live voorstellingen

Rigoletto in gekkenhuis: Damiano Michieletto weet het beter dan Verdi

Luca Salsi (Rigoletto), Gilda pop en poppenspelers

Luca Salsi (Rigoletto), Gilda pop en poppenspelers

Met de nieuwe productie van Rigoletto in de regie van  Damiano Michieletto belandden we  in een gesloten afdeling van een ‘sanatorium’. Een zwaktebod, want als je een verhaal zich laat afspelen in het hoofd van een psychiatrische patiënt kun je je alles permitteren. Het hoeft niet waargebeurd te zijn, het zit immers ‘in zijn hoofd’. Niet dat ik het idee niet snapte. Zodra je het concept doorhebt kun je een min of meer ‘logische’ verklaring vinden voor alle handelingen. Maar dan wel volgens de logica verwarde mensen eigen, niet die van het libretto.

Luca Salsi (Rigoletto)

Luca Salsi (Rigoletto)

Er waren geen rolstoelen en geen wasmachines, wel videoprojecties en de laatste tijd zeer populaire poppen. En – heren en dames lichtontwerpers: wilt er alstublieft subiet mee stoppen? – ongenadig fel licht die precies in de ogen van de toeschouwers scheen. Je zou maar oogproblemen hebben!

koor van de Nationale Opera

koor van de Nationale Opera

O ja, nog iets, meneer de regisseur. Het is niet echt aannemelijk dat een jong meisje dat nog nooit eerder in haar leven – op haar vader na – een man heeft gezien, zich voor hem al na een paar minuten zelf gaat uitkleden. Het is gewoon een puberale mannenfantasie.

Rigoletto achter de schermen:

Doordat Michieletto het verhaal zich laat spelen in een kille en koude omgeving van een gesloten inrichting voelt de voorstelling net zo koud en kil aan, en de ontroering moet je ouderwets halen uit de kelen van de zangers. En daar was gelukkig helemaal niets mis mee.

Luca Salsi (Rigoletto)

‘Cortiggiani, vil razza dannata’ : Luca Salsi (Rigoletto)

Luca Salsi deed werkelijk alles om de rol van Rigoletto naar de wens van de regisseur te kneden. Als er iemand is die een pleidooi voor het concept voortreffelijk wist uit te dragen dan was hij het wel. Zijn Rigoletto was geen liefhebbende vader, eerder een onaangename vent die zijn dochter dwangmatig als zijn bezit beschouwt en haar van haar vrijheid berooft. Waardoor hij de feitelijke aanstichter van de drama wordt.

_23m6179

Annalisa Stroppa (Maddalena), Rafal Siwek (Sparafucile) & Luca Salsi (Rigoletto)

Dat laatste klopt aardig wel met de bedoelingen van Verdi, denk ik, maar Rigoletto’s liefde voor Gilda is buiten kijf. Het staat gewoon in de noten die de componist heeft neergepend. Salsi is niet alleen een begenadigd acteur, maar ook een fantastische zanger. Zijn warme bariton klonk in het begin nogal droog, maar het valt niet te ontkennen dat hij gezegend is met een onmiskenbaar belcantesk timbre.

Lisette Oropesa (Gilda)

Lisette Oropesa (Gilda)

Ik houd niet van ‘Caro nome’. Het is een heerlijke showstopper waar op zich niets mis mee is, maar het wordt te veel en te vaak gezongen. Voornamelijk op concoursen en recitals waar een sopraan zich aan een jury en/of het publiek wil laten presenteren wat tot een grandioze verzadiging heeft geleid. Maar nu zou ik er niets op tegen hebben gehad dat het nummer gebisseerd zou worden.

Lisette Oropesa (Gilda) & Saimir Pirgu (Il Duca di Mantova)

Lisette Oropesa (Gilda) & Saimir Pirgu (Il Duca di Mantova)

In de vertolking van Lisetta Oropese klonk de aria zoals ik hem niet eerder had gehord: niet alleen virtuoos maar ook (of misschien voornamelijk?) immens ontroerend. Hier stond een echte Gilda die Verdi voor de ogen moet hebben gestaan: jong, naïef, dromerig en hopeloos verliefd. Het zou me verbazen als Oropesa niet dé Gilda van onze tijd zou worden: wat zij gisteren in Amsterdam liet horen maakt haar optreden nu al legendarisch.

Lisette Oropesa (Gilda), Saimir Pirgu (Il Duca di Mantova)

Lisette Oropesa (Gilda), Saimir Pirgu (Il Duca di Mantova)

‘La donna e mobile’ is eigenlijk geen echte aria maar een simpel liedje. Een liedje zoals ze vroeger in Italië te klinken werden gebracht door de kelen van jonge verleiders en daarna opgepikt werden door draaiorgels in Amsterdam. Dat is althans wat Carlo Rizzi, de dirigent van de Amsterdamse Rigoletto beweerde. Daar ben ik het met hem eens. Van die ‘hit-potentie’ was Verdi zich immers ook zelf van bewust: niet voor niets weigerde hij om het nummer vóór de première te repeteren, dit om te voorkomen dat het voortijdig uitlekte.

_23m6565

‘Ella mi fu rapita’: Saimir Pirgu (Il Duca di Mantova), Roberto Accurso (Marullo), Koor van de Nationale Opera

Saimir Pirgu (Duca) zong hem voortreffelijk. Quasi nonchalant gooide hij de aria de lucht in met een ontspannen en een open klank, wat hem terecht een open doekje opleverde. Pirgu’s stem is licht en wendbaar en zijn timbre fraai en zeer aangenaam om naar te luisteren. Waar het hem helaas aan ontbreekt is een zekere mate van ‘volksheid’, of plat gezegd: een beetje vulgariteit. Zoiets als bij di Stefano of Pavarotti, waardoor hun Duca veel beter en echter uit de verf kwam.

Annalisa Stroppa (Maddalena), Rafal Siwek (Sparafucile)

Annalisa Stroppa (Maddalena), Rafal Siwek (Sparafucile)

Sparafucile werd uitstekend neergezet door de Poolse bas Rafał Siwek. Ik betreurde alleen dat de rol zo weinig noten kende, want ik gunde die stem (en mezelf) wat meer luisterplezier. Ook als acteur wist Siwek mij helemaal te overtuigen, zijn portrettering was een echte schurk waardig.

_23m6693

‘Bella figlia dell’amore’: Luca Salsi (Rigoletto), Annalisa Stroppa (Maddalena) , Saimir Pirgu (Il Duca di Mantova), Lisette Oropesa (Gilda)

Met Annalisa Stroppa (Maddalena) had ik een beetje moeite. Haar stem klonk onaangenaam hard, maar ik denk dat het op rekening van de regisseur moet worden geschreven. Want, zeg maar zelf, hoe ontspannen kun je zingen als een man je slipje naar beneden trekt en zijn kop tussen je benen wringt?

Carlo Cigni (Monterone) miste het effect dat een echt diepe en donkere bas op het publiek kan hebben, waartoe zijn ambtenaar-voorkomen niet weinig aan heeft bijgedragen.

Roberto Accurso was een uitstekende Marullo en Cornelia Oncioiu een dito Giovanna.

In de kleine rol van La Contessa di Ceprano heeft Esther Kuiper een meer dan goede indruk op mij gemaakt, maar waarom moest zij stomdronken zijn? En waarom moest zij zo hard lachen? Ik heb het niet zo op met toegevoegde geluiden en die lach, die staat echt niet in de partituur.

Luca Salsi (Rigoletto), Koor van De Nationale Opera

Luca Salsi (Rigoletto), Koor van De Nationale Opera

De mannen van het Nationale Operakoor zongen en acteerden zoals altijd: formidabel. Wat boffen we toch in Amsterdam!

Het Nederlands Philharmonisch Orkest onder Carlo Rizzi speelde zeer liefdevol. Rizzi ondersteunde de zangers in hun moeilijke aria’s, hield het orkest waar nodig klein en zacht en gunde de zangers de nodige rust. Af en toe vond ik zijn tempi een beetje te snel of juist te langzaam, maar daar kan ik mee leven: de Verdiaanse klank was duidelijk aanwezig en dat is tenslotte het belangrijkste

Trailer van de productie:

Alle fotomateriaal: © BAUS

Zie ook: RIGOLETTO: discografie

Giuseppe Verdi
Rigoletto
Saimir Pirgu, Luca Salsi, Lisette Oropesa, Rafał Siwek, Annalisa Stroppa, Cornelia Oncioiu, Carlo Cigni, Roberto Accurso, Airam Hernández, Tomeu Bibiloni, Esther Kuiper, Deborah, Saffery, Peter Arink
Koor van De Nationale Opera (instudering Ching-Lien Wu)
Nederlands Philharmonisch Orkest olv Carlo Rizzi

Bezocht 9 mei 2017 in het Muziektheater ini Amsterdam

VIKTOR ULLMANN: Der Kaiser von Atlantis. Amsterdam 4 mei 2016

Der-Kaiser-von-Atlantis-PR-Poster

 

“Op de avond van de Nationale Dodenherdenking op 4 mei om 21.00 zetten theatermakers en artiesten in heel Nederland zich in om deze dag van extra betekenis te voorzien. Theater Na de Dam benadert elk jaar theatermakers met de vraag of zij speciaal voor 4 mei een nieuwe voorstelling willen maken die een actueel perspectief biedt op de Tweede Wereldoorlog en de wereld van vandaag.” (http://www.theaternadedam.nl/over-ons/)

Dit om de verhalen en gedachten over de Tweede Wereldoorlog levend te houden.

