George_Petean

‘Ontjoodste’ Nabucco op ongelukkig gekozen dag overtuigt maar matig, maar de zang is geniaal.

Tekst: Neil van der Linden

Nabucco costuum

Costume sketch for Nabucco for the original production

Nabucco vertelt het verhaal over de Babylonische koning Nebukadnezar die de Joden in ballingschap wegvoerde uit Palestina. In een vlaag van hoogmoed eist hij om als God te worden aanbeden. Hij wordt hij getroffen door de bliksem en raakt hij zijn verstand kwijt; zijn oudste dochter Abigaille, gebrand op macht, neemt de troon over. Haar zuster Fenene, verliefd op de Israëliet Ismael, heeft zich inmiddels bekeerd tot het Jodendom. Omdat de Joodse religie bedreigend is voor de Babylonische cultus, wil Abigaille het Joodse volk uitmoorden, en daarmee ook haar zus. Nabucco geneest nog maar net op tijd van zijn waanzin om het tij te keren. Abigaille komt tot inkeer in en pleegt zelfmoord. Maar het Joodse volk is bevrijd.

Verdi en zijn librettist baseerden zich op een succesvol Frans toneelstuk en een Italiaanse balletversie van dat toneelstuk. De historische Nebukadnezar nam inderdaad Jeruzalem in en deporteerde het grootste deel van het Joodse volk naar Babylon, maar de protagonist in Verdi’s opera heeft meer weg van Nabonidus, vijf Babylonische koningen verder, de laatste voor de Perzische koning Cyrus Babylon innam en de Joden de vrijheid gaf om terug te keren of te blijven. En van berouw bij Nabonides lijkt historisch geen sprake, evenmin als van machtige dochters; hij is de vader van Belshazzar, een regent, bekend van mene, mene, tekel, upharsin, “The writing’s on the wall”, de aankondiging van de val van Babylon.

De benadering van Verdi en zijn librettist lijkt meer bedoeld als aanleiding voor een grand opéra dan als een blijk van historische belangstelling, laat staan van begaanheid met het Joodse volk. Verdi gebruikte het verhaal als een metafoor voor de verhoopte eenwording van Italië en de bevrijding uit feodale systemen. Dus of dit de beste keuze was om op te voeren tijdens de Auschwitz-herdenking is de vraag. Bovendien zijn de Babyloniërs en het Joodse volk uit het libretto in deze enscenering aangekleed als de adel en de koninklijke familie enerzijds en het volk anderzijds in het Italië in de tijd van Verdi.

De Nederlandse première van deze van oorsprong Zwitserse productie vond plaats op de dag van 75 jaar herdenking van de bevrijding uit het concentratiekamp Auschwitz. Is dat een subtiel idee of een zeer onsubtiel idee?

Nabucco - De Nationale Opera ©Martin Walz 1920-120

©2020 Martin Walz martinwalz@arcor.de +49172-3233007 http://www.martinwalz.de

Het is niet de eerste keer dat een regisseur op het idee komt om een opera of toneelstuk te verplaatsen naar de tijd waarin het werk tot stand kwam, en het is ook niet de eerste keer dat iemand dat bedenkt omdat hij/zij vindt dat de componist of toneelauteur het over zijn/haar eigen tijd wilde hebben. Maar daardoor is deze uitvoering wel nog verder ‘ont-Joodst’, en dus eigenlijk om nog een reden misschien niet de juiste keuze voor 27 januari. Al gaat de tekst natuurlijk wel voortdurend over het Joodse volk en het lot van de Joden, vooral met boventiteling erbij valt daar niet aan te ontkomen.

Anderzijds verdient het misschien bijval dat er een poging is gemaakt. Gezien de vrijheden die Verdi en librettist namen, én de vrijheden die de regisseur neemt, kun je de opera vervolgens net zo goed interpreteren als een metafoor voor welke bevrijding dan ook, ook voor de bevrijding uit Auschwitz.

Als het inderdaad de bedoeling is geweest van de Nationale Opera om dat verband te leggen via een opera waarin het Jodendom ter sprake komt, dan is er geen populairder werk dan Nabucco. Moses und Aaron had gekund, en zou wel meer van toepassing zijn geweest, maar is moeilijker toegankelijk en moeilijker op te voeren. En La Juive is nog niet bekend genoeg, en ook toch vooral een grand opéra spektakel in plaats van een historisch stuk.

