Bruno_Maderna

ALBAN BERG: Wozzeck. Discografie.

Wozzeck Buchner

Georg Büchner


Het waargebeurd verhaal over de jonge soldaat Woyzeck, die in 1824 schuldig werd bevonden aan de moord op zijn vriendin en ter dood werd veroordeeld, heeft de jonge Oostenrijker Georg Büchner geïnspireerd tot het schrijven van zijn toneelstuk. Het werk is onafgemaakt is gebleven, Büchner is in 1837 op 24-jarige leeftijd aan tyfus overleden en Woyzeck werd pas in 1913 op de planken gebracht. Alban Berg bezocht het toneelstuk een jaar later in Wenen en besloot er een opera van te maken. De première 4 december 1925 in Berlijn was een overweldigend succes.

Wozzeck Alban&HeleneBerg

Alban en Helene Berg na de première in Berlijn


“Fragmentarisch, hallucinerend en uiterst pessimistisch”. Zo werd het toneelstuk omschreven en zo is de opera zelf ook. Dit werk – misschien wel de aangrijpendste opera van de vorige eeuw – gaat altijd vergezeld van een ongekende ongenaakbaarheid. De muziek is zeer expressief en niet in één definitie samen te vatten: Berg gebruikte zowel de dodekafonie als de zoetste vioolklanken, en wisselde het sprechgesang af met melancholieke “aria’s”.

Wozzeck Berg met performers van Wozzeck premiere in Oldenburg

Alban Berg met de Wozzeck – cast na de première in Oldenburg 1929

Meesterwerk of niet: alles staat of valt met de uitvoering en dat zijn er best veel.
Een selectie:

DVD’s

HAMBURG 1970

Wozzeck Blankestein

Onder leiding van Rolf Liebermann groeide de Hamburgse Staatsopera tot één van de beste en spraakmakendste operahuizen ter wereld. Liebermann zorgde voor een goed, gedegen en gevarieerd repertoire met extra veel aandacht voor de hedendaagse werken.

Gelukkig voor ons, die de jaren niet (bewust) hebben meegemaakt, dacht Liebermann ook aan de toekomst en liet de regisseur  Joachim Hess een dertiental van de toenmalige producties voor de TV vastleggen. De meeste opnamen vonden plaats in een studio, met Wozzeck is men uitgeweken naar – en rond – een kasteel in Zuid Duitsland.

De tegenwoordig vrijwel helemaal vergeten bariton Toni Blankenheim was één van de pilaren van de Hamburgse opera. Hij zong er tal van de rollen, maar echt beroemd werd hij pas als Schigolch (Lulu), in de productie met Teresa Stratas.

Zijn zeer charismatische verschijning, zijn enorm acteertalent en zijn buigbare, warme bariton maakten hem meer dan geschikt voor het zingen van rollen van “complexe karakters”. Zoals Wozzeck. Als geen ander is Blankenheim zowat de personificatie van de “simpele ziel”; zijn wanhoop is niet gespeeld en zijn onbegrip staat op zijn gezicht getekend.

Sena Jurinac is een mooie, licht getimbreerde, maar een zeer sensuele en erotisch geladen Marie.

Bruno Maderna is nooit een kampioen geweest in het dirigeren van andermans werken, maar met het idioom van Berg heeft hij zonder meer veel affiniteit.

De productie is zeer realistisch en de spanning is om te snijden. Het is alsof je naar een onvervalste triller zit te kijken.

Liebermann wordt tegenwoordig gezien als de vader van het regietheater, alleen bedoelde hij er iets anders mee dan het huidige conceptualisme en het opzoeken (en vaak overschrijden) van de grenzen van het toelaatbare en de belachelijke. Afijn: kijkt u maar zelf. Die opname is een absolute must (Arthaus Music 101277)

 

WENEN 1987

Wozzeck Abbado

Deze productie was mijn eerste ‘Wozzeck’ ooit. Ziek werd ik er van, van de emoties en de gevoelens die de opera bij mij opriep. Het meest werd ik toen geraakt door de vertolking van Marie door Hildegard Behrens.

