Angela_Denoke

Die Tote Stadt discografie. Deel 1

tote stadt poster

,,Het vergeten vormt een deel van alle handelingen”, schreef Nietsche in één van zijn pamfletten. ,,Om te (over)leven moet men soms zijn verleden vernietigen.” Korngold zou het moeten weten, want juist met die woorden kun je de werkelijke thema’s van zijn bekendste opera, Die Tote Stadt, samenvatten.

tote stadt affiche

“A scene from the original 1920 Hamburg production of Die tote Stadt. From left to right: Walter Diehl (Graf Albert); Josef Degler (Fritz) Anny Münchow (Marietta); Felix Rodemund (Gaston); and Paul Schwartz (Victorin).”

Die Tote Stadt beleefde gelijktijdig haar wereldpremière in Keulen (onder directie van Otto Klemperer) en Hamburg op 4 december 1920, waarna de hele wereld volgde. Voor de oorlog was het de meest gespeelde van alle eigentijdse opera’s.

 

RENÉ KOLLO (ooit RCA, tegenwoordig Sony)

tote stadt leinsdorf

Na 1938 werd Die Tote Stadt niet meer uitgevoerd. Pas in de jaren zeventig begon men aan een voorzichtige comeback. Uit die tijd (1975) stamt de eerste en nog steeds (!) de enige studio-opname van de opera.

Jammer genoeg vertelt het tekstboekje (dat voor de rest prima is verzorgd met de goed weergegeven synopsis en het volledige libretto in twee talen) niet het ‘waarom’ van die uitgave. Graag had ik willen weten wie het idee om juist Die Tote Stadt op te gaan nemen had opgevat, des te meer daar het werk toen nog als inferieur werd beschouwd.

Ook Leinsdorf heeft nooit onder stoelen of banken gestoken dat hij het werk niet hoog achtte. En toch dirigeert hij het alsof het om een meesterwerk gaat. Wellicht ging hij er gaandeweg in geloven? Hij geeft de opera de grandeur van een monument en de glans van goud. Bijzonder spannend en energiek leidt hij het schitterend spelende Radio-orkest uit München door de partituur heen. Aan het eind van de eerste acte, als het portret van Marie tot leven komt, waan je je midden in de droomscène uit ‘Spellbound’ van Hitchckock, en zelfs zonder beeld is de spanning om te snijden.

Er wordt ook voortreffelijk gezongen, al heb ik een beetje moeite met Kollo in zijn veeleisende rol van Paul. Tijdens de opname pendelde hij tussen München en Bayreuth, waar hij toen Parsifal zong, waardoor zijn stem wat vermoeid klinkt. Bovendien prefereer ik in die rol een meer lyrische tenor, maar wel één met voldoende kracht om boven het orkest uit te kunnen komen. Fritz Wunderlich had ideaal kunnen zijn, maar die was toen al bijna tien jaar dood, en aan Gösta Winbergh had toen niemand gedacht.

Carol Neblett is een fantastische Marie/Mariette, haar romige sopraan bezit veel kleuren en is goed stabiel in de hoogte. Benjamin Luxon zet een warme en vaderlijke Frank neer en Herman Prey (Fritz) brengt het paradijs dichterbij met zijn zoet gezongen Serenade. Ook de kleine rol van Brigitte wordt fenomenaal gezongen door Rose Wagemann, wellicht de beste Brigitte die ik tot nu toe hoorde.


THOMAS SUNNEGÅRDH (Naxos 8660060-1)

tote stadt naxos

In 1996 werd Die Tote Stadt in het Royal  Swedisch Opera House in Stockholm op het repertoire gezet. Twee van de voorstellingen werden door Naxos live opgenomen en op cd uitgebracht. Het resultaat is beslist niet slecht, men voelt de spanning van het theater wat in feite altijd een pré is. De toneelgeluiden zijn hoorbaar, mij stoort het niet, integendeel. Leif Segerstam dirigeert bedaard en het is te wijten aan een paar coupures dat het geheel bij hem bijna 15 minuten korter is dan bij Leinsdorf.