Vorig jaar koos het M31 Foundation voor de opera Der Kaiser von Atlantis van Viktor Ullmann (muziek) en Peter Kien (libretto). De in 1944 in Theresienstadt gecomponeerde opera werd op 4 mei 2016 uitgevoerd in het Compagnietheater in Amsterdam.

ENTARTETE MUSIK

Der Kaiser swing

De term ‘entartet’ (ontaard) werd niet door de nazi’s uitgevonden. Al in de negentiende eeuw werd het gebruikt in de criminologie. Het betekende zoiets als ‘biologisch gedegenereerd’ en als zodanig slecht voor de mens. De nazi’s omarmden de term dankbaar om kunst die hen niet beviel en die ze als ongezond beschouwden te verbieden en uiteindelijk te vernietigen. Modernisme, expressionisme, atonaliteit, jazz: daar werden ‘Arische zieltjes’ ziek van. En van de muziek van Joden natuurlijk ook, want zij waren bij voorbaat al gedegenereerd.

Wat als verbod was begonnen ontwikkelde zich algauw tot uitsluiting en resulteerde in moord. Degenen die het gelukt was om naar Amerika of Engeland te vluchten, hebben de oorlog overleefd. Wie in Europa was gebleven was verdoemd.

Der Kaiser terezin

Vele, voornamelijk Tsjechische componisten, musici en artiesten werden via Theresienstadt naar de vernietigingskampen gedeporteerd, velen belandden daar rechtstreeks. Na de oorlog werden de meesten totaal vergeten en zo voor de tweede keer vermoord. De kentering kwam pas in de jaren negentig, voor de meesten te laat.

der kaiser viktor-ullmann-1383579021-view-1_0

Viktor Ullmann

Viktor Ullmann werd in 1942 naar Theresienstadt gedeporteerd. Hij componeerde er veel van zijn belangrijkste werken, waaronder zijn derde strijkkwartet, de liederencyclus Der Mensch und sein Tag en de Drei chinesische Lieder. In 1944 schreef hij er de opera Der Kaiser von Atlantis. Het libretto werd geschreven door een buitengewoon talent: de nog maar 24-jarige schilder, tekenaar en dichter Peter Kien. Zowel Ullmann als Kien werden op 16 oktober 1944 naar Auschwitz getransporteerd en daar vergast.

Der Kaiser peter Kien zelfportret

Peter Kien: Zelfportret

Amsterdam, 1975

De opera over de waanzinnige keizer die een oorlog van iedereen tegen iedereen uitroept, en over de Dood die in staking gaat en weigert mensen nog te laten sterven, is in de kamp zelf nooit uitgevoerd. Verder dan de generale repetitie kwam het niet: de nazi’s vertrouwden de boel (terecht) niet. Van iedereen die aan de opera meewerkte heeft alleen Karel Berman, die de rol van de Dood zong het overleefd.

DDer Kaiser-Karel-Berman-Leporello 1962

Karel Berman als Leporello in 1962


Der Kaiser von Atlantis
beleefde zijn première pas in 1975 in Amsterdam, met onder anderen Meinard Kraak (de Keizer), Tom Haenen (de Dood), Adriaan van Limpt (Harlekijn) en Roberta Alexander (het Meisje). Rhoda Levine regisseerde en Kerry Woodward, die de opera herontdekte, dirigeerde.

Der_Kaiser_von_Atlantis_-_De_Nederlandse_Operastichting_-_1975-12-16

De muziek van Ullmann doet sterk aan die van Kurt Weill denken en is gelardeerd met muzikale citaten. Het trompetsignaal aan het begint komt uit de Asrael-symfonie van Josef Suk, een symfonie die in Tsjechoslowakije vaak uitgevoerd werd bij de dood van bekende personen. Midden in de opera kan men ‘Deutchland über alles’ horen (hier in mineur uitgevoerd) en aan het eind klinkt een koraal van Maarten Luther, ‘Ein’ feste ist unser Gott’. De laatste aria van de Dood kun je zien als een parafrase van het gedicht ‘Der tot und das madchen’ van Matthias Claudius.

Amsterdam, 2016

Der-Kaiser-von-Atlantis-Bart-Grietens-17

© Bart Grietens

De uitvoering die ik op 4 mei in het Compagnietheater bezocht, maakte op mij een onuitwisbare indruk. De regie van Robin Coops en het scènebeeld van Maze de Boer waren eenvoudig en doeltreffend. De kleine speelruimte van het Compagnietheater werd in tweeën gedeeld: rechts het dertienkoppige, voortreffelijk spelende New European Ensemble (dirigent: Frank Zielhorst) en links de zangers/acteurs. Er werd gebruikgemaakt van grijze opstapkisten en felle lampen, maar voor de rest was er gelukkig geen gerommel met symbolen.

Alle zeven rollen waren meer dan voortreffelijk bezet. Donijn van Doorn ontroerde als het Meisje: mooi in haar vastberadenheid om te doden en gedood te worden, maar nog mooier in haar breekbaarheid toen ze de liefde leerde kennen.

Der-Kaiser-von-Atlantis-Bart-Grietens-43

Donijn van Doorn (het Meisje) en Jacques de Faber (de Soldaat) © Bart Grietens

Dat ze zich er zo gretig aan kon overgeven kwam zeker ook door de zoete stem van Jacques de Faber. Hij zong de Soldaat met zo veel lyriek dat je moest smelten, zelf al was je van steen. Hun duet ‘Schau die Wolken sind vergangen’ was, naast de laatste aria van de Dood, een emotionele hoogtepunt van de opera.

Der-Kaiser-von-Atlantis-Bart-Grietens-49

Ellen van Beek als de Drummer © Bart Grietens

Ellen van Beek was een vastberaden Drummer; van haar optreden werd ik af en toe een beetje bang. Met haar strak gevoerde heldere stem en met haar gedecideerde acteren werd ze een verpersoonlijking van het onnadenkende ‘doorgeefluik’ van het absolute kwaad. Schitterend.

Martijn Zwitserlood imponeerde als de Luidspreker: onvoorstelbaar hoeveel kleuren de bariton tot zijn beschikking heeft!

Erik Slik ontroerde als de Harlekijn die het allemaal gezien heeft en alleen nog naar de dood verlangt. De Dood, die hem weigert mee te nemen, omdat hij het zelf niet meer ziet zitten.

Ooit hadden oorlogen nog enige betekenis: “Das waren Kriege, wo man die prächtigsten Kleider trug, um mich zu ehren!”, maar nu de Keizer een fabrieksproduct er van wil maken gaat hij in staking. Want sterven aan de lopende band, daar doet hij niet aan mee.

Der-Kaiser-von-Atlantis-Bart-Grietens-67

In het midden Nanco de Vries (de Dood) en Wiard Withold (de Keizer) © Bart Grietens

Het personage Dood als filosoof, denker en vredesactivist kreeg van Nanco de Vries een waarlijk luxe gestalte. Bij zijn grote aria moest ik aan de sterfscène van Boris Godoenov denken. Het is onvoorstelbaar dat we de bas zo weinig in Nederland te horen krijgen.

Der-Kaiser-von-Atlantis-Bart-Grietens-54

© Bart Grietens

Wiard Witholt was een jonge Keizer. In zijn vertolking was hij meer een door stoute overmoed gedreven domme gans dan een kwade genius. “De oorlog is nu uit: maar welke oorlog? De laatste of alle oorlogen?” zingt hij voordat hij vrijwillig met de Dood meegaat.

Daarna klinkt nog het koraal ‘Komm Tod [..] Lehr uns das heiligste Gebot: du sollst den grossen Namen Tod nicht eitel beschwören’, alleen is er geen doek om te vallen.

