John_Osborn

Spetterende ‘Benvenuto Cellini’ uit Amsterdam is ook op dvd niet te versmaden

Cellini dvd

De beeldhouwer Benvenuto Cellini was geen lieverdje. Hij had ettelijke affaires, zowel met vrouwen als mannen en voor een beetje moord draaide hij zijn hand niet om. En toch heeft Berlioz voor zijn eerste opera Cellini als zijn titelheld gekozen. Het is mijn opera niet maar van de  Amsterdamse productie van Terry Gilliams in 2015 heb ik zo ontzettend genoten dat ik de voorstelling een paar keer heb bezocht.

De uitbundige, rijke productie kan ik in één woord samenvatten: wervelstorm.  Cellini is een hel van een rol, maar laat het aan John Osborn over! Luister maar naar zijn ‘La gloire était ma seule idole’, wow!

Mariangela Sicilia is een fantastische Teresa. Haar lichte sopraan lijkt geschapen voor de rol maar het is voornamelijk dankzij de fantastische personenregie en de onvoorstelbaar goede orkestbegeleiding door Sir Mark Elder dat zij de rol zich eigen maakt.

Laurent Naouri (Fieramosca) is een kostelijke intrigant. Wat een stem en wat een acteur! Michèle Losier is een prachtige Ascanio, Maurizio Muraro een voortreffelijke Balducci en Orlin Anastasov een prima paus.

In de herbergierscéne is het Marcel Beekman, die met zijn onweerstaanbaar optreden als Le Cabaretier de show steelt, maar ook de kleine rollen van Bernardino (Scott Conner), Francesco (Nicky Spence) en Pompeo (Andrè Morsch) zijn meer dan voortreffelijk bezet.

Beeldregie van François Roussillon is schitterend. Hij licht alle belangrijke details uit zonder het geheel uit het oog te verliezen. Daardoor kun je ook perfect zien wat een echt goede personenregie met een opera doet. Let ook op het meer dan voortreffelijke koor: elk koorlid is een individuele personage.

Hieronder trailer van de productie:

Wie er niet bij waren kunnen nu hun gemiste kans halen. Voor wie er bij waren: deze dvd is een blijvende herinnering aan één van de mooiste DNO-producties ooit.

Hieronder publieksreacties na de première:

HECTOR BERLIOZ
Benvenuto Cellini
John Osborn, Mariangela Sicilia, Michèle Losier, Maurizio Muraro, Laurent Naouri, Orlin Anastassov, Nicky Spence, Marcel Beekman, André Morsch e.a.
Chorus of Dutch National Opera (Ching-Lien Wu), Rotterdam Philharmonic Orchestra olv Sir Mark Elder
Regie: Terry Gilliam
Naxos 110575-76

BENVENUTO CELLINI van BERLIOZ in Amsterdam

BERLIOZ: Benvenuto Cellini. Discografie

LES CONTES D’HOFFMANN in Amsterdam

lescontesdhoff-m2464_baus

John Osborn als Hoffmann © BAUS

De bij het publiek zeer geliefde Les Contes d’Hoffmann van Offenbach kent honderden versies en duizenden uitvoeringspraktijken. Bij wijze van spreken dan. Daar is het laatste woord nog steeds niet over gezegd en ik betwijfel of het ooit zo ver komt. Erg is het niet, als de volgorde van de actes maar niet wordt omgegooid en als er maar voldoende (bij de velen zeer dierbare) muziek intact blijft.

De voorstelling die we gisteren in het Muziektheater voorgeschoteld kregen was prima, al miste ik het sextet (niet van Offenbach, maar toch) een beetje wel. Daarentegen hoorde ik een paar flarden muziek die onbekend in mijn oren klonken, dus daar hoort u mij niet over klagen. Wel over de regie, want er was weer eens een ‘concept’. Niet eens zo verschrikkelijk vergezocht maar soms een beetje raar en vaak onlogisch.

 

_1mb2489_baus

© BAUS

Om te beginnend was er een reusachtige poppenkast. Dat ding nam de hele immense bühne van het muziektheater in beslag, maar echt volgen kon je alleen de actie die zich middenvoor afspeelde: in de afschuwelijk saaie, grijze huiskamer van Hoffmann.

De hele eerste acte was geregisseerd tegen de muziek. Daarin was Tobias Kratzer werkelijk zeer goed in geslaagd. Het lukte hem waarachtig niet alleen om de noten van Offenbach te negeren maar ook om het ritme dat uit de orkestbak kwam teniet te doen. Wat ik hoorde klopte voor geen meter met wat ik zag. Het werkte contraproductief, storend en verwarrend.

