Les vêpres siciliennes

Vespri siciliani/Les vêpres siciliennes. A bit of a discography (but not really)

Sicilian Vespers (1846), by Francesco Hayez

Les vêpres siciliennes was Verdi’s first French ‘grande opéra’, which, after much insistence by the Paris Opera, he composed on a libretto by Eugene Scribe and Charles Duyverier. It is one of his longest operas, thanks in part to the lengthy ballet in the third act, which was compulsory for the Paris of the time (no less than half an hour!).

The story is set in Palermo in 1282, during the French occupation of Sicily. The young Sicilian Henri is in love with Hélène, a young Austrian duchess, who is being held prisoner by Guy de Montfort, the French governor of Sicily. When de Montfort turns out to be Henri’s father, the complications are incalculable, and by the end just about everybody is dead.
The premiere in 1855 was a fiasco and a few years later, Verdi adapted the work into the Italian I vespri Siciliani, which was much more successful. However, the opera never became a real box-office hit.



IN FRENCH



Les vêpres siciliennes
was the third release in Opera Rara’s series of ‘original versions’, following earlier releases of Macbeth and Simon Boccanegra. It had already been recorded live at The Camden Theatre in London in May 1969 and broadcast by the BBC in February 1970, but the CD was not released until 2004.

The performance, starring Jacqueline Brumaire, Jean Bonhomme and Neilson Taylor, is fair to good, but as a document it is of extraordinary importance (ORCV303).

In June 2002, our unsurpassed Saturday Matinee staged Les vêpres siciliennes concertante. It is a great pity that the recording has never been released on CD, because the performance (with, among others, Nelly Miricioiu, Francisco Casanova and Zeljko Lucic) was really good.


IN ITALIAN



If you want the Italian version of the opera, the choice is a bit greater, but to say the market is flooded with them?

To be honest, I only know of one studio recording of the work (once RCA RD 80370). The cast includes Martina Arroyo, Plácido Domingo, Sherill Milnes and Ruggiero Raimondi. It is well worth seeing, especially as the music is virtually complete.



For the rest, we have to depend on (admittedly, in most cases very interesting) pirate recordings. Highly recommended is a recording with Montserrat Caballé and Plácido Domingo from Barcelona 1974 (SRO 837-2).

The same recording on another label (SRO is no longer available):



Don’t forget La Divina (with Boris Christoff and others), recorded in 1951 during the Maggio Musicale Fiorentino (Testament SBT 21416).



Fantastic is also the version with Renata Scotto, Gianni and Ruggiero Raimondi from La Scala 1970
The entire opera:

And then there are a few recordings with Cristina Deutekom
This one is from Paris 1974:

And Leyla Gencer.
Recording from 1970:




Please note: most recordings have been (greatly) shortened. Check the internet just to be sure, because these pirate labels come and go and the difference in price can be enormous.



AND ON DVD



In the 1980s, the American Susan Dunn was immensely popular. She was seen as the ultimate Verdi soprano. In her ‘Bologna years’ she became the favourite singer and protégé of Riccardo Chailly, the chief conductor there at the time. She made many CD recordings with him. Apart from Verdi also Mahler, Schoenberg and Beethoven, and they also recorded opera performances for video.

Elena in I vespri Siciliani was one of her star parts. She sang it, with enormous success, for the first time in 1986 (Warner Music Vision 504678029-2). Luca Ronconi’s production is quite traditional and the decors are true to nature. It feels like being among the cacti on a very sultry Sicily. The costumes also leave nothing to be desired, but the whole performance is rather static.


The audience clearly loves it. One open curtain follows another and the singers gratefully accept all the applause. Even though none of the protagonists are great actors – which may also be due to the director – their singing is of a very high level. And there is a surprise too: Anna Caterina Antonacci in the small role of Ninetta.

Below, Susan Dunn sings “Arrigo! Ah, parli a un core”:







Opera Rara: Bellini en Verdi

BELLINI

IL PIRATA

Opera Rara Il Pirata

Il Pirata, één van de mooiste opera’s van Bellini, is voor de meeste mensen niet meer dan een titel. Logisch: het wordt bijna nooit meer opgevoerd en het wordt ook maar zelden opgenomen. Waarom, eigenlijk?

De laatste scène behoort tot de sterkste die Bellini ooit schreef. U hoort er al Donizetti’s Lucia di Lammermoor in. En het openingskoor uit de derde akte, ‘Che rechi tu’, kan je bijna letterlijk in Macbeth en Luisa Miller van Verdi terugvinden

Tot voor kort kende ik maar drie opnamen van de opera, met als Imogene-vertolksters Montserrat Caballé, Maria Callas en Lucia Aliberti. Voor het gemak tel ik de ZaterdagMatinee-uitvoering met Nelly Miricioiu dan niet mee, die is tenslotte niet uitgebracht (ZONDE!). Opera Rara voegt een opname toe aan de kleine discografie.

Bij Opera Rara zingt Carmen Giannattasio de rol van Imogene. Haar timbre is veel lichter en minder dramatisch dan dat van Callas en veel stroever dan dat van Caballé. Maar als je hun stemmen even uit je hoofd zet, kan je niet anders dan toegeven dat zij heel wat te bieden heeft, zeker in haar waanzinaria.

Meer moeite heb ik met de heren. Ludovic Tézier is een voortreffelijke zanger, maar belcanto … nee. Daarvoor is zijn bariton niet soepel genoeg. Toch – in de passages waarin hij wat minder coloraturen te zingen heeft en gewoon autoritair mag zijn, is hij zonder meer overtuigend.

