opera/operette/oratorium/koorwerken

DRIE ‘FLEDERMAUSEN’ DIE NIEMAND MAG MISSEN

 fledermaus

Het is een geliefd werk om het oude jaar mee te besluiten of het nieuwe jaar mee aan te vangen: Die Fledermaus. De officiële catalogus telt meer dan 28 opnamen, waarvan 10 op dvd.

DVD: THEODOR GUSCHLBAUER, WENEN 1980

fledermaus-wenen

Voor mij is de opname die op oudejaarsavond in 1980 in de Wiener Staatsoper werd opgenomen (Arthouse 107153) verreweg de beste. De productie was één jaar oud en de regie lag in handen van Otto Schenk, een beroemde Weense acteur, die zelf 29 keer de rol van Frosch had gespeeld.

In een rijk en gedetailleerd decor ontvouwt zich een intrige vol leugens, dat tegelijk spannend, komisch en droevig is.

De bezetting kan gewoon niet beter: Bernd Weikl zet de losbandige en oerdomme Eisenstein neer met de nodige knipoog en humor, Lucia Popp is kostelijk als de verveelde huisvrouw Rosalinde, en  Brigitte Fassbaender onweerstaanbaar als prins Orlovsky.

Maar de allerbeste is de jonge Edita Gruberova (Adele): ze koketteert, doet ons lachen om haar bespottelijk accent, en ontroert in haar naïviteit. En dat alles met perfect gezongen coloraturen, brava!

Theodor Guschlbauer laat al in ouverture horen dat het een avond met de meesterlijk uitgevoerde mooiste melodieën gaat worden. Heerlijk.

Hieronder Edita Gruberova zingt ‘Mein Herr Marquis’

DVD: VLADIMIR JUROWSKI, GLYNDEBOURNE 2003

fledermaus-jurowski

 

Het is allemaal de schuld van de champagne, zeggen ze. Zou best kunnen, want het bruist, bubbelt, schittert en spettert dat het een lieve lust is. De bubbels zijn ook letterlijk omnipresent in deze schitterende productie van Die Fledermaus, die in augustus 2003 in Glyndebourne werd opgenomen (Opus Arte OA 0889D).

Het geheel is zeer Art Deco en Jugendstil, met decors die lijken te zijn ontworpen door Otto Wagner en geschilderd door Gustav Klimt. Die laatste is alomtegenwoordig, ook in de kleding. Van de jurk van Rosalinde tot de ‘schlafrok’ van Von Eisenstein, waarin de arme Alfred de gevangenis ingaat.

Voor deze productie zijn nieuwe dialogen geschreven (de regisseur, Stephen Lawless, ziet het stuk als een toneelstuk met muziek), makkelijk te volgen dankzij de Nederlandse ondertitels.

Thomas Allen zet een kruidige von Eisenstein neer die duidelijk aan een midlifecrisis lijdt in een ietwat ingeslapen huwelijk, en Pamela Armstrong is een pittige Rosalinde.

Malena Erdmann is een fantastische Orlofsky en Lybov Petrova en kittige Adele. Eigenlijk zijn ze allemaal fantastisch, inclusief de dirigent – de sprankelende Vladimir Jurowski – die ook actief deelneemt aan de actie.

Zet de champagne maar vast koud, geniet en drink. Niet noodzakelijk met mate.

Een fragment uit de productie:

Interview met Sir Thomas Allen:

CD: HERBERT VON KARAJAN 1960

Fledermaus Karajan

De opname van Herbert von Karajan uit 1960 (Decca 4758319), met o.a.  Waldemar Kmennt, Hilde Gueden, Erika Köth en Eberhard Wächter is een absolute must. Alleen al vanwege de weergaloze ‘einlagen’, waarin de grootste operasterren uit die tijd (uiteraard uit de Decca-staal) een zeer verrassende acte de presence geven.


‘Ivanhoe’ van Marschner: Der Templer und die Jüdin

marschner

Heinrich Marschner … Voor veel Nederlandse operagangers niet meer dan een naam. Geen wonder: wanneer werd hij hier voor het laatst uitgevoerd?

Zelf heb ik een enorm zwak voor zijn romantische griezelsprookjes Der Vampyr en Hans Heilings maar Der Templer und die Jüdin? Nee, daar heb ik nog nooit van gehoord.

