Benvenuto_Cellini

Spetterende ‘Benvenuto Cellini’ uit Amsterdam is ook op dvd niet te versmaden

Cellini dvd

De beeldhouwer Benvenuto Cellini was geen lieverdje. Hij had ettelijke affaires, zowel met vrouwen als mannen en voor een beetje moord draaide hij zijn hand niet om. En toch heeft Berlioz voor zijn eerste opera Cellini als zijn titelheld gekozen. Het is mijn opera niet maar van de  Amsterdamse productie van Terry Gilliams in 2015 heb ik zo ontzettend genoten dat ik de voorstelling een paar keer heb bezocht.

De uitbundige, rijke productie kan ik in één woord samenvatten: wervelstorm.  Cellini is een hel van een rol, maar laat het aan John Osborn over! Luister maar naar zijn ‘La gloire était ma seule idole’, wow!

Mariangela Sicilia is een fantastische Teresa. Haar lichte sopraan lijkt geschapen voor de rol maar het is voornamelijk dankzij de fantastische personenregie en de onvoorstelbaar goede orkestbegeleiding door Sir Mark Elder dat zij de rol zich eigen maakt.

Laurent Naouri (Fieramosca) is een kostelijke intrigant. Wat een stem en wat een acteur! Michèle Losier is een prachtige Ascanio, Maurizio Muraro een voortreffelijke Balducci en Orlin Anastasov een prima paus.

In de herbergierscéne is het Marcel Beekman, die met zijn onweerstaanbaar optreden als Le Cabaretier de show steelt, maar ook de kleine rollen van Bernardino (Scott Conner), Francesco (Nicky Spence) en Pompeo (Andrè Morsch) zijn meer dan voortreffelijk bezet.

Beeldregie van François Roussillon is schitterend. Hij licht alle belangrijke details uit zonder het geheel uit het oog te verliezen. Daardoor kun je ook perfect zien wat een echt goede personenregie met een opera doet. Let ook op het meer dan voortreffelijke koor: elk koorlid is een individuele personage.

Hieronder trailer van de productie:

Wie er niet bij waren kunnen nu hun gemiste kans halen. Voor wie er bij waren: deze dvd is een blijvende herinnering aan één van de mooiste DNO-producties ooit.

Hieronder publieksreacties na de première:

HECTOR BERLIOZ
Benvenuto Cellini
John Osborn, Mariangela Sicilia, Michèle Losier, Maurizio Muraro, Laurent Naouri, Orlin Anastassov, Nicky Spence, Marcel Beekman, André Morsch e.a.
Chorus of Dutch National Opera (Ching-Lien Wu), Rotterdam Philharmonic Orchestra olv Sir Mark Elder
Regie: Terry Gilliam
Naxos 110575-76

BENVENUTO CELLINI van BERLIOZ in Amsterdam

BERLIOZ: Benvenuto Cellini. Discografie

Advertenties

BERLIOZ: Benvenuto Cellini. Discografie

 

Cellini buste

Borstbeeld van Benvenuto Cellini (Rafaello Romanelli) in het centrum van Florence

Benvenuto Cellini was een zestiende-eeuwse Italiaanse kunstenaar die beschouwd wordt als de vertegenwoordiger van het maniërisme. Hij was beeldhouwer, edelsmid, schrijver en musicus, en daarmee duidelijk een voorbeeld van de ‘uomo universale’.

Dat hij geen lieverdje was weten we uit zijn memoires: daarin komt hij in beeld als een zelfverzekerd, egoïstisch mens, die niet vies was van seksuitspattingen en die dan ettelijke affaires op na hield, zowel met vrouwen als mannen. Dat hij daarbij ook nog eens niet zo fatsoenlijk omging met een medemens werd hem van de hoger hand vergeven: hij was immers een begenadigd kunstenaar.

Waarom Berlioz juist Cellini voor zijn eerste opera heeft gekozen? Wellicht dacht hij een nieuwe Don Giovanni te hebben gevonden en zo een nieuwe meesterwerk te creëren?

De première van de opera in september 1838 in Parijs was een flop. Voor de heropvoering een jaar later veranderde Berlioz het één en ander, maar het mocht niet baten. Later, voor een opvoering in 1852 in Weimar, maakte hij nog een kortere versie van zijn werk, op aanraden en in samenwerking met Liszt en Von Bülow.

