Marc_Albrecht

Wonderlijke productie van Das wunder der Heliane uit Berlijn

Heliane dvd

“Selig sind die Liebenden. Die der Liebe sind, sind nicht des Todes”. Met die twee zinnen kun je eigenlijk Das Wunder der Heliane samenvatten. Het libretto van Hans Müller-Einigen dat gebaseerd is op het toneelstuk ‘Die Heilige’ van Hans Kaltneker lijkt een beetje bizar, maar je moet het door de ogen van de tijdgeest bekijken. Het mysterieuze, onaardse, buitennatuurlijke, het goddelijke, de uitvergrote emoties, de decadentie en de onverholen erotiek… dat zie je in veel kunstwerken uit die tijd. Ook de opofferingsgezindheid en het motto dat liefde alles overwint: zo niet nu, dan in het hiernamaals.

De jarenlang genegeerde opera’s van Korngold zijn tot mijn grote vreugde met een grote inhaalmanoeuvre bezig (nee, nog steeds niet in Nederland) en de Deutsche Oper Berlin bracht de opera – na negentig jaar negeren – in 2018 op de planken. Marc Albrecht dirigeerde en de regie was in handen van Christof Loy.

De enscenering is typisch Loy: heb je er twee of drie gezien dan heb je ze allemaal gezien. En: nee, ik bedoel het niet negatief. Loy is één van de weinige hedendaagse regisseurs die hun eigen weg gaan zonder het libretto (laat staan de muziek) geweld aandoen. Naar deze voorstelling heb ik met ingehouden adem gekeken. En geluisterd, want de zangers zijn allemaal gewoon onvoorstelbaar goed.

De rol van Heliane, de enige personage in de opera die een naam heeft wordt formidabel gezongen door de Amerikaanse sopraan Sara Jakubiak.

Brian Jagde is een zowat gedroomde Vreemdeling, nog nooit heb ik die rol zo waanzinnig goed gezongen gehoord. Krachtig, maar ook lyrisch en voornamelijk zeer humaan.

Joseph Wagner is een Herrescher uit je ergste nachtmerries, Derek Welton is een ware ontdekking in zijn rol van Der Pförtner en Okka von der Damerau is een uitstekende Botin. Marc Albrecht laat de muziek vloeien, zoals het hoort. Top.

Trailer van de productie:

ERICH WOLFGANG KORNGOLD
Das Wunder der Heliane
Sara Jakubiak, Brian Jagde, Josef Wagner, Okka von der Damerau, Derek Welton e.a.
Chorus and the orchestra of the Deutsche Oper Berlin olv Marc Albrecht
Regie: Christof Loy
Naxos 2110584-85

Das Wunder der Annemarie Kremers ‘Heliane’

Aanbeden, genegeerd, vergeten: over Erich Wolfgang Korngold en ‘Die Tote Stadt’

Advertenties

Tannhäuser in Amsterdam: Wolfram wint

tannie-1

© Monika Rittershaus/DNO

Vergeet de middeleeuwen, de minnenzangers, de pelgrims… We zijn in negentiende-eeuwse Parijse theaterwereld beland en bevinden ons in een exclusieve herensociëteit Jockey Club, waar rijke heren in rookkostuums zich met ballerina’s vermaken. Die ballerina’s die lijken zo te zijn weggelopen van de schilderijen van Degas, maar algauw gaan de tutu’s, de rokjes en de smokings uit en men ‘vermaakt zich’.

tannie-3

© Monika Rittershaus/DNO

Nu is daar iets voor te zeggen. Wagner componeerde zijn opera voor Parijs en dat betekende dat het ballet er een grote rol in moest spelen. In die tijd was het ‘gebruikelijk’ dat de balletmeisjes na afloop van de voorstelling de heren van dienst moesten zijn. Maar, allerbelangrijkste: volgens het libretto bevinden we ons in de grot van Venus waar juist de bacchanalen plaatsvinden. Ik vond het een beetje gedoe en een beetje saai, maar ach..

Tannie4

Svetlana Aksenova (Elisabeth) en Daniel Kirch (Tannhäuser) © Monika Rittershaus/DNO

De tweede acte was beslist beter, spannender ook. Goed, logisch was het allerminst, maar er waren zeer goed geslaagde scénes (opkomst van Elisabeth!) en de zangwedstrijd zorgde voor minutenlang prachtige muziek en goede zang, en daar komen we toch voor naar de opera!

tannie-9

Daniel Kirch (Tannhäuser) en Ekaterina Gubanova (Venus) © Monika Rittershaus/DNO

 

In de derde acte vond een soort ‘symbiose’ tussen de zinnelijkheid en de verheven geestelijkheid plaats. Zo ging Elisabeth onder de bontmantel van Venus de oneindigheid van de heilige dood in, en boven haar lichaam verenigde Wolfram zich met de liefdesgodin in een eeuwigdurende omhelzing. Waarna iedereen het ‘goed vond’ met iedereen.

tannie-7

Svetlana Aksenova en Björg Bürger (Wolfram) © Monika Rittershaus/DNO

Ondanks de zware symboliek die ik niet altijd begreep (waarom moest één van de danseressen gewurgd worden?) vond ik de derde acte buitengewoon ontroerend. Het ligt voornamelijk aan de muziek, uiteraard, aan de hemels mooie Wolframs aria, aan het Pelgrimskoor, aan de opoffering scène van Elisabeth en aan de ‘Romerzählung‘, het monoloog van Tannhäuser. Allemaal muziek die ik niet met droge ogen kan aan horen.

De Nationale Opera 2019 Tannhäuser - credits Monika Rittershaus 322

Daniel Kirch (Tannhäuser) © Monika Rittershaus/DNO

Voor mij is Tannhäuser een echte Italiaanse opera, belcanto eigenlijk, met echte aria’s. Gegeven dat mijns inziens om ‘Italiaanse zangers’ vraagt, waarmee ik niet de nationaliteit bedoel. De italianitá, dat miste ik in de vertolking van de hoofdrol door Daniel Kirch. Zijn grote stem droeg prima, maar het ontbrak hem aan lyriek en subtiliteiten. Wat hij zong klonk minder als minnezanger en meer als Siegfried. Maar als acteur kon hij mij honderd procent overtuigen. En: hij heeft het volgehouden!

