Het Jerusalem String Quartet en Sharon Kam spelen Brahms: een cd om te koesteren

Brahms jerusalem

Weinig kamermuziekwerken hebben zo’n immense impact op de gemoedstoestand van de luisteraar als het klarinetkwintet van Brahms. Ten dele ligt het aan het instrument zelf (ook Mozart wist er raad mee), maar met het geluid alleen, zonder de geniale inval van de componist, zou je alleen maar een klank overhouden.

Neem de begintune alleen maar: “ta ta ta ta, tatatataataaa …” en dan, na een minuutje of zo, trekt het zoet-melancholische geluid van de klarinet rechtstreeks je onbewuste in, totdat je je helemaal verloren waant en alleen maar luisteren kan. Oneerbiedig zou je het werk een gigantische ‘oorwurm” kunnen noemen, maar dan wel een zeer welkome oorwurm: één die je het liefst niet meer uit je hoofd zou willen zetten.

“Het Amadeus”, mijn tot nu toe absolute voorkeur en referentiekader, neemt veel snellere tempi dan het Jerusalem Quartet. Hun Allegro is maar liefst anderhalve minuut korter dan bij de Jeruzalemmers en ook in Con moto komen ze een halve minuut eerder bij de finish.

Of het echt belangrijk is? Nee, want de opname op Harmonia Mundi haalt het zeer hoge niveau van de oude meesters ruimschoots in. Al moet ik toegeven dat de oude opname iets heeft waar geen andere mee zich kan meten, een bepaald soort geluid die men meestal met de ‘goede oude tijden” associeert. Zou het aan de opname techniek liggen?

Klarinetkwintet van Brahms door het Amadeus Quartet met Karl Leister:

Voor het tweede strijkkwartet stond mijn voorkeur nooit echt vast. Ik vond het Borodin Quartet mooi, zeer gevoelig ook, zeker mooier dan het Emerson Quartet, die mij nogal koud liet. Het Amadeus Quartet kon (en kan) bij mij nooit kwaad, maar toch had ik het gevoel, dat het ook anders kon, minder “drukkend”, minder onweer voorspellend.

Ik had gelijk. Hierin zijn de Jeruzalemmers de absolute winnaars. Hun portamenti zijn lichter en delicater, ze lijken ook vluchtiger, net de kleuren van een aquarel. Mij bevalt hun lezing zeer. Een cd om te koesteren.


JOHANNES BRAHMS
Clarinet Quintet, String Quartet No.2
Jerusalem Quartet, Sharon Kam (clarinet)
Harmonia Mundi HMC 902152 • 71’

Kremerata Baltica laat de luisteraar met open mond en naar adem happend achter

Weinberg2

Gideon Kremer behoort tot de vurigste pleitbezorgers van de muziek van Weinberg. Het is ook niet de eerste keer dat hij diens muziek onder handen neemt. Met zijn Kremerata Baltica en een paar eminente gasten heeft hij al in 2014 Weinbergs kamermuziekwerken voor cd vastgelegd. En de live opname van Weinbergs vioolsonate die hij samen met Martha Argerich in Lugano maakte is terecht legendarisch geworden.

Kremers weinig subtiele manier van spelen en zijn bijna dierlijke gedrevenheid vormen de beste sleutel tot de muziek van de Pools-Russisch-Joodse componist die decennialang – zo niet vergeten dan verloren was geraakt in de mallemolen van de wereldgeschiedenis.

De opname van de eerste drie kamersymfonieën werd in juni 2015 live gemaakt in de Weense Musikvereinssaal. Zoals verwacht zijn Kremer en zijn ensemble meer dan ideaal voor de onstuimige muziek van de componist die grillig alle muziekwetten aan zijn laars leek te lappen.

Een voorproefje (in slechte kwaliteit): Chamber Symphony No. 2, Op. 147 – III Andante Sostenuto

De bewerking van het pianokwintet uit 1944 lijkt misschien overbodig, maar de toevoeging van slagwerken mist zijn uitwerking niet en maakt het werk monumentaler. Daarbij is de spanning om te snijden.

De vierde symfonie was het laatste werk dat Weinberg instrumenteerde. De toevoeging van de klarinetsolo mist zijn uitwerking niet en laat de luisteraar met open mond en naar adem happend achter. Wat zonder meer ook door de weergaloze spel van de klarinettist Mate Bekavac en de zeer gespierde directie van Mirga  Grazynité-Tyla komt.

Dat het ‘opgepompte’ pianokwintet en de vierde symfonie iets beter klinken dan de andere werken is verklaarbaar: de opname is in de studio gemaakt.