Paul wordt gezongen door Thomas Sunnegårdh, een Wagner-tenor die voornamelijk imponeert door zijn volume: af en toe ontaardt hij in sprechgesang en de lyriek is nergens te bekennen. Schitterend daarentegen Katarina Dalayman als Marie/Mariette en ook Anders Bergström (Frank) en Per-Arne Wahlgren (Fritz) zetten hun rollen overtuigend neer.


TORSTEN KERL

DVD

tote stadt strassbourg

Opéra National du Rhin in Strasbourg zette Die Tote Stadt in april 2001 op de planken. De zeer omstreden productie door Inga Levant werd door Arthaus Musik (100 342) op dvd uitgebracht.

Als u dacht dat het verhaal van Die Tote Stadt zich aan het eind van de negentiende eeuw in Brugge afspeelt dan heeft u het mis. Weliswaar baseerde Korngold zijn meesterwerk op Rodenbachs  ‘Bruges-la-morte’ en drukte die middeleeuwse stad met zijn mist en symboliek zijn stempel op zowel het libretto als op de muziek, maar Inga Levant weet beter. Zodoende belanden we in Hollywood waar alles mogelijk is en Marietta lijkt niet alleen op Marie maar tevens op Marylin Monroe.

Het geheel is gelardeerd met citaten uit de films van Fellini, maar fusion is in en alles moet kunnen. Gelaten accepteer ik dus dat ‘Mein Sehnen, mein Wänen’ niet door Pierrot maar door de barman – overigens schitterend en met voldoende dosis schmalz vertolkt door Stephan Genz – wordt gezongen.

Moet kunnen? Nee, want als ook het libretto geweld wordt aangedaan dan houdt mijn geduld en tolerantie op. Ik accepteer dus de zelfmoord van Paul niet want hiermee vermoordt hij niet allen zichzelf, maar ook de hele opera.

Torsten Kerl (Paul) en Angela Denoke (Marie/Mariette) zingen prima, maar de laatste overtuigt voornamelijk door haar overweldigende bühnepresence en acteervermogen.

CD Orfeo C 634 042 I

tote stadt salzburg

In de zomer van 2003 werd die opera tijdens de Salzburger Festspiele uitgevoerd. De regie was in handen van Willy Decker en de hoofdrollen werden gezongen door Torsten Kerl, Angela Denoke (ze schenen er een patent op te hebben) en Bo Skovhus. De voorstellingen werden zowel door het publiek als door de pers met een enorm enthousiasme ontvangen en de volledige cast werd beloond met een staande ovatie.

De uitvoering van 18 augustus werd door ORF live opgenomen en op cd uitgebracht. Waarom niet dvd? Door gebrek aan beeld mist men een belangrijk aspect van de voorstelling, des te meer daar de regisseur de rollen van Frank en Fritz door dezelfde zanger liet vertolken wat optisch wellicht in het regieconcept werkte, maar zonder beeld bijzonder verwarrend is.

Torsten Kerl zit duidelijk aan zijn vocale grenzen, wat zich voornamelijk in zijn geknepen hoogte uit. Maar hij kent ook veel mooie en lyrische momenten, iets wat niet gezegd kan worden van Angela Danoke: zonder beeld blijft van haar niets over.

De opera is ook op You Tube te beluisteren:

Maar ook over Bo Skovhus kan ik maar niet enthousiast worden, iets wat me bijzonder zwaar valt: ooit behoorde hij tot één van mijn geliefde baritons. Hij zingt mat, zonder ziel en zijn voordracht van ‘Mein Sehnen, mein Wänen’ is ronduit bleek. Jammer, want dat hij het beter kan heeft hij  al aan het begin van zijn carrière laten horen op één van zijn eerste cd-opnamen:

Reisopera boekt groot succes met ‘Die tote Stadt’

Aanbeden, genegeerd, vergeten: over Erich Wolfgang Korngold en ‘Die Tote Stadt’

Das Wunder der Annemarie Kremers ‘Heliane’

TUSSEN TWEE WERELDEN

DIE KATHRIN

DIE STUMME SERENADE

KORNGOLD: complete songs

ALBAN BERG: Wozzeck. Discografie.

