonstra

In 1969 zette de mens zijn eerste schreden op de maan. Datzelfde jaar (toevallig ook dezelfde dag) zette een jonge Plácido Domingo zijn eerste stappen op het immense toneel van de Arena van Verona, naast Birgit Nilsson als ‘zijn’ Turandot. Afgelopen zondag vierden we, dat deze operalegende al vijftig jaar lang de arena bespeelt, als zanger of als dirigent.

Trailer

Speciaal voor deze avond creëerde regisseur Stefano Trespidi samen met set designer Ezio Antonelli een multifunctioneel decor voor scènes uit NabuccoMacbeth en Simone Boccanegra. Effectief: weinig omballingen, alleen de nodige aanpassingen, die vooral tijdens de pauzes werden gedaan. Waar Nabucco in een ‘Bijbelse’ setting werd gespeeld, was Macbeth modern aangekleed; Simone Boccanegra ademde de sfeer uit van de dogetijd zelf, met slechts drie rode gordijnen in het overwegend bruine en grijze decor.

De avond begint wat moeizaam: dirigent Jordi Banàcer heeft het orkest van de Arena nog niet helemaal in de vingers bij de ouverture tot Nabucco. Het klinkt niet zoals ik het graag had willen horen. Bij het ‘Va, pensiero’ lopen koor, orkest en dirigent ook nog niet helemaal gelijk, en het lijkt erop, dat dat gaandeweg de vierde akte van deze opera pas oplost. Bij Macbeth en Boccanegra is van dit alles niets meer te merken.

Arturo Chacón-Cruz presteert van alle tegenspelers van Domingo boven verwachting: een gegriefde Macduff en een Adorno vol emotie. Een stem die nergens geforceerd wordt, al wil deze nog wel eens wegvallen bij ensemblewerk in combinatie met vol orkest en koor. Anna Pirozzi moet opwarmen gedurende de avond: als Amelia is zij wat mij betreft het overtuigendst. De kleinere rollen zijn verder prima bezet, zeker Géraldine Chauvet als een fantastische Fenena!

En dan de man waar het deze avond allemaal om draait: Plácido Domingo. Vol energie en met zichtbaar enthousiasme om een uitverkochte arena te laten genieten. En dat lukt hem. Na zijn opkomst als Nabucco moet Benàcer een moment staken om een ovatie de vrije loop te laten; ‘Dio di Giuda’ wordt ademloos ontvangen en meer dan ruimschoots beloond; na Macbeth’s aria (‘Perfidi! all anglo’) gaat het toch al niet aanwezige dak er af. Domingo is goed bij stem, zingt de sterren áán de hemel en acteert met een natuurlijke flair en overtuiging, waar menig acteur jaloers op kan worden. Het slotapplaus – nadat Arena-crew, koorleden, creatives, solisten en dirigent reeds hun aandeel in ontvangst hebben genomen – is niet van de lucht, wanneer de zichtbaar geëmotioneerde jubilaris zijn opwachting maakt. Minutenlang staat de Arena op zijn kop. En terecht!

Domingo Sander

Sander Boonstra met Plácido Domingo © Sander Boonstra

Bravo’s en gejuich overstemmen mijn traan van bewondering en adoratie. En even denk ik aan de avond ervoor, toen ik mijn grote held bij Ristorante Maffei aan het Piazza Erbe in levenden lijve mocht ontmoeten…

PLÁCIDO DOMINGO in Ziggo Dome, Amsterdam 2013

Domingo affiche

Veni vidi vici. Plácido Domingo had het na donderdagavond 13 juni 2013 kunnen zeggen. De uitverkochte Ziggo Dome (ja, u leest het goed, de enorme zaal was vol!) ging los als was het een popconcert. Terecht. Al is de maestro de jongste niet meer, zijn stem wil niets van ouder worden weten.

Domingo arena

© Vera Klijn

De avond telde allerlei verrassingen, wat de pret eigenlijk alleen maar vergrootte:

1. Ondanks de wanhopige berichten in de kranten was de zaal vrijwel helemaal vol.

2. Er was geen programmaboekje. De namen van de twee gastsopranen werden geprojecteerd op het scherm, voor de rest mocht je lekker gissen wat ze aan het zingen waren.

3. Het Orkest der Lage Landen, een orkest waar ik nog nooit eerder van had gehoord, deed mij verbaasd staan. Onder leiding van Walter Proost speelden ze de sterren naar beneden.