MIECZYSŁAW WEINBERG
Chamber Symphonies; Piano Quintet
Kremerata Baltica, Gidon Kremer (dirigent en viool), Yulianna Avdeeva (piano), Andrei Pushkarev (slagwerken), Mate Bekavac (klarinet), Mirga Gražinité-Tyla (dirigent)
ECM 2538/39 4814604 • 155’ (2cd’s)

Meer Weinberg (selectie):
MIECZYSŁAW WEINBERG. Suite for Orchestra; Symphony No.17 ‘Memory’

War – there is no word more cruel

WEINBERG: vioolconcert

DIE PASSAGERIN (Пассажирка)

MIECZYSŁAW WEINBERG: Complete Sonatas for Violin and Piano

The voice of the Viola in Times of Opression: viola as a voice for the persecuted

 

 

Verismo van Krassimira Stoyanova is eigenlijk té mooi

Stoyanova

De Bulgaarse Krassimira Stoyanova, is één van de fijnste soprano’s die we tegenwoordig hebben. Haar elke nieuwe opname is eigenlijk een feestje en iets om je op te verheugen. De titel alleen al van de nieuwste cd van Stoyanova deed mij likkebaarden, maar ik werd een beetje teleurgesteld. Het klinkt misschien raar, maar het is de schoonheid van haar stem die er voor zorgt dat de cd iets minder bij mij in de smaak valt dan ik zou willen.

Alles wat zij zingt klinkt prachtig mooi, maar voelt alsof zij het niet aandurft om zich volledig te laten gaan. Dat wreekt zich. Zo mist haar ‘Senza mamma’ (Suor Angelica) de wanhoop van de radeloze moeder. Ontroerend? Jazeker, maar hartbrekend? Niet echt.

De meer lyrische rollen gaan haar beter af. Haar Liu is zowat volmaakt en ook in ‘Son pochi fiori’ (L’Amico Fritz) raakt zij bij mij een gevoelige snaar.

Maar wat de cd tot een absolute must maakt, is haar vertolking van ‘Ah! Il suo nome’ uit Lodoletta, die is verschroeiend. Bovendien zingt zij niet de aria “sec”, maar neemt de aanloop er naar toe ook even mee. Zo, met maar liefst dertien minuten speelduur krijgt u meer indruk van wat de, zo verschrikkelijk verwaarloosde opera te bieden heeft.

Jammer dat men – op Edgar, Lodoletta en L’Amico Fritz na –gekozen heeft voor het ijzeren repertoire van de bekendste Puccini aria’s. Plus de onvermijdelijke krakers uit Andrea Chénier, Adriana Lecouvreur en La Wally.

Het Münchner Rundfunkorchester onder leiding van Pavel Baleff begeleidt prima, maar niet uitzonderlijk.


PUCCINI, CILEA, MASCAGNI, CATALANI
Verismo
Krassimira Stoyanova (sopraan)
Münchner Rundfunkorchester olv Pavel Baleff
Orfeo C 899171 A • 70’

PUCCINI door Stoyanova

JEVGENI ONEGIN uit het ROH 2013: lang leve de dubbelganger!

LA JUIVE: discografie

Swingende balletmuziek van Stanislaw Moniuszko

Moniuszko ballet

Wonderlijk hoe het sommige componisten vergaat. Niet, dat Moniuszko ooit een hot item was op de Europese bühnes, maar om hem dan zo helemaal te vergeten… nee, dat verdient hij niet.

moniuszko postzegels

afbeeldingen van opera’s en balletten van Moniuszko op de Poolse postzegels

Dat zijn muziek Pools-nationalistisch en de zingtaal Pools is moet geen belemmering zijn voor opera fanaten. Zeker, omdat zijn muziek, een soort kruising tussen Donizetti en Smetana, meer dan aangenaam is en de Poolse folklore zeer aanstekelijk.

Deze cd met Moniuszko’s balletmuziek  is dan ook een echte sesam voor de Polen-liefhebber. Alle nationale dansen: mazurka, polonaise, krakowiak en meer passeren de revue. En dat er ook de zigeunerdansen tussen zitten? Ach, kniesoor die daarover begint: zigeuners zijn immers altijd een deel van de Poolse folklore geweest. Bovendien heeft Moniuszko ook de Poolse Roma’s in zijn operaoeuvre opgenomen: de onweerstaanbare ‘Gipsy Dans’ komt uit de opera Jawnuta uit 1836.