Toch was de opera ooit een succesvol werk. Sterker nog: na de première op 22 december 1829 werd het Marschners populairste en vaakst opgevoerde opera (200 keer in 70 jaar tijd). En het is niet zomaar een opera, Der Templer und die Jüdin is een grote romantische opera zoals ze allang niet meer gemaakt worden.

Het libretto is gebaseerd op Ivanhoe van Sir Walter Scott (1819), de eerste grote historische roman in de literatuurgeschiedenis. Het verhaal is heel simpel en ingewikkeld tegelijk. Je hebt de slechteriken (de Normandiërs = Fransen) en de goeden (De Saksen = Engelsen).

Er is een koning (Richard Leeuwenhart), die na het ‘bezoekje’ met kruisvaarders aan het Heilige Land zijn troon opnieuw moet bevechten, het liefst incognito. En er is een tempelier die verliefd wordt op een schone Joodse. Hij ontvoert haar om haar hart (en meer) te veroveren, maar zij moet niets van hem hebben. Tegen beter weten in is ze verliefd geworden op een gewonde ridder (Ivanhoe, maar dat weet niemand). Helaas voor haar is Ivanhoe al jaren stapel op zijn nicht, met wie hij niet mag trouwen omdat ze voor een ander is bestemd.

Er volgen een hoop toestanden. De arme Rebecca wordt veroordeeld tot de brandstapel, maar een anonieme paladijn redt haar leven. Het blijkt Ivanhoe te zijn. Hij trouwt met zijn geliefde en iedereen (op de tempelier na, die is inmiddels dood) leeft nog lang en gelukkig..

Een draak van een verhaal? Misschien, maar mij doet het denken aan de goede oude tijden, toen het goede altijd zegevierde. Aan de tijden toen je, met het geluid van het knisperende hout in de open haard op de achtergrond en met een kop chocolademelk in je hand, je op de bank nestelde om naar een heerlijk hoorspel op de radio te luisteren.

De vergelijking met een hoorspel komt niet zomaar uit de lucht vallen. In de door de firma Myto uitgebrachte opera zit geen libretto. Er is niet eens een synopsis! Het hele verhaal wordt aan elkaar gepraat door een soort ‘ZDF-juffrouw’. Haar warme stem en betrokken voordracht doen mij dus sterk aan de ouderwetse hoorspelen denken (en soms naar terugverlangen!). Het heeft iets. Zeker in de combinatie met de doffe monoklank – de opera is in 1961 in Wenen (live?) opgenomen. Ik kan me voorstellen dat een Hi-Fi-freak hier niets aan vindt, maar voor mij is het een puur, kinderlijk genot.

De muziek is, zoals het een grote romantische opera betaamt – groots, wijds, met grommende violen en onheilspellende celli. Er zijn (kerk)klokken en natuurgetrouwe geluiden. Men denke Weber, Schubert (Fierrabras!) en de vroege Wagner. En natuurlijk Marschner zelf.

De uitvoering? Voor zover de klank het toelaat om het goed te beoordelen: de bariton Georg Oeggl is een fantastische Brian de Bois Gilbert (de tempelier uit de titel) en Liana Synek is een zeer bewogen Rebecca. Haar mooie, hoge sopraan verdient het om gehoord te worden. Maar eigenlijk zingen ze allemaal goed, al die (voor mij) onbekende grootheden.

Het Grosses Orchester der RAVAG (de voorloper van ORF) staat onder leiding van Kurt Tenner en als bonus krijgt u de, in het Italiaans (!) gezongen, hoogtepunten uit Der Vampyr, opgenomen in Milaan in 1953. Leuk!


Heinrich Marschner
Der Tempelier und die Jüdin
Fritz Sperlbauer, Georg Oegll, Kurt Dickl, Leopold Vobruba, Liane Synek e.a.
Tonkünstlerchor en het Grosses Orchester der RAVAG olv Kurt Tenner
MYTO 00249

Meer Marschner:
Het begon met Paganini… Dynamic viert zijn veertigste verjaardag
HANS HEILING als mijnbouwopera in Essen

La Nonne Sanglante oftewel griezelen met Gounod

non

Met de voortschrijdende leeftijd en dito ervaring kun je blasé worden en met een ongepast soort cynisme denken alles te hebben gezien en gehoord. Niet doen, want je kan altijd voor verassingen komen te staan. Zo werd ik geconfronteerd met La Nonne Sanglante, een mij totaal onbekende opera van Charles Gounod.