De Nationale Opera 2019 Tannhäuser - credits Monika Rittershaus 355

© Monika Rittershaus/DNO

Svetlana Aksenova was een prachtige Elisabeth. Zowel met haar verschijning, als met haar zang en haar acteren kon zij mij behoorlijk bekoren. Haar eerste aria zong zijn een beetje onzeker maar naarmate de opera vorderde werd zij sterker en ontroerender. Het is amper te geloven, maar het was haar eerste Elisabeth. Sterker: het was haar eerste Wagner. Brava!

https://www.facebook.com/DeNationaleOpera/videos/311568592815059/

tannie-8

Ekaterina Gubanova (Venus) © Monika Rittershaus/DNO

Ekaterina Gubanova was een prima Venus, aantrekkelijk en verleidelijk, maar een beetje onderkoeld. Haar zingen kon ook iets erotischer, maar ach… Het was een uitstekende prestatie.

Stephen Milling zette een imposante Langraf neer. Zijn ronde, ferme bas was welluidend en warm, met een niet gespeelde vaderlijke bezorgdheid naar zijn nicht toe. Maar daar waar nodig klonk hij afschrikwekkend. Fantastisch.

tannie-5

Svetlana Aksenova (Elisabeth) en Björg Bürger (Wolfram) © Monika Rittershaus/DNO

Maar allemaal verbleken ze bij de fenomenale Wofram van de jonge Björn Bürger. In jaren heb ik de rol niet beter, niet mooier, niet sensitiever horen zingen. Hij zag de rol, hij acteerde de rol en hij zong de rol. Zijn bariton is vederlicht maar met voldoende volume en een tenorale timbre. Van hem gaan we veel meer horen.

Helaas kon Kay Stieferman (Biterolf) mij niet echt bekoren, ik vond zijn stem schriel en weinig subtiel. Attilio Galser daarentegen zong een mooie Walther

Grote bravo’s voor de debuterende leden van De Nationale Opera Studio: Lucas van Lierop (Heinrich der Schreiber) en de zoetgevooisde Armeense sopraan Julietta Aleksanyan (Ein junger Hirt, hier vermomd als een serveerster). Wat een potentie!

Maar eerlijk is eerlijk, er kan maar één de winnaar zijn en dat is (naast Aksenova en Bürger) het Koor van de Nationale Opera (instudering Ching-Lien Wu). Ik weet het, ik weet het, ze zijn altijd fantastisch, maar nu hebben ze zich ruimschots overtroffen. Hun lezing van de ‘Pelgrimskoor’ is voor altijd in mijn oren gegriefd. Bedankt!

Enorme bravo ook voor het fenomenaal spelende Nederlands Filharmonisch Orkest. Wagner is natuurlijk koren op de molen van Marc Albrecht, maar ook hij heeft zich ditmaal overtroffen. De zoete, zachte tonen in de inleiding tot Avondster, de ijzige spanning aan het begin van de ‘Romerzählung’….

Mensen: gaat dat zien! Probeer het niet te begrijpen (al moet ik zeggen dat de personenregie van Loy echt prima was en nergens tegen de muziek in) en laat je voeren door de muziek en de fenomenale vertolkers.

Bezocht op 6 april 2019
Voor meer informatie en speeldata: website DNO

Over Tannhäuser in de niet voor de hand liggende opnamen

Liefde zonder zinnelijkheid is geen liefde. Het een en ander over Tannhäuser

In gesprek met Svetlana Aksenova

Seizoen 2019/2020 van De Nationale Opera

Seizoen -Nationale-Opera-2019-2020-foto-Florian-Joahn

Campagnebeeld van het nieuwe seizoen © Florian Joahn

Er is altijd goed nieuws en slecht nieuws en een aankondiging van een nieuw operaseizoen brengt altijd de nodige teleurstellingen. Dit jaar heb ik eigenlijk weinig te klagen, al zet ik de nodige vraagtekens bij de reprise van (zowat de slechtste ooit) Cosi van tutte van Mozart door Jossi Wieler en Sergio Morabito. Een productie die nota bene door alles en iedereen werd afgekraakt. Weet u nog, Mozarts ‘Trittico’? Toegegeven: ‘Cosi’ van de minst slechte van de drie. Een lichtpuntje: Thomas Oliemans zingt Don Alfonso.

Trailer uit 2009:

Een ander vraagteken zet ik bij de nieuwe (ja, de nieuwe, de derde al!!!) productie van de Die Frau ohne Schatten. De eerste (twee keer herhaald) vond ik slecht. De tweede was zonder meer prachtig maar werd niet herhaald. En nu komt er alweer één. Zij er werkelijk geen andere opera’s van Richard Strauss te bedenken? Bij mijn weten hebben we bij voorbeeld nog nooit Ariadne auf Naxos gehad. Niet dat ik het zo nodig wil zien- mijn opera is het niet – maar om alweer aan FroSCH te moeten? Afijn: ik vermoed dat hier wat meer in het spel is. ‘Die Frau’ was de opera waarmee Marc Albrecht bij DNO debuteerde en nu hij afscheid neemt van het orkest …. Afijn: muzikaal zal het, met de namen als Elza van den Heever, Irène Theorin, Josef Wagner, Michaela Schuster en AJ Glueckert prima in orde zijn, denk ik. Katie Mitchell mag het regisseren en ik denk niet dat ik er zin in heb om alweer tegen een poppenhuis te moeten aankijken. Maar wie weet?

Overigens: de opera komt nu ook in De Doelen in Rotterdam…
Bestaat er nog zoiets als plannen afstemmen?

https://www.rotterdamsphilharmonisch.nl/nl/agenda/104/Yannick_Nezet_Seguin/Die_Frau_ohne_Schatten/?fbclid=IwAR2CURj5xI_kRZpcYT7hE0EdBPjet9_I5B0xaV-LyD3QXj0L5cjk5xlS37Y

Waar ik absoluut niet heen zal gaan (naast de ‘Cosi’ dus) is de Rodelinda van Handel. Dat ligt niet zo zeer aan de componist (laat Rodelinda nou toch een opera zijn waar ik best van houd) maar aan het productie team. Claus Guth regisseert (nee, bedankt), Ivar Bolton dirigeert (nee, bedankt), maar de cast ziet er best aantrekkelijk uit, voor de liefhebber dan: Bejun Mehta, Lawrence Zazzo en Lucy Crowe.