De dansparade opent, zoals het in Polen hoort, met een grote polonaise: ‘Concert Polonaise’ uit 1866. Zijn grootste hits Halka (de mazurka en de dansen van de bergbewoners uit die opera zijn een absolute hoogtepunt) en Straszny Dwór ontbreken uiteraard niet, maar zelfs de grootste fan wordt verrast, want: wie heeft er ooit van zijn ballet Monte Christo gehoord?

‘Funeral March’ vind ik een vreemde eend in de bijt: zelfs met de beste wil van de wereld kan je het werk geen dans noemen. Dit prachtige, requiem-achtige werk verdient meer dan weggestopt te worden tussen de ene en de andere vrolijkheid.

Als geen ander weet Antoni Wit hoe je met Moniuszko om moet gaan. Net als in zijn eerdere cd met de operaouvertures laat hij het Warsaw Philharmonic Orchestra de boel uit de pan swingen.


Meer Moniuszko door Antoni Wit:
STANISŁAW MONIUSZKO: Ouvertures

STANISŁAW MONIUSZKO
Ballet Music
Warsaw Philharmonic Orchestra olv Antoni Wit
Naxos 8573610 • 76’

VIVA LA MAMMA (Le convenienze ed inconvenienze teatrali)

Viva la maam

Het gebeurt niet vaak dat het operabedrijf door een operacomponist zelf in de maling wordt genomen. Maar ik kan me ontzettend goed voorstellen dat je er soms zo genoeg hebt van verwende diva’s en divo’s met hun onmogelijke eisen, beginners die zich al heel wat vinden en de hele familiecircus er achteraan … Met de Italiaanse moeder voorop.

La Mamma wordt gezongen door een potige bariton in travestie (zou de maker van ‘Hairspray’ de opera hebben gekend?) die ook nog eens vals zingt; en alle karakters en hun ego’s zijn behoorlijk uitvergroot.

Alle vooroordelen worden uit de kast getrokken en we bevinden ons midden in een slapstick of een ‘theater van de lach’ en daar is niets op tegen.

Het is voor het eerst dat de opera uitgevoerd werd in La Scala en een betere ‘première’ kon het werk zich niet wensen: het is in één woord: GEWELDIG! De regie van Antonio Albanese is intelligent en to the point, de kostuums zijn prachtig en het orkest onder Marco Guidarini sprankelend.

Alle rollen zijn voortreffelijk bezet door de voornamelijk (zeer) jonge zangers die een deel uitmaken van het Accademia del Teatro alla Scala, een Italiaans equivalent van onze Opera Studio.

De ‘convenienze ed inconvenienze teatrali’ betekent letterlijk ‘de gemakken en de ongemakken van het theatrale leven’ en heeft betrekking op de strakke regels van toen. Die zijn er gelukkig niet meer, maar de diva’s van weleer hebben plaats gemaakt voor een regisseur. Hebben we nog ergens een Donizetti rondlopen?

Daar wordt een mens vrolijk van.

Gaetano Donizetti
Le convenienze ed inconvenienze teatrali (Viva la mamma)
Jessica Pratt, Simon Bailey, Christian Senn, Vincenzo Taormina, Aurora Tirotta, Leonardo Cortelazzi e.a.
Orchestra, Solisti en Coro dell’Accademia del Teatro alla Scala olv Marco Guidarini
Regie: Antonio Albanese
BelAir BAC063

 

PAVEL HAAS door het Kocian Quartet

Haas Kocian

Van alle leerlingen van Leoš Janáček slaagde Pavel Haas (Brno 1899 – Auschwitz 1944) er het beste in de invloeden van zijn leraar met een eigen muzikale taal te combineren.

 

Haas stil film

Stil uit de film ‘Der Fuehrer schenkt den Juden eine Stadt’. Rechts vooraan Pavel Haas,  luisterend naar de uitvoering van zijn ‘Study in Strings’ door het Ghetto Orchestra.                  © United States Holocaust Museum

Haas was een grote jazz liefhebber en componeerde ook veel toneel-  en  filmmuziek. Het laatste mede onder de invloed van zijn broer, een bekende filmacteur. Zijn grootste liefde gold echter de Moravische volksmuziek.

Het tweede strijkkwartet, bijgenaamd  ‘From the Monkey Mountains’, is een openlijke liefdesverklaring aan Moravië. De muziek is programmatisch, wat betekent dat er zonder gebruik van woorden iets (in dit geval de schoonheid van de natuur) op narratieve manier wordt omschreven.

