Wozzeck

Marcel Beekman: als karaktertenor kan ik de hele wereld veroveren!

MARCEL BEEKMAN - photo © Sarah Wijzenbeek

Marcel Beekman © Sarah Wijzenbeek

Marcel Beekman vliegt de hele wereld rond om op te treden, tot aan het Midden-Oosten toe. De tenor kan niet genoeg geprezen worden. Dat hij zowat een alleskunner is in zijn vak dat wisten wij (of hoorden wij te weten!) al lang. Zijn stem lijkt geen grenzen te kennen en klimt soms esoterisch hoog, maar dan wel met behoud van een spectrum aan kleuren. Hij voelt de muziek niet alleen aan, hij lijkt er soms wezenlijk mee verbonden.

 

Beekman calliope-tsoupaki-ruud-jonkers-02

Calliope Tsoupaki © Ruud Jonkers

Volgens Calliope Tsoupaki, onze nieuwe Componist des Vaderlands is hij de beste Nederlandse tenor. En zij kan het weten, want hij heeft in veel van haar composities gezongen. Voor hem componeerde zij de 1-minuutopera Vesuvius 1927, naar de tekst van P.F. Tomése die zijn première beleefde in De Wereld Draait Door:

Maar hij zong ook in haar befaamde St. Luke’s Passion en redde de voorstelling van haar Greek Love Songs, uitgevoerd tijdens het Holland Festival in 2010. In juni 2014 was hij ook van de partij in haar opera Oidípous

Beekman oidc3adpous-calliope-tsoupaki-foto-janiek-dam

© Janiek Dam

En nu componeert zij voor hem – en voor de countertenor Maarten Engeltjes – een groot nieuw werk. Behalve de zangers doet ook een instrumentaal ensemble mee, PRJCT, het eigen ensemble van Maarten Engeltjes. Dit werk zal in première gaan tijdens de November Music 2019 en wellicht gaat het ook in andere steden geprogrammeerd worden.

We mogen ook andere Nederlandse componisten: Jeff Hamburg, Elmert Schönberger en Martijn Padding (om maar een paar namen te noemen) niet vergeten, ook zij schreven composities met zijn stem in hun achterhoofd.

HET BEGIN

De eerste keer ontmoetten we elkaar vijf jaar geleden in zijn prachtige woning in de Blaeu Erf, een soort hofje in een zijstraat van de drukker dan drukke Gravenstraat, pal achter de Nieuwe Kerk. Het is een oase van rust, waar nauwelijks nog geluiden doordringen. We dronken thee (zijn geheime mengsel, dat mij bijzonder smaakte) en praatten over zijn beginjaren, de ontdekking van de opera en zijn vele buitenlandse optredens, die hem zelfs naar landen in het Midden-Oosten brachten.

“Ik kom uit een provinciestad en heb gestudeerd aan een klein conservatorium, wat inhield dat ik eigenlijk voorbestemd was om een oratoriumzanger te worden. Of een leraar. Aan opera dacht toen niemand, ikzelf allerminst. Dat kwam pas toen ik gevraagd werd voor de opera/musical Jona de Neezegger van Willem Breuker. Het was een kleine schokervaring en ik kreeg de smaak te pakken. Dat wilde ik meer doen!”

bEEKMAN JOna

In Jona de Neezeger © Pieter Boersma

Je zingt voornamelijk oude en nieuwe muziek. Heb je daar bewust voor gekozen of is het zo gekomen?
“Ik fladder inderdaad tussen het oude en het moderne in. Ik ben pragmatisch en communicatief ingesteld en ik vind het bijzonder opwindend om aan een nieuwe partituur te werken. Het aspect van het nieuwe is alsof je een nieuwe prisma creëert. Je bent niet alleen een uitvoerend medium, maar ook een beetje een scheppend kunstenaar. Het is ook fijn om met de componist te kunnen overleggen, en ja – ze willen ook naar je luisteren en de noten veranderen. Soms vraag ik om extra hoge noten, daar moeten ze om lachen, vinden ze leuk.”

“Ik vind het niet erg een soort ‘gereedschap’ te zijn in handen van een componist, dus als van mij non vibrato wordt geëist dan doe ik dat. En ik moet eerlijk zeggen dat ik het soms juist heel erg mooi vind, het heeft iets puurs, iets natuurlijks.”