 

lescontesdhoff-b1939_baus

John Osborn (Hoffmann) en Antonia (Ermonela Jaho) © BAUS

De tweede acte was dodelijk saai. Het hielp niet dat Carlo Rizzi het orkest kleiner dan noodzakelijk heeft gehouden waardoor zelfs het orkestbak niet voor de nodige afwisseling kon zorgen. En wat een ramp voor mensen die minder goede plaatsen hadden dan ik! Van vrienden die boven zaten heb ik vernomen dat ze alleen de (afzichtelijke) kamer van Hoffmann konden zien en daar gebeurde dus echt helemaal niets.

 

lescontesdhoff-b2102_baus

© BAUS

 

De derde acte was behoorlijk verward en verwarrend. Nu is de Giulietta-acte ook geen voorbeeld van samenhang, maar zo rommelig hoeft het toch ook weer niet te zijn? Toch? Zeemeerminnen (wel in laguneblauw, dat weer wel) in Venetië? Werkelijk? Gokautomaten? Aan heroïne verslaafde (en aan een verkeerd toegediende shot gestorven) Schlemiel?

 

lescontesdhoff-b2069_baus

© BAUS

Er werd lustig gespoten en gesnoven en er werd ook een stickie rondgestuurd. Alsof het ‘naar onze tijd halen’ ergens in de jaren zeventig is blijven plakken.

lescontesdhoff-m2230_baus

Irene Roberts (Muze) en John Osborn (Hoffmann) © BAUS

 

Zelfs als je het ‘concept’ probeerde te volgen (muze is de trouwe echtgenote en de enige ware liefde van Hoffmann) dan nog steeds was de samenhang ver te  zoeken.

Gelukkig gaat de opera niet over regisseurs en hun concepten maar – voornamelijk – over de zangers en daar zat het goed snor.

John Osborn heeft het juiste timbre en de juiste noten voor de hoofdrol. Zijn stem is soepel en elegant, wat hem buitengewoon geschikt maakt voor de rollen uit het Frans repertoire die het belcanto met heroïek combineren. Zoals Arnold in Wilhelm Tell van Rossini of Jean in ‘Le Prophéte’ van Meyerbeer.

Met Hoffmann voegde Osborn een nieuwe, zeer veeleisende rol aan zijn repertoire toe en ik neem het de regisseur dan ook kwalijk dat hij de tenor vaak in zeer stemonvriendelijke positie liet zingen. Want, hoe groot je stem ook is en hoe goed je ook projecteert, er gaat veel verloren als je je hoofd in een matras moet stoppen. Of een liefdesduet tegen een muur te moeten zingen, met je rug naar het publiek toe.

 

lescontesdhoff-b1978_baus

© BAUS

Daar had Erwin Schrott (Lindorf/Coppélius/Le docteur Miracle/Le capitaine Dapertitto) weinig last van. Zijn stem is enorm en volumineus: imposant. Het is alleen jammer dat zijn invulling van de rollen weinig idiomatisch was, weinig Frans, al moet ik toegeven dat zijn optreden indrukwekkend was.

 

DSC05631

Irene Roberts bij het slotapplaus © Lieneke Effern

La Muse werd zeer mooi gezongen door de Amerikaanse mezzo Irene Roberts. Met haar onopvallende verschijning paste zij in het concept van trouwe en grijze echtgenote, maar haar zingen was alles behalve grijs. Roberts’ stem is warm en gevoelig, rijk aan nuancen en zeer kleurrijk. Zij verdiende dan ook een beter concept …

Van de drie grote liefdes van Hoffmann beviel Antonia (Ermonella Jaho) mij het meest. Haar stem is niet heel erg groot maar buitengewoon gevoelig en sensueel. Zij bezit ook iets wat je niet kunt aanleren: een enorm charisma en persoonlijkheid. Bij vlagen moest ik aan Ileana Cotrubas denken… Een ding is zeker: Jaho heeft mijn hart gestolen!

 

lescontesdhoff-m2296_baus

Nina Minasyan © BAUS

Nina Minaysan was een zeer goede Olympia, haar coloraturen waren bijna perfect (de première koorts heb ik er ingecalculeerd) en haar acteren zeer indrukwekkend. Haar angst voor wat haar bij haar eerste ‘optreden’ wachtte (nee, het ging niet om het zingen) was invoelbaar.

Iets meer moeite had ik met Christine Rice (Giulietta), maar dat kan aan haar bespottelijke uitdossing liggen. In het concept van Kratzer was zij ook een beetje een zeemeermin maar dan één zonder staart. Er is wel een remedie tegen: ogen dicht!

 

DSC05623

Sunnyboy Dladla tijdens het slotapplaus © Lieneke Effern

Zeer indrukwekkend vond ik het optreden van Sunnyboy Dladla (André/Cochenille/Frantz/Pitinacchio), van deze tenore di grazia gaan we zeer zeker meer horen!

 

DSC05620

François Lis ©  Lieneke Effern

François Lis zette een fantastische Schlemiel neer, zijn prachtige bas deed mij bijna dat heroïne-gedoe vergeten.

