Barrie_Kosky

“Tosca, finalmente mia!”? Alleen nog steeds niet helemaal voor mij

Tekst: Neil van de Linden

Ik ga sommigen misschien tegen het zere been schoppen als ik schrijf dat ik nooit erg veel met Tosca heb gehad.

Als kind zag ik Madame Butterfly op televisie in de versie met Mirella Freni en Karajan, en ik was in tranen. Turandot heeft mij altijd gefascineerd vanwege de mystiek en de Chinoiserie, die eigenlijk Persianerie blijkt te zijn; het dilemma van de ongenaakbare titelheldin wordt steeds inzichtelijker met het vorderen der jaren. Toen de Manon Lescaut onder Sinopoli uitkwam, met Domingo en Freni, en ik net mijn eerste CD-speler had, was de derde acte geregeld mijn referentie voor klankpracht en hartverscheurende emotie. Maar in Tosca kan ik mij niet goed identificeren met een personage en Tosca is mij niet sympathiek genoeg.  

In de eerste acte is ze een wispelturige en jaloerse bakvis. Als ze in de tweede acte de schuilplaats van de politieke vluchteling Angelotti verraadt is ze eigenlijk een egoïstische lafaard en dan doen librettist en componist het ook nog voorkomen alsof dat opperste liefde is. Pas in de derde acte recht ze haar rug moreel een beetje.

Het karakter van kunstenaar Cavaradossi blijft intussen wat bleek vergeleken bij Puccini’s andere tenoren, zowel de goede (Des Grieux) als de minder goede (Pinkerton). Scarpia is natuurlijk een prachtige wreedaard en intrigant, maar ook hij is wat eendimensionaal; blijkens het libretto vergelijkt hij zichzelf met Iago uit Shakespeares Othello (en daarmee Verdi’s Otello), maar Iago krijgt karakterologisch tenminste nog een aantal motieven mee. Over Scarpia komen we alleen te weten dat hij de machtigste man van Rome is en dat hij die positie met terreur bestendigt.  

Ook in deze enscenering krijg ik niet meer respect voor Tosca’s karakter. De Zweedse sopraan Malin Byström speelt het allemaal uit, maar dat laat juist ook zien wat er allemaal niet in zit. Haar heen en weer getrippel en haar babydoll-achtige lichtblauwe jurk moeten haar in de eerste acte misschien iets meisjesachtig geven, maar daarmee wordt ze ook een wat verwend kind.

En hoezo ‘Vissi d’Arte’ (Ik heb voor de kunst geleefd) in de tweede acte  als ze op gegeven moment in een vlaag van jaloezie in de eerste acte (jegens de door Cavarodossi geportretteerde zuster van de politieke gevangene Angelotti die uit Scarpia’s kerkers is ontsnapt en bij Cavarodossi is ondergedoken) al Cavarodossi’s schilderijen kapot smijt.

De rode design-avondjurk in de tweede acte (in het verhaal komt ze net van een concert-optreden) moet van haar een blijkbaar iets rijpere verleidster maken, en als Scarpia die jurk uittrekt blijft er een nog verleidelijker roze négligé over. Maar het helpt allemaal niet om het karakter meer diepte te geven.

Zangtechnisch is Malin Byström evenwel helemaal op haar plaats. Alle nuanceringen die muzikaal in de rol zitten worden geëtaleerd. Met prachtig-romige lyrische tonen, over het hele stembereik, zowel in het piano als in het forte.

Dat laatst is iets waarover Joshua Guerrero als Cavaradossi niet beschikt. Forte zingen gaat goed, al wapperde hij wat in het begin. Maar voor zachte passages heeft hij te weinig reservekracht en dat geldt ook voor zijn laag. Daardoor ging bijvoorbeeld de eerste helft van ‘E Lucevan le Stelle’ mis, en dat is toch wel een beetje de teststraat voor een tenor in deze opera.

De held van de avond is Gevorg Hakobyan, Scarpia. Hij heeft de rol al vaak gezongen, met zijn lenige stem én zijn lenige lichaam kan hij er alles mee doen. Op zijn repertoire staan Russische en Italiaanse opera’s, Tchaikovski, maar ook Tonio in Pagliacci en Alfio in Cavalliera Rusticana, en allerlei Verdi-rollen waaronder inderdaad natuurlijk Iago, want dat is hij ten voeten uit.

Zangtechnisch heeft hij alles in huis en zelfs binnen de rol van de door-en-door slechte Scarpia kan hij allerlei nuances uitdrukken. Als van huis uit Armeniër heeft hij misschien het soort Russische oligarch dat hij in zijn rol uitdrukt in zijn directe omgeving gezien. En je ziet eigenlijk waarom zulke mensen in andere omstandigheden met charme de wereld om hun vinger kunnen winden.

We werden van tevoren geïnformeerd dat de uitvoering van traditionele barokke ornamentiek ontdaan zou worden.  En inderdaad speelde het grootste deel van de eerste acte zich af in een matzwarte schaars vaalwit verlichte ruimte, waarbij je met goede wil overigens nog best de binnenruimte van een gigantische basiliek kunt voorstellen. Maar wie dacht het helemaal zonder barokke pracht te zullen moeten stellen, kwam aan het eind van de eerste acte in de ‘Te Deum’-scène onverwacht toch nog  dubbel en dwars aan zijn trekken.