De delen één en drie zijn uiterst melodieus en tergend mooi. In het tweede en vierde deel zijn enige dissonanten te bespeuren en doen mij sterk aan het, drie jaar later gecomponeerde, tweede strijkkwartet van Janáček denken.

Het vierde deel heeft Haas oorspronkelijk voor een jazzband gecomponeerd, maar de premièrekritieken deden hem besluiten om het toch te veranderen. Op deze opnamen werden er aan het strijkkwartet twee slagwerkers toegevoegd. Een meesterzet.

Het in 1938 gecomponeerde derde strijkkwartet werd pas in januari 1946 voor het eerst uitgevoerd, twee jaar na de dood van de componist.

Het derde strijkkwartet van Haas , hier uitgevoerd door het Pavel Haas Quartet:

De uitvoering door het Kocian Quartet is doorleefd, sprankelend en weemoedig waar nodig. Deze opname is al bijna twintig jaar oud, maar nog steeds onovertroffen. Niet, dat ze veel concurrentie hebben…….Kon ik maar alle kamermuziekliefhebbers overtuigen, dat ze deze prachtige cd moeten kopen!

Haas stolperstein in Brno

Stolperstein voor Pavel Haas in Brno

Pavel Haas
Strijkkwartetten nrs. 1-3 (compleet)
Kocian Quartet
Praga  PRD 250 118

Zie ook:
Entartete Musik, Teresienstadt en Channel Classics

Rudolf Karel, een ‘Theresienstadt componist’ die vrijwel niemand kent

Een zinderende Storm van Frank Martin

Der Sturm

 

Wij operaliefhebbers, dromen van de openbaring van de archieven van de Amsterdamse Matinee. De meeste opnames die zich daar bevinden zijn van onschatbare waarde. En dan verrast een Engelse platenfirma ons opeens met het uitbrengen van de opname van één van de merkwaardigste Matinees:: Der Sturm, opgevoerd in oktober 2008.

Naar het ‘waarom’ kunnen we slechts gissen. Niet dat het er toe doet, maar raar is het wel. Want zeg zelf: het werk is nagenoeg onbekend, de jarenlang in Nederland wonende componist komt oorspronkelijk uit Zwitserland en er wordt in het Duits gezongen…

In oktober 2008 schotelde de ZaterdagMatinee ons de eerste versie van Der Sturm van Frank Martin voor, een mooie maar niet hemelbestormende opera uit 1952. De muziek, zeker aan het begin, doet zeer impressionistisch aan, maar dan wel met zeer sterke invloeden van Wagner.

Zelf vind ik Der Sturm niet het sterkste werk van de door mij anders zeer bewonderde componist. Maar de uitvoering! In de zeer veeleisende rol van Prospero geeft Robert Holl een heuse onemanshow, maar ook de rest van de cast, waaronder veel Nederlanders, mag er zijn!

 

Der Storm Holl

Robert Holl ©Elisabeth Melchior

De bas Ethan Herschenfeld imponeert als Alonso en Dennis Wilgenhof zet een heerlijk karikaturale Caliban neer. Het Groot Omroepkoor is ge woonweg prachtig als de geest Ariel en Thierry Fischer laat het orkest brullen, zinderen en wiegen. Een must.

 

 

 

Frank Martin
Der Sturm
Robert Holl, Christine Buffle, Ethan Herschenfeld, Josef Wagner, Andreas Macco, James Gilchrist, Simon O’Neill, Marcel Bekman, Dennis Wigenhof, Roman Sadnik, André Morsch, Thomas Oliemans
Groot Omroepkoor en Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van Thierry Fischer
Hyperion CDA67821/3

Wozzeck van Alban Berg: discografie.

Wozzeck Buchner

Georg Büchner


Het waargebeurd verhaal over de jonge soldaat Woyzeck, die in 1824 schuldig werd bevonden aan de moord op zijn vriendin en ter dood werd veroordeeld, heeft de jonge Oostenrijker Georg Büchner geïnspireerd tot het schrijven van zijn toneelstuk. Het werk is onafgemaakt is gebleven, Büchner is in 1837 op 24-jarige leeftijd aan tyfus overleden en Woyzeck werd pas in 1913 op de planken gebracht. Alban Berg bezocht het toneelstuk een jaar later in Wenen en besloot er een opera van te maken. De première 14 december 1925 in Berlijn was een overweldigend succes.

