Holland_Festival

The Scarlett Letter zonder de kleren van de keizer

Tekst: Neil van der Linden

Ik moet bekennen dat ik nog niets van Angélica Liddell had gezien, maar ze is één van de belangrijkste theaterpersoonlijkheden van het moment. Na jarenlang ploeteren in Spanje, kwam haar internationale doorbraak in het befaamde theaterfestival van Avignon. Ze is nu ook al verschillende keren in Nederland geweest, ook in het Holland Festival.

thw Scarlett angelica_liddell_efespfour348440.jpg_1306973099

Angélica Liddell © EFE

Volgens Angélica Liddell is het de taak van de kunstenaar om een paria te zijn. Ze wil haar publiek deelgenoot maken van de ondeugden van de mensheid en de onverwachte schoonheid die ze daarin vindt. In The Scarlet Letter richt ze zich op de huidige seksuele moraal.

Goed, theorie, die je ook in een pamflet kan neerschrijven. En de voorstelling is pamflettistisch. De voorstelling is gebaseerd op de roman van de 19e-eeuwse Amerikaanse auteur Nathaniel Hawthorne – een werk over zonde, straf en verzoening, en de verstikkende sociale omgeving in het nieuwe land, Amerika. In Hawthornes roman wordt de protagonist Hester zwanger terwijl haar echtgenoot langdurig in het buitenland verblijft. De dorpsdominee leidt een gericht tegen Hester, en het oordeel is dat ze een geborduurde A op haar kleren moet dragen, de A van Adultery, overspel. Hester weigert te zeggen wie de vader van het kind is. Uiteindelijk blijkt het de dominee te zijn, als hij van wroeging sterft en er een letter A op zijn borst verschijnt. De hoogste morele gezagdrager blijkt verantwoordelijk voor wat de gemeenschap wreed heeft afgestraft.

the-scarlet-letter-bruno-simao-5

© Bruno Simao

Er zijn twee sprekende rollen, Angélica Liddell, zelf in een zwarte ongemakkelijke hoepelrok in 19e eeuwse stijl, en een priester en biechtvader in een scharlaken- (scarlet) rood pij. Dat is de dominee uit Nathaniel Hawthorne’s roman, maar er is nu een katholieke geestelijke van gemaakt, conform het katholieke land waar Liddell vandaan komt.

Naast Foucault en Barthes, twintigste eeuwse-filosofen die hebben geschreven over de seksuele moraal van de twintigste eeuw, noemt de maker theaterpionier Antonin Artaud’s Theater van de Wreedheid als inspiratiebron. In 1932 richtte Artaud ‘het theater van de wreedheid’ op. Artaud liet door middel van fysieke trainingen zijn acteurs tot op de grens van de uitputting gaan en liet de acteurs met elkaar vechten, vreemde geluiden maken. Dat zien we allemaal in deze voorstelling. Hij gebruikt de pest als metafoor; theater moet dezelfde ontregelend effect hebben als wanneer het leven in een stad wordt aangetast door de pest. Artaud zei dat het afstotelijke tegenstellingen van het leven aan het licht brengt

In een eerdere voorstelling plaatste Liddell Artaud’s pest tegenover Lewis Carroll’ onschuldige Alice, inclusief het aspect van de genegenheid van Carrol voor een jong meisje, wat in de toenmalige context zeker als onschuldig moet worden gezien. Maar eigenlijk moet ik steeds aan Pina Bausch denken, die deze vorm van persoonlijk bekentenissentheater uitvond sinds ze haar dansers liet praten in voorstellingen als Café Müller en Kontakthof. En dan moet ik zeggen dat ik die stukken evenwichtiger vond, theatraler ook. Natuurlijk, het onderwerp dat Liddell aanroert is confronterend, maar waren de bekentenissen van de dansers van Bausch dat verhoudingsgewijs niet evenzeer?

Het uitputtingstheater doet me ook aan Jan Fabre denken, en hoewel we onderhand onze bekomst hebben van Fabres sadisme tegenover dansers (en ik indertijd vond dat zijn behandeling van dieren op het toneel, kikkers en vissen, absoluut abject was en verboden had moeten worden) is zijn esthetiek ook evenwichtiger.