Verdi was 28 jaar toen hij Nabucco schreef, dit was zijn eerste echte succes. Het ligt misschien zowel aan onervarenheid als aan visie dat Nabucco radicaal afwijkt van wat in opera gebruikelijk was. Het koor heeft een ongekend groot aandeel en er zijn ongekend veeleisende zangpartijen, met name Abigaille, die al vrij snel na het begin hoog de hoogte in moet, maar ook veel lage passages heeft.

Onderhand kan iedereen in de wereld het Slavenkoor zingen. Maar het is aan het koor van de Nationale Opera om dat dan extra goed te doen, zoals nu gebeurde. Het moment aan het eind dat de noten van het koor zoemend wegsterven was ijzingwekkend. En ook voor het overige was het koor in topvorm.

Nabucco - De Nationale Opera ©Martin Walz 1920-144

Anna Pirozzi en George Patean ©2020 Martin Walz martinwalz@arcor.de +49172-3233007 http://www.martinwalz.de

Anna Pirozzi was ruim opgewassen tegen de eisen van de Abigaille-partij, al mocht ze misschien met het oog op mogelijke intonatieongelukken vanwege première-zenuwen bij die eerste hoge noten in een beetje achteraan staan, waardoor niet helemaal goed was te horen of ook die allerhoogste noot al vroeg aan haar partij allemaal wel goed ging.

Nabucco - De Nationale Opera ©Martin Walz 1920-202a

©2020 Martin Walz martinwalz@arcor.de +49172-3233007 http://www.martinwalz.de

Ook de overige rollen waren goed bezet. Met name was mooi dat de ‘supporting role’ van Fenena goed was bezet, met Alisa Kolosova, zowel vocaal, want ook die rol vereist de nodige virtuositeit, als theatraal: naast Nabucco, die een wat onnavolgbare mentaliteitsverandering ondergaat, heeft Fenena het meest uitgewerkte karakter, als ze zich tegelijkertijd uit liefde voor Ismaele (een mooi atmosferisch zingende lyrische tenor, Freddie De Tommaso) wil aansluiten bij het Joodse volk en toch de plichten tegenover haar steeds verwarder wordende vader niet wil verzaken.

Nabucco - De Nationale Opera ©Martin Walz 1920-009

©2020 Martin Walz martinwalz@arcor.de +49172-3233007 http://www.martinwalz.de

George eatean, Nabucco, presteerde wat zangtechnisch nodig was, en ondanks het onwaarschijnlijke plot en de wat onbehulpzame enscenering wist hij een invoelbaar karakter te creëren. Bas Dmitry Belosselskiy als Zaccaria gaat lekker laag, maar in de (zeker moeilijke) hogere noten had hij moeite en zijn stem vibreerde wat.

https://www.operaballet.nl/sites/default/files/styles/1400x/public/documents/Nabucco%202.jpg?itok=HtNBNe_K

©2020 Martin Walz martinwalz@arcor.de +49172-3233007 http://www.martinwalz.de

In deze enscenering is Zaccaria qua kleding niet te onderscheiden van het overige volk, hij is meer een leider van de opstand dan een priester. Daarmee wordt hij ook een volksmenner, niet minder fanatiek dan de Babylonische hardliners.

Hoe het libretto er overigens maar een beetje van alles bij haalt mag blijken uit de naam Ismael, weliswaar een naam uit het Oude Testament, maar door de Islam geclaimd, aangezien de Islam Ismael als stamvader van de Arabieren ziet, en hij in het Jodendom een slechte naam heeft; niemand zou zijn kind zo noemen. En dan loopt er ook nog een bediende Abdallo, Abdallah, echt een Arabische naam.

De regie was vaak wat houterig. Ja, het verhaal is wat houterig. Maar als je de dochter van de Babylonische koning hebt gegijzeld, zoals Zaccaria doet, dan ga je toch niet zo met haar smijten, zoals nu in de eerste acte gebeurt.

En ook al heb je zoveel mensen, van het gewone volk, op het toneel staan waarmee je iets kunt doen, moeten die dan zo overdreven reageren op wat de solisten doen, waardoor de mensen van het volk eigenlijk wat onnozel overkomen?

En er is een scène met Abigaille waarin terwijl zij zingt over de politieke plannen het koor dat de mannelijke bourgeoisie verbeeldt – allemaal met hoge hoeden op zoals we die van een bekende foto van Verdi kennen – synchrone danspasjes maakt. Is dit bedoeld als humor? Duitse humor dan. En het idee van de burgerij uit de tijd van het ontstaan van het werk laten zien was al mooier gedaan in de Tannhäuser vorig jaar in de regie van Christof Loy.

