Giuseppe Verdi

Ljubka Biagioni zu Guttenberg helpt La Traviata vakkundig om zeep

La Traviata Ljubka Biagioni.jpg

Oempa..pa…paa…. paa…. Pfff…. De prachtige ouverture wordt bij de eerste maat al om zeep geholpen en dat is pas het begin! Kan het nog langzamer? Nog valser? Nog minder in de maat? Kan het nog erger??? Blijkbaar wel, want: daar komen de zangers!

Marta Torbidoni (Violetta) is de scherpste en de meest onaangename soubrette-stem die ik ooit in mijn leven heb gehoord. Wie is zij? In het tekstboekje kan ik alleen een korte info – in drie talen, dat weer wel – over de tenor en de bariton vinden, over de sopraan geen woord. Ook geen foto. Als dat geen teken aan de wand is!

Anton Keremidtchev (vader Germont) schreeuwt de boel bij elkaar en vals dat hij zingt! Maar eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat de tenor Michail Michailov (Alfredo) best oké klinkt. Zijn stem beschikt over een ‘typisch’ timbre die zo karakteristiek is voor Bulgaarse tenoren: behoorlijk Italiaans maar met een ‘accentje’. Deze Michailov is het enige lichtpuntje in deze – ook nog eens slecht klinkende – opname.

Het koor klinkt als een samengeraapt zooitje ongeregeld, maar allemaal verbleken ze bij de totaal onbekwame dirigente Ljubka Biagioni zu Guttenberg, want ik kan mij waarachtig niet voorstellen dat het filharmonisch orkest uit Sofia zo ontzettend slecht speelt.

Waardeloos.


GIUSEPPE VERDI
La Traviata
Marta Torbidoni, Michail Michailov, Anton Keremidtchev e.a.
National Philharmonic Choir, Sophia Philharmonic Orchestra olv Ljubka Biagioni zu Guttenberg
Profil PH16050

Advertenties

Opera Rara: Bellini en Verdi

BELLINI

IL PIRATA

Opera Rara Il Pirata

Il Pirata, één van de mooiste opera’s van Bellini, is voor de meeste mensen niet meer dan een titel. Logisch: het wordt bijna nooit meer opgevoerd en het wordt ook maar zelden opgenomen. Waarom, eigenlijk?

De laatste scène behoort tot de sterkste die Bellini ooit schreef. U hoort er al Donizetti’s Lucia di Lammermoor in. En het openingskoor uit de derde akte, ‘Che rechi tu’, kan je bijna letterlijk in Macbeth en Luisa Miller van Verdi terugvinden

Tot voor kort kende ik maar drie opnamen van de opera, met als Imogene-vertolksters Montserrat Caballé, Maria Callas en Lucia Aliberti. Voor het gemak tel ik de ZaterdagMatinee-uitvoering met Nelly Miricioiu dan niet mee, die is tenslotte niet uitgebracht (ZONDE!). Opera Rara voegt een opname toe aan de kleine discografie.

Bij Opera Rara zingt Carmen Giannattasio de rol van Imogene. Haar timbre is veel lichter en minder dramatisch dan dat van Callas en veel stroever dan dat van Caballé. Maar als je hun stemmen even uit je hoofd zet, kan je niet anders dan toegeven dat zij heel wat te bieden heeft, zeker in haar waanzinaria.

Meer moeite heb ik met de heren. Ludovic Tézier is een voortreffelijke zanger, maar belcanto … nee. Daarvoor is zijn bariton niet soepel genoeg. Toch – in de passages waarin hij wat minder coloraturen te zingen heeft en gewoon autoritair mag zijn, is hij zonder meer overtuigend.

José Bros gold ooit als één van de meest veelbelovende jonge belcantozangers van zijn generatie, een belofte die eigenlijk nooit is ingelost. Prima hoogte, goede coloraturen, maar zijn stem komt af en toe geknepen over.