Verschil, en dat neemt mij dan wel weer absoluut in voor Liddell, is dat zij zo liefdevol omgaat met de acteurs omgaat. Allemaal mannen die het grootste deel van de avond naakt op het podium staan. Mooi gespierde mannen, macho, maar Liddell behandelt ze teder, zij het dat zij het voor het zeggen. Dat culmineert in een scene waarin zij één van de mannen opdraagt een vinger in haar geslachtsdeel te steken en een volgende scene waarin zij de geslachtsdelen van een rij wachtende mannen één voor één bijna in haar mond steekt en van de laatste echt. Alles duurt heel kort, waardoor het confronterend effect waarvoor vóór de voorstelling wordt gewaarschuwd eigenlijk reuze meevalt, temeer omdat het heel teder gebeurt en iedereen een zekere hulpeloosheid uitstraalt.

the-scarlet-letter-bruno-simao-4

© Bruno Simao

Alleen in de eerste tien minuten dragen de mannen kleding, als ze pijen met puntmutsen dragen zoals die van de Spaanse Inquisitie, uit het land waar Liddell vandaan komt, en die werden gekopieerd door de Klu Klux Klan, wat ons naar Amerika brengt. De pijen en puntmutsen doen denken aan de beklemmende schilderijen van Francisco de Zurbarán uit de Spaanse barok, die religieuze congregaties uit de tijd van de Inquisitie afbeeldde. Het eerste teken van naakt, van de fysieke mens die onder de mannelijke kleding zit, is als de geestelijken hun pijen oplichten.

Er zijn twee andere verwijzingen naar de schilderkunst, één tijdens de openingsscenes, als een vergrote Madonna met Kind van Raphael naar beneden komt zakken, even later gevolgd door een afbeelding van hetzelfde schilderij maar dan een waarin het Kindeke Jezus bedekt is met pestbuilen, wat tevens een verwijzing naar Artaud zou kunnen zijn, die de pest als metafoor gebruikte. Tijdens deze scenes klinkt Orientaals-microtonale polyfone Middeleeuwse religieuze muziek, als ik het goed heb iets uit de reconstructie van de oudst bekende muziek van de kerk van Rome of van Milaan zoals opgenomen voor CD door het pionierende ensemble Organum onder Marcel Peres. Hoewel de muziek uit een heel andere tijd stamt dan Raphael of Zurbarán, onderstreept de sonoriteit de beklemmende sfeer

In de openingsscenes spelen nog andere verhaallijnen mee. Een jong meisje dat in haar eentje opkomt, vermoedelijk een verwijzing naar kinderlijke onschuld, maar ze is net wel zo oud dat er al een zekere ontluikende erotiek in het spel is. En een naakte iets net jong-volwassen jongen en meisje bij een door struiken omgeven graf; Adam en Eva die uit het paradijs zijn verdreven, een thema dat Liddell in haar vorige grote Holland Festival voorstelling liet zien door middel van een verwijzing naar de beroemde Adam en Eva van Lucas Cranach.

the-scarlet-letter-bruno-simao-6

© Bruno Simao

Dan ontvouwen zich de lange scenes met de acht naakte mannen, die allemaal zo eind twintig zijn, dus echt volwassen, en voor bij het stadium van de onschuld. Maar Liddell bezingt juist deze mannen, en in haar tekst beklaagt zij zich erover dat vrouwen na hun twintigste steeds sneller hun schoonheid en aantrekkelijkheid voor mannen verliezen, terwijl mannen tot in het einde van hun dagen mooi en aantrekkelijk blijven; aldus de tekst die Liddell voordraagt. En er verschijnt geen A op hun borst, ze blijven onschuldig.

Er speelt nog een verhaallijn mee, die van een atletisch Afrikaans personage; de tekst vertelt dat de oudere vrouw niets anders rest dan haar heil te zoeken bij de man van een ander ras en een andere cultuur. De zwarte acteur heeft het grootste deel van de tijd kleding aan, maar gaat aan het eind ook naakt. Liddell deinst er niet voor terug om alle mannen zich zodanig te laten bewegen dat we hen van alle kanten bezien. Shockeren doet het niet, en ik denk trouwens dat dat helemaal niet de bedoeling is, want alles wordt zo liefdevol gedaan. Het bezingen van de zwarte man als lustobject zou als racisme kunnen worden opgevat, maar de tekst is ook op te vatten als kritiek op de identificatie van ‘andere rassen’ als lustobject. Ik moest ook denken aan het toneelstuk van Jean Genet, Les Nègres, uit 1958, waarin de auteur met raciale stereotyperingen speelt om ze aan de kaak te stellen.