Eva Kroon klonk prachtig als La Voix de la tombe en Rodolphe Briand en Paul Gay waren uitstekend in hun rollen van resp. Spalanzani en Maïtre Luther/Crespel.

Mark Omvlee, Frederik Bergman en Alexander de Jong waren heel erg goed als de ‘beste vriendjes’ van Hoffmann (wat miste ik in de scènes in de proloog en de epiloog het voltallige koor en de drukte van een kroeg in de kelder van een operahuis zoals door Offenbach en zijn librettisten voorgeschreven!) en Peter Arink was zeer goed in zijn rolletje van Le capitaine des Sbires.

Het koor van de Nationale Opera klonk excellent – kan het anders? – maar toch minder goed dan gewoonlijk. Verborgen achter/onder/tussen (waar weet ik eigenlijk niet) de bühne raakten ze hun volume (én verstaanbaarheid) een beetje kwijt.

 

DSC05672

© Lieneke Effern

Het was de eerste keer dat Carlo Rizzi Les Contes d’Hoffmann dirigeerde en dat was te merken. In een interview met Place de l’Opera vertelde hij dat hij de opera als een “heel delicaat werk” beschouwde en zo klonk het onder zijn handen ook. Té delicaat, als je mij vraagt, zelf vind ik dat het er steviger aan toe kan gaan. Maar dat is eigenlijk niet eens een verwijt want mooi was het wel. Wat een prachtig orkest is het Rotterdams Philharmonisch eigenlijk!

Trailer van de productie:

Jacques Offenbach
Les Contes d’Hoffmann
Nina Minasyan, Ermonela Jaho, Christine Rice, Irene Roberts, Eva Kroon, John Osborn, Erwin Schrott. Rodolphe Briand, Paul Gay. François Lis. Sunnyboy Dladla, Mark Omvlee, Frederik Bergman, Alexander de Jong, Peter Arink
Koor van De Nationale Opera (instudering: Ching-Lien Wu), Rotterdams Philharmonisch Orkes olv Carlo Rizzi
Regie: Tobias Kratzer

Bezocht op 3 juni 2018 in het Muziektheater in Amsterdam

Meer Ofenbach:
LES CONTES D’HOFFMANN van Offenbach door de ogen van Carsen, Py en Pelly
FANTASIO

Meyerbeer’s ‘LE PROPHÈTE’ in Essen: great singing in an okay production

le Prophete Anna Osborn

Le Prophète in Essen. Drawing by Anna Osborn

As Heinrich Heine supposedly once said: “When the end of the world comes make your way to the Netherlands. Everything happens fifty years later there.” Probably nothing more than a (witty) bon mot, but “se non è vero, è ben trovato”……

Fact is we do tend to remain on the sidelines waiting to see what happens in foreign opera houses. These houses have programmed many forgotten or rarely performed operas like Król Roger long before we did. Now Giacomo Meyerbeer finally has been (re)discovered abroad, we can cherish the hope the Master of Grand Opéra will soon frequent our opera houses as well. France, Great Britain, Belgium and Germany have preceded us. In  Germany one can even speak of a genuine ‘Meyerbeer revival.’

Hopefully the wait will not be as long as in Paris, where fans of the composer had to wait for twelve years for their next ‘Meyerbeer’ after Les Huguenots. If it does take that long, trips abroad will be the only option, something Meyerbeer enthousiasts have been doing for years.

Personally, I jumped at the first opportunity, and travelled to the Aalto-Theater in Essen, where in April and May 2017 an unforgettable production of Le Prophète took place.

Le_prophète_Act4_sc2_1849_-_NGO3p1147

Le-prophete-1849

After Robert le Diable and Les Huguenots, Le Prophète was the third Meyerbeer setting of a libretto by Eugène Scribe. Scribe based his story of (religious) fanaticism, sectarianism and abuse of power loosely on the life story of the Dutch Anabaptist John of Leiden, adding the necessary romantic entanglements and  amorous adventures.

Le Prophete Jan_van_Leiden_by_Aldegrever

Le Prophete Jan_van_Leiden_by_Aldegrever

Scribe got his inspiration from two novels by Carl Franz van der Velde, ‘Die Wiedertäufer’ and ‘Die Lichtensteiner’. From the latter stems the character of Fidés, Jean’s mother.  This role, created by the famous mezzo-soprano Pauline Viardot,  made the mother-son relationship one of the most important themes of the opera.

In the opera Fidés is depicted as a strong woman, who counterbalances Jean’s megalomania very well. She was brought to life superbly by Marianne Cornetti.

10731_13069_Le_Prophete_Jung_Matthias09

Jean (John Osborn) and Fidés (Marianne Cornetti © Matthias Jung

The American mezzo has a big, booming voice, able to move from low to high notes and back down again without problems. With her immense involvement she conveys her deepest feelings to the audience. I don’t know how Pauline Viardot sounded, but I have little doubt Cornetti approaches that ideal as close as possible.