De opera is nooit een succes geweest en na de première (Parijs, 1854) nooit ergens anders opgevoerd. Tot het operahuis van Osnabrück zich liefdevol over de score ontfermde en het in 2008 op de planken bracht, waarvan het schitterende resultaat nu op twee cd’s is uitgekomen.

Gounod en een thriller, daar denk je in eerste instantie niet aan en toch is ‘De bloederige Non’ een echt griezelverhaal, waarin het spook van de non de plaats inneemt van de bruid. Het komt allemaal goed, maar eerst mogen we lekker huiveren, want Gounod schreef een zeer spannende muziek, vol stormen, donders en rukwinden; maar ook met elegante dansjes.

Natalia Atmanchuk (Agnes) beschikt over een volle, ronde sopraan met een mooie hoogte. Yoonki Baek (Rodolphe) begint aanvankelijk een beetje onvast, maar gaandeweg de opera herstelt hij zich en laat ons een mooie tenor horen. En hoe hoger de noten hoe mooier zijn stem opbloeit.


Charles Gounod
La Nonne Sanglante
Marco Vassalli, Genadius Bergorulka, Yoonki Baek, Natalia Atmanchuk; Osnabrücker Symphonieorchester olv Hermann Bäumer
CPO 777 388-2

Voor meer “griezelopera’s” zie ook:

ROBERT LE DIABLE

SATANELLA

Op zoek naar de ‘volmaakte klank’

schreker

Op de drempel van de twintigste eeuw lieten veel kunstenaars zich in hun werk leiden door het verlangen naar een volmaakte wereld. Bij geen ander was dat zo prominent aanwezig als bij Franz Schreker (1878-1934).

De première van Der ferne Klang, in 1912 in Frankfurt, werd zeer enthousiast ontvangen. In de Frankfurter Zeitung schreef criticus Paul Bekker dat “het publiek zich kon herkennen in de centrale metafoor van Schrekers werk. Iedereen hoort op zeker ogenblik die raadselachtige klank”.

De hoofdpersoon is een componist met maar één verlangen: het ontdekken van de volmaakte klank. Op zijn zoektocht ernaar verstoot hij zijn geliefde Grete en laat alles wat hij liefheeft achter zich. Pas aan het eind, als het al te laat is, beseft hij dat hij de betoverende ‘verre klank’, samen met het geluk, alleen in de liefde voor Grete kon vinden.

Er zijn niet veel officiële opnamen van de opera op de markt. Zelf ken ik er maar één: live opname uit Berlijn 1991, op Capriccio (60024-2). Daar ben ik nooit kapot van geweest en stilletjes hoopte ik dat de NTR hun uitvoering uit september 2004, met onder anderen Anne Schwanewilms op de markt zal brengen. Helaas.

Gelukkig komt nu Walhall met een live radio-opname uit Frankfurt 1948 en daar ben ik zeer blij mee.Het is een fantastische opname, met een voor die tijd buitengewoon goede geluidskwaliteit.

Ik kende geen van de zangers, des te groter was voor mij de verrassing. Der Ferne Klang is een opera die niet makkelijk valt te bezetten. Beide hoofdrollen vereisen grote stemmen die ook uitgesproken lyrisch zijn en dat zijn Ilse Zeyen (Grete) en Heinrich Bensing (Fritz) zeer zeker.

Het radio-orkest uit Frankfurt wordt op sublieme manier gedirigeerd door Winfried Zillig, een in die tijd zeer bekende Duitse componist muziektheoreticus en dirigent.


Franz Schreker
Der ferne Klang
Ilse Zeyen, Heinrich Bensing, Rudolf Gonszar e.a.
Radio-Sinfonie-Orchester Frankfurt olv Winfried Zillig
Walhall WLCD 0374

Meer Schreker:

DIE GEZEICHNETEN. Discografie

DER SCHATZGRÄBER: Amsterdam september 2012

SCHREKER: Irrelohe, Der Schmied von Gent en nog meer…

FRANZ SCHREKER door Lawrence Renes

Franz Schreker: Vom Ewigen Leben

TUSSEN TWEE WERELDEN

Als de blinde prinses Iolanta is Anna Netrebko helemaal in haar element

iolanta

 

In november 2012 was het dan eindelijk zo ver: Anna Netrebko, al sinds jaren de primadonna assoluta voor veel operaliefhebbers, deed ook Amsterdam aan. En niet zo maar in een concert met losse aria’s, maar in een complete opera. Concertante, weliswaar, maar toch. Een uitverkocht Concertgebouw en een eindeloze jubel vielen haar, volkomen terecht ten deel.