Wozzeck Alban&HeleneBerg

Alban en Helene Berg na de première in Berlijn


“Fragmentarisch, hallucinerend en uiterst pessimistisch”. Zo werd het toneelstuk omschreven en zo is de opera zelf ook. Dit werk – misschien wel de aangrijpendste opera van de vorige eeuw – gaat altijd vergezeld van een ongekende ongenaakbaarheid. De muziek is zeer expressief en niet in één definitie samen te vatten: Berg gebruikte zowel de dodekafonie als de zoetste vioolklanken, en wisselde het sprechgesang af met melancholieke ‘aria’s’.

Wozzeck Berg met performers van Wozzeck premiere in Oldenburg

Alban Berg met de Wozzeck – cast na de première in Oldenburg 1929

Meesterwerk of niet (voor mij een absolute meesterwerk): alles staat of valt met de uitvoering en dat zijn er best veel.
Een selectie:

DVD’s

HAMBURG 1970

Wozzeck Blankestein

Onder leiding van Rolf Liebermann groeide de Hamburgse Staatsopera tot één van de beste en spraakmakendste operahuizen ter wereld. Liebermann zorgde voor een goed, gedegen en gevarieerd repertoire met extra veel aandacht voor de hedendaagse werken.

Gelukkig voor ons, die de jaren niet (bewust) hebben meegemaakt, dacht Liebermann ook aan de toekomst en liet de regisseur  Joachim Hess een dertiental van de toenmalige producties voor de TV vastleggen. De meeste opnamen vonden plaats in een studio, met Wozzeck is men uitgeweken naar – en rond – een kasteel in Zuid Duitsland.

De tegenwoordig vrijwel helemaal vergeten bariton Toni Blankenheim was één van de pilaren van de Hamburgse opera. Hij zong er tal van de rollen, maar echt beroemd werd hij pas als Schigolch (Lulu), in de productie met Teresa Stratas.

Zijn zeer charismatische verschijning, zijn enorm acteertalent en zijn buigbare, warme bariton maakten hem meer dan geschikt voor het zingen van rollen van “complexe karakters”. Zoals Wozzeck. Als geen ander is Blankenheim zowat de personificatie van de “simpele ziel”; zijn wanhoop is niet gespeeld en zijn onbegrip staat op zijn gezicht getekend.

Sena Jurinac is een mooie, licht getimbreerde, maar een zeer sensuele en erotisch geladen Marie.

Bruno Maderna is nooit een kampioen geweest in het dirigeren van andermans werken, maar met het idioom van Berg heeft hij zonder meer veel affiniteit.

De productie is zeer realistisch en de spanning is om te snijden. Het is alsof je naar een onvervalste triller zit te kijken.

Liebermann wordt tegenwoordig gezien als de vader van het regietheater, alleen bedoelde hij er iets anders mee dan het huidige conceptualisme en het opzoeken (en vaak overschrijden) van de grenzen van het toelaatbare en de belachelijke. Afijn: kijkt u maar zelf. Die opname is een absolute must (Arthaus Music 101277)

WENEN 1987

Wozzeck Abbado

Deze productie was mijn eerste ‘Wozzeck’ ooit. Ziek werd ik er van, van de emoties en de gevoelens die de opera bij mij opriep. Het meest werd ik toen geraakt door de vertolking van Marie door Hildegard Behrens.

Nog steeds vind ik haar optreden buitengewoon indrukwekkend, maar nu ik de opera beter ken heb ik ook mijn twijfels. Zo nu en dan vind ik haar namelijk een beetje té. Te chargerend in haar spel, maar ook te chargerend in haar zang. Alsof ze de grenzen van wat haar stem aankan is aan het opzoeken. In haar creatie doet ze mij – neem het niet al te letterlijk! – aan de Italiaanse actrice Anna Magnani denken, wat eigenlijk een groot compliment is.

Eerste acte:

Franz Grundhebber zet een verbitterde Wozzeck neer, maar dan één die niet gespeend is van enige pathos.

Heinz Zednik is een ongeëvenaarde kapitein en de jonge Philip Langridge een schitterende Andres.

Tweede acte:

Dat Abbado affiniteit heeft met de muziek van Berg, is nogal wiedes. Hij dirigeert fel en dwingend, de spanning is al vanaf de eerste noot voelbaar. En toch is de lyriek nergens ver weg.

Kunt u zich nog het magische moment herinneren als het doek opengaat? Dat kunt u hier weer beleven. Waarna zich een wereld voor u openbaart die u uit het libretto kent: we bevinden ons in de kamer van de kapitein, met achter het raam een uitzicht op wat weleens een plaats delict zou kunnen worden. En dan de belichting! Om te zoenen zo mooi!