David Perry dirigeert, één van de grootste belcanto specialisten tegenwoordig dirigeert meer dan bevlogen. (ORC45)

Promovideo met Carmen Giannattasio over (o.a.) haar opname van Il Pirata:

 

LA STRANIERA

Opera Rara La Straniera

Toegegeven, het libretto is zo warrig, dat zelfs de hoofdpersonen waarschijnlijk niet weten wie ze zijn, wat ze aan het doen zijn, met wie, en waarom. Maar de muziek! Als er engelen bestonden dan zouden ze Bellini’s cantilenen uit La Straniera tot vervelens toe (kan men daar verveeld van raken?) herhalen.

Dat geldt nog meer omdat er in de opera, op één of drie keer na, niet echt aria’s voorkomen, niet in de ouderwetse manier althans. Het is meer een ‘conversatiestuk’ met veel dialogen en zeer theatrale, lange scènes, die elkaar toch in een rap tempo opvolgen.

Bellini componeerde La Straniera in 1929, drie jaar voor Norma en La Sonnambula, en je hoort er al de kleine voorbodes in van zijn bekendste muziek (‘Casta Diva!’). Wonderlijk genoeg hoor ik ook flarden uit La Traviata tussendoor…

Alle rollen zijn voortreffelijk bezet. Darío Schmunck is met zijn aangenaam klinkende tenor bijzonder geschikt voor een romantische lover en de lyrische bariton Mark Stone (onthoud die naam!) is een warmbloedige Valdeburgo.

De virtuoze mezzo Enkelejda Shkosa zingt een ontroerende Isoletta en over Patrizia Ciofi volstaat één woord: fenomenaal. Er is geen enkele zangeres die de rol van Aleida tegenwoordig beter, en met meer betrokkenheid, zou kunnen zingen (ORC 38)

Patrizia Ciofi:

 

VERDI

MACBETH

opera rara macbeth

De première van Macbeth in 1847 was zeer succesvol en jarenlang beschouwde Giuseppe Verdi het werk als één van zijn beste opera’s. Toen hij echter in 1865 de partituur weer eens inkeek om een paar voorstellingen in Parijs voor te bereiden, was hij er minder gelukkig mee. Een geheel herziene versie was het resultaat. Het succes bleef echter uit en pas halverwege de vorige eeuw begon een voorzichtige ‘Macbeth-revival’. In die tweede, ‘verbeterde’ versie.

Eind jaren zeventig besloot de BBC om een paar Verdi-opera’s in de oorspronkelijke versie op te voeren en Macbeth was er één van. Dankzij Opera Rara, een firma die zich sterk maakt voor vergeten opera’s (dus waarom ook niet voor vergeten versies van bekende opera’s?), is de opname op de markt gekomen.

Het is fascinerend om al de verschillen zelf te kunnen horen. Want het zijn er behoorlijk wat, voornamelijk in de laatste twee aktes. De slaapwandelscène is hetzelfde gebleven, maar het openingskoor in de derde akte (hier bijna gelijk aan ‘Va pensiero’) en het slot zijn totaal anders. En ‘La luce langue’, de magnifieke aria van Lady Macbeth, heet hier ‘Trionfai! Securi alfine’ en klinkt heel wat minder dramatisch, met veel meer coloraturen.

De uitvoering met onder anderen Peter Glossop, Rita Hunter, John Tomlinson en Kenneth Collins is uitstekend en het BBC Concert Orchestra onder leiding van John Matheson speelt zeer bezield (Opera Rara ORCV301).

Hieronder ‘Trionfai! Securi alfine’ door Rita Hunter:

LE VÊPRES SICILIENNES

opera rara vespri

Les vêpres siciliennes’ was Verdi’s eerste Franse Grande Opéra, die hij – na lang aandringen door de Parijse Opera – componeerde op het libretto van Eugene Scribe en Charles Duyverier. Het is Verdi’s langste opera geworden, wat in de eerste plaats is te danken aan een half uur lange ballet in de derde acte.