Wozzeck Buchner

Georg Büchner


Het waargebeurd verhaal over de jonge soldaat Woyzeck, die in 1824 schuldig werd bevonden aan de moord op zijn vriendin en ter dood werd veroordeeld, heeft de jonge Oostenrijker Georg Büchner geïnspireerd tot het schrijven van zijn toneelstuk. Het werk is onafgemaakt is gebleven, Büchner is in 1837 op 24-jarige leeftijd aan tyfus overleden en Woyzeck werd pas in 1913 op de planken gebracht. Alban Berg bezocht het toneelstuk een jaar later in Wenen en besloot er een opera van te maken. De première 4 december 1925 in Berlijn was een overweldigend succes.

Wozzeck Alban&HeleneBerg

Alban en Helene Berg na de première in Berlijn


“Fragmentarisch, hallucinerend en uiterst pessimistisch”. Zo werd het toneelstuk omschreven en zo is de opera zelf ook. Dit werk – misschien wel de aangrijpendste opera van de vorige eeuw – gaat altijd vergezeld van een ongekende ongenaakbaarheid. De muziek is zeer expressief en niet in één definitie samen te vatten: Berg gebruikte zowel de dodekafonie als de zoetste vioolklanken, en wisselde het sprechgesang af met melancholieke “aria’s”.

Wozzeck Berg met performers van Wozzeck premiere in Oldenburg

Alban Berg met de Wozzeck – cast na de première in Oldenburg 1929

Meesterwerk of niet: alles staat of valt met de uitvoering en dat zijn er best veel.
Een selectie:

DVD’s

HAMBURG 1970

Wozzeck Blankestein

Onder leiding van Rolf Liebermann groeide de Hamburgse Staatsopera tot één van de beste en spraakmakendste operahuizen ter wereld. Liebermann zorgde voor een goed, gedegen en gevarieerd repertoire met extra veel aandacht voor de hedendaagse werken.

Gelukkig voor ons, die de jaren niet (bewust) hebben meegemaakt, dacht Liebermann ook aan de toekomst en liet de regisseur  Joachim Hess een dertiental van de toenmalige producties voor de TV vastleggen. De meeste opnamen vonden plaats in een studio, met Wozzeck is men uitgeweken naar – en rond – een kasteel in Zuid Duitsland.

De tegenwoordig vrijwel helemaal vergeten bariton Toni Blankenheim was één van de pilaren van de Hamburgse opera. Hij zong er tal van de rollen, maar echt beroemd werd hij pas als Schigolch (Lulu), in de productie met Teresa Stratas.

Zijn zeer charismatische verschijning, zijn enorm acteertalent en zijn buigbare, warme bariton maakten hem meer dan geschikt voor het zingen van rollen van “complexe karakters”. Zoals Wozzeck. Als geen ander is Blankenheim zowat de personificatie van de “simpele ziel”; zijn wanhoop is niet gespeeld en zijn onbegrip staat op zijn gezicht getekend.

Sena Jurinac is een mooie, licht getimbreerde, maar een zeer sensuele en erotisch geladen Marie.

Bruno Maderna is nooit een kampioen geweest in het dirigeren van andermans werken, maar met het idioom van Berg heeft hij zonder meer veel affiniteit.

De productie is zeer realistisch en de spanning is om te snijden. Het is alsof je naar een onvervalste triller zit te kijken.