Nog steeds vind ik haar optreden buitengewoon indrukwekkend, maar nu ik de opera beter ken heb ik ook mijn twijfels. Zo nu en dan vind ik haar namelijk een beetje té. Te chargerend in haar spel, maar ook te chargerend in haar zang. Alsof ze de grenzen van wat haar stem aankan is aan het opzoeken. In haar creatie doet ze mij – neem het niet al te letterlijk! – aan de Italiaanse actrice Anna Magnani denken, wat eigenlijk een groot compliment is.

Franz Grundhebber zet een verbitterde Wozzeck neer, maar dan één die niet gespeend is van enige pathos.

Heinz Zednik is een ongeëvenaarde kapitein en de jonge Philip Langridge een schitterende Andres.

Dat Abbado affiniteit heeft met de muziek van Berg, is nogal wiedes. Hij dirigeert fel en dwingend, de spanning is al vanaf de eerste noot voelbaar. En toch is de lyriek nergens ver weg.

Kunt u zich nog het magische moment herinneren als het doek opengaat? Dat kunt u hier weer beleven. Waarna zich een wereld voor u openbaart die u uit het libretto kent: we bevinden ons in de kamer van de kapitein, met achter het raam een uitzicht op wat weleens een plaats delict zou kunnen worden. En dan de belichting! Om te zoenen zo mooi!

Deze fascinerende productie (regie Adolf Dresen) zou als verplichte kost op alle opleidingen tot operaregisseur vertoond moeten worden. Alleen al om al die regisseurs in spe laten zien dat traditioneel niet automatisch saai of museaal (overigens: daar is ook niets op tegen) betekent.

En wat is Abbado hier nog jong! (Arthaus Musik 109156)

Trailer van de productie:

 

MOSKOU 2010

Wozzeck Nigl Tcherniakov

Hier moet ik, noodgedwongen, kort over zijn. Na ruim vier minuten staren naar een soort poppenhuis met veel boxen, waarin allerlei mensen gezinnetjes speelden en zich verveelden (televisies stonden aan) – dat alles begeleid door een orkest die zijn instrumenten stemde – had ik er al schoon genoeg van. Toch heb ik nog even gekeken want ik was best nieuwsgierig. Helaas, ver ben ik niet gekomen. Mocht u zin hebben in een avondje spannende theater met veel videobeelden en nog meer muziek, dan is deze dvd iets voor u. Vergeet Wozzeck echter, want deze productie heeft niets, maar dan ook helemaal niets noch met de opera van Alban Berg, noch het toneelstuk van Büchner te maken. Teodor Currentzis, de lieveling van de Russische publiek, die beroemd (en berucht) is vanwege zijn vreemde tempi, maakt ook hier zijn faam waar (BelAir Classics BAC068)

 

 

 

CD’s

BERLIN CLASSICS 1973

Wozzeck Theo Adam

Wozzeck Ad

Deze opname, heruitgebracht op Berlin Classisc, werd in 1973 tijdens een concertante uitvoering in Leipzig (toen nog DDR) live opgenomen.

Wat meteen opvalt is de helderheid van de klank en de fantastische dictie van de zangers. Reiner Goldberg (de tamboer majoor) heeft een ietwat “pijnlijke” hoogte, wat zijn bespottelijkheid als een gesjeesde macho nog onderstreept.

De werkelijk weergaloze Horst Hiestermann (kapitein) bevestigt zijn reputatie als één van de beste karaktertenors uit de geschiedenis en Helmuth Klotz is kostelijk als de totaal verknipte dokter.

Gisela Schröter ontroert als Marie en Theo Adam is een door en door tragische Wozzeck, die het “waarom” maar niet kan begrijpen.

Het orkest onder de sublieme directie van Kegel klinkt afwisselend snerpend en liefdevol, precies zoals deze muziek bedoeld moest zijn. Als je daar niet kapot aan gaat dan heb je geen hart (0184422BC)


 

DECCA  1981

Wozzeck Wachter

Eberhard Wächter is één van de beste Wozzecks die ik ken. Zijn antiheld klinkt gelaten en wanhopig, maar ook fel en angstaanjagend. En al klinkt zijn stem soms een beetje onevenwichtig: zijn portrettering staat als een huis.

