Lucia_Popp

Bruid staat nog steeds te koop

Tekst: Peter Franken

Alles en iedereen stond vorig jaar klaar voor de première van Bruid te koop, de Nederlandse bewerking van Smetana’s Die verkaufte Braut waarmee de Reisopera vervolgens op tournee zou gaan. De lockdown die met onmiddellijke ingang van kracht werd, gooide roet in het eten. Maar gelukkig kon alles opgeschoven worden naar het najaar, op 3 oktober zou de voorstelling alsnog in première gaan. Daarna werd het stil rondom deze veelbelovende productie maar inmiddels staat er een nieuwe datum online. Op 2 april 2022 hoopt de Reisopera in het Wilminktheater de bruid alsnog verkocht te krijgen.

Intussen heb ik me vermaakt met een heel oude productie van Smetana’s bekendste opera met de Tsjechische sopraan Lucia Popp in de titelrol. Het betreft een productie van Otto Schenk voor de Wiener Staatsoper uit 1982. Met Siegfried Jerusalem als Hans, Heinz Zednik als zijn broer Wenzel en Karl Ridderbusch als Kezal de huwelijksmakelaar staat er zowaar bijna een complete Bayreuth bezetting op het toneel.

De enscenering is rechttoe rechtaan zoals we van Schenk gewend zijn. Het eenheidsdecor toont een dorpspleintje met een waterput, een paar muurtjes en een trapje naar een hoger gelegen deel. Verder wat seringen om de lente te suggereren. De kostuums doen nogal folkloristisch aan dus zullen wel in overeenstemming zijn met het Boheemse platteland.

Het verhaal is eenvoudig. Marie is verliefd op een jongeman die zomaar is aan komen lopen in het dorp, niemand kent hem. Haar vader heeft graag dat ze trouwt met de zoon van de rijke boer Micha en die wens is wederzijds. Maar de zoon is kwestie is een beetje dom of op zijn minst erg naïef en hij stottert waardoor hij erg verlegen is en zich liever niet vertoont voordat het huwelijk is geregeld.

Marie’s lover Hans is in werkelijkheid Micha’s oudste zoon die met onmin het ouderlijk huis heeft verlaten en dood wordt gewaand. Hij verkoopt Marie voor 300 gulden mits de huwelijksmakelaar in het contract de eis opneemt dat Marie uitsluitend met Micha’s zoon mag trouwen. Dankzij die voorwaarde kan hij na de nodige verwikkelingen zijn bruid opeisen. Vader Micha stemt er morrend in toe, kennelijk is er behoorlijk veel oud zeer tussen die twee.

De opera heeft een zeer sprankelend begin, de ouverture is een kunststukje en het orkest van de Staatsoper krijgt er mede dankzij dirigent Adam Fischer het publiek bijna mee op de banken. Het applaus duurt zo lang dat Fischer het orkest tweemaal moet laten opstaan, de stemming zit er al gelijk goed in.

De tekst is vaak nogal herhalend en goed beschouwd gebeurt er nogal weinig. Schenk doet zijn best dat met bijkomend toneel wat te verlevendigen maar wat mij betreft zitten er toch behoorlijk veel bijna dode momenten in de handeling. Na dat wervelende begin valt dat natuurlijk extra op. Uiteraard zingen Marie en Hans het mooie duet ‘Mit der Mutter sank ins Grabe’ maar het blijft toch een beetje statisch allemaal.

Gelukkig is er Karl Ridderbusch als huwelijksmakelaar die de rol zingt en acteert als een bas buffo. Daarbij zwaait hij geregeld met een paraplu voor bijkomend komisch effect. Goed beschouwd draagt zijn optreden de voorstelling tot de komst van Heinz Zednik als een werkelijk voortreffelijke Wenzel. Ik kende hem eigenlijk alleen als Loge en vooral Mime en zijn vertolking van Micha’s jongste zoon doet daar in de verte wel een beetje aan denken.

De manier waarop Marie deze verlegen Wenzel op het verkeerde been weet te zetten is kostelijk: ‘Ich weiß Euch einen lieben Schatz’. Daarna zijn we weer terug bij Hans en Kezal die zeer lang de tijd nemen om tot een bindende afspraak te komen. Als de dorpelingen te horen krijgen dat Hans zijn bruid heeft verkocht wordt hij van alle kanten belaagd, zozeer dat hij wegvlucht.