Liebermann wordt tegenwoordig gezien als de vader van het regietheater, alleen bedoelde hij er iets anders mee dan het huidige conceptualisme en het opzoeken (en vaak overschrijden) van de grenzen van het toelaatbare en de belachelijke. Afijn: kijkt u maar zelf. Die opname is een absolute must (Arthaus Music 101277)

 

WENEN 1987

Wozzeck Abbado

Deze productie was mijn eerste ‘Wozzeck’ ooit. Ziek werd ik er van, van de emoties en de gevoelens die de opera bij mij opriep. Het meest werd ik toen geraakt door de vertolking van Marie door Hildegard Behrens.

Nog steeds vind ik haar optreden buitengewoon indrukwekkend, maar nu ik de opera beter ken heb ik ook mijn twijfels. Zo nu en dan vind ik haar namelijk een beetje té. Te chargerend in haar spel, maar ook te chargerend in haar zang. Alsof ze de grenzen van wat haar stem aankan is aan het opzoeken. In haar creatie doet ze mij – neem het niet al te letterlijk! – aan de Italiaanse actrice Anna Magnani denken, wat eigenlijk een groot compliment is.

Franz Grundhebber zet een verbitterde Wozzeck neer, maar dan één die niet gespeend is van enige pathos.

Heinz Zednik is een ongeëvenaarde kapitein en de jonge Philip Langridge een schitterende Andres.

Dat Abbado affiniteit heeft met de muziek van Berg, is nogal wiedes. Hij dirigeert fel en dwingend, de spanning is al vanaf de eerste noot voelbaar. En toch is de lyriek nergens ver weg.

Kunt u zich nog het magische moment herinneren als het doek opengaat? Dat kunt u hier weer beleven. Waarna zich een wereld voor u openbaart die u uit het libretto kent: we bevinden ons in de kamer van de kapitein, met achter het raam een uitzicht op wat weleens een plaats delict zou kunnen worden. En dan de belichting! Om te zoenen zo mooi!

Deze fascinerende productie (regie Adolf Dresen) zou als verplichte kost op alle opleidingen tot operaregisseur vertoond moeten worden. Alleen al om al die regisseurs in spe laten zien dat traditioneel niet automatisch saai of museaal (overigens: daar is ook niets op tegen) betekent.

En wat is Abbado hier nog jong! (Arthaus Musik 109156)

Trailer van de productie:

 

MOSKOU 2010

Wozzeck Nigl Tcherniakov

Hier moet ik, noodgedwongen, kort over zijn. Na ruim vier minuten staren naar een soort poppenhuis met veel boxen, waarin allerlei mensen gezinnetjes speelden en zich verveelden (televisies stonden aan) – dat alles begeleid door een orkest die zijn instrumenten stemde – had ik er al schoon genoeg van. Toch heb ik nog even gekeken want ik was best nieuwsgierig. Helaas, ver ben ik niet gekomen. Mocht u zin hebben in een avondje spannende theater met veel videobeelden en nog meer muziek, dan is deze dvd iets voor u. Vergeet Wozzeck echter, want deze productie heeft niets, maar dan ook helemaal niets noch met de opera van Alban Berg, noch het toneelstuk van Büchner te maken. Teodor Currentzis, de lieveling van de Russische publiek, die beroemd (en berucht) is vanwege zijn vreemde tempi, maakt ook hier zijn faam waar (BelAir Classics BAC068)

 

 

 

CD’s

BERLIN CLASSICS 1973

Wozzeck Theo Adam

Wozzeck Ad

Deze opname, heruitgebracht op Berlin Classisc, werd in 1973 tijdens een concertante uitvoering in Leipzig (toen nog DDR) live opgenomen.

Wat meteen opvalt is de helderheid van de klank en de fantastische dictie van de zangers. Reiner Goldberg (de tamboer majoor) heeft een ietwat “pijnlijke” hoogte, wat zijn bespottelijkheid als een gesjeesde macho nog onderstreept.

De werkelijk weergaloze Horst Hiestermann (kapitein) bevestigt zijn reputatie als één van de beste karaktertenors uit de geschiedenis en Helmuth Klotz is kostelijk als de totaal verknipte dokter.

