Mieczysław_Weinberg

Onweerstaanbare uitvoering van Weinbergs pianokwintet

Op deze cd staat een selectie van Weinbergs vroege werken, allemaal composities die hij schreef tijdens de laatste twee jaar van de Tweede Wereldoorlog.

Zelf ben ik meer dan dol op zijn pianokwintet, de compositie die behoort tot zijn beste (en de meest succesvolle, dat ook nog!)) werken. Weinberg componeerde het in 1944 en dat het zo’n een groot succes is geworden is niet verwonderlijk: het werk is wondermooi, makkelijk toegankelijk en zeer tot hart (en ziel) sprekend.

Het is niet de eerste keer dat Elisaveta Blumina zich over het kwintet ontfermt, zij heeft het werk al eerder opgenomen, zei het in de versie voor piano en strijkers in een arrangement van Matthias Bauer (Capriccio C5366).

Dat zij haar Weinberg ‘under the skin” heeft is nogal wiedes en dat bewijst zij ook met de selectie van diens ‘Children’s Notebooks’. De pianominiaturen zijn allesbehalve makkelijk om te spelen en het is werkelijk onvoorstelbaar wat zij met de stukjes doet, petje af!

Ook daar heeft zij al eerder een selectie van opgenomen, t.w. opp. 16 en 19, dus deze schijf is de ideale aanvulling! Ook haar ‘partnets in the crime’ doen niet voor haar onder. Mooie cd, warm aanbevolen

Mieczyslaw Weinberg
Piano Quintet, Op. 18;  Children’s Notebooks, Op. 23
Elisaveta Blumina, piano
Noah Bendix-Balgley, Shanshan Yao (viool), Máté Szücs (altviool), Bruno Delepelaire (cello)
Oehms OC 487

Raphael Wallfisch plays works for cello by Weinberg: a great CD!

Weinberg Wallfish

I think, no, I’m sure that Mieczyslaw Weinberg’s cello concerto is one of his best-known works. Weinberg composed it in 1948 and dedicated it to Mstislav Rostropovich, who also gave the premiere in 1957. And it did not stop there: Rostropovich was so convinced of the high quality of the composition that he included the concerto in his repertoire. He took the concerto with him to his live performances and also to the recording studios, as a result of which it is very well documented.

Now, the origin of the work is more complicated than we (or I!) thought. In short: first there was a Concertino for cello and orchestra that was just sitting on the shelf until Rostropovich came across it and appreciated it a lot. This was Weinberg’s main reason for rewriting it into a real concerto.

All this can be read in the textbook that ‘accompanies’ the new recording of the cello concerto by Raphael Wallfisch. The textbook alone is reason enough to purchase the CD. In addition we also get the original Concertino (which has now been given the designation opus 43 bis)! It was first performed in 2017 and, to my knowledge, was recorded for the first time in 2020. It is such a luxury to be able to listen to both ‘versions’ side by side!


And then there is the beautiful, melancholic Fantasy for cello and orchestra. Weinberg composed it in the winter of 1952/53 and the premiere took place on November 23, 1953, but without the orchestra. It was performed by Daniil Shafran (cello) accompanied by Nina Musinyan (piano). The piece takes only 17 minutes: but that is long enough for a whole range of emotions to pass by.

The performance by Raphael Wallfisch is unequalled, it is only natural that he has an affinity with it. The Kristiansand Symphony Orchestra under Maestro Lukasz Borowicz is also excellent. It is a huge asset.

Weinberg en Kremer: match made in heaven?

Gidon Kremer behoort niet tot de violisten die beroemd zijn geworden om hun zoete vioolklank, zoals Itzhak Perlman. Of Michael Rabin. Hij klinkt vaak krasserig en zijn spel is vaak feller dan fel. Het pakt niet altijd goed uit, maar in geval van Weinberg kun je je, denk ik, geen betere vertolker bedenken.

Kremer was één van de eersten die de muziek van Weinberg op de kaart heft gebracht en sindsdien is hij de grootste pleitbezorger van de componist. Aan hem danken we o.a. de onvergetelijke opname van Weinbergs kamersymfonieën en diens pianokwintet (nog niet in huis? Meteen bestellen! ECM 2538/39 4814604).