Er kwam nog een kopie van een schilderij naar beneden, een toneelopening-grote Amor Vincit Omnia van Caravaggio, het beroemde naakte onschuldige en tegelijk ondeugende Cupidootje van de schilder die een scabreus wild leven leidde. Foucault, Barthes, Caravaggio, en op zeker moment komt ook Pasolini opdagen: Angélica Liddell heeft veel homoseksuele helden.

De letter A speelt een grote rol in de monologen die Liddell houdt. Zoals gezegd komt die uit Hawthornes roman: A is de eerste letter van adultery, overspel, de letter die Hester op haar kleding borduurt. Maar Liddell verwijst ook naar andere begrippen die haar hebben geleid, de A van angel, engel, de A van haar eigen voornaam, en de A van artist.

Er wordt ook de naam Arthur genoemd. Is dat koning Arthur? Ik heb de muziek van Purcell niet allemaal paraat maar een deel van de gebruikte barokmuziek, naast die van Monteverdi en Lully, kan afkomstig zijn uit Purcell’s King Arthur. Maar op zeker moment denk je ook: ja, en wat dan nog? Al die over elkaar heen buitelende citaten gaan op leentjebuur spelen lijken. Maar tegelijk draagt die stortvloed van referenties ook bij aan het effect van de paranoia die de voorstelling wil uitdrukken.

Buiten mogelijk King Arthur en de vroeg-Europese kerkelijke polyfonie horen we Lully’s Marche pour la Cérémonie des Turcs, een populaire Italiaanse schlager, I Put a Spell on You door Screamin Jay Hawkins en opbouwend naar het eind toe een oude, in interpretatie vergeleken bij de huidige oude muziek-praktijk sterk gedateerde opname van een deel uit het ‘Magnificat’ van de Maria Vespers van Monteverdi.

Allemaal mooi, maar Die Pina deed dit allemaal ook al heel mooi, en al met al moest ik af en toen ook denken aan een uitspraak van dertig jaar geleden van regisseur en toneelvernieuwer Karst Woudstra: in de toekomst bestaat theater uit een regisseur die met zijn of haar favoriete muziek op het podium gaat zitten en over zichzelf vertelt. Maar deze voorstelling slaagt erin om dat toch mooi te doen.

trailer van de productie:

Atra Bilis Teatro/Angélica Liddell, The Scarlet Letter, naar de 19e eeuwse zedenroman van Nathaniel Hawthorne.

Holland Festival 8 juni Internationaal Theater Amsterdam.

 

Advertenties

Holland Festival 2017: Jonas Kaufmann & EVa-Maria Westbroek in Amsterdam

kaufmann-eva-maria-westbroek-jochen-rieder-at-holland-festival-2017-janiek-dam-11

© Janiek Dam

Finally the day of the much-anticipated recital by star tenor Jonas Kaufmann was there.

Why did Amsterdam have to wait for him so long? Too expensive, too busy, too ….? A lot of speculating went on before the concert, caused by his recent cancellations. But Kaufmann came, saw, and conquered. Star soprano Eva-Maria Westbroek and the energetic Residentie Orkest led by Jochen Rieder contributed to the huge success of the afternoon as well.

jonas-kaufmann-eva-maria-westbroek-jochen-rieder-at-holland-festival-2017-janiek-dam-7

© Janiek Dam

Expectations were high, and the hall was filled with fans, buzzing with excitement from the start. In spite of this, Kaufmann made a cautious start,  visibly suffering from nerves.

As much as I loved his singing (very much, in fact), in his first aria ‘Celeste Aida’ Kaufmann had problems winning me over. Part of the problem had to do with his volume. Even with the sympathetic and delicate back-up by the Residentie Orkest he was difficult to hear at times from my seat. His pianissimi and mezza voce phrases were breathtaking, as beautiful as his diminuendo at the end of the aria, but did he make a convincing warrior? Not to me.

‘La vita è inferno all’infelice’ from La Forza del Destino almost went off the rails because of the lethargic tempi. Kaufmann sang heavenly, but taken as slow as this there was hardly any tension, and the fluctuations of the voice made a quasi-artistic impression. Did this matter? No, not really, but with better tempi perfection could have been achieved.

Jonas-

© Janiek Dam

I do not know if Eva-Maria Westbroek ever sang ‘Tu che le vanità’ from Don Carlo before, but on Sunday it sounded like she had sung little else but Elisabetta her entire life. Completely immersed in the scene, she sang as if her life depended on it, flinging the aria into the hall. What an actress!

