Heinrich_Marschner

Jan Svatoš oftewel Hans Heiling: een griezelsprookje van Marschner

Tekst: Peter Franken

Heinrich Marschner (1795-1861) was een belangrijke Duitse componist ten tijde van de Romantiek. Hoewel hij een uitgebreid oeuvre op zijn naam heeft staan, is Marschner bij het grote publiek vrijwel in vergetelheid geraakt. Zijn naam leefde in kleine kring wel voort als schrijver van Twaalf Bagatellen voor gitaar, een jeugdwerkje, dat op muziekscholen werd gebruikt. Een soort Clementi voor beginnende gitaristen.

Van de talrijke opera’s die Marschner schreef hadden er drie veel succes: Der Vampyr (1828), Der Templer und die Jüdin (1829) en Hans Heiling (1833). Zijn werk wordt – vooral bij gebrek aan andere voorbeelden – in brede kring gezien als schakel tussen de opera’s van Weber en Wagner. Dat geldt vooral voor Der Vampyr en Hans Heiling die beiden tot het subgenre ‘Scheuerromantik’ gerekend kunnen worden. Hierin is sprake van bovennatuurlijke verschijnselen die de toeschouwer moeten doen huiveren.

Kenmerkend personage is ‘Der bleiche Mann’ die zich onder de mensen begeeft om zichzelf van een vervloeking of een pact met de duivel te verlossen. Daarbij moeten zijn menselijke slachtoffers het natuurlijk ontgelden, tenzij er tijdig door een tegenkracht een stokje voor gestoken wordt. De vampier in de gelijknamige opera behoeft op dit punt geen toelichting. Zijn collega’s vinden we bij Weber in de persoon van Kaspar (Der Freischütz) en bij Wagner in de persoon van Der Holländer. Hans Heiling is de prins van de Aardgeesten die pendelt tussen de bovenaardse en de onderaardse wereld. Hier zien een overeenkomsten met meerdere personages uit Wagners eerste opera Die Feen, meer in het bijzonder Arindal.

Hans Heiling heeft zich onder de mensen begeven en is verliefd geworden op het meisje Anna. Daarbij heeft hij de gedaante van een mens aangenomen en zich voorgedaan als een rijk, geleerd en machtig persoon. Zijn belangstelling voor de ‘bovenwereld’ is genetisch bepaald, hij is namelijk half mens. Ook zijn moeder waagde zich ooit onder de mensen met zoon Hans als tastbare herinnering.

Eenmaal terug in het onderaardse rijk besluit hij definitief zijn kans te wagen bij Anna. Op zijn tocht naar boven neemt hij juwelen mee als ‘Brautschmuck’ en een toverboek dat hem macht geeft over zijn onderdanen. Anna’s moeder zag wel wat in die chique vrijer en heeft haar dochter aangemoedigd hem te accepteren. Maar als Anna in een onbewaakt ogenblik het toverboek heeft ingezien is ze zo geschrokken van de inhoud dat ze van Heiling eist dat hij het verbrandt als voorwaarde voor haar jawoord. Vervolgens gaat hij met haar mee naar een dorpsfestival waar Konrad met Anna wil dansen.

Konrad is al lang verliefd op Anna en de achterdochtige Heiling doorziet dit en weigert Anna te laten gaan. Maar zij maakt hem duidelijk dat hij nog geen rechten heeft omdat het huwelijk nog niet is gesloten. Als Anna later wat door het bos loopt te dwalen beseft ze dat ze een probleem heeft: ze is verliefd op Konrad maar heeft Heiling een trouwbelofte gedaan.

Op dat moment verschijnt de koningin van de Aardgeesten die haar op dreigende wijze ‘verzoekt’ haar zoon los te laten (Hör auf mein Wort’). Moeder wil haar zoon gewoon weer terug waar hij hoort, zonder daarbij acht te slaan op diens wensen. De confrontatie met deze bovennatuurlijke verschijning doet Anna flauwvallen, maar gelukkig vindt Konrad haar, verklaart haar zijn liefde en brengt haar naar huis.

Heiling komt opnieuw naar Anna toe en wil het goed maken door haar meer juwelen te geven. Maar nu ze weet waar die vandaan komen – niet uit de aardse wereld, dus niet pluis – weigert ze deze aan te nemen. Woedend steekt Heiling zijn rivaal Konrad neer en vertrekt weer naar zijn eigen terrein.

