live voorstellingen

De nachtegaal en andere fabels van Igor Stravinsky: een van de mooiste producties bij de Nationale Opera

nightingale_cover

© Monika Rittershaus

Igor Stravinsky mag dan componist van De nachtegaal en andere fabels zijn, het waren regisseur Robert Lepage en sopraan Olga Peretyatko die in de productie van De Nederlandse Opera in januari 2012 de show stalen. De één met visueel, de ander met vocaal spektakel.

Na de enorme successen in onder meer Toronto, Aix-en-Provence en Lyon mocht ook het Nederlandse publiek kennismaken met de betoverende sprookjes van Robert Lepage. Ja, Lepage, het is geen vergissing.

Natuurlijk zijn de composities van de hand van Igor Stravinsky, één van de grootste toondichters uit de eerste helft van de vorige eeuw en – zeker in zijn beginjaren – een grote vernieuwer. Maar ik moet heel eerlijk bekennen (al weet ik dat de meesten van u het mij kwalijk gaan nemen): ik houd niet van zijn muziek.

Ik houd niet van de spastische ritmen en ik houd niet van het pseudo-folklore. Ik houd niet van Boerenliederen, met of zonder een (licht) klassiek sausje, en de dierenfabels kunnen mij gestolen worden. Zo. Het is eruit.

nightingale Lepage

Robert Lepage

De Canadese regisseur, schrijver en acteur Lepage richtte in 1994 het multidisciplinaire gezelschap Ex Machina op en behalve toneel, opera en film regisseerde hij ook de voorstellingen van Cirque du Soleil. Ziehier zijn fascinatie voor het sprookjesachtige en het zoeken in het ongewone.

Zijn regies onderscheiden zich door een dankbaar gebruik van alles wat mogelijk (en onmogelijk) is. Als u zijn Ring bij de Metropolitan Opera hebt gezien, weet u wat ik bedoel. Licht, schaduwen, gestileerde choreografie, dans, acrobatiek… al die ingrediënten weet hij tot een fascinerend geheel te kneden.

Voor het ‘Stravinsky-project’ is hij een samenwerking aangegaan met de beroemde poppenmaker/ontwerper Michael Curry en engageerde hij de specialist op het gebied van schimmenspelen en goochelshows Philippe Beau (in het programmaboekje wordt hij de ‘shadowgrapher’ en goochelaar genoemd).

Hij liet het orkest naar het toneel verhuizen, want hun vertrouwde ‘bak’ werd gevuld met water. 50 ton, om precies te zijn. Dat water moet een constante temperatuur van 24 graden hebben en het moet iedere dag ververst worden. Geen sinecure!

De ‘vijver’ is luminescerend verlicht (lichtontwerp Étienne Boucher) en er komen bootjes en passanten voorbij. Ook een visser en de kokkin van de Keizer varen er, in hun zoektocht naar de nachtegaal.

Maar we hoeven niet bang te zijn dat de zangers een natte broek krijgen – onder hun oogverblindende kostuums (ontwerp van Mara Gottler) dragen ze een wetsuit. Bovendien zijn ze het al gewend; bijna allemaal hebben ze ook aan de productie in Aix-en-Provence (en andere steden) meegedaan en ze weten zich te redden.

De zangers worden ‘bijgestaan’ door Vietnamese watermarionetten. Volgens de verhandeling in het boekje is het een categorie apart die totaal anders is dan andere ‘hoofdbespelers’ van poppentheaters. Geloof ik onmiddellijk, maar wat voor mij alleen telt, is dat het heel erg mooi is en dat de voorstelling erdoor verrijkt wordt.

Xian Zhang (conductor), Robert Lepage (director), Sybille Wilson (preparation regie), Carl Fillion (sets), Mara Gottler (costumes), Étienne Boucher (light), Michael Curry (marionnettes design), Martin Genest (marionnettes choreography), Caroline Tanguay (preparation marionnettes choreography), Philippe Beau (concept Chinese shadow puppets)

De vos. Vlnr: Andreas Jaeggi (tenor 1), Edgaras Montvidas (tenor 2)

Maar voor wij aan De nachtegaal, zeg maar het hoofdgerecht van de avond beginnen, moeten wij ons voorgerecht opeten. Daar worden dus de Boerenliederen, Wiegenliedjes van de kat en de Onzinliederen (Pribaoetki) opgevoerd. Plus nog wat liederen, wat orkestrale stukken, waaronder drie voor klarinetsolo (bravo voor Hans Colbers!) en het korte operaatje De vos.

Xian Zhang (conductor), Robert Lepage (director), Sybille Wilson (preparation regie), Carl Fillion (sets), Mara Gottler (costumes), Étienne Boucher (light), Michael Curry (marionnettes design), Martin Genest (marionnettes choreography), Caroline Tanguay (preparation marionnettes choreography), Philippe Beau (concept Chinese shadow puppets)

Vier Russische boerenliederen: Dameskoor van De Nederlandse Opera © Monika Rittershaus

Schitterend gezongen, dat zeker. Een pluimpje voor de dames van het koor van De Nederlandse Opera! Maar het geheel is, ondanks het werkelijk betoverende schimmenspel en de adembenemende kunstjes van de acrobaten (hoe doen ze dat?), niet meer dan een vermakelijk avondje uit. Althans voor mij.

Het Residentieorkest was goed op dreef, maar soms vraag je je af waar een dirigent nog voor nodig is. Ik heb zo mijn vermoeden dat het orkest ook zonder de dirigent (de zeer bekwame Chinees-Amerikaanse Xiang Zhang ) net zo goed of wellicht zelfs beter had gespeeld (zeker wat de eerste helft betreft). En omdat zij met haar rug naar de zangers stond en er geen camera’s waren, konden zij elkaar niet zien. En toch ging het prima!

Xian Zhang (conductor), Robert Lepage (director), Sybille Wilson (preparation regie), Carl Fillion (sets), Mara Gottler (costumes), Étienne Boucher (light), Michael Curry (marionnettes design), Martin Genest (marionnettes choreography), Caroline Tanguay (preparation marionnettes choreography), Philippe Beau (concept Chinese shadow puppets)

Olga Peretyatko (De nachtegaal) © Monika Rittershaus

De zangers…. Ja, dat was een feestje apart. Om te beginnen was er DE nachtegaal: Olga Peretyatko. Van haar kon ik mijn ogen (en oren) niet afhouden. Ondanks alle poppen, vijvers en kleuren was zij het die de hele voorstelling beheerste, van haar eerste opkomst tot het einde. De momenten dat zij er niet was, zat ik verlangend te wachten tot ik haar zang weer kon horen. Wellicht was het net zoiets als een ‘Stockholm-syndroom’ (of in dit geval ‘Nachtegaal-syndroom’), maar het werkte wel.

Xian Zhang (conductor), Robert Lepage (director), Sybille Wilson (preparation regie), Carl Fillion (sets), Mara Gottler (costumes), Étienne Boucher (light), Michael Curry (marionnettes design), Martin Genest (marionnettes choreography), Caroline Tanguay (preparation marionnettes choreography), Philippe Beau (concept Chinese shadow puppets)

Ilya Bannik (De keizer van China), op de achtergrond Olga Peretyatko (De nachtegaal) © Monika Rittershuis

Het was de eerste keer dat ik haar live hoorde en ik werd door haar betoverd. Haar hoogte, haar coloraturen en het kwinkeleren met haar stem zijn onnoembaar goed, maar wat haar van haar andere coloratuur-collega’s onderscheidt, is het gehele plaatje. Zij beschikt over een formidabele middenregister en haar stem is goed gefocust.

Xian Zhang (conductor), Robert Lepage (director), Sybille Wilson (preparation regie), Carl Fillion (sets), Mara Gottler (costumes), Étienne Boucher (light), Michael Curry (marionnettes design), Martin Genest (marionnettes choreography), Caroline Tanguay (preparation marionnettes choreography), Philippe Beau (concept Chinese shadow puppets)

Edgaras Montvidas (De visser) © Monika Rittershaus

Edgaras Montvidas, die onder andere de Visser zong, heb ik al eerder gehoord, maar nu heeft hij mij voor het eerst echt overtuigd. Drievoudig bravo.

Xian Zhang (conductor), Robert Lepage (director), Sybille Wilson (preparation regie), Carl Fillion (sets), Mara Gottler (costumes), Étienne Boucher (light), Michael Curry (marionnettes design), Martin Genest (marionnettes choreography), Caroline Tanguay (preparation marionnettes choreography), Philippe Beau (concept Chinese shadow puppets)

Yuri Vorobiov (De bonze), Nabil Suliman (De kamerheer), Elena Semenova (De kokkin) © Monika Rittershaus

Maryam Sokolova en Elena Semenova (verschillende rollen) waren zeer overtuigend en ook Ilya Bannik (de Keizer) deed het meer dan voortreffelijk.

Al met al een fascinerende voorstelling. Kon het niet tijdens de kerst geprogrammeerd worden? Een betere en mooiere familievoorstelling kan een mens zich niet voorstellen.

Trailer van de productie:

 

Igor Stravinsky
De nachtegaal en andere fabels
Olga Peretyatko, Edgaras Montvidas, Ilya Bannik, Maryam Sokolova, Elena Semenova, e.a.
Residentie Orkest en Koor van De Nederlandse Opera olv Xian Zhang.
Regie: Robert Lepage.