Zijn enige vioolconcert componeerde Weinberg in 1959 voor Leonid Kogan, maar de eerste uitvoering vond pas twee jaar later plaats. Kogan speelde en Rozjdestvenski dirigeerde. Er zijn maar bar weinig opnamen van het concert (die van Kogan is uit de catalogus) en ik zou hier graag een 10 voor hebben gegeven als ik de opname met Ilya Gringolts onder Jacek Kaspszyk niet kende (Warner 0825646224838). Die is net zo onstuimig, maar hij heeft meer aandacht voor het Joodse sentiment in deel twee.

Madara Pëtersone vergezelt Kremer in de uit 1960 stammende sonate voor twee violen. Het was opgedragen aan de zus van Emil Gilels. Pedersone’s vioolklank is meer dan symbiotisch met die van Kremer waardoor je op bepaald moment naar meer rust verlangt. Maar wie echt fenomenaal is, is de dirigent. Daniele Gatti snapt de muziek wel.

MIECZYSŁAW WEINBERG
Vioolconcert op. 67; Sonate voor twee violen op. 69
Gidon Kremer, Madara Petersone (viool), Gewandhausorchester Leipzig o.l.v. Daniele Gatti
Accentus ACC30518

String quartets by Weinberg played by the Arcadia Quartet: perfection at hand

He composed seventeen of them. Seventeen string quartets that just about mark his entire musical life. Mieczyslaw Weinberg, the composer who is finally being rescued from oblivion, albeit (too) late. And posthumously.

The best known of all his quartets is, I think, number eight. This does not surprise me because it is not only insanely emotional, but at the same time also restrained. It begins with an Adagio that you cannot escape. Very beautiful but also quite painful. The following Alegretto does not offer any solace either: it should be cheerful but it is not. Part three, Doppo piú lento is nothing but distressing. This music will not make you happy, but it gets under your skin and then never lets go. Weinberg composed it in 1959 and dedicated it to the Borodin Quartet.

Number two is an early piece; he wrote it in 1939, when he was still a conservatory student in Warsaw and he dedicated it to his mother and sister (neither of whom survived the war). He revised it in 1987. I would love to be able to compare both versions… maybe one day I will?

The Arcadia Quartet and Chandos have now embarked on a new project: they are going to record all of Weinberg’s string quartets, commendable. It is not the first time that all of Weinberg’s string quartets have been recorded though; the Danel Quartet preceded them. Something that escaped the press.

I myself don’t know this earlier recording, but I think it cannot possibly be better than this version. Because it is just perfect. The members of the string quartet, unknown to me until now, play lively and their commitment is palpable. Simply put: they play the stars from the sky.

Arcadia Quartet about Weinberg: “his music is like a glow of light surrounded by the darkness of the unknown […]. With every recording and every live performance of his music, we want to shed some light on this wide-ranging, profound phenomenon, which has been overlooked for so long, and we hope that in time Mieczyslaw Weinberg will take his rightful place in the history of music”.

I can only say ‘Amen’ to that and I just can’t wait for the sequel. Bravo Arcadians! And chapeau again to Chandos!



Mieczyslaw Weinberg
String quartets 2, 5 and 8
Arcadia Quartet
Chandos Chan 20158

Strijkkwartetten van Weinberg door het Arcadia Quartet: de perfectie nabij

Zeventien heeft hij er gecomponeerd. Zeventien strijkkwartetten die zowat zijn hele muzikale leven markeren. Mieczysław Weinberg, de componist die eindelijk uit de vergetelheid wordt gehaald, al is het (te) laat. En postuum.

Het bekendste van al zijn kwartetten is, denk ik, nummer acht. Daar verbaas ik mij niet over want het is zo waanzinnig emotioneel maar tegelijk ook ingehouden. Het begint met een Adagio waar je niet aan kunt ontsnappen. Heel erg mooi maar ook best pijnlijk. De daaropvolgende Alegretto biedt ook geen soelaas: het zou vrolijk moeten zijn maar is het niet. Deel drie, Doppo più lento is alleen maar schrijnend. Geen muziek waar je vrolijk van wordt maar het kruipt onder je huid en laat je nooit meer los. Weinberg componeerde het in 1959 en heeft het aan het Borodin Quartet opgedragen.

Nummer twee is een jeugdwerk, hij schreef het in 1939 toen hij nog conservatoriumstudent was in Warschau en droeg het op aan zijn moeder en zuster (geen van beiden hebben ze de oorlog overleefd). In 1987 heeft hij het gereviseerd. Ik zou graag beide versies naast elkaar kunnen leggen… wellicht lukt het ooit?