De handeling zakt nu wat in maar alles komt plotseling volop tot leven als het circus Springer verschijnt. Directeur Erich Kunz maakt van zijn toespraak tot het publiek een echte ‘Frosch act’ waarin de indruk wordt gewekt dat hij daadwerkelijk in de Staatsoper is. ‘Als u hier gisteren was gekomen had u mij niet gezien maar ‘Tristan en zijn solde’ of zoiets, maakt niet uit toch? Vervolgens wordt de intendant op de hak genomen en zo verder. Het circus geeft een paar voorproefjes van zijn vrij beperkte kunnen en het publiek komt al helemaal in de stemming voor de komende voorstelling.

De man in het berenpak is dronken maar de danseres Esmeralda weet Wenzel zover te krijgen dat hij die rol op zich neemt. Ze hoeft hem slechts haar eeuwige liefde als beloning in het vooruitzicht te stellen, een kleinigheid die haar gemakkelijk afgaat. In dat kostuum jaagt hij iedereen schrik aan totdat hij zijn hoofd toont: ‘Ich bin kein Bär, ich bin der Wenzel’. Zijn moeder boos en Marie’s keuze, welke van de twee zonen van Micha zal zij tot man nemen, wordt door zijn onbeholpen naïviteit wel erg eenvoudig gemaakt.

Jerusalem zingt een prima Hans maar zijn acteren vind ik nogal eendimensionaal. Hij komt niet veel verder dan smoelen trekken. Lucia Popp’s acteren is ook nogal voorspelbaar maar  veert helemaal op in het duet ‘Mein lieber Schatz, nun aufgepaßt’. Maar ja, ze dan is dan ook erg kwaad op dat moment.

Popp’s zang is om door een ringetje te halen, prachtige sopraan. Jammer voor haar dat er in het Duits wordt gezongen. Haar grote aria ‘Endlich allein!…Wie fremd und tot’ is natuurlijk haar topstuk en in samenspel met Fischer maakt ze er iets heel moois van. Popp zingt het als een monologue intérieur en dat impliceert dat ze zich niet merkbaar moet laten leiden door het orkest, ze is immers helemaal met zichzelf bezig? De vele tempowisselingen die Popp zich veroorlooft worden door Fischer werkelijk fantastisch opgevangen, daar moeten ze flink op gerepeteerd hebben.

Het is een gouwe ouwe deze opname maar zeker de moeite van het (opnieuw) bekijken waard. En nu maar rustig wachten tot 2 april 2022.

De complete opera is ook op YouTube te vinden:

Martha van von Flotow uit Frankfurt. Waarom niet op dvd?

Martha Flotow

De naam van Friedrich von Flotow is voor eeuwig verbonden met maar één opera, Martha. De première vond plaats in Wenen in 1847 en daarna is de opera aan zijn zegetocht begonnen door landen en continenten. Dat de partituur zo geliefd is (of eigenlijk was want de uitvoeringen behoren tegenwoordig tot zeldzaamheden) ligt voornamelijk aan Caruso die in 1906 de opera in de Metropolitan Opera zong.

Zijn opname van ‘M’appari’(‘Ach so Fromm’) werd één van de grootste kascrackers allertijden en er is geen tenor die het niet op zijn repertoire heeft staan. Maar ook de sopraan kreeg van de componist iets prachtigs te zingen, want wie kent ‘The Last Rose of Summer’ (Letzte Rose) niet?

Hieronder Lucia Popp:

Verder heeft de opera weinig te bieden maar vermakelijk is het wel. Het is komisch, men verkleedt zich en er wordt een soort verstoppertje gespeeld.

Naar de foto’s te oordelen was de productie in Frankfurt heel erg leuk om te zien. Spijtig dat het niet op dvd is uitgebracht want van de muzikale gehalte sec moeten we het niet hebben. Er wordt zeer fatsoenlijk gezongen, voornamelijk door Maria Bengtsson (Lady Harriet), het orkest speelt ook prima maar het is niet voldoende om een niet al te sterke opera een nieuwe boost te geven.