In het kader van de Europese tournee deed Iolanta meerdere steden aan en in Essen werd de voorstelling live door DG opgenomen. Een mooi aandenken voor degenen die erbij waren, voor de anderen een goede kennismaking met een opera die meer bekendheid verdient.

Als de blinde prinses Iolanta is Netrebko helemaal in haar element. Ik zou waarachtig geen andere sopraan weten die de rol met zo veel “sehnsucht” en met zo veel fluweel zou kunnen zingen. Haar arioso “Otchego eto prezhde ne znala” kan je gewoon niet onberoerd laten.

Maar ook de heren rondom de diva zijn zeer goed. Sergey Skorokhodov is een imponerende Vaudémont. Zijn Slavisch getimbreerde tenor klinkt lyrisch en krachtig tegelijk en zijn hoge noten neemt hij met een vanzelfsprekend gemak.

Vitalij Kowaljow, gezegend met een indrukwekkende, diepe bas, is een schitterende Koning René en Alexey Markov maakt als Robert veel indruk met ‘Kto možet sravnit’sya’. Het helpt natuurlijk wel dat hij zowat de mooiste noten in de opera krijgt te zingen.

Het Slovenian Philharmonic Orchestra staat onder de kundige (maar niet meer dan dat) leiding van Emmanuel Villaume, maar is niet van hetzelfde niveau als de zangers

 

Opname uit het Mariinsky Theater in 2009:

 

 

Roberts aria, opgenomen in Salzburg in 2011:

 

 

 

 

Pyotr Ilyich Tchaikovsky
Iolanta
Anna Netrebko, Sergey Skorokhodov, Alexey Markov, Vitalij Kowaljow e.a.
Slovenian Philharmonic Orchestra olv Emanuel Villaume
DG 4793969

Verrukkelijke Cendrillon met Joyce DiDonato

cendrillon

Een sprookje kent zijn eigen regels. Veel is inwisselbaar, maar waar niet aan getornd mag worden is het “happy end”. Dus: het lelijke eendje wordt een pracht van een zwaan en Assepoester wordt een prinses. Alle kwade geesten worden gestraft en we kunnen rustig gaan slapen.

Soms bid ik tot diegene in wie ik niet geloof: geef ons onze sprookjes terug, want tegenwoordig moet alles zo natuurgetrouw  en zo realistisch mogelijk. Gelukkig worden mijn gebeden wel eens gehoord en zo kwam het dat ik een ouderwets avondje genieten kon beleven, met mijn poes op schoot en Assepoester op mijn scherm.

Laurent Pelly behoort zonder meer tot één van de beste hedendaagse regisseurs: hij geeft een eigentijdse draai aan alles wat hij doet, maar hij blijft het libretto en de muziek trouw. Zijn ensceneringen zijn daarbij buitengewoon geestig. Zo ook de heerlijke Cendrillon, in 2011 opgenomen in het Royal Opera House in Londen.

Joyce DiDonato (Cendrillon) hoef ik niemand meer aan te bevelen – zij is zonder meer de grootste ‘zwischenfach-zangeres’ van onze tijd.

Ewa Podleś is meer dan een heerlijke stiefmoeder en Alice Coote de charmantste van alle ‘Prins Charmants’. En daar mag je dan de werkelijk idiomatische dirigent (Bertrand de Billy) nog aan toevoegen… Het leven kan soms echt mooi zijn!

Trailer van de productie:

JULES MASSENET
Cendrillon
Joyce DiDonato, Eglise Gutiérez, Alice Coote, Ewa Podleś, Jean-Philippe Lafont e.a.
Royal Opera Choris, Orchestra of the Royal Opeara House olv Bertrand de Billy
Regie: Laurent Pelly
Virgin Classics 60250995

Ein Deutsches Requiem van Brahms door Jan Willem de Vriend: coca-cola light

brahms-requiem

Oei. Zwaar karwei. En: nee, het ligt niet aan het werk. Het Deutsches Requiem van Brahms behoort tot mijn lievelingscomposities van mijn geliefde componist en daar kan ik eigenlijk nooit genoeg van krijgen, maar als het zó moet dan weet ik het niet. Het Rotterdam Symphony Chorus vind ik goed, maar overweldigend, zoals het hoort? Nou, nee…

Dat kan natuurlijk ook aan de dirigent Willem de Vriend liggen. Hij legt er zulke rare accenten op dat ik het werk soms amper herken. En de tempi! De Vriend doet er zeven minuten sneller over dan mijn geliefde Wolfgang Sawallich (Orfeo) en het verschil met Herbert von Karajan (DG) is maar liefst dertien minuten.