Trailer van de productie:

Giuseppe Verdi
Nabucco
George Petean, Freddie de Tommaso, Anna Pirozzi, Alisa Kolossova, Dmitry Belosselkiy
Koor van de Nationale Opera (instudering Ching-Lien Wu), Residentie orkest olv Maurizio Benini
Regie: Andreas Homoki

Bezocht op 27 januari 2020

Nabucco bij ZaterdagMatinee: een feest van gouden kelen

 

Nieuwe Luisa Miller overtuigt mondjesmaat

Luisa Miller Marina Rebeka

Aan het begin van het seizoen 2017-2018 werd de Kroatische dirigent Ivan Repušić aangesteld als de chef-dirigent van het Münchner Rundfunkorchester. Zijn debuut in die hoedanigheid maakte hij op 22 september 2017 met de concertante uitvoering van Luisa Miller van Verdi. De opera werd toen live opgenomen en ik weet eigenlijk niet of ik er zo blij mee ben. Aan de ene kant toch wel, want de opnamen van die prachtige opera zijn nog steeds schaars.

Helaas is de uitvoering niet echt briljant te noemen. Na een zeer aarzelend begin herstelt het orkest zich uitstekend en er zit goed vaart in, al had ik wat meer luchtigheid in willen horen. Marina Rebeka is een prima zangeres maar voor Luisa klinkt zij niet kruidig genoeg.

De jonge Siciliaanse tenor Ivan Magrì beschikt over een buitengewoon aangenaam timbre. Zeer Italiaans ook, het type Vittorio Grigolo, zeg maar. Maar Rodolfo is voor hem nog te hoog gegrepen. Rodolfo is een zware rol, daar heb je toch meer kracht voor nodig, meer gevoel voor drama. Ik weet zeker dat het er ooit van gaat komen, maar nu was het nog te vroeg.

George Petean is een doorsnee Miller en alleen Ante Jerkunica (Wurm) weet van zijn rol iets meer te maken.


GIUSEPPE VERDI
Luisa Miller
Marina Rebeka, Corinna Scheurle, Judit Kutasi, Ivan Magrì, George Petean, Marko Mimica, Ante Jerkunica
Chor des Bayerischen Rundfunks, Münchner Rundfunkorchester olv Ivan Repušić
BR Klassik 900323

Zie ook: Twee maal LUISA MILLER op dvd

DONIZETTI: Le Duc d’Albe. Antwerpen 2012

Duc titel

De Vlaamse Opera (tegenwoordig Opera Ballet Vlaanderen) heeft in mei 2012 de onbekende Donizetti-opera Le Duc d’Albe weer op de kaart gezet. Het operahuis groef het onafgemaakte origineel op, liet Giorgio Battistelli de partituur voltooien en gaf het werk een glanzende première.

Duc1

De opera speelt zich af aan het begin van de Geuzenopstand. De afgezant van Philips, de bloederige hertog Alva, bestiert Vlaanderen met ijzeren hand. Hij heeft de graaf van Egmond laten onthoofden en Egmonds dochter Hélène zweert wraak.

Haar geliefde Henri de Bruges blijkt echter de zoon van Alva te zijn en als Hélène de tiran wil vermoorden, werpt hij zich tussenbeide. Henri dood, Hélène verbouwereerd en de naar Lissabon vertrekkende Alva wanhopig van verdriet. Einde opera. Als het libretto u enigszins bekend voorkomt dan heeft u gelijk: Verdi gebruikte het ook in zijn Siciliaanse Vespers.

Duczo

Donizetti componeerde Le Duc d’Albe in 1839 voor Parijs, maar het werk is onafgemaakt gebleven. Al een paar jaar na zijn dood werden er pogingen gedaan om de opera te voltooien. Men ging toen uit van de Italiaanse vertaling van het libretto.

In Antwerpen werd besloten om de opera terug te brengen naar zijn oorsprong, uitgaand van de onafgemaakte partituur en in het Frans. Voor de ontbrekende delen werd Giorgio Battistelli benaderd, een hedendaagse Italiaanse componist met veel succesvolle opera’s op zijn naam, waaronder Richard III (première in 2005 in Antwerpen).

Daar waar Donizetti de zanglijnen al had uitgeschreven, is het verschil met het origineel niet bijster groot. Al hoor je dat het anders klinkt, zoals in de grote, zeer ontroerende aria van Alva, aan het begin van de derde akte.

