diversen

“ZIJ HADDEN VOGELS KUNNEN ZIJN” *

Burkhardt Söll: KINDERDINGE. Een requiem voor een oude dokter en zijn weeskinderen

Korczak met de kinderen

Korczak en de kinderen

 

Zijn echte naam was Henryk Goldszmit. Het pseudoniem Janusz Korczak gebruikte hij voor het eerst in 1898 toen hij deelnam aan een literaire wedstrijd, georganiseerd door de beroemde pianist – en de eerste minister-president in het na de Eerste Wereldoorlog bevrijde Polen -Ignacy Paderewski.

Korczak

Janusz Korczak

Korczak werd geboren in Warschau in een geassimileerd Joods gezin. Na zijn studie medicijnen werkte hij een korte periode als kinderarts en in 1912 kreeg hij de leiding over Dom Sierot, een weeshuis voor Joodse kinderen. Hier bracht hij zijn utopische idealen over een Kinderrepubliek in praktijk: een kindergemeenschap met een eigen parlement, rechtbank en krant, dat alles geleid door kinderen. Na de Eerste Wereldoorlog stichtte hij een tweede weeshuis, Nasz Dom (Ons Huis)

 

Korczak Krochmalna_Street_orphanage

Het weeshuis in de Krochmalnastraat

Behalve arts en leider van een weeshuis was Korczak ook pedagoog, leraar, schrijver en schriftgeleerde. Hij werkte bij de Poolse radio en gaf lezingen. Zijn roem was immens, ook buiten de Poolse grenzen werden zijn boeken en artikelen gepubliceerd en geroemd, en zijn pedagogische methoden nagevolgd.

Korczak en kinderen

 

In november 1940 werd het weeshuis gedwongen naar het ghetto van Warschau te verhuizen en begin augustus 1942 werden de kinderen, samen met Korczak en zijn helpster Stefania Wilczynska op transport gezet. Zelfs de nazi’s hadden ontzag voor de beroemde pedagoog – er werd hem een ontsnappingsmogelijkheid geboden. Trouw aan zijn idealen, weigerde hij echter en ging de kinderen voor in de dood. Allen werden vergast meteen na hun aankomst in Treblinka op 7 augustus 1942.

 

Korczak den de kindern Yad_Vashem_BW_2

Monument “Janusz Korczak en de kinderen” in Yad Vashem

Over Korczak:

In 1972 werd aan Korczak  postuum de prestigieuze Vredesprijs van de Duitse boekhandelaren toegekend. Er zijn boeken over hem geschreven en films over hem gemaakt en in de jaren negentig van de vorige eeuw heeft de Duits-Nederlandse componist Burhardt Söll muziekstuk gecomponeerd ter nagedachtenis van Korczak en zijn kinderen, getiteld Kinderdinge. Voor de songteksten tekende sociologe en pedagoge Manuela du Bois-Reymond en in het dagelijks leven de echtgenote van de componist.

 

KOrczak KInderdinge

De wonderschone compositie bestaat uit korte stukjes (kinderscènes) die in elkaar vloeien. De eerste scène ‘Canto d’amore’ wordt opgevolgd door het geluid van kleppers (The only instruments). Er wordt rijkelijk geciteerd  uit de klezmer muziek en Jiddische lieder. Er zijn treingeluiden, grimmige ‘Mars van koffers, schoenen  en jassen’ en er zijn songs.

Song één over het schrikken, song twee over kindermeubels die geen vertrouwen (meer) inboezemen en song drie over het opgesloten zitten in een donkere kast. Een kast die zo klein is dat er plaats is voor maar één been. Alle drie vervuld van immense angst en duisternis en dood (“bei den toten ist mein haus und in der finsternis ist mein bett gemacht”).

De vierde en laatste song (‘The End. What really happened’) is gebaseerd op het ooggetuigenverslag van Marek  Rudnicki, dat gepubliceerd werd in het Poolse Tygodnik Powszechny in 1988.

