Hoeveel moord, doodslag, demonen, op wraak zinnende goden en furies kan een mens in de drie laatste donkere maanden van het jaar verwerken? Veel, als het aan de programmeurs van De Nationale Opera en de ZaterdagMatinee in 2011 lag.
Al vanaf het begin van het seizoen was het moord en doodslag in Amsterdam. Bij de Nationale Opera werdt er eerst zowat iedereen aan allerlei goden opgeofferd. Dan kwam Elektra met haar bijl zwaaien en daarna sloeg Orest in de nieuwste opera van Manfred Trojahn– met de hulp van zijn zus, dat wel – met de boormachine om zich heen.
Let op, het is geen waardeoordeel! Ik ben gek op Elektra en de productie bij DNO was meer dan prachtig. Ook de muziek van Manfred Trojahn vond ik goed, helaas werd zijn opera door de in mijn ogen idiote regie om zeep geholpen.
Vroeger konden we nog troost uit de ZaterdagMatinee putten. Maar dit jaar droeg ook De Matinee bij aan het programmageweld en op zaterdag 10 december 2011 mochten we kennis maken met Das Gehege van Wolfgang Rihm, een soort monodrama uit 2004.

Wolfgang Rihm tijdens een repetitie (foto akg-images / Marion Kalter)
Rihm componeerde het werk op verzoek van Kent Nagano als aanvulling op – of een moderne versie van – de opera Salome. Waarom????? Daarom, denk ik, een andere reden kan ik er niet voor bedenken.
Gelukkig duurde het maar een drie kwartier, want er was geen lol aan te beleven. Ik vond de muziek verschrikkelijk gedateerd – Schönberg heeft het al honderd jaar geleden in zijn Erwartung gedaan, maar dan duizend keer beter.

Hellen Kwon
Er was een lichtpuntje: Hellen Kwon. Zij zong ‘de vrouw’ die zo gefascineerd wordt door een adelaar, dat zij hem aan het eind vermorzelt. Haar vertolking van de hondsmoeilijke partituur was werkelijk adembenemend en daar neem ik mijn pet voor af.
Na de pauze kregen we Salome. Nu hoort u mij niet echt klagen, want Salome behoort tot mijn lievelingsopera’s. Maar om mijzelf te citeren: hoeveel moord, doodslag, demonen, op wraak zinnende goden en furies kan een mens in de drie laatste donkere maanden voor het eind van jaar verwerken?
Stephan Rügamer was een prachtige, gloedvolle Narraboth. Met zijn stem maakte hij zijn fascinatie voor Salome meer dan duidelijk.
Susan Bullock was een fatsoenlijke Salome, maar niet meer dan dat. Haar stem miste het Lolita-achtige van een vroegrijp meisje, een meisje dat ook nog eens om hulp smeekt die zij niet krijgt. Natuurlijk niet, want alle hulpverleners hebben alleen de mond vol met woorden. Werkelijk helpen doen zij niet.
Net zo min als dirigenten die zo van zichzelf en van hun eigen geluid houden dat ze niet eens meer aan de zangers denken. Ziehier meteen mijn kritiek op Edo de Waart. Het orkest speelde zonder meer prachtig, maar zo waanzinnig hard dat de plafonds van het Concertgebouw er zelfs van trilden. Kom er als zanger maar eens bovenuit!

Michael Volle (foto: Winfried Hösl)
Toch lukte het Michael Volle (Jochanaan) wonderwel goed. Wat een persoonlijkheid, wat een geluid en wat een voordracht. Daar word je inderdaad verliefd op.
Ook Roman Sadnik (Herodes) was buitengewoon goed. Ook van hem kon ik mijn ogen (en oren!) niet afhouden.
Maar nu is het genoeg. Laat de operaheldinnen maar lekker sterven, hoort erbij, maar mag het, alsjeblieft, tbc zijn? En waar blijft het vergeten belcanto?
Wolgang Rihm
Das Gehege
Hellen Kwon – sopraan
Richard Strauss
Salome
Susan Bullock, Michael Volle, Roman Sadnik e.a.
Radio Filharmonisch Orkest olv Edo de Waart
Bezocht op 10 december 2011 in Het Concertgebouw – Amsterdam.





