10739_13085_Le_Prophete_Jung_Matthias17

‘Ô prêtres de Baal’ . John Osborn & Marianne Cornetti © Matthias Jung

Cornetti moved me to tears in “Ah, mon fils, sois béni!”, the scene in the second act where she finds out her son spares her life by handing over his beloved to Oberthal.  Her “Ô prêtres de Baal” did not leave me unmoved either.

We know John Osborne mainly from his belcanto roles, but his voice has developed a lot in the direction of French heroic roles. Who does not remember his formidable Benvenuto Cellini in Amsterdam?

10734_13075_Le_Prophete_Jung_Matthias12

Til Faveyts ( Zacharie), John Osborn (Jean) & Pierre Doyen (Mathisen) © Matthias Jung

Meyerbeer is not new to Osborn. In 2011 he sang an outstanding Raoul (Les Huguenots) in Brussels. I thought he sang incredibly well then, but it was nothing compared to this Jean.

10726_13059_Le_Prophete_Jung_Matthias04

John Osborn © Matthias Jung

I have heard singers like Gedda and Domingo sing Jean, both fantastic in different ways, but Osborn outdid both of them. He combined his wonderful and pure height with the intensity of Domingo, and sang with the musicality and the intelligence his two predecessors were so famous for. To give the final performance a little extra oomph, Osborn treated his audience to a couple of added high notes, which were received with much gratitude.

10724_13055_Le_Prophete_Jung_Matthias02

Lynette Tapia (Berthe) © Matthias Jung

This was the first time I heard Lynette Tapia live, and I must admit she impressed me a lot. Her voice is not exactly big, which might cause problems in larger opera houses, but in Essen she could give the role of Berthe everything it needs.

10745_13097_Le_Prophete_Jung_Matthias23

‘Voici le souterraine’. Lynette Tapi, Marianne Cornetti & John Osborn

 

The way Tapia coloured her voice in order to project all her different moods was just as beautiful as her coloratura. She was so courageous in “Voici le souterraine” that it was hard to believe this was the same woman who at the start of the opera was all joy because she was going to marry her beloved. Or how firm she sounded when she realised her beloved Jean and the hated prophet were one and the same person!

10741_13089_Le_Prophete_Jung_Matthias19

Tijl Faveyts, Karel Ludvik, Albrecht Kludszuweit © Matthias Jung

Karel Ludvik was an outstanding Count Oberthal. The Canadian bass-baritone, who lives in the Netherlands possesses a beautiful, even voice that is begging for more belcanto roles.

10733_13073_Le_Prophete_Jung_Matthias11

Tijl Faveyts, Albrecht Kludszuweit & Pierre Doyen © Matthias Jung

The three Anabaptists were excellently cast with Albrecht Kludszuweit, Pierre Doyen and Tijl Faveyts. I am amazed a bass with the exceptional qualities of Faveyts does not sing in all the big opera houses.

10735_13077_Le_Prophete_Jung_Matthias13

Til Faveyts (Zacharie) © Mathias Jung

Giuliano Carella conducted with love, and gave the singers the room to sing out.

10729_13065_Le_Prophete_Jung_Matthias07

John Osborn © Matthias Jung

The staging by Vincent Boussard did not bother me. No psychologizing, no multiple layers or difficult to understand symbols. With this topic, moving the opera to a caliphate would have been an easy way out, saving Boussard a lot of trouble, but luckily he stayed faithful to the libretto. The ballet was a drag, but at least it was well integrated into the total. The lighting designed by Guido Levi was simply breathtaking, with images that looked like paintings. The videos in the background formed a (at times very moving) background that did not distract from the music.

10744_13095_Le_Prophete_Jung_Matthias22

John Osborn © Matthias Jung

The bad news: if you were not there you have missed an unforgettable performance.

The good news: the German firm Oehms has recorded the performance live for a future release on cd: Bravo Oehms!

A trailer of the production can be found on the website of the Aalto Theater Essen:

http://www.aalto-musiktheater.de/premieren/le-prophete.htm

Photos of the final curtain (© Lieneke Effern):

Performance reviewed: May 14th, 2017 in the Aalto-Musiktheater, Essen

English translation: Remko Jas

Original Dutch: MEYERBEER: LE PROPHÈTE. Essen 2017

Giacomo Meyerbeer
Le Prophète
John Osborn, Lynette Tapia, Marianne Cornetti, Karel Ludvik, Albrecht Kludszuweit, Pierre Doyen, Tijl Faveyts
Opernchor, Extrachor und Kinderchor des Aalto-Theaters
Essener Philharmoniker under the direction of Giuliano Carella
Staging: Vincent Boussard

MEYERBEER: LE PROPHÈTE. Essen 2017

le Prophete Anna Osborn

Le Prophète in Essen. Tekening van Anna Osborn

Heinrich Heine zou ooit hebben gezegd dat als de wereld vergaat, hij dan naar Nederland gaat verhuizen want “daar gebeurt alles vijftig jaar later”. Het is waarschijnlijk niet meer dan een (leuke) bon mot, maar: “se non è vero, è ben trovato”…….

