Mieczysław_Weinberg

Raphael Wallfisch speelt cellowerken van Weinberg: wat een cd!

Weinberg Wallfish

Ik denk, nee, ik weet zeker dat het celloconcert van Mieczyslaw Weinberg tot zijn bekendste werken behoort. Weinberg componeerde het in 1948 en droeg het op aan Mstislav Rostropovitsj die ook de première in 1957 verzorgde. En daar bleef het niet bij: Rostropovitsj was dermate overtuigt van de hoge kwaliteit van de compositie dat hij het concerto op zijn repertoire heeft genomen. Hij nam het concert mee naar zijn liveoptredens en naar de opnamestudio’s waardoor het een en ander goed gedocumenteerd is.

Nu is de ontstaansgeschiedenis van het werk ingewikkelder dan wij (ik, in ieder geval) dachten. In het kort: er was eerst een Concertino voor cello en orkest dat op de plank bleef liggen tot Rostropovitsj er tegenaan liep en het meer dan leuk vond. Dé reden voor Weinberg om het om te werken voor een heus concert.

Dat alles staat te lezen in het tekstboekje dat de nieuwe opname van het celloconcert door Raphael Wallfisch ‘begeleidt’. Het tekstboekje alleen al is reden genoeg om de cd aan te schaffen. Bovendien krijgen we ook het oorspronkelijke Concertino (die nu dus de aanduiding opus 43 bis heeft gekregen) er bij! Het is pas drie jaar geleden voor het eerst uitgevoerd en bij mijn weten nu voor het eerst opgenomen. Wat een weelde om beide ‘versies’ naast elkaar te kunnen beluisteren!

En dan is er nog de prachtige, weemoedige Fantasie voor cello en orkest. Weinberg componeerde het in de winter 1952/53 en de première vond plaats op 23 november 1953 maar dan zonder orkest. Het werd uitgevoerd door Daniil Shafran (cello) die begeleid werd door  Nina Musinyan (piano). Het stuk duurt maar 17 minuten: lang genoeg om een gamma aan emoties voorbij te laten gaan

De uitvoering door Raphael Wallfisch is weergaloos, het is nogal wiedes dat hij er affiniteit mee heeft. Ook het Kristiansand Symphony Orchestra onder leiding van Maestro Lukasz Borowicz doet het uitstekend. Een aanwinst

Mieczyslaw Weinberg
Celloconcert op. 43, Fantasie voor cello en orkest op. 52, Concertino voor cello en orkest op. 43bis
Raphael Wallfisch (cello), Kristiansand Symphony Orchestra o.l.v. Lukasz Borowicz
CPO 555 234

Kremerata Baltica leaves the listener open-mouthed and gasping for breath

Weinberg2

Gidon Kremer is one of the most ardent advocates of Weinberg’s music. This is also not the first time he has tackled his music. With his Kremerata Baltica and a few eminent guests, he has already recorded Weinberg’s chamber music works for CD in 2014. And the live recording of Weinberg’s violin sonata he made with Martha Argerich in Lugano has rightfully become legendary.

Kremer’s unsubtle way of playing and his almost animalistic drive are the best keys to the music of the Polish-Russian-Jewish composer who for decades – if not forgotten – had been lost in the madness of world history.

The recording of the first three chamber symphonies was made live in the Viennese Musikverein in June 2015. As expected, Kremer and his ensemble are more than ideal for the impetuous music of the composer who whimsically seemed to disregard all musical laws.

A foretaste (in poor sound quality): Chamber Symphony No. 2, Op. 147 – III Andante Sostenuto

The arrangement of the 1944 piano quintet may seem superfluous, but the addition of percussion does not miss its effect and makes the work more monumental and the tension is immense.

The fourth symphony was the last work Weinberg orchestrated. The addition of the clarinet solo does not miss its effect and leaves the listener gasping for breath with an open mouth. Which is certainly also thanks to the unparalleled playing of the clarinettist Mate Bekavac and the very muscular conducting of Mirga Grazynité-Tyla.

The fact that the inflated piano quintet and the fourth symphony sound slightly better than the other works can be explained: the recording was made in the studio.