Anja Silja is een wonderlijk lichte, kinderlijk – naïeve Marie. Zeer lyrisch en onbeholpen, iemand om medelijden mee te hebben. Zij is geen volwassen vrouw, meer een kind dat vol leven is en op zoek gaat naar uitdagingen.

Heinz Zednik (kapitein) klinkt nog beter dan in de opname uit Hamburg. Hij zingt zijn rol niet zo verschrikkelijk karikaturaal zoals veel van zijn collega’s, waarmee hij weer eens bewijst dat een goede karaktertenor wellicht een van de moeilijkste stemsoorten is.

Over het Wiener Philharmoniker niets dan lof: onder de bezielde leiding van Christoph von Dohnányi laten ze horen dat deze partituur ze alles behalve vreemd is (4173482)


WARNER CLASSICS 1998

Wozzeck Skovhus

Onder Ingo Metzmacher klinkt de opera moderner dan het in werkelijkheid is. Niet dat het erg is, maar dat maakt het iets afstandelijker. Wél houdt hij er de vaart in, wat de spanning zeer ten goede komt. En in de scènes met Marie houdt hij het orkest verrassend lyrisch.

Bo Skovhus had misschien  nog even mogen wachten met zijn eerste Wozzeck. Hij klinkt een tikkeltje te jong en te gezond; gelukkig weet hij de “euvel” met zijn voortreffelijke stem-acteren te camoufleren.

Angela Denoke vind ik de ster van de opname, al heeft zij iets meer van een koele blondine dan van een straatkat. Denk aan Marlene Dietrich in Der Blaue Engel.

Dat ik deze opname niet zo vaak beluister, daar is de kapitein van Chris Merritt aan schuldig. Wat die man aan lelijke noten kan produceren grenst bijna aan het onmogelijke. Maar dat is eigenlijk het enige echte minpunt in deze schitterende uitvoering, live opgenomen in Hamburg 1998 (6406622)

 


 

Naxos 2013

Wozzeck Naxos

Ook de door Naxos in 2013 in Houston live opgenomen uitvoering is meer dan uitstekend.

Roman Trekels droge bariton en zijn nerveuse manier van zingen maken van hem een zowat ideale Wozzeck, die het voornamelijk van zijn zeer imponerende stem-acteren moet hebben. Zijn verstaanbaarheid en zijn tekstbehandeling zijn meer dan subliem. Petje af!

Anne Schwanewilms is een voortreffelijke Marie. Misschien een tikkeltje te netjes en een beetje onderkoeld, maar dat weet zij met haar fluwelen zang te compenseren.

Met de concertante uitvoering van zijn lievelingsopera nam de Oostenrijkse dirigent Hans Graf spectaculair afscheid van zijn orkest. Alleen al voor het orkestrale aandeel is de opname zeer aan te bevelen. (8660390-91)


WOZZECK ZaterdagMatinee

‘Wozzeck’ uit Salzburg: veel Kentridge, weinig Berg

Discografie Lulu:
LULU: discografie:

Meer Alban Berg:
Renée Fleming zingt BERG, WELLESZ en ZEISL

 

 

 

 

Advertenties

DEBUUT HERAS-CASADO BIJ ZATERDAGMATINEE

Luigi Dallapiccola heeft het ooit mooi geformuleerd: “Ik geloof sterk in de eeuwige vernieuwing van de kunst. Maar ik ben er ook van overtuigd dat het krankzinnig is om de traditie de rug toe te keren”. Dat hij zijn uitspraak daadwerkelijk meende, heeft hij met zijn (nog steeds veel te weinig gespeelde!) composities ruimschoots bewezen.

dallapiccola

Luigi Dallapiccola

Zijn intens lyrische Piccola musica notturna (zeg maar gerust Eine Kleine Nachtmusik), gecomponeerd tussen 1954 en 1961 en opgedragen aan Herman Scherchen is dan ook sterk in de traditie verankert. Mooi stuk, dat zijn naam volledig dekt en waarbij je gerust kan wegdromen.