Het is in ieder geval wel zo dat we op operagebied vaak op de zijlijn zitten te wachten wat er in andere operahuizen gebeurt. Het buitenland was ons vóór in het programmeren van veel vergeten en/of zelden gespeelde opera’s, zoals Król Roger. En nu het buitenland Giacomo Meyerbeer heeft (her)ontdekt, mogen ook wij de hoop koesteren dat de grootmeester van de Grand Opéra ook onze operahuizen gaat frequenteren. Frankrijk, Groot Brittannië, België en Duitsland gingen ons al voor en in Duitsland kun je zelfs van een echte ‘Meyerbeer-revival’ spreken.

Hopelijk hoeft het niet zo lang te duren zoals in Parijs toen, toen de fans van de componist na Les Huguenots twaalf jaar op hun volgende ‘Meyerbeer’ zaten te wachten. En anders blijft er niets anders over dan naar het buitenland te reizen. Iets, wat de liefhebbers al jaren doen.

Zelf heb ik de eerste mogelijkheid dat zich aandeed met beide handen aangegrepen en begaf mij naar het Aalto-Theater in Essen, waar men in april/mei 2017 een onvergetelijke productie van  Le Prophète op de planken heeft gebracht.

Le-prophete-1849


Le prophète
was, na Robert le diable en Les Hugenots de derde opera die Meyerbeer componeerde op het libretto van Eugène Scribe. Zijn verhaal over het (religieus) fanatisme, sektarisme en machtswellust heeft Scribe losjes gebaseerd op het levensverhaal van de Nederlandse wederdoper Jan van Leiden, waar hij nog de nodige romantische verwikkelingen en liefdesperikelen aan toevoegde.

Le Prophete Jan_van_Leiden_by_Aldegrever

Zijn inspiratie vond Scribe in twee romans van Carl Frans van der Velde, ‘Der Wiedertäufer’ en ‘Die Lichtensteiner’. Uit de laatste komt ook de personage van Fidés, moeder van Jean, vandaan. Een personage die met de bezetting van de rol door de beroemde mezzosopraan Pauline Viardot de moeder-zoon verhouding tot één van de belangrijkste thema’s van de opera heeft opgetild.

In de opera wordt Fidés voorgesteld als een sterke vrouw, die de megalomanie van Jean goed tegenwicht kan bieden en de tegenwicht, die was bij Marianne Cornetti in uitstekende handen.

10731_13069_Le_Prophete_Jung_Matthias09

Jean (John Osborn) en Fidés (Marianne Cornetti © Matthias Jung

De Amerikaanse mezzo heeft een kanon van een stem, waarmee zij van hoog naar laag en terug kan wandelen alsof het niets is. Met haar immense betrokkenheid weet zij de grootste gevoelens aan een ieder duidelijk te maken. Nu weet ik niet hoe Pauline Viardot in het echt heeft geklonken, maar ik neem zonder meer aan dat Cornetti het ideaal zeer dicht benadert.

10739_13085_Le_Prophete_Jung_Matthias17

‘ô prêtres de Baal’ . John Osborn & Marianne Cornetti © Matthias Jung

In ‘Ah! mon fils, sois béni!’, de scène in de tweede akte waarin zij verneemt dat haar zoon haar leven boven zijn geliefde heeft gekozen wist zij mij tot tranen toe te roeren. Ook haar ‘Ô prêtres de Baal’, heeft mij niet onberoerd kunnen laten.

John Osborn kenden we voornamelijk van zijn belcanto rollen, maar zijn stem heeft zich behoorlijk richting Franse heroïek ontwikkeld. Wie herinnert zich zijn formidabele Benvenutto Cellini in Amsterdam niet?

10723_13053_Le_Prophete_Jung_Matthias01

John Osborn (Jean) © Matthias Jung

Ook Meyerbeer is hem niet vreemd: in 2011 zong hij een voortreffelijke Raoul (Les Huguenots) in Brussel. Ik vond hem toen onvoorstelbaar goed, maar het was nog niets vergeleken met zijn prestatie als Jean.

