Gidon_Kremer

Kremerata Baltica leaves the listener open-mouthed and gasping for breath

Weinberg2

Gidon Kremer is one of the most ardent advocates of Weinberg’s music. This is also not the first time he has tackled his music. With his Kremerata Baltica and a few eminent guests, he has already recorded Weinberg’s chamber music works for CD in 2014. And the live recording of Weinberg’s violin sonata he made with Martha Argerich in Lugano has rightfully become legendary.

Kremer’s unsubtle way of playing and his almost animalistic drive are the best keys to the music of the Polish-Russian-Jewish composer who for decades – if not forgotten – had been lost in the madness of world history.

The recording of the first three chamber symphonies was made live in the Viennese Musikverein in June 2015. As expected, Kremer and his ensemble are more than ideal for the impetuous music of the composer who whimsically seemed to disregard all musical laws.

A foretaste (in poor sound quality): Chamber Symphony No. 2, Op. 147 – III Andante Sostenuto

The arrangement of the 1944 piano quintet may seem superfluous, but the addition of percussion does not miss its effect and makes the work more monumental and the tension is immense.

The fourth symphony was the last work Weinberg orchestrated. The addition of the clarinet solo does not miss its effect and leaves the listener gasping for breath with an open mouth. Which is certainly also thanks to the unparalleled playing of the clarinettist Mate Bekavac and the very muscular conducting of Mirga Grazynité-Tyla.

The fact that the inflated piano quintet and the fourth symphony sound slightly better than the other works can be explained: the recording was made in the studio.


MIECZYSŁAW WEINBERG
Chamber Symphonies; Piano Quintet
Kremerata Baltica, Gidon Kremer (conductor and violin), Yulianna Avdeeva (piano), Andrei Pushkarev (percussion), Mate Bekavac (clarinet), Mirga Gražinité-Tyla (conductor)
ECM 2538/39 4814604 – 155′ (2cd’s)

Translated with http://www.DeepL.com/Translator (free version)

Trio Khnopff speelt Weinberg

Weinberg 1945

De titel: Weinberg 1945 verwijst naar het jaartal waarin alle op deze cd opgenomen composities zijn ontstaan. De eerste uitvoering van het pianotrio vond plaats op 9 juni 1947, door Weinberg zelf en de twee leden van het Beethovenkwartet: Dmitri Tsyganov (viool) en Sergei Shrinsky (cello).

Van het trio bestaan er bij mijn weten al minstens negen uitvoeringen, allemaal goed tot uitstekend. Denk alleen maar aan Gidon Kremer (de grootste pleitbezorger van Weinbergs muziek, Yulianna Avdeeva en Giedrė Dirvanauskaitė (DG).


Of, mijn absolute favoriet met Dmitry Sitkovetsky, David Geringas en Jascha Nemtsov (Hänssler).


Hiermee vergelijken valt deze uitvoering mij een beetje tegen. Voornamelijk vanwege de pianiste: Stéphanie Salmin is te dominant en de pianoklank overheerst de strijkers, iets wat ook aan de opname kan liggen.

Maar de cellosonate en de Rhapsodie op Moravische thema’s (vervang het ‘Moravische’ door het ‘Joodse’, wat eigenlijk de bedoeling was) maken alles goed. Hier krijgen de cellist (Romain Dhainaut) en Sadie Fields (viool) alle ruimte om te schitteren en dat doen zij.

Het is dan ook Sadie Fields die mijn hart volledig heeft gestolen in de Two songs without words die hier hun allereerste uitvoering ooit beleven. Tot voor kort dacht men namelijk dat die twee prachtige miniatuurtjes verloren zijn gegaan.