REGISSEURS

“Laat ik met een cliché beginnen: de repetities kunnen enorm verschillend zijn. De echte eye-opener was voor mij Salome onder Simon Rattle tijdens de Osterfestspiele in Salzburg. Rattle wilde dat wij eerst naar Berlijn kwamen om de partituur rustig door te nemen. Dat werkte echt fantastisch, want meestal hoor je de orkestklank voor het eerst als de eerste ‘sitzprobe’ komt. Een openbaring.

Stuttgart vond ik vroeger leuk, zeker het werken met het team Jossi Wieler en Sergio Morabito. Ze zijn vriendelijk, alles gebeurt in overleg en de sfeer is aangenaam. En – het allerbelangrijkste – ze zijn zo ontzettend respectvol. Dat werkt niet alleen prettig, maar dat maakt ook dat je je overgeeft. Als je zo behandeld wordt, gaat je hart open en wil je alles voor ze doen. Andersom gaat je luikje dicht, dan klap je dicht. Natuurlijk werk je mee, je moet je openstellen, anders kan je net zo goed achter de kassa in Lidl ziten.”

Marcel Beekman WOZZECK

Als Hauptmann in Wozzeck bij DNO © Ruth Waltz

In het seizoen 2016/17 mochten we Beekman in twee grote producties bij De Nationale Opera in Amsterdam bewonderen: Wozzeck van Alban Berg en Salome van Richard Strauss. Voornamelijk Wozzeck waarin hij zowel de Hauptmannn als de Narr zong was in dat seizoen voor de tenor erg belangrijk, de opname van die productie is onlangs bij Naxos (21110582) uitgekomen.

SALZBURG 2019

Beekman BarrieKosky

Barrie Kosky © Gunnar Geller

Tegenwoordig is Beekman één van de beroemdste en de meest gevraagde karaktertenoren ter wereld, met een druk bezette agenda. Zijn seizoen 2019/2020 werd net geopenbaard en het liegt er niet om! Hij noemt de paar belangrijkste:

“In 2019 ga ik Pluton (Orphée aux Enfers van Jacques Offenbach) zingen in Salzburg, in de nieuwe productie van Barrie Kosky, de Australische regisseur die vooral bekend is van zijn werk bij de Komische Oper in Berlijn. De première is 14 augustus tijdens de Salzburger Festspiele 2019. Enrique Mazzola dirigeert het Wiener Philharmoniker en als collega’s krijg ik o.a. Kathryn Lewek (Euridice), Joel Prieto (Orfeo) en Anne Sophie von Otter (L’Opinion Publique). Daar kijk ik er echt naar uit. Ik heb nog nooit samen met Kosky gewerkt maar bewonder zijn werk zeer. En dan het idee alleen dat er een operette in Salzburg komt! En Pluton is natuurlijk een echte rol voor mij.”

Beekmanjost-christian

Christian Jost © Nederlands Philharmonisch Orkest

Duitse componist Christian Jost  schrijft momenteel de opera Voyage vers l’Espoir waarin ik meerdere rollen ga vertolken. De première zal eind maart 2020 plaatsvinden in het Grand Théâtre de Genève”

In 2019 bestaat het Les Arts Florissants veertig jaar: de reden voor William Christie om een grootse internationale feesttournee te programmeren in december 2019. Op het programma staan werken van o.a. Lully en Rameau en, naast Beekman zullen meerdere solisten, onder wie Sandrine Piau, Christophe Dumaux er acte de présence geven.

BeekmN Platee-in-Paris-I-2014-Vincent-Pontet

Marcel Beekman als Platée in Parijs © Vincent Pontet

Rameau’s  Platée in de regie van Carsen, één van Beekmans grootste rollen, wordt in december 2020 hernomen in drie verschillende landen. Helaas zit Nederland er niet bij. Zijn andere glansrol, de Nutrice (L’Incoronazione di Poppea van Monteverdi uit Salzburg 2018) is gelukkig voor dvd opgenomen en verschijnt bij Harmonia Mundi in september 2019.

Marcel Beekman L'INCORONAZIONE DI POPPEA

Marcel Beekman als de Nutrice © Andreas Schaad

Verder vermeldt zijn agenda  veel losse projecten, waaronder een tournee met Israel Camerata in juni 2019 met de Cantata for Shabbath uit 1940 van de Israëlische componist Mordechai Seter (1916-1994).