Bezocht op 12 januari 2012 in Het Muziektheater – Amsterdam.

 

Le Rossignol et la Rose

 

The Rake’s Progress als theater van het lach

Paul Appleby (Tom Rakewell0, Nick Shadow (Kyle Ketelsen), figuranten

Foto: Copyright (c) DNO/Monika Rittershaus

Stravinsky’s The Rake’s Progress behoort tot de meest opgevoerde opera’s die gecomponeerd werden in de twintigste eeuw. Deels ligt het aan de aanstekelijke, toegankelijke muziek, deels aan het grote publiek aansprekend moralistisch verhaal. Met een goede regisseur – en een nog betere vormgever – kun je zeker zijn van een daverend succes.

Ook in het Amsterdamse Muziektheater kon men van een daverend succes spreken. Het publiek was uitzinnig, men kwam niet meer bij van het lachen, men vrat het rauw. John Lanting zou tevreden zijn geweest.

Ik vond het maar niets en daarin ben ik, vrees ik, één van de zeer weinigen. Ik behoor – denk ik – tot de één van de drie, vooruit vier, mensen (meer gelijkgestemden kwam ik niet tegen) die er niet van hebben genoten…
Waarom niet? Omdat het verhaal – en de muziek van Stravinsky – onrecht werd aangedaan.

De zangers waren goed (al kon het beter), maar het orkest speelde middelmatig (de dirigent gaf niet goed aan, volgens mij) en de productie was verschrikkelijk over de top, waarbij de regisseur totaal voorbij was gegaan aan de clou van het verhaal. Alle angels waren er uit en van het woord ‘tragikomisch’, want dat is het werk in het echt, werd het eerste deel van het woord weggepoetst.

Het begon al door de rol van Baba de Turk aan een countertenor in travestie te vertrouwen. Dat klopt niet. Stravinsky heeft het niet zo bedoeld. In zijn opera hoort Baba gezongen te worden door een mezzosopraan en ik denk dat Stravinsky toch echt wist wat hij wilde!

Andrew Watts (Baba the Turk) en Paul Appleby (Tom Rakewell)

Andrew Watts (Baba the Turk), Paul Appelby (Tom) Foto: Copyright (c) DNO/Monika Rittershaus

Het eerste wat ik dacht toen hij/zij opkwam was: was Conchita Wurst niet beschikbaar? Het effect zou hetzelfde zijn geweest..  het zingen wellicht ook. Nu: het publiek vrat het! De lachsalvo’s volgden elkaar in rap tempo op en toen de diva met haar tieten ging zwaaien (dat doen queers immers altijd, toch?) kwamen de mensen niet meer bij. Lachuh! Dat is heel erg verkeerd, want Baba is niet om te lachen. In feite is zij een tragische figuur die nu door de regisseur om zeep werd geholpen. Ik noem het karaktermoord.

Geen cliché werd ons bespaard, dus maakte de diva haar entree met een hondje. Een Pekinees! Hoe verzin je dat! En wat deed het kind daar? Wie was zij überhaupt? Was zij het kind van Baba? Was zij haar jonge alter ego? Best mogelijk, best mogelijk ……

Over andere ‘vondsten’ doe ik er het zwijgend toe, maar het veilen van het meisje (nog steeds op de bühne aanwezig) kon ik echt niet grappig vinden

Koor van De Nationale Opera, met op de voorgrond Julia Bullock (Anne)

Foto: Copyright (c) DNO/Monika Rittershaus

Muzikaal viel er veel meer te genieten, maar ook daar kan ik maar niet echt enthousiast over worden.

Paul Appleby (Tom Rakewell) en Kyle Ketelsen (Nick Shadow)

Paul Appelby en Kyle Ketelson Copyright (c) DNO/Monika Rittershaus

Paul Appelby (Tom Rakewell) kon mij goed overtuigen. In zijn interpretatie was Tom een naïeve, suffige domkop die maar niet zo goed snapte wat hem overkwam. Het is alleen jammer dat hij de sulligheid tot het eind heeft gehanteerd, want in de laatste scène wilde ik meer emoties in zijn stem kunnen horen, meer ‘madness’. Maar ik denk dat de akoestiek van het Muziektheater hier (ook) parten heeft gespeeld. Het was alles behalve optimaal.

Julia Bullock (Anne)

Julia Bullock (Anne) Foto: Copyright (c) DNO/Monika Rittershaus

Julia Bullock (Anne Truelove) is een verrukkelijke sopraan met een mooie, lieve stem, zeer ontroerend in zijn lyriek. Haar smeekbedes waren hartbrekend. Helaas is haar instrument aan de kleine kant waardoor niet alle nuances goed hoorbaar waren.

Paul Appleby (Tom Rakewell) en Kyle Ketelsen (Nick Shadow)

Paul Appelby (Tom) & Kyle Ketelosn (Nick) Foto: Copyright (c) DNO/Monika Rittershaus

Kyle Ketelsen (Nick Shadow) kon mij niet helemaal overtuigen. Voor een echte duivel miste hij eenmaal de gevaarlijke aantrekkelijkheid, dat – niet zo kleine – ‘iets’ wat maakt dat je je aan zo’n iemand totaal kunt overgeven en daar ook nog eens blij om wordt. Wat overigens ook in het libretto staat. Zijn bariton is rond en warm maar ik wil in die rol wat meer kruid horen, meer peper. Dat McBurney hem als een ambtenaar heeft uitgedost wilde ook niet helpen.

rakes_progress_142

Julia Bullock, David Piitsinger, Kyle Ketelson & Paul Appelby Foto: Copyright (c) DNO/Monika Rittershaus

David Pittsinger (Truelove) was voor mij de echte ster van de avond. Zijn stem is groot en resonerend waardoor hij niet alleen goed hoorbaar was maar ook al de nuances in zijn zang fantastisch wist over te brengen.

Voorgrond: Alan Oke (Sellem (veilingmeester)) en Koor van de Nationale Opera

Alan Oke (veilingmeester) en Koor van de Nationale Opera Copyright (c) DNO/Monika Rittershaus

Allen Oke zette een fenomenale veilingmeester neer, waarbij hij en passant ook les in acteren ten beste gaf.

Hilary Summers was een aardige maar niet echt overtuigende Mother the Goose. Haar interpretatie paste beter bij een moeder dan bij een bordeelmamma.

Evan Hughes (Keeper of the Madhouse/Nick Shadow II) wist mij met zijn grootse en een kruidige bariton zeer te imponeren wat mij een verzuchting heeft ontlokt: zong hij maar de duivel!

Over Andrew Watts (Baba The Turk) kan ik kort zijn: het was een gruwelijke vergissing. Ik reken het de arme countertenor niet aan, tenslotte deed hij wat de regisseur van hem verlangde. Dat de rol niet voor zijn stemtype was geschreven waardoor zijn tessitura niet toereikend was? Peanuts, toch? Moet kunnen…..

Ook over het koor kan ik kort zijn: geweldig! Alleen voor hun prestaties is het beslist de moeite waard om de opera te bezoeken!

Het orkest speelde goed, maar de echte bezieling ontbrak. Het was allemaal een beetje braaf, een beetje gewoontjes. Zeker vóór de pauze, want daarna, toen er wat minder te lachen viel, werd ook de orkestklank beter. Overigens: ik denk niet dat het aan de musici van het Nederlands Kamerorkest lag, (denk alleen al aan de schitterende trompetsolo van Ad Welleman!), de schuldige was ongetwijfeld Ivor Bolton. Er kwam zo ontzettend weinig inspiratie van hem af! Stravinsky – of je er van houdt of niet – is ‘all about ritme’ en laat dat nou hetgene te zijn wat ik het meest miste.

rakes_progress_133

Andrew Watts, Kyle Ketelson, Julia Bullock, Paul Appelby & David Pittsinger Copyright (c) DNO/Monika Rittershaus

De moraal van het verhaal (denk aan Don Giovanni! Stravinsky kende heus zijn klassiekers!) werd door de protagonisten vóór de bühne gezongen en dus voor de bezitters van slechte(re) kaartjes waarschijnlijk niet te zien. Net als minstens een derde van de hele opera. Was er werkelijk niemand die de regisseur op de verschillen – ook in de akoestiek, maar niet alleen – tussen Aix-en-Provence en de Stopera kon attenderen?

Trailer van de productie:

Igor Stravinsky
The Rake’s Progress
Paul Appelby, Julia Bullock, Kyle Ketelsen, David Pittsinger, Hilary Summers, Andrew Watts, Allan Oke, Evan Hughes
Koor van De Nationale Opera en het Nederlands Kamerorkest het olv Ivor Bolton
Regie: Simon McBurney

Discografie: IGOR STRAVINSKY: THE RAKE’S PROGRESS. Discografie

 

 

 

 

Tristan und Isolde door Pierre Audi: weinig emoties maar wat een zangers!

tristan0033-1

Copyright (c) Ruth Walz

En toen was iedereen dood. Dat kon Wagner’s bedoeling niet zijn, want door iedereen te laten killen werd het heengaan van je hoofdpersonen gemarginaliseerd. #Zijtoo, zoiets. Het is dat Isolde’s dood meer meta- dan daadwerkelijk fysisch was, dat haar sterven – waar iedereen zo naar uitkeek – toch de verlossing bracht waar iedereen zo naar snakte.