Viktor Ullmann
Der Kaiser von Atlantis
Wiard Witholt, Marijn Zwitserlood, Ellen van Beek, Jacques de Faber, Donij van Doorn, Erik Slik, Nanco de Vries
Regie: Robin Coops
New European Ensemble onder leiding van Frank Zielhorst
Producent: M31 Foundation in samenwerking met De Nederlandse Reisopera, Theater Na de Dam, het New European Ensemble

Gezien 4 mei 2016 in het Compagnietheater in Amsterdam

Meer Ullmann:
Perzische gedichten over de geneugten van de wijn, door een Tsjechische Jood op muziek gezet

Meer over Theresienstadt en Entartete Musik (selectie):

Entartete Musik, Teresienstadt en Channel Classics

TUSSEN TWEE WERELDEN

JOHNNY & JONES

ERWIN SCHULHOFF strijkkwartetten door ALMA QUARTET

Der zerbrochene Krug & Der Zwerg

“Ich möcht so gern nach Haus!”: Anne Sofie von Otter zingt liederen van ‘Theresienstadt componisten’

After the Darkness

De altviool als de stem voor de vervolgden deel 2. Schitterende uitvoering, helaas is de titel misleidend

Vervolgde Nederlandse componisten in de Tweede Wereldoorlog

The voice of the Viola in Times of Opression: de altviool als stem voor de vervolgden

Le Duc d’Albe van Donizetti met het nieuw-gecomponeerde slot vanGiorgio Battistelli

Duc titel

De Vlaamse Opera (tegenwoordig Opera Ballet Vlaanderen) heeft in mei 2012 de onbekende Donizetti-opera Le Duc d’Albe weer op de kaart gezet. Het operahuis groef het onafgemaakte origineel op, liet Giorgio Battistelli de partituur voltooien en gaf het werk een glanzende première.

Duc1

De opera speelt zich af aan het begin van de Geuzenopstand. De afgezant van Philips, de bloederige hertog Alva, bestiert Vlaanderen met ijzeren hand. Hij heeft de graaf van Egmond laten onthoofden en Egmonds dochter Hélène zweert wraak.

Haar geliefde Henri de Bruges blijkt echter de zoon van Alva te zijn en als Hélène de tiran wil vermoorden, werpt hij zich tussenbeide. Henri dood, Hélène verbouwereerd en de naar Lissabon vertrekkende Alva wanhopig van verdriet. Einde opera. Als het libretto u enigszins bekend voorkomt dan heeft u gelijk: Verdi gebruikte het ook in zijn Siciliaanse Vespers.

Duczo

Donizetti componeerde Le Duc d’Albe in 1839 voor Parijs, maar het werk is onafgemaakt gebleven. Al een paar jaar na zijn dood werden er pogingen gedaan om de opera te voltooien. Men ging toen uit van de Italiaanse vertaling van het libretto.

In Antwerpen werd besloten om de opera terug te brengen naar zijn oorsprong, uitgaand van de onafgemaakte partituur en in het Frans. Voor de ontbrekende delen werd Giorgio Battistelli benaderd, een hedendaagse Italiaanse componist met veel succesvolle opera’s op zijn naam, waaronder Richard III (première in 2005 in Antwerpen).

Daar waar Donizetti de zanglijnen al had uitgeschreven, is het verschil met het origineel niet bijster groot. Al hoor je dat het anders klinkt, zoals in de grote, zeer ontroerende aria van Alva, aan het begin van de derde akte.

Pas in de laatste scène, een kwartier durend afscheid van de vader van zijn gedode zoon, hoor je Battistelli zelf. Ik vond het zonder meer prachtig. Stijlbreuk? Niet heus, want hoe kunnen wij weten hoe Donizetti het zou hebben gedaan als hij nu nog leefde? Op mij heeft de scène enorme indruk gemaakt en ik moest werkelijk tegen mijn tranen vechten.

Duc mado

De productie van Carlos Wagner is buitengewoon indrukwekkend. De beelden zijn heftig, maar nergens onsmakelijk. De openingsscène met het Madonnabeeld met het ‘kindeke’ in haar armen, dat alsmaar groter wordt om dan in de lucht uit elkaar te spatten – iets wat nog tweemaal herhaald wordt – zet je vast in de juiste richting te denken. En dan heb ik het niet alleen over de Beeldenstorm.

Le Duc d’Albe vertelt een verhaal over een wrede dictator, moord, doodslag en wraak. Over een onderdrukt volk, die voor de wreedaard siddert en over de dappere opstandelingen die het aandurven om iets tegen hem te ondernemen. Maar het gaat ook over liefde. Tussen man en vrouw natuurlijk (we zijn in de opera), maar ook – of misschien voornamelijk – over ouderliefde. Ziehier de tiran die op zijn knieën voor de liefde van zijn zoon bidt.

Duc zoon

De hele productie ademt ook iets liefelijks. De gruwelijke beelden van naakte lijken van de gedode opstandelingen zijn niet zo zeer afschuwwekkend als triest. Zeer liefdevol worden ze door hun vrienden en verwanten in lijkwaden gerold.

Duc

De cast was zonder meer indrukwekkend, al vond ik niet alle stemmen even mooi. Rachel Harnisch (Hélène) heeft een zeer grote stem waardoor zij makkelijk boven iedereen uit kwam en zelfs in ensembles was zij goed te horen. Stilistisch vond ik haar echter weinig Donizettiaans en haar timbre was voor mij te donker, te mezzoachtig. Veel compenseerde zij met haar sterke bühnepresence.

Duc Harnisch

A.F. Vandervorst had haar een prachtig kostuum aangemeten. Strak leren lijfje, broek en laarzen, met daaroverheen een witte jurk, waardoor zij een half man, half vrouw was geworden.

Ismael Jordi was een hele goede Henri (zijn rol werd gesponsord door een Brugse Vriend van de Vlaamse Opera!). Zijn stem is niet groot en zijn timbre doet vaak aan dat van Flórez denken, iets waar je van moet houden, maar zijn hoogte is zonder meer prachtig en hij is een zeer overtuigende acteur.

Duc vader

George Petean was een formidabele Alva. Hij was herstellende van een ziekte (de voorstelling van negen mei heeft hij moeten afzeggen), toch klonk zijn stem als een klok. Hij straalde autoriteit uit en was angstaanjagend, ook mede door zijn verschijning: door zijn vele tatoeages en piercings had heel hij veel weg van een skinhead. Maar hij liet ook zijn zwakke kant zien en in zijn liefde voor zijn zoon was hij oprecht ontroerend.

Duc2

De kleine rol van de bierbrouwer Daniel werd zeer goed gezongen door Igor Bakan. Zijn stem is diep en warm van kleur en zijn belcanto-begaafdheid onberispelijk. De jonge Litouwse basbariton maakt deel uit van het jonge ensemble van de Vlaamse Opera en ik zou mij toch echt moeten vergissen als hij niet een grote toekomst tegemoet gaat.

Ik kan mij geen betere dirigent voor het werk voorstellen dan Paulo Carignani. Hij hield het Orkest van de Vlaamse Opera strak in de teugels, maar tegelijk liet hij ze genoeg los om de ‘zanglijnen’ van de partituur te laten vloeien.

Om met een vrolijke noot te eindigen: De Geuze & Kriek sieren het programmaboekje en het bijzonder smakelijk biertje vloeide ook rijkelijk voor de aanvang van de opera, want iedere bezoeker werd op een ‘bolleke’ met gerstnectar getrakteerd

The making of:

De voorstelling is door de Italiaanse firma Dynamic live opgenomen en op cd uitgebracht (Dynamic CDS 7665/1-2).

Duc cd

Gaetano Donizetti/Giorgio Battistelli
Le Duc D’Albe
Rachel Harnisch, Ismael Jordi, George Petean, Igor Bakan e.a.
Symfonisch Orkest en het Koor van de Vlaamse Opera olv Paolo Carignani
Regie: Carlos Wagner

Bezocht op 13 mei in de Vlaamse Opera Antwerpen

Alle foto:s © Annemie Augustijns

Gevloerd door Lulu van Krzysztof Warlikowski in Brussel 2012

lulu-affich

Wanneer voor het laatst bent u kapot, maar dan ook totaal kapot van een opera teruggekomen? Mij overkomt het heel zelden, maar na Lulu van Alban Berg in de Brusselse Munt was ik totaal gevloerd. Niet zozeer door de opera zelf, maar vooral door de heftige regie van Krzysztof Warlikowski.

Alban Bergs opera zelf biedt al best heftige stof. Er wordt niet zachtzinnig met seks, dood en verderf omgegaan. Maar Warlikowski zou Warlikowski niet zijn geweest als hij niet er nog een schepje (zeg maar gerust een paar scheppen!) er bovenop had gedaan.