Beekman M_Seter

Mordechai Seter

Beekman: “Daar kijk ik naar uit. Ik houd van dat land en iedere keer als ik er ben komt er iets van herkenning bij”. “Ik ben mijn verleden aan het uitzoeken. Het is niet voor niets dat ik mij zo thuis voel in Israël. Het Joodse, dat spreekt mij aan. Of er iets in het verleden zit?
Er was ooit een Beckman, met een “c”.. Maar of het er toe doet? Niet echt. Ik voel mij betrokken bij minderheden”.

“Ik heb mijn accenten verlegd en mijn prioriteiten veranderd, aangepast. Daar hoorde het verkopen van Blaeu Erf bij. Het geld interesseert mij niet, ik heb het huis verkocht om te kunnen leven, te kunnen genieten. Ik heb geen partner en of ik er een wil? Dat weet ik niet, maar ik ben wel gelukkig zo: mijn leven is op de juiste rail gekomen en het brengt mij wat ik het liefste wil: muziek, kunst, leven! Het duurde even voordat ik mijn draai vond, maar als karaktertenor kan ik de wereld veroveren!”

Voor de complete agenda van Marcel Beekman zie zijn  website.

Zie ook:
CALLIOPE TSOUPAKI: Oidípous

LOOKING EAST
SALOME IN AMSTERDAM

Advertenties

JENNIFER LARMORE interview (English translation)

Jenny in Geneva

Jennifer Larmore © Audra Melton

Summer in Amsterdam seemed to have taken a vacation, but the afternoon we met in the canteen of the National Opera it was terribly stuffy. That did not seem to bother Jennifer Larmore in the least: the warmer the better!

She had come to our capital to sing Gräfin Geschwitz in Alban Berg’s Lulu, a role she has sung previously in London and Madrid, in a production by Christof Loy that I greatly admired.

jennifer

Jennifer Larmore & Mojca Erdmann in Amsterdam

The opera is brutal, and her role is heavy, but she had little time to recover. In between performances she was studying the part of Mère Marie in Poulenc’s Dialogues des Carmélites. The extremely complex part of the rather unsympathetic and radical nun was new to her, and she was totally immersing herself in it, even though there was only one performance scheduled.

Belcanto

“That is a bit of a shame, because I think the music is gorgeous, and the opera truly moves me”, she says. “I have absolutely no problems with learning a role for only one performance. I have done that before, when I was recording for the Opera Rara label.  I studied many unknown operas knowing I would never sing them again afterwards. But I was young and curious, and highly ambitious.”

The rehearsals were long, and the recording sessions always ended with a one-off concert performance. What pleasure they gave me! Besides, without those recordings, I probably would have never gotten the chance to get to know operas such as Rossini’s Elisabetta, regina d’Inghilterra or Pacini’s Carlo di Borgogna, let alone sing them! And the music is gorgeous!”

“Di Gioia Sorse Il Di,” aria from Carlo di Borgogna. When Opera rara brought out this  recording opera connoisseurs called it the ‘belcanto recording of the millennium.’

“Quant’e grato all’alma mia,”  from Elisabetta, regina d’Inghilterra.

In the meantime, Larmore has left the period of singing (unknown) belcanto roles behind her. “It was time to close that chapter. Once you are over forty, you are no longer a young girl. Simple as that! Even though your voice still sounds youthful, and you still sing very well: it no longer works, you need to be credible as well, and remain credible.”

Larmore as Rosina in Il Barbiere di Siviglia in Amsterdam

It has always been my biggest dream to sing Marschallin in Strauss’s Rosenkavalier. I think the music is incredibly beautiful – Sometimes I secretly think it is the most beautiful opera in the world. It’s a role I definitely would love to sing. So… who knows?
For Octavian it is simply too late.  That is the same story as with the Rosina’s and all the other belcanto heroines: I no longer have the proper age for them.

“Does this perhaps have something to do with the visualisation of opera?”   “Most certainly! The new media and the live movie-theater transmissions have given an extra dimension to the brand opera: credibility. It is no longer possible to sing Mimi when you are 65 like Mirella Freni did, even though your voice is still fresh. Looks are important too, especially with all those close-ups all the time.