De entourage van het desolate, troosteloze landschap in de derde acte deed mij het meest aan zwart/wit beelden uit de eerste Wereld Oorlog denken. Zo deprimerend dat het daadwerkelijk om zelfmoord schreeuwde.

Die verstikkende uitzichtloosheid werd nog versterkt door het ongekend mooi spelende Nederlands Philharmonisch Orkest: de fluisterende klanken waarmee de acte begon waren van een onaardse schoonheid. Het geluid dat Marc Albrecht de musici wist te ontlokken klonk niet alleen als de aankondiging van de zuiverende dood, maar maakte ook de eerste voorboden van de eeuwigheid voelbaar.

De regie was typisch Pierre Audi. Mooi en zeer esthetisch verantwoord, maar ook zo verschrikkelijk saai! Nu gebeurt er in die opera betrekkelijk weinig, maar zoals het er nu uitzag verschilde het in (bijna) niets van een concertante uitvoering. O ja, men bewoog wel, maar het leek sterk op een masterclass in ‘hoe te bewegen om de ander zo weinig mogelijk aan te raken’.

tristan0089-1

©  Ruth Walz

De afstand tussen Tristan en Isolde groeide averechts aan hun passie en na het nuttigen van de liefdesdrank namen ze hun posities aan beide uiteinden van de bühne. Verder beperkte de personen regie zich tot de standaard cliché gebaren: men greep naar zijn hoofd, zocht steun bij de muur, men liet zich vallen of ze gingen gewoon op de grond liggen.

Er werd voornamelijk met het gezicht naar het publiek toe gezongen wat een enorme plus was: iedereen was goed te verstaan. Gelukkig maar, want er werd mij toch mooi gezongen!

Stephen Gould (Tristan), Ricarda Merbeth (Isolde)

Ricarda Merbeth (Isolde) en Stephen Gould (Tristan)  © Ruth Walz

Ik denk dat Stephen Gould tegenwoordig tot één van de weinige tenoren behoort die Tristan tot en met de laatste noot goed kan zingen, zonder echte problemen. Goed, je kon merken dat zijn stem een beetje vermoeid raakte, maar bij een dodelijk verwonde en stervende held is het niet echt problematisch. Zeker ook omdat hij verder heer en meester was zowel van zijn stem als van de bühne.

Ricarda Merbeth (Isolde) stelde mij lichtelijk teleur. Althans: in de eerste twee acten. Haar woede in de eerste acte vond ik niet verwoestend genoeg waardoor het plotselinge omslaan van gevoelens – van ziedende furie in een allesverzengende liefde – het grote verrassingselement verloor.

Stephen Gould (Tristan), Ricarda Merbeth (Isolde)

Ricarda Merbeth (Isolde) en Stephen Gould (Tristan)  © Ruth Walz

Ik denk echter dat de premièrekoorts haar parten heeft gespeeld en ik verwacht dan ook dat zij ooit tot een Isolde uitgroeit waar men rekening mee gaat houden. Dat het zo is liet zij in haar ‘Liebestod’ horen. Geholpen door Audi’s mystieke mise-en-scène en de betoverend mooie belichting van Jean Kalman zwierf zij ergens tussen leven en dood; niet meer hier maar nog niet daar, losgekoppeld uit alle werkelijkheid. Zo ook klonk haar stem: buitenaards maar verre van engelachtig. Zeer ontroerend.

De jonge en zeer aantrekkelijke koning Marke van Günther Groissböck was voor mij de absolute ster van de avond. Zijn zeer charmante bas klonk gekwetst en boos waar nodig, maar verder was hij voornamelijk vaderlijk mild, wat bij de rol uitstekend past. Een stem om verliefd op te worden, wat mij de zucht ‘was ik maar een Isolde’ ontlokte ….

Ricarda Merbeth (Isolde), Michelle Breedt (Brangäne)

Ricarda Merbeth (Isolde) en Michelle Breedt (Brangäne) © Ruth Walz

Michelle Breeedt zong een zeer warme Brangäne. Haar stem liet een ware rijkdom aan gevoelens horen: liefde, vriendschap, angst, verdriet en spijt … alles wat van Brangäne de meest humane van alle Wagner-personages maakt. Haar optreden in de tweede acte was huiveringwekkend mooi en het is best spijtig dat ze in de derde acte door Kurwenal (zeer goed zingende en acterende Iain Paterson) gedood moest worden. Des te meer eigenlijk omdat ze min of meer dezelfde rol vervulden, die van een trouwe vriend, dienaar en beschermer.

Stephen Gould (Tristan), Ian Paterson (Kurwenal)

Stphen Gould (Tristan) en Iain Paterson (Kurwenal( © DNO Ruth Walz

Andrew Rees zong een goede Melot, maar waarom moest hij een kreupele, miserabele dwerg zijn met zijn rechter arm in mitella? Nergens voor nodig en behoorlijk lachwekkend.

In de kleine rol van de herder liet Morschi Franz weer eens horen wat een schitterende zanger hij toch is. Beste DNO: wordt het echt geen tijd om hem grotere rollen toe te kennen?

Roger Smeets (stuurman) en Martin Piskorski (de jonge zeeman) completeerden het voortreffelijke zangers-ensemble.

Over het Nederlands Philharmonisch Orkest onder de meer dan inspirerende leiding van hun chef-dirigent Marc Albrecht kan ik kort zijn. Subliem.

Trailer van de productie:

Richard Wagner
Tristan und Isolde
Stephen Gould, Ricarda Merbeth, Michelle Breedt, Günther Groissböck, Iain Paterson, Andrew Rees, Morschi Franz, Roger Smeets, Martin Piskorski
Koor van de Nationale Opera (instudering: Chin-Lien Wu), Nederlands Philharmonisch Orkest olv Marc Albrecht
Regie: Pierre Audi

Bezocht op 18 januari 2018 in het Muziektheater in Amsterdam

TRISTAN UND ISOLDE. Discografie

 

FALSTAFF in Amsterdam, juni 2014

Falstaff2mb_2637

© BAUS

“Het was de derde keer dat we een nieuwe productie van Falstaff in Amsterdam hebben gehad, maar vandaag hebben we de echte première van de opera beleefd.” Beter dan Pierre Audi het in zijn bedankspeech verwoordde, had ik de première van Verdi’s Falstaff bij De Nationale Opera niet kunnen omschrijven.

Robert Carsens productie van Falstaff ging in 2012 bij het Royal Opera House in Londen in première (met matige recensies – kunt u het zich voorstellen?) en trok daarna langs New York en Milaan. Op zaterdag 7 juni kon ook Amsterdam kennismaken met de enscenering en na afloop van de zeer succesvolle première leek iedereen het erover eens: eindelijk!

Eindelijk hebben wij een productie mee mogen maken die niet alleen eerlijk was tegenover de componist, de librettist en het publiek, maar ook het nieuwe niet schuwde en niet was blijven steken in conventionele beelden en overdadige decors.
Vernieuwend, verrassend en toch zeer vertrouwd.

Zelden maak je nog mee dat alles, maar dan ook alles klopt, tot in de kleinste details. En het publiek beloonde het decor met een open doekje, wanneer hebt u het voor het laatst meegemaakt?

Wie de productie al eerder heeft gezien tijdens de bioscoopvertoning van de Metropolitan Opera, kan in Amsterdam prettig verrast worden. Het maakt toch echt uit of het geluid je via speakers bereikt of rechtstreeks je oren in komt, zonder versterking, microfoons en andere vernuftige uitvindingen. En er gaat niets boven de levendigheid op de bühne, met echte mensen in plaats van projecties op een scherm, de close-ups ten spijt.

 

2mb_2844

© BAUS

Wat je ook mist als je niet in de zaal zit, is de onbeschrijflijk mooie belichting (van Carsen en Peter van Praet). De schaduwen die op de muren opdoemen en de Van Goghiaanse sterrenhemel: het is ‘larger than life’ en driedimensionaal!

Carsen situeert het verhaal in de prille jaren vijftig. De oorlog is voorbij en de grote opbouw, inclusief sociale verschuivingen, is in volle gang. De oude adel is in verval geraakt en de nieuwe rijken hebben het voor het zeggen. Geld, daar draait het om, althans voor de nieuwe ‘upperclass’. Daar is Ford het beste voorbeeld van: geld opent toch immers alle deuren?

Maar: de oude Sir John Falstaff is nog niet dood en al is hij aan lager wal geraakt, zijn gevoel voor humor en zijn intelligentie is hij nog steeds niet kwijtgeraakt. Zelfspot, daar kan Ford veel van leren!

dsc_2295

Ambrogio Maestri © BAUS

Als u het mij vraagt, dan is Ambrogio Maestri geboren om Falstaff te zingen. De Italiaanse bariton is nog maar 43 jaar, maar de rol zingt hij al vanaf zijn 29e. Het is niet alleen zijn stem die hem zo geschikt maakt. Wat een uitstraling! Hij is groot en imposant, met een milde glimlach om zijn mond; zelfs in zijn eentje kan hij een voorstelling dragen.

In zijn ‘vroegere leven’ werkte Maestri als kok en ober in het familierestaurant in Pavia. Zijn ontdekking heeft hij aan Plácido Domingo en Riccardo Muti te danken, maar koken is nog steeds zijn hobby gebleven (op zijn YouTube-pagina heeft hij zelfs nog een kookrubriek).