MIECZYSŁAW WEINBERG
Weinberg 1945
Pianotrio op. 24, Cellosonate nr. 1 in C, op. 21, Two songs without words voor viool en piano, Rhapsody on a Moldavian Theme voor viool en piano op. 47 nr. 3
Trio Khnopff: Sadie Fields (viool), Stéphanie Salmin (piano), Romain Dhainaut (cello)
Pavane ADW 7590

Insomnia van Yuiji Takahashi: balanceren tussen dromen en ontwaken

Kremer Insomnia

Gidon Kremer kun je denken wat je wilt, maar lef kan je hem niet ontzeggen. Met net zoveel vuur houdt hij een pleidooi voor het onbekende als voor het overbekende, al ligt het eerste hem het meest. Twintig jaar geleden kwamen er tegelijkertijd twee nieuwe opnamen van Kremer bij Universal op de markt. Op de ene romantisch-virtuoze vioolmuziek van Dvorak, Strauss en Kreisler, op de andere een avontuurlijke ontdekkingsreis door landen en stijlen.

Kremer romantisch


De vioolsonate van Strauss is niet echt alledaagse kost en ook de lieflijke vioolwerkjes van Dvorak behoren niet tot het dagelijks repertoire: welkom dus. Maar eerlijk is eerlijk, de tweede cd met o.a. Insomnia van Takahashi (tevens de titel van de disk) is verreweg interessanter

Yuji Takahashi (leerling van Xenakis) schreef het werk voor Kremer en Naoko Joshino, die hier de harp verruilde voor het Japanse equivalent, de kugo. Insomnia betekent slapeloosheid en de titel dekt de lading want de meeste werken op deze cd balanceren op een dunne draad tussen het niet kunnen slapen, dromen en het ontwaken. Fascinerend.

Insomnia behoort, samen met de Six Melodies van John Cage en Kaija Saariaho’s Nocturne tot de hoogtepunten van deze cd maar ook de rest, op één enkel stuk na, is buitengewoon interessant. Ik heb de cd net een paar keer teruggedraaid en nog steeds ben ik zeer onder de indruk


Romantic echoes
Richard Strauss, Antonin Dvorak, Kreisler
Gidon  Kremer viool, Oleg Maisenberg piano
DG 4534402

Insomnia
Michio Miyagi , Erik Satie, Jean Françaix, Arvo Pärt , Nino Rota, Alfred Schnittke, Kaija Saariaho, Toru Takemitsu, Yuji Takahashi, John Cage
Gidon Kremer viool, Naoko Joshino harp
Philips 4560162

Mirga Gražinytė -Tyla lifts Weinberg’s autobiography to unprecedented heights

Weinberg Grazynite

Weinberg’s 21st symphony is not a work you can simply listen to. It presents itself as Weinberg’s autobiography: his escape from the Warsaw Ghetto, his arrival and stay in the Soviet Union and his fight with the authorities and the memories. The structure of the symphony is incredibly complex – irreverently one could say that it is unbalanced, because all kinds of things happen in it. Chopin (‘Ballade in g’, ‘Marche Funèbre’), Mahler’s ‘Mutter, ach Mutter’ from his Des Knaben Wunderhorn, a klezmer tune carried by a solo clarinet that turns into a Requiem.

However, aren’t our memories like that? Disordered, one emotion evoking another? Weinberg dedicated his ‘Kaddish’ (one of the most important prayers in the Jewish liturgy that is pronounced after the death of a parent) – symphony from 1991 to the victims of the Warsaw ghetto. Distressing. Just like the life of Weinberg himself.

But do not forget the second symphony! The Adagio is an eleven-minute sadness that hurts so much that it can only lead to a satirical outburst in part three, the Allegretto. My God, what music. What a composer.

I can be brief on the performance. Brilliant. Mirga Gražinytė-Tyla confirms her reputation as one of the best young conductors of today. Under her leadership the City of Birmingham Symphony Orchestra sounds like I haven’t heard it in years, not since the very young and unknown Simon Rattle first took over the reins there. It is therefore gratifying that she has been awarded an exclusive contract with DG.

That she chose Weinberg’s Kaddish for her first recording on the ‘yellow label’ is significant. Knowing her (and her preferences) we can expect exciting recordings of unknown and lesser known works. Go, Mirga, go!