Hij koos ervoor om Lulu te benaderen “als een onthutsend requiem ter nagedachtenis aan een engel”. Komt de titel u bekend voor? Ja, zo heet het vioolconcerto van Alban Berg.

lulu_054

Barbara Hannigan (Lulu)

Wel een gevallen engel, want in zijn concept is Lulu ook Lilith, de eerste vrouw van Adam. Maar zij is ook Lolita en één van de kindvrouwtjes die uitgebuit worden door mannen en de maatschappij. Zij droomt ervan om danseres te worden en om haar droom te benadrukken gebruikt Warlikowski de wereld van het klassieke ballet als metafoor. Er worden dan ook jonge balletdansers ten tonele gevoerd, allemaal leerlingen van de Antwerpse balletschool.

lulu_039

Aan het einde van de eerste akte (er wordt, zoals bijna altijd tegenwoordig, de door Cerha voltooide versie gebruikt) komt er een in een ‘zwarte zwaanpakje’ gestoken danseres, die met ontbloot bovenlijf een soort kruising tussen de ‘stervende zwaan’ en de ‘flamenco’ danst.

Voor de opera goed en wel begint, nemen er in gala gestoken ‘toeschouwers’ plaats op het toneel, dat in het midden laat of wij nu in een theater of in een circus zitten. Zij (en wij dus ook) worden getrakteerd op het door Longchamp geschreven scheppingsverhaal en de legende van Lilith.

Vervolgens komt er van alles langs, en dan ook eens tegelijk. Wilde dieren, rariteitenkabinet, circusartiesten, travestieten, punks, artiesten, balletdansers. Plus zeer prominent geprojecteerde foto’s en video’s – de schilder uit Lulu is namelijk nu een fotograaf.

Dat alles maakt dat het mij duizelde en ik naar adem moest happen. Ik kon ook de meeste kleine rollen niet  van elkaar onderscheiden wat best verwarrend op mij overkwam.

lulu-barbara-hannigan

Barbara Hannigan (Lulu)

Muzikaal was de avond werkelijk niet kapot te krijgen. Barbara Hannigan is, behalve een fantastische zangeres en dirigent, ook een professionele balletdanseres en die mogelijkheid heeft Warlikowski met beide handen aangegrepen. Hij liet haar zowat de hele tijd op spitzen lopen en dansen (!) en haar in allerlei onmogelijke houdingen wringen. Haar lenigheid overschrijdt ook alle grenzen en is alleen vergelijkbaar met een circusartieste. En zij zong ook nog!

LULU

Dietrich Henschel (Dr.Schön) en Barbara Hannigan Lulu)

Lulu is niet de makkelijkste van alle rollen die er bestaan, niet alleen vanwege de zeer hoge noten (daar weet Hannigan heel goed raad mee), maar ook vanwege de heftigheid van het karakter. De meeste tijd was zij gekleed in een dun en doorzichtig lingeriesetje – zij kan het hebben – en ze maakte alle hevige seksscènes zeer aannemelijk, zonder dat ze ergens ordinair werd. Chapeau! Terecht werd zij beloond met een laaiende ovatie.

lulu_086

Natascha Petrinski (Geschwitz) en Barbara Hannigan (Lulu)

Maar ook de andere zangers waren allemaal voortreffelijk. Natascha Petrinsky (Geschwitz) is als zangeres behoorlijk gegroeid – haar mezzo is stevig en heeft een prachtige warme laagte. Haar smeekbedes aan Lulu waren zeer ontroerend en oprecht. En ook zij is een mooie verschijning met grote acteerkwaliteiten

LULU

Dietrich Henschel (Dr.Schön) en Barbara Hannigan (Lulu)

Dat moet ook gezegd worden van Dietrich Henschel (Dr. Schön en Jack the Ripper). Je hoorde ook dat hij behalve opera- ook een begenadigd liedzanger is, wat hem in zijn rol zonder meer heeft geholpen. Hij had genoeg kleuren tot zijn beschikking om Dr.Schön van alle nuances en twijfels te voorzien en zijn Jack the Ripper was zeer huiveringwekkend.

lulu_036

De Amerikaanse tenor Charles Workman zong zijn eerste Alva en dat deed hij voortreffelijk. Zijn stem is groot en resonerend en hij wist alle valkuilen van de rol te omzeilen en bleef lyrisch, zelfs in de meest heftige passages.

LULU

Barbara Hannigan (Lulu) en Tom Randle (Maler)

Tom Randle zette een zeer overtuigende Maler en Neger neer. Hij beschikt over een enorm charisma, waardoor hij beide rollen van een zeer persoonlijke klank, voordracht en uitstraling kon voorzien.

Het Symfonieorkest van de Munt speelde onder leiding van maestro Paul Daniel een beetje hard, maar geen van de zangers werd overstemd.

Na afloop was er een groot applaus voor de zangers en de musici, maar het productieteam moest het met een gedeeld bravo/boe geroep doen.

De voorstelling is door BelAir opgenomen en op dvd uitgebracht:

Fotomateriaal: (c) B. Uhlig / De Munt La Monnaie)

Bezocht op 14 oktober 2012 in De Munt in Brussel

Voor de productie van Lulu in Amsterdam zie:
LULU van Kentridge

Discografie:
LULU: discografie

Gesprek met Barbara Hannigan:
Barbara Hannigan : “In principe zing ik alles alsof het Mozart is”

Rossini’s Semiramide in Antwerpen 2010: waar de opera niet over gaat

548a07672f64b

Myrtò Papatanasiu (Semiramide) ©Annemie Augustijns

Semiramide, een ‘belcanto-Parsifal’. Zo werd de opera door Aviel Cahn, de baas van de Vlaamse Opera (tegenwoordig Opera Ballet Vlaanderen), genoemd in zijn dankwoord aan de hele cast na de première op 12 december 2010 in Antwerpen. Daar breek ik mijn hoofd nog steeds over. Na het herhaaldelijk luisteren naar de verschillende opnamen van de opera heb ik het verband nog steeds niet kunnen ontdekken.

Semiramide was Rossini’s  laatste Italiaanse opera seria uit zijn Italiaanse belcanto-periode en het verwijst al naar wat komen zal – de Franse Grand Opéra. De vermenging van beide stijlen maakt het werk uiterst boeiend en behoorlijk innoverend. Het gaat ook ergens over en het is mij werkelijk een raadsel waarom het zo zelden wordt opgevoerd.

Het verhaal: een Assyrische koningin, die samen met prins Assur haar man heeft vermoord, wordt jaren later verliefd op haar doodgewaande zoon, die haar daarna ‘per ongeluk’ doodt. Het is misschien een beetje te, maar dat zijn we inmiddels wel gewend, toch? Zeker, als we onze “klassiekers” kennen: Orestes, Oedipus, de hangende tuinen van Babylonie, Phaedra … Maar ook Hamlet en Lady Macbeth.

Daar kan een beetje regisseur zeker mee uit te voeten, mits hij niet al te veel wil duidelijk maken en uitleggen. Het publiek is niet dom! Wij weten heus wel dat het verhaal van aller tijden is! Maar dat is precies waar deze Antwerpse productie van Nigel Lowery uiteindelijk aan kapot ging.

548a07654d0df

©Annemie Augustijns

Lowery’s uitgangspunt was prima en ik was ook best gecharmeerd van de meeste van zijn decors (Lowery nam, behalve de regie, ook het decor en de kostuums voor zijn rekening. Zeer geslaagd vond ik zijn keuze om een (bewerkte) foto van het door Amerikanen gebombardeerde paleis van Saddam Hoessein – gekleurd en op een groot doek geschilderd – als het paleis van Semiramide te laten fungeren.

 

548a0777558dd

©Annemie Augustijns

Maar voor de rest… Laat ik het er maar op houden dat ik er niets van heb begrepen en dat het aan mij ligt.

548a0769762a7

©Annemie Augustijns

De kostuums waren van alles: Albaniërs, Assyriërs, Barbiepoppen in baljurken, strakke jaren ’50, lelijke jaren ’60. Semiramide had een dubbelgangster, het koor was unisono als man verkleed (terwijl in het libretto nadrukkelijk de aanwezigheid van vrouwen wordt vermeld!). Er liep een Nosferatu rond, er was een wandelend glittergordijn, er werd met kisten gesjouwd en het koor bediende zich van een soort geheimzinnige gebarentaal die heel erg spastisch aandeed.

Gelukkig was er nog de muziek en die was niet minder dan goddelijk! Voor Semiramide heb je minstens vier eersteklaszangers nodig, die ook nog eens kunnen acteren, hun coloraturen paraat hebben en alle registers (zowel naar boven als naar beneden) kunnen opentrekken. Nou, die waren er wel. Allemaal.

548a07813a0b5

Ann Halenberg (Arsace) ©Annemie Augustijns

Om te beginnen was er Ann Hallenberg als Arsace. Zelden nog hoor je een alt van zo’n immense schoonheid, met het juiste timbre en een perfecte laagte (en hoogte!) Haar stem heeft de juiste dosering van vibrato en zij beschikt over een ongekend kleurenpalet. Daarbij is zij een fantastische performer; zij was als heldhaftige krijgsheer, maar ook als verliefde tiener en verscheurde zoon meer dan geloofwaardig. Wat een artieste!