 Kinderdinge  is een concertversie van Söll’s eigen muziektheaterstuk getiteld Ach und Requiem uit 1994/1995. En dááraan is de in 1991 geschreven Little requiem vooraan gegaan.

Korczak Söll

Burkhardt Söll

De vraag waarom een muziektheaterstuk over Korczak, vanwaar de interesse in de lotgevallen van de oude dokter en zijn kinderen en of het überhaupt mogelijk is het in de muziek te vertellen vormde voor mij de aanleiding voor de ontmoeting met de componist die sinds in 1977 woont in Leiden.

Burkhardt Söll werd in 1944  in Marienberg geboren: zijn moeder was Joods. Bij de eerste vioollessen, die hij bij zijn tantes volgde moest hij bij de ene wel en mocht bij de ander niet klezmermuziek spelen.

Söll studeerde altviool bij de vermaarde Rudolf Kolisch. Al tijdens zijn schooltijd componeerde hij voor het schoolorkest. Zijn opleiding vervolgde hij aan de Hochschule der Künste in Berlijn. Hij studeerde er compositie bij Boris Blacher en Paul Dessau en schilderen bij Horst Antes. Daarna werkte hij geruime tijd als assistent van Bruno Maderna en Ottomar Suitner aan de Berlijnse Opera Unter den Linden.

Korczak Söll zelfportret

Burhardt Söll Zelfportet

In de jaren zeventig was Söll betrokken bij een onderzoek over de esthetische leermethodes voor kinderen en ontwikkelde een methode om kinderen te leren muziekcomposities met de schilderkunst te combineren. Sinds 1977 woont hij in Leiden  en  in 1985 werd hij benoemd als docent aan de Kunstacademie in Utrecht. Zijn schilderijen werden tentoongesteld in o.a. Berlijn, Frankfurt, Parijs en Den Haag.

Korczak koning matthijse

Janusz Korczak en zijn boeken kent hij vanaf zijn prille jeugd en Krol Macius I (Koning Matthijsje de eerste) is nog steeds zijn lievelingsboek. De levensgeschiedenis van de oude dokter heeft hem altijd gefascineerd: iemand die zijn leven in dienst van (wees)kinderen heeft gesteld en die zijn eigen idealen tot de dood trouw bleef.

Voor het schrijven van het muziektheaterstuk werd Söll geïnspireerd door het zien van de ontwerpen van Reinhart Büttner  van kindermeubels: zwart en vervormd. Ach und Requiem werd in 1995 maar één keer uitgevoerd, gelukkig bestaat er een opname van. Het is alleen jammer dat het fraai ogende tekstboekje met op de cover een vioolspelend Joods kind helaas absoluut onleesbaar is. De letters zijn veel te klein en de kleurencombinatie (donkerbruin en lichtblauw) maakt het allemaal nog minder duidelijk.

Fragmenten zijn hier te beluisteren:

https://www.muziekweb.nl/Link/AEX1367/Kinderdinge-music-for-Korczak-and-his-children

*Ontleend aan de novelle van Karlijn Stoffels We hadden vogels kunnen zijn  en geïnspireerd door een lied van Itzhak Katzenelson Dos Kelbl, geschreven in het ghetto van Warschau na de dood van zijn vrouw en kinderen. Het lied  werd in de jaren zestig wereldberoemd onder de titel ‘Donna, donna’.

Burkhardt Söll
Kinderdinge
Music for Korczak and his children
Djoke Winkler Prins (sopraan),
Mary Oliver (altviool), Alison McRae (cello), Huub van de Velde(contrabas), Jörgen van Rijen (trombone),Wilbert Grootenboer (slagwerken), Dil Engelhard (fluit), Jan Jansen (klarinet), Henri Bok (saxofoon)
Directie: Peter Stamm
BVHAAST CD 9703

COPPÉLIA

coppelia-patrice-bart

Menig operaliefhebber is er absoluut zeker van dat er niets ergers bestaat dan een ‘conceptuele regisseur’ die zijn eigen frustraties op zijn werk botviert. Nou – de choreografen kunnen tegenwoordig er ook wat van!