10744_13095_Le_Prophete_Jung_Matthias22

John Osborn © Matthias Jung

Nu moet u weten dat ik in de rol zulke fantastische, maar ook zulke verschillende zangers heb gehoord als Gedda en Domingo: beiden fenomenaal, toch wist Osborn ze beiden nog te overtroeven. Zijn schitterend zuivere hoogte wist hij met de intensiteit van Domingo te paren en dat alles werd gecombineerd met een muzikaliteit en intelligentie waar zijn beide voorgangers zo beroemd om waren. Om de laatste voorstelling dat ‘etwas’ meer te geven trakteerde hij zijn publiek op een paar extra hoge noten, die werden dan ook met veel dank ontvangen.

10724_13055_Le_Prophete_Jung_Matthias02

Lynette Tapia (Berthe) © Matthias Jung

Het was de eerste keer dat ik Lynette Tapia live hoorde en ik moet bekennen dat ik behoorlijk onder de indruk ben geraakt. Haar stem is niet echt groot en ik denk dat zij in grotere operahuizen in problemen zou zijn geraakt, maar in Essen kon zij haar rol van Berthe alles geven wat zij nodig heeft.

10745_13097_Le_Prophete_Jung_Matthias23

‘Voici le souterraine’. Lynette Tapi, Marianne Cornetti & John Osborn

Het mooiste, naast haar coloraturen, vond ik de manier hoe Tapia haar stem kleurde om al haar gemoedstoestanden duidelijk over te kunnen brengen. In ‘Voici le souterraine’ was zij zo heldhaftig dat je amper kon geloven dat het dezelfde vrouw was die aan het begin van de opera één en al vreugde was omdat zij met haar geliefde dacht te trouwen. Of hoe standvastig zij klonk toen ze zich realiseerde dat haar geliefde Jean en de gehate profeet een en dezelfde persoon waren!

10741_13089_Le_Prophete_Jung_Matthias19

Tijl Faveyts, Karel Ludvik, Albrecht Kludszuweit © Matthias Jung

Karel Ludvik was een uitstekende Graaf von Oberthal. De Canadese, in Nederland wonende basbariton beschikt over een mooie, egale stem die schreeuwt om meer belcanto rollen.

10733_13073_Le_Prophete_Jung_Matthias11

Tijl Faveyts, Albrecht Kludszuweit & Pierre Doyen © Matthias Jung

De drie wederdopers waren meer dan voortreffelijk bezet door Albrecht Kludszuweit, Pierre Doyen en Tijl Faveyts. Bij de laatste verbaast het mij dat een bas van zo’n uitzonderlijke kwaliteit nog niet aan de grootste operahuizen ter wereld zingt.

Giuliano Carella dirigeerde liefdevol en gaf de zangers alle tijd om uit te zingen.

10726_13059_Le_Prophete_Jung_Matthias04

John Osborn © Matthias Jung

De regie van Vincent Boussard stoorde mij niet. Deze keer geen gepsychologiseer, geen (drie)dubbele lagen en moeilijk te ontwaren symbolen. Met dit onderwerp kon hij de actie makkelijk naar een kalifaat kunnen verhuizen en zich zo met een jantje-van-leiden van af maken. Dat deed hij niet en bleef redelijk trouw aan het libretto. Het ballet was knudde, maar werd wel in het geheel goed geïntegreerd en de belichting van Guido Levi was gewoonweg prachtig, wat bij wijlen op schilderijen lijkende beelden opleverde. De videoprojectie was niet meer dan een (soms zeer ontroerende) achtergrond: het leidde je aandacht niet van de muziek af.

Het slechte nieuws is: wie er niet bij was heeft een onvergetelijke voorstelling gemist.

Het goede nieuws is: de Duitse firma Oehms heeft de voorstelling live voor cd’s opgenomen. Bravo Oehms!

Trailer van de productie is te vinden op de site van het Aalto Theater Essen:

http://www.aalto-musiktheater.de/premieren/le-prophete.htm

Foto’s van het slotapplaus (© Lieneke Effern):

 

Bezocht op 14 mei 2017 in het Aalto-Musiktheater in Essen

English translation: LE PROPHÈTE from Essen: English translation.

Giacomo Meyerbeer
Le Prophète
John Osborn, Lynette Tapia, Marianne Cornetti, Karel Ludvik, Albrecht Kludszuweit, Pierre Doyen, Tijl Faveyts
Opernchor, Extrachor und Kinderchor des Aalto-Theaters
Essener Philharmoniker olv Giuliano Carella
Regie: Vincent Boussard

Meer Meyerbeer:
ROBERT LE DIABLE
DIANA DAMRAU zingt MEYERBEER
LES HUGUENOTS Brussel 2011

LES HUGUENOTS Brussel 2011

1mbmeyerbeer_ap

Meyerbeer omringt door de personages uit zijn opera’s

Les Huguenots, ooit één van de meest succesvolle opera’s in de geschiedenis van de Parijse Opera (alleen al in het jaar na de première in 1836 waren er meer dan duizend voorstellingen!), had het ongeluk om, samen met zijn schepper Meyerbeer, door de nazi’s als ‘Entartet’ bestempeld te worden. Eén van de redenen waarom het werk decennia lang nog maar sporadisch werd uitgevoerd.

