Opera_Zuid

Aantrekkelijke Ballo in maschera van Opera Zuid

DOOR PETER FRANKEN

 

Ballo affiche

© Opera Zuid

Hoewel de tournee er bijna opzit op de valreep nog een bericht over de productie van Un ballo in Maschera die de afgelopen maand door ons land reisde. Een eerder bezoek bleek niet mogelijk maar beter laat dan nooit, zegt men wel eens.

Regisseur Wout Koeken heeft gekozen voor de originele versie die zich afspeelt aan het hof van de Zweedse koning Gustavo III einde 18e eeuw. Dat komt een stuk overtuigender over dan de versie die Verdi door de censuur werd opgelegd en waarbij de hoofdrol wordt vertolkt door de Engelse gouverneur van Boston. Daar klinkt overigens nog wel iets van door als Gustavo tegen het einde zijn vriend en rivaal in de liefde voor Amelia ‘terug naar zijn vaderland wil sturen, zodat een oceaan hem van diens echtgenote zal scheiden’. Voor iemand die Anckarström heet, kan is er toch nauwelijks een ander vaderland denkbaar zijn dan Zweden, en daar is hij al.

 

Ballo JM--20180515-7951

Opera Zuid beschikt over zeer beperkte financiële middelen en dus is het zaak samen te werken met andere operagezelschappen, die liefst wat minder krap bij kas zitten. Dat is deze keer zeer goed gelukt, Un ballo is een coproductie met maar liefst drie andere operahuizen en dat blijkt direct uit de aankleding: decor en kostuums zien er prachtig uit.

Gespeeld wordt in een fantasierijke setting die een goed beeld geeft van de tijd waarin een en ander zich afspeelt. Uiteraard is er een klein theater op het toneel, een knipoog naar de hobby van Gustavo en het bal aan het slot heeft een complete theaterzaal als decor, compleet met plafondschildering en loges rondom. Het staat echter op zijn kant, zodat de toeschouwer recht tegen het plafond aankijkt, leuk gevonden.  De kostuums zijn een lust voor het oog, zeer gevarieerd en stuk voor stuk periode getrouw.

 

BalloJM--20180516-8845

Die keuze voor klassiek operatheater wordt echter wel een beetje overdreven door zangers nogal nadrukkelijk naar de zaal te laten zingen, zoveel ‘vroeger’ was nu ook weer niet nodig. Maar er wordt goed geacteerd en in zijn algemeenheid ook vrij goed gezongen.

Dirigent Karel Deseure gaf leiding aan een uitstekend spelende philharmonie zuidnederland. Prachtig moment de inzet van de tweede akte met die drie harde klappen die het optreden van Ulrica inleiden. Je zit direct rechtop in je stoel, er gaat wat gebeuren.

Ulrica heeft hier zelfs een achternaam, ze heet mevrouw Arvedson en dat is wel erg Zweeds voor een geheimzinnig type dat in contact staat met de duivel. Melanie Forgeron maakte als Ulrica evenmin de indruk van een medium maar meer van iemand die aardig een waarzegster weet te spelen. Op zich goed gezongen maar de stem was niet zwaar genoeg om voor enige onbehaaglijkheid te zorgen.

 

BalloJM--20180516-8852

Bij de Oscar van Kristina Bitenc was dat net andersom, die stem had iets lichter mogen zijn. De rol vraagt eigenlijk om een soubrette, althans zo hoor je het meestal. Bitenc zette een  alleraardigste androgyne Oscar neer, een knappe jongen in de eerste akte en een mooi meisje in de derde. Uitstekend gezongen en geacteerd, knap gedaan.

 

Ballo

Jannelieke Schmidt gaf zich helemaal in haar vertolking van de tot ongeluk gedoemde Amelia maar kon niet verhullen dat deze rol eigenlijk nog wat boven haar kunnen lag. Het was goed maar nog niet goed genoeg, een casting waar een vraagteken bij kan worden geplaatst. Uiteraard kan ze in het dramatische vak nog groeien, en dat zal zeker gebeuren, maar zoiets kost tijd en veel podiumervaring.