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

MIECZYSŁAW WEINBERG
Symphony no. 2 on. 30; Symphony no. 21 op. 152 (Kaddish)
Gidon Kremer (violin), Maria Barns (soprano), Oliver Janes (clarinet), Georgijs Osokins (piano), Iurii Gavryliuk (double bass)
City of Birmingham Symphony Orchestra, Kremerata Baltica conducted by Mirga Gražinytė -Tyla
DG 48365661Kreme

In Dutch: Mirga Gražinytė -Tyla tilt Weinbergs autobiografie tot de ongekende hoogten

Mirga Gražinytė -Tyla tilt Weinbergs autobiografie tot de ongekende hoogten

Weinberg Grazynite

De 21ste symfonie van Weinberg is geen werk dat je zo maar kunt beluisteren. Het laat zich horen als Weinbergs autobiografie: zijn vlucht uit het getto van Warschau, zijn bekomst in de Sovjet-Unie en zijn gevecht met de autoriteiten en de herinneringen. De structuur van de symfonie is waanzinnig complex – oneerbiedig zou je kunnen zeggen dat het onevenwichtig is want er komt van alles aan voorbij. Chopin (‘Ballade in g’, ‘Marche Funèbre’), Mahlers ‘Mutter, ach Mutter’ uit diens Des Knaben Wunderhorn, een door klarinet-solo gedragen klezmer-deuntje dat in een Requiem overgaat.

Maar: zijn onze herinneringen niet zo? Ongeordend, de ene emotie de andere oproepend? Zijn ‘Kaddish’ (één van de belangrijkste gebeden in de Joodse liturgie dat uitgesproken wordt na een overlijden van een ouder) – symfonie uit 1991 heeft Weinberg opgedragen aan de slachtoffers van het getto van Warschau. Schrijnend. Net als het leven van Weinberg zelf.

Maar vlak de tweede symfonie niet af! Het 11 minuten durende Adagio is niet minder dan elf minuten durende droefheid dat zoveel pijn doet dat het niet anders dan tot een satirische uitbarsting in deel drie, de Allegretto kan leiden. Mijn God, wat een muziek. Wat een componist.

Over de uitvoering kan ik kort zijn. Briljant. Mirga Gražinytė-Tyla bevestigt haar naam als één van de beste jonge dirigenten van tegenwoordig. Onder haar leiding klinkt het City of Birmingham Symphony Orchestra zoals ik ze al jaren niet meer heb gehoord, niet sinds de zeer jonge en onbekende Simon Rattle die daar de scepter ging zwaaien. Het is dan ook verheugend dat zij een exclusief contract met DG heeft gekregen.

Dat zij voor haar eerste opname op de ‘gele label’ juist voor Weinbergs Kaddish koos is tekenend. Haar (en haar voorkeuren) kennende kunnen we spannende opnamen van onbekende en minder bekende werken verwachten. Go, Mirga, go!


MIECZYSŁAW WEINBERG
Symfonie nr. 2 op. 30; Symfonie nr. 21 op. 152 (Kaddish)
Gidon Kremer (viool), Maria Barns (sopraan), Oliver Janes (klarinet), Georgijs Osokins (piano), Iurii Gavryliuk (contrabas)
City of Birmingham Symphony Orchestra, Kremerata Baltica o.l.v. Mirga Gražinytė -Tyla
DG 48365661

Kremerata Baltica laat de luisteraar met open mond en naar adem happend achter

DIE PASSAGERIN (Пассажирка)

MIECZYSŁAW WEINBERG. Suite for Orchestra; Symphony No.17 ‘Memory’

War – there is no word more cruel

Erwin Schulhoff: genres en grenzen overschrijdende muziek

Schulhoff box

“Muziek moet voornamelijk fysiek plezier, zelfs een extase bij de luisteraar teweegbrengen. Zij is geen filosofie, haar oorsprong ligt in de extatische situaties en haar uiting in het ritme” schreef Erwin Schulhoff in 1919.