 

seizoen Carsen

Robert Carsen © Catherine Ashmore ROH

Een beetje raar vind ik de reprise (na tien jaar!) van Bizets Carmen in de productie van Carsen waar de pers absoluut niet over te spreken was. Nu ben ik een echte Carsen liefhebber maar zelfs ik moest toegeven dat het niet zijn beste was. Wat de zangers betreft wordt het afwachten, mij zeggen de namen J’Nai Bridges, Dmytro Popov, Alexander Vinogradov niet zo veel en Anett Fritsch als Micaela? Tja… Maar we krijgen wel Michael Wilmering, hij mag zijn opwachting maken in zijn eerste grote rol (Moralès) bij DNO

Trailer uit 2009:

 

Seizoen Jagde

Brian Jagde © Fay Fox

Maar voor de rest lijkt het mij een seizoen om naar uit te kijken. We beginnen met de nieuwe productie van Pagliacci/Cavaleria Rusticana (in die volgorde dus), in de regie van Robert Carsen. De hoofdrollen worden gezongen door werkelijk topzangers: Brandon Jovanovich (Canio), Ailyn Pérez (Nedda), Roman Burdenko, Marco Ciaponi, Brian Jagde (Turiddu), en Anita Rachvelishvili (Santuzza). Mark Elder dirigeert.

 

Seizoen Brownlee

Lawrence Brownlee

In december mogen we de nieuwe productie van La Cenerentola verwachten. Mijn verwachtingen zijn hoog gespannen! De cast, met o.a. Isabel Leonard, Lawrence Brownlee, Roberto Tagliavini en Nicola Alaimo is om te likkerbaarden. Laurent Pelly. Kan niet wachten!

Liefhebbers van Verdi opgelet: we krijgen (eindelijk, eindelijk!) Nabucco! Prachtig, blij, maar ik denk niet dat het een mooie productie gaat worden. De regie ligt in handen van Andreas Homoki en Maurizio Benini gaat dirigeren. Ik kan mij nog zijn behoorlijk slechte Il Trovatore herinneren. En de cast… tja… George Petean, Dmitry Belosselskiy, Anna Pirozzi, Alisa Kolosova, Freddie de Tommaso… Ik weet het niet, maar ben behoorlijk sceptisch.

Wat wel ontzettend leuk is, is dat we ook eindelijk Rusalka van Dvořák bij DNO krijgen. Onder de zangers verwelkomen we Eleonora Buratto, Dmitry Ivashchenko, Anna Larsson en Brian Jagde. Philipp Stölzl regisseeert en op de bok staat Jakub Hrůša.

 

Seizoen Westbroek als Sieglinde

Eva-Maria Westbroek als Sieglinde in de Metropolitan Opera in New York

Wagner-liefhebbers kunnen zich op de herhaling van Die Walküre van Pierre Audi verheugen. Bovendien wordt Sieglinde gezongen door Eva-Maria Westbroek! Marc Albrecht dirigeert, de andere rollen worden gezongen door Michael König, Iain Paterson en Martina Serafin.

 

seizoen Willem-Jeths-photo-Klaas-Koppe

Willem Jeths © Klaas Koppe

In de Opera Forward Festival krijgen we de wereldpremière van Ritratto, de nieuwe opera van Willem Jeths. Marcel Sijm regisseert en er wordt gezongen door de leden van De Nationale Opera Studio.

Waar ik ook naar kijk is de Aufstieg un Fall der Stadt Mahagonny  van Kurt Weill in de regie van Ivo van Hove. Het is een coproductie met (o.a.) de Metropolitan Opera in New York. Het wordt gedirigeerd door Markus Stenz en de cast is om je vingers bij af te likken: Doris Soffel, Alan Oke, Sir Willard White, Nikolai Schukoff, Thomas Oliemans

De complete overzicht:

Pagliacci (R. Leoncavallo) en Cavalleria rusticana (P. Mascagni)
Brandon Jovanovich, Ailyn Pérez, Roman Burdenko, Marco Ciaponi, Brian Jagde, Anita Rachvelishvili, Elena Zilio e.a.
Dirigent: Mark Elder, regie: Robert Carsen

Così fan tutte (W.A. Mozart)
Thomas Oliemans, Davide Luciano, Sebastian Kohlhepp, Anett Fritsch, Angela Brower e.a.
Dirigent: Ivor Bolton, regie: Jossi Wieler en Sergio Morabito

Kriebel (L. Evers) wereldpremière
Kinderopera (2+ jaar)
Regisseur: Caecilia Thunnissen

Die Walküre (R. Wagner)
Eva-Maria Westbroek, Michael König, Iain Paterson, Martina Serafin e.a.
Dirigent: Marc Albrecht, regie: Pierre Audi

La Cenerentola (G. Rossini)
Isabel Leonard, Lawrence Brownlee, Roberto Tagliavini, Nicola Alaimo e.a.
Dirigent: Daniele Rustioni, regie: Laurent Pelly

Rodelinda (G.F. Händel)
Bejun Mehta, Lawrence Zazzo, Lucy Crowe, Bernard Richter e.a.
Dirigent: Riccardo Minasi, regie: Claus Guth

Nabucco (G. Verdi)
George Petean, Dmitry Belosselskiy, Anna Pirozzi, Alisa Kolosova, Freddie de Tommaso e.a.
Dirigent: Maurizio Benini, regie:Andreas Homoki

Ritratto (W. Jeths)
De Nationale Opera Studio
Dirigent: Geoffrey Paterson, regie: Marcel Sijm

Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny (K. Weill)
Doris Soffel, Alan Oke, Sir Willard White, Nikolai Schukoff, Thomas Oliemans e.a.
Dirigent: Markus Stenz, regie: Ivo van Hove

Das Jagdgewehr (T. Larcher)
Sarah Aristidou, Giulia Peri, Olivia Vermeulen, Andrè Schuen e.a.
Dirigent: Michael Boder, regie: Karl Markovics

Een lied voor de maan (M. Wantenaar) wereldpremière
Regisseur: Béatrice Lachaussée

OFF Jubileumconcert
Eva-Maria Westbroek soleert bij het Orkest van het Koninklijk Conservatorium Den Haag.

