Ildar_Abdrazakov

Verdi’s Oberto: waarom horen we die opera nooit meer?

Oberto

Daar heb ik werkelijk enorm veel plezier aan beleefd! Nog nooit eerder heb ik Verdi’s eersteling (première 1839 in Milaan) op de planken gezien, en de opera van Bilbao is (was) voor mij terra incognita. Het begon meteen feestelijk. Het orkest onder de bezielende leiding van Yves Abel zette ferm in, en de ene na de andere meezinger kwam voorbij: hier een stukje Rigoletto, daar een snufje Luisa Miller, een aanzet tot Macbeth … Heerlijk.

Ook het bühnebeeld was betoverend mooi, geheel in stijl met de muziek (die toch het meeste aan Lucia di Lamermoor doet denken) en het verhaal. Het was alsof een schilderij van één van de Pre-Rafaëliten tot leven was gewekt. Een pijnlijk moment beleefde ik met de opkomst van Riccardo, de macho verleider die voor al die toestanden heeft gezorgd: de Uruguayaanse tenor Carlo Ventre beschikt weliswaar over een soepele stem, maar zijn metaalachtig timbre en geforceerde hoogte zijn niet mijn cup of tea.

De rest van de cast vond ik werkelijk adembenemend. Marianne Cornetti (Cuniza) en Evelyn Herlitius (Leonora) zongen en acteerden op een hoogst mogelijk niveau. Ildar Abdrazakov zette een fenomenale Oberto neer, alleen al voor zijn vertolking is deze DVD een must.

Giuseppe Verdi
Oberto
Ildar Abdrazakov, Evelyn Herlitzius, Carlo Ventre, Marianne Cornetti; Orquesta Sinfónica del Principado de Asturias olv Yves Abel
Regie: Ignacio Garcia
Opus Arte OA 0982 D

 

Don Carlo uit Torino: krijgen we eindelijk een productie die om te zoenen zo mooi is, wordt er niet goed in gezongen

Don Carlo Torino

Het 400 jaar oude Teatro Regio di Torino werd tijdens een grote brand in 1936 totaal verwoest. Het duurde maar liefst tot april 1973 voordat het herbouwde theater zijn deuren opende.

Het heugelijke feit van die heropening werd veertig jaar later, in 2013, herdacht met een productie van Don Carlo van Verdi. Kosten noch moeite werden gespaard. Men bouwde historisch getrouwe decors, de kostuums werden tot in de kleinste details gekopieerd en er mochten honderden figuranten aanrukken…

Het resultaat is oogverblindend mooi. Je krijgt het gevoel midden in een museum te zijn gedropt, waar je mag deelnemen aan een historisch verantwoorde documentaire. Helaas gaat die documentaire wel enigszins ten onder aan te veel details en te weinig oog voor de magie van de eigen verbeelding.

Ramón Vargas, één van de beste Carlo-vertolkers van de laatste tijd, klinkt duidelijk ongedisponeerd. Svetlana Kasyan (Elisabetta) is een regelrechte ramp: veel te jong, veel te vroeg. Ze weet zich geen raad met haar rol en klinkt zeer verkrampt. En dat ze nu al met een veel te ruim vibrato zingt, is ronduit verontrustend. Zonde, want de jonge Georgische heeft een kanon van een stem. Ze zou er voorzichtiger mee moeten omspringen.

Hieronder het duet van Don Carlo en Elisabetta:

Ook Ludovic Tézier (Posa) en Daniela Barcellona (Eboli) presteren onder hun gebruikelijke niveau. Marco Spotti is een redelijk goede Grand Inquisitore en gelukkig weet Ildar Abdrazakov (Philips) het zangniveau op te krikken.

Het orkest uit Turijn onder leiding van Gianandrea Noseda klinkt zonder meer prima en de solocellist verdient een pluim voor zijn bijdrage aan ‘Ella giammai m’amo’.

Gek eigenlijk: krijgen we eindelijk een productie die om te zoenen zo mooi is, wordt er niet goed in gezongen… En ook niet zo goed geacteerd, want regisseur Hugo de Ana is de personenregie uit het oog verloren.

Hieronder de trailer van de productie:

GIUSEPPE VERDI
Don Carlo
Ramón Vargas, Svetlana Kasyan, Ildar Abdrazakov, Ludovic Tézier, Daniela Barcellona, Marco Spotti e.a.
Orchestra and Chorus Teatro Regio Torino olv Gianandrea Noseda
Regie: Hugo de Ana
OPUS ARTE OA 1128 D

DON CARLO(S). Een poging tot discografie

Rolando Villazon & Ildar Abdrazakov. Omdat het moest?

Duets Villazon Abdrazakov

Er is iets mis met de opname. Het ‘Parelvissers-duet’ begint heel erg zacht, zo zacht dat ik de volumeknop helemaal open moet gooien om dan ergens halverwege, van de schrik zowat van mijn stoel te vallen, zo hard wordt het. Daarna is er niets meer aan de hand. Merkwaardig.

Het duet zelf klinkt ook minder vertrouwd in mijn oren: gewoonlijk zijn het een tenor en een bariton die elkaar een eeuwige vriendschap bezweren, nu is de bariton door een diepe bas vervangen waardoor het duet een totaal andere sfeer ademt.

Dat het best mooi is ligt voornamelijk aan Abdrazakov, Villazons bijdrage kan mij iets minder bekoren. Het is best pijnlijk maar ik kan er echt niet omheen: Villazon zingt niet goed meer en dan druk ik mij voorzichtig uit.

Maar eerlijk is eerlijk: ik heb best van de beide Donizetti-fragmenten genoten. Gounod klinkt ook prima en beide toegiften (‘Granada’ en ‘Ochi Chernyje’) zijn heerlijk om naar te luisteren.

Het orkest uit Montréal onder leiding van Yannick Nézet-Séguin speelt de sterren van de hemel en de door Abdrazakov gezongen aria’s zijn niet te versmaden. Al met al: het is een leuke cd met veel niet voor de hand liggende duetten, wat het tot een echt ‘hebbeding’ maakt..


BIZET, BOITO, DONIZETTI, VERDI, GOUNOD, LARA, HERMANN
Duets
Rolando Villazón (tenor), Ildar Abdrazakov (bas)
Orchestre Métropolitain de Montréal olv Yannick Nézet-Séguin
DG 002894796901 • 61’