Spoiler-alert: wie bij een volgende voorstelling verrast wil worden moet de rest van deze alinea overslaan. Aan het eind van de eerste acte maakte de duistere achterwand plaats voor een gigantisch barok doek vol door elkaar wervelende geschilderde personages. Waarvan de hoofden de hoofden van de koorleden bleken te zijn, die naar ik vernam met zijn vijfenvijftigen op een torenhoge stellage achter het doek stonden opgesteld. En het ‘Te Deum’ zongen. Hele publiek keek ademloos toe.

Het interieur van de woning van Scarpia in de tweede acte zou door Philippe Starck kunnen zijn ontworpen. Wel, Starck heeft in elk geval het prachtige tegen een half miljard kostende jacht van Russische miljardair Andrey Melnichenko ontworpen (dat ik drie jaar geleden in de haven van Tarragona zag liggen, dat inderdaad futuristisch is en dat net in Italië is geconfisqueerd). Dus het verband tussen top-design en machtige oligarchen is niet zo vergezocht.

De regisseur noemt als inspiratie Film Noir. Interessant, al gaat Film Noir eerder over berekenende femmes fatales, mannen met een emotionele en/of morele Achilleshiel en koelbloedige inspecteurs die alle misdaden uiteindelijk oplossen, zij het altijd te laat. In zekere zin stort Tosca zowel Cavaradossi als diens politieke kompaan Angelotti in het verderf, maar of zij dan een femme fatale is? En Scarpia en de bende om hem heen zijn in deze enscenering meer een Quentin Tarantino citaat. Verbanden tussen Film Noir en opera zou ik toch eerder bij Korngold, Schreker, Zemlinsky zoeken, temeer omdat veel Film Noir-regisseurs net als Korngold uit Europa waren gevlucht en deels Joods waren.

Als je het heel ver zou willen doortrekken: het programmaboek noemt uitdrukkelijk Billy Wilders Double Idemnity als prototype van Film Noir. Wel, als Tosca een van Billy Wilder zou zijn zouden Tosca’s jaloerse verdenkingen misschien niet de zuster van Angelotti maar Angelotti zelf kunnen gelden. Double Idemnity eindigt met de suggestie van een achterliggende verhouding tussen de twee mannelijke protagonisten. En dat zou bij Billy Wilder ook mede een verklaring zijn waarom Cavaradossi Angelotti wilde beschermen; hij wil Angelotti nota bene in de kleren van zijn zuster laten ontsnappen! Maar dit terzijde.

Dat we in Film Noir geregeld duister verlichte ongure buurten zien komt wel weer mooi terug in de derde acte, waar in plaats van de in het scenario van Puccini vermelde hoogste verdieping van Engelenburcht we ons in een metalen loods bevinden, en Tosca springt uiteindelijk van een stalen stelling af.

De avond voor deze Tosca had ik op Radio IV Beatrice Rana gehoord met het Deens Nationaal Orkest, onder niemand minder dan Lorenzo Viotti. En dat was een geweldige uitvoering. En ja, hij weet echt te overtuigen, los van alle hype, zoals eerder ook al bleek in Zemlinsky’s Der Zwerg, eerder door mij besproken. In net als in Der Zwerg liet hij nu ook weer horen waartoe het Nederlands Philharmonisch Orkest in staat is. Alle kleuren in deze toch al zo kleurrijke partituur werden naar boven gehaald.

Muzikale leiding  Lorenzo Viotti
Regie  Barrie Kosky
Decor  Rufus Didwiszus
Kostuums  Klaus Bruns
Licht  Franck Evin
Floria Tosca  Malin Byström
Mario Cavaradossi  Joshua Guerrero
Scarpia  Gevorg Hakobyan
Cesare Angelotti  Martijn Sanders
Il Sagrestano  Federico De Michelis
Spoletta  Lucas van Lierop
Sciarrone Maksym Nazarenko
Un Carceriere  Alexander de Jong

Orkest  Nederlands Philharmonisch Orkest

Foto’s: © Marco Borggreve

Le Théâtre illustrée , 1887

Nieuw seizoen DNO

Tekst: Peter Franken

In seizoen 2022-2023 brengt De Nationale Opera 15 producties, waaronder vier wereldpremières. Maar laten we ons overzicht beginnen met het bestaande en beproefde repertoire.

Twee producties stonden al eerder op het programma maar moesten vanwege Covid worden geschrapt. Het betreft de herneming van Carsens productie van Carmen, waarmee het nieuwe seizoen wordt geopend, en Philipp Stölzls Rusalka, een nieuwe productie die onderdeel is van het Holland Festival. Het KCO staat onder leiding van Joana Mallwitz. Op zondag 25 juni 2023 zal het operaseizoen hiermee worden afgesloten. In de titelrollen J’Nai Bridges als Carmen en Johanni van Oostrum als Rusalka.

Trailer van Carmen uit de oorspronkelijke productie uit 2009

Na Carmen volgt een nieuwe productie van Humperdincks minder bekende opera Königskinder in een enscenering van Christof Loy. Dit werk was in 1912 al eens te zien in de Stadsschouwburg, een productie van de Wagnervereeniging en het Residentie Orkest onder leiding van Henri Viotta. Nu speelt het NedPho onder leiding van Marc Albrecht, terug op zijn oude stek in het repertoire dat hem past als een handschoen. De immer populaire Doris Soffel zal te zien zijn als De Heks. Wie er alvast eens kennis van wil nemen kan de opname uit Zürich met Jonas Kaufmann bekijken.