Haar duetten met Myrtò Papatanasiu (een werkelijk voortreffelijke Semiramide) deden mij soms aan Sutherland/Horne denken. Zo’n perfecte samensmelting van stemmen hoor je nog echt zelden meer.

548a07641a966

Rovert McPherson (Idreno) ©Annemie Wugustijs

Robert McPherson (Idreno) hoorde ik eerder als Leopold (La Juive) in Tel Aviv. Sinds die tijd heeft hij een enorme ontwikkeling gemaakt – zijn stem is groter geworden, soepeler ook. Met zijn perfect zittende hoge noten (en denk hier niet aan een “magere” C!)  blies hij de zaal op.

De (zeer?) jonge basbariton Igor Bakan was een fenomenale Oroe. Ondanks de belachelijke outfit als handelsreiziger kon hij het karakter van de Hoge Priester weten over te brengen.

548a0785bbc3a

Josef Wagner (Assur) ©Annemie Augustijns

En als we het over een belachelijke outfit hebben … Josef Wagner (Assur), in het echt een aantrekkelijke jonge man, werd zo toegetakeld dat je het niet aannemelijk kon maken dat welke vrouw dan ook (laat staan de koningin) zich met hem zal inlaten.

548a0775240de

©Annemie Augustijns

Godzijdank heeft een regisseur geen grip op de stembanden, dus ondanks al zijn tegenwerking werd Assurs waanzinaria zowat het hoogtepunt van de hele voorstelling. Ik moest aan Bellini’s I Puritani (Cinta di Fiori) denken… Zou hij Semiramide hebben gehoord?

De Antwerpse productie is door Dynamic op dvd uitgebracht. Trailer:

Gioachino Rossini
Semiramide
Myrtò Papatanasiu, Ann Hallenberg, Josef Wagner, Robert McPherson, Julianne Gaerhart, Igor Bakan, Eduardo Santamaria, Charles Dekeyser
Symfonisch Orkest en Koor van de Vlaamse Opera onder leiding van Alberto Zedda
Regie: Nigel Lowery

Bezocht op 12 december 2010

Bruisende ‘Semiramide’ van Opera Rara

 

 

 

 

 

 

 

 

Nee, Il Trovatore van Verdi gaat niet over de eerste wereldoorlog!

trovatore_a4-300dpi

Voor de deur naar de woonvertrekken van graaf Luna liggen een paar van zijn dienaren te slapen. “Wordt wakker”, roept Ferrando, Luna’s vazal en kapitein van zijn lijfwachten. “De graaf moet zijn bewakers waakzaam vinden; soms brengt hij hele nachten onder het balkon van zijn geliefde door”… Wat voor beeld doemt nu voor uw ogen?

Nee, dát beeld krijgt u niet te zien in Amsterdam. Want een opera moet altijd geïnterpreteerd worden. “Dat doet iedere regisseur”, aldus Àlex Ollé van La Fura dels Baus, de interpretator van Il trovatore bij De Nationale Opera. Dat hij wellicht een stap te ver gaat, daar is hij zich van bewust. Maar tegelijkertijd voelt hij dat hij met zijn herinterpretatie “dichter bij de intenties van Verdi is gekomen”. Wat Verdi zelf er van vindt, daar komen wij niet achter: voor zo ver ik weet werd het hem niet gevraagd.

Violeta Urmana (Azucena), Koor van De Nationale Opera

Violetta Urmana (Azucena) ©Ruth Walz

Ollé situeert de actie ‘ergens in Europa’ tijdens de eerste Wereldoorlog, inclusief de loopgraven en gasmaskers. Arágon en de bergen van Biskaje zijn in geen velden of wegen te vinden en in plaats van brandstapel en het schavot krijgen we een ordinair  pistoolschot. Ik kan er maar geen logica in ontdekken. De hele oorlog is er met de haren bij gesleept: net zo goed kon Ollé het verhaal zich op Mars laten afspelen.

Scène uit 'Il trovatore' met solisten en Koor van De Nationale Opera

©Ruth Walz

De beelden vond ik bij vlagen mooi. Ollé liet de actie af en toe bevriezen, waardoor je het gevoel had van naar een still uit een oude zwart/wit film te kijken. De belichting kon mij ook bekoren, maar van mensen die dichtbij zaten vernam ik dat de lampen meedogenloos waren voor de ogen. Over de nonnen met gasmaskers op kan ik alleen maar zwijgen. Absurdisme ten top.

trovatore

©Ruth Walz

Il Trovatore is een romantische opera bij uitstek. Het verhaal gaat dan ook over een vlammende liefde, alles verterende jaloezie en jarenlang opgekropte wraakgevoelens. Daar heeft Verdi zeer passionele muziek bij gecomponeerd die geen enkele verklaring behoeft. Men neme vijf beste zangers die er zijn en een zijn vak meer dan goed kennende dirigent, meer is er niet nodig. Wedden dat je dan subiet ook alle oorlogen vergeet?

Met de zangers zat het wel snor. Ik denk niet dat er tegenwoordig een betere Manrico te vinden is dan Francesco Meli. Hij heeft het allemaal: squillo, mordibezza, onvervalst Italiaans timbre en het onweerstaanbare mengsel van zoetgevooisde machismo. Het is dan onvergefelijk dat zijn cabaletta en stretta zowat gehalveerd werden. Wie was daarvoor  verantwoordelijk? En waarom? Meli kan het!

Francesco Meli (Manrico), Carmen Giannattasio (Leonora)

Francesco Meli (Manrico) en Carmen Giannattasio (Leonora) ©Ruth Walz

Carmen Giannattasio’s stem is misschien een tikje te klein voor Leonora, maar haar interpretatie deed veel goed. Ik verwacht dan ook dat zij, naarmate de voorstellingen vorderen, in haar rol zal groeien.

Violeta Urmana (Azucena), Koor van De Nationale Opera

Violetta Urmana (Azucena) ©Ruth Walz

Het was een ongekend genoegen om Violetta Urmana in één van haar glansrollen terug te kunnen verwelkomen. Zij had alles in huis voor een geslaagde Azucena: mooie borstregister, goede laagte en een stem die zelfs tot de slechtste akoestische plekken in het Muziektheater doordrong. In haar interpretatie is zij, denk ik, ook moeilijk te evenaren. Brava!

trovatore0011

Simone Piazzola (Luna) en Carmen Giannattasio (Leonora) ©Ruth Walz

Simone Piazzola was helaas niet de beste Luna ter wereld. Zijn stem is ontegenzeggelijk mooi en zeer aangenaam om naar te luisteren, maar het droeg niet. Er ontbrak hem ook aan charisma: zijn Luna leek meer op een lieve teddybeer dan op een gevaarlijke, door de liefde geobsedeerde gek.

trovatore-carmen

Francesco Meli (Manrico), Carmen Giannattasio (Leonora) en Simone Piazzola ©Ruth Walz

Maar dat ‘Il balen del suo sorriso’, één van de echte showstoppers in de opera totaal mislukte was zijn schuld niet. Het was de dirigent die gewoon niet kon beslissen welke tempo hij nu ging nemen waardoor het orkest en de bariton geen seconde synchroon liepen.

centraal: Roberto Tagliavini (Ferrando), Koor van De Nationale Opera

In het midden Roberto Tagliavini (Ferrando) ©Ruth Walz

Roberto Tagliavini was een fantastische Ferrando en Florieke Beelen wist mij in haar kleine rol van Inez zeer te imponeren.

Dé hit uit de opera, het zigeunerkoor, werd meer dan subliem gezongen, maar in andere scènes vond ik het Koor van De Nationale Opera een beetje dof klinken. Maar dat kan aan het decor van betonblokken – pardon, de loopgraven – gelegen hebben.

Het orkest vond ik zonder meer prima, maar de dirigent … Maurizio Benini heeft een grote naam, maar die wist hij gisteren niet waar te maken. Hij dirigeerde behoorlijk slordig en ik kon zijn tempokeuze niet echt waarderen. Stond de boel in ‘Sì, ben mio’ zowat stil, in de daarop volgende ‘Di quella pira” kwam ik adem te kort alleen al bij het luisteren!

Bij het slotapplaus klonken enorme bravo’s voor Manrico en Azucena. Ook Leonora, Luna en Ferrando kregen een warm onthaal. Bij het regieteam en de dirigent bleef de reactie echter beperkt tot lauw handgeklap.