Tot de jaren negentig van de vorige eeuw werd Benvenuto Cellini zeer sporadisch opgevoerd, iets wat ik absoluut kan begrijpen. Nog los van het zwakke libretto vind ik het werk onevenwichtig en stroef. Het is alsof Berlioz nergens kon beslissen wat hij nu eigenlijk aan het componeren was. Dat de opera technisch ook nog eens zeer moeilijk is om uit te voeren, is niet bepaald behulpzaam.

CD

Cellini Philips

Colin Davis, één van de grootste pleitbezorgers van de muziek van Berlioz, nam de opera in 1972 op. De opname (Philips 4169552) gold jarenlang als het voorbeeld van hoe het moet. Het heeft ruim dertig jaar geduurd voordat hij een beduchte tegenstander kreeg in John Nelsons registratie (ooit Virgin Classics 54570629).

H.-Berlioz-Benvenuto-Cellini-P.-Ciofi-G.-Balducci-J.-DiDonatoJ.-Nelson-Orchestre-National-de-France-3CDS-2004.

Welke van de twee je kiest: met het orkest zit het snor en beide dirigenten zijn aan elkaar gewaagd. Nelson is misschien wat feller terwijl Davis het meer in de lyriek zoekt.

Christiane Eda-Pierre (Teresa bij Davis) is veel lichter van stem dan Patrizia Ciofi, liever, ‘hemelser’. Haar lichte vibrato en haar zeer meisjesachtig timbre zijn buitengewoon plezierig om naar te luisteren, maar zij mist de erotiek en is derhalve geen match voor de veel ‘aardser’ klinkende Ciofi.

Kan je je een betere Cellini voorstellen dan Nicolai Gedda (Davis)? Je zou zeggen van niet. Zo dacht ik ook. Tot voor kort, althans, want Gregory Kunde komt goed in de buurt.

Ik houd van Kundes slanke, beweeglijke en tegelijk stevige tenor. Zijn hoge noten komen er zo makkelijk uit dat je haast zou denken dat hij een boodschappenlijstje aan het repeteren is. En dan zijn kracht… Wat een stem, wat een zanger! Onvoorstelbaar dat de platenmaatschappijen hem zo lang links hebben laten liggen. Ook aan deze opname had hij bijna niet mee gedaan: hij verving Roberto Alagna.

Jules Bastin (Balducci bij Davis) is aan Laurent Naouri gewaagd. Zelf prefereer ik de tweede, maar dat is persoonlijk.

De keuze voor mijn favoriete Ascanio is snel gemaakt: zelfs Jane Berbié (Davis) moet het tegen Joyce DiDonato (Nelson) afleggen. Luister maar naar haar ‘Mais quai-je donc’. Nee, vroeger was niet altijd alles beter!

Maar Nelson heeft nog meer te bidden, mocht u daar de behoefte aan hebben: de score is meer dan compleet, aangezien hij beide Parijse versies bij elkaar combineert en voegt nog een appendix toe met maar liefst bijna 15 minuten extra muziek.

Hieronder het trio ‘Ô Teresa’, gezongen door Gedda, Eda-Pierre en Massard onder Colin Davis:

en door Kunde, Ciofi en Lapointe onder John Nelson:

De opname van Nelson is officieel uit de handel, maar u kunt hem gewoon op Spotify vinden:

En dan hebben we nog Colin Davis II. In 2007 heeft hij de opera weer eens “afgestoofd”, wat resulteerde in ettelijke coupures in de dialogen. Ook het duet van Cellini en Teresa uit de tweede acte moest er aan geloven. De live uitvoering uit het Barbican Hall is op twee SACD’s van het eigen label van London Symphony Orchestra uitgebracht (LSO Live 0623).

 

Cellini Kunde

Het resultaat vind ik bevredigend, maar is voor mij een beetje te gepolijst. Gregory Kunde laat opnieuw horen wat een geweldige zanger hij is: alleen al voor hem is de opname meer dan de moeite waard. Minder te spreken ben ik over Laura Claycomb (Teresa) en ook de andere zangers kunnen mij niet echt bekoren.