The Four Seasons Ballet – I. Prelude & Winter:

Het verhaal speelt zich af in Palermo in 1282, tijdens de Franse bezetting van Sicilië. Henri, een jonge Siciliaan is verliefd op Hélène, een jonge Oostenrijkse hertogin, gevangen gehouden door Guy de Montfort, de Franse gouverneur in Sicilië. Als blijkt dat de Montfort de vader van Henri is, zijn de verwikkelingen niet te overzien, en aan het eind is zowat iedereen dood. De premiere in 1855 was een fiasco, en een paar jaar later bewerkte Verdi het tot I Vespri Siciliani.

Les vêpres siciliennes was de derde uitgave in de serie ‘originele versies’ van Opera Rara, na eerdere uitgaven van Macbeth en Simon Boccanegra. Het werd al in mei 1969 live opgenomen in The Camden Theatre in Londen en in februari 1970 door de BBC uitgezonden, maar de cd-uitgave kwam pas in 2004 op de markt.

De uitvoering, met in de hoofdrollen Jacqueline Brumaire, Jean Bonhomme en Neilson Taylor, is redelijk tot goed, maar als document is het van een buitengewoon belang. (ORCV303).

Nieuwe Luisa Miller overtuigt mondjesmaat

Luisa Miller Marina Rebeka

Aan het begin van het seizoen 2017-2018 werd de Kroatische dirigent Ivan Repušić aangesteld als de chef-dirigent van het Münchner Rundfunkorchester. Zijn debuut in die hoedanigheid maakte hij op 22 september 2017 met de concertante uitvoering van Luisa Miller van Verdi. De opera werd toen live opgenomen en ik weet eigenlijk niet of ik er zo blij mee ben. Aan de ene kant toch wel, want de opnamen van die prachtige opera zijn nog steeds schaars.

Helaas is de uitvoering niet echt briljant te noemen. Na een zeer aarzelend begin herstelt het orkest zich uitstekend en er zit goed vaart in, al had ik wat meer luchtigheid in willen horen. Marina Rebeka is een prima zangeres maar voor Luisa klinkt zij niet kruidig genoeg.

De jonge Siciliaanse tenor Ivan Magrì beschikt over een buitengewoon aangenaam timbre. Zeer Italiaans ook, het type Vittorio Grigolo, zeg maar. Maar Rodolfo is voor hem nog te hoog gegrepen. Rodolfo is een zware rol, daar heb je toch meer kracht voor nodig, meer gevoel voor drama. Ik weet zeker dat het er ooit van gaat komen, maar nu was het nog te vroeg.

George Petean is een doorsnee Miller en alleen Ante Jerkunica (Wurm) weet van zijn rol iets meer te maken.


GIUSEPPE VERDI
Luisa Miller
Marina Rebeka, Corinna Scheurle, Judit Kutasi, Ivan Magrì, George Petean, Marko Mimica, Ante Jerkunica
Chor des Bayerischen Rundfunks, Münchner Rundfunkorchester olv Ivan Repušić
BR Klassik 900323

Zie ook: Twee maal LUISA MILLER op dvd

Aantrekkelijke Ballo in maschera van Opera Zuid

DOOR PETER FRANKEN

 

Ballo affiche

© Opera Zuid

Hoewel de tournee er bijna opzit op de valreep nog een bericht over de productie van Un ballo in Maschera die de afgelopen maand door ons land reisde. Een eerder bezoek bleek niet mogelijk maar beter laat dan nooit, zegt men wel eens.

Regisseur Wout Koeken heeft gekozen voor de originele versie die zich afspeelt aan het hof van de Zweedse koning Gustavo III einde 18e eeuw. Dat komt een stuk overtuigender over dan de versie die Verdi door de censuur werd opgelegd en waarbij de hoofdrol wordt vertolkt door de Engelse gouverneur van Boston. Daar klinkt overigens nog wel iets van door als Gustavo tegen het einde zijn vriend en rivaal in de liefde voor Amelia ‘terug naar zijn vaderland wil sturen, zodat een oceaan hem van diens echtgenote zal scheiden’. Voor iemand die Anckarström heet, kan is er toch nauwelijks een ander vaderland denkbaar zijn dan Zweden, en daar is hij al.