Pas in de laatste scène, een kwartier durend afscheid van de vader van zijn gedode zoon, hoor je Battistelli zelf. Ik vond het zonder meer prachtig. Stijlbreuk? Niet heus, want hoe kunnen wij weten hoe Donizetti het zou hebben gedaan als hij nu nog leefde? Op mij heeft de scène enorme indruk gemaakt en ik moest werkelijk tegen mijn tranen vechten.

Duc mado

De productie van Carlos Wagner is buitengewoon indrukwekkend. De beelden zijn heftig, maar nergens onsmakelijk. De openingsscène met het Madonnabeeld met het ‘kindeke’ in haar armen, dat alsmaar groter wordt om dan in de lucht uit elkaar te spatten – iets wat nog tweemaal herhaald wordt – zet je vast in de juiste richting te denken. En dan heb ik het niet alleen over de Beeldenstorm.

Le Duc d’Albe vertelt een verhaal over een wrede dictator, moord, doodslag en wraak. Over een onderdrukt volk, die voor de wreedaard siddert en over de dappere opstandelingen die het aandurven om iets tegen hem te ondernemen. Maar het gaat ook over liefde. Tussen man en vrouw natuurlijk (we zijn in de opera), maar ook – of misschien voornamelijk – over ouderliefde. Ziehier de tiran die op zijn knieën voor de liefde van zijn zoon bidt.

Duc zoon

De hele productie ademt ook iets liefelijks. De gruwelijke beelden van naakte lijken van de gedode opstandelingen zijn niet zo zeer afschuwwekkend als triest. Zeer liefdevol worden ze door hun vrienden en verwanten in lijkwaden gerold.

Duc

De cast was zonder meer indrukwekkend, al vond ik niet alle stemmen even mooi. Rachel Harnisch (Hélène) heeft een zeer grote stem waardoor zij makkelijk boven iedereen uit kwam en zelfs in ensembles was zij goed te horen. Stilistisch vond ik haar echter weinig Donizettiaans en haar timbre was voor mij te donker, te mezzoachtig. Veel compenseerde zij met haar sterke bühnepresence.

Duc Harnisch

A.F. Vandervorst had haar een prachtig kostuum aangemeten. Strak leren lijfje, broek en laarzen, met daaroverheen een witte jurk, waardoor zij een half man, half vrouw was geworden.

Ismael Jordi was een hele goede Henri (zijn rol werd gesponsord door een Brugse Vriend van de Vlaamse Opera!). Zijn stem is niet groot en zijn timbre doet vaak aan dat van Flórez denken, iets waar je van moet houden, maar zijn hoogte is zonder meer prachtig en hij is een zeer overtuigende acteur.

Duc vader

George Petean was een formidabele Alva. Hij was herstellende van een ziekte (de voorstelling van negen mei heeft hij moeten afzeggen), toch klonk zijn stem als een klok. Hij straalde autoriteit uit en was angstaanjagend, ook mede door zijn verschijning: door zijn vele tatoeages en piercings had heel hij veel weg van een skinhead. Maar hij liet ook zijn zwakke kant zien en in zijn liefde voor zijn zoon was hij oprecht ontroerend.

Duc2

De kleine rol van de bierbrouwer Daniel werd zeer goed gezongen door Igor Bakan. Zijn stem is diep en warm van kleur en zijn belcanto-begaafdheid onberispelijk. De jonge Litouwse basbariton maakt deel uit van het jonge ensemble van de Vlaamse Opera en ik zou mij toch echt moeten vergissen als hij niet een grote toekomst tegemoet gaat.

Ik kan mij geen betere dirigent voor het werk voorstellen dan Paulo Carignani. Hij hield het Orkest van de Vlaamse Opera strak in de teugels, maar tegelijk liet hij ze genoeg los om de ‘zanglijnen’ van de partituur te laten vloeien.

Om met een vrolijke noot te eindigen: De Geuze & Kriek sieren het programmaboekje en het bijzonder smakelijk biertje vloeide ook rijkelijk voor de aanvang van de opera, want iedere bezoeker werd op een ‘bolleke’ met gerstnectar getrakteerd

The making of:

De voorstelling is door de Italiaanse firma Dynamic live opgenomen en op cd uitgebracht (Dynamic CDS 7665/1-2).

Duc cd

Gaetano Donizetti/Giorgio Battistelli
Le Duc D’Albe
Rachel Harnisch, Ismael Jordi, George Petean, Igor Bakan e.a.
Symfonisch Orkest en het Koor van de Vlaamse Opera olv Paolo Carignani
Regie: Carlos Wagner

Bezocht op 13 mei in de Vlaamse Opera Antwerpen

Alle foto:s © Annemie Augustijns