Na zijn Tosca in het huidige seizoen keert Barrie Kosky terug met een nieuwe productie van Turandot, naar het zich laat aanzien de tweede aflevering in een Puccini cyclus. Chef dirigent Lorenzo Viotti heeft de muzikale leiding. Desgevraagd gaf hij aan dat er een ‘surprise ending’ zal worden gespeeld, dus niet Alfano of Berio.

Viotti’s tweede grote bijdrage is zijn dirigaat van Der Rosenkavalier, een herneming van Philipp Glogers productie uit 2015. Daarmee staat dit werk voor de vijfde keer op het programma sinds Het Muziektheater werd geopend. Dat is rijkelijk veel, ook binnen Strauss’ oeuvre is er een grote keuze aan titels die DNO nog niet hebben bereikt of tenminste minder prominent op het programma hebben gestaan. Viotti benadrukt dat hij eerst het NedPho goed moet leren kennen voor hij zich aan ‘avonturen’ kan wagen maar deze keuze heeft toch wel veel weg van ‘op safe’ spelen. Ariadne auf Naxos is in 1989 voor het laatst bij DNO te zien geweest, Die Liebe der Danae nog nooit, om van Strauss’ minder bekende werken nog te zwijgen.

Trailer uit 2015:

Viotti deelt de muzikale leiding van de pastiche Operetta Land met Aldert Vermeulen. Het is een nieuwe productie van Steef de Jong in samenwerking met de Wiener Volksoper. Samen met Turandot is dit de ‘holiday production’ aan het einde van het jaar.

Calixto Bieito keert in januari 2023 na zijn geslaagde productie van Die erste Menschen terug met Giulio Cesare, een coproductie met Liceu. Emmanuelle Haïm dirigeert. Afstemming met de Reisopera blijft kennelijk van ondergeschikt belang. Na een tournee met dit werk langs de Nederlandse theaters in februari 2022 had een andere titel voor DNO wellicht toch meer voor de hand gelegen, zo kort nadien.

De Tudor trilogie die in het lopende seizoen wordt aangevangen met Anna Bolena krijgt zijn logische vervolg met een nieuwe productie van Maria Stuarda. Jetske Mijnssen is verantwoordelijk voor de regie, Enrique Mazzola staat voor het Nederlands Kamerorkest.

Voor 3 maart 2023 staat de wereldpremière gepland van Damiano Michielettos’ productie van Animal Farm, een compositie van Alexander Raskatov, vrij naar George Orwell. Het Nederlands Kamerorkest staat onder leiding van Bassem Akiki.

Daarmee zijn we door de lange termijn planning heen. Om beter in te kunnen spelen op onverwachte ontwikkelingen, geen overbodige luxe, staat ook nog een aantal producties op het programma waartoe pas kort geleden is besloten. Het betreft de familie opera’s The girl, the hunter and the wolf, Het lijflied en Be Opera XL. Verder de Europese première van Blue, een nieuw werk van Jeanine Tesori en Tazedwell Thompson. Opvallend is een geënsceneerde uitvoering van Verdi’s Requiem in februari, een oorspronkelijke productie uit Zürich.

Het Opera Forward Festival heeft in 2023 als centrale thema’s ‘Vrijheid en Bevrijding’. Behalve het eerder genoemde Animal Farm dat in deze context geen commentaar behoeft is er de wereldpremière van Ändere die Welt van Leonard Evers en Mart van Berckel. Hierin wordt onderzocht wat men met een revolutie verwacht te winnen en wat er gebeurt als de rook is opgetrokken. Begeleiding door Barbara Hannigans Ludwig Orchestra. Aan bevrijding op een meer persoonlijk niveau is de voorstelling Perle Noir: meditations for Joséphine gewijd. Peter Sellars regisseert en Julia Bullock zingt songs uit het repertoire van Joséphine Baker, een artiest die zonder enige schroom of angst de dubbele moraal van de toenmalige maatschappij trotseerde.

Even terug naar het bestaande en beproefde repertoire. Dit is tamelijk omvangrijk en biedt aanmerkelijk meer keuzemogelijkheden om tot een verrassend seizoen te komen dan hetgeen nu wordt gepresenteerd. Turandot en Maria Stuarda vormen de logische voortzetting van aangevangen cycli. Carmen en Rusalka zijn overgenomen uit eerdere seizoenen. Maar dat laat nog drie plekken over waarvan slechts eentje op bijzondere wijze is ingevuld: Königskinder. De keuze voor Giulio Cesare maar vooral de herneming van Der Rosenkavalier heeft toch iets van een gemiste kans.

Natuurlijk speelt elk operahuis voorlopig even op safe, na de vele onverwachte problemen en gedwongen cancellations van de laatste twee jaar. Ook dit programma is ongetwijfeld tot stand gekomen met vele mitsen en maren in het achterhoofd. Maar voor het navolgende seizoen zal er hopelijk weer wat meer risico genomen kunnen worden. Wellicht wordt ook Mephistofele dan ingehaald en verder kijk ik nog steeds uit naar Oorlog en Vrede, een actueel thema.

Daar staat tegenover dat DNO werkelijk alles uit de kast lijkt te trekken waar het de eigentijdse programmering betreft. Alles overwegend dus toch een evenwichtig seizoen.