Trailer van de productie:

Giuseppe Verdi
Il Trovatore
Simone Piazzola, Carmen Giannattasio, Francesco Meli, Roberto Tagliavini, Florieke Beelen e.a.
Koor van de Nationale Opera (instudering Ching-Lien Wu); Nederlands Filharmonisch Orkest olv Maurizio Benini
Regie: Àlex Ollé (La Fura dels Baus)

Bezocht op 8 oktober 2015

Voor de discografie zie:
IL TROVATORE. Discografie

Interview met Carmen Giannattasio:
CARMEN GIANNATTASIO

 

Hartverscheurende Kát’a Kabanová door Opera Zuid

Opera Zuid - Katja Kabanova - november 2011

Johanni van Oostrum (Kát’a) ©Morten de Boer

Het bezoek aan een operahuis is tegenwoordig tot een soort hazardspel verworden.
Onderwerp, stijlperiode, libretto en muziek doen er tegenwoordig zo langzamerhand niet toe. Ongeacht of je naar Carmen, Ulysse, of Lulu gaat –  niemand garandeert je dat je niet alweer in Srebrenica of in Gaza tijdens een ‘porno live show’ gaat belanden.

Maar als de regisseur in kwestie Harry Kupfer heet, kan je rustig door blijven ademen. Hij is een echte vakman die alle opera’s op zijn duimpje kent. Hij kan logisch nadenken, is consequent en – een bijna rariteit tegenwoordig – hij werkt vanuit het libretto. En de muziek, vanzelfsprekend.

Hij let op de geschreven taal en zijn nuances. Hij laat zijn protagonisten ook de taal en de accenten van de muziek volgen in hun bewegingen en gebaren – volgens mij één van de belangrijkste elementen in de operaregie.En onontbeerlijk als je met een componist als Janáček te maken hebt, voor wie de prosodie (integratie van de gesproken taal en de muziek) zowat het uitgangspunt voor al zijn composities was.

Voor zijn productie van Kát’a Kabanová voor de Opera Zuid heeft Kupfer voor een tamelijk traditionele enscenering gekozen. Bij hem speelt de opera zich daadwerkelijk in Rusland in de tweede helft van de XIX eeuw en de kostuums en de (zeer spaarzame) decors zij navenant. Maar denk nu maar niet dat je een superrealistische voorstelling gaat krijgen, want de enscenering is alles behalve natuurgetrouw en er zit een ‘twist’ in.

Opera Zuid - Katja Kabanova - november 2011

©Morten de Boer

Kupfer heeft, samen met zijn congeniale decorontwerper Hans Schawernoch, een hele slimme eenheids-enscenering bedacht, dat naar believen zowel binnen als buiten suggereert. Op het toneel staan een paar schots en scheef gedeponeerde ouderwetse meubelstukken die aan het zicht worden onttrokken door enorme ijzeren ‘bomen’. Worden de bomen omhoog gehesen dan bevinden we ons binnen.

Het ijkpunt van het decor vormt een prominent aanwezige elektriciteitsmast en ergens op de achtergrond, onzichtbaar maar zeer voelbaar, stroomt de Wolga.

Net als tijdens het echte onweer, was de storm al vanaf het begin voelbaar. Zachtjes waarneembaar in de eerste scène werden de lichtflitsen steeds heviger en tegen het einde kwam het tot de echte uitbarsting. Daar werd ik stil van, want hiermee werd de zere vinger op de juiste plek van de opera gelegd: de (ondergrondse) spanning, de ontlading en dan de stilte.

Trailer van de productie:

 

De uitvoering was goed tot zeer goed tot uitstekend.
Om met minpuntjes te beginnen – het orkest kon mij niet echt bekoren. Ik miste de ‘Slavische ziel’ (wat het ook mocht zijn) en ook de accenten vielen voor mij niet op de juiste plaatsen. Nou is Stefan Veselka zelf van de Tsjechische origine, dus hij zou het moeten weten, maar het miste iets essentieels. Het spel was ook – voor mij, althans – iets te afstandelijk.

Fragment van de repetities:

 

Dat gold ook de hoofdrol vertolkster, Johanni van Oostrum. Zij zong zonder meer prachtig, bij vlagen zelfs zeer ontroerend, maar ik miste het ‘bipolare’ in Kát’a’s karakter, de combinatie van devotie, hysterie, berusting, neiging naar de zelfvernietiging en doodsverlangen. Allemaal eigenschappen die haar uiterst breekbaar maken (denk aan Amy Winehouse, maar dan vertaald naar de negentiende eeuw):

“Wat zou het zalig zijn om nu te sterven.
”Waarom sterven, nu het leven zo mooi is?
”Nee, leven kan ik niet”

(vertaling Theodor Duchamps)

 

Opera Zuid - Katja Kabanova - november 2011

©Morten de Boer

Ook Boris werd zeer goed maar niet al te passioneel (maar misschien past dat bij zijn karakter?) gezongen door Mark Duffin.

Michael Baba wist precies de juiste toon te treffen om het karakter van Tichon te typeren: hij was zeer meelijwekkend in zijn spagaat tussen zijn tirannieke moeder en zijn liefde voor Kát’a.

Opera Zuid - Katja Kabanova - november 2011

Miranda van Kralingen & Henk van Heijnsbergen ©Morten de Boer

Miranda van Kralingen was voor mij niet overheersend en weerzinwekkend genoeg. Zij gaf een goede gestalte aan de rol van Kabanicha, maar echt sidderen deed zij mij niet. Henk van Heijnsbergen was een zeer goede Dikoj.

 

Opera Zuid - Katja Kabanova - november 2011

Karin Strobos (Varvara) en Johanni Van Oostrum ©Morten de Boer

De echte ster van de voorstelling was Karin Strobos als Varvara. Met haar heerlijke lichte mezzo en haar zeer aanwezige bühne-presènce wist zij een meisje van vlees en bloed neer te zetten: licht, maar niet lichtvoetig. Vrolijk maar ook bezorgd. En vol plannen voor de toekomst.

Haar geliefde Kudrjáš werd prachtig vertolkt door Elmar Gilbertsson. Bewapend met de heuse balalaïka, zong hij het volksliedje over een boerenmeisje en de op haar verliefde rijke jongen met veel smachtende lyriek, maar wel ‘down to the earth’. Precies zoals het hoort. Al met al – één van de beste operavoorstellingen van het jaar 2011.

 

Wellicht een leuk wetenswaardigheidje: in 1998 werd Kátá Kabanova uitgevoerd door de Nationale Reisopera. De hoofdrol werd  gezongen door Miranda van Kralingen en in de cast waren er toen vrijwel alleen maar Nederlanders: Marcel Reijans (Kudrjáš), Corinne Romijn (Varvara), Kor-Jan Dusseljee (Tichon). Lucia Meeuwisen zong Kabanicha en de kleine rollen van Glaša en Fekluša werden vertolkt door Annelies Lamm en Janny Zomer.

Leoš Janáček
Kátá Kabanova
Henk van Heijsbergen, Mark Duffin, Miranda van Kralingen, Michael Baba, Johanni van Oostrum, Elmar Gilbertsson, Karin Strobos e.a.
Limburgs Symfonie Orkest olv Stefan Veselka
Regie: Harry Kupfer

Bezocht op 18 november 2011 in Theater aan het Vrijthof in Maastricht

KAT’A KABANOVÁ. Discografie

 

 

Schrekers Der Schatzgräber in de regie van Ivo van Hove

schatsgraber-o1

© Nederlands Philharmonisch Orkest

Dé klank. Daar was Schreker door geobsedeerd en gefascineerd. Een klank die vanzelf afstierf, maar dan niet heus, want die moest nog na blijven klinken – al was het alleen maar in je gedachten. Het moest een pure klank zijn, maar dan één met orgastisch verlangen en vervlochten met visioenen.

Natuurlijk had het ook met de tijdgeest te maken, ook andere kunstenaars waren er mee bezig, misschien niet zo fanatiek.
Dé klank, die heeft Schreker nooit losgelaten, zelfs toen hij, aan het einde van zijn korte leven een andere kant op leek te gaan

Deze klank, die volgens onze chef-dirigent Marc Albrecht ‘narcotiserend werkt’, is in Der Schatzgräber volop aanwezig. Het was Albrechts diepste wens om de opera ooit te dirigeren, een droom die in september 2012 is uitgekomen.

En daar is hij goed in, in het maken van de volmaakte klanken. Ze moeten nog wel geperfectioneerd worden, want het geluid bij de première was, zeker in het begin, veel te hard. Gelukkig werd het na pauze lyrischer en zachter, waardoor je door de muziek gewiegd werd, net als in het bloedmooie slaapliedje van Els, aan het begin van de derde akte.

The making of:

Over de aankleding kan ik kort zijn: knudde. In de eerste twee akte kon ik mij nog iets bij de verwaarloosde, agressieve sekteleden (?) voorstellen. De mooie Els had iets weg van Catherine Deneuve in Belle de Jour, met haar blonde pruik en de zeer hoge hakken onder haar korte, sexy jurkjes. Iets wat ook een beetje doorgetrokken werd naar de Koningin (goede stomme rol van Basja Chanowski).