 

Ballo JM--20180515-7951

Opera Zuid beschikt over zeer beperkte financiële middelen en dus is het zaak samen te werken met andere operagezelschappen, die liefst wat minder krap bij kas zitten. Dat is deze keer zeer goed gelukt, Un ballo is een coproductie met maar liefst drie andere operahuizen en dat blijkt direct uit de aankleding: decor en kostuums zien er prachtig uit.

Gespeeld wordt in een fantasierijke setting die een goed beeld geeft van de tijd waarin een en ander zich afspeelt. Uiteraard is er een klein theater op het toneel, een knipoog naar de hobby van Gustavo en het bal aan het slot heeft een complete theaterzaal als decor, compleet met plafondschildering en loges rondom. Het staat echter op zijn kant, zodat de toeschouwer recht tegen het plafond aankijkt, leuk gevonden.  De kostuums zijn een lust voor het oog, zeer gevarieerd en stuk voor stuk periode getrouw.

 

BalloJM--20180516-8845

Die keuze voor klassiek operatheater wordt echter wel een beetje overdreven door zangers nogal nadrukkelijk naar de zaal te laten zingen, zoveel ‘vroeger’ was nu ook weer niet nodig. Maar er wordt goed geacteerd en in zijn algemeenheid ook vrij goed gezongen.

Dirigent Karel Deseure gaf leiding aan een uitstekend spelende philharmonie zuidnederland. Prachtig moment de inzet van de tweede akte met die drie harde klappen die het optreden van Ulrica inleiden. Je zit direct rechtop in je stoel, er gaat wat gebeuren.

Ulrica heeft hier zelfs een achternaam, ze heet mevrouw Arvedson en dat is wel erg Zweeds voor een geheimzinnig type dat in contact staat met de duivel. Melanie Forgeron maakte als Ulrica evenmin de indruk van een medium maar meer van iemand die aardig een waarzegster weet te spelen. Op zich goed gezongen maar de stem was niet zwaar genoeg om voor enige onbehaaglijkheid te zorgen.

 

BalloJM--20180516-8852

Bij de Oscar van Kristina Bitenc was dat net andersom, die stem had iets lichter mogen zijn. De rol vraagt eigenlijk om een soubrette, althans zo hoor je het meestal. Bitenc zette een  alleraardigste androgyne Oscar neer, een knappe jongen in de eerste akte en een mooi meisje in de derde. Uitstekend gezongen en geacteerd, knap gedaan.

 

Ballo

Jannelieke Schmidt gaf zich helemaal in haar vertolking van de tot ongeluk gedoemde Amelia maar kon niet verhullen dat deze rol eigenlijk nog wat boven haar kunnen lag. Het was goed maar nog niet goed genoeg, een casting waar een vraagteken bij kan worden geplaatst. Uiteraard kan ze in het dramatische vak nog groeien, en dat zal zeker gebeuren, maar zoiets kost tijd en veel podiumervaring.

Jason Howard als Renato Anckarström heeft die ervaring al wel en bracht een redelijk geslaagde vertolking van de trouwe vriend die niet alleen bedrogen wordt maar ook nog eens voor gek wordt gezet tegenover zijn medehovelingen. We hebben er 17 opera’s op moeten wachten maar aan het einde van de tweede akte van Un ballo mag er voor het eerst sinds Un giorno di regno weer eens gelachen worden van Verdi. De heren van het Theaterkoor Opera Zuid hadden er duidelijk schik in.

Gustavo was in handen van de tenor Adriano Graziani. Hij kwam moeilijk uit de startblokken – aanvankelijk had ik ernstige twijfels over het verdere verloop – maar groeide gaandeweg in zijn rol om in de derde akte alle registers open te zetten in zijn aria ‘Ma se m’è forza perdiri’. Daarmee verwierf hij na een lange avond duidelijk de gunst van het publiek.