De belangrijkste rollen:

Carmen: J’Nai Bridges (Carmen), Stanislas de Barbeyrac (Don José), Lukasz Golinski (Escamillo) Frederik Bergman (Zuniga), Adriana González (Michaëla), Inna Demenkova (Frasquita), Polly Leech (Mercédès).

Königskinder: Daniel Behle (Der Königssohn), Olga Kulchinska (Die Gänsemagd), Josef Wagner (Der Spielmann), Doris Soffel (Die Hexe), Sam Carl (Der Holzhacker), Michael Pflum (Der Besenbinder)

Turandot: Tamara Wilson (Turandot), Najmiddin Mavlyanov (Calaf), Kristina Mkhitaryan (liù), Germán Olvera (Ping), Ya-Chung Huang (Pang), Lucas van Lierop (Pong)

Giulio Cesare: Christophe Dumeaux( Giulio Cesare), Teresa Iervolino (Cornelia), Emily d’Angelo (Sesto), Julie Fuchs (Cleopatra), Cameron Shabhazi (Tolomeo), Frederik Bergman (Achilla)

Verdi Requiem: Frederica Lombardi/Guanqun Yu (sopraan), Yulia Matochkina/Agnieszka Rehlis  (mezzo), Freddie de Tommaso (tenor), Alexander Vinogradov (bas)

Der Rosenkavalier: Maria Bengtsson (Die Marschallin), Christoph Fischesser (Ochs), Angela Brower (Octavian), Martin Gantner (Faninal), Iris van Wijnen (Marianne Leitmetzerin), NN (Sophie)

Maria Stuarda: Aigul Akhmetshina (Elisabetta), Marina Rebeka (Maria Stuarda), Ismael Jordi (Leicester)

Rusalka: Pavel Cernoch (De Prins), Annette Dasch (De Vreemde Prinses), Johanni van Oostrum (Rusalka), Maxim Kuzmin-Karavaev (De Watergeest), Karin Strobos (Koksmaat)

Meer informatie over rolbezetting en data is te vinden op de website van DNO:
https://www.operaballet.nl/opera/de-nationale-opera

Kosky’s Orphée aux enfers uit Salzburg op BluRay uitgebracht

Tekst: Peter Franken

 

https://images-na.ssl-images-amazon.com/images/I/714Ebn1FTVL._SL1200_.jpg

 

Dit werk staat te boek als de eerste operette, in 1858 een nieuw genre binnen het muziektheater. Barrie Kosky haalde in zijn productie voor de Salzburger Festspiele alles uit de kast om er een overdonderend festijn van te maken. Recent is door Unitel hiervan een opname op BluRay uitgebracht.

De Festpiele van 2019 stonden ten dele in het teken van de ‘antieken’ met werken als Idomeneo, Medea en Oedipe. Tegenover deze klassieke tragedies werd een luchtige komedie geplaatst waarin de Griekse mythologie een geheel andere rol speelt. In Offenbachs Orphée aux enfers wordt het gekoesterde beeld van de godenwereld op de Olympus volledig op zijn kop gezet. Aanleiding is de komst van Euridice, ja die van Orpheus.

Offenbach hanteert in zijn Olympische zedenschets de Romeinse variant van de mythologie, met Jupiter, Juno, Pluton, Diana en Venus. Pluton heeft vermomd als herder al enige tijd een verhouding met Euridice, die dringend van haar man af wil. Hij is haar ook liever kwijt dan rijk maar een echtscheiding zou de carrière van deze begaafde violist en conservatorium docent ernstig schaden. Het door Offenbach ten tonele gevoerde hinderlijke personage ‘L’opinion publique’ wrijft hem dat nadrukkelijk in.

Als Pluton zijn nieuwe aanwinst meevoert naar de onderwereld, is Orpheus blij en opgelucht maar zijn euforie is van korte duur. De publieke opinie dwingt hem om de schijn op te houden en zijn vrouw uit de onderwereld terug te halen. Op de Olympus is inmiddels het gerucht doorgedrongen dat een mooie vrouw door een god is ontvoerd. Dat moet worden rechtgezet, ook de goden dienen de schijn op te houden van een perfecte harmonie en een stabiel liefdevol huwelijk, Jupiter en Juno voorop.

Na enige verwikkelingen volgt het verhaal de mythologie: Orpheus voorop, Euridice er achteraan met ‘De publieke opinie’ in hun kielzog om een oogje in het zeil te houden. Dan springt Euridice naar voren en pakt Orpheus’ viool af. In een reflex draait hij zich om. Jupiter ziet zijn kans schoon om deze mooie meid – die hij vermomd als vlieg inmiddels al zeer goed heeft leren kennen – voor altijd bij zich te houden maar Euridice geeft aan dat ze perse een Bacchhante wil zijn en niet het liefje van Pluton of Jupiter. Dat hiermee de mythologie moet worden herschreven deert haar niet, los het maar op jullie.

Barrie Kosky heeft als intendant van de Komische Oper Berlin een grote reputatie opgebouwd met het produceren van theatrale spektakelstukken. Met name operettes en musicals worden door hem van een variété component voorzien. Hiertoe heeft Kosky een twaalfkoppige groep dansers en danseressen geformeerd die al bijna tien jaar in dezelfde samenstelling ten tonele wordt gevoerd. Hun optreden is vooral exuberant en getuigt van enorm technisch kunnen. Uiteraard brengen ze hier ook de ‘galop infernal’ beter bekend als de cancan, een dans die zijn oorsprong vindt in deze operette en nadien een geheel eigen leven is gaan leiden.