Marc Albrecht (conductor), Ivo van Hove (director), Jan Versweyveld (sets/lighting design), An D'Huys (costumes), Tal Yarden (video), Janine Brogt&Klaus Bertisch (dramaturge)

Manuela Uhl (Els) © Monika Rittershaus

Maar het geriatrische ziekenhuis/verpleeghuis, met de strompelende oudjes met rollators? Sorry, dat heeft mij niet eens tot nadenken gezet; ik vond het lelijk en overbodig. En als we het dan toch over films hebben: ik moest een beetje aan Breaking the Waves van Lars von Trier denken. Het ultieme offer

Marc Albrecht (conductor), Ivo van Hove (director), Jan Versweyveld (sets/lighting design), An D'Huys (costumes), Tal Yarden (video), Janine Brogt&Klaus Bertisch (dramaturge)

©Monika Rittershaus

De videoprojecties waren voor mij te veel van het goede. Veel voegde het ook helemaal niet toe of lag juist te voor de hand (witte paard, kinderen die geboren worden of een flonkerende sterrenhemel tijdens de liefdesnacht – ‘2001 Odyssee’ van Kubrick?). Ik werd er onrustig van. Schreker’s muziek moet je ondergaan, dan komen er vanzelf genoeg beelden.

Marc Albrecht (conductor), Ivo van Hove (director), Jan Versweyveld (sets/lighting design), An D'Huys (costumes), Tal Yarden (video), Janine Brogt&Klaus Bertisch (dramaturge)

Manuela Uhl (Els) en Raymond Very (Elis) ©Monika Rittershaus

Ik moet wel toegeven dat van Hove zich redelijk aan het libretto heeft gehouden, er waren zeer weinig discrepanties tussen wat je zag en wat je las. Wat hij wel heeft gedaan is het Middeleeuws sprookje naar ons hedendaags (hyper)realisme vertalen en dat mag. In zijn inleiding zei hij niet van een concept uit te willen gaan, wat hij wilde was het creëren van een universeel drama.

Het was een première voor iedereen. Voor de regisseur, voor de dirigent en voor het orkest. En voor alle, meer dan voortreffelijke zangers. Daar neem ik mijn petje voor af.

Marc Albrecht (conductor), Ivo van Hove (director), Jan Versweyveld (sets/lighting design), An D'Huys (costumes), Tal Yarden (video), Janine Brogt&Klaus Bertisch (dramaturge)

Manuela Uhl (Els), Raymond Very (Elis) ©Monika Rittershaus

Allereerst de vertolker van de titelrol, Raymond Very. Zijn tenor is lyrisch en wendbaar, zijn hoge noten gooit hij de lucht in alsof het niets kost en hij wist zich met de bij vlagen zeer heftige muziek niet te overschreeuwen. Wat een verademing om van de lange Schrekeriaanse bogen zo volkomen in stijl te kunnen genieten. Je merkte wel dat hij het tegen het eind moeilijker kreeg, maar sta daar eens in zijn schoenen! Drieverf BRAVO!

Marc Albrecht (conductor), Ivo van Hove (director), Jan Versweyveld (sets/lighting design), An D'Huys (costumes), Tal Yarden (video), Janine Brogt&Klaus Bertisch (dramaturge)

Raymond Very (Elis), Manuela Uhl (Els) ©Monika Rittershaus

Ook Manuela Uhl (Els) was tegen het einde een beetje op. Maar wat ze daarvoor heeft gepresteerd grenst aan het onmogelijke. Mooie vrouw met meer dan gemiddelde acteerkwaliteiten en met een stem die van fluisterzacht tot loeihard en van zeer laag tot zeer hoog ging, chapeau.

Een bijzonder sterke indruk maakte op mij Kay Stieferman. Zijn bariton is van een immense omvang en gezegend met duizenden kleurnuances. Dat had hij als Der Vogt ook zeker nodig, want er gingen mij toch emoties schuil achter zijn personage. Hij wist ze allemaal duidelijk te overbrengen, waardoor je zelfs enigszins sympathie voor zijn handelen kon opbrengen. Zeer indrukwekkend.

Marc Albrecht (conductor), Ivo van Hove (director), Jan Versweyveld (sets/lighting design), An D'Huys (costumes), Tal Yarden (video), Janine Brogt&Klaus Bertisch (dramaturge)

Raymond Very (Elis), Manuela Uhl (Els), Graham Clark (Der Narr) ©Monika Rittershaus

Over Graham Clark (Der Narr) hoef ik u niets te vertellen. Hij was precies wat van hem verwacht werd – niet minder dan geweldig!

Trailer van de productie:

De voorstelling is live opgenomen en op cd’s uitgebracht op Challenge Records:


Franz Schreker
Der Schatzgräber
Raymond Very, Manuela Uhl, Graham Clark, Kay Stiefermann, Tijl Faveyts, André Morsch, Andrew Greenan e.a.
Nederlands Philharmonisch Orkest en het Koor van de Nederlandse Opera olv Marc Albrecht
Regie: Ivo van Hove

Bezocht op 1 september 2012 in het Muziektheater Amsterdam

SCHREKER: Irrelohe, Der Schmied von Gent en nog meer…

DIE GEZEICHNETEN. Discografie

DER FERNE KLANG

FRANZ SCHREKER door Lawrence Renes

SCHÖNE WELT. Anne Schwanewilms

Franz Schreker: Vom Ewigen Leben

TUSSEN TWEE WERELDEN

 

José van Dam neemt afscheid van De Munt met Don Quichotte van Massenet

Don Q

©Johan Jacobs/De Munt La Monnaie

Het moet een ultieme nachtmerrie zijn voor de baas van een operahuis: je hebt een belangrijke première, het orkest en de zangers staan in de startblokken en het publiek, inclusief een koninklijke gast (hier in de gedaante van de Belgische kroonprinses Mathilde) zit al in de zaal. En dan laat de techniek het afweten.

Het overkwam Peter de Caluwe, algemeen directeur van De Munt in Brussel, vlak voor de première van Don Quichotte van Massenet. ,,Vanmiddag werkte alles nog perfect”, verontschuldigde De Caluwe zich tegenover zijn gasten. ,,Maar nu laat de computer ons in de steek.”

Vervelend. Maar in de operabusiness, net als in het echte leven, kan altijd van alles misgaan. En live is live, wat eigenlijk ook zijn charme heeft. Ingeblikte perfectie betekent niet automatisch het ultieme genot. Het publiek is een en al begrip en in afwachting van wat er komen gaat, verplaatst het zich massaal richting foyer en drankjes.

Een uur later kan het feest dan eindelijk beginnen. En het werd een feest.

qu

José van Dam ©Michel Cooreman Events Photography

De voorstelling was in meerdere opzichten een echte verjaardag. Het was precies 100 jaar geleden dat Don Quichotte voor het eerst werd uitgevoerd in Brussel en met de rol van de dolende ridder nam José van Dam (dat jaar 70), één van de grootste Belgische zangers ooit, op een magistrale manier afscheid van De Munt, het operahuis waar hij 30 jaar aan was verbonden en waar hij zeer verschillende rollen heeft gezongen. De nieuwe productie werd dan ook speciaal voor hem gemaakt.

In zijn toelichting zei regisseur Laurent Pelly dat een voorstelling een droom is, waarin we binnenstappen. ,,De dromer, dat kan de toeschouwer zijn, of de auteur of het personage.”

Don Q

© Johan Jacobs/De Munt La Monnaie

Bij de aanvang van het stuk zit ‘de dromer’ in zijn stoel. Hij lijkt sprekend op Massenet zoals we hem van de foto uit die tijd kennen. Hiermee wordt meteen de link gelegd tussen de componist zelf (Massenet was toen hij de opera componeerde tot over zijn oren verliefd op Lucy Arbell, een 27-jarige mezzo die de rol van Dulcinée zong) en zijn held.

Hij is een dromer en een dichter. Hij is de toeschouwer, maar hij gaat ook een actieve deelnemer worden van de actie. Sterker nog: hij gaat de actie sturen, waardoor dingen gebeuren die anders nooit zouden zijn gebeurd. Hij is (ook in zijn aankleding) half ridder/half dichter. Half hier en half daar. Waar het ook moge zijn. Hallucinerend.

Het decor (Barbara de Limburg) bestaat voornamelijk uit stapels papier. Het zijn de ettelijke liefdesbrieven die Don Quichotte aan zijn geliefde schreef. Papierbergen die zich onder het balkon van de schone Dulcinea opstapelen. Siërra’s van liefdesbrieven waarop de echte en gedroomde gevechten plaatsvinden.