Die Frau ohne Schatten (R. Strauss)
Elza van den Heever, Irène Theorin, Josef Wagner, Michaela Schuster, AJ Glueckert, Eva Kroon e.a.
Dirigent: Marc Albrecht, regie: Katie Mitchell

Carmen (G. Bizet)
J’Nai Bridges, Dmytro Popov, Alexander Vinogradov, Anett Fritsch e.a.
Dirigent: Andrés Orozco-Estrada, regie: Robert Carsen

Rusalka (A. Dvořák)
Eleonora Buratto, Dmitry Ivashchenko, Anna Larsson, Brian Jagde e.a.
Dirigent: Jakub Hrůša, regie: Philipp Stölzl

Het monster van Minos (J. Dove)
Participatieproject met het Nederlands Philharmonisch Orkest en het Almeers Jeugd Symfonie Orkest
Regisseur: Marie-Ève Signeyrole

Zie voor meer informatie de website van De Nationale Opera.

 

Drie redenen waarom u beslist naar ‘Oedipe’ in Amsterdam moet gaan

Oedipe - De Nationale Opera - credits Monika Rittershaus 130

© Monika Rittershaus

Op 6 december 2018 is Oedipe van George Enescu in première in Asterdam gegaan. De productie van Àlex Ollé (La Fura dels Baus) en Valentina Carrasco is weliswaar voor Nederland nieuw maar het is al eerder te zien geweest, in Londen en Brussel. De reacties van zowel de pers als het publiek waren toen zeer positief en in het Amsterdamse Muziektheater werd de hele cast, inclusief regie-team op een echte jubel getrakteerd. Terecht zo. Ik kan minstens drie redenen bedenken waarom u de voorstelling  niet mag missen

1.DE OPERA ZELF

Enescu viool

George Enescu

George Enescu kennen we voornamelijk als één van de grootste violisten van de vorige eeuw en als de leraar van o.a. Jehudi Menuhin. Zijn vioolcomposities zijn alom geliefd, maar weinig mensen kennen zijn vocale werken. Zijn (enige) opera Oedipe beleefde zijn première in Parijs in 1936 en moest maar liefst zestig jaar wachten op zijn revival (voor het gemak tel ik de productie in het Roemeens in Boekarest 1958 niet mee). Waarom? Geen idee. Enescu schreef ooit dat de opera hem het meest na aan het hart lag, niet omdat hij dacht dat het zijn sterkste compositie was (het was niet aan hem om het beoordelen, voegde hij er aan toe), maar omdat hij er zeker van was dat het hem gelukt was van zijn hoofdpersonage een mens van vlees en bloed te maken. Een mens dat niet in staat is zijn lot te keren, maar door het accepteren ervan kan hij het lot overwinnen. Een mens is sterker dan zijn lot: dat is de antwoord op het raadsel van Sfinx en dat is tevens het hoofdthema van Enescu’s opera.

Edmond_Fleg

Edmond Fleg

Het werkelijk geniale libretto werd geschreven door de voorzanger, dichter, filosoof en toneelschrijver Edmund Fleg, dezelfde die ook Ernest Bloch van het libretto voor diens Macbeth voorzag. Fleg baseerde zich op twee toneelstukken van Sophocles: ‘Koning Oedipus’ en ‘Oedipus in Colonus’, waardoor we het leven van de titeldheld vanaf zijn geboorte tot zijn (mystieke) dood meemaken.

Oedipe - De Nationale Opera - credits Monika Rittershaus 138

© Monika Ritershaus

Dat de opera een meesterwerk is, dat staat buiten kijf. Het is niet makkelijk om de muziek te beschrijven, het staat namelijk op zichzelf. Je hoort wel dat Enescu ‘zijn Schönberg en het sprechgesang’ kende, maar het is nergens atonaal en is ook voor een niet geoefende oor makkelijk te volgen. Alle dissonanten klinken vanzelfsprekend en als u associaties krijgt met de Roemeense folklore dan heeft u gelijk. Nieuwsgierig geworden? Gaan en laat je onderdompelen.

2.DE ZANGERS. ALLEMAAL

Oedipe - De Nationale Opera - credits Monika Rittershaus 167

Johan Reuter (Oedipe) en het Koor van de Nationale Opera © Monika Rittershaus

De bezetting van de opera kent geen één zwakke schakel. Geen één. Alle, maar dan ook alle rollen zijn met alleen maar sterren bezet. Ook het koor van de Nederlandse Opera. Voor de verandering mochten ze weer eens op de bühne staan en het leverde niet alleen een werkelijk overweldigende klank, maar het was visueel ook meer dan spectaculair. Wat een prestatie! Bravi!

Oedipe - De Nationale Opera - credits Monika Rittershaus 202

Johan Reuter (Oedipe) © Monika Rittershaus

Voor Johan Reuter was de rol van Oedipe niet nieuw, hij zong hem al in het Royal Opera House in Londen. Het is een hel van een rol, een echte tour de force. Oedipe is vrijwel constant aan het zingen, bovendien wordt hij in elke acte twintig jaar ouder. Iets wat je niet alleen met schmink maar ook met je zang moet over kunnen brengen en dat lukte Reuter perfect. Ik zou mij misschien wat meer persoonlijkheid in zijn bühneprésence willen wensen, peanuts eigenlijk.

Oedipe - De Nationale Opera - credits Monika Rittershaus 270

Eric Halfvarson (Tirésias) en Johan Reuter (Oedipe) © Monika Rittershaus

Eric Halfvarson was een formidabele Tirésias. Zijn overweldigende bas: groot, donker en resonerend droeg tot alle hoeken in het huis. Daar stond iemand om wie je niet heen kon.

Christopher Purves’ (Créon) optreden was buitengewoon sterk. Hij was de echte schurk in het verhaal, het was iemand om rekening mee te houden. Een grote prestatie..

 

Oedipe - De Nationale Opera - credits Monika Rittershaus 275

Sophie Koch (Jocaste) en Johan Reuter (Oedipe Monika Rittershaus

 

Het was de eerste keer dat ik Sophie Koch (Jocaste) live hoorde. Tot nu toe kende ik haar alleen van haar cd- en dvd-opnamen en ik moet zeggen dat ze live nóg beter is, nóg overtuigender. Haar mezzosopraan is licht getimbreerd, met mooie, warme tonen en een groot volume. Ook haar portrettering van de ongelukkige koningin/moeder/echtgenote was buitengewoon indrukwekkend.