(meer…)

MANFRED GURLITT en de vergeten Wozzeck

Gurlitt

Manfred Gurlitt

 

LEVEN

De willekeur van de muziekgeschiedenis kan soms behoorlijk verwarrend zijn. Want, waarom is de ene componist beroemd geworden en de andere niet? Dat het niet altijd op een objectieve waardeoordeel is gebaseerd weten we maar al te goed, daarvoor zijn er te veel werkelijk goede componisten (en/of hun werken) van onze podia verdwenen.

Waarom wordt Wozzeck van Alban Berg zo vaak uitgevoerd en opgenomen en waarom heeft bijna niemand van Wozzeck van Manfred Gurlitt gehoord? Beide opera’s, met als basis het onvoltooide toneelstuk van Büchner, zijn kort achter elkaar in première gegaan. Die van Berg in december 1925 in Berlijn en die van Gurlitt in april 1926 in Bremen.

Meesterwerk versus vakwerk, roept u? Niet helemaal. Ook aan de muziek van Gurlitt mankeert helemaal niets. Beide componisten hanteren een nieuwe muzikale taal en zijn – ieder op zijn manier – vooruitstrevend.

De immense populariteit die de opera van Berg vanaf de eerste dag genoot heeft er uiteraard toe bij gedragen dat het werk van Gurlitt uit het zicht verdween. Maar: zou het alleen daar aan liggen of zit het ingewikkelder in elkaar?

Manfred Gurlitts biografie roept veel vraagtekens op. Hij werd in 1890 geboren als zoon van de prominente Berlijnse kunsthandelaar Fritz Gurlitt en zijn vrouw Annarella; toch beweerde hij dat zijn echte vader Fritz Waldecker was, jarenlang de minnaar (en na de dood van zijn vader echtgenoot) van zijn moeder.

Of de verdachte afkomst van zijn vader (volgens de nazi’s had hij Joods bloed) daar iets mee te maken zou kunnen hebben weten we niet, maar uitgesloten is het zeer zeker niet. Zeker ook omdat jonge Manfred een groot aanhanger was van het naziregime en al in 1933 meldde hij zich als lid van de partij aan.

Echt geholpen heeft het niet en in 1937 werd hij uit de partij geroyeerd en van al zijn posities ontslagen, waarna hij naar Tokyo vluchtte. Onder druk van de Duitsers moest hij in 1942 zijn docentschap aan het conservatorium neerleggen, maar echt vervolgd werd hij niet. Wat er tussen 1933 en 1937 gebeurde blijft een mysterie.

 

Gurlitt Wozzeck 1951 Tokyo (scene uit een film)

Gurlitt dirigeert zijn orkest in Tokyo, 1951 (still uit een Japanse film)

In 1953 richtte hij in Tokyo zijn eigen operagezelschap op, ‘Gurlitt Opera Company’. Gurlitt keerde nooit naar Duitsland terug, hij stierf in Tokyo in 1972.

(meer…)

ALBAN BERG: Wozzeck. Discografie.

Wozzeck Buchner

Georg Büchner


Het waargebeurd verhaal over de jonge soldaat Woyzeck, die in 1824 schuldig werd bevonden aan de moord op zijn vriendin en ter dood werd veroordeeld, heeft de jonge Oostenrijker Georg Büchner geïnspireerd tot het schrijven van zijn toneelstuk. Het werk is onafgemaakt is gebleven, Büchner is in 1837 op 24-jarige leeftijd aan tyfus overleden en Woyzeck werd pas in 1913 op de planken gebracht. Alban Berg bezocht het toneelstuk een jaar later in Wenen en besloot er een opera van te maken. De première 4 december 1925 in Berlijn was een overweldigend succes.

Wozzeck Alban&HeleneBerg

Alban en Helene Berg na de première in Berlijn


“Fragmentarisch, hallucinerend en uiterst pessimistisch”. Zo werd het toneelstuk omschreven en zo is de opera zelf ook. Dit werk – misschien wel de aangrijpendste opera van de vorige eeuw – gaat altijd vergezeld van een ongekende ongenaakbaarheid. De muziek is zeer expressief en niet in één definitie samen te vatten: Berg gebruikte zowel de dodekafonie als de zoetste vioolklanken, en wisselde het sprechgesang af met melancholieke “aria’s”.