Gisela Schröter ontroert als Marie en Theo Adam is een door en door tragische Wozzeck, die het “waarom” maar niet kan begrijpen.

Het orkest onder de sublieme directie van Kegel klinkt afwisselend snerpend en liefdevol, precies zoals deze muziek bedoeld moest zijn. Als je daar niet kapot aan gaat dan heb je geen hart (0184422BC)


 

DECCA  1981

Wozzeck Wachter

Eberhard Wächter is één van de beste Wozzecks die ik ken. Zijn antiheld klinkt gelaten en wanhopig, maar ook fel en angstaanjagend. En al klinkt zijn stem soms een beetje onevenwichtig: zijn portrettering staat als een huis.

Anja Silja is een wonderlijk lichte, kinderlijk – naïeve Marie. Zeer lyrisch en onbeholpen, iemand om medelijden mee te hebben. Zij is geen volwassen vrouw, meer een kind dat vol leven is en op zoek gaat naar uitdagingen.

Heinz Zednik (kapitein) klinkt nog beter dan in de opname uit Hamburg. Hij zingt zijn rol niet zo verschrikkelijk karikaturaal zoals veel van zijn collega’s, waarmee hij weer eens bewijst dat een goede karaktertenor wellicht een van de moeilijkste stemsoorten is.

Over het Wiener Philharmoniker niets dan lof: onder de bezielde leiding van Christoph von Dohnányi laten ze horen dat deze partituur ze alles behalve vreemd is (4173482)


WARNER CLASSICS 1998

Wozzeck Skovhus

Onder Ingo Metzmacher klinkt de opera moderner dan het in werkelijkheid is. Niet dat het erg is, maar dat maakt het iets afstandelijker. Wél houdt hij er de vaart in, wat de spanning zeer ten goede komt. En in de scènes met Marie houdt hij het orkest verrassend lyrisch.

Bo Skovhus had misschien  nog even mogen wachten met zijn eerste Wozzeck. Hij klinkt een tikkeltje te jong en te gezond; gelukkig weet hij de “euvel” met zijn voortreffelijke stem-acteren te camoufleren.

Angela Denoke vind ik de ster van de opname, al heeft zij iets meer van een koele blondine dan van een straatkat. Denk aan Marlene Dietrich in Der Blaue Engel.

Dat ik deze opname niet zo vaak beluister, daar is de kapitein van Chris Merritt aan schuldig. Wat die man aan lelijke noten kan produceren grenst bijna aan het onmogelijke. Maar dat is eigenlijk het enige echte minpunt in deze schitterende uitvoering, live opgenomen in Hamburg 1998 (6406622)

 


 

Naxos 2013

Wozzeck Naxos

Ook de door Naxos in 2013 in Houston live opgenomen uitvoering is meer dan uitstekend.

Roman Trekels droge bariton en zijn nerveuse manier van zingen maken van hem een zowat ideale Wozzeck, die het voornamelijk van zijn zeer imponerende stem-acteren moet hebben. Zijn verstaanbaarheid en zijn tekstbehandeling zijn meer dan subliem. Petje af!

Anne Schwanewilms is een voortreffelijke Marie. Misschien een tikkeltje te netjes en een beetje onderkoeld, maar dat weet zij met haar fluwelen zang te compenseren.

Met de concertante uitvoering van zijn lievelingsopera nam de Oostenrijkse dirigent Hans Graf spectaculair afscheid van zijn orkest. Alleen al voor het orkestrale aandeel is de opname zeer aan te bevelen. (8660390-91)


WOZZECK ZaterdagMatinee

‘Wozzeck’ uit Salzburg: veel Kentridge, weinig Berg

Discografie Lulu:
LULU: discografie:

Meer Alban Berg:
Renée Fleming zingt BERG, WELLESZ en ZEISL

 

 

 

 

VĚC MAKROPOULOS

 

makropulos-blu

Het eeuwige leven, willen we het stiekem niet allemaal? Zeker als je daarbij jong, mooi en gezond blijft? En al helemaal als je een operazangeres bent en al die honderden jaren van je leven je stem kan vervolmaken. Helaas is er ook een keerzijde: je wordt cynisch en niets boeit je meer, ook de seks niet. Immers: je hebt het allemaal al gezien?