José Bros gold ooit als één van de meest veelbelovende jonge belcantozangers van zijn generatie, een belofte die eigenlijk nooit is ingelost. Prima hoogte, goede coloraturen, maar zijn stem komt af en toe geknepen over.

David Perry dirigeert, één van de grootste belcanto specialisten tegenwoordig dirigeert meer dan bevlogen. (ORC45)

Promovideo met Carmen Giannattasio over (o.a.) haar opname van Il Pirata:

 

LA STRANIERA

Opera Rara La Straniera

Toegegeven, het libretto is zo warrig, dat zelfs de hoofdpersonen waarschijnlijk niet weten wie ze zijn, wat ze aan het doen zijn, met wie, en waarom. Maar de muziek! Als er engelen bestonden dan zouden ze Bellini’s cantilenen uit La Straniera tot vervelens toe (kan men daar verveeld van raken?) herhalen.

Dat geldt nog meer omdat er in de opera, op één of drie keer na, niet echt aria’s voorkomen, niet in de ouderwetse manier althans. Het is meer een ‘conversatiestuk’ met veel dialogen en zeer theatrale, lange scènes, die elkaar toch in een rap tempo opvolgen.

Bellini componeerde La Straniera in 1829, drie jaar voor Norma en La Sonnambula, en je hoort er al de kleine voorbodes in van zijn bekendste muziek (‘Casta Diva!’). Wonderlijk genoeg hoor ik ook flarden uit La Traviata tussendoor…

Alle rollen zijn voortreffelijk bezet. Darío Schmunck is met zijn aangenaam klinkende tenor bijzonder geschikt voor een romantische lover en de lyrische bariton Mark Stone (onthoud die naam!) is een warmbloedige Valdeburgo.

De virtuoze mezzo Enkelejda Shkosa zingt een ontroerende Isoletta en over Patrizia Ciofi volstaat één woord: fenomenaal. Er is geen enkele zangeres die de rol van Aleida tegenwoordig beter, en met meer betrokkenheid, zou kunnen zingen (ORC 38)

Patrizia Ciofi:

 

VERDI

MACBETH

opera rara macbeth

De première van Macbeth in 1847 was zeer succesvol en jarenlang beschouwde Giuseppe Verdi het werk als één van zijn beste opera’s. Toen hij echter in 1865 de partituur weer eens inkeek om een paar voorstellingen in Parijs voor te bereiden, was hij er minder gelukkig mee. Een geheel herziene versie was het resultaat. Het succes bleef echter uit en pas halverwege de vorige eeuw begon een voorzichtige ‘Macbeth-revival’. In die tweede, ‘verbeterde’ versie.

Eind jaren zeventig besloot de BBC om een paar Verdi-opera’s in de oorspronkelijke versie op te voeren en Macbeth was er één van. Dankzij Opera Rara, een firma die zich sterk maakt voor vergeten opera’s (dus waarom ook niet voor vergeten versies van bekende opera’s?), is de opname op de markt gekomen.

Het is fascinerend om al de verschillen zelf te kunnen horen. Want het zijn er behoorlijk wat, voornamelijk in de laatste twee aktes. De slaapwandelscène is hetzelfde gebleven, maar het openingskoor in de derde akte (hier bijna gelijk aan ‘Va pensiero’) en het slot zijn totaal anders. En ‘La luce langue’, de magnifieke aria van Lady Macbeth, heet hier ‘Trionfai! Securi alfine’ en klinkt heel wat minder dramatisch, met veel meer coloraturen.

De uitvoering met onder anderen Peter Glossop, Rita Hunter, John Tomlinson en Kenneth Collins is uitstekend en het BBC Concert Orchestra onder leiding van John Matheson speelt zeer bezield (Opera Rara ORCV301).

Hieronder ‘Trionfai! Securi alfine’ door Rita Hunter:

LE VÊPRES SICILIENNES

opera rara vespri

Les vêpres siciliennes’ was Verdi’s eerste Franse Grande Opéra, die hij – na lang aandringen door de Parijse Opera – componeerde op het libretto van Eugene Scribe en Charles Duyverier. Het is Verdi’s langste opera geworden, wat in de eerste plaats is te danken aan een half uur lange ballet in de derde acte.

The Four Seasons Ballet – I. Prelude & Winter:

Het verhaal speelt zich af in Palermo in 1282, tijdens de Franse bezetting van Sicilië. Henri, een jonge Siciliaan is verliefd op Hélène, een jonge Oostenrijkse hertogin, gevangen gehouden door Guy de Montfort, de Franse gouverneur in Sicilië. Als blijkt dat de Montfort de vader van Henri is, zijn de verwikkelingen niet te overzien, en aan het eind is zowat iedereen dood. De premiere in 1855 was een fiasco, en een paar jaar later bewerkte Verdi het tot I Vespri Siciliani.

Les vêpres siciliennes was de derde uitgave in de serie ‘originele versies’ van Opera Rara, na eerdere uitgaven van Macbeth en Simon Boccanegra. Het werd al in mei 1969 live opgenomen in The Camden Theatre in Londen en in februari 1970 door de BBC uitgezonden, maar de cd-uitgave kwam pas in 2004 op de markt.

De uitvoering, met in de hoofdrollen Jacqueline Brumaire, Jean Bonhomme en Neilson Taylor, is redelijk tot goed, maar als document is het van een buitengewoon belang. (ORCV303).