Een mooie Verdi avond, niet slechts visueel maar zeker ook muzikaal al blijkt wel degelijk dat coproduceren weliswaar de productiekosten kan drukken maar geen invloed heeft op de financiële beperkingen waaraan de casting is gebonden. Over het geheel genomen was het goed maar eigenlijk verdient deze Ballo toch iets betere zangers.

Trailer van de productie:

Adriano Graziani, Jason Howard, Jannelieke Schmidt, Kristina Bitenc, Melanie Forgeron,  Huub Claessens, Rick Zwart, Kazuma Goto  e.a.
Theaterkoor Opera Zuid (koordirigent: Klaas-Jan de Groot); orkestphilharmonie zuidnederland olv Karel Deseure
Regie: Waut Koeken

Fotomateriaal © Joost Milde

Meer Ballo in maschera: 2 x ‘Gemaskerde moord’ op Plácido Domingo alias koning Gustaaf III

2 x ‘Gemaskerde moord’ op Plácido Domingo alias koning Gustaaf III

 

Assassination of King Gustav III of Sweden at a masked ball at the Royal Opera House in Stockholm, 1792

Assassination of King Gustav III of Sweden. Illustration for Weltgeschichte Fur Das Volk by Otto von Corvin and Wilhelm Held (Verlag und Druck von Otto Spamer, 1880).

Vrijheid van meningsuiting is een groot goed waar we trots op moeten zijn en dat we als een kostbaar bezit moeten koesteren. Zij is niet vanzelfsprekend en als we niet oppassen kunnen wij haar kwijtraken. Steeds vaker lees je over toenemende (zelf)censuur, films die niet gemaakt (vertoond) mogen worden, of kritische artikelen die de pers niet halen.

De censuur …. Daar kon Verdi ons heel wat over vertellen, want de censuur heeft het hem vaak behoorlijk moeilijk gemaakt.

Ook het libretto voor zijn opera over de Zweedse koning Gustaaf, die op een gemaskerd bal vermoord werd, moest eraan geloven. Noodgedwongen verhuisde Verdi de plaats van de handeling van Stockholm naar Boston, en van de koning maakte hij een Engelse gouverneur.

Gedreven door onze hang naar authenticiteit, voeren we sinds tientallen jaren de ‘oorspronkelijke’, Zweedse versie op, maar de laatste tijd bespeur ik een trend om het weer naar Boston te verplaatsen. Wellicht klinkt Boston en een gouverneur iets moderner in onze oren dan een koning, en past het zo beter bij een conceptuele regie? Wie zal het zeggen ….

Niet, dat het Verdi iets zou hebben uitgemaakt – tenslotte heeft hij, toen het al mogelijk was, het werk nooit gereviseerd. Al vind ik zelf de Zweedse versie iets logischer…..

LONDEN, 1975

Ballo Abbado Schenk ROH

De door Opus Arte (OA 1236D) uitgebrachte productie van het Royal Opera House stamt uit het begin van 1975. Het geluid is een beetje dof, maar dat vergeet je zodra je de prachtige stemmen van de zangers hoort.

Katia Ricciarelli is één van de meest ontroerende Amelia’s die ik ken. De klank die ze produceert is misschien niet echt ‘Verdiaans ‘, en wellicht is ze in die rol toch iets te licht (aan dat soort rollen heeft ze haar stem vroegtijdig kapot gezongen), maar de pianissimi die ze spint verdienen een schoonheidsprijs, en haar breekbaarheid is voelbaar.

Daar past de vriendelijk bezorgde, liefdevolle, maar ook speelse tenor van de jonge Plácido Domingo als een handschoen omheen. Piero Cappuccilli is een voortreffelijke Renato en Reri Grist een Oscar zoals ze ze tegenwoordig toch echt niet meer maken. Alleen al haar optreden is het aanschaffen van de dvd waard.

Claudio Abbado (wat was hij toen nog jong!) dirigeert licht en houdt de tempi sprankelend, met een bruisende orkestklank als gevolg.

