John_Daszak

‘Wozzeck’ uit Salzburg: veel Kentridge, weinig Berg

Wozzeck Kentridge dvd

Kort door de bocht: William Kentridge’s productie van Alben Bergs Wozzeck gaat over de eerste Wereldoorlog en dat gaat gepaard met veel gasmaskers. Zelfs het kind van Marie en Wozzeck (hier een houten pop) heeft er één, op plaats van zijn gezicht. Wie de componist en zijn curriculum vitae kent weet wat voor een trauma die periode hem heeft bezorgd, maar de oorlog, die zit er in de opera gewoon niet in.

Kentridge ziet parallellen tussen ‘Die letzten Tage der Menschheit’ van Karl Kraus (1915-1922) en Büchners ‘Woyzeck’ (1837), maar zijn die er wel?

Het – waargebeurde – verhaal over de jonge soldaat Woyzeck, die in 1824 ter dood werd veroordeeld voor de moord op zijn vriendin werd door Georg Büchner in een toneelstuk verwerkt. De bijna honderd jaar verlate première in 1913 werd ook door Alban Berg bezocht. Hij raakte er zo onder de indruk dat hij prompt besloot om daar een opera van te maken. Liefde, jaloezie, armoede, afgunst, wanhoop… noem het op en het zit er in. Behalve de oorlog dan.

De productie is echt des Kentridge’s. Wie zijn Lulu in Amsterdam heeft gezien weet wat hem te wachten staat. Overdaad aan visuele beelden gaan hand in hand met de alomtegenwoordigheid van video-projecties, een grote fixatie van de regisseur. Spannend is het wel maar …  Maar het is zo verschrikkelijk voorspelbaar!

Gelukkig valt er muzikaal veel te genieten. Matthias Goerne is een prima Wozzeck die door dat gedoe op de bühne zijn innerlijkheid en verscheurdheid – optisch – helaas verliest.

Geen betere Marie tegenwoordig dan Asmik Grigorian. Temperamentvol, sensueel, uitdagend maar ook zo ontroerend!

Frances Pappas is een zeer goede Margret, John Daszak een heerlijk oversekste Drum Major en Mauro Peter een mooie Anders.

De prachtige bas Jens Larsen zet een zeer overtuigende Doktor neer en Gerhard Siegel is een voortreffelijke Hauptmann.

Het Wiener Philharmoniker klinkt onder leiding van Vladimir Jurowski voornamelijk lyrisch.

Hieronder trailer van de productie:

 

Matthias Goerne, Asmik Grigorian, Gerhard Siegel, Jens Larsen, John Daszak, Mauro Peter e.a.
Wiener Philharmoniker olv Vladimir Jurowski
Regie: William Kentridge
Harmonia Mundi HMD 989053.54 (DVD + Blu-Ray)

Zie ook: LULU van Kentridge

WOZZECK ZaterdagMatinee

Discografie van Wozzeck: ALBAN BERG: Wozzeck. Discografie.

CHOVANSJTSJINA: discografie

chov-old-believers-surikov

Vasily Surikov (1848-1916): De Oudgelovigen

Ik hou zielsveel van Chovansjtsjina. Ik vind de muziek: een combinatie van Russische folksongs, religieuze koralen, ontroerende aria’s en gloedvolle orkestpracht van een ongekende schoonheid. Het op historische feiten gebaseerde libretto verhaalt van godsdienstige verdeeldheid, strijd om macht, politieke manipulaties, sektarisme en een collectieve zelfmoord. Het koor speelt een fundamentele rol, maar ook de zes hoofdrollen zijn bijzonder sterk uitgewerkt in hun psychologische ontwikkelingen.

De opera beleefde zijn première in 1886, in de verkorte versie van Rimski-Korsakov: Moessorgski heeft de partituur onvoltooid achtergelaten. In 1959 orkestreerde Sjostakovitsj de originele pianobewerking. Die versie, met het door Stravinski nagecomponeerde einde wordt tegenwoordig vrijwel altijd gebruikt.

Boris Khaikin

 

chov-reizen

Mark Reizen als Dosifey

De in de naoorlogse Sovjet Unie zeer populaire dirigent Boris Khaikin is voornamelijk geroemd om zijn opnamen van Russische opera’s, waaronder Chovansjtsjina. Hij nam de opera al in 1946 op, met de onvolprezen Mark Reizen als Dosifej. Voor de nieuwsgierige liefhebber: u vindt de complete opname op YouTube.