De wat melige Franse humor die vooral de dialogen de toegevoegde waarde van een reclameblok kan geven, zijn hier sterk ingekort en gemoderniseerd. Om spreken in het Frans, voor de internationale cast een struikelblok, te vermijden, komen alle teksten in het Duits gesproken voor rekening van een moderator, het personage John Styx, waarbij de bijbehorende personages playbacken. De acteur Max Hopp verzorgt daarnaast ook allerhande toneelgeluiden zoals de trippelende pasjes van Orpheus en de libidineuze verzuchtingen van Euridice, Pluton en Jupiter. In zijn perfectie doet Hopp meermalen aan Victor Borge denken. Styx is zo nu en dan in split screen te zien om het komische aspect van zijn rol nog eens uit te lichten.

Orpheus is bij Offenbach feitelijk een bijrol. Als hij op de Olympus – tegen zijn zin – zijn verhaal komt doen zingt hij Glucks’ ‘J’ai perdu mon Euridice’ waarop alle aanwezige godinnen onmiddellijk invallen met het vervolg.

Euridice daarentegen is nadrukkelijk aanwezig ‘op aarde’ en in de onderwereld. Alleen in de scène op de Olympus ontbreekt ze, opgesloten in Plutons harem, voor haar een reden om snel op zoek te gaan naar een andere minnaar, die zich zoals gezegd aandient in de persoon van oppergod Jupiter.

Marcel Beekman excelleert als manipulerende Pluton, zeer geslaagd optreden van deze veelzijdige karakter tenor. Joel Prieto is een leuke Orphée die behalve zingen vooral zogenaamd viool moet spelen, tot afgrijzen van Euridice die het een straf vindt om dit te moeten aanhoren. Anne Sofie von Otter geeft gestalte aan ‘De publieke opinie’ die Orphée overal op de voet volgt. De regie zet haar neer als type protestantse domineesvrouw, uit Zweden, leuk gevonden.

Martin Winkler steelt bij wijlen de show als Jupiter, vooral in de scène dat hij als vlieg in Euridice’s kamer binnendringt en bijna door haar wordt overweldigd. Zozeer heeft Pluton haar al die tijd verwaarloosd, any man will do, even a big fly with golden wings. Euridice wordt vertolkt door de coloratuursopraan Kathryn Lewek die de rol werkelijk alles geeft wat ze eruit kan halen. Kosky komt met een sterk ‘seksualisierte’ bewerking van een op zich al vrij losbollige operette en de dik opgelegde erotiek komt vooral voor rekening van de prima donna. Lewek weet daar goed raad mee en heeft er duidelijk lol in.

De Wiener Philharmoniker kan men natuurlijk alles laten spelen, dus ook de muzikale ondersteuning van een theaterstuk waarin voortdurend de hel losbreekt. Onder leiding van Enrique Mazzola kwijt het orkest zich prima van deze taak, ongetwijfeld zo nu en dan met een glimlach. Vanuit de bak wordt overigens door Rainer Honeck een prima vioolsolo ten gehore gebracht die echter door Euridice niet op zijn artistieke waarde wordt ingeschat. Ze pakt Orpheus zijn viool af en slaat hem op de rand van haar bed in stukken. Gelukkig heeft hij er nog een stuk of dertig in de klerenkast liggen.

Fotomateriaal: Monika Rittershaus © Salzburger Festspiele

 

 

Marcel Beekman: as a character tenor I am able to conquer the world!

MARCEL BEEKMAN - photo © Sarah Wijzenbeek

Marcel Beekman © Sarah Wijzenbeek

Marcel Beekman flies around the world to perform, as far as the Middle East. The tenor cannot be praised enough. We knew (or should have known!) for a long time that he is an all-rounder in his profession. His voice seems to know no boundaries and sometimes climbs esoterically high, but with a spectrum of colours. He doesn’t only feel the music, he sometimes seems to be connected to it in a compelling way.

Beekman calliope-tsoupaki-ruud-jonkers-02

Calliope Tsoupaki © Ruud Jonkers

According to Calliope Tsoupaki, the new Composer Laureate of the Netherlands, he is the best Dutch tenor. And she should know, because he has sung in many of her compositions. She composed the 1-minute opera Vesuvius 1927 for him, based on the text of P.F. Thomése, which had its premiere on the Dutch TV show ‘De Wereld Draait Door’:

But he also sang in her famous St. Luke’s Passion and saved the performance of her Greek Love Songs, performed at the Holland Festival in 2010. In June 2014 he also appeared in her opera Oedipus

Beekman oidc3adpous-calliope-tsoupaki-foto-janiek-dam

© Janiek Dam

And now she is composing a big new work for him – and for the countertenor Maarten Engeltjes. In addition to the singers, an instrumental ensemble, PRJCT, Maarten Engeltjes’ own ensemble, is also taking part. This work will have its premiere at November Music 2019 and may be programmed in other cities as well.

Other Dutch composers such as Jeff Hamburg, Elmert Schönberger and Martijn Padding (to name but a few) have written compositions with his voice in mind as well.