De regie van Otto Schenk is doeltreffend. Conventioneel en toch verrassend. En als geen ander legt hij de komische aspecten van de opera bloot.

Trailer van de productie:

 

SALZBURG, 1990

Ballo Solti Schelsinger

15 jaar later was Domingo al een doorgewinterde Gustavo – zijn koning is inmiddels volwassen geworden, serieuzer, en al zegt hij de voorspellingen van Ulrica niet te geloven, toch zie je iets van een schrik in zijn ogen, het zou wel eens waar kunnen zijn ..

Daar hoort ook een rijpere Amelia bij. Geen dromerig meisje, maar een vrouw met intense verlangens. Daar voldoet Josephine Barstow zeer zeker aan. Zij is een verscheurde Amelia, vol liefde, verdriet, pijn en tranen. Bij ‘Ecco l’orrido campo’ is haar angst fysiek voelbaar en bij ‘Morrò’ denk je samen met haar te moeten sterven.

Leo Nucci schittert als Renato en Sumi Yo is een lichte, spring-in-het-veld Oscar.

De regie is in handen van de beroemde filmregisseur John Schlesinger. Het eindresultaat is verpletterend: overweldigende, natuurgetrouwe decors, prachtige kostuums en schitterende massascènes. Het schilderachtige beeld doet af en toe denken aan enorme tableau-vivants, en de personenregie is zoals je van een gerenommeerde regisseur zou verwachten – fenomenaal.

Aan het eind van de opera, als de stervende koning zijn laatste kracht verzamelt en naar adem happend afscheid neemt van zijn geliefde, zijn onderdanen en het vaderland, kan niemand vermoeden dat met zijn laatste ‘addio’ ook een heel tijdperk vaarwel wordt gezegd.

Het was de laatste productie van Herbert von Karajan in Salzburg. Hij overleed vlak voor de première in 1989 en werd vervangen door Solti, die ook de reprise van de opera in 1990 begeleid heeft (Arthaus Musik 109105)

Twee maal LUISA MILLER op dvd

 

Luisa Miller Verdi

RENATA SCOTTO

Luisa Miller Scotto

In 1979 zong Renata Scotto bij de Metropolitan Opera haar eerste Luisa Miller en ze deed dat met de voor haar gebruikelijke toewijding. Maar voordat ze aan haar eerste grote aria kon beginnen, zorgde een ‘grapjas’ voor een schandaal door keihard ‘brava Maria Callas’ te roepen.

Sherrill Milnes, hier in de gedaante van Luisa’s vader, nam de door emoties bevangen Scotto in zijn armen en redde zo haar concentratie. En de voorstelling

Dat alles was live op tv uitgezonden en zo kwam het op de in omloop zijnde piratenvideo’s terecht. De mijne koesterde ik al jaren, want van die prachtige opera zijn er bitter weinig beeldopnamen. Bovendien ben ik een echte Scotto (en Domingo, en Milnes) fan.

Inmiddels is de voorstelling door Deutsche Grammophon op dvd uitgebracht, met de nodige cuts, waaronder dat beroemde incident. Jammer, maar het gaat tenslotte niet om de incidenten maar om de opera en de uitvoering. En daar is dus helemaal niets mis mee. Integendeel.

De enscenering van Nathaniel Merrill is behoorlijk oubollig en Domingo ziet er niet uit met zijn geblondeerde haren, maar dat ga je gauw vergeten want er wordt op een absoluut topniveau gezongen en geacteerd en maestro James Levine dirigeert meesterlijk (DG 0734027).

In het filmpje hieronder bespreken de hoofdrolspelers (Scotto, Domingo, Milnes en Levine) de opera van Verdi en de productie van 1979.

 

 

DARINA TAKOVA

Luisa Miller Naxos

Voor zijn productie van Luisa Miller (oorspronkelijk uitgevoerd bij de Nationale Reisopera in 2004, voor deze dvd opgenomen in Venetië in 2006) liet regisseur Arnaud Bernard zich inspireren door Novocento van Bertolucci. Maar de invloed van de Italiaanse neorealisten is ook onmiskenbaar aanwezig.