Falstaff2mb_2619

Massimo Cavaletti & Ambrogio Maestri © BAUS

Massimo Cavaletti is een fantastische Ford. Zijn volumineuze bariton kent immens veel kleuren, absoluut onontbeerlijk om hem zowel als Ford als in zijn Fontana vermomming geloofwaardig te laten klinken.

Fiorenza Cedolins (Alice) heeft mij prettig verrast. Na al de zware rollen die zij eigenlijk al vanaf het begin van haar carrière zingt, verwachtte ik een dramatische sopraan die haar stem klein moest houden, maar nee! Zij zong voluit en onverwacht lyrisch.

Falstaffdsc_2408

Maite Beaumont, Fiorenza Cedolins & Lisa Oropesa © BAUS

Maite Beaumont kan er niets aan doen dat de rol van Meg zo weinig inhoudt, maar zij deed precies wat er van een “grijze muis” verwacht werd: mooi zingen en de meerdere in Mistress Alice erkennen!

Falstaffdsc_1962

Daniela Barcellona & Ambrogio Maestri © BAUS

Daniela Barcellona (Mrs.Quickly) is niet een echte diepe alt, type Fiorenza Cossotto, maar haar ‘Reverenza’ miste niets van de guitigheid van haar grote voorgangster. En met haar bühne persoonlijkheid heeft zij heel wat publieksharten veroverd.

 

Falstaff2mb_2272

© BAUS

Het jonge koppel (Lisette Oropesa en Paolo Fanale) deed precies, wat van ze verwacht werd: verliefd zijn, en de kleine rollen van Cajus, Bardolfo en Pistola werden meer dan luxueus bezet door resp. Carlo Bosi, Patrizzio Saudelli en Giovanni Battista Parodi.

2mb_2512

© BAUS

Het was de eerste – en ik hoop niet de laatste!  – keer dat wij Daniele Gatti bij de Nationale opera mee mochten maken. Dat hij een bijzondere affiniteit met het Koninklijk Concertgebouworkest heeft is niets nieuws, maar dat zij samen ook een opera tot onverwachte hoogten konden tillen was zeer verrassend en meer dan blijmakend. Bravissimi a TUTTI!

Trailer van de productie:

Giuseppe Verdi
Falstaff
Ambrogio Maestri, Massimo Cavaletti, Fiorenza Cedolins, Daniela Barcellona, Maite Beaumont, Lisette Oropesa, Paolo Fanale, Carlo Bosi, Giovanni Battista Parodi, Patrizio Saudelli
Koor van de Nationale Opera (instudering: Bruno Casoni en Thomas Eitlesr), het Koninklijk Concertgebouw Orkest onder leiding van Daniele Gatti;
Regie: Robert Carsen

Bezocht op 7 juni 2014

Falstaff van Verdi in zes opnamen: twee op cd en vier op dvd

 

DIALOGUES DES CARMÉLITES bij Deutsche Oper am Rhein in Düsseldorf, oktober 2010

duesseldorf_opernhaus_c_ioco

Deutsche Oper am Rhein heeft voor een operaliefhebber altijd veel te bieden. Ieder jaar weten ze daar een heel erg interessant seizoen samen te stellen, waar zowat alle genres aan bod komen, voor elk wat wils. Ze werken met een min of meer vast ensemble, waardoor ze vrijwel alle rollen moeiteloos uit eigen stal kunnen bezetten. Bovendien vormen ze een hechte eenheid. Dat merk je. In oktober 2010 zag ik daar een formidabele productie van Dialogues des Carmélites van Poulenc.

 

Carmelites affiche


 © Hans Jörg Michel.

De opera gaat over angst. Angst voor alles, maar voornamelijk voor de dood. Kan je jezelf en je angsten ontvluchten? Hoe bevrijd je je van dat allesomvattende en allesvernietigende gevoel? Zijdelings gaat het ook over opoffering, martelaarschap, revoluties en ideologieën.

Dialogues des Carmélites is een werk waar je je als luisteraar moeilijk een buil aan kan vallen: de muziek is zo schrijnend mooi, dat je desnoods je ogen dicht doet en je verbeelding doet de rest. Bij Poulenc staat de melodie in het centrum van zijn universum en hij componeert zeer beeldend, waardoor je eigenlijk geen regisseur nodig hebt. En toch… als de regisseur goed is, gaat er een extra dimensie voor je open.

Guy Joosten heeft een zeer intieme voorstelling gecreëerd, met bijzonder veel aandacht voor details. Het begint al met een wit doek waarop de silhouetten van heen en weer marcherend gepeupel geprojecteerd worden. Vanaf het begin voel je je bedreigd. En als het doek even wordt opgetild en je ze daadwerkelijk ziet verschijnen, word je, net als de arme Blanche, doodsbang.

Zonder belerend te willen zijn en zonder een moralist te willen spelen, verwijst Joosten lichtjes naar de angstmomenten in de moderne geschiedenis. Zo krijgt Blanche van haar broer een rode jas aangereikt waarin zij kan ontsnappen (citaat uit Schindler’s List?) en wordt de nonnen voor de executie hun haar afgeknipt. Als er een habijt over hun hoofden wordt gegooid, lijken ze net vrouwen in boerka’s. En de vrouwen van het ‘volk’ dragen grijze mohair baretten. Vergis ik mij of zie ik daarin verwijzing naar de ultrakatholieke Poolse nationalisten?

 

CARMELITES _1_FOTO_Hans_Joerg_Michel

John Wegner (Marquis de la Force) en Annett Fritsch (Blanche) © Hans Jörg Michel.

In de eerste scène van de eerste akte bevinden we ons in de ‘oude wereld’: de bibliotheek van de Markies. Er is kleur, en al is de angst voor wat komen gaat al voelbaar, de nabijheid van boeken straalt een bepaalde rust uit. In de tweede scène van de laatste akte bestaat de wereld niet meer. De omgevallen en in brand gestoken bibliotheek smeult nog na en alles is grijs geworden.

 

CARMELITES _11_FOTO_Hans_Joerg_Michel

Annett Ftitsch (Blanche) en Jeanne Piland (Mère Marie) © Hans Jörg Michel.

De dood van de nonnen is mogelijk nog indrukwekkender dan het in Amsterdam was: iedere keer als de bijl valt, valt ook een zwart lint naar beneden. Tot alles zwart is en dan is het over.

De uitvoering was meer dan formidabel. Om te beginnen was er Anja Silja als Madame de Croissy. Alleen al voor haar sterfscène verdiende zij een Oscar.

 

CARMELITES _5_FOTO_Hans_Joerg_Michel

Anja Silja (Madame de Croissy) © Hans Jörg Michel

John Wegner overtuigde als Marquis de la Force met zijn grote, zeer imponerende stem. Hij begon met een beetje te veel vibrato, maar heel gauw herstelde hij zich en Corby Welch was een aardige Chevalier.

Sabine Hogrefe was een prachtige Madame Lidoine. Haar stem klonk precies, zoals het moet: geruststellend en warm. En dat terwijl zij al Brünhilde op haar repertoire heeft staan!

 

Carmelite Alma

© Hans Jörg Michel

De jonge Israëlische sopraan Alma Sadé (ja, familie van Gabriel) debuteert in de rol van Constance. Wat een heerlijke, lichte, meisjesachtige stem heeft zij toch! Alle tegenstrijdige gevoelens wist zij goed over te brengen. Vol levensvreugde, volop genietend en toch dromend van de dood. Was het wellicht omdat zij voor het eerst een echte vriendin meende tegen te komen, die zij niet kwijt wilde? Van haar gaan wij nog meer horen.

 

CARMELITES _7_FOTO_Hans_Joerg_Michel

© Hans Jörg Michel

Anett Fritsch was een droom Blanche. Haar sopraan is licht, wellicht een tikkeltje te, maar haar rolinvulling was zo formidabel! Zij wist haar angsten daadwerkelijk in haar stem te laten doorklinken en dat is een echte prestatie.

 

CARMELITES-_8_FOTO_Hans_Joerg_Michel-1

© Hans Jörg Michel

Maar de show werd, althans voor mij, gestolen door Jeanne Piland is haar rol van Mère Marie. Hier stond een zangeres/actrice van formaat, met uitstraling en charisma. Van haar kon ik ook mijn ogen niet afwenden. Een legende al, maar haar stem staat nog steeds als een huis en heeft nog niets aan zeggingskracht ingeboet.

Alle kleine rollen waren meer dan adequaat bezet en het koor was meer dan goed. Het orkest (Düsseldordorfer Symphoniker) onder leiding van Axel Kober klonk als een wereldorkest, maar misschien zijn ze dat inmiddels wel?