THE BEGINNING

The first time we met five years ago in his beautiful house in the Blaeu Erf, a kind of courtyard in a side street of the exceedingly busy Gravenstraat, right behind the Nieuwe Kerk. It is an oasis of peace, where hardly any sounds penetrate. We had tea (his secret mixture, which tasted very good to me) and talked about his early years, the discovery of opera and his many foreign performances, which even brought him to countries in the Middle East.

“I come from a provincial town and studied at a small conservatory, which meant that I was actually destined to become an oratorio singer. Or a teacher. At that time, no one thought of opera, not even I did. That only came when I was asked to do the opera/musical Jona de Neezegger by Willem Breuker. It came as a bit of a shock and I started to develop a taste for it. I wanted more!”

bEEKMAN JOna

In Jona de Neezeger © Pieter Boersma

You sing both old and new music. Did you consciously choose to do that or did it happen that way?

“I am indeed fluttering between the old and the modern. I’m pragmatic and communicative and I find it particularly exciting to work on a new score. The aspect of the new is like creating a new prism. You are not only a performing medium, but also a bit of a creative artist. It’s also nice to be able to talk to the composer, and yes – they also want to listen to you and change the notes. Sometimes I ask for extra high notes, they laugh about that, they like it.”

“I don’t mind being a kind of ‘tool’ in the hands of a composer, so if I’m required to be non-vibrato then I will. And I have to honestly say that sometimes I find it very beautiful, it has something pure, something natural.”

DIRECTORS

“Let me start with a cliché: rehearsals can be very different. The real eye-opener for me was Salome under Simon Rattle at the Salzburg Osterfestspiele. Rattle wanted us to come to Berlin first to read the score. That worked really well, because most of the time you hear the orchestral sound for the first time when the first ‘sitzprobe’ comes. A revelation.

I used to like Stuttgart, especially working with Jossi Wieler and Sergio Morabito. They are friendly, everything is done with mutual agreement and the atmosphere is pleasant. And – most important of all – they are so very respectful. Not only does that make things pleasant, but it also makes you open up. When you are treated like this, your heart opens and you want to do everything for them. The other way around, your door closes, and then you shut down. Of course you cooperate, you have to open up, otherwise you might as well sit behind the cash register at Lidl.”

Marcel Beekman WOZZECK

As Hauptmann in Wozzeck at DNO © Ruth Waltz

In the 2016/17 season we were able to admire Beekman in two major productions at the National Opera in Amsterdam: Wozzeck by Alban Berg and Salome by Richard Strauss. Especially Wozzeck, in which he sang both the Hauptmannn and the Narr, was very important for the tenor in that season, the recording of that production was recently released by Naxos (21110582).

SALZBURG 2019

Beekman BarrieKosky

Barrie Kosky © Gunnar Geller

Today, Beekman is one of the most famous and sought-after character tenors in the world, with a busy schedule. His 2019/2020 season has just been revealed and it’s indeed full He mentions the most important productions:

“In 2019 I will sing Pluton (Orphée aux Enfers by Jacques Offenbach) in Salzburg, in the new production of Barrie Kosky, the Australian director who is best known for his work at the Comic Oper in Berlin. The premiere will be on August 14th during the Salzburger Festspiele. Enrique Mazzola conducts the Vienna Philharmonic and as colleagues I get a.o. Kathryn Lewek (Euridice), Joel Prieto (Orfeo) and Anne Sophie von Otter (L’Opinion Publique). I’m really looking forward to that. I’ve never worked with Kosky before but I really admire his work. And then the idea that there will be an operetta in Salzburg! And of course Pluton is a real role for me.”

Beekman Pluto

Lustspiel in Luxus-Ausstattung: Marcel Beekman als Pluto (links) mit Martin Winkler. © apa/Neumayr/Leo

“German composer Christian Jost is currently writing the opera Voyage vers l’Espoir in which I will perform several roles. The premiere will take place at the end of March 2020 at the Grand Théâtre de Genève”.

Beekmanjost-christian

Christian Jost © Dutch Philharmonic Orchestra\\

In 2019, Les Arts Florissants celebrates its 40th anniversary: the reason for William Christie to program a grand international festive tour in December 2019. The programme includes works by Lully and Rameau, among others, and in addition to Beekman, several soloists, including Sandrine Piau and Christophe Dumaux, will be present.

BeekmN Platee-in-Paris-I-2014-Vincent-Pontet

Marcel Beekman as Platée in Paris © Vincent Pontet

Rameau’s Platée, directed by Carsen, one of Beekman’s biggest roles, will be performed in three different countries in December 2020. Unfortunately, the Netherlands is not one of them. His other starring role, Nutrice (L’Incoronazione di Poppea by Monteverdi from Salzburg 2018) has fortunately been recorded for DVD and will be released by Harmonia Mundi in September 2019.

Marcel Beekman L'INCORONAZIONE DI POPPEA

Marcel Beekman as Nutrice © Andreas Schaa

His schedule also mentions many separate projects, including a tour with Israel Camerata in June 2019 with the 1940 Cantata for Shabbath by the Israeli composer Mordechai Seter (1916-1994).

Beekman M_Seter

Mordechai Seter

Beekman: “I look forward to that. I love that country and every time I’m there, there’s a bit of recognition”. “I’m looking into my past. It is not for nothing that I feel so at home in Israel. The Jewish, that appeals to me. Is there anything in the past? There was once a Beckman, with a “c”… But does it matter? Not really. I feel involved with minorities”.