Bernard situeert de actie op het Italiaanse platteland in de jaren twintig van de vorige eeuw, waardoor niet alleen de klassentegenstellingen, maar ook het opkomende fascisme ruimschoots aan bod komt. Het bühnebeeld is abstract en op een paar realistische rekwisieten en metershoge foto’s van vrouwen na is het toneel vrijwel kaal.

Luisa Miller was de derde van de vier opera’s die Verdi op een toneelstuk van Schiller baseerde. Zoals al zijn opera’s uit zijn ‘middenperiode’ zit het werk barstensvol wonderschone aria’s en ensembles en het bezit wellicht de mooiste ouverture ooit geschreven – een uitdaging voor de dirigenten.

Mauricio Bennini is goed op dreef met het orkest van het Teatro La Fenice, al vind ik zijn tempi soms wat aan de langzame kant.

De – overwegend jonge – cast is prima, alleen Ursula Ferri vind ik een irritante Frederica. Haar stem is vlak en wapperend en van acteren heeft ze geen kaas gegeten.

Giuseppe Sabbatini (Rodolfo) beschikt over een ouderwets mooie, slanke tenor met goede topnoten en Darina Takova is een ontroerende, zeer tot de verbeelding sprekende Luisa  (Naxos 2110225-26).

 

DON CARLOS in Antwerpen 2010

Carlos549883afcf961

© Annemie Augustijns

De Vlaamse Opera heeft met de Don Carlos van Peter Konwitschny in februari 2010 een zeer controversiële en tegelijk intrigerende productie in huis gehaald. Veel mensen liepen al in de pauze weg, ik vond het _toen_  iets hebben…..

Van geen enkele opera van Verdi bestaan zoveel versies als van Don Carlos. In Antwerpen heeft men op verzoek van de regisseur besloten om de Franse oerversie uit 1867 op te voeren. Daar ben ik heel erg blij om, want voor mij is de oerversie de meest logische die er bestaat. Zonder de eerste akte lijkt het alsof de latere handelingen van de hoofdpersonen uit de lucht komen vallen. Nu je weet wat er vooraf ging, begrijp je ook hun motivatie beter.

Ook muzikaal is het onontbeerlijk. Zonder de voorkennis van het bloedmooie liefdesduet snap je niet waar het steeds herhaalde thema vandaan komt en waar je aan moet denken als het alweer voorbijkomt. Denk aan Wagner!

De menselijke stem is het teerste instrument dat er bestaat. Je kan er nog zo goed voor zorgen, niet alles heb je in eigen hand. De winter weet niet van ophouden en de kou (plus de sneeuw en de regen) is niet het gezondste voor een mens, laat staan voor een zanger.

 

Carlos549883ae5a09f

© Annemie Augustijns

Voorafgaand aan de voorstelling kwam Aviel Cahn (de baas van de Vlaamse Opera) met de mededeling dat Eboli, die ziek was geworden bij de première, inmiddels ook Elisabeth had aangestoken, maar dat de dames hun best zouden doen om er toch wat van te maken

Nu weet ik niet hoe ze klinken als ze niet verkouden zijn, maar zaterdag waren ze allebei uiterst prettig om naar te luisteren. De Italiaanse Susanna Branchini (Elisabeth) beschikt over een fluwelen timbre met een zeer makkelijke hoogte en een aangeboren gevoel voor drama. Af en toe deed zij mij aan Mirella Freni denken, maar dan met iets meer body in haar stem.

Marianna Tarasova beschikt over een onmiskenbaar Russisch timbre, met veel borsttonen, maar het was nergens storend, integendeel. De zeer temperamentvolle zangeres zette een zeer betoverende Eboli neer.

De enige die ziek leek te zijn, was Jean-Pierre Furlan (Carlos). De toch al niet zo charismatische zanger begon niet al te best. Zijn zeer onstabiele stem was aan de dunne kant.