Jason Howard als Renato Anckarström heeft die ervaring al wel en bracht een redelijk geslaagde vertolking van de trouwe vriend die niet alleen bedrogen wordt maar ook nog eens voor gek wordt gezet tegenover zijn medehovelingen. We hebben er 17 opera’s op moeten wachten maar aan het einde van de tweede akte van Un ballo mag er voor het eerst sinds Un giorno di regno weer eens gelachen worden van Verdi. De heren van het Theaterkoor Opera Zuid hadden er duidelijk schik in.

Gustavo was in handen van de tenor Adriano Graziani. Hij kwam moeilijk uit de startblokken – aanvankelijk had ik ernstige twijfels over het verdere verloop – maar groeide gaandeweg in zijn rol om in de derde akte alle registers open te zetten in zijn aria ‘Ma se m’è forza perdiri’. Daarmee verwierf hij na een lange avond duidelijk de gunst van het publiek.

Een mooie Verdi avond, niet slechts visueel maar zeker ook muzikaal al blijkt wel degelijk dat coproduceren weliswaar de productiekosten kan drukken maar geen invloed heeft op de financiële beperkingen waaraan de casting is gebonden. Over het geheel genomen was het goed maar eigenlijk verdient deze Ballo toch iets betere zangers.

Trailer van de productie:

Adriano Graziani, Jason Howard, Jannelieke Schmidt, Kristina Bitenc, Melanie Forgeron,  Huub Claessens, Rick Zwart, Kazuma Goto  e.a.
Theaterkoor Opera Zuid (koordirigent: Klaas-Jan de Groot); orkestphilharmonie zuidnederland olv Karel Deseure
Regie: Waut Koeken

Fotomateriaal © Joost Milde

Meer Ballo in maschera: 2 x ‘Gemaskerde moord’ op Plácido Domingo alias koning Gustaaf III

Hartverscheurende KÁT’A KABANOVÁ door Opera Zuid

Opera Zuid - Katja Kabanova - november 2011

Johanni van Oostrum (Kát’a) ©Morten de Boer

Het bezoek aan een operahuis is tegenwoordig tot een soort hazardspel verworden.
Onderwerp, stijlperiode, libretto en muziek doen er tegenwoordig zo langzamerhand niet toe. Ongeacht of je naar Carmen, Ulysse, of Lulu gaat –  niemand garandeert je dat je niet alweer in Srebrenica of in Gaza tijdens een ‘porno live show’ gaat belanden.

Maar als de regisseur in kwestie Harry Kupfer heet, kan je rustig door blijven ademen. Hij is een echte vakman die alle opera’s op zijn duimpje kent. Hij kan logisch nadenken, is consequent en – een bijna rariteit tegenwoordig – hij werkt vanuit het libretto. En de muziek, vanzelfsprekend.

Hij let op de geschreven taal en zijn nuances. Hij laat zijn protagonisten ook de taal en de accenten van de muziek volgen in hun bewegingen en gebaren – volgens mij één van de belangrijkste elementen in de operaregie.En onontbeerlijk als je met een componist als Janáček te maken hebt, voor wie de prosodie (integratie van de gesproken taal en de muziek) zowat het uitgangspunt voor al zijn composities was.

Voor zijn productie van Kát’a Kabanová voor de Opera Zuid heeft Kupfer voor een tamelijk traditionele enscenering gekozen. Bij hem speelt de opera zich daadwerkelijk in Rusland in de tweede helft van de XIX eeuw en de kostuums en de (zeer spaarzame) decors zij navenant. Maar denk nu maar niet dat je een superrealistische voorstelling gaat krijgen, want de enscenering is alles behalve natuurgetrouw en er zit een ‘twist’ in.

Opera Zuid - Katja Kabanova - november 2011

©Morten de Boer

Kupfer heeft, samen met zijn congeniale decorontwerper Hans Schawernoch, een hele slimme eenheids-enscenering bedacht, dat naar believen zowel binnen als buiten suggereert. Op het toneel staan een paar schots en scheef gedeponeerde ouderwetse meubelstukken die aan het zicht worden onttrokken door enorme ijzeren ‘bomen’. Worden de bomen omhoog gehesen dan bevinden we ons binnen.

Het ijkpunt van het decor vormt een prominent aanwezige elektriciteitsmast en ergens op de achtergrond, onzichtbaar maar zeer voelbaar, stroomt de Wolga.