“I’ve refocused my accents and changed my priorities, adjusted them. That included selling Blaeu Erf. I don’t care about the money, I sold the house to live, to enjoy. I don’t have a partner and do I want one? I don’t know, but I am happy this way: my life is on the right track and it brings me what I love most: music, art, life! It took me a while to find my way, but as a character tenor I am able to conquer the world!

For the complete schedule of Marcel Beekman see his  website.

Translated with www.DeepL.com/Translator

Interview in Dutch: Marcel Beekman: als karaktertenor kan ik de hele wereld veroveren!

Marcel Beekman: als karaktertenor kan ik de hele wereld veroveren!

MARCEL BEEKMAN - photo © Sarah Wijzenbeek

Marcel Beekman © Sarah Wijzenbeek

Marcel Beekman vliegt de hele wereld rond om op te treden, tot aan het Midden-Oosten toe. De tenor kan niet genoeg geprezen worden. Dat hij zowat een alleskunner is in zijn vak dat wisten wij (of hoorden wij te weten!) al lang. Zijn stem lijkt geen grenzen te kennen en klimt soms esoterisch hoog, maar dan wel met behoud van een spectrum aan kleuren. Hij voelt de muziek niet alleen aan, hij lijkt er soms wezenlijk mee verbonden.

 

Beekman calliope-tsoupaki-ruud-jonkers-02

Calliope Tsoupaki © Ruud Jonkers

Volgens Calliope Tsoupaki, onze nieuwe Componist des Vaderlands is hij de beste Nederlandse tenor. En zij kan het weten, want hij heeft in veel van haar composities gezongen. Voor hem componeerde zij de 1-minuutopera Vesuvius 1927, naar de tekst van P.F. Tomése die zijn première beleefde in De Wereld Draait Door:

Maar hij zong ook in haar befaamde St. Luke’s Passion en redde de voorstelling van haar Greek Love Songs, uitgevoerd tijdens het Holland Festival in 2010. In juni 2014 was hij ook van de partij in haar opera Oidípous

Beekman oidc3adpous-calliope-tsoupaki-foto-janiek-dam

© Janiek Dam

En nu componeert zij voor hem – en voor de countertenor Maarten Engeltjes – een groot nieuw werk. Behalve de zangers doet ook een instrumentaal ensemble mee, PRJCT, het eigen ensemble van Maarten Engeltjes. Dit werk zal in première gaan tijdens de November Music 2019 en wellicht gaat het ook in andere steden geprogrammeerd worden.

We mogen ook andere Nederlandse componisten: Jeff Hamburg, Elmert Schönberger en Martijn Padding (om maar een paar namen te noemen) niet vergeten, ook zij schreven composities met zijn stem in hun achterhoofd.

HET BEGIN

De eerste keer ontmoetten we elkaar vijf jaar geleden in zijn prachtige woning in de Blaeu Erf, een soort hofje in een zijstraat van de drukker dan drukke Gravenstraat, pal achter de Nieuwe Kerk. Het is een oase van rust, waar nauwelijks nog geluiden doordringen. We dronken thee (zijn geheime mengsel, dat mij bijzonder smaakte) en praatten over zijn beginjaren, de ontdekking van de opera en zijn vele buitenlandse optredens, die hem zelfs naar landen in het Midden-Oosten brachten.

“Ik kom uit een provinciestad en heb gestudeerd aan een klein conservatorium, wat inhield dat ik eigenlijk voorbestemd was om een oratoriumzanger te worden. Of een leraar. Aan opera dacht toen niemand, ikzelf allerminst. Dat kwam pas toen ik gevraagd werd voor de opera/musical Jona de Neezegger van Willem Breuker. Het was een kleine schokervaring en ik kreeg de smaak te pakken. Dat wilde ik meer doen!”

bEEKMAN JOna

In Jona de Neezeger © Pieter Boersma

Je zingt voornamelijk oude en nieuwe muziek. Heb je daar bewust voor gekozen of is het zo gekomen?
“Ik fladder inderdaad tussen het oude en het moderne in. Ik ben pragmatisch en communicatief ingesteld en ik vind het bijzonder opwindend om aan een nieuwe partituur te werken. Het aspect van het nieuwe is alsof je een nieuwe prisma creëert. Je bent niet alleen een uitvoerend medium, maar ook een beetje een scheppend kunstenaar. Het is ook fijn om met de componist te kunnen overleggen, en ja – ze willen ook naar je luisteren en de noten veranderen. Soms vraag ik om extra hoge noten, daar moeten ze om lachen, vinden ze leuk.”

“Ik vind het niet erg een soort ‘gereedschap’ te zijn in handen van een componist, dus als van mij non vibrato wordt geëist dan doe ik dat. En ik moet eerlijk zeggen dat ik het soms juist heel erg mooi vind, het heeft iets puurs, iets natuurlijks.”

REGISSEURS

“Laat ik met een cliché beginnen: de repetities kunnen enorm verschillend zijn. De echte eye-opener was voor mij Salome onder Simon Rattle tijdens de Osterfestspiele in Salzburg. Rattle wilde dat wij eerst naar Berlijn kwamen om de partituur rustig door te nemen. Dat werkte echt fantastisch, want meestal hoor je de orkestklank voor het eerst als de eerste ‘sitzprobe’ komt. Een openbaring.