 

chov-melodia

In 1974 heeft Khaikin de opera opnieuw opgenomen, nu met Alexander Ognivtsev als Dossifej, Aleksey Krivchenya als Chovanski en Vladislav Piavko als zijn zoon. Golitsin werd prachtig vertolkt door Aleksey Maslennikov. Iemand nog op zoek naar een voorbeeld van een tenor van de ‘oude Russiche school’? Luister naar Maslennikov!

De echte ster van de opname is echter Irina Arkhipova. Als Marfa is zij in mijn ogen absoluut ongeëvenaard:

Als je gewend bent aan de instrumentatie van Sjostakovitsj doet de versie van Rimski-Korsakov wat vreemd aan. Zangeriger, bijna sprookjesachtig. De ouverture had net zo goed een inleiding tot Shéhérazade kunnen zijn. Rimski-Korsakov heeft de angel er uitgehaald. Ongewild denk je aan oude films, waarin zelfs de grootste ellende door het technicolorfilter is gehaald.

Ook de Marfa’s voorspelling klinkt in deze versie behoorlijk flauw. Mild en weinig dreigend, waardoor je de verschrikte reactie van Golitsin niet goed snapt.

De opname is zeer helder, waardoor elk woord makkelijk is te verstaan. (Melodia MEL CD 1001867)

 


Boris Leskovich

chovan-italiaans

Een jaar eerder, in 1973, dirigeerde Boris Leskovich de opera in Rome. In het Italiaans. Ondanks de door hem gebruikte versie van Sjostakovitsj is het resultaat nogal licht en het broeit nergens. En het mist de “wijdte” in de ouverture, maar dat kan ook door de slechte klankkwaliteit kan komen.

De solisten zijn om je vingers bij af te likken. Cesare Siepi (Dosifej), Fiorenza Cossotto (Marfa), Elena Souliotis, Veriano Luchetti, Siegmund Nimsgern en de wellicht grootste Chovanski in de geschiedenis: Nicolai Ghiaurov.

Als bonus krijgt u de complete vijfde akte met Boris Christoff als Dosifej in een opname uit 1958 onder leiding van Artur Rodziński. Ook in het Italiaans (Irene Companez’ Marfa klinkt hier net als Azucena), maar in een beduidend betere geluidskwaliteit. (BellaVoce BLV 107.402)

Andere label, dezelfde opname:


Emil Tchakarov

 

khovanschina-big

De zeer betreurde Bulgaarse dirigent Emil Tchakarov (hij stierf op zijn 42ste aan aids) nam Chovansjtsjina in 1990 op, met de beste Bulgaarse stemmen die toen voorhanden waren, dus ook met – hoe kan het anders – Ghiaurov in de titelrol.

Nicola Ghiuselev is een voortreffelijke Dosifej, Alexandrina Milcheva een zeer charismatische Marfa en Kaludi Kaludov een zeer lyrische Golitsyn. Hij staat met beide voeten in de Russische traditie, maar zingt tegelijk met een grote dosis italianitá.

Tchakarov houdt het orkest zeer doorzichtig. (Sony S3K 45831)

De opname is ook op You Tube te vinden. Hieronder act 1:

 

 

Claudio Abbado

chova-ghiaurov-abbado

In 1989 dirigeerde Abbado de opera in de Weense Staatsopera. De regie van Alfred Kirschner en de enscenering van Erich Wonder zijn staaltjes van vakwerk. Verankerd in de traditie, met veel oog voor details, sterke personenregie en een goed uitgewerkte mise-en-scène. De slotscène is een dramatisch hoogtepunt, en laat je vastgenageld aan je stoel naar adem snakken.

Paata Burchuladze zingt een voortreffelijke Dosifej en Ludmila Semtchuk is een zeer erotische Marfa. Als Chovanski weet Ghiaurov opnieuw te imponeren. (Arthaus Musik 100 310)

 

Michael Boder

chov-opus-arte

In Barcelona (mei 2007) werd de opera in nog een andere versie gepresenteerd. De gebruikte orkestratie was weliswaar die van Sjostakowitsj, maar het einde werd door Guerassim Voronkov nagecomponeerd.

De Noorse regisseur Stein Winge zegt het verhaal zich af te laten spelen in de jaren vijftig, maar net zo goed kan het 300 jaar geleden zijn. Of nu. Zijn beelden zijn tijdloos en zeer tot verbeelding sprekend.