Oedipe - De Nationale Opera - credits Monika Rittershaus 254

Violeta Urmana (Sfinks) © Monika Rittershaus

 

Sfinks is niet echt een grote rol, maar het biedt een zangeres veel mogelijkheden voor een soort ‘showstoper’. En dat deed Violeta Urmana meer dan uitstekend.

 

Oedipe - De Nationale Opera - credits Monika Rittershaus 290

Heidi Stober (Antigone) en Johan Reuter (Oedipe) © Monika Rittershaus

Heidi Stober was een mooie, meelijwekkende en tot tranen toe roerende Antigone, James Creswell was een imponerende Phorbas en Ante Jerkunica was een luxe bezetting van de kleine rol van Le Veilleur.

François Lis zette een uitstekende Le Grand-Prêtre neer, Alan Oke was een prima Le Berger en André Morsch een (ook letterlijk) mooie Thésée. Ook Catherine Wynn-Rogers (Mérope), Mark Omvlee (Laïos) en de uit de Natotionale Opera Studio afkomstige Polly Leech (Une Thébaine) mogen niet onvermeld worden.
Een echte sternstunde.

3.HET ORKEST

Onder de zeer inspirerende leiding van hun chefdirigent Marc Albrecht heeft het Nederlands Philharmonisch Orkest zichzelf overtroffen. U mag best weten dat ik mij op een enorme orkestklank voorbereidde met veel decibellen en best bang was dat de zangers overschaduwd zouden worden. Niet dus. de klank was inderdaad overweldigend maar niet overheersend en elke zanger was uitstekend te volgend. Petje af.

Oedipe - De Nationale Opera - credits Monika Rittershaus 247

Catherine Wynn-Rogers (Mérope) en Oedipus (Johan Reuter) op de couch © Monika Rittershaus

De productie zelf is een beetje onevenwichtig en dat is jammer, want het had een absolute top kunnen zijn. Zeker met het zeer sterke begin en het weergaloze einde, waarbij het niet alleen een lust was voor het oor maar ook voor het oog. Ook de scéne met Sfinx kon mij zeer bekoren. Maar de scéne waarin de jonge Oedipus achter de waarheid van zijn afkomst probeert te komen werd helaas totaal verpest doordat Ollé hem de plaats op de couch van een psychiater liet nemen en hem door zijn moeder (hier psychoanalytica) laat analyseren. Alsof we niet weten waar de Freudiaanse ‘oedipuscomplex’ vandaan komt.

Ook de moordscene sloeg nergens op. Het meest leek het op een uit de hand gelopen ‘gele hesjes’ vertoning die in een ordinaire doodslaan eindigde. Knudde. En waarom moest een felle lamp in de ogen van de toeschouwers schijnen? Moest dat wellicht het naderende blind worden (verblinden) symboliseren? Knudde.

De enscenering van de derde acte vond ik niet bij het verhaal passen: Ollé heeft hier zijn obsessie met de Eerste Wereldoorlog botgevierd. Maar eerlijk is eerlijk: echt er aan gestoord heb ik mij niet, al zou ik toch graag een algehele verbod op machinegeweren en gasmaskers in de opera willen invoeren.

Oedipe - De Nationale Opera - credits Monika Rittershaus 237

© Monika Rittershaus

Ondanks de kanttekeningen: mensen ga dat zien! Ik verzeker u van een onvergetelijke avond met een onvoorstelbaar geniale muziek uitgevoerd door de beste musici die u zich kunt wensen!

Voor mij dé voorstelling van het jaar

Trailer:

Oedipe is nog tot en met 25 december te zien in Nationale Opera & Ballet.
Zie voor meer informatie: /opera/2018-2019/voorstelling/oedipe

 

GURRE-LIEDER uit Amsterdam (regie: Pierre Audi) op dvd

 Door Peter Franken

Gurre Lieder dvd

In september 2014 opende De Nationale Opera het seizoen met een geheel geënsceneerde uitvoering van Schönbergs Gurre-Lieder, als zodanig een wereldpremière. De opname die hiervan werd gemaakt is vorig jaar verschenen op BluRay en DVD.

Schönberg schreef voor zijn Gurre-Lieder een massale bezetting voor, naar verluidt waren bij de première van deze cantate in 1913 maar liefst 757 musici betrokken. Bij DNO hield men de opzet wat bescheidener met naast het Nederlands Philharmonisch Orkest en het koor van de opera een extra koor uit Duitsland, het Kammerchor des Chorforum Essen. Naast een besparing op de kosten speelde hier natuurlijk ook het gebrek aan ruimte mee. In een concertzaal kan je extra koren overal en nergens kwijt, op een toneel niet. Sowieso ligt de nadruk op een groot volume vooral in het slotkoor en dan staat het toneel ook behoorlijk vol.

Schönbergs muziek klink mij onbeschaamd negentiende eeuws in de oren. Tijdens het afspelen van de opname bedacht ik dat hij zomaar een tweede Wagner had kunnen worden, als hij in dit idioom was blijven componeren en zich op het schrijven van opera’s had toegelegd. Zoals bekend ging Schönberg een andere kant op en zag hij zijn meesterwerk Gurre Lieder als een gepasseerd station, een jeugdzonde bijna. Het stoorde hem dat hij uitgerekend om dit werk zo werd geprezen. De vergelijking met Wagner en diens moeizame relatie met zijn vroege werk Rienzi dringt zich op.

Audi en zijn team, laat ik deze keer vooral Jean Kalman even uitlichten die zoals zo vaak bij Audi’s producties verantwoordelijk was voor het belichting, hebben een groots toneelbeeld gecreëerd dat een rijke schakering aan beelden mogelijk maakt. En daar is de filmopname nu eens in het voordeel boven het theater. Geen levensgroot ingezoomde hoofden maar fraaie close ups van situaties bepalen het eerste deel waarin Waldemar en Tove hun liefde en onvermijdelijke afscheid beleven. Als kijker wordt je nu niet afgeleid door het feit dat hun liefdesprieeltje in werkelijkheid bijna verdrinkt in wat nog het meeste lijkt op een verlaten fabriekshal.