Deze fascinerende productie (regie Adolf Dresen) zou als verplichte kost op alle opleidingen tot operaregisseur vertoond moeten worden. Alleen al om al die regisseurs in spe laten zien dat traditioneel niet automatisch saai of museaal (overigens: daar is ook niets op tegen) betekent.

Derde acte:

En wat is Abbado hier nog jong! (Arthaus Musik 109156)

 

MOSKOU 2010

Wozzeck Nigl Tcherniakov

Hier moet ik, noodgedwongen, kort over zijn. Na ruim vier minuten staren naar een soort poppenhuis met veel boxen, waarin allerlei mensen gezinnetjes speelden en zich verveelden (televisies stonden aan) – dat alles begeleid door een orkest die zijn instrumenten stemde – had ik er al schoon genoeg van. Toch heb ik nog even gekeken want ik was best nieuwsgierig. Helaas, ver ben ik niet gekomen.

Mocht u zin hebben in een avondje spannende theater met veel videobeelden en nog meer muziek, dan is deze dvd iets voor u. Vergeet Wozzeck echter, want deze productie heeft niets, maar dan ook helemaal niets noch met de opera van Alban Berg, noch het toneelstuk van Büchner te maken.

Teodor Currentzis, de lieveling van de Russische publiek, die beroemd (en berucht) is vanwege zijn vreemde tempi, maakt ook hier zijn faam waar(BelAir Classics BAC068)

 

CD’s

BERLIN CLASSICS 1973

wozzeck AdamWozzeck Ad

Deze opname, heruitgebracht op Berlin Classisc, werd in 1973 tijdens een concertante uitvoering in Leipzig (toen nog DDR) live opgenomen.

Wat meteen opvalt is de helderheid van de klank en de fantastische dictie van de zangers. Reiner Goldberg (de tamboer majoor) heeft een ietwat “pijnlijke” hoogte, wat zijn bespottelijkheid als een gesjeesde macho nog onderstreept.

De werkelijk weergaloze Horst Hiestermann (kapitein) bevestigt zijn reputatie als één van de beste karaktertenors uit de geschiedenis en Helmuth Klotz is kostelijk als de totaal verknipte dokter.

Gisela Schröter ontroert als Marie en Theo Adam is een door en door tragische Wozzeck, die het “waarom” maar niet kan begrijpen.

Het orkest onder de sublieme directie van Kegel klinkt afwisselend snerpend en liefdevol, precies zoals deze muziek bedoeld moest zijn. Als je daar niet kapot aan gaat dan heb je geen hart (0184422BC)


DECCA  1981

Wozzeck Wachter

Eberhard Wächter is één van de beste Wozzecks die ik ken. Zijn antiheld klinkt gelaten en wanhopig, maar ook fel en angstaanjagend. En al klinkt zijn stem soms een beetje onevenwichtig: zijn portrettering staat als een huis.

Anja Silja is een wonderlijk lichte, kinderlijk – naïeve Marie. Zeer lyrisch en onbeholpen, iemand om medelijden mee te hebben. Zij is geen volwassen vrouw, meer een kind dat vol leven is en op zoek gaat naar uitdagingen.

Heinz Zednik (kapitein) klinkt nog beter dan in de opname uit Hamburg. Hij zingt zijn rol niet zo verschrikkelijk karikaturaal zoals veel van zijn collega’s, waarmee hij weer eens bewijst dat een goede karaktertenor wellicht een van de moeilijkste stemsoorten is.

Over het Wiener Philharmoniker niets dan lof: onder de bezielde leiding van Christoph von Dohnányi laten ze horen dat deze partituur ze alles behalve vreemd is (4173482)


WARNER CLASSICS 1998

Wozzeck Skovhus

Onder Ingo Metzmacher klinkt de opera moderner dan het in werkelijkheid is. Niet dat het erg is, maar dat maakt het iets afstandelijker. Wél houdt hij er de vaart in, wat de spanning zeer ten goede komt. En in de scènes met Marie houdt hij het orkest verrassend lyrisch.

Bo Skovhus had misschien  nog even mogen wachten met zijn eerste Wozzeck. Hij klinkt een tikkeltje te jong en te gezond; gelukkig weet hij de ‘euvel’ met zijn voortreffelijke stem-acteren te camoufleren.

Angela Denoke vind ik de ster van de opname, al heeft zij iets meer van een koele blondine dan van een straatkat. Denk aan Marlene Dietrich in ‘Der Blaue Engel’.