Westbroek’s emotions dominated the love duet from Otello. Thanks to her ‘Gia nella notte densa’ became the undeniable highpoint of the first half of the concert. Both singers were at their most lyrical and genuine here, treating the audience to a classic love scene that would not be out of a place in an old Hollywood classic. Involuntarily, I had to think of Laurence Olivier and Vivien Leigh and those moments of deceiving stillness before the storm.

Kaufmann will add Otello to his repertoire in a few days, and people await it like a new Star Wars movie. Personally I still have doubts which Kaufmann could not erase on Sunday. He is much more the insecure and soft lover than the ruthless warrior. But perhaps I am wrong and he will give us an Otello that will even surpass Domingo’s portrayal?

Kaufmann Walkure

I have no complaints whatsoever about the second half of the concert, not even a quibble. Wagner and his Walküre are familiar grounds for both singers who thoroughly understand Siegmund and Sieglinde. I honestly cannot think of another pair of singers who could do what they did.  Everything was there: fear, resistance, and predominantly love, a lot of love. Perfect beauty is the only way to describe it.

The orchestra also sounded much more intense after intermission. Wagner sounded much closer to them than Verdi, I felt. In particular the Rienzi-overture, performed with great panache and drive was spectacular.

There was room for a real rarity on the program as well (bravo for that!), the Preludio that Verdi supposedly composed as an overture for Otello. This piece was recorded for CD by Riccardo Chailly, but the authenticity of it has been questioned. Rightly so. It is truly a miserable thing. Besides the Jago-motive you recognize parts of the ‘Esultate’ in it too. I did enjoy hearing it nevertheless, mainly for the great enthusiasm the orchestra played it with.

This was obviously not the first time Kaufmann and Jochen Rieder performed together. Their interaction on stage was affectionate and companionable, and they supported and supplemented each other well. Very moving to see.

The ovations at the end of the concert did not seem to end. People were hoping for an encore, which did not come. Personally I would have loved to hear more too, but both singers were obviously tired, and the program already was very heavy. Besides, what on earth could you sing as an encore after the final scene of the first act of Walküre?

Kaufmann

© Ron Jacobi

Those who missed the concert might be relieved knowing the NTR recorded it for a broadcast on June the 20th. Do not miss it!

Video of the final ovations:  © Ron Jacobi

Jonas Kaufmann, tenor
Eva-Maria Westbroek, soprano
Residentie Orkest led by Jochen Rieder

Performance reviewed: 4th of June 2017, Concertgebouw Amsterdam

English translation: Remko Jas

Review in Dutch: JONAS KAUFMANN in Amsterdam

JONAS KAUFMANN in Amsterdam

Kaufmann logo

En toen was het zo ver, de langverwachte recital van de stertenor Jonas Kaufmann. Waarom heeft Amsterdam er zo lang op moeten wachten? Te duur, te druk, te …. ? Aan zijn optreden gingen ook speculaties vooraf want de laatste tijd zei hij vaak af. Maar hij kwam, hij zong en hij overwon, wat mede te danken was aan de stersopraan Eva-Maria Westbroek en het enthousiast spelende Residentie Orkest onder leiding van Jochen Rieder.

kaufmann-3

Jonas Kaufmann © Julian Hargreaves

De verwachtingen waren hooggespannen, maar de zaal was gevuld met fans en de sfeer zat er vanaf het begin helemaal in. Toch is Kaufmann zijn recital nogal aarzelend begonnen, hij was duidelijk zenuwachtig.

Hoe mooi ik zijn zingen ook vond (en ik vond het mooi): in zijn eerste aria, ‘Celeste Aida’ kon Kaufmann mij maar matig overtuigen. Het lag een beetje aan zijn volume, want ondanks de zeer vriendelijke en zachte begeleiding van het Residentie Orkest was hij af en toe slecht te horen, zeker op mijn plaats. Zijn pianissimi en mezzavoce waren adembenemend mooi, net zo mooi als zijn diminuendo aan het eind van de aria, maar: stond daar een krijger te zingen? Niet echt.

‘La vita è inferno all’infelice’ uit La Forza del Destino dreigde de mist in te gaan vanwege de onvoorstelbaar langzame tempi. Kaufmann zong de aria hemels mooi, maar door de verschrikkelijke traagheid van het geheel werd de spanning node gemist en de fluctuaties van de stem deden een beetje quasi kustzinnig aan. Was het erg? Nee, niet echt, maar met een beetje meer tempo hadden de musici een absolute volmaaktheid kunnen bereiken.