Wozzeck Berg met performers van Wozzeck premiere in Oldenburg

Alban Berg met de Wozzeck – cast na de première in Oldenburg 1929

Meesterwerk of niet: alles staat of valt met de uitvoering en dat zijn er best veel.
Een selectie:

DVD’s

Hamburg 1970

Wozzeck Blankestein

Onder leiding van Rolf Liebermann groeide de Hamburgse Staatsopera tot één van de beste en spraakmakendste operahuizen ter wereld. Liebermann zorgde voor een goed, gedegen en gevarieerd repertoire met extra veel aandacht voor de hedendaagse werken.

Gelukkig voor ons, die de jaren niet (bewust) hebben meegemaakt, dacht Liebermann ook aan de toekomst en liet de regisseur  Joachim Hess een dertiental van de toenmalige producties voor de TV vastleggen. De meeste opnamen vonden plaats in een studio, met Wozzeck is men uitgeweken naar – en rond – een kasteel in Zuid Duitsland.

De tegenwoordig vrijwel helemaal vergeten bariton Toni Blankenheim was één van de pilaren van de Hamburgse opera. Hij zong er tal van de rollen, maar echt beroemd werd hij pas als Schigolch (Lulu), in de productie met Teresa Stratas.

Zijn zeer charismatische verschijning, zijn enorm acteertalent en zijn buigbare, warme bariton maakten hem meer dan geschikt voor het zingen van rollen van “complexe karakters”. Zoals Wozzeck. Als geen ander is Blankenheim zowat de personificatie van de “simpele ziel”; zijn wanhoop is niet gespeeld en zijn onbegrip staat op zijn gezicht getekend.

Sena Jurinac is een mooie, licht getimbreerde, maar een zeer sensuele en erotisch geladen Marie.

Bruno Maderna is nooit een kampioen geweest in het dirigeren van andermans werken, maar met het idioom van Berg heeft hij zonder meer veel affiniteit.

De productie is zeer realistisch en de spanning is om te snijden. Het is alsof je naar een onvervalste triller zit te kijken.

Liebermann wordt tegenwoordig gezien als de vader van het regietheater, alleen bedoelde hij er iets anders mee dan het huidige conceptualisme en het opzoeken (en vaak overschrijden) van de grenzen van het toelaatbare en de belachelijke. Afijn: kijkt u maar zelf. Die opname is een absolute must (Arthaus Music 101277)

 

Wenen 1987

Wozzeck Abbado

Deze productie was mijn eerste ‘Wozzeck’ ooit. Ziek werd ik er van, van de emoties en de gevoelens die de opera bij mij opriep. Het meest werd ik toen geraakt door de vertolking van Marie door Hildegard Behrens.

Nog steeds vind ik haar optreden buitengewoon indrukwekkend, maar nu ik de opera beter ken heb ik ook mijn twijfels. Zo nu en dan vind ik haar namelijk een beetje té. Te chargerend in haar spel, maar ook te chargerend in haar zang. Alsof ze de grenzen van wat haar stem aankan is aan het opzoeken. In haar creatie doet ze mij – neem het niet al te letterlijk! – aan de Italiaanse actrice Anna Magnani denken, wat eigenlijk een groot compliment is.

Franz Grundhebber zet een verbitterde Wozzeck neer, maar dan één die niet gespeend is van enige pathos.

Heinz Zednik is een ongeëvenaarde kapitein en de jonge Philip Langridge een schitterende Andres.

Dat Abbado affiniteit heeft met de muziek van Berg, is nogal wiedes. Hij dirigeert fel en dwingend, de spanning is al vanaf de eerste noot voelbaar. En toch is de lyriek nergens ver weg.

Kunt u zich nog het magische moment herinneren als het doek opengaat? Dat kunt u hier weer beleven. Waarna zich een wereld voor u openbaart die u uit het libretto kent: we bevinden ons in de kamer van de kapitein, met achter het raam een uitzicht op wat weleens een plaats delict zou kunnen worden. En dan de belichting! Om te zoenen zo mooi!

Deze fascinerende productie (regie Adolf Dresen) zou als verplichte kost op alle opleidingen tot operaregisseur vertoond moeten worden. Alleen al om al die regisseurs in spe laten zien dat traditioneel niet automatisch saai of museaal (overigens: daar is ook niets op tegen) betekent.