FRIEDRICH VON FLOTOW
Martha
Maria Bengtsson, Katharina Magiera, Barnaby Rea, AJ Glueckert, Björn Bürger, Franz Mayer e.a.
Frankfurter Opern-und Museumorchester, Chor der Oper Frankfurt olv Sebastian Weigle
Oehms OC 972

Twee sluwe vosjes van Mackerras

vosje-janacek

Leos Janácek

Geen enkele componist, wellicht op Puccini na, hield zo van vrouwen als Janáček. Niet dat hij een versierder was, al werd hij wel op 70-jarige leeftijd verliefd op een 30 jaar jongere vrouw. Of het iets meer dan alleen een platonische verhouding was, is totaal niet relevant. Kamila Stösslová werd zijn muze, en aan haar had hij zijn mooiste werken opgedragen.

Zonder meer was zij dan ook zijn inspiratie voor het creëren van vrouwenkarakters, die hij met zo veel liefde behandelde dat het volstrekt onmogelijk is om niet van ze te houden. Het mooie, sluwe vosje Bystrouška (wat ‘scherpe oortjes’ betekent) is daar een voorbeeld van.

Bystrouška staat symbool voor alles wat mannen in de opera ontberen, en waarnaar ze verlangen: vrijheid, onafhankelijkheid, schoonheid, maar ook genegenheid. Vandaar dat ze de Boswachter aan Terynka doet denken, een mooi zigeunermeisje, dat ook bij de Schoolmeester en de Pastoor warme gevoelens oproept. Maar het is uiteindelijk de Stroper die Terynka gaat trouwen en zijn bruid een vossenvacht cadeau doet. Symbolischer kan het niet.

Charles Mackerras op Decca (4756872)

vosje-decca

Het sluwe vosje is een pracht van een opera, met muziek die zo mooi is dat het je af en toe pijn doet. Vandaar dat dirigent en orkest niet alleen buitengewoon goed moeten zijn, maar ook bijzondere affiniteit met de muziek van Janáček moeten hebben.

Sir Charles Mackerras is zo’n dirigent. In de jaren tachtig nam hij in Wenen vijf opera’s van Janáček op, waarvoor hij louter lof ontving. En terecht. Enkele jaren geleden heeft Decca al die opera’s gebundeld en in een box uitgebracht, die ik niet anders dan van harte aanbevelen kan.

De rol van Vosje wordt gezongen door Lucia Popp, een zangeres met wellicht één van de mooiste lyrische stemmen uit de geschiedenis: een stem met de schoonheid van een kristal.

De box bevat, behalve ‘Het sluwe vosje’, ‘Jenůfa’, ‘Kát’a Kabanova’, Věc Makropulos’ en ‘Uit een dodenhuis’.

De box bevat behalve Het sluwe vosje ook Jenůfa, Kát’a Kabanova, Věc Makropulos en Uit een dodenhuis. Er zit een helder boekje bij, helaas geen libretto’s.


Charles Mackerras op Arthaus Musik (100240)

vosje-dvd
In 1995 werd Het sluwe vosje opgevoerd in Châtelet in Parijs, in een regie van Nicholas Hytner. De productie werd meteen met de hoogste prijzen onderscheiden. Geen wonder, want het is van een zeldzame schoonheid.

Hytner laat ons een sprookje zien, dat geen sprookje is en waarin mensen en dieren volkomen zijn geïntegreerd in een symbiose van de natuur en de menselijke verlangens.

Eva Jenis is werkelijk fenomenaal als Vosje. Wat die vrouw allemaal in huis heeft, grenst aan het onmogelijke. Ze rent, laat zich vallen, rolt over het toneel, springt dat het een lieve lust is… Dat ze daarbij nog kans ziet om prachtig te zingen, is onvoorstelbaar.

Prachtig is ook Hana Minutillo als Vos en Ivan Kusnjer als de stroper. Thomas Allen bewijst verder eens te meer wat een geweldige en intelligente zangeracteur hij is. Hij heeft de rol al vaker gezongen (ik herinner me een prachtige productie uit de Covent Garden van zo’n 15 jaar geleden), maar nu doet hij het in het Tsjechisch (perfect), in een voor de rest bijna exclusief Tsjechische cast.