Vanaf zijn prille jeugd werd Schulhoff gefascineerd door alles wat nieuw was. Zijn muziek was  genres en grenzen – soms zelfs die van een ‘goed fatsoen’ – overschrijdend. Hij was een man van uitersten, hartelijk omarmde hij dada en jazz, had ook een bijzondere voorkeur voor het groteske. Geen wonder, dat de synthese van jazz en klassieke muziek, van alles eigenlijk voor hem niet alleen een uitdaging, maar zelfs zijn artistieke credo werd.

Schulhoff Lockenhaus

Mijn eerste kennismaking met de componist en zijn muziek was dertig jaar geleden, in het door Gidon Kremer geleide kamermuziekfestival in Lockenhaus. Het was voornamelijk zijn strijksextet, met zijn sterke Janaček-invloeden, dat mij naar adem deed happen. Sinds die dag was ik verslaafd.

Het heeft lang geduurd, maar inmiddels heeft Schulhoff zijn weg naar de concertpodia en opnamestudio’s gevonden. Voornamelijk dat laatste, want op concerten wordt hij nog steeds te weinig geprogrammeerd. Waar het aan ligt? Niet aan zijn muziek. Ik vind het buitengewoon pervers dat de vermoorde componisten nog steeds vaak doodgezwegen worden. Voor de tweede keer vermoord.

Schulhoff etersen

Mijn allereerste ‘platen-encounter’ met de componist betrof de opname van de complete strijkkwartetten door het Petersen Quartet, in 1992. Tot mijn vreugde zitten die strijkkwartetten ook in de box met zes cd’s die het label Capriccio onlangs op de markt gebracht. Het betreft opnamen van veel van zijn werken (beste Capriccio: er bestaat meer!) door Deutschlandfunk Kultur tussen 1992 en 2007 gemaakt. De meeste van die opnamen zijn al eerder op Capriccio (maar ook andere, vaak niet meer bestaande labels) verschenen.

De opname uit 2007 van het Dubbelconcert voor fluit en piano, met als solist de Nederlandse fluitist Jacques Zoon is voor mij nieuw. En mooi dat het is! Nieuw voor mij is ook de opname van de tweede en de vijfde symfonie, waarin de Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks onder leiding staat van de grootste pleitbezorger voor de ‘entartete componisten’, James Conlon.


ERWIN SCHULHOFF
Symfonieën nr. 2 & 5, Pianoconcert op. 34, Concerto Doppio, Concert voor strijkkwartet en blazers, Strijkkwartetten nr. 1 & 2, Strijksextet, Sonate voor viool solo, Duo voor viool en cello, Pianosonates nr. 1 & 3, Pianowerken
Jacques Zoon (fluit); Frank-Immo Zichner, Margarete Babinsky (piano); Petersen Quartett; Leipzicher Streichquartett; Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks olv James Conlon; Deutscher Symphonie-Orchester Berlin olv Roland Kluttig
Capriccio C7297

Entartete Musik, Teresienstadt and Channel Classics

Spectrum Concerts Berlin speelt ERWIN SCHULHOFF

ERWIN SCHULHOFF strijkkwartetten door ALMA QUARTET

Kremerata Baltica laat de luisteraar met open mond en naar adem happend achter

Weinberg2

Gideon Kremer behoort tot de vurigste pleitbezorgers van de muziek van Weinberg. Het is ook niet de eerste keer dat hij diens muziek onder handen neemt. Met zijn Kremerata Baltica en een paar eminente gasten heeft hij al in 2014 Weinbergs kamermuziekwerken voor cd vastgelegd. En de live opname van Weinbergs vioolsonate die hij samen met Martha Argerich in Lugano maakte is terecht legendarisch geworden.

Kremers weinig subtiele manier van spelen en zijn bijna dierlijke gedrevenheid vormen de beste sleutel tot de muziek van de Pools-Russisch-Joodse componist die decennialang – zo niet vergeten dan verloren was geraakt in de mallemolen van de wereldgeschiedenis.

