Attila

Bestaan er nog zangers die vroege Verdi kunnen zingen?

https://images-na.ssl-images-amazon.com/images/I/61e4wV4hmTL._AC_SX679_.jpg

Aan het begin van het seizoen 2017-2018 werd de Kroatische dirigent Ivan Repušić aangesteld als chef-dirigent van het Münchner Rundfunkorchester. Zijn debuut in die hoedanigheid maakte hij in september 2017 met de concertante uitvoering van Luisa Miller van Verdi. In oktober 2018 vervolgde hij de cyclus van de vroege Verdi’s meesterwerken met I due Foscari en een jaar later was Attila aan de beurt.

Over ‘Luisa Miller’ was ik niet echt enthousiast maar blijkbaar kan het altijd slechter. Dat ligt niet aan de dirigent. Repušić dirigeert zeer gedreven (soms een beetje té) en het koor is prima, maar de zangers! Goede genade!

Goed, Odabella is geen rol voor ‘sissies’, je moet er eigenlijk een stem voor hebben die een soort kruising is tussen Abigaille en Brünhilde en daarbij de Verdiaanse belcanto lijnen goed kunnen volgen, maar er moet toch nog ergens een zangeres te vinden zijn die de rol kan zingen? Liudmyla Monastyrska brult zich door de rol heen: zij doet mij pijn aan de oren en over haar ‘ruime vibrato’ kan ik maar beter zwijgen.

Maar ook Ildebrando D’Arcangelo heeft zijn beste tijd al gehad. Gelaten luister ik naar zijn grote aria ‘Mentre gonfiarsi l’anima’ en probeer niet aan Samuel Ramey (of Ruggiero Raimondi) te denken. George Petean is een goede Ezio en Stefano La Colla een fatsoenlijke Foresto. Er is geen libretto.


GIUSEPPE VERDI
Attila
Ildebrando D’Arcangelo, Liudmyla Monastyrska, Stefano La Colla, Stefan Sbonnik, George Petean, Gabriel Rollinson
Chor des Bayerischen Rundfunks; Munchner Rundfunkorchester olv Ivan Repušić
BR Klassik 900330

Legendarische Attila uit Wenen

AttilaEr zijn van die voorstellingen waar alles perfect op elkaar afgestemd is en waarbij je het gevoel krijgt dat het niet beter kan. Er wordt nog lang over nagepraat en ze verworden tot een legende.

Zo’n voorstelling was Verdi’s Attila in de Weense Staatsoper op 21 december 1980.Het was Giuseppe Sinopoli’s debuut in het huis, zijn naam was nog vrijwel onbekend, maar de aanvankelijke terughoudendheid bij het publiek veranderde in een uitzinnig enthousiasme al bij de eerste maten. Zo warmbloedig, vurig en teder tegelijk heeft men de – toch niet sterkste – score van Verdi niet eerder gehoord.

Nicolai Ghiaurov was een grootse Attila. Met zijn sonore bas gaf hij zijn personage niet alleen de allure van een veldheer maar ook de zachtheid van een liefhebbend man.

In haar rol als Odabella bewees Mara Zampieri dat ze niet alleen een fantastische zangeres is met een stralende hoogte en een dramatisch attaque, maar ook een actrice van formaat

De stretta ‘E gettata la mia sorte’ in de tweede acte verlangt van de bariton de hoge bes. Piero Cappuccilli haalde die met gemak en souplesse, en werd door het uitzinnige publiek gedwongen tot bisseren, iets wat je maar zelden meemaakt in de opera. Een zeldzame ervaring.


Giuseppe Verdi
Attila
Nicolai Ghiaurov, Piero Cappuccilli, Mara Zampieri, Piero Visconti
Chor und Orchester der Wiener Staatsoper olv Giuseppe Sinopoli
Orfeo C 601 0321