En ja hoor, halverwege de tweede akte ging het doek naar beneden en daar was Aviel Cahn weer. De tenor was ziek geworden, de dokter was al bij hem en voorzag hem van allerlei medicatie. Hij zou zijn best doen om de voorstelling te voltooien.

En dat deed hij. Heel erg dapper haalde hij het einde, waarna hij – erg ontroerend – te kennen gaf dat hij er ook niets aan kon doen en vervolgens een warm applaus in ontvangst mocht nemen.

 

Carlos 549883af1dd31

© Annemie Augustijns

Posa (Dario Solari) was hier een soort alter ego van Schiller, een vondst waar ik niet echt gelukkig mee was, want het maakte van hem niet alleen maar een deelnemer, maar ook een toeschouwer. Of een regisseur, die de boel even naar zijn zin zet.

Solari is een forse, mooie man. Zijn stem is een beetje wollig en hij moest er even inkomen, maar daarna ging het van mooi naar mooier. Met zijn grote volume en een warme geluid wist hij alle versieringen soepel te nemen. Bijzonder ontroerend was hij in zijn confrontatie met de koning en zijn sterfscène bezorgde hem terecht een open doekje.

 

CarlosHuijpen

©Annemie Augustijns

Francesco Ellero d’Artegna was een goede maar een beetje kleurloze Filips en Jaco Huijpen zong een huiveringwekkende Groot-Inquisiteur.

De Antwerpse enscenering van de hand van Peter Konwitschny (ja, dezelfde die in Amsterdam Salome heeft verprutst) was niet nieuw. Het was eerder al te zien in Wenen en Barcelona. De Weense voorstelling, met Ramón Vargas, Bo Skovhus, Iano Tamar, Alastair Miles en Nadja Michael (toen nog een mezzo) is ooit op dvd uitgekomen,

Konwitschny’s regie vond ik zonder meer goed en – voornamelijk – goed uitgewerkt. Aan het einde van de romantisch neergezette eerste akte (inclusief de sterrenhemel), kwam een witte kale muur naar beneden, waarin de personages tot het einde opgesloten zouden zitten, als in een doos.

 

Carlos549883b434b67

© Annemie Augustijns

Er waren deuren, maar die waren allemaal te klein, waardoor iedereen, inclusief Philippe en Le Grand Inquisiteur, moesten buigen om er in of uit te gaan. Mooie vondst. Het geeft aan dat een ieder eigenlijk een gevangene is, en dat zelfs de grootste heerser ergens voor moet buigen. Voor God? In de visie van Konwitschny lijkt het er sterk op, zeker met de prominente positie die hij aan Karel V (hier niet gestorven maar zich verbergend in een klooster) in zijn productie geeft.

 

Carlos549883ac80c8e

© Annemie Augustijns

In plaats van het ballet kregen wij (voor veel mensen vreemd, voor mij zeer goed bedacht) een soort pantomime, getiteld ‘Eboli’s droom’. Daarin blikt zij vooruit naar de truttigheid van de jaren vijftig en de ultieme droom van de meeste meisjes: trouwen, gezinnetje, (schijn)gezelligheid. Triest, heel erg triest.

 

Carlos549883b3961d6

© Annemie Augustijns

Op een vernuftige manier betrok Konwitschny ook het publiek bij het drama, waardoor je, willens en wetens, deel moest nemen aan de actie. Zonder dat je het goed in de gaten had, klapte je voor een dictator, waardoor je zelf medeverantwoordelijk werd voor tal van gruwelen. Manipulatie? Jazeker, maar het werkte wel….

Er waren ook veel minpunten: er werd, wat mij betreft veel te veel op de grond gevallen en gerollebold – af en toe zie je gewoon niets. Ook het te pas en te onpas herhalen van een Piëta –beeld werd op een bepaalde moment gewoon dodelijk saai.

 

De productie staat ook op You Tube. Hieronder deel 4: hoe de publiek meegesleurd wordt in het spektakel:

Bezocht op 20 februari 2010