Net als tijdens het echte onweer, was de storm al vanaf het begin voelbaar. Zachtjes waarneembaar in de eerste scène werden de lichtflitsen steeds heviger en tegen het einde kwam het tot de echte uitbarsting. Daar werd ik stil van, want hiermee werd de zere vinger op de juiste plek van de opera gelegd: de (ondergrondse) spanning, de ontlading en dan de stilte.

Trailer van de productie:

 

De uitvoering was goed tot zeer goed tot uitstekend.
Om met minpuntjes te beginnen – het orkest kon mij niet echt bekoren. Ik miste de ‘Slavische ziel’ (wat het ook mocht zijn) en ook de accenten vielen voor mij niet op de juiste plaatsen. Nou is Stefan Veselka zelf van de Tsjechische origine, dus hij zou het moeten weten, maar het miste iets essentieels. Het spel was ook – voor mij, althans – iets te afstandelijk.

Fragment van de repetities:

 

Dat gold ook de hoofdrol vertolkster, Johanni van Oostrum. Zij zong zonder meer prachtig, bij vlagen zelfs zeer ontroerend, maar ik miste het ‘bipolare’ in Kát’a’s karakter, de combinatie van devotie, hysterie, berusting, neiging naar de zelfvernietiging en doodsverlangen. Allemaal eigenschappen die haar uiterst breekbaar maken (denk aan Amy Winehouse, maar dan vertaald naar de negentiende eeuw):

“Wat zou het zalig zijn om nu te sterven.
”Waarom sterven, nu het leven zo mooi is?
”Nee, leven kan ik niet”

(vertaling Theodor Duchamps)

 

Opera Zuid - Katja Kabanova - november 2011

©Morten de Boer

Ook Boris werd zeer goed maar niet al te passioneel (maar misschien past dat bij zijn karakter?) gezongen door Mark Duffin.

Michael Baba wist precies de juiste toon te treffen om het karakter van Tichon te typeren: hij was zeer meelijwekkend in zijn spagaat tussen zijn tirannieke moeder en zijn liefde voor Kát’a.

Opera Zuid - Katja Kabanova - november 2011

Miranda van Kralingen & Henk van Heijnsbergen ©Morten de Boer

Miranda van Kralingen was voor mij niet overheersend en weerzinwekkend genoeg. Zij gaf een goede gestalte aan de rol van Kabanicha, maar echt sidderen deed zij mij niet. Henk van Heijnsbergen was een zeer goede Dikoj.

 

Opera Zuid - Katja Kabanova - november 2011

Karin Strobos (Varvara) en Johanni Van Oostrum ©Morten de Boer

De echte ster van de voorstelling was Karin Strobos als Varvara. Met haar heerlijke lichte mezzo en haar zeer aanwezige bühne-presènce wist zij een meisje van vlees en bloed neer te zetten: licht, maar niet lichtvoetig. Vrolijk maar ook bezorgd. En vol plannen voor de toekomst.

Haar geliefde Kudrjáš werd prachtig vertolkt door Elmar Gilbertsson. Bewapend met de heuse balalaïka, zong hij het volksliedje over een boerenmeisje en de op haar verliefde rijke jongen met veel smachtende lyriek, maar wel ‘down to the earth’. Precies zoals het hoort. Al met al – één van de beste operavoorstellingen van het jaar 2011.

 

Wellicht een leuk wetenswaardigheidje: in 1998 werd Kátá Kabanova uitgevoerd door de Nationale Reisopera. De hoofdrol werd  gezongen door Miranda van Kralingen en in de cast waren er toen vrijwel alleen maar Nederlanders: Marcel Reijans (Kudrjáš), Corinne Romijn (Varvara), Kor-Jan Dusseljee (Tichon). Lucia Meeuwisen zong Kabanicha en de kleine rollen van Glaša en Fekluša werden vertolkt door Annelies Lamm en Janny Zomer.

Leoš Janáček
Kátá Kabanova
Henk van Heijsbergen, Mark Duffin, Miranda van Kralingen, Michael Baba, Johanni van Oostrum, Elmar Gilbertsson, Karin Strobos e.a.
Limburgs Symfonie Orkest olv Stefan Veselka
Regie: Harry Kupfer

Bezocht op 18 november 2011 in Theater aan het Vrijthof in Maastricht

KAT’A KABANOVÁ. Discografie