 

Domingo m

© Vera Klijn

Al bij het allereerste nummer, de ouverture van Der fliegende Holländer, zat ik op het puntje van mijn stoel. De Nabucco-ouverture was meer dan meeslepend en in het lichtere genre (Leichte Kavallerie van Franz von Suppé) werd ook het publiek erbij betrokken. Proost draaide zich om en dirigeerde de zaal, die met het orkest mee klapte. In het ritme.Ik was hoogst verbaasd hoeveel mensen zich er echt op gekleed hadden! Natuurlijk, de obligate spijkerbroeken waren meer dan vertegenwoordigd, maar ik merkte ook dames in avondkledij op. Of je het wilt of niet: het is altijd sfeerverhogend.

4. Het repertoire. Niemand maakte zich er met een jantje-van-leiden vanaf. Van Wagner gingen we naar Verdi en via de operette en de zarzuela belandden we bij musicals. En dat alles op topniveau. Doe ze het na!

5. Het was een avondje uit in een tempel van de lichte muze, dus kregen we er ook iets van een show bij. Lichten, lichstralen, noem maar op.

 

Domingo zaal

Is Domingo ’s werelds beste tenor? Voor mij wel, zeker als ik het over de laatste dertig jaar van de vorige en de eerste tien van deze eeuw heb. Nu zijn hoge noten het laten afweten heeft hij zich op baritonrollen gericht en dat doet hij met de hem gebruikelijke overgave en muzikaliteit.

 

Domingo EPA

© EPA

Nee, hij is geen bariton, zijn timbre is nog steeds dat van een tenor, maar hij weet hierin meer te overtuigen. Misschien moeten we gewoon constateren dat hij de muzikaalste van alle tenoren is? Een fenomeen dat maar eens in de honderd jaar wordt geboren?

Zijn Siegmund staat nog steeds als een huis en de Verdi-duetten (La Traviata en Il Trovatore, geen makkelijke kost voor een bariton) bewezen niet alleen zijn muzikaliteit, maar ook de humane kant van de mens en artiest Domingo. Iedere keer als zijn partner ‘aan het woord’ was, nam hij een stapje terug en liet haar in de schijnwerpers schitteren.

Domingo

© Vera Klijn

Na de pauze werd het tijd voor de licht(ere) muze. ‘Dein is mein ganzes herz’ werd al bij de eerste maten op gejuich van het publiek getrakteerd en toen was de pret niet meer te stuiten.

‘So muss allein ich bleiben’ uit Die Fledermaus was zowat de koddigste dat ik ooit heb gehoord en daar gingen ook nog eens de beentjes omhoog. Ook die van de toeschouwers.

Na het wonderschoon mooi door Angel Blue gezongen ‘De España vengo’ (El niño Judío van Pablo Luna) en een duet uit Luisa Fernanda kwamen we via de heerlijke ‘Tarantula’ uit La Tempranica bij ‘Amor, vida de mi vida’ (Maravilla van Moreno) terecht. Toen moest ik even een traan wegpinken, maar dat duurde niet lang, want daarna kwamen de encores.

Plácido Domingo zingt ‘Besame mucho’:

 

 

‘I could have danced all night’, ‘Besame mucho’ (hmm… daar zou ik niets op tegen hebben), ‘Yes I can, no you can’t’ uit Annie get your gun en als afsluiting het door alle drie de solisten gezongen ‘If I loved you’ uit Carrousel – ik vond het heerlijk.

Placido Domingo zingt “If I loved you” met Angel Joy Blue en Micaëla Oeste, Amsterdam June 2013

De twee jonge sopranen die Domingo begeleidden, Angel Blue en Micaëla Oeste, waren een lust voor het oog. Mijn voorkeur ging uit naar de zeer charismatische Blue. Zij wist me niet alleen in het lichtere genre maar ook in ‘Dich, teure Halle’ uit Tannhaüser te overtuigen. Van haar horen we meer!

Angel Blue zingt ‘I could have danced all night’:

 

Who is afraid of Ziggo Dome? Ik in ieder geval niet meer. De zaal is inderdaad immens, maar op de een of andere manier doet hij intiem aan en de akoestiek is er werkelijk heel goed. Natuurlijk zongen ze met een microfoon – dat kan ook niet anders – maar merkwaardig genoeg had je er amper last van. Het geluid kwam heel natuurlijk over.

Domingo b

© Vera Klijn

Meer Angel Blue:  Angel Blue