Vladimir Ognovenko is een voortreffelijke Chovanski en Vladimir Vaneev een dito Dosifej. Vladimir Galouzine is zonder meer één van de beste Andrejs die ik ken, zo niet de beste. Met Robert Brubaker klinkt Golitsyn minder lyrisch dan gebruikelijk, maar het personage wint wel aan karakter. Graham Clarke zorgt voor de komische noot als de schrijver (Opus Arte OA0989 D)

Fragment uit de productie:

https://dailymotion.com/video/xrdj7s

Kent Nagano

chov-eroarts

De door Kent Nagano goed gedirigeerde en door Dmitri Tcherniakov buitengewoon spannend geregisseerde Münchner productie van Chovansjtsjina kent helaas twee misbezettingen. Paata Burchuladze (Chovanski) is inmiddels uitgezongen en de door mij zeer geliefde Doris Soffel (Marfa) is in de verkeerde opera beland. Geen seconde kan ze me overtuigen dat ze een jonge, sexy vrouw is. Echt jammer, want verder is de productie zeer aan te bevelen.

Anatoli Kotsjerga is een schitterende Dosifej en Klaus Florian Vogt een ‘creepy’ Andrej. John Daszak is net als Brubaker een ‘karakter-Golitsyn’ en Camilla Nylund een gedroomde Emma.

Tcherniakov beeldt de drie met elkaar botsende stromingen – de behoudend-religieuzen, de op macht belusten en de naar vooruitgang strevenden – zeer goed uit. De confrontatie tussen de drie machthebbers is bij hem ijzingwekkend spannend. Jammer genoeg verzwakt de spanning tegen het einde, waardoor de laatste scène aanvoelt als een anticlimax. (EuroArts 2072424)

Trailer van de productie:

 

RIMSKI-KORSAKOV: De legende van de onzichtbare stad Kitesj en het meisje Fevronja. DVD

kitesj-bilibin

Sketch voor de opera van Ivan Bilibin (1929)

 

Het is één van de mooiste Russische sprookjes, het verhaal over een meisje dat met haar gebeden een stad onzichtbaar weet te maken, waardoor de vijand het niet kan innemen. Natuurlijk is er ook liefde in het spel en ook verraad, maar er is – hoe kan het anders in een sprookje? – ook een God die ingrijpt en er voor zorgt dat alles uiteindelijk goed komt. Al is het “over the rainbow”. Of in dit geval onder het meer.

De tijden van gewoon sprookjes vertellen zijn voorbij, zeker in de opera. Regietheater heeft er voor gezorgd dat een verhaal – ongeacht of het wel of niet met het libretto (en zelfs de muziek!) klopt – aan actuele gebeurtenissen en situaties moet worden gerelateerd. Vaak leidt het tot bespottelijke producties, die al na een jaar gedateerd zijn, maar soms gebeurt er een klein wonder.

 

.

 

Zo’n wonder was Tcherniakovs De legende van de onzichtbare stad Kitesj en het meisje Fevronja. De Amsterdamse productie werd in 2013 gelauwerd als de beste operaproductie van het jaar. Ook de opname die Opus Arte van de opera maakte is in de prijzen gevallen: de dvd heeft in 2015 International Classical Music Award in de wacht gesleept.

Volkomen terecht. Tcherniakov heeft het sprookje dan wel “ontsprookt”, maar niet voordat hij ons kennis heeft laten maken met een volkomen idylle. En met een sprookjesachtig meisje, dat als zijnde een goede fee in volkomen harmonie leeft met de natuur. De gruwelijke en brute handelingen die erna kwamen hebben er voor er gezorgd dat de schrik er voor altijd in kwam te zitten. Bloedmooi en gruwelijk tegelijk.  “Na alles wat er is gebeurd, zal het leven nooit meer hetzelfde zijn”, schreef Tsjerniakov in zijn inleiding. Woorden, die hij op een congeniale manier voor ons plastisch verbeeldde.

Toen de productie in première ging moest ik aan terroristische aanslagen op het theater in Moskou en de school in Beslan denken; maar inmiddels heeft de realiteit het theater ingehaald. Want: Groot Kitesj als symbool voor Parijs, dat zou nooit in onze hoofden opkomen. Noem het visionair…

kitesjaksenova

Svetlana Aksenova  (Fevronja) ©Monika Rittershaus

De voorstelling werd gedragen door Svetlana Aksenova die in haar rol een heuse tour de force heeft volbracht en dat niet alleen vocaal!

Naast haar was het voornamelijk John Daszak, die als de zuiplap Grisjka een fenomenale acteerprestatie leverde. In zijn stem miste ik iets van de melancholie die de tenoren van de oude Russische School zo eigen was, maar zij bestaan waarschijnlijk ook niet meer.

kitesj-met

Gennady Bezubenkov, John Daszak, Morschi Franz, Peter Arink ©Monika Rittershaus

Alexei Markov zong een indrukwekkende Fjodor en Mayram Sokolova ontroerde als het knaapje. Morschi Franz en Peter Arink leverden sterke bijrollen als de twee edelen. Maar de werkelijke hoofdrol was weggelegd voor het meer dan imponerende Koor van De Nationale Opera (instudering Martin Wright).