Als Tove vertrekt is duidelijk te zien dat haar mantel de vorm heeft van een verenkleed. Zij verbeeldt de duif die volgens de daarna optredende Waldtaube – met grote vleugels en geheel in het zwart synoniem met een doodsengel – door de valk van de koningin is gegrepen. Dat haar einde, en dus ook de liefdesrelatie met Waldemar, nadert wordt na haar afscheid fraai weergegeven door een boom in het liefdesnest die als op commando haar blaadjes verliest.

Mooi beeld ook is dat van Klaus Narr die vrijwel voortdurend op het toneel aanwezig is, getooid met een helwitte lichtgevende ballon die hem permanent belicht. Hij is dan wel een nar, maar weet dat van zichzelf en in die zin is hij ‘verlicht’.

Scenisch is er in het middendeel niet heel veel te beleven totdat een soldatenkoor kortstondig het toneel in bezit neemt. Dan kabbelt het verder tot het overweldigende slotkoor waarmee het stuk eindigt.

Burkhard Fritz is een bijna perfecte Waldemar, hij heeft de rol geheel geïnternaliseerd. Bij de vrouwen gaat mijn voorkeur uit naar de Waldtaube van de Zweedse mezzo Anna Larsson, een mooie gedragen vertolking, het vocale hoogtepunt van het stuk. Van Emily Magee als Tove valt op dat ze wel erg vaak kijkt alsof ze zich afvraagt ‘wat gaat er nu weer gebeuren’? Overigens wel mooi gezongen maar wat afstandelijk.

Sunnyi Melles als de verteller concentreert zich erg op haar tekst en klinkt geforceerd, zelfs schreeuwerig. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat ze dit uit zichzelf zo doet, minpuntje in de regie wat mij betreft. De beide heren Wolfgang Ablinger-Sperrhacke (Klaus Narr) en Markus Marquardt (Bauer) vertolken hun rol met verve. Klaus Narr wordt daarbij flink geholpen door zijn kostuum inclusief die onafscheidelijke ballon.

Marc Albrecht laat zijn NedPho welluidend spelen met prachtige Wagneriaanse momenten. Verder geeft hij voorbeeldig leiding aan het grote ensemble, geen geringe prestatie. Albrecht wilde dit werk heel graag eens dirigeren en Audi wilde het al jaren als ‘opera’ op het toneel brengen. Beide heren zijn uitstekend in hun opzicht geslaagd.

Dit seizoen wordt deze productie door DNO hernomen in exact dezelfde bezetting. De besproken opname is dus niet slechts een herinnering aan een groots evenement maar kan tevens dienen als voorbereiding op een weerzien in het theater. In alle opzichten een geslaagd initiatief van Opus Arte om deze opname op de markt te brengen.

Recensie van de voorstelling live:
GURRE-LIEDER van Audi in Amsterdam

Discografie:
SCHÖNBERG: GURRE-LIEDER. Discografie

 

ELEKTRA aan de Amstel: afscheid van de productie van Willy Decker

Marc Albrecht (conductor), Willy Decker (director), Wolfgang Gussmann (sets/costumes), Hans Toelstede (lighting design), Klaus Bertisch (dramaturge)

© Hans van den Bogaard

Sommige dingen vervelen nooit. Het doet er niet toe hoe vaak je ze hebt gezien, gehoord of gelezen: goed is goed. Neem Willy Deckers Elektra bij De Nationale Opera. De productie stond in oktober 2011 voor de vierde (en laatste) keer op het toneel. Mooier en beter dan ooit tevoren.

Een goed geschreven boek dat ook nog eens ergens over gaat, wordt een klassieker. Zodoende lezen we nog steeds Tsjechov, Proust, Homerus en Oscar Wilde, om er een paar te noemen. Denkt u dat er na twintig jaar, laat staan na honderd, iemand nog weet wie Kluun of Heleen van Rooyen waren?

De opera’s van Mozart, Puccini, Wagner of Strauss hebben een eeuwigheidswaarde, maar denkt u dat alle producties die ooit van hun werken werden gemaakt ook de eeuwigheid mee in kunnen gaan?

De meeste niet, nee en alle conceptualisten en hun aanhang ten spijt – sommige van hun ‘scheppingen’ zijn al verouderd op het moment dat ze in première gaan. Dat heb je als je te veel wilt actualiseren en op het dagnieuws in wil te spelen.

Gelukkig waren er – en zijn er nog steeds – regisseurs die werkelijk dat beetje ‘extra’ aan een opera kunnen toevoegen. Zij weten er hun stempel op te drukken zonder het werk te willen veranderen en blijven trouw aan het libretto en zeer zeker aan de muziek. Ongeacht of ze traditioneel of modern te werk gaan.

Elektra Willy Decker

Willy Decker © GPD/Phil Nijhuis

Willy Decker is zo’n regisseur. Natuurlijk, niet alles van hem is geniaal (ook Mozart heeft niet alleen maar meesterwerken gecomponeerd), maar hij werkt nooit tegen de muziek in en in alles wat hij doet, blijft hij logisch en consequent.

Zijn Elektra ging bij De Nationale Opera voor het eerst in 1996 in première en is sindsdien nog twee keer herhaald, in 2000 en 2006. In het kader van het ‘Oresteia – jaar’ werd de productie in 2011 voor de derde (maar wel de allerlaatste!) keer teruggehaald.

Ook voor mij was het de vierde keer dat ik de productie in Amsterdam zag. Ik heb het altijd fantastisch gevonden. Het orkest was soms beter, soms minder, ook de solisten hadden niet altijd hetzelfde hoge niveau, maar het was altijd zeer spannend en het liet je nooit onberoerd achter.

Maar nu, alsof het inderdaad een ware zwanenzang betrof, heeft iedereen zichzelf overtroffen. Zo goed en zo mooi heb ik het nog nooit eerder gehoord. Voor het eerst in mijn leven (en ik heb Elektra, één van mijn meest geliefde opera’s, heel wat keren meegemaakt) hoorde ik er dingen in die ik nooit eerder heb gehoord.