Voor een balletliefhebber is Coppélia van Léo Delibes één van de belangrijkste klassiekers ooit. Haar première beleefde zij in de Parijse opera in 1870 en daarna begon zij aan een triomftocht door alle landen en tijden.

Het ballet, lichtelijk gebaseerd op één van de ‘Hoffmann’s Vertellingen’ (een jongeman wordt verliefd op een mechanische pop) werd van alle grimmigheid van zijn literaire oorsprong ontdaan en tot een heerlijk ‘feel good’ familie voorstelling met een happy end omgetoverd.

Patrice Bart ging terug naar de ‘roots’ en heeft er niet alleen personages aan toegevoegd, maar ook het hele verhaal omgebogen. Zo is Coppélius geen oude professor die over zijn verloren geliefde treurt, maar een jonge, opium rokende en stevig zuipende jonge man.

Bart heeft er ook muziek aan toegevoegd uit o.a. Lakmé. Het is Delibes, dat wel, maar waarom moest dat?

Er wordt ontegenzeggelijk fantastisch in gedanst door oogverblindend mooie mensen en de decors en de aankleding  – met de knipoog aan Degas – zijn zeker prachtig; alleen zou ik het geen Coppélia meer noemen.

LÉO DELIBES
Coppélia
Dorothée Gilbert, Mathias Heyman, José Martinez, Fabrice Bourgeois; The Corps de Ballet of the Opéra National de Paris
Choreografie: Patrice Bart, decors en kostuums: Ezzio Tofolutti
Orchestre Colonne olv Koen Kessels
Opus Arte OA 1061

meer ballet:  ANASTASIA

ANASTASIA

Anastasia

 

Voor zijn ballet Anastasia baseerde de Engelse starchoreograaf Kenneth MacMillan zich op het verhaal van Anna Anderson, een vrouw die er heilig in geloofde dat zij Anastasia was, de jongste dochter van Tsaar Nicholaas II, die de moord op de tsarenfamilie in 1918 wonder boven wonder overleefde.

Anastasia Romanovs

Photo: Fred Boissonnas/ullstein bild/ Getty Images.

Of het verhaal op waarheid berustte liet MacMillan in het midden: hij liet de oude, verwarde Anna zien in die opgenomen is in een gekkenhuis in Duitsland en daar bezocht wordt door de herinneringen aan haar vroegere leven. En de nachtmerries.

Anastasia Anna

Anastasia Romanov on the left; Anna Anderson on the right

Het ballet is in première gegaan in Berlijn in 1967, aanvankelijk als een eenakter, met de muziek van Bohuslav Martinů (zijn zesde symfonie). In 1971 breidde MacMillan het werk tot een avondvullend ballet en voegde er beelden van Anastasia’s leven van vóór de revolutie aan toe. Hiervoor gebruikte hij fragmenten uit de eerste en derde symfonie van Tsjaikovski.

In 2016 werd het ballet – onder supervisie van Deborah MacMillan, weduwe van de choreograaf – bij het Royal Ballet in Londen hernomen en voor dvd opgenomen.

‘Every second is intense’ – Natalia Osipova on Anastasia:

De rol van Anna/Anastasia werd toen gedanst door de Russische ballerina Natalja Osipova en men kan alleen maar bewondering hebben voor de manier waarop zij de zware rol gestalte heeft gegeven. Een must voor de balletliefhebbers.

Trailer:

ANASTASIA
Ballet van KENNETH MACMILLAN (choreografie)
Muziek van Pyotr Ilyich TSCHAIKOVSKY en Bohuslav MARTINŮ
Natalia Osipova, Marianela Nunez, Frederico Bonelli, Edward Watson, Thiago Soares, Christina Arestis, Christopher Saunders
Orchestra of the Royal Opera House olv Simon Hewett
Opus Arte OA1243 D