Daar heeft ook Wagner een zeer kwalijke rol in gespeeld. Gedreven door jaloezie (hij heeft ook het een en ander van Meyerbeer ‘geleend’) en een dierlijk antisemitisme heeft hij de opera en zijn maker de grond ingeboord. Nog steeds wordt wel eens smalend over Meyerbeer en zijn muziek gedaan, men vindt het allemaal hoempapa en klatergoud. Hoe onterecht!

Ten eerste moet je de muziek in haar tijd plaatsen, dus: Rossini, Bellini en Donizetti. Ten tweede had Parijs zijn eigen regels waar geen ontkomen aan was: men wilde een ‘Grand Opéra’, met alles erop-en-eraan en vooral met veel ballet. In dat kader bezien zijn zijn opera’s, die vaak als thema’s racisme, intolerantie, misbruik van religie en het gevaar van sektarisme hebben, zeer innoverend.

De muziek wijst al vooruit naar Rigoletto (Gilda-motief) en de page Urbain was zonder meer de inspiratiebron voor Oscar (Ballo in Maschera). Ook Bizet en Berlioz hebben rijkelijk van de partituren van Meyerbeer geprofiteerd en wat dacht u van het liefdesduet en de daaropvolgende liefdesdood van Raoul en Valentine – komt het de operakenners en -liefhebbers niet ‘een beetje’ bekend voor?

De allereerste ‘Valentine’ ooit werd gezongen door Cornélie Falcon, een donkere sopraan, die zo veel impact op de door haar gezongen rollen heeft gehad, dat dat specifieke stemtype naar haar genoemd werd. Ik kan natuurlijk alleen maar gissen hoe ze in het echt heeft geklonken, maar het is zeer aannemelijk dat de Zweedse Ingela Brimberg daar dichtbij in de buurt komt. Zij beschikt over een grote, zeer doordringende stem met donkere ondertonen en een zeer sterke resonantie. In de hoogte raffelde ze er wel eens een nootje af – wat meer legato zou haar sieren – maar dat even terzijde. In mijn oren was ze een Valentine uit duizenden.

_1mb5291

copyright Baus / De Munt

(meer…)

BENVENUTO CELLINI van BERLIOZ in Amsterdam

John Osborn (Benvenuto Cellini)

John Osborn als Benvenuto Cellini. Foto: Clärchen & Matthias Baus

Is Benvenuto Cellini van Berlioz een niet goed op zijn waarde geschat meesterwerk die zijn tijd ver vooruit was? Of is het een tot mislukken gedoemd broddelwerk van de door jeugdige overmoed overmande beginnende componist? Ik ken mensen die het werk bijna net zo hoog schatten als de vermaarde artiest op wiens dagboeken de opera is gebaseerd.

Dat de partituur verrassend is staat buiten kijf, evenals dat Berlioz buiten de gebaande operapaden treedt. Maar: is het voldoende? Nee, denk ik nadat ik naar al de beschikbare opnamen van de verschillende versies van de opera heb geluisterd. Ja, zeg ik volmondig nadat ik de productie van Terry Gilliam in het Amsterdamse Muziektheater heb gezien. De muziek kan mij nog steeds niet bekoren, maar als het zo gedaan en gezongen wordt, dan mogen ze van mij ook een telefoonboek op de planken brengen.

Scène uit Benvenuto Cellini. Solisten, Koor van De Nationale Opera, acteurs

Foto: Clärchen & Matthias Baus

De uitbundige, rijke productie kan ik in één woord samenvatten: wervelstorm. Er gebeurt zo ontzettend veel dat je ogen te kort komt en toch wordt het nergens té. Dat het je duizelt is natuurlijk de bedoeling, maar dat staat ook in de partituur. En in het libretto, waar Gilliam en zijn co-regisseur en choreografe Leah Hausman zich strikt aan houden.

cellini3

Foto: Clärchen & Matthias Baus

Dat Benvenuto Cellini een flop werd en nog steeds maar mondjesmaat wordt uitgevoerd, ligt ook aan de buitenproportioneel hoge eisen die de opera stelt aan de zangers. En aan de dirigent, die zich geplaatst ziet voor een dilemma: zet hij het orkest in het zonnetje en laat ze op de volle sterkte musiceren of kiest hij voor de zangers?

Laat het aan Sir Mark Elder over. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest was onder zijn leiding zo perfect in balans dat je ze eigenlijk hoorde fluisteren. Petje af! Nooit eerder heb ik de partituur met zo veel oog voor detail uitgevoerd gehoord, met zo veel kleuren en nuancen. De beroemde ouverture, gespeeld (o wonder! Het kan dus nog echt!) voor het gesloten doek spetterde de zaal in en de pret zat er vanaf de eerste noot meteen in.