Trailer van de productie:

Nikolai Rimsky-Korsakov
The legend of the invisible city of Kitezh
Svetlana Aksenova, John Daszak, Vladimir Vaneev, Maksim Aksenov, Vladimir Ognovenko, Alexey Markov e.a.
Chorus of the Nationale Opera (Martin Wright), Netherlands Philharmonic Orchestra/Marc Albrecht
Director: Dmitri Tcherniakov
Opus Arte OA 1089 D

Interview met Svetlana Aksenova:

SVETLANA AKSENOVA

DE SPELER in Amsterdam, december 2013

Sara Jakubiak (Polina), John Daszak (Aleksej Ivanovitsj)

Sara Jakubiak (Polina)  & John Daszak (Aleksej) © Bernd Uhlig

Voor een doorsnee operaliefhebber is De Speler van Prokofjev niet meer dan een naam. Geen wonder. Met zijn ingewikkelde en deprimerende verhaal, onsympathieke personages, nerveuze ritmes en weinig herkenbare melodieën behoort de opera niet tot het standaardrepertoire en wordt maar mondjesmaat opgevoerd.

Zelf vind ik het jammer: ik vind het libretto uitermate boeiend en de muzikale taal, waarmee de componist de inhoud wist te ondersteunen bevalt mij zeer. De Nationale Opera in Amsterdam kon mij dan ook geen groter plezier doen dan de opera te programmeren en mijn verwachtingen waren hoog gespannen.

The making of:

Ik werd niet teleurgesteld, maar …. misschien toch een beetje? Na de meer dan enthousiaste verhalen die mij na generale hebben bereikt had ik een absoluut volmaakte voorstelling verwacht en dat was het niet.

Allereerst was er de regie. Toen kende ik Andrea Breth alleen van La Traviata in Brussel, die ik voornamelijk langdradig vond. Ook bij de première van De Speler  raakte ik niet onmiddellijk geboeid, zeker niet in de eerste helft van de voorstelling. Het was allemaal een beetje voorspelbaar, braafjes, saai.

despeler_067

Sara Jakubiak, John Daszak, Gordon Gietz, Pavlo Hunka © Bernd Uhlig

Breth bleef trouw aan de muziek en het libretto, en dat was een grote plus. De personages en hun handelingen waren herkenbaar en je hoefde je hoofd niet te pijnigen over verborgen concepten. Maar er zat geen vaart in en ik miste de verfijning in de personenregie.

Maar Breth (en haar hele artistieke team – de geweldige decors van Martin Zehetgruber mogen absoluut niet onvermeld blijven) revancheerde zich met een buitengewoon spannende laatste akte. De reusachtige roulettetafels, door een vernuftig gebruik van spiegels nog prominenter aanwezig, bepaalden het beeld en je waande je lotgenoot van de kroelende en door elkaar schreeuwende, aan waanzin bezweken mensenmassa. Sterker nog: opeens was je Aleksej zelf en wilde alleen maar doorgaan. Buitengewoon sterk.

Scène uit De speler (vierde akte)

© Bernd Uhlig

De scène in de hotelkamer van Aleksej ontroerde mij. Daar toonde de regisseur hem op zijn zwakst. Op het moment dat hij Polina in de kamer ontwaarde, veranderde hij van een bezeten psychopaat in iemand met zowaar menselijke gevoelens, al was het maar voor even.

John Daszak (Aleksej Ivanovitsj), Sara Jakubiak (Polina)

John Daszak (Aleksej) en Sara Jakubiak (Polina) © Bernd Uhlig

Ik moet bekennen dat ik grote moeite had met de invulling van de hoofdrol. John Daszak is een kanjer van een zanger en een echt theaterdier. Hij is begenadigd met een volumineuze en wendbare tenor, een indrukwekkend postuur, enorme toneelpersoonlijkheid en een charisma van hier tot Tokyo. Heb je hem ooit gezien, dan vergeet je hem nooit. Maar dat zijn allemaal eigenschappen die hem, volgens mij, juist ongeschikt voor de rol van de schizofrene Aleksej maken. Hij was te sterk, te aanwezig, te zeker van zichzelf. Nergens bespeurde ik de verscheurende twijfel, de angst en onzekerheid. Bovendien was hij zichtbaar te oud (Aleksej is maar 25!) Toch moet ik mijn hoofd buigen voor zijn enorme prestatie.

(meer…)