Weemoedige Weense walsjes bijvoorbeeld. Momenten van stilte en bezinning. Ongekende lyriek. En dat alles met zo ontzettend veel liefde en betrokkenheid gespeeld! Voor het eerst in mijn leven hoorde ik een orkest dat niet zichzelf, maar de zangers de hoofdrol gunde en ze zo veel mogelijk ondersteunde. Dankzij onze nieuwe chef-dirigent, Marc Albrecht. Bravo, maestro!

Marc Albrecht over Elektra:

Orkestleden met wie ik na afloop van de voorstelling heb gesproken, hebben allemaal mijn indruk bevestigd. Zo lyrisch, zo ingetogen hebben ze de partituur inderdaad nog nooit eerder gespeeld. En Albrecht kunnen ze inmiddels op handen dragen.

Marc Albrecht (conductor), Willy Decker (director), Wolfgang Gussmann (sets/costumes), Hans Toelstede (lighting design), Klaus Bertisch (dramaturge)

Evelyn Herlitius (Elektra) ©Hans van den Bogaard

Evelyn Herlitius is geen onbekende in Amsterdam. In 2008 zong zij hier een zeer indrukwekkende Farberin in ‘Die Frau ohne Schatten’ – overigens ook onder de baton van Marc Albrecht, die hiermee zijn visitekaartje bij DNO afgaf.

Haar eerste Elektra zong zij in januari 2010 in Brussel (met Eva-Maria Westbroek als Chrysothemis) en de rol behoort inmiddels tot haar paradepaardjes. Waar ze de kracht vandaan haalt om de hele avond op bühne te staan en onafgebroken de meest heftige muziek te zingen, zonder zichtbare vermoeidheid en zonder dat haar stem het zelfs even opgeeft – het is mij een raadsel.

Haar Elektra was verrassend lyrisch, maar dan wel met een windkracht 10! Zij overschreeuwde zich nergens en toch kwam ze mooi boven het orkest uit! Haar prachtige topnoten waren zuiver en gewoon mooi. Men zei dat zij op de generale nog beter op dreef was, iets, wat ik mij eigenlijk niet eens kan voorstellen!

Marc Albrecht (conductor), Willy Decker (director), Wolfgang Gussmann (sets/costumes), Hans Toelstede (lighting design), Klaus Bertisch (dramaturge)

Gerd Grochowski (Orestes), Michaela Schuster (Klytämnestra), Evelyn Herlitius (Elektra) © Hans van den Bogaard

Ook Gerd Grochowski (Orestes) hebben wij in Amsterdam al eerder gehoord: als een zowat volmaakte Kurwenal in Tristan und Isolde, maar ook in Elektra vijf jaar geleden. Zoals altijd wist hij met zijn diepe klaroengeluid te imponeren, om van zijn présence niet te spreken!

Zijn Orest was veel meer dan een ‘wraakinstrument’ in de handen van zijn zus, hij was verbeten en vastberaden en ook zonder haar had hij zijn ‘plicht” vervuld. Aan het eind werd hij, gestoken in de bebloede jas van zijn vader, getooid met de glinsterende kroon van zijn moeder.

Nu zijn zus ook dood is (anders dan bij Strauss/von Hoffmanstal danst zij zichzelf niet dood, maar pleegt zelfmoord door tegen het mes van Orestes te lopen – goed bedacht en zeer logisch), gaat hij regeren en ik denk niet dat het een prettige periode gaat worden. Nee, geen held om compassie mee te hebben.

Marc Albrecht (conductor), Willy Decker (director), Wolfgang Gussmann (sets/costumes), Hans Toelstede (lighting design), Klaus Bertisch (dramaturge)

Camilla Nylund (Chrysothemis), Evelyn Herlitzius (Elektra) © Hans van den Bogaard

Het was de eerste keer dat Camilla Nylund de rol van Chrysothemis zong en zij deed het voorbeeldig. Menig sopraan verkijkt zich op die rol, die veel zwaarder is dan men denkt. Met haar Marylin Monroe outfit en haar eeuwige tasje was zij echt meelijwekkend. Maar was zij werkelijk zo onschuldig zoals wij dachten? Stof tot nadenken.

Marc Albrecht (conductor), Willy Decker (director), Wolfgang Gussmann (sets/costumes), Hans Toelstede (lighting design), Klaus Bertisch (dramaturge)

Evelyn Herlitzius (Elektra), Camilla Nylund (Chrysothemis) © Hans van den Bogaard

Men vond haar stem aan de koude en afstandelijke kant, maar dat vond ik bij de rol, zoals Decker haar ziet, juist voortreffelijk passen. Ik denk, dat ze er nog in gaat groeien, maar al bij de première vond ik haar prestatie werkelijk bijzonder.

Marc Albrecht (conductor), Willy Decker (director), Wolfgang Gussmann (sets/costumes), Hans Toelstede (lighting design), Klaus Bertisch (dramaturge)

Michaela Schuster (Klytämnestra) © Hans van den Bogaard

In de rol van Klytämnestra was nou eens niet een uitgezongen zangeres te horen. Michaela Schuster had niet alleen alle noten paraat – zij wist ze ook als een kameleon naar haar hand te zetten en schakelde tussen het zingen en het sprechgesang alsof het niets was. Fenomenaal. Ook als actrice wist zij mij voor 100 procent te overtuigen. Haar vertolking was ontroerend in haar wanhoop en wellicht de meest meelijwekkende van allemaal.

Hubert Delamboye was een bijzonder goede Aegisth en wist in zijn korte scène een heel drama te stoppen, dat zelfs in een film niet zou misstaan.

Deze keer was Decker er zelf niet bij. De productie werd heringestudeerd door Wim Trompert, tussen 1992 en 2004 voornamelijk werkzaam als assistent-regisseur bij DNO, maar inmiddels zelf een regisseur van naam.

Trailer van de productie:

Richard Strauss
Elektra
Evelyn Herlituis, Michaela Schuster, Camilla Nylund, Hubert Delamboye, Gerd Grochowski, Tijl Faveyts e.a.
Het Nederlands Philharmonisch Orkest olv Marc Albrecht
Regie: Willy Decker

Bezocht op 5 oktober 2011

TRISTAN UND ISOLDE in Amsterdam, januari 2018

tristan0033-1

Copyright (c) Ruth Walz

En toen was iedereen dood. Dat kon Wagner’s bedoeling niet zijn, want door iedereen te laten killen werd het heengaan van je hoofdpersonen gemarginaliseerd. #Zijtoo, zoiets. Het is dat Isolde’s dood meer meta- dan daadwerkelijk fysisch was, dat haar sterven – waar iedereen zo naar uitkeek – toch de verlossing bracht waar iedereen zo naar snakte.