Een vriend merkte ooit op dat het voor iedere dirigent een uitdaging is om Brahms’ Requiem te willen dirigeren maar dat er weinig uitverkoren zijn om dat ook werkelijk goed neer te zetten! Hoe waar!

Beide solisten voldoen in ruime mate. Voornamelijk Thomas Oliemans weet mij in ‘Herr, lehre doch mich’ bijzonder te imponeren. Renate Arends intoneert in ‘Ihr habt nun Traurigkeit’ een beetje ruim, maar laat mooie hoge noten horen.

Ik snap best wel dat de Vriend van lichte aanpak houdt, maar Deutsches Requiem is geen coca-cola light!


Johannes Brahms
Ein Deutsches Reqiuem
Renate Arends (sopraan), Thomas Oliemans (batiton)
Residentieorkest/The Hague Philharmonic en het Rotterdam Symphony Chorus olv Jan Willem de Vriend
Challenge Classics CC72738 • 61’

Offenbach’s Bavarian Romp “FANTASIO” – Finally On Disc And Complete

fantasio_front_cover_final

Offenbach aficionados may rejoice. Here is the first complete recording of his opéra comique in 3 acts, 4 tableaux, Fantasio It is based on Alfred de Musset 1834 stage play of ther same title. The musical version was not a big success at the time of its premiere at the Salle Favart in Paris, in January 1872, but like so many Offenbach titles, Fantasio was nonetheless produced at the Theater an der Wien a month later, it was also seen in Graz and Prague in October 1872, and Berlin in 1873. A revival, in a new version, was mounted in Magdeburg in June 1927 as Der Narr der Prinzessin. Then, it seems, it was forgotten for a long time.

Offenbach later re-used the chorus of students from the first act of Fantasio in The Tales of Hoffmann, where it becomes the famous student chorus in the prologue, and the voice of Antonia’s mother in act 3 of Hoffmann enters with a theme from the overture of Fantasio. So at least two tunes from Fantasio have become very well known, in a new context.

12 years ago, Anne Sofie von Otter recorded two numbers from Fantasio for her wonderful Offenbach album on Deutsche Grammophon. I remember thinking, back then, how much I would love to hear the complete score after von Otter’s dazzling rendition of the “Ballad to the Moon” and the big love duett. What fascinating music!

It was only a question of time, I guess, till someone heard my prayers and answered them. Master of Offenbach reconstructions, Jean-Christophe Keck, had also taken an interest in Fantasio. It had been revived in October 2000 at the Opéra de Rennes in a version reassembled by him. The production by Vincent Vittoz went to Tours as well, then onto Nantes and Angers. The show was also performed at the summer festival of Opernbühne Bad Aibling in 2003.

Keck argues that one reason for the long neglect of Fantasio was that it has been difficult to locate a performing edition; only a vocal score was published at the time of the premiere, along with a “corrupt” and re-orchestrated German version.

Keck went back to the first Parisian version from 1872. His “final” re-assembled score was performed live in December 2013 London, in a concert organized by Opera Rara. They then sent their team into the studio to record the show. Just in time for christmas, the label now released the double disc. Thus making Fantasio available for all the world to hear.

The story, in a nut shell, is this: to be close to his love, Princess Elsbeth, the young Munich student Fantasio dresses up as a court jester and enters the palace. En passant he stops the war with Mantua (on the other side of the Bavarian Alps), a deed for which he is given a royal title in the end.

Sarah Connolly is a warm, melancholic and at times decisive Fantasio. Not particularly “Bavarian,” nor typically French. But a joy to listen to. As her Elsbeth, Opera Rara could not have chosen a more beautiful soprano voice than Brenda Rae. In their big duet, the voices melt into one, caress one another and glow next to each other. It is breathtakingly beautiful to listen to them!

All other soloists are also wonderful to listen to, I find, together with the great Opera Rara Chorus they are fabulously accompanied by Sir Marc Elder and the Orchestra of the Age of Enlightenment.

All of you who enjoyed L’Etoile (1877) at De Nationale Opera in Amsterdam: listen to the number “Quand l’ombre des arbres,” that starts with the chorus and is followed by Elsbeth’s aria “Cachons l’ennui” at the start of act 2. You’ll realize where most of Chabrier’s great ideas come from. For operetta and Offenbach fans, this double CD is a must have.