De uitvoering onder Pablo Heras-Casado was buitengewoon spannend met vloeiende en (soms iets te) breed uitgesponnen lijnen. Soms had ik indruk dat hij het publiek aftastte, er was namelijk iets in zijn houding van “hoe ver kan ik gaan” ..

Ver blijkbaar, want al in het tweede stuk, het opdrachtwerk Un minimum de monde visible van Yves Chauris, volgens eigen zeggen van de componist geïnspireerd op het Kammersymphonie van Schönberg, daagde hij het publiek behoorlijk uit. Het werk begon met een muisstille aanloop tot een “boem”, dan kwam er weer een stilte en dan weer een boem. Om het oneerbiedig samen te vatten: een compositie met veel stiltes, aftellen, tempoversnellingen (denk aan een locomotief), Japans aandoende klanken, wat kattengemauw en een paar mooie klanken er tussenin. Ik kon er geen structuur in ontdekken en het einde kwam voor mij veel te abrupt.

dallaicola

Yves Chauris. Foto: twitter

Publiek gedroeg zich voorbeeldig en zelfs tijdens de meest stille passages was er geen kuchje te horen. De in de zaal aanwezige componist was zichtbaar gelukkig met de uitvoering en terecht: daar mankeerde helemaal niets aan.

Mijn geduld werd meteen erna beloond met een prachtige lezing van de kamermuziekversie van “Lied der Waldtaube”, een hartverscheurend mooi fragment uit Schoenberg’s Gurrelieder. Susan Graham kwam hier op mij een beetje afstandelijk over, alsof ook zij het publiek (dat, overigens, vanaf het begin uit haar hand at) aftastte. Zij zong zonder meer fantastisch, maar hield de emoties in bedwang waardoor haar lezing een beetje onderkoeld voelde.

dallapicola gra

Susan Graham, foto: Dario Acosta

Na de pauze revancheerde zij zich met een immens doorleefde vertolking van Lieder eines fahrenden Gesellen van Mahler, hier bloeide haar stem op en trakteerde zij ons op warme lage noten en een sensueel midden en hoog register.

De bewerking, van de hand van de mij totaal onbekende grootheid Eberhard Kloke (het blijft een raadsel waarom voor Kloke werd gekozen in plaats van de aangekondigde Schönberg) voegde er eigenlijk niets toe. Meer af, aangezien hij het instrumentarium behoorlijk reduceerde. Laten we zeggen dat het niet stoorde en dat het – mede door de prachtige voordracht van Graham en de zeer gedisciplineerd spelende ensemble nog even indrukwekkend bleef. Ook hier bewees Heras-Casado zijn onbegrensde vakmanschap.

maderna

Bruno Maderna. Foto: The Guardian

 

Maar voor het zover was, meteen na de pauze en tussen Chauris en Mahler in, hoorden wij een wonderschone Serenata nr.2 voor elf instrumenten van Bruno Maderna, ontstaan tussen 1954 en 1957. Het stuk sloot mooi aan bij Schönberg en was een passende aanloop tot Mahler, dus de wisseling in het programma (Chauris was in het programmaboekje aangekondigd voor na de pauze en voor Mahler) was niet meer dan logisch. Jammer alleen van de pauze tussen Schönberg en Maderna, ik had ze liever achter elkaar gehoord. Ook hier niet meer dan lof voor de musici en de dirigent, die – het moet gezegd – mijn hart volledig heeft gestolen.

NTR ZaterdagMatinee
Dallapiccola, Chauris, Schönberg, Maderna en Mahler
Ensemble Intercontemporain onder leiding van Pablo Heras-Casado.
Solisten: Susan Graham (mezzosopraan).
Bezocht op 11 januari 2014 in Het Concertgebouw – Amsterdam

PABLO HERAS-CASADO

Frank van Aken schittert in de Amsterdamse ‘Boris Godoenov’