Het Arcadia Quartet en Chandos zijn nu aan een nieuw project begonnen: ze gaan alle strijkkwartetten van Weinberg opnemen, lovenswaardig. Het is niet de eerste keer dat alle strijkkwartetten van Weinberg worden opgenomen, het Danel Quartet ging ze voor. Iets wat aan de pers is ontsnapt.

Ook ik ken die uitvoering niet, maar ik denk niet dat het beter kon. Kan. Het is gewoon perfect. De leden van het mij tot nu toe onbekende strijkkwartet spelen levendig en hun betrokkenheid is voelbaar. Simpel gezegd: ze spelen de sterren naar beneden.

Arcadia Quartet over Weinberg: “zijn muziek is als een gloed van licht omgeven door de duisternis van het onbekende […]. Met elke opname en elke live-uitvoering van zijn muziek willen we wat licht laten schijnen op dit veelomvattende, diepgaande fenomeen, dat zo lang over het hoofd is gezien, en we hopen dat Mieczysław Weinberg mettertijd zijn rechtmatige plaats in de muziekgeschiedenis zal innemen”

Daar kan ik alleen maar ‘Amen’ op zeggen en kan gewoon niet wachten op het vervolg. Bravo Arcadiërs! En Chapeau alweer Chandos!


MIECZYSLAW WEINBERG
Strijkkwartetten 2, 5 en 8
Arcadia Quartet
Chandos Chan 20158

Bombastisch en nog steeds ontroerend: pianokwintet van Weinberg bewerkt voor orkest

Het pianokwintet van Mieczyslaw Weinberg behoort tot zijn beste en de meet succesvolle werken. Hij componeerde het in 1944 en het werd een groot succes. Het moet gezegd worden: Weinberg had toen de tijd mee: de Sovjets hadden iets anders aan hun hoofd dan de kunsten.

Voor deze cd werd een bewerking van Matthias Baier voor piano en orkest gekozen en dat vind ik jammer. Niet dat het slecht is, integendeel! Het is zonder meer schitterend en ik denk niet dat Weinberg er moeite mee zou hebben gehad, maar persoonlijk prefereer ik de kamermuziekversie want nu klinkt het zo verschrikkelijk bombastisch. Weinberg kun je een beetje vergelijken met zijn vriend en mentor Sjostakovitsj: het schrijnende en het pijnlijke konden ze als geen ander met kleine middelen weergeven.

Maar, toegegeven, ik vond het een aantrekkelijke kennismaking. Bovendien is de uitvoering echt goed en dat telt zwaar. Het is al de zevende opname van werken van Weinberg door Elisaveta Blumina en het is duidelijk dat zij haar Weinberg ‘under the skin heeft’.

‘Children’s Notebooks’ is niet een werk waar ik vaak naar zou willen luisteren, maar onder Blumina’s handen verandert het in een waar meesterwerk. De miniaturen zijn allesbehalve makkelijk om te spelen en het is werkelijk onvoorstelbaar wat zij met de stukjes doet. Het Georgische orkest onder maestro Ruben Gazarian klinkt zonder meer goed,


Mieczyslaw Weinberg: Piano Quintet, Op. 18 (orchestral version by Matthias Baier)
Children’s Notebooks, Op. 16 & 19
Elisaveta Blumina, piano
Georgian Chamber Orchestra Ingolstadt olv Ruben Gazarian
Capriccio C5366

Marcel Worms ontfermt zich over pianowerken van Joodse componisten

Worms pianowerkem

Marcel Worms kunnen we rustig de ambassadeur van vervolgde en vergeten componisten noemen. Voor zijn nieuwste cd heeft hij pianowerken opgenomen van componisten uit verschillende Europese landen: Nederland, Polen, Hongarije, Tsjechoslowakije, Frankrijk en Oostenrijk. Niet alleen de landen van afkomst zijn verschillend, hun composities geschreven tussen 1922 en 1943 zijn het ook. Van jazzy en swingend via romantisch, virtuoos en ingetogen tot een poging tot serialisme.

Er is één verbindingssector: allemaal waren ze Joods en op drie na (Weinberg, Laks en Urbancic) hebben ze de oorlog niet overleefd. Weinberg vluchtte naar de Sovjet-Unie, Urbancic (die eigenlijk niet Joods was maar zijn vrouw en kinderen wel) naar IJsland. En Laks had de enorme mazzel om Auschwitz te overleven, als de kapelmeester van het kamporkest.