Stuttgart vond ik vroeger leuk, zeker het werken met het team Jossi Wieler en Sergio Morabito. Ze zijn vriendelijk, alles gebeurt in overleg en de sfeer is aangenaam. En – het allerbelangrijkste – ze zijn zo ontzettend respectvol. Dat werkt niet alleen prettig, maar dat maakt ook dat je je overgeeft. Als je zo behandeld wordt, gaat je hart open en wil je alles voor ze doen. Andersom gaat je luikje dicht, dan klap je dicht. Natuurlijk werk je mee, je moet je openstellen, anders kan je net zo goed achter de kassa in Lidl ziten.”

Marcel Beekman WOZZECK

Als Hauptmann in Wozzeck bij DNO © Ruth Waltz

In het seizoen 2016/17 mochten we Beekman in twee grote producties bij De Nationale Opera in Amsterdam bewonderen: Wozzeck van Alban Berg en Salome van Richard Strauss. Voornamelijk Wozzeck waarin hij zowel de Hauptmannn als de Narr zong was in dat seizoen voor de tenor erg belangrijk, de opname van die productie is onlangs bij Naxos (21110582) uitgekomen.

SALZBURG 2019

Beekman BarrieKosky

Barrie Kosky © Gunnar Geller

Tegenwoordig is Beekman één van de beroemdste en de meest gevraagde karaktertenoren ter wereld, met een druk bezette agenda. Zijn seizoen 2019/2020 werd net geopenbaard en het liegt er niet om! Hij noemt de paar belangrijkste:

“In 2019 ga ik Pluton (Orphée aux Enfers van Jacques Offenbach) zingen in Salzburg, in de nieuwe productie van Barrie Kosky, de Australische regisseur die vooral bekend is van zijn werk bij de Komische Oper in Berlijn. De première is 14 augustus tijdens de Salzburger Festspiele 2019. Enrique Mazzola dirigeert het Wiener Philharmoniker en als collega’s krijg ik o.a. Kathryn Lewek (Euridice), Joel Prieto (Orfeo) en Anne Sophie von Otter (L’Opinion Publique). Daar kijk ik er echt naar uit. Ik heb nog nooit samen met Kosky gewerkt maar bewonder zijn werk zeer. En dan het idee alleen dat er een operette in Salzburg komt! En Pluton is natuurlijk een echte rol voor mij.”

Beekmanjost-christian

Christian Jost © Nederlands Philharmonisch Orkest

Duitse componist Christian Jost  schrijft momenteel de opera Voyage vers l’Espoir waarin ik meerdere rollen ga vertolken. De première zal eind maart 2020 plaatsvinden in het Grand Théâtre de Genève”

In 2019 bestaat het Les Arts Florissants veertig jaar: de reden voor William Christie om een grootse internationale feesttournee te programmeren in december 2019. Op het programma staan werken van o.a. Lully en Rameau en, naast Beekman zullen meerdere solisten, onder wie Sandrine Piau, Christophe Dumaux er acte de présence geven.

BeekmN Platee-in-Paris-I-2014-Vincent-Pontet

Marcel Beekman als Platée in Parijs © Vincent Pontet

Rameau’s  Platée in de regie van Carsen, één van Beekmans grootste rollen, wordt in december 2020 hernomen in drie verschillende landen. Helaas zit Nederland er niet bij. Zijn andere glansrol, de Nutrice (L’Incoronazione di Poppea van Monteverdi uit Salzburg 2018) is gelukkig voor dvd opgenomen en verschijnt bij Harmonia Mundi in september 2019.

Marcel Beekman L'INCORONAZIONE DI POPPEA

Marcel Beekman als de Nutrice © Andreas Schaad

Verder vermeldt zijn agenda  veel losse projecten, waaronder een tournee met Israel Camerata in juni 2019 met de Cantata for Shabbath uit 1940 van de Israëlische componist Mordechai Seter (1916-1994).

Beekman M_Seter

Mordechai Seter

Beekman: “Daar kijk ik naar uit. Ik houd van dat land en iedere keer als ik er ben komt er iets van herkenning bij”. “Ik ben mijn verleden aan het uitzoeken. Het is niet voor niets dat ik mij zo thuis voel in Israël. Het Joodse, dat spreekt mij aan. Of er iets in het verleden zit?
Er was ooit een Beckman, met een “c”.. Maar of het er toe doet? Niet echt. Ik voel mij betrokken bij minderheden”.

“Ik heb mijn accenten verlegd en mijn prioriteiten veranderd, aangepast. Daar hoorde het verkopen van Blaeu Erf bij. Het geld interesseert mij niet, ik heb het huis verkocht om te kunnen leven, te kunnen genieten. Ik heb geen partner en of ik er een wil? Dat weet ik niet, maar ik ben wel gelukkig zo: mijn leven is op de juiste rail gekomen en het brengt mij wat ik het liefste wil: muziek, kunst, leven! Het duurde even voordat ik mijn draai vond, maar als karaktertenor kan ik de wereld veroveren!”

Voor de complete agenda van Marcel Beekman zie zijn  website.

This interview in English:
Marcel Beekman: as a character tenor I am able to conquer the world!

Zie ook:
CALLIOPE TSOUPAKI: Oidípous

LOOKING EAST

SALOME IN AMSTERDAM