Trailer van de productie:

Francis Poulenc
Dialogues des Carmélites
Anett Fritsch, Anja Silja, Jeanne Piland, Sabine Hogrefe, Alma Sadé, John Wegner, Corby Welch, Bruce Rankin e.a.
Düsseldorfer Symphoniker en het koor van de Deutsche Oper am Rhein olv Axel Kober (koordirigent: Christoph Kurig)
Regie: Guy Joosten

Bezocht op 22 oktober 2010 in het Opernhaus Düsseldorf

Discografie:  DIALOGUES DES CARMÉLITES

 

Zowat perfecte La Bohème uit Amsterdam

Rodolfo (Sergei Romanovsky), Mimì (Eleonora Buratto)

Rodolfo (Sergei Romanovsky), Mimì (Eleonora Buratto)

Heel erg zachtjes klinkt nog: ‘Le mani.. al caldo…e…dormire’ (mijn handen…warm…en…slapen) … en dan is het stil. Mimi is dood. Haar vrienden hebben het nog niet in de gaten, maar wij, de toeschouwers, wij weten het wel want samen met de stem van Mimi is ook de muziek gestorven. Het is zo oorverdovend stil dat je je eigen tranen uit je ogen hoort vloeien. Het duurt niet langer dan een seconde, maar in die ene seconde is de hele essentie van Puccini’s muziek besloten. Een enkele noot, twee misschien, een klein akkoordje, een tweetakt…Stilte. Meer is er ook niet nodig.

Waarom is de laatste scène van La bohème zo ontroerend?

Het schijnt dat je je tegenwoordig er voor moet schamen dat die muziek iets met je doet, vandaar – denk ik – dat de ene na de andere regisseur de gekste fratsen verzint om maar niet voor sentimenteel te worden uitgescholden.

Zo niet de Australiër Benedict Andrews. In 2014 regisseerde hij bij De Nationale Opera in Amsterdam een La Bohème die niet meer (maar ook niet minder) deed dan het verhaal rechttoe-rechtaan te vertellen.

Koor van De Nationale Opera

Goed: hij permitteerde zich een paar vrijheden. Zo verplaatste hij de handeling naar de – zo schat ik – jaren vijftig van de vorige eeuw en liet hij de Bohemiens in een ruime studio gelijkvloers wonen in plaats van de voorgeschreven mansarde. Het leverde een paar contradicties (hoezo is Mimi buiten adem van het traplopen als er geen trap is?) en een enkel raar detail (met je pyjama op de koude kerstavond uit gaan eten? Really?) op, maar het zij hem vergeven want voor de rest heeft hij zich netjes aan het libretto gehouden. Er is zelfs een spiritusbrander waarop het versterkend drankje voor Mimi wordt voorbereid!

De cast was, op Thomas Oliemans (Schaunard), Gianluca Buratto (Colline) en de vertolkers van de kleine rollen na, geheel nieuw.

Rodolfo (Sergei Romanovsky), Mimì (Eleonora Buratto)

Sergey Romanovsky (Rodolfo) en Eleonora Buratto (Mimi)

Eleonora Buratto (Mimi) heeft een mooie en ronde sopraan, zeer aangenaam om naar te luisteren. Ze begon een beetje aarzelend en haar eerste aria, ‘Sì. Mi chiamano Mimì’ klonk niet helemaal overtuigend, maar daar revancheerde zij zich later meer dan ruimschots voor. In ‘Donde lieta uscì’ bloeide haar stem op tot bijna Tebaldi-achtige proporties, maar bij haar opkomst in de derde acte (ach! De mist! En de sneeuwvlokjes!) al wist zij bij mij alle twijfels weg te nemen.

Rodolfo (Sergey Romanovsky), Marcello (Mattia Olivieri)

Sergey Romanovsky (Rodolfo) en Mattia Oliveri (Marcello)

Sergey Romanovsky heeft misschien een iets te kleine stem voor Rodolfo, maar zijn timbre is zeer fraai en wendbaar. Dat hij af en toe een klein beetje geknepen klonk in de hoogte schrijf ik toe aan première-zenuwen en ik ben er zeker van dat we met de Russische tenor een uitstekende Rodolfo in huis hebben.

la boheme musetta

Olga Kulchynska (Musetta) wachtend op haar opkomst in de gang van de DNO © Olga Kulchynska

Aan Olga Kulchynska (Musetta) viel een zeer zware – zo niet de onmogelijke – taak om ons Joyce El-Khoury van drie jaar geleden te doen vergeten. Iets waar zij uitstekend in slaagde, brava! Haar Musetta was aantrekkelijk, sexy, verleidend flirterig, maar ook meelevend en warm. Precies waar zij voor moest staan. Zie hier een perfecte casting.

La bohème - DNO046

Mattia Oliveri (Marcello) en Olga Kulchynska (Musetta)

Marcello werd gezongen door een jonge bariton Mattia Oliveri: ook een naam om te onthouden. Massimo Cavaletti, de Marcello van drie jaar geleden had een uitstraling van een zelfverzekerde kunstenaar; Mattia Oliveri heeft aan de rol ook de twijfel aan zichzelf en zijn  eigen kunst toegevoegd. Iets wat hem meteen niet alleen jonger maar ook sympathieker maakte.

Schaunard (Thomas Oliemans), Colline (Gianluca Buratto)

Gianluca Buratto (Colline) en Thomas Oliemans (Schaunard)

Gianluca Buratto wist op een zeer ontroerende manier afscheid van zijn mantel te nemen en Thomas Oliemans was een zeer koddige Schaunard.

laboheme-dno-vg003

Matteo Peirone (in het midden) als Benoit

Matteo Peirone was misschien niet helemaal overtuigend als de huisbaas Benoit, als Alcindoro deed hij het des te beter.

Morschi Franz herhaalde zijn uitstekende Parpignol en Peter Arink, Harry Teeuwen en Richard Prada leverden uitstekende prestaties in hun kleine rolletjes.

La boheme tutti

de cast van La Bohème met de dirigent Andrea Battistoni (derde van links) © FB

Het grootste verschil met de vorige editie lag aan het zangers-ensemble als een geheel. Hoe het ze gelukt was dat weet ik niet, maar hun innige vriendschap spatte van de bühne af, alsof zij daadwerkelijk ook ‘vrienden voor het leven’ waren. Maar misschien is het inderdaad ook zo?

La Boheme Battistoni

Andrea Battistoni © Andrea Battistoni

Maar de allergrootste ster van de avond stond in de bak. Mamma mia, wat een dirigent! De jonge Andrea Battistoni wist mij niet alleen te verrassen maar ook te overrompelen. Niet alleen was hij buitengewoon vakbekwaam maar in zijn directie straalde hij een groot respect en een immense liefde voor de muziek van Puccini uit. Hij respecteerde alle noten, ook die er niet waren. Zie hier (ook) de reden voor de immense ontroering na Mimi’s dood. Het Residentieorkest klonk onder zijn leiding buitengewoon warmbloedig en zeer liefdevol.

laboheme-dno022

Het Nieuw Amsterdams Kinderkoor met in het midden Eleonora Buratto (Mimi) en Sergey Romanovsky (Rodolfo)

Groot applaus ook voor het Koor van de Nationale Opera (instudering: Klaas-Jan de Groot) en het Nieuw Amsterdams Kinderkoor (Caro Kindt)

Trailer:

Giacomo Puccini
La Bohème
Eleonora Buratto, Sergey Romanovsky, Olga Kulchynska, Mattia Olivieri, Gianluca Buratto, Thomas Oliemans, Matteo Peirone, Morschi Franz e.a.
Koor van De Nationale Opera, Nieuw Amsterdams Kinderkoor, Residentie Orkest olv Andrea Battistoni
Regie: Benedict Andrews (instudering Astrid van den Akker)

Bezocht op 1 december 2017

Foto’s: © Marco Borggreve
http://www.marcoborggreve.com

LA BOHÈME. Discografie
Discografie LA BOHÈME deel twee

EINE FLORENTINISCHE TRAGÖDIE/GIANNI SCHICCHI. Amsterdam november 2017

Puccini Zemlinsky Florence Dante

Domenico di Michelino (1417–1491) Dante Illuminating Florence with his Poem. Museo dell’Opera del Duomo, Florence

Weet u wat het verband is tussen Eine Florentinische Tragödie van Zemlinsky en Gianni Schicchi van Puccini? Nee? Ik ook niet.

Toegegeven: beide eenakters zijn kort, nog geen uur muziek en beiden spelen zich af in Florence. Maar verder? Zodoende heeft de regisseur – of de (m/v/o) wanhopige bedenker van niet bestaande verbanden – een overkoepelend thema bedacht: geld.

Geld? Really? In Gianni Schicchi is de geldgeilheid inderdaad prominent aanwezig maar de opera neemt veel meer zaken op de korrel en verstopt ze onder een vernislaag van de ‘theater van de lach’. Alle personages (ja, ook het jonge koppel!) zijn corrupt en allemaal zijn ze uit op hun eigen gewin, waarbij geen middel – inclusief chantage en dreigen met zelfmoord – wordt geschuwd.

Daarentegen speelt geld amper een rol in de Florentinische Tragödie of het slaat op het feit dat één van de drie hoofdpersonen een koopman is. Weliswaar biedt hij zijn handelswaar te koop aan, maar niet heus: het ‘verkopen’ maakt namelijk deel uit van zijn psychologische kat en muis spelletje. Een spel dat naarmate de actie vordert steeds grimmiger wordt en uitgroeit tot zulke thrillerachtige dimensies dat het niet anders dan in een moord kan eindigen.

Puccini Zemlinski 91._1mb5786

Ausrine Stundyte (Bianca), John Lundgren (Simone) en  Nikolai Schukoff (Guido) © CLÄRCHEN & MATTHIAS BAUS

Nee, meneer (m/v/o) de bedenker van de ‘overkoepelende thema’: Eine Florentinische Tragödie gaat over de aantrekkingskracht der seksen, overspel en macht van de sterkste die niet noodzakelijk de rijkste is. De (on)aantrekkelijkheid van en de obsessie met het menselijke lichaam is namelijk hét thema in (bijna) alle werken van Zemlinsky.