Polnische Hochzeit is een heerlijke operette in de rijke Weense traditie. Je hoort er flarden van Emmerich Kálmán en Paul Abraham (Victoria und ihr Husar!), maar de partituur is rijkelijk gelardeerd met Poolse volksdansen en Joodse volksmelodieën. Plus de in de tijd veel gebruikte jazzinvloeden […]Het is bijna niet te geloven, maar Beer componeerde Polnische Hochzeit in slechts drie weken. De première in 1937 in Zurich was een enorm succes. […] Onder de titel Les Noces Polonaises zou de operette op 1 oktober 1939 worden opgevoerd in Théâtre du Châtelet. De hoofdrollen zouden gezongen worden door Jan Kiepura en Martha Eggerth, maar een maand daarvoor zijn de Nazi’s de tweede Wereldoorlog begonnen.
Lieve mensen: deze cd is gewoon grandioos! Stiekem betrap ik mij op de gedachte dat het wellicht één van de mooiste pianorecitals van de laatste tijd is. […] Daar zat ik dan op mijn bank, met ingehouden adem schaamteloos te genieten.
Ik kan mij geen beter pleidooi voor al dat moois voorstellen dan die van de jonge Engelse violist Jack Liebeck. […]Liebecks viool (een Guadagnini uit 1785) zingt, fluistert en gromt waar nodig. Zijn fluwelen toon en zijn fenomenale strijkvoering doen mij aan die van Perlman denken. Virtuoos en zeer liefdevol.
Sabine Devieilhe heeft een prachtige, onaards hoge stem waarmee ze veel suggereert maar nog meer aan je verbeelding overlaat. Klasse! Ik kan mij niet heugen wanneer ik voor het laatst zo ontzettend enthousiast was over zowel de zangeres als door de door haar opgenomen repertoire.
Voor haar album Néère heeft Véronique Gens een meer dan schitterende selectie gemaakt uit de mooiste liederen van Reynaldo Hahn, Henri Duparc en Ernest Chausson. De prachtige mélodies passen Gens’ donker getinte en licht gevoileerde stem met sensuele ondertonen als een fluwelen handschoen. […] Niets anders dan lof ook voor de pianiste. Zeldzaam mooi.
Om deze cd kan niemand heen […] Visions overstijgt alle verwachtingen en wensen. De cd zit barstensvol onbekende aria’s uit onbekende opera’s en oratoria van de grotendeels minder bekende en/of vergeten componisten. [..] Hierin voldoet Véronique Gens meer dan uitstekend. Dat niet alleen vanwege haar voorbeeldige dictie en verstaanbaarheid, maar ook omdat haar stem zich tot een echte ‘Falcon sopraan’ heeft ontwikkeld en een niveau had bereikt dat zich voor dit repertoire meer dan uitstekend leent.
Bijna alle werken beleven hier hun cd-première maar dat deze opname echt een must have is ligt aan meer factoren. Dat de kwaliteit van de zo lang zo verwaarloosde muziek hoog is staat buiten kijf, alsook de uitstekende prestaties van de musici. Beschouw het kopen van deze cd als een verlate genoegdoening voor de componist die meer was dan een ‘kapelmeester van Auschwitz’.
Daar waar de meeste vertolkers het lied als een timide fluisterverzoek inzetten, zet Levendal haar stembanden open in een soort pijnlijke schreeuw om aandacht. Daar voel je je ongemakkelijk bij en dat is denk ik ook de bedoeling. […] Dat ongemakkelijke gevoel blijf ik de hele recital houden: ik ken de liederen heel erg goed en toch is het alsof ik ze nu voor het eerst hoor. Dat noem ik werkelijk grote kunst.
Alice Coote […] is zo ontzettend betrokken dat het pijn doet. Alsof zij je haar beleveniswereld in meesleurt, de afgrond in. Niet dat het allemaal perfect is wat zij doet […] maar dat geeft allemaal niet. […] Over ‘Ich bin der Welt abhanden gekommen’ zei Mahler ooit: ‘Dit ben ik ten voeten uit.’ Hier hoor je het.
Stabat Mater van Szymanowski vind ik de mooiste Stabat Mater ooit gecomponeerd, misschien alleen te vergelijken met die van Poulenc. Bizar eigenlijk dat het werk nog steeds zo weinig wordt uitgevoerd. […] Of de nieuwe opname door het door Jacek Kaspszyk geleide koor en het Filharmonisch Orkest uit Warschau met een viertal solisten van naam hier iets aan kan veranderen? Dat hoop ik. De uitvoering is schitterend en het werk, dat niet minder dan een echte meesterwerk is verdient het.
Alle werken, gecomponeerd tussen 1923 en 1931 [..] zijn buitengewoon fascinerend, want bij al zijn zakelijkheid wist Toch de emoties niet uit de weg te gaan. Zoals hij het zelf zo mooi formuleerde: “we kunnen niet ontkennen dat de muziek in essentie romantisch is. Waarbij we de emoties niet mogen verwarren met sentimentaliteit“. […] En dat is precies wat Kokitis ook doet. Haar spel is niet alleen virtuoos […] maar ook bijna kinderlijk lief. Een aanwinst.