Ik weet niet of Eva-Maria Westbroek al eerder ‘Tu che le vanità’  uit Don Carlo heeft gezongen, maar gisteren klonk zij alsof zij haar hele leven niets anders deed dan Elisabetta zingen. Zeer, zeer betrokken, alsof haar leven er van afging slingerde ze de aria de zaal in. Wat een actrice!

Zij was het ook die het liefdesduet uit Otello emotioneel domineerde en het was ook dankzij haar dat ‘Gia nella notte densa’ het onbetwiste hoogtepunt werd van het programma voor de pauze. Beide zangers waren hier aan elkaar gewaagd en trakteerden het publiek op een onvervalste lyriek in een liefdesscène die in het Hollywood van weleer niet zou hebben misstaan. Ongewild moest ik aan Laurence Olivier en Vivien Leigh denken en de bedrieglijke stilte voor de storm.

Otello is een rol die Kaufman over een paar dagen aan zijn repertoire gaat toevoegen en men wacht er op als was het een nieuwe aflevering van Star Wars. Zelf heb ik zo mijn twijfels en die kon hij mij gisteren niet ontnemen. Zijn uitstraling is eenmaal meer van de twijfelende en zachte minnaar dan die van een autoritaire krijger. Maar misschien vergis ik mij en trakteert hij ons op een Otello die de creatie van Domingo gaat overtreffen?

Kaufmann Walkure

Over de tweede gedeelte van het concert heb ik niets meer te klagen, er waren helemaal geen minpuntjes. Met Wagner en zijn Walküre zijn beide zangers op hun zeer vertrouwde terrein beland. Siegmund en Sieglinde hebben ze zowat in hun pink zitten en ik kan mij waarlijk geen andere zangers voorstellen die het hen na kunnen doen. Alles was er: angst, verzet en – voornamelijk – liefde, heel erg veel liefde. Men kan spreken van een volmaakte schoonheid.

Ook het orkest klonk na de pauze veel intenser, het voelde alsof Wagner ze beter lag dan Verdi. Voornamelijk de met veel dreef en aplomb gespeelde Rienzi-ouverture klonk zeer spectaculair.

Er was ook ruimte voor een echte rariteit (bravo er voor!), het Preludio dat Verdi gecomponeerd zou hebben als Otello-ouverture. Het werkje werd ooit al door Riccardo Chailly op cd gezet, maar de echtheid ervan werd altijd in twijfel getrokken. Terecht. Het is een echt misbaksel van jewelste, waar je behalve het Jago-motief ook de flarden van ‘Esultate’ kunt ontwaren. Toch kon ik er bijzonder van genieten, zeker omdat de uitvoering zo ontzettend enthousiast was.

Het was niet de eerste keer dat Kaufmann en Jochen Rieder samen optraden en dat was goed te merken. Zo liefdevol en vertrouwelijk zoals ze met elkaar omgingen, elkaar ondersteunden en bijvulden was zeer ontroerend.

Kaufmann

© Ron Jacobi

Aan het slotapplaus leek er geen einde te komen. Men hoopte op een toegift, maar die kwam niet. Ook ik had graag wat meer willen horen, maar beide zangers waren duidelijk moe, het programma was goed gevuld. Bovendien: met welk toegift kun je nog na de derde scène van de eerste Walküre-akte komen?

kaufmann-eva-maria-westbroek-jochen-rieder-at-holland-festival-2017-janiek-dam-11

© photo Janiek Dam

Voor wie er niet bij waren, troost je. NTR heeft er opnamen gemaakt en het concert wordt 20 juni a.s. uitgezonden. Mis het niet!

Video van het slotapplaus:  © Ron Jacobi

Giuseppe Verdi
Richard Wagner

Jonas Kaufmann, tenor
Eva-Maria Westbroek, sopraan
Residentie Orkest olv Jochen Rieder

Bezocht op 4 juni 2017 in het Concertgebouw in Amsterdam

English translation:
JONAS KAUFMANN & EVA-MARIA WESTBROEK. Holland Festival 2017

Meer Kaufmann:
Jonas Kaufmann zingt WAGNER & VERDI

DAS LIED VON DER ERDE door Jonas Kaufmann

JONAS KAUFMANN: verismo

JONAS KAUFMANN zingt PUCCINI

DU BIST DIE WELT FÜR MICH. Jonas Kaufmann zingt operette.

DON CARLO van Peter Stein. Een mijlpaal