Gianni Schicchi

THE END: Massimo Cavaletti (Schicchi) en de personages van beide opera’s © MATTHIAS BAUS

Vergeet het thema dus, vergeet ook het met de haren er bij gesleepte einde van de voorstelling die de twee opera’s krampachtig aan elkaar moet koppelen. Vergeet ook de gouden ketting, het is leuk bedacht maar niet nodig, bovendien in het Zemlinsky-deel lichtelijk storend: in het libretto staat dat Simone de minnaar van zijn vrouw met zijn blote handen wurgt, dé clou van het verhaal.

EINE FLORENTINISCHE TRAGÖDIE

Verder heb ik geen klachten. De jonge Duitse regisseur Jan Philipp Gloger hield zich netjes aan het libretto en de muziek, op zich al een prestatie! Goed, het draaiende plateau voegde niet echt iets toe maar storend was het ook niet. Het opende zelfs nieuwe perspectieven, want als toeschouwer kon je zo de hele handeling goed volgen, ongeacht de plaats waar je zat.

Ik had wel medelijden met de zangers, want nu moesten ze zich voornamelijk op hun evenwicht concentreren, wat ze in hun bewegingen kón belemmeren. Ik schrijf nadrukkelijk: kon, want daar merkte je niets van. Hun acteren was onberispelijk: ze vrijden, ze duelleerden en daagden elkaar uit en dat alles voortreffelijk zingend. Chapeau!

Eine Florentinische Tragödie

John Lundgren (Simone) en Ausrine Stundyte (Bianca)  © MATTHIAS BAUS

John Lundgren (Simone) imponeerde met zijn strak gevoerde bariton, met deze man viel niet te spotten! Dat hoorde je meteen bij zijn opkomst al, zijn ingehouden woede was voor ons, de toeschouwers van meet af aan voelbaar. Iets wat de minnaars moest zijn ontgaan waardoor ze niet op hun hoede waren.

Bianca werd onvoorstelbaar goed gestalte gegeven door de Litouwse Ausrine Stundyte. De sopraan is een geboren actrice. Haar stem is niet alleen maar mooi maar ook – misschien voornamelijk – zeer expressief en uitdrukkingsvol. Wat een zangeres!

EFT

Nikolai Schukoff (Guido), John Lundgren (Simone en Ausrine Stundyte (Bianca) © CLÄRCHEN & MATTHIAS BAUS

Nikolai Schukoff was een voortreffelijke Guido. Goed getypcast, zowel wat zijn uiterlijk als zijn stem betreft. In zijn zingen kon je zowel de uiterlijke schoonheid als de verwijfde zwakte van de dommige verwendheid bespeuren.

Het orkest mocht van mij iets zachter. Het is niet de eerste keer dat ik Marc Albrecht op te veel ‘wagnerisme’ betrap. Het is zonder meer schitterend wat hij doet, maar Zemlinsky’s idioom is gelijk een ‘ferne klank’: vol en krachtig maar voornamelijk zwoel en erotisch.

In ‘Behind the scenes’ het toneel dat onophoudelijk beweegt::

 

GIANNI SCHICCHI

Gianni Schicchi

© BAUS

Bij Puccini viel het orkestrale geweld gelukkig mee, al was de klank niet echt Pucciniaans te noemen. Maar – in tegenstelling tot Zemlinsky – ligt de nadruk bij Puccini veel meer bij de stemmen en hier werden ze niet overstemd.

GS

Massimo Cavaletti (Schicchi) © CLÄRCHEN & MATTHIAS BAUS

Massimo Cavaletti maakte zijn debuut als Gianni Schicchi. Voor mij oogde hij een beetje te jong, maar als je bedenkt dat de ‘echte’ Schicchi ook nog maar veertig was… Cavaletti moet in de rol nog een beetje groeien, maar hij zong en acteerde meer dan voortreffelijk. Zijn mooie, warme bariton associeer je dan meer met jonge minnaars, zijn portrettering was ontegenzeggelijk kostelijk.

Mariangela Sicilia was een heerlijk jonge Lauretta. Haar zilverkleurige sopraan klonk niet alleen zeer aantrekkelijk maar ook aanstekelijk. Haar show-stopper ‘O mio babbino caro’ was precies wat het moest zijn: een met de juiste knipoog gezongen show-stopper.

Alessandro Scotto di Luzio was een mooie Rinuccio en Enkelajda Shkosa een karaktervolle Zita. Alle kleine rollen waren zonder meer goed bezet maar waren er echt geen Nederlanders voor te vinden?

Puccini Zemlinski 10.gsdsc_0268press

Copyright (c) DNO 2017

Speciale vermelding verdient Peter Arink als de zeer grappig neergezette Pinellino.

Bezocht op 11 november 2017 in het Muziektheater in Amsterdam

Er zijn nog voorstellingen op 14, 16, 19, 21, 24, 26 en 28 november 2017..
Zie voor meer informatie: http://www.operaballet.nl/nl/doublebill/2017-2018/voorstelling/florentinische-tragodie

Discografie Zemlinsky EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE : ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 4: ‘Warum hast du mir nicht gesagt..’

Discografie Puccini: GIANNI SCHICCHI. Een mini discografie.

 

 

La Traviata door De Nederlandse Reisopera

LaTraviataNRO014

© Marco Borggreve

La Traviata is niet voor niets één van de bekendste en de meest geliefde opera’s ever, want al heb je het al honderd keer gezien: het blijft ontroeren. Nog vóór het slotakkoord het onontkoombare (al blijf je tegen beter weten in hopen op een plotselinge happy-end) eind aan Violetta’s leven maakt zit je onontbeerlijk te snotteren. Want wie kan het nog droog houden bij het geluid van de openvallende deur waar door Alfredo en zijn vader net op tijd binnenkomen om de stervende Violetta in hun armen te nemen?

LaTraviataNRO082

Urška Arlič Gololičič (Violetta) en Jésus Garcia (Alfredo) © Marco Borggreve

Welnu: de ontroering, die is gisteren weggebleven en mijn meegenomen zakje Kleenex kon onaangeroerd in mijn tas blijven. Wiens schuld was het? Lag het aan de regie die – toegegeven – veel steekjes heeft laten vallen, of was er meer aan de hand?

Tegenwoordig klagen we vaak over de visuele kant van de meeste hedendaagse producties en de mislukkingen van een voorstelling schrijven we doorgaans toe op conto van de regisseur. Het is dan ook vaak het geval, maar, laten we eerlijk zijn: ogen kunnen we nog sluiten, de oren niet.

Opera gaat – voornamelijk – over de muziek en staat of valt met de zangers. Het is een truïsme, maar: zonder zangers geen opera. Dat de (meeste) dames en heren regisseurs een andere mening zijn toegedaan weten we inmiddels wel, maar gemakshalve vergeten we dat er nog een ander groot ego de beleving van een meesterwerk in de weg kan staan: die van een dirigent. En laat het nou dé reden (of u wilt: de vóórnaamste reden) te zijn van de mislukking van de nieuwste productie van La Traviata door de Nederlandse Reisopera.

La Traviata Rivas

Ilyich Rivas

De jonge, nog maar vierentwintigjarige Venezolaan Ilyich Rivas mag dan al veel ervaring in Glyndebourne en bij Opera North hebben opgedaan, aan La Traviata heeft hij zich duidelijk vertild. Ik heb waarlijk geen idee wat voor verhaal hem voor ogen lag, maar het was zo eendimensionaal dat van de geniale muziek van Verdi weinig was overgebleven. Langzaam, langzamer …. stilstaand. Meer smaken had hij niet tot zijn beschikking.

Zijn gebaren waren verwarrend, daar zouden de deelnemers van het TV-programma ‘Maestro’ zich niet voor hebben hoeven te schamen. Geen wonder dat de orkestleden er niet zo goed raad mee wisten. Hun spel was ongelijk en slordig.

Geen wonder ook dat de emoties van Violetta in ‘È strano’ en de daarop volgende ‘Sempre libera’ vanuit de orkestbak totaal werden genegeerd. Waar de sopraan gewoonlijk van opgewonden tot nadenkend, van verliefd tot ontkennend tot verliefd moet laveren heeft het orkest haar in de kou laten staan. Onder de tergend langzame tempi van Rivas gingen alle coloraturen van Urška Arlič Gololičič ten onder. Mocht ze überhaupt daar over beschikken….

Dat de Sloveense sopraan (voornamelijk) niet op haar zangkwaliteiten werd gecast was nogal wiedes. Maar zo slecht had het ook niet gehoeven te klinken want ik ben er absoluut zeker van dat ze heel wat meer heeft te bieden. Haar emoties in de laatste twee actes waren echt en bij vlagen wist ze mij ontroeren.

LaTraviataNRO022

Urška Arlič Gololičič (Violetta) en Jésus Garcia (Alfredo) © Marco Borggreve

Jesús Garcia zong een fatsoenlijke Alfredo. Het was absoluut ok, maar ook niet meer dan dat. De stem is mooi, de noten zijn er, maar zijn uitstraling, ondanks zijn knappe uiterlijk was meer van een ambtenaar dan van een passionele en jaloerse minnaar. Misschien met een ander dirigent en met een betere personenregie zou hij tot betere prestaties kunnen komen? Ik weet het niet.