En wat is Abbado hier nog jong! (Arthaus Musik 109156)

 

Trailer van de productie:

 

Moskou 2010

Wozzeck Nigl Tcherniakov

Hier moet ik, noodgedwongen, kort over zijn. Na ruim vier minuten staren naar een soort poppenhuis met veel boxen, waarin allerlei mensen gezinnetjes speelden en zich verveelden (televisies stonden aan) – dat alles begeleid door een orkest die zijn instrumenten stemde – had ik er al schoon genoeg van. Toch heb ik nog even gekeken want ik was best nieuwsgierig. Helaas, ver ben ik niet gekomen. Mocht u zin hebben in een avondje spannende theater met veel videobeelden en nog meer muziek, dan is deze dvd iets voor u. Vergeet Wozzeck echter, want deze productie heeft niets, maar dan ook helemaal niets noch met de opera van Alban Berg, noch het toneelstuk van Büchner te maken. Teodor Currentzis, de lieveling van de Russische publiek, die beroemd (en berucht) is vanwege zijn vreemde tempi, maakt ook hier zijn faam waar (BelAir Classics BAC068)

 


(meer…)

WOZZECK ZaterdagMatinee

Grigorian ster in uitmuntende Wozzeck

Florian Asmik-Grigorian-c-Rytis-Seskaitis-768x512

Asmik Grigorian foto: Rytis Seskaitis

Het is een waargebeurd verhaal. In 1824 werd de soldaat Johann Christian Woyzeck schuldig bevonden aan de moord op zijn vriendin Johanna Christiane Woost en ter dood veroordeeld. Op de markt van Leipzig werd het vonnis voltrokken: Woyzeck werd met het zwaard gedood. Aan de veroordeling ging een brede maatschappelijke discussie vooraf (sociale media avant la lettre?). Men vroeg zich af of Woyzeck toerekeningsvatbaar kon worden verklaard.

Het verhaal heeft de jonge Oostenrijker Georg Büchner geïnspireerd tot het schrijven van zijn toneelstuk, dat onafgemaakt is gebleven: Büchner is in 1837 op 24-jarige leeftijd aan tyfus overleden. Het manuscript werd pas in 1879 gedrukt, het toneelstuk moest tot 1913 wachten tot het op de planken werd gebracht. Componist Alban Berg bezocht het toneelstuk een jaar later in Wenen en besloot er een opera van te maken. Door het uitbreken van de oorlog duurde het een paar jaar eer hij de partituur had voltooid, de première in 1925 in Berlijn was een overweldigend succes.

“Fragmentarisch, hallucinerend en uiterst pessimistisch”. Zo werd het toneelstuk omschreven en zo is de opera ook. Dit werk – misschien wel de aangrijpendste opera van de vorige eeuw – weet zich immer te vergezellen van een evenredige ongenaakbaarheid. De muziek is zeer expressief en niet in één definitie samen te vatten: Berg gebruikte zowel de dodekafonie als de zoetste vioolklanken, en wisselde het sprechgesang af met melancholieke “aria’s”.

Meesterwerk of niet (meesterwerk!): alles staat of valt met de uitvoering. Wat dat betreft hebben we geen reden tot klagen: de uitvoering van ZaterdagMatinee op 4 juni kan tot de absolute top gerekend worden. Dat het zo geweldig werd is voornamelijk aan de zangers te danken. En aan de dirigent, al had hij het orkest bij sommige scenes wat zachter mogen laten spelen.

Er waren ook een paar minpunten. Zo vond ik het constante geloop van de zangers (en van de orkestleden!) bij vlagen behoorlijk irritant: het was storend en het leidde de aandacht af. Logisch was het ook niet, want soms was de zanger al de bühne af, terwijl er nog woorden tegen hem gericht werden. Af en toe moest ik aan het vroegere ‘komt op, zingt, gaat af’-principe denken.

Voor de rest niets dan lof. Florian Boesch (Wozzeck) en Asmik Grigorian (Marie) hadden hun rollen al eerder en ook samen (Keulen 2011) vertolkt. Ze waren op elkaar ingespeeld en de chemie tussen de twee zangers was voelbaar.

Florian-Boesch-Lukas-Beck-2

Florian Boesch foto: Lukas Beck

Boesch zingt met een intensiteit die ik alleen als “zinderend” kan omschrijven. Zijn stem is groot, resonerend en beeldend. Bij hem heb je geen tekst nodig om te begrijpen wat hij zingt, als versta je niet alle woorden. Een echte stemacteur.

(meer…)