DVD

 Cellini dvd

In 2007 werd Benvenuto Cellini in Salzburg gepresenteerd en daarna voor dvd opgenomen (Naxos 2110271). De productie is dolle pret. Het bevat van alles wat een mens doet lachen: commedia dell’arte, theater van de lach, een paus die vergezeld wordt door blonde dansende ‘nichten’, een helikopter, robots als huisbedienden, een madonna als een naakte engel met vleugels… Noem het maar op en het zit erin.

Het begint best mooi: Rome, carnaval, vuurwerken… Bijna Fellini-achtig. Het geheel speelt zich in een ‘wereld van ooit’. The Wizard of Oz is niet ver weg. Ja, regisseur Philipp Stölzl kent zijn filmklassieken! Mooi? Ja. Grappig? Ja. Logisch? Nee. Het publiek is overenthousiast, ik niet.

Er wordt zonder meer goed in gezongen, al word ik niet echt enthousiast. Burkhard Fritz (ook een vervanger, dit keer voor Shicoff) stond toen nog met beide voeten in het zwaardere belcantorepertoire, maar het ontbreekt hem aan charisma.

Dat laatste kun je aan Maija Kovalevska overlaten. Ze is mooi en slank (een onontbeerlijke voorwaarde tegenwoordig, lijkt het) en heeft een dito stem. Ze is een goede actrice ook. Waar het haar aan ontbreekt, is het ‘eigene’ voor deze rol. Zonder het beeld erbij klinkt ze als één van de zovele mooie slanke sopranen uit Oost-Europa.

Of Valery Gergiev de aangewezen dirigent is voor dit werk betwijfel ik. Hij maakt een hoop lawaai, gelijk het zware vuurwerk. Aan het begin van de ouverture dacht ik even midden in één van de Bruckners te zijn beland.

Hieronder de trailer van de Salzburger productie:

 

Zie ook: Benvenuto Cellini in Amsterdam

BENVENUTO CELLINI van BERLIOZ in Amsterdam

John Osborn (Benvenuto Cellini)

John Osborn als Benvenuto Cellini. Foto: Clärchen & Matthias Baus

Is Benvenuto Cellini van Berlioz een niet goed op zijn waarde geschat meesterwerk die zijn tijd ver vooruit was? Of is het een tot mislukken gedoemd broddelwerk van de door jeugdige overmoed overmande beginnende componist? Ik ken mensen die het werk bijna net zo hoog schatten als de vermaarde artiest op wiens dagboeken de opera is gebaseerd.

Dat de partituur verrassend is staat buiten kijf, evenals dat Berlioz buiten de gebaande operapaden treedt. Maar: is het voldoende? Nee, denk ik nadat ik naar al de beschikbare opnamen van de verschillende versies van de opera heb geluisterd. Ja, zeg ik volmondig nadat ik de productie van Terry Gilliam in het Amsterdamse Muziektheater heb gezien. De muziek kan mij nog steeds niet bekoren, maar als het zo gedaan en gezongen wordt, dan mogen ze van mij ook een telefoonboek op de planken brengen.

Scène uit Benvenuto Cellini. Solisten, Koor van De Nationale Opera, acteurs

Foto: Clärchen & Matthias Baus

De uitbundige, rijke productie kan ik in één woord samenvatten: wervelstorm. Er gebeurt zo ontzettend veel dat je ogen te kort komt en toch wordt het nergens té. Dat het je duizelt is natuurlijk de bedoeling, maar dat staat ook in de partituur. En in het libretto, waar Gilliam en zijn co-regisseur en choreografe Leah Hausman zich strikt aan houden.

cellini3

Foto: Clärchen & Matthias Baus

Dat Benvenuto Cellini een flop werd en nog steeds maar mondjesmaat wordt uitgevoerd, ligt ook aan de buitenproportioneel hoge eisen die de opera stelt aan de zangers. En aan de dirigent, die zich geplaatst ziet voor een dilemma: zet hij het orkest in het zonnetje en laat ze op de volle sterkte musiceren of kiest hij voor de zangers?