Dat ik deze opname niet zo vaak beluister, daar is de kapitein van Chris Merritt aan schuldig. Wat die man aan lelijke noten kan produceren grenst bijna aan het onmogelijke. Maar dat is eigenlijk het enige echte minpunt in deze schitterende uitvoering, live opgenomen in Hamburg 1998 (6406622)

 

Naxos 2013

Wozzeck Naxos

Ook de door Naxos in 2013 in Houston live opgenomen uitvoering is meer dan uitstekend.

Roman Trekels droge bariton en zijn nerveuse manier van zingen maken van hem een zowat ideale Wozzeck, die het voornamelijk van zijn zeer imponerende stem-acteren moet hebben. Zijn verstaanbaarheid en zijn tekstbehandeling zijn meer dan subliem. Petje af!

Anne Schwanewilms is een voortreffelijke Marie. Misschien een tikkeltje te netjes en een beetje onderkoeld, maar dat weet zij met haar fluwelen zang te compenseren.

Met de concertante uitvoering van zijn lievelingsopera nam de Oostenrijkse dirigent Hans Graf spectaculair afscheid van zijn orkest. Alleen al voor het orkestrale aandeel is de opname zeer aan te bevelen. (8660390-91)


WOZZECK ZaterdagMatinee

‘Wozzeck’ uit Salzburg: veel Kentridge, weinig Berg

MANFRED GURLITT en de vergeten Wozzeck

Discografie Lulu:
LULU: discografie:

Meer Alban Berg:
Renée Fleming zingt BERG, WELLESZ en ZEISL

Die Soldaten van Bernd Alois Zimmermann in twee opnamen

Soldaten gesprek

Bernd Alois Zimmermann in gesprek met Michael Gielen ©Picture alliance/dpa/Otto Noecker

Heel erg in het kort: de opera gaat over een meisje, Marie, die – min of meer aangemoedigd door haar vader – het hogerop wil proberen. Zij papt aan met de hoge officieren, wordt eerst door hen misbruikt en dan uitgespuugd, om uiteindelijk als een bedelares en een goedkope hoer te eindigen. Maar het libretto, door de componist zelf naar het toneelstuk van Jacob Lenz uit 1776 vervaardigd, is natuurlijk veel ingewikkelder.

Soldaten Lenz

Ook de muziek is zeer complex en zeker niet makkelijk. Bernd Alois Zimmermann behoorde tot de serialisten, maar binnen de beweging had hij zijn eigen weg gevonden. Hij baseerde zijn partituur op een symmetrische intervallenreeks, maar er zijn ook Bach citaten, elektronica en jazz te bespeuren.

Soldaten noten

Tweede akt/Intermezzo

De opera werd aanvankelijk als totaal onuitvoerbaar bestempeld, maar de tijd heeft laten zien dat de criticasters het bij de verkeerde eind hadden. Ik zelf vind het een waar meesterwerk, met zijn intensiteit alleen te vergelijken met Wozzeck, maar je moet je er ook aan overgeven.

KÖLN, 1965 (CD)

Soldaten

De allereerste scènische opvoering vond plaats in 1965 in Köln en werd door de WDR (wel in de studio) gelijktijdig opgenomen. Niet lang erna heeft de firma Wergo het op LP overgezet, tegenwoordig gelukkig ook op cd verkrijgbaar.

De partituur lag in de beste handen: Michael Gielen, niet alleen een waanzinnig goed dirigent maar ook één van de grootste pleitbezorgers van de hedendaagse muziek, stond voor het Keulse Gürzenich-Orchester.

Merkwaardig genoeg werden de hoofdrollen toevertrouwd aan zangers die weinig ervaring hadden met de moderne muziek: een (dramatische) coloratuur sopraan Edith Gabry en Anton de Ridder, bekend van voornamelijk operettes. Het was een gok die buitengewoon goed heeft uitgepakt.

Ik moet toegeven – zonder beelden moet je je zeer op de muziek concentreren, het liefst met je neus in het libretto. En het is gelukkig meegeleverd in het verder bijzonder goed verzorgd booklet, met veel achtergrondinformatie en zelfs partituurfragmenten.

Zeer aanbevolen.

Michael Gielen over Bernd Alois Zimmermann, Die Soldaten en zijn herinneringen aan de première in 1965:

Edith Gabry, Liane Synek, Anton de Ridder, Caudio Nicolai, Zoltan Keleme
Gürzenich-Orchester Köln olv Michael Gielen
Wergo 66982

STUTTGART, 1989 (DVD)

Soldaten dvd

De, in 1989 in Stuttgart opgevoerde, voorstelling in de regie van Harry Kupfer sloeg in als een bom. Het wordt nog steeds als één van de belangrijkste gebeurtenissen uit de tijd beschouwd. Daar kan ik best inkomen, want het laat je niet onberoerd. Sterker: je voelt je door elkaar geschud en ik kan mij voorstellen dat het toen inderdaad als de, door de componist beoogde, “kogel van de tijd” werkte.