English translation: Kevin Clarke

For the oiginal Dutch/ versie in het Nederlands:

FANTASIO

Wie kent het requiem van Giovanni Bottesini?

bottesini

Bottesini kennen we als de man die de contrabas in het zonnetje heeft gezet. Buitengewoon mooie muziek heeft hij voor het instrument, waar hij een echt virtuoos op was, geschreven.

Bijna niemand weet dat hij ook opera’s componeerde en ik moet bekennen dat ik ze, op een schitterende Ero e Leandro na (er bestaat een prachtige opname van, op Dynamic, zeer aanbevolen!) alleen maar van naam kende. Ik wist dan ook niet dat hij, na de dood van zijn broer Luigi, ook een Requiem heeft gecomponeerd.

Heb ik veel gemist? Moeilijk te zeggen. Ik vind het werk nogal flauw en onevenwichtig, maar misschien ben ik oneerlijk, misschien heb ik te veel naar Verdi en Mozart geluisterd?

Maar misschien ligt het aan de uitvoering dat het werk mij niet echt kan bekoren? Er wordt fatsoenlijk in gezongen, meer niet. Het koor buldert zich door het ‘Dies irae’ heen en het contrast met de daaropvolgende ‘Quid sum miser’ kan niet groter zijn.

Augustin Prunell-Friend beschikt over een zeer lichte tenor, te licht zelfs voor een opname. Zijn geluid is op zich best mooi en lyrisch, zong hij maar niet zo vals! En zijn rollende “r” is ronduit irritant.

Dat de dirigent van oorsprong een contrabassist is verbaast mij niet.


GIOVANNI BOTTESINI
Messa da Requiem
Marta Mathéu (spraan), Gemma Coma-Alabert (mezzo), Augustín Prunell-Friend (tenor), Enric Martínez-Castignani (bariton)
Joyful Company of Singers; London Philharmonic Orchestra olv Thomas Martin
Naxos 8572994 • 65’

‘Big Brother is watching you’: 1984 als opera

1984

De vermaarde dirigent, violist, operadirecteur en componist Lorin Maazel (1930 – 2014) werd geboren in Frankrijk uit Amerikaanse ouders van Russisch-Joodse afkomst. In de laatste jaren van zijn leven legde hij zich steeds meer toe op het componeren. Op 3 mei 2005 ging bij het Londense Royal Opera House zijn eerste en enige opera, 1984 in première.

Maazel schetste zijn opera als volgt: “Een weerzinwekkend verhaal, dat me uit het hart gegrepen is. Het zet de wereld van Big Brother neer. Precies die wereld, vrees ik, waarin we nu leven. In tegenstelling tot de roman eindigt mijn opera met een sprankje hoop.”

Ruim vijf jaar werkte Maazel aan zijn compositie, en volgens The Guardian (die de opera maar niets vond) stak hij ruim 610.000 euro uit eigen zak in de productie. Niks mis mee, zou ik zeggen?

1984 is een typisch Amerikaanse opera geworden. Dat bedoel ik niet negatief; ik houd er juist van. Je hoort de invloeden van Giancarlo Menotti, Carlisle Floyd en Marvin David Levy, en ook John Harbison is nergens ver weg. En al moet Maazel in zijn componerende collega-dirigent André Previn zijn meerdere erkennen (A Streetcar Named Desire heeft veel meer power en zeggingskracht, en de muziek is beslist van een hoger niveau) is de opera echt heel erg spannend.

De Canadese regisseur Robert Lepage draagt bij aan die spanning met zijn enscenering. Rechttoe rechtaan, de muziek en het libretto nauwkeurig volgend.

De bezetting is werkelijk luxueus: Simon Keenlyside, Richard Margison, Nancy Gustafson, Diana Damrau, Lawrence Brownlee… een echte ‘Sternstunde’. Tel dan ook nog de ingesproken ‘telescreen voice’ van Jeremy Irons bij!.

Nancy Gustafson en Simon Keenlyside:

Hoe krijg je het voor elkaar? Verklaart dit misschien waar de eigen financiële inbreng van de componist aan werd uitgegeven?

Meesterwerk of geen meesterwerk: 1984 is zeer de moeite van het bekijken waard.

Ouverture:

Lorin Maazel
1984
Decca 0743289