(meer…)

CLARI

clari_dvd

Wat je ook niet van diva’s en divo’s denkt: wij hebben ze nodig. Op de een of andere manier hebben wij allemaal een ‘iets’ in ons leven nodig. Een ‘afgod’ of een ‘idool’ die ons onze dagelijkse zorgen doen vergeten en ons verrijken met dat vleugje… glamour? Dromen die uitkomen? Dromen die kunnen uitkomen? Dromen?

Veel belangrijker nog dan dat is het, zeker voor de minder dromerigeren onder ons, dat wij dankzij de divo’s en de diva’s ook ontzettend veel nieuwe, onbekende en vergeten werken kunnen bewonderen. Dankzij hun status hebben ze het vaak voor het zeggen in de (in dit geval) opera-industrie. Dus speciaal op hun eigen verzoek worden er opera’s geprogrammeerd die je anders nooit van je leven live zou kunnen horen. Laat staan dat het ooit op dvd zou worden uitgebracht.

Clari, een totaal vergeten opera van Jacques Fromental Halévy, hebben wij dan aan Cecilia Bartoli te danken. Zij heeft de opera herontdekt en dankzij haar kwam het tot de productie.

Heel erg verwonderlijk is het niet. De opera was gecomponeerd voor Maria Malibran en aangezien La Bartoli de laatste tijd helemaal “in Malibran” is geweest, was het te verwachten dat ze nog een “Malibran krent” voor ons in petto had.

Jacques Fromental Halévy, nog maar een paar jaar geleden niet meer dan een naam, is inmiddels geen rariteit meer. Zijn La Juive gaat tegenwoordig alle grote operahuizen rond en heeft zelfs, in een schitterende productie van Pierre Audi, ook Amsterdam aangedaan (het komt niet terug. Waarom?! Waarom zo veel afschuwelijkste producties wel en dit niet? Wie neemt zulke idiote beslissingen?).

Maar goed: Clari? Heeft iemand ooit van Clari gehoord? Vergeet de ‘grand-opéra’, want die is mijlenver hiervan verwijderd. Clari beleefde haar première in het Théâtre-Italien in Parijs in 1828 en verdween daarna van het toneel. Het is een niemendalletje. Maar wat een heerlijk niemendalletje!

Clari is een echte opera ‘semi-seria’, dus (een beetje) dramatisch en (een boel) komisch tegelijk. De keuze voor die verhouding is aan de voortreffelijke regisseurs te danken (Moshe Leiser en Patrice Caurier). En we krijgen een happy end.

Als iemand mij vertelde dat het een pas herontdekte onbekende Rossini was, had ik het zo geloofd. Maar ook Cherubini is nergens ver weg.

De enscenering doet mij het meeste aan pop-art denken. En aan de schilderijen van Tom Wesselmann: roze koelkast, blauwe muren, pasteltinten overal … De regisseurs hebben het over “Foto-novella”, daar zit natuurlijk ook wat in, maar het is natuurlijk ook sterk met beide benen in het internet-tijdperk verankerd.

Waar gaat het over? Een arm maar o zo mooi plattelandsmeisje wordt geschaakt door een prins. Hij belooft met haar te trouwen, maar eenmaal aan zijn hof introduceert hij haar als zijn nicht. Ter ere van haar naamdag wordt er een toneelstuk opgevoerd dat haar met haar verleden confronteert. Zij valt flauw en besluit terug te keren naar haar ouderlijk huis. Haar vader wijst haar de deur, maar de prins reist haar achterna met een huwelijkscontract. Eind goed, al goed.

John Osborn is een werkelijk heerlijke Duca. Zijn stem is soepel en wendbaar. Zijn topnoten doet niemand hem na. En hij acteert voortreffelijk.

Bartoli oogt (het close-up  tijdperk!) een beetje oud voor de naïeve teenager. Haar uitstraling doet ook eerder een vrouw van de wereld dan een plattelandsmeisje vermoeden, maar ach … Zij zingt de bijna drie octaven omvattende rol voortreffelijk, acteert aanstekelijk en is leuk om te zien. Wat willen we dan meer?

Is de opera oorspronkelijk? Nee. Innoverend? Nee. Meesterwerk? Nee. Maar hoe ontzettend LEUK! Zeker in de productie uit Zürich

 

Jacques Fromental Halévy
Clari
Cecilia Bartoli, John Osborn, Eva Liebau, Oliver Wittmer, Giuseppe Scorsin, Carlos Chausson, Stefania Kaluza
Orchestra La Scintilla en het koor van van de Opernhaus Zürich olv Adam Fischer
Regie: Moshe Leiser en Patrice Caurier
Decca 0743382

Meer Halévy: LA JUIVE: discografie
LA JUIVE Tel Aviv 2010
LA REINE DE CHYPRE