Dat het orkest klinkt alsof ze in hun loopbaan niets anders dan Janáček speelden, mag geen wonder heten: de dirigent is dan ook niet minder dan Charles Mackerras

 

DRIE ‘FLEDERMAUSEN’ DIE NIEMAND MAG MISSEN

 fledermaus

Het is een geliefd werk om het oude jaar mee te besluiten of het nieuwe jaar mee aan te vangen: Die Fledermaus. De officiële catalogus telt meer dan 28 opnamen, waarvan 10 op dvd.

 

DVD: THEODOR GUSCHLBAUER, WENEN 1980

fledermaus-wenen

Voor mij is de opname die op oudejaarsavond in 1980 in de Wiener Staatsoper werd opgenomen (Arthouse 107153) verreweg de beste. De productie was één jaar oud en de regie lag in handen van Otto Schenk, een beroemde Weense acteur, die zelf 29 keer de rol van Frosch had gespeeld.

In een rijk en gedetailleerd decor ontvouwt zich een intrige vol leugens, dat tegelijk spannend, komisch en droevig is.

De bezetting kan gewoon niet beter: Bernd Weikl zet de losbandige en oerdomme Eisenstein neer met de nodige knipoog en humor, Lucia Popp is kostelijk als de verveelde huisvrouw Rosalinde, en  Brigitte Fassbaender onweerstaanbaar als prins Orlovsky.

Maar de allerbeste is de jonge Edita Gruberova (Adele): ze koketteert, doet ons lachen om haar bespottelijk accent, en ontroert in haar naïviteit. En dat alles met perfect gezongen coloraturen, brava!

Theodor Guschlbauer laat al in ouverture horen dat het een avond met de meesterlijk uitgevoerde mooiste melodieën gaat worden. Heerlijk.

Hieronder Edita Gruberova zingt ‘Mein Herr Marquis’

DVD: VLADIMIR JUROWSKI, GLYNDEBOURNE 2003

fledermaus-jurowski

 

Het is allemaal de schuld van de champagne, zeggen ze. Zou best kunnen, want het bruist, bubbelt, schittert en spettert dat het een lieve lust is. De bubbels zijn ook letterlijk omnipresent in deze schitterende productie van Die Fledermaus, die in augustus 2003 in Glyndebourne werd opgenomen (Opus Arte OA 0889D).

Het geheel is zeer Art Deco en Jugendstil, met decors die lijken te zijn ontworpen door Otto Wagner en geschilderd door Gustav Klimt. Die laatste is alomtegenwoordig, ook in de kleding. Van de jurk van Rosalinde tot de ‘schlafrok’ van Von Eisenstein, waarin de arme Alfred de gevangenis ingaat.

Voor deze productie zijn nieuwe dialogen geschreven (de regisseur, Stephen Lawless, ziet het stuk als een toneelstuk met muziek), makkelijk te volgen dankzij de Nederlandse ondertitels.

Thomas Allen zet een kruidige von Eisenstein neer die duidelijk aan een midlifecrisis lijdt in een ietwat ingeslapen huwelijk, en Pamela Armstrong is een pittige Rosalinde.

Malena Erdmann is een fantastische Orlofsky en Lybov Petrova en kittige Adele. Eigenlijk zijn ze allemaal fantastisch, inclusief de dirigent – de sprankelende Vladimir Jurowski – die ook actief deelneemt aan de actie.

Zet de champagne maar vast koud, geniet en drink. Niet noodzakelijk met mate.

Twee fragmenten van de productie:

CD: HERBERT VON KARAJAN 1960

Fledermaus Karajan

De opname van Herbert von Karajan uit 1960 (Decca 4758319), met o.a.  Waldemar Kmennt, Hilde Gueden, Erika Köth en Eberhard Wächter is een absolute must. Alleen al vanwege de weergaloze ‘einlagen’, waarin de grootste operasterren uit die tijd (uiteraard uit de Decca-staal) een zeer verrassende acte de presence geven.