Daar blijkt hij geen macht meer over zijn onderdanen te hebben aangezien zijn toverboek in vlammen is opgegaan. Maar als de dwergen zijn wanhoop zien, nadat hij heeft vernomen dat Anna de volgende dag met de slechts licht gewonde Konrad zal trouwen, krijgen ze medelijden en zweren ze hem ondanks alles opnieuw hun trouw.

Boven onderbreekt Heiling de trouwplechtigheid waarop Konrad hem probeert neer te steken, maar zijn mes breekt door Heilings toverkracht. Vervolgens roept hij zijn onderdanen op om de complete dorpsgemeenschap te doden, maar net op tijd komt de koningin tussenbeide. Ze weet haar zoon ertoe te brengen om zich met zijn tegenstrevers te verzoenen (‘Der Liebe Lust und Leid’) en daarna vertrekt het gehele korps weer naar de onderaardse wereld.

Op het label Dynamic is een live opname van Hans Heiling uitgebracht. Het betreft een voorstelling in het Teatro Lirico di Cagliari uit 2004. Regie, kostuums en decor zijn van Pier Luigi Pizzi en dat staat borg voor een goed verzorgd geheel.

Een prachtige vondst van Pizzi is het gebruik van geprojecteerde beelden in de stijl van Salvador Dali op het moment dat Anna het toverboek opent. Plotseling lijkt ze zich in een surrealistische omgeving te bevinden, een angstaanjagende overgang vanuit het Boheemse boerenland.

De titelrol is in handen van Markus Werba, prima verzorgd. Hij weet zijn personage volledig tot leven te wekken, van eenzame Prins via verliefde buitenstaander (‘An jenem Tag’) tot gedesillusioneerde op wraak beluste man. Anna_CaterinaAnna Caterina Antonacci tekent voor de rol van Anna, prachtig gezongen. Gabriela Fontana zingt de rol van de Koningin en Herbert Lippert staat op het toneel als de koene held Konrad.

Behalve een regulier koor is er een belangrijke rol weggelegd voor een uitstekend zingend kinderkoor dat de Aardgeesten vertolkt. We kunnen hen vergelijken met de Nibelungen bij Wagner, dwergen. Het treft dat de kinderen klein van postuur zijn en mooi ijl en hoog kunnen zingen. Daardoor wordt het verschil tussen de bewoners van de boven- en de benedenwereld op geloofwaardige wijze benadrukt.

Goed spelend orkest onder leiding van Renato Palumbo.

Eerste acte:

Tweede en derde acte:

Foto’s: © Priamo Tolu / Teatro Lirico di Cagliari


Hans Heiling: a (not so fairy) tale for Christmas?


HANS HEILING als mijnbouwopera in Essen

Hans Heiling: a (not so fairy) tale for Christmas?

Dynamic Hans Heiling
It was some ten years ago that I, somewhat hesitantly, started to watch Hans Heiling. Never before did I hear the opera, let alone see it. From Heinrich Marschner I only knew Der Vampyr. And, besides, I was a bit afraid of the production. After all the hassle with the ballet in most of the opera’s Pier Luigi Pizzi directed, I feared the worst. Well, that was a surprise! I immediately recognized Pizzi: his predilection for colour (mainly red in all its shades), excesses and physicality was evident here too, but it really worked here.

Hans Heiling (Jan Svatos in Czech) was a legendary king of spirits; his name is often found in Czech and German legends. He falls in love with an earthly girl and swears off his magic power to marry her.

However, she is in love with an ordinary boy and rejects him. Disillusioned (“only a human can try his luck on earth”) Heiling returns to his underground kingdom. A male equivalent of Rusalka, but without the tragic end.

There is insanely good singing and acting, there is not a single weak role. I already knew how formidable Anna Caterina Antonacci can be, but the (also to the eye) very attractive Markus Werba was a true discovery. Very exciting and dazzling. Recommended.

‘Ivanhoe’ van Marschner: Der Templer und die Jüdin

marschner

Heinrich Marschner … Voor veel Nederlandse operagangers niet meer dan een naam. Geen wonder: wanneer werd hij hier voor het laatst uitgevoerd?