Emilia Marty (of Elina Makropoulos, of Eugenia Montez, of één van de andere van haar vroegere alter egos) brengt opschudding in het leven van iedereen, maar zelf blijft ze er kalm onder. Ooit heeft ze liefgehad, maar ook dat is al meer dan honderd jaar geleden. Nu lijkt haar einde toch dichterbij te komen, dus moet ze het ooit door haar vader uitgevonden elixer terug zien te vinden. Maar misschien is de dood toch de oplossing?

 

makropo

Věc Macropulos (De zaak Makropoulos) van Janáček is een bijzondere opera, die veel stof levert om over na te denken. Een ‘gefundes fressen’ voor een regisseur, zou je zeggen, zeker ook omdat het libretto (Janáček zelf, naar het verhaal van Karel Čapek) werkelijk geniaal is en door de componist voorzien is van even geniale muziek.

Maar als je Christoph Marthaler heet, wil je het liefst een eigen stempel op de productie zetten en dat doet hij ook. De opera begint met een ‘stomme’ dialoog, die je middels ondertitels kan volgen. Nee, het staat niet in het libretto, maar de regisseur vond het blijkbaar spannend. Het heeft mij ook een paar uur gekost om erachter te komen dat het niet aan de dvd lag.

Of het een toegevoegde waarde heeft? Daar moet u zelf over oordelen. Voor mij hoeft het niet, de boodschap van de opera was zonder ook meer dan helder. Maar als je het eenmaal door hebt, is het ontegenzeggelijk spannend, al vraag ik mij af of het publiek links in de zaal iets kon zien, op de boventitels na.

Ik heb absoluut niets tegen modern theater, zeker niet als het goed en intelligent gedaan is. Als theater is de productie dan ook zeker boeiend. Maar Janáček is ver te zoeken, ook omdat het orkest weinig affiniteit met zijn merite heeft. Janáček is niet modern, meneer Salonen! Zelfs (of misschien juist?) in zijn gruwelijk omgekeerde sprookje ontbreekt het hem niet aan lyriek. En de accenten, de typische ‘Janáček-accenten’, die hoor ik ook nergens. Wat een misverstand!

makropolus-n

Er wordt ontegenzeggelijk goed tot zeer goed gezongen. Johan Reuter is een fantastische Prus en Raymond Very een zeer aandoenlijke Gregor. Angela Denoke is een rasartieste en al vind ik haar stem niet echt mooi, in haar rol is ze meer dan overtuigend.

De recensies waren bijna allemaal zeer lovend. Men prees het drama en de zangers. Zelfs Salonen werd bejubeld, dus het laatste oordeel is aan u. (Cmajor 709508)

Behind the scenes:

CD’S

makropolus

De 30 jaar oude klassieker onder leiding van Charles Mackerras klinkt nog steeds als een klok en is weinig voor verbetering vatbaar, helaas is hij niet (meer?) los verkrijgbaar. Decca heeft alle door Mackerras opgenomen opera’s van Janáček samengebundeld en in een 9 cd tellende box gestopt (4756872).  Op zich prima, zeker gezien de prijs, helaas krijgt u het libretto er niet bij. Maar de uitvoering is om te likkebaarden. Elisabeth Söderström is een voortreffelijke Emilia, Peter Dvorský een mooie Albert en Václáv Zítek een imponerende baron Prus.


makrol

In 2006 dirigeerde Mackerras de opera bij het English National Opera, in het Engels. De (live) opname verscheen op Chandos (CHAN 3138), en het is goed om het erbij te hebben. Cheryl Barker zingt een mooie, koele Emilia, misschien minder doorleefd dan Söderström, maar zeker niet minder sophisticated. En het Engels is een kwestie van wennen.