De cd begint spetterend met ‘Blues’ van Szymon Laks. Het is onbekend wanneer het heerlijk werkje werd gecomponeerd, zelf denk ik aan begin jaren dertig. De ‘Novolette’ van Dick Kattenburg uit 1941 sluit daar perfect aan. Alsook de zeer ritmische ’Toccata’ van Paul Hermann.

De ‘Prelude’ van Mischa Hillesum (de broer van Etty) is een andere koek. De compositie zit sterk in de romantiek verankerd: Chopin en Rachmaninoff zijn nergens ver weg; en de twee Hommage-stukken (aan Sherlock Holmes en aan Remmington) van Leo Smit die je eigenlijk nergens kunt ‘opbergen’ zijn gewoon verrukkelijk.

Victor Urbancic is voor mij een grote onbekende, het is voor het eerst dat ik iets van hem hoor. Zo raar is het niet, zijn composities zijn totaal vergeten en de ‘Sonatine’ uit 1922 beleeft hier zijn plaatpremière. Echt kapot ben ik er niet van, wat onder andere aan mijn onbekendheid met zijn idioom kan liggen.

Worms

Waar ik wel kapot van ben is het onweerstaanbare spel van de pianist. Marcel Worms speelt alsof zijn leven er van afhangt. Vol overtuiging en een echt pianistiek elan.


 

Szymon Laks (1901 – 1983), Dick Kattenburg (1919 – 1944), Paul Hermann (1902 – 1944), Mischa Hillesum (1920 – 1943), Nico Richter (1915 – 1945), Erwin Schulhoff (1894 – 1942), Viktor Urbancic ( 1903-1958), Gideon Klein (1919 – 1945), Leo Smit (1900 – 1943), Mieczyslaw Weinberg (1919 – 1996)
Marcel Worms, piano
Zefir Records ZEF 9669

Raphael Wallfisch speelt cellowerken van Weinberg: wat een cd!

Weinberg Wallfish

Ik denk, nee, ik weet zeker dat het celloconcert van Mieczyslaw Weinberg tot zijn bekendste werken behoort. Weinberg componeerde het in 1948 en droeg het op aan Mstislav Rostropovitsj die ook de première in 1957 verzorgde. En daar bleef het niet bij: Rostropovitsj was dermate overtuigt van de hoge kwaliteit van de compositie dat hij het concerto op zijn repertoire heeft genomen. Hij nam het concert mee naar zijn liveoptredens en naar de opnamestudio’s waardoor het een en ander goed gedocumenteerd is.

Nu is de ontstaansgeschiedenis van het werk ingewikkelder dan wij (ik, in ieder geval) dachten. In het kort: er was eerst een Concertino voor cello en orkest dat op de plank bleef liggen tot Rostropovitsj er tegenaan liep en het meer dan leuk vond. Dé reden voor Weinberg om het om te werken voor een heus concert.

Dat alles staat te lezen in het tekstboekje dat de nieuwe opname van het celloconcert door Raphael Wallfisch ‘begeleidt’. Het tekstboekje alleen al is reden genoeg om de cd aan te schaffen. Bovendien krijgen we ook het oorspronkelijke Concertino (die nu dus de aanduiding opus 43 bis heeft gekregen) er bij! Het is pas drie jaar geleden voor het eerst uitgevoerd en bij mijn weten nu voor het eerst opgenomen. Wat een weelde om beide ‘versies’ naast elkaar te kunnen beluisteren!

En dan is er nog de prachtige, weemoedige Fantasie voor cello en orkest. Weinberg componeerde het in de winter 1952/53 en de première vond plaats op 23 november 1953 maar dan zonder orkest. Het werd uitgevoerd door Daniil Shafran (cello) die begeleid werd door  Nina Musinyan (piano). Het stuk duurt maar 17 minuten: lang genoeg om een gamma aan emoties voorbij te laten gaan

De uitvoering door Raphael Wallfisch is weergaloos, het is nogal wiedes dat hij er affiniteit mee heeft. Ook het Kristiansand Symphony Orchestra onder leiding van Maestro Lukasz Borowicz doet het uitstekend. Een aanwinst.

Mieczyslaw Weinberg
Celloconcert op. 43, Fantasie voor cello en orkest op. 52, Concertino voor cello en orkest op. 43bis
Raphael Wallfisch (cello), Kristiansand Symphony Orchestra o.l.v. Lukasz Borowicz
CPO 555 234

Kremerata Baltica leaves the listener open-mouthed and gasping for breath

Weinberg2

Gidon Kremer is one of the most ardent advocates of Weinberg’s music. This is also not the first time he has tackled his music. With his Kremerata Baltica and a few eminent guests, he has already recorded Weinberg’s chamber music works for CD in 2014. And the live recording of Weinberg’s violin sonata he made with Martha Argerich in Lugano has rightfully become legendary.