LaTraviataNRO047

Urška Arlič Gololičič (Violetta) en Anthony Michaels-Moore (vader Germont), met op de achtergrond Jésus Garcia (Alfredo) © Marco Borggreve

Anthony Michaels-Moore behoorde ooit tot mijn geliefde zangers. Helaas, de tijd heeft een (vroege) stempel op zijn stem gezet en van zijn prachtige, warme, lyrische bariton was niet veel meer over. Zo af en toe hoorde je nog flarden van wat het ooit was geweest, voor de rest leek zijn zang het meest op sprechgesang.

Hanna-Liisa Kirchin was een voortreffelijke Flora, van haar zou ik wat meer willen horen. Ook Eddie Wade (Barone Douphol) wist mij te bekoren en Paolo Battaglia zong een uitstekende Dottore Grenville.

La-traviata-Nederlandse-Reisopera-repetitiefoto-foto-Annina-Romita-2

Floris Visser en Ilyich Rivas tijdens de repetitie © Annina Romita

Ik ben het niet met de (her)interpretatie van Floris Vissers eens, maar ik zou er mee kunnen leven als hij zijn personen wat meer reliëf had gegeven. Maar wat ik hem voornamelijk kwalijk neem is het gebrek aan logica. Hoe kunnen er mannenkleren tevoorschijn komen uit het koffertje waar Annina mee naar Parijs ging? En: hoezo schrikken de hoeren, hun pooiers en hoerenlopers ervan als de gast een van de dames voor haar diensten gaat betalen? Toegegeven, het gebeurt met veel stampei, maar toch…

Het valt echter niet te ontkennen dat Vissers een beeld heeft gecreëerd waar ik het dan niet mee eens ben, maar die zonder meer mooi was om te zien (de belichting!) en nergens choquerend om te choqueren.

Tot slot een vraagje: moest de laatste acte zich grotendeels helemaal rechts afspelen? Vanaf mijn plaats (tweede rij balkon aan de rechter kant) kon ik vrijwel niets zien.

Libiamo:

Giuseppe Verdi
La Traviata
Urška Arlič Gololičič, Jesús Garcia, Anthony Michaels-Moore, Hanna-Liisa Kirchin, Eddie Wade, Paolo Battaglia e.a.
Het Gelders Orkest en Consensus Vocalis olv Ilyich Rivas.
Regie: Floris Visser

Bezocht op 30 oktober 2017 in het Koninklijk Theater Carré in Amsterdam

Zie voor meer informatie op de website van de Nederlandse Reisopera.

Discografie van La Traviata:

LA TRAVIATA. Een (zeer) korte en beknopte discografie

FRANCESCO CAVALLI: ELIOGABALO

Dansers & Franco Fagioli (Eliogabalo)

Scène uit Eliogabalo © Ruth Walz/DNO

Marcus Aurelius Antoninus oftewel Elagabalus (of Heliogabalus) hoort niet in het rijtje van de bekendste Romeinse keizers. Hij regeerde maar vier jaar: in het jaar 222 werd hij vermoord waardoor er einde kwam aan zijn regeringsperiode. Of hij daadwerkelijk een perverse tiran was is niet helemaal zeker, maar zijn reputatie van een decadente despoot die het zowel met mannen als vrouwen deed en zelfs een kunstmatige vagina in zijn lichaam liet maken liegt er niet om.

Francesco Cavalli, een componist die nog steeds in de schaduw staat van grootheden zoals Monteverdi, vond in het gegeven dankbaar stof tot een opera waarin hij alle remmen kon loslaten. Daarbij profiteerde hij van het democratische en zeer tolerante karakter van Venetië, de stad waar veel meer mogelijk was dan elders. Deels omdat de opera er niet tot de hofcultuur behoorde en de vorsten ook karikaturaal voorgesteld mochten worden.

Toch: ook aan de Venetiaanse tolerantie bestond blijkbaar een grens en de voor 1668 geplande première van Eliogaballo werd afgeblazen. De in 1676 gestorven Cavalli heeft daarna nog een paar opera’s geschreven, maar de opvoering van Eliogaballo heeft hij nooit mee mogen maken. De première vond plaats pas in 1999 in Cavalli’s geboorteplaats Crema en in 2004 werd hij met wat meer succes opgevoerd in Brussel.

birthofopera_cavalli

Francesco Cavalli

Van de muziek sec moet de opera het niet hebben. Er gebeurt weinig, er zijn amper tempowisselingen en de overdaad aan vrijwel alleen hoge stemmen is ook niet bevorderlijk voor het drama. De toeschouwer moest voornamelijk onderhouden door de zangers en musici, en door wat er op de bühne gebeurde.

Het Capella Mediderranea onder leiding van Leonardo García Alarcón speelde zeer bekwam. Toch kon ik mij niet aan de indruk onttrekken dat een beetje meer vaart  de handeling wat spannender zou kunnen maken.

eliogabalo0085

Franco Fagioli  © Ruth Walz/DNO

Franco Fagioli die de hoofdrol van Eliogabalo vertolkte stelde mij niet teleur. Zijn stem is groot en zeer aangenaam van timbre, en ook als acteur kon hij mij volledig overtuigen. Zijn portrettering van de aan grootheidswaanzin lijdende afzichtelijke puber was zonder meer superbe.

Toch vond ik zijn prestatie in de schaduw vallen bij Edward Lyon (Alessandro). De Engelse tenor was voor mij de ster van de avond: hij was ook de enige die niet alleen scenisch maar ook met zijn stem wist te acteren. Als geen ander wist hij alle stemmingen in zijn zang laten doorklinken en zijn van edelmoedigheid getuigende optreden was een (toekomstige) keizer waardig.

 

eliogabalo0008

Nicole Cabell (Gemmira) en Ed Lyon (Alessandro) © Ruth Walz/DNO

Zijn geliefde Gemmira werd mooi gezongen door Nicole Cabell. Ik had mij wat meer drama in haar zang gewenst, maar of het in die rol zat?

eliogabalo0126

Kristina Mkhitaryan (Eritea) © Ruth Walz/DNO

Drama des te meer bij Kristina Mkhitaryan, die haar rol van Eritea van veel vuur heeft voorzien. De Russische sopraan was duidelijk goed op dreef en kon mij in al haar gemoedstoestanden – die van de verkrachte vrouw en van de liefhebbende verloofde  – volledig overtuigen.

eliogabalo0042

Valer Sabodus (Giuliano) en Kristina Mkhitaryan (Eritea) © Rurh Walz/DNO

Helaas ging de rol van haar geliefde Giuliano totaal de mist in door de zeer ondermaats zingende Valer Sabodus. Zij stem is zeer klein en kent weinig kleuren, maar ook als acteur kon hij mij nergens doen geloven dat hij de dappere commandant van de garde was.

Mariana Flores was ook niet de beste keus voor de rol van de piepjonge verliefde Atilia. Dat de stem niet groot is, is op zich geen ramp, maar wel dat zij vaak vals intoneerde. Scenisch was zij daarentegen goed op dreef. En aangezien in de zeventiende eeuw het acteren van de vertolker belangrijker werd gevonden dan zijn zangkwaliteiten …

 

eliogabalo0167

Emiliano Gonzalez Toro (Lenia), Nicole Cabll (Gelmira), Franco Fagioli (Eliogabalo), Mathew Newlin (Zotico). Op de grond Scott Conner als Nerbulone. © Ruth Walz/DNO

Scott Conner zong  Nerbulone en Tiferne, en in beide rollen was hij werkelijk voortreffelijk. De jonge Amerikaanse bas is wat mij betreft meer dan een enorme belofte, dus|: onthoud die naam, van hem gaan we zeer zeker veel meer horen.

Scott Conner in Parijs:

Mathew Newlin (Zotico) en Emiliano Gonzalez Toro (travestierol van Lenia) zorgden voor een zeer welkome komische noot en de leden van het koor  van De Nationale Opera (instudering Ching-Lien Wu) waren zoals altijd voortreffelijk.

Zeer te spreken was ik ook over de dansers en de choreografie van Maud Le Pladec. De hele enscenering trouwens kon mij zeer bekoren. De Franse regisseur Thomas Jolly liet voldoende zien om de zintuigen te prikkelen maar liet meer dan voldoende aan de verbeelding van de toeschouwer over, waarvoor dank.

eliogabalo0180

© Ruth Walz/DNO

De kostuums van Gareth Pugh waren oogverblindend en de belichting van Antoine Travert zeer spectaculair.

Trailer van de productie:

De voorstellingen zijn tot en met 26 oktober te zien in Nationale Opera & Ballet in Amsterdam. Zie voor meer informatie de website van De Nationale Opera.

Eliogabalo Screenshot_2017-10-13-11-57-33_1507892576850

Slotapplaus © Ron Jacobi

Francesco Cavalli
Eliogabalo

Franco Fagioli, Ed Lyon, Valer Sabadus, Nicole Cabell, Kristina Mkhitaryan, Matthew Newlin, Emiliano González Toro, Scott Conner, Mariana Flores
Regie: Thomas Jolly.
Koor van De Nationale Opera en Cappella Mediterranea olv Leonardo García Alarcón.