De voorstelling is – het is misschien niet het juiste woord, maar ik kan geen ander verzinnen – wervelend, er gebeurt veel en het liefst tegelijk. Er wordt op alle niveau’s gespeeld en alle scènes lopen door elkaar. Geen slechte vondst, vind ik, zeker omdat het stuk zich in drie tijddimensies (vroeger, nu en in de toekomst) afspeelt, maar het is best verwarrend en onrustig. Maar misschien is dat juist de bedoeling?

Op de tenor William Cochran na ken ik geen van de zangers. Hem mocht ik nooit, vond hem brullerig en aanstellerig, ook als bühnefiguur kon hij mij maar met mate overtuigen. Maar hier, in de rol van Descartes, is hij echt op zijn plaats.

Nancy Schade is (ook optisch) een fantastische Marie en het Stuttgarter Ensemble mag best trots zijn op zijn prestaties. Ook het, door Bernhard Kontarsky gedirigeerde, orkest verdient een pluim.

Die Soldaten (Zimmermann) Stuttgart 1989 Shade Munkittick Ebbecke Cochran Hirte

Nancy Shade, Mark Munkittrick, Michael Ebbecke, William Cochrane, Milagro Vargas
The Stuttgart State Opera Chorus, Staatsorchester Stuttgart olv Bernhard Kontarski
Regie: Harry Kupfer
Arthaus Music 100270

ARIADNE AUF NAXOS: Glyndebourne 2013

Ariadne

Ariadne auf Naxos behoort niet tot mijn geliefde opera’s. Ik heb er gewoon geen vat op. Is het een komedie? Is het een drama? Gaat het over mythologische figuren, over een artiestenleven, over “hoge” versus “lage” kunst, over huwelijkstrouw, over ego’s? Of is het gewoon een mix van alles, zoals het leven zelf? Eén ding is zeker: het levert stof tot nadenken. En, mits goed uitgevoerd (en geregisseerd!) kan de opera je een goede avond bezorgen: beschouwelijk en toch vermakelijk. Mits …

Goed, de proloog in deze productie van Katharina Thoma vind ik echt heel erg leuk. Dat de actie zich afspeelt in een kasteel in Sussex in 1940 vind ik geen probleem. Er zijn nergens contradicties met het libretto. Het is geestig, goed geregisseerd (een grote plus voor de personenregie) en zeer vermakelijk.

Maar dan, na de pauze, als wij dus het eigenlijke toneelstuk over Ariadne krijgen (volgens het libretto speelt het zich af op een idyllisch eiland) en wij in een soort veldhospitaal belanden, dan zijn ze mij helemaal kwijt. Ik vind het idioot, onbegrijpelijk, gruwelijk eigenlijk.

Zonde, want de uitvoering is zeker goed, met twee echte uitschieters: Thomas Allen als de briljante muziekmaster en Kate Lindsay (een echte ontdekking!) als het prototype van een jonge componist.

Laura Claycomb is een leuke Zerbinetta: zij ziet er uit als Betty Grable, kan goed acteren en er is ook niets op aan te merken aan haar hoge noten noch haar heerlijke coloraturen. Toch: haar grote aria is niet een echte showstopper.

Sergey Skorokhodov heft voldoende noten en volume in huis om een perfecte Bacchus neer te zetten, maar ziet er zo bespottelijk uit in zijn vermomming van een gewonde frontsoldaat dat ik een giechel kan niet onderdrukken.

Ook Soile Isokoski presteert onder haar gebruikelijke niveau, maar zonder beeld valt van haar zang veel te genieten.

Het orkest onder leiding van Jurowski – het was zijn laatste jaar als chef dirigent in Glyndebourne – speelt gewoon verrukkelijk. En de bonustracks, met onder meer een geanimeerd gesprek met Jurowski en de terugblik van Thomas Allen op zijn “Glyndebourne – jaren” zijn niet te versmaden!

Hieronder een fragment uit de proloog:

Richard Strauss
Ariadne auf Naxos
Soile Isokoski, Kate Lindsay, Laura Claycomb, Sergey Skorokhodov, Thomas Allen London Philharmonic Orchestra olv Vladimir Jurowski
Regie: Katharina Thoma
Opus Arte OA 1135D