Kremer’s unsubtle way of playing and his almost animalistic drive are the best keys to the music of the Polish-Russian-Jewish composer who for decades – if not forgotten – had been lost in the madness of world history.

The recording of the first three chamber symphonies was made live in the Viennese Musikverein in June 2015. As expected, Kremer and his ensemble are more than ideal for the impetuous music of the composer who whimsically seemed to disregard all musical laws.

A foretaste (in poor sound quality): Chamber Symphony No. 2, Op. 147 – III Andante Sostenuto

The arrangement of the 1944 piano quintet may seem superfluous, but the addition of percussion does not miss its effect and makes the work more monumental and the tension is immense.

The fourth symphony was the last work Weinberg orchestrated. The addition of the clarinet solo does not miss its effect and leaves the listener gasping for breath with an open mouth. Which is certainly also thanks to the unparalleled playing of the clarinettist Mate Bekavac and the very muscular conducting of Mirga Grazynité-Tyla.

The fact that the inflated piano quintet and the fourth symphony sound slightly better than the other works can be explained: the recording was made in the studio.


MIECZYSŁAW WEINBERG
Chamber Symphonies; Piano Quintet
Kremerata Baltica, Gidon Kremer (conductor and violin), Yulianna Avdeeva (piano), Andrei Pushkarev (percussion), Mate Bekavac (clarinet), Mirga Gražinité-Tyla (conductor)
ECM 2538/39 4814604 – 155′ (2cd’s)

Translated with http://www.DeepL.com/Translator (free version)

Fluitconcerten van Weinberg zijn het aanhoren meer dan waard!

Weunberg fluit

Als de tekst in het boekje klopt dan heeft Weinberg zijn 12 Stukken voor fluit en orkest gecomponeerd voor – en opgedragen aan de Russische fluitvirtuoos Alexander Korneyev. Daar heb ik zo mijn twijfels over want in 1947 was Korneyev pas 17 jaar oud! Maar: wie weet?

Maar het eerste fluitconcert, uit 1961 werd daadwerkelijk door Korneyev gespeeld. Sterker: er bestaat zelfs een opname van, vastgelegd vlak na de première, waarbij de solist begeleid werd door het Moskou Kamerorkest onder leiding van Rudolf Barschai.

Het is een verrukkelijk werk waar je blij van wordt en onmiddellijk zin krijgt om te gaan dansen. Iets wat ook aan de vele ‘klezmermuziek’ citaten kan liggen. Niet dat het allemaal een onbegrensde vrolijkheid is: de zeer retrospectieve Largo zorgt voor een mooi bezinningsmoment.

Het tweede concert componeerde Weinberg in 1987 en het werd pas in 2001 voor het eerst uitgevoerd, althans voor zo ver ik het na kon gaan. Er is geen groter contrast tussen beide werken mogelijk. Werd ik van nummer 1 voornamelijk vrolijk, nummer twee heeft mij in een zeer contemplatieve stemming gebracht, iets wat ik als zeer prettig heb ervaren.

De uitvoering is werkelijk fenomenaal. Claudia Stein (in het dagelijks leven solofluitiste van de Berliner Staatskapelle) speelt de stukken zeer virtuoos maar dan wel met de nodige knipoog waar nodig. En met een gezond dosis sentiment, wat nummer twee extra schrijnend maakt. Doe het haar na! Ook het orkest uit Szczecin klinkt uitstekend, het is te horen dat hun dirigent David Robert Coleman er duidelijk feeling mee heeft.

Wat de opname extra aantrekkelijk maakt zijn de onlangs ontdekte vijf stukken voor fluit en piano uit 1947 die hier hun première beleven. Hierin wordt Stein uitstekend bijgestaan door de pianiste Elisaveta Blumina.


MIECZYSŁAW WEINBERG
Fluitconcert nr. 1, op. 78; nr. 2, op. 148b; 12 Stukken voor fluit en orkest, op. 29b; 5 Stukken voor fluit en piano
Claudia Stein (fluit), Elisaveta Blumina (piano), Szczecin Philharmonic Orchestra o.l.v. David Robert Coleman
Naxos 8.573931