Don Q

© Johan Jacobs/De Munt La Monnaie

De muziek is zeer onderhoudend en onmiskenbaar Spaans. Of wat wij als Spaans ervaren, met heel erg veel fandango en ‘olé’. Doorgecomponeerd, maar met aria’s. Verbazingwekkend energiek, maar ook waanzinnig lyrisch. Niet echt dagelijkse kost.

Het vereist dan ook een dirigent van formaat die met al die schakeringen weet om te gaan. Dat allemaal is Marc Minkowski op het lijf geschreven. Hij heeft meer lyriek in zijn linkerpink dan menig dirigent in zijn hele lichaam.

Het geluid dat hij het orkest wist te ontlokken was niet minder dan grandioos. Hij schuwde de sentimentaliteit niet en waar nodig zorgde hij voor de humoristische noot. Zo mooi, zo spannend, zo uitdagend heb ik de muziek nog nooit eerder gehoord. Het moet gezegd: hij heeft mijn hart gestolen.

Ook de cellist (het programmaboekje vermeldt helaas zijn naam niet) die voor de ontroerende solo in de Entr’acte tussen het vierde en vijfde bedrijf heeft gezorgd, verdient een eervolle vermelding.

Don Q

© Johan Jacobs/De Munt/La Monnaie

Werner van Mechelen (Sancho Panza) was voor mij de held van de avond. In zijn grote aria in de vierde akte (‘Riez, alle, riez de pauvre idéologue’) toonde hij zich niet alleen een stemkunstenaar van een superieure kwaliteit, maar ook een acteur waar je U tegen zegt. Bravo!

Don Q

© Johan Jacobs/De Munt La Monnaie

Silvia Tro Santafé (La Belle Dulcinéé) heeft mij lichtelijk teleurgesteld. Ze deed het beslist niet slecht, maar ik vond haar stem niet kruidig, niet sexy genoeg (luister maar eens hoe Teresa Berganza die rol vertolkte!). Voor mij was haar uitstraling ook niet erotisch genoeg. In de prachtige jurken, ontworpen door Pelly zelf, zag zij er beeldig uit, maar alleen daarmee breng je de harten van het hele dorp niet op hol.

Don Q

© Johan Jacobs/De Munt La Monnaie

José van Dam is Don Quichotte en Don Quichotte is José van Dam. Ik ken geen zanger die meer uit de rol wist uit te halen (Schaliapin daargelaten, maar voor hem werd de opera gecomponeerd). De keren dat hij de rol heeft gezongen zijn niet te tellen, gelukkig heeft hij het ook opgenomen.

Zijn stem is niet zo fris meer, het kan ook niet anders, maar hij heeft nog steeds de kracht. En zijn portrettering is werkelijk formidabel. Men leeft met de arme man en zijn wanen mee. Zijn sterfscène bezorgde mij kippenvel en tranen liepen mij over de wangen.

Bezocht op 4 mei 2010

DVD (Naïeve DR 2147)

quichotte-dvd

Tot mijn grote vreugde heeft de feestelijke productie een welverdiende uitgave op dvd gekregen. Koop de dvd en laat u verleiden door het werk, door de zangers, de prachtige en intelligente regie van Laurent Pelly en niet in laatste instantie door het orkest en de dirigent Marc Minkowski.

José van Dam, Silvia Tro Santafé, Werner van Mechelen, e.a.
Orchestre et Choers de la Monnaie olv Marc Minkowski
Regie: Laurent Pelly.

Richard III door Orkater: muziektheater pur sang en een voorstelling om nooit te vergeten.

Richard IIIOrkater ism SSBA

Gijs Scholten van Aschat en Christianne de Bruijn ©Ben van Duin

Dichterlijke vrijheid, zeker als het nog versterkt wordt door politieke belangen (zo is het altijd geweest en zo zal het altijd blijven, maar dit terzijde) gaat ver, heel ver. Dus is Richard III in de gelijknamige, wellicht de meest grimmige van alle Shakespeare-tragedies, een gewetenloze, op macht beluste schurk. Op zijn weg naar troon en macht vermorzelt hij alles en iedereen en schuwt daarbij sadistische spelletjes niet. Hij ziet er ook niet uit: Shakespeare heeft hem niet alleen een afschuwelijk karakter, maar ook een bochel en een manke poot toegedicht.

In het echt was de arme Richard een goede, liberale en verstandige heerser die niet alleen niemand vermoorde, maar die ook nog eens de echte samenzweerders gratie heeft verleend. Een humanitaire daad die hem uiteindelijk zijn leven heeft gekost. En naar de schilderijen uit die tijd te oordelen, zag hij er best aardig uit.

Een ding moeten we Shakespeare wel nageven: schrijven kon hij als geen ander. Zijn drama is meeslepend en zijn antiheld is allesbehalve ééndimensionaal, want naast al die gebreken en nare karaktertrekken kan hij allercharmants uit de hoek komen.

Gijs Scholten van Aschat als Richard III

Gijs Scholten van Aschat © Ben van Duin

Gijs Scholten van Aschat behoort ongetwijfeld tot de beste Nederlandse acteurs. Hij houdt van Shakespeare en hij luistert graag naar de muziek van Tom Waits (en diens vrouw, Kathleen Brennan). Daar is op zich niets ongewoons aan, ware het niet dat het hem was opgevallen dat sommige van Waits’ songtesten vrijwel letterlijk naar thema’s als Rozenoorlogen verwijzen.

Daar is hij mee aan het werk gegaan en, geholpen door de dramaturge Janine Brogt, stond hij aan de wieg van een door Orkater gemaakte voorstelling, dat door sommige recensenten nu al tot “dé beste voorstelling van het seizoen” uitgeroepen.

De voorstelling is opgebouwd vanuit de muziek. Het is niet zo, dat de tekst er ondergeschikt aan is, dat kan ook niet. De muziek zorgt er voor dat je de tekst ook in perspectief kan zien, er mee aan de haal kan gaan en manipuleren: het stuk, de acteurs en – voornamelijk – het publiek. Een echt Muziektheater (ja, met de hoofdletter) zoals het ooit door Brecht en Weill is bedacht. En zoals je het tegenwoordig nog maar zelden ziet.

De toon wordt gezet met de, bij de opkomst gezongen, song ‘Misery is the river of the world’. Door de woorden: “There’s nothing kind about man. You can drive out nature with a pitchfork, but it allways comes roaring back again” kreeg je als het ware een soort proloog voorgeschoteld. Kippenvel.

Met de liederen – ik noem er maar drie – zoals ‘Poor Edward’, ‘Take care of all my children’ of een bijzonder sterk ingezette ‘I’ll shoot the moon’ werd de tekst niet alleen geïllustreerd maar ook versterkt. Ook visueel, en dat terwijl je ogen ook niets te kort kwamen, want het wervelde, sprankelde, spetterde en duizelde dat het een lieve lust was – de hallucinerende dynamiek maakte dat je af en toe vergat adem te halen.

Richard IIIOrkater ism SSBA

© Ben van Duin

Het toneelspelen zelf was ook van allerhoogste niveau. Met Richard naam Gijs Scholten van Aschat afscheid van het vrije circuit (vanaf nu gaat hij deel uitmaken van Toneelgroep Amsterdam) en dat deed hij op onnavolgbare manier. Hij is een buitengewone charmeur en pakt je in waar je bij staat. En hij kan zingen, waardoor hij je niet alleen met woorden maar ook met songs weet te verleiden. Richard ten voeten uit.

Richard IIIOrkater ism SSBA

© Ben van Duim

Muzikaal werd hij o.a. ondersteund door Vincent van Warmerdam en een groep die (nomen omen?) The Sadists heet. Het wordt gevormd door drie musicerende acteurs – of acterende musici – die zingend en banjo/gitaar/accordeon spelend zijn getrouwe militairen verbeelden en dat deden ze voortreffelijk.

Er deden vier generatie acteurs mee. De meeste vrouwenrollen werden gespeeld door inmiddels legendarische actrices zoals Petra Laseur en voor de ‘prille jeugd’ werden de studenten van de Toneelacademie aangenomen.

De beelden zijn op mijn netvliezen gebrand en de muziek ziet ingegraven in mijn ziel. Het was een voorstelling om nooit meer te vergeten.

 Trailer:

RICHARD III naar Shakespeare
Bewerking: Gijs Scholten van Aschat en Janine Brogt
Muziek: Tom Waits en Kathleen Brennan,
Muzikale leiding Vincent van Warmerdam
Regie: Matthijs Rümke
Dramaturgie Janine Brogt
Decor Marc Warning,  licht Stefan Dijkman,,  kostuums Arien de Vries
Uitgevoerd door Orkater met o.a. Gijs Scholten van Aschat, Petra Laseur, Trudy de Jong, Mieke de Groote, Nettie Blanken e.a.
Muzikanten Vincent van Warmerdam, Dionys Breukers, Wim Konink, Rob Stoop, Christof May

bezocht op 10 oktober 2010