Zelf heb ik een enorm zwak voor zijn romantische griezelsprookjes Der Vampyr en Hans Heilings maar Der Templer und die Jüdin? Nee, daar heb ik nog nooit van gehoord.

Toch was de opera ooit een succesvol werk. Sterker nog: na de première op 22 december 1829 werd het Marschners populairste en vaakst opgevoerde opera (200 keer in 70 jaar tijd). En het is niet zomaar een opera, Der Templer und die Jüdin is een grote romantische opera zoals ze allang niet meer gemaakt worden.

Het libretto is gebaseerd op Ivanhoe van Sir Walter Scott (1819), de eerste grote historische roman in de literatuurgeschiedenis. Het verhaal is heel simpel en ingewikkeld tegelijk. Je hebt de slechteriken (de Normandiërs = Fransen) en de goeden (De Saksen = Engelsen).

Er is een koning (Richard Leeuwenhart), die na het ‘bezoekje’ met kruisvaarders aan het Heilige Land zijn troon opnieuw moet bevechten, het liefst incognito. En er is een tempelier die verliefd wordt op een schone Joodse. Hij ontvoert haar om haar hart (en meer) te veroveren, maar zij moet niets van hem hebben. Tegen beter weten in is ze verliefd geworden op een gewonde ridder (Ivanhoe, maar dat weet niemand). Helaas voor haar is Ivanhoe al jaren stapel op zijn nicht, met wie hij niet mag trouwen omdat ze voor een ander is bestemd.

Er volgen een hoop toestanden. De arme Rebecca wordt veroordeeld tot de brandstapel, maar een anonieme paladijn redt haar leven. Het blijkt Ivanhoe te zijn. Hij trouwt met zijn geliefde en iedereen (op de tempelier na, die is inmiddels dood) leeft nog lang en gelukkig..

Een draak van een verhaal? Misschien, maar mij doet het denken aan de goede oude tijden, toen het goede altijd zegevierde. Aan de tijden toen je, met het geluid van het knisperende hout in de open haard op de achtergrond en met een kop chocolademelk in je hand, je op de bank nestelde om naar een heerlijk hoorspel op de radio te luisteren.

De vergelijking met een hoorspel komt niet zomaar uit de lucht vallen. In de door de firma Myto uitgebrachte opera zit geen libretto. Er is niet eens een synopsis! Het hele verhaal wordt aan elkaar gepraat door een soort ‘ZDF-juffrouw’. Haar warme stem en betrokken voordracht doen mij dus sterk aan de ouderwetse hoorspelen denken (en soms naar terugverlangen!). Het heeft iets. Zeker in de combinatie met de doffe monoklank – de opera is in 1961 in Wenen (live?) opgenomen. Ik kan me voorstellen dat een Hi-Fi-freak hier niets aan vindt, maar voor mij is het een puur, kinderlijk genot.

De muziek is, zoals het een grote romantische opera betaamt – groots, wijds, met grommende violen en onheilspellende celli. Er zijn (kerk)klokken en natuurgetrouwe geluiden. Men denke Weber, Schubert (Fierrabras!) en de vroege Wagner. En natuurlijk Marschner zelf.

De uitvoering? Voor zover de klank het toelaat om het goed te beoordelen: de bariton Georg Oeggl is een fantastische Brian de Bois Gilbert (de tempelier uit de titel) en Liana Synek is een zeer bewogen Rebecca. Haar mooie, hoge sopraan verdient het om gehoord te worden. Maar eigenlijk zingen ze allemaal goed, al die (voor mij) onbekende grootheden.

Het Grosses Orchester der RAVAG (de voorloper van ORF) staat onder leiding van Kurt Tenner en als bonus krijgt u de, in het Italiaans (!) gezongen, hoogtepunten uit Der Vampyr, opgenomen in Milaan in 1953. Leuk!


Heinrich Marschner
Der Tempelier und die Jüdin
Fritz Sperlbauer, Georg Oegll, Kurt Dickl, Leopold Vobruba, Liane Synek e.a.
Tonkünstlerchor en het Grosses Orchester der RAVAG olv Kurt Tenner
MYTO 00249

Meer Marschner:
Het begon met Paganini… Dynamic viert zijn veertigste verjaardag
HANS HEILING als mijnbouwopera in Essen