De opname van de eerste drie kamersymfonieën werd in juni 2015 live gemaakt in de Weense Musikvereinssaal. Zoals verwacht zijn Kremer en zijn ensemble meer dan ideaal voor de onstuimige muziek van de componist die grillig alle muziekwetten aan zijn laars leek te lappen.

Een voorproefje (in slechte kwaliteit): Chamber Symphony No. 2, Op. 147 – III Andante Sostenuto

De bewerking van het pianokwintet uit 1944 lijkt misschien overbodig, maar de toevoeging van slagwerken mist zijn uitwerking niet en maakt het werk monumentaler. Daarbij is de spanning om te snijden.

De vierde symfonie was het laatste werk dat Weinberg instrumenteerde. De toevoeging van de klarinetsolo mist zijn uitwerking niet en laat de luisteraar met open mond en naar adem happend achter. Wat zonder meer ook door de weergaloze spel van de klarinettist Mate Bekavac en de zeer gespierde directie van Mirga  Grazynité-Tyla komt.

Dat het ‘opgepompte’ pianokwintet en de vierde symfonie iets beter klinken dan de andere werken is verklaarbaar: de opname is in de studio gemaakt.


MIECZYSŁAW WEINBERG
Chamber Symphonies; Piano Quintet
Kremerata Baltica, Gidon Kremer (dirigent en viool), Yulianna Avdeeva (piano), Andrei Pushkarev (slagwerken), Mate Bekavac (klarinet), Mirga Gražinité-Tyla (dirigent)
ECM 2538/39 4814604 • 155’ (2cd’s)

Meer Weinberg (selectie):
MIECZYSŁAW WEINBERG. Suite for Orchestra; Symphony No.17 ‘Memory’

War – there is no word more cruel

WEINBERG: vioolconcert

DIE PASSAGERIN (Пассажирка)

MIECZYSŁAW WEINBERG: Complete Sonatas for Violin and Piano

The voice of the Viola in Times of Opression: viola as a voice for the persecuted

 

 

Martha Argerich en haar vrienden in Lugano 2014

martha

Heeft u ooit La création du monde van Darius Milhaud in bewerking voor pianokwintet gehoord? Nee? Doen! Het, toch al zo fantasievolle ballet wint er niet alleen aan spanning mee, maar krijgt onverwacht een zeer eigentijds tintje. Adembenemend.

Het kwintet plus nog veel meer zeer verrassende heerlijkheden zit in een box met drie cd’s. Allemaal muziek live opgenomen in Lugano in 2014, met als rode draad de onvermoeibare Prima Donna van de piano: Martha Argerich. Die overigens niet aan alles meedoet.

Zo is er Francesco Piemontesi die, in het te zelden gespeelde cellosonate van Poulenc, Gautier Capuçon voortreffelijk op de piano bijstaat. In de cellosonate van Frank Bridge krijgt de hier zeer gevoelig klinkende Capuçon (wat een cellist is hij toch!) even fijnbesnaarde bijstand van Gabriela Montero.

Behalve het kwintet van Milhaud het meest werd ik geraakt door de vioolsonate van Mieczysław Weinberg. Gidon Kremer behoort niet tot de subtielste onder de violisten, maar het ruige, ongeremde en bij vlagen krassende past Weinberg als een handschoen. De, soms zeer wrang klinkende, sonate heeft namelijk ook in zijn meest lyrische passages iets wat ik het beste kan omschrijven als schurende weemoed.

Jammer alleen dat het Orchestra della Svizzera italiana, die onder leiding van Jacek Kaspszyk La Argerich in het twintigste pianoconcert van Mozart begeleidt, niet bijster geïnspireerd klinkt.


MOZART, POULENC, MILHAUD, WEINBERG, BORODIN, MENDELSSOHN, BRIDGE, SCRIABIN
Martha Argerich & Friends
Diverse uitvoerenden
Warner Classics 0825646134601 • 195’ (3cd’s)