Laat het aan Sir Mark Elder over. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest was onder zijn leiding zo perfect in balans dat je ze eigenlijk hoorde fluisteren. Petje af! Nooit eerder heb ik de partituur met zo veel oog voor detail uitgevoerd gehoord, met zo veel kleuren en nuancen. De beroemde ouverture, gespeeld (o wonder! Het kan dus nog echt!) voor het gesloten doek spetterde de zaal in en de pret zat er vanaf de eerste noot meteen in.

Elders begeleiding van de zangers was werkelijk uniek. Je voelde de liefde waarmee  hij ze door de bijna onzingbaar geschreven noten loodste. In de “Sur les monts les plus sauvages” gunde hij John Osborn (Cellini) alle tijd en rust om hem niet alleen zijn hoge des, maar ook zijn pianissimo op zijn mooist te laten uitkomen.

John Osborn (Benvenuto Cellini)

John Osborn. Foto: Clärchen & Matthias Baus

Cellini is een hel van een rol, maar Osborn wist zich er goed raad mee. Zijn stem is inmiddels groter geworden, heroïsch bijna, maar zijn souplesse is intact gebleven, waardoor  ‘La gloire était ma seule idole’ tot één van de vocale hoogtepunten van de voorstelling is geworden. “Technically and musically the most challenging and exciting production I have ever experienced” schreef hij er zelf over. Ik kan het alleen maar beamen en kan niet anders dan mijn hoofd buigen in bewondering.

Eigenlijk moeten wij Patricia Petibon dankbaar zijn voor het (gelukkig tijdig) afzeggen van de rol van Teresa, waardoor wij verwend werden met de formidabele jonge Italiaanse Mariangela Sicilia.

Mariangela Sicilia (Teresa), John Osborn (Benvenuto Cellini)

Marianela Sicilia (Teresa) en John Osborn (Cellini. Foto: Clärchen & Mathhias Baus

Sicilia’s lichte sopraan kon het geweld van de muziek, mede dankzij Mark Elder en het orkest makkelijk aan en met haar onberispelijke hoge noten en sprankelende coloraturen wond zij niet alleen Cellini en zijn leerling Ascanio, maar ook het hele publiek om haar vinger. Ook scenisch was zij meer dan formidabel: haar Teresa was net een pittig katje met wie niet te spotten valt. Over personenregie gesproken!

Laurent Naouri (Fieramosca), Koor van De Nationale Opera

Laurent Naouri (Fieramosca). Foto: Clärchen & Matthias Baus

Voor Laurent Naouri was de rol Fieramosca niet echt nieuw, toch leek hij er nieuw leven in te hebben geblazen. Hij zette een perfecte intrigant neer, die eigenlijk te dom is om gevaarlijk te kunnen zijn waardoor hij in zijn eigen netten verstrikt raakt. Met zijn ietwat nonchalant gevoerde baritonstem en zijn buitengewone acteertalent gaf hij het publiek het gevoel onbeschaamd bij het spel betrokken te worden.

Michèle Losier was een heerlijk jeugdige Ascanio, haar grote aria “Mais quai-je donc” heeft haar terecht een open doekje bezorgd. Maurizio Muraro was een voortreffelijke Balducci en Orlin Anastasov een prima paus.

Ook de kleine rollen van Bernardino (Scott Conner), Francesco (Nicky Spence: onthoud de naam!) en Pompeo (Andrè Morsch) waren meer dan voortreffelijk bezet. In de herbergierscéne was het Marcel Beekman, die met zijn onweerstaanbaar optreden als Le Cabaretier de show stal.

Voor mij is deze “Cellini” één van de beste producties van DNO ooit.

In het interview met de Volkskrant zei Gilliam: “ik wil mijn werk niet analyseren. Kunst gaat over hartstocht. Die komt uit de buik, niet uit het hoofd.”. Zou iemand die zin richting ‘conceptuele’ regietheateradepten willen opsturen? Per express en aangetekend? Bij voorbaat dank.

Hieronder Gilliam over Cellini:

Trailer van de productie:

 Bezocht op 9 mei 2015

zie ook: BERLIOZ: Benvenuto Cellini. Discografie
Spetterende ‘Benvenuto Cellini’ uit Amsterdam is ook op dvd niet te versmaden