De entourage van het desolate, troosteloze landschap in de derde acte deed mij het meest aan zwart/wit beelden uit de eerste Wereld Oorlog denken. Zo deprimerend dat het daadwerkelijk om zelfmoord schreeuwde.

Die verstikkende uitzichtloosheid werd nog versterkt door het ongekend mooi spelende Nederlands Philharmonisch Orkest: de fluisterende klanken waarmee de acte begon waren van een onaardse schoonheid. Het geluid dat Marc Albrecht de musici wist te ontlokken klonk niet alleen als de aankondiging van de zuiverende dood, maar maakte ook de eerste voorboden van de eeuwigheid voelbaar.

De regie was typisch Pierre Audi. Mooi en zeer esthetisch verantwoord, maar ook zo verschrikkelijk saai! Nu gebeurt er in die opera betrekkelijk weinig, maar zoals het er nu uitzag verschilde het in (bijna) niets van een concertante uitvoering. O ja, men bewoog wel, maar het leek sterk op een masterclass in ‘hoe te bewegen om de ander zo weinig mogelijk aan te raken’.

 

 

tristan0089-1

©  Ruth Walz

 

De afstand tussen Tristan en Isolde groeide averechts aan hun passie en na het nuttigen van de liefdesdrank namen ze hun posities aan beide uiteinden van de bühne. Verder beperkte de personen regie zich tot de standaard cliché gebaren: men greep naar zijn hoofd, zocht steun bij de muur, men liet zich vallen of ze gingen gewoon op de grond liggen.

Er werd voornamelijk met het gezicht naar het publiek toe gezongen wat een enorme plus was: iedereen was goed te verstaan. Gelukkig maar, want er werd mij toch mooi gezongen!

Stephen Gould (Tristan), Ricarda Merbeth (Isolde)

Ricarda Merbeth (Isolde) en Stephen Gould (Tristan)  © Ruth Walz

Ik denk dat Stephen Gould tegenwoordig tot één van de weinige tenoren behoort die Tristan tot en met de laatste noot goed kan zingen, zonder echte problemen. Goed, je kon merken dat zijn stem een beetje vermoeid raakte, maar bij een dodelijk verwonde en stervende held is het niet echt problematisch. Zeker ook omdat hij verder heer en meester was zowel van zijn stem als van de bühne.

Ricarda Merbeth (Isolde) stelde mij lichtelijk teleur. Althans: in de eerste twee acten. Haar woede in de eerste acte vond ik niet verwoestend genoeg waardoor het plotselinge omslaan van gevoelens – van ziedende furie in een allesverzengende liefde – het grote verrassingselement verloor.

Stephen Gould (Tristan), Ricarda Merbeth (Isolde)

Ricarda Merbeth (Isolde) en Stephen Gould (Tristan)  © Ruth Walz

Ik denk echter dat de premièrekoorts haar parten heeft gespeeld en ik verwacht dan ook dat zij ooit tot een Isolde uitgroeit waar men rekening mee gaat houden. Dat het zo is liet zij in haar ‘Liebestod’ horen. Geholpen door Audi’s mystieke mise-en-scène en de betoverend mooie belichting van Jean Kalman zwierf zij ergens tussen leven en dood; niet meer hier maar nog niet daar, losgekoppeld uit alle werkelijkheid. Zo ook klonk haar stem: buitenaards maar verre van engelachtig. Zeer ontroerend.

De jonge en zeer aantrekkelijke koning Marke van Günther Groissböck was voor mij de absolute ster van de avond. Zijn zeer charmante bas klonk gekwetst en boos waar nodig, maar verder was hij voornamelijk vaderlijk mild, wat bij de rol uitstekend past. Een stem om verliefd op te worden, wat mij de zucht ‘was ik maar een Isolde’ ontlokte ….

 

Ricarda Merbeth (Isolde), Michelle Breedt (Brangäne)

Ricarda Merbeth (Isolde) en Michelle Breedt (Brangäne) © Ruth Walz

Michelle Breeedt zong een zeer warme Brangäne. Haar stem liet een ware rijkdom aan gevoelens horen: liefde, vriendschap, angst, verdriet en spijt … alles wat van Brangäne de meest humane van alle Wagner-personages maakt. Haar optreden in de tweede acte was huiveringwekkend mooi en het is best spijtig dat ze in de derde acte door Kurwenal (zeer goed zingende en acterende Iain Paterson) gedood moest worden. Des te meer eigenlijk omdat ze min of meer dezelfde rol vervulden, die van een trouwe vriend, dienaar en beschermer.

 

Stephen Gould (Tristan), Ian Paterson (Kurwenal)

Stphen Gould (Tristan) en Iain Paterson (Kurwenal( © DNO Ruth Walz

Andrew Rees zong een goede Melot, maar waarom moest hij een kreupele, miserabele dwerg zijn met zijn rechter arm in mitella? Nergens voor nodig en behoorlijk lachwekkend.

In de kleine rol van de herder liet Morschi Franz weer eens horen wat een schitterende zanger hij toch is. Beste DNO: wordt het echt geen tijd om hem grotere rollen toe te kennen?

Roger Smeets (stuurman) en Martin Piskorski (de jonge zeeman) completeerden het voortreffelijke zangers-ensemble.

Over het Nederlands Philharmonisch Orkest onder de meer dan inspirerende leiding van hun chef-dirigent Marc Albrecht kan ik kort zijn. Subliem.

Trailer van de productie:

Richard Wagner
Tristan und Isolde
Stephen Gould, Ricarda Merbeth, Michelle Breedt, Günther Groissböck, Iain Paterson, Andrew Rees, Morschi Franz, Roger Smeets, Martin Piskorski
Koor van de Nationale Opera (instudering: Chin-Lien Wu), Nederlands Philharmonisch Orkest olv Marc Albrecht
Regie: Pierre Audi

Bezocht op 18 januari 2018 in het Muziektheater in Amsterdam

TRISTAN UND ISOLDE. Discografie