Bezocht op 12 oktober 2017

La forza del destino bij De Nationale Opera in Amsterdam

La forza del Destino

© Foto Petrovsky&Ramone

Als geen ander wist Verdi wat noodloot was. Kort na elkaar verloor hij zijn beide kinderen en zijn vrouw en aangezien zijn eerste opera’s hem niet het succes brachten waar hij van droomde dacht hij al aan opgeven. Toch verzoende hij zich met zijn lot en ging dapper verder, wat hem geen windeieren heeft gelegd. Of hij iets van zichzelf aan het personage van Alvaro, de held van La forza del destino (De macht van het noodloot) heeft gegeven, dat weten we natuurlijk niet, maar echt uitgesloten is het niet.

La forza_037

© Monika Rittershaus

Het noodlot is voor Alvaro zeer ongenadig; ondanks zijn beste bedoelingen loopt alles in de soep. Per ongeluk doodt hij zijn schoonvader in spe en in een door hem ongewild duel verwondt hij dodelijk de broer van zijn geliefde die, voor hij sterft, nog de kans ziet om zijn zus te vermoorden.

lEonora (Eva-Maria Westbroek) & aLVARO (Roberto Aronica)

Roberto Aronica (Alvaro) en Eva-Maria Westbroek (Leonora) © Monika Rittershaus

Iedereen dood en hoe nu verder? In de eerste versie van de opera liet Verdi zijn held zelfmoord plegen, maar bij nader inzien liet hij hem zich met het (nood)lot verzoenen en het verder in Gods handen leggen. Het noodlot waar niet aan valt te ontsnappen, het kinderlijk naïeve vertrouwen in God en – of misschien voornamelijk – moeder Maria: zie hier de belangrijkste thema’s van de opera.

 

La Forza christof loy

Christoph Loy © De Nationale Opera

Christoph Loy heeft het goed begrepen en trakteerde ons op een onwaarschijnlijk goede, mooie, logische en librettogetrouwe productie. Wanneer zie je nog dat als er zwaarden getrokken moeten worden er ook daadwerkelijk zwaarden worden getrokken, en als er een pistool moet afgaan er ook daadwerkelijk een pistool afgaat? Om maar iets te noemen?

Het zou vanzelfsprekend moeten zijn, maar dat is het helaas niet (meer). Dat alleen maakt het reisje richting Waterlooplein meer dan waard. Maar er is natuurlijk veel meer, want laten we eerlijk zijn: voor de regie ga je niet naar de opera, althans ik niet.

 

La Forza Michele_Mariotti_I4Q5944©Rocco_Casaluci_2015-copia

Michele Mariotti © Rocco Casaluci

Met het orkest en het koor zat het meer dan snor. Maestro Michelle Mariotti ontlokte het Nederlands Philharmonisch Orkest de mooiste en zoetste klanken. Hij liet het orkest fluisteren en waar nodig brullen, het voelde als een openbare masterclass Verdi-dirigeren.

Muti-achtig volgde hij de partituur op de voet en voorzag elke noot van de juiste kleur, maar de glans en schittering en de soms iets extreem geaccentueerde tempi en accenten, die deden mij het meest aan de jonge Abbado denken. Het voelde alsof de beide maestri samen Amsterdam aandeden om het Nederlandse publiek een avondje echte Verdi voor te schotelen. Mamma mia! Dat hoor je niet iedere dag, gelooft u mij maar!

Leonora (Eva-Maria Westbroek)

Eva-Maria Westbroek (Leonora) © Monika Rittershaus

Eva-Maria Westbroek (Leonora) gaf ons alles wat ze had. Of eigenlijk meer, want bij ‘Pace, pace, mio Dio’ aangekomen kwam ze een beetje in ademnood en haar krachten lieten haar in de steek. Desalniettemin: zeer bewonderenswaardig! Haar Leonora was voornamelijk kwetsbaar en o zo makkelijk te verwonden. Dat hoorde je zeer goed aan het einde van de eerste akte: haar ‘La Vergine degli Angeli’ was meer dan ontroerend. Geholpen door de mannen van het Koor van de Nationale Opera liet ze mij de pauze ingaan met tranen in de  ogen.

Alvaro is één van de zwaarste Verdi-rollen en ik betwijfelde het of Roberto Aronica het aan zou kunnen. Ik kende hem alleen van licht lyrische rollen, Nemorino (L’Elisir d’amore) en Rodolfo (La Bohéme) en daarmee vergeleken is Alvaro een ware Mont Everest. Nou, geloof mij, Aronica deed het en hoe! Zijn stem heeft zich enorm ontwikkeld tot een echte spinto-formaat, waarmee hij alle hoeken van de zaal makkelijk bereikte, ook waanneer hij pianissimo zong. Buitengewone prestatie.

Alvaro (Roberto Aronica) & Carlo (Franco Vassallo)

Roberto Aronica (Alvaro) en Franco Vassalo (Carlo) © Monika Rittershaus

 

Zijn grote aria ‘La vita è inferno all’infelice’ gaf hij – geholpen door de prachtige klarinet solo –  de nodige weemoed en klaagtonen mee. En je wist het: deze Alvaro heeft het allemaal al gezien, hij wilt echt  niet meer. Toch hoorde je in zijn interpretatie voldoende heroïek om er zeker van te zijn dat, mocht het nodig zijn hij tot het bittere einde zal vechten.

Wat hij ook deed. Eerst op het slagveld waar hij gewond raakte en daarna, jaren later, in het duel met Carlo, met wie hij eerst vrienden voor het leven werd en met wie hij de vriendschap met een schitterend gezongen duet bezegelde.

Carlos (Franco Vassallo) en Alvaro (Roberto Aronica)

Franco Vassalo (Carlo) en Roberto Aronica (Alvaro) © Monika Rittershaus

Dat je die Carlo niet echt moest vertrouwen, dat had Alvaro best kunnen weten, ook zonder de ware identiteit van de man te kennen. Een gokkende zuipschuit en een vechtersbaas, niet echt materiaal voor de beste vriend zou je zeggen. Franco Vassalo zette die rol uitstekend neer. Hij beschikt over een grote, warme Verdi-bariton waarmee hij mij volledig wist te overtuigen

Preziosilla (Veronica Simeoni), dansers en Koor van de Nationale Opera

Veronica Simeoni (Preziosilla) © Monika Rittershaus

Veronica Simeoni (Preziosilla) viel mij helaas tegen. In plaats van een ronde en kruidige mezzo met een vibrerende laagte hoorde ik een dunne sopraan die haar krachten werkelijk tot het uiterste moest spannen om nog iets van haar ‘Viva la guerra’ te maken. Voor het ‘Rataplan’ heeft de regisseur haar een Turks haremkostuum aangemeten en haar heeft laten dansen, waardoor haar stemgebreken minder opvielen. En het moet gezegd: zij zag er mooi uit en in het dansen deed ze niet onder voor de mannen van het ballet (choreografie Otto Pichler).

 

Leonora (Eva-Maria Westbroek) & Guardiano (Vitalij Kowaljow)

Vitalij Kowaljow (Padre Guardiano) en Eva-Maria Westbroek © Monika Rittershaus

Vitalij Kowaljow zong een warme, meevoelende Padre Guardiano en Allessandro Corbelli wist het publiek te bespelen met zijn semi komische rol van Fra Melitone.

 

La forza_368-1

Alessandro Corbelli (Fra Melitone) © Monika Rittershaus

Alle kleine rollen waren meer dan voorbeeldig bezet en dat mag toch echt een unicum heten. Carlo Bosi zette een voortreffelijke Mastro Trabuco neer, wat een zanger en wat een acteur! Peter Arink was een uitmuntende chirurg en de rol van un alcade lag voortreffelijk in handen (of moet ik zeggen stembanden?) van de – zoals altijd – meer dan de betrouwbare Roger Smeets.

Leonora (Eva-Maria Westbroek) & Curra (Roberta Alexander)

Eva-Maria Westbroek en Roberta Alexander (Curra) © Monika Rittershaus

Toch moesten ze allemaal verbleken bij Roberta Alexander (Curra). Met haar 68 jaar gaf ze een zowat openbare les in een rol zingend acteren en men kan alleen maar betreuren dat haar rol zo klein was. Beste DNO: mogen we mevrouw Alexander nog wat vaker op de Amsterdamse planken meemaken? Alstublieft?

 

La Forza

Peter Arink (un chirurgo) en Roberta Alexander (Curra) bij het slotapplaus © Lieneke Effern

Bij de nazit kwam ik Antonio Pappano tegen, toch niet iemand die de DNO-premières platloopt. Daar was een simpele verklaring voor: de productie gaat richting het Londense ROH, waar hij het zal dirigeren. Het is natuurlijk afwachten of Pappano de opera nog beter zou kunnen laten klinken dan Mariotti in Amsterdam heeft laten horen, maar dat denk ik eerlijk gezegd niet. Maar één ding weet ik zeker: zo’n (mannen)koor, dat krijgen ze daar, in Londen, zeer zeker niet. Zo’n koor vind je gewoon nergens.

Mensen: op naar het Waterlooplein, deze productie mag u niet missen!

Zie voor meer informatie: http://www.operaballet.nl/nl/opera/2017-2018/voorstelling/la-forza-del-destino

Discografie: GIUSEPPE VERDI: LA FORZA DEL DESTINO