MIECZYSŁAW WEINBERG
Chamber Symphonies; Piano Quintet
Kremerata Baltica, Gidon Kremer (conductor and violin), Yulianna Avdeeva (piano), Andrei Pushkarev (percussion), Mate Bekavac (clarinet), Mirga Gražinité-Tyla (conductor)
ECM 2538/39 4814604 – 155′ (2cd’s)

Translated with http://www.DeepL.com/Translator (free version)

Fluitconcerten van Weinberg zijn het aanhoren meer dan waard!

Weunberg fluit

Als de tekst in het boekje klopt dan heeft Weinberg zijn 12 Stukken voor fluit en orkest gecomponeerd voor – en opgedragen aan de Russische fluitvirtuoos Alexander Korneyev. Daar heb ik zo mijn twijfels over want in 1947 was Korneyev pas 17 jaar oud! Maar: wie weet?

Maar het eerste fluitconcert, uit 1961 werd daadwerkelijk door Korneyev gespeeld. Sterker: er bestaat zelfs een opname van, vastgelegd vlak na de première, waarbij de solist begeleid werd door het Moskou Kamerorkest onder leiding van Rudolf Barschai.

Het is een verrukkelijk werk waar je blij van wordt en onmiddellijk zin krijgt om te gaan dansen. Iets wat ook aan de vele ‘klezmermuziek’ citaten kan liggen. Niet dat het allemaal een onbegrensde vrolijkheid is: de zeer retrospectieve Largo zorgt voor een mooi bezinningsmoment.

Het tweede concert componeerde Weinberg in 1987 en het werd pas in 2001 voor het eerst uitgevoerd, althans voor zo ver ik het na kon gaan. Er is geen groter contrast tussen beide werken mogelijk. Werd ik van nummer 1 voornamelijk vrolijk, nummer twee heeft mij in een zeer contemplatieve stemming gebracht, iets wat ik als zeer prettig heb ervaren.

De uitvoering is werkelijk fenomenaal. Claudia Stein (in het dagelijks leven solofluitiste van de Berliner Staatskapelle) speelt de stukken zeer virtuoos maar dan wel met de nodige knipoog waar nodig. En met een gezond dosis sentiment, wat nummer twee extra schrijnend maakt. Doe het haar na! Ook het orkest uit Szczecin klinkt uitstekend, het is te horen dat hun dirigent David Robert Coleman er duidelijk feeling mee heeft.

Wat de opname extra aantrekkelijk maakt zijn de onlangs ontdekte vijf stukken voor fluit en piano uit 1947 die hier hun première beleven. Hierin wordt Stein uitstekend bijgestaan door de pianiste Elisaveta Blumina.


MIECZYSŁAW WEINBERG
Fluitconcert nr. 1, op. 78; nr. 2, op. 148b; 12 Stukken voor fluit en orkest, op. 29b; 5 Stukken voor fluit en piano
Claudia Stein (fluit), Elisaveta Blumina (piano), Szczecin Philharmonic Orchestra o.l.v. David Robert Coleman
Naxos 8.573931

Trio Khnopff speelt Weinberg

Weinberg 1945

De titel: Weinberg 1945 verwijst naar het jaartal waarin alle op deze cd opgenomen composities zijn ontstaan. De eerste uitvoering van het pianotrio vond plaats op 9 juni 1947, door Weinberg zelf en de twee leden van het Beethovenkwartet: Dmitri Tsyganov (viool) en Sergei Shrinsky (cello).

Van het trio bestaan er bij mijn weten al minstens negen uitvoeringen, allemaal goed tot uitstekend. Denk alleen maar aan Gidon Kremer (de grootste pleitbezorger van Weinbergs muziek, Yulianna Avdeeva en Giedrė Dirvanauskaitė (DG).


Of, mijn absolute favoriet met Dmitry Sitkovetsky, David Geringas en Jascha Nemtsov (Hänssler).


Hiermee vergelijken valt deze uitvoering mij een beetje tegen. Voornamelijk vanwege de pianiste: Stéphanie Salmin is te dominant en de pianoklank overheerst de strijkers, iets wat ook aan de opname kan liggen.

Maar de cellosonate en de Rhapsodie op Moravische thema’s (vervang het ‘Moravische’ door het ‘Joodse’, wat eigenlijk de bedoeling was) maken alles goed. Hier krijgen de cellist (Romain Dhainaut) en Sadie Fields (viool) alle ruimte om te schitteren en dat doen zij.

Het is dan ook Sadie Fields die mijn hart volledig heeft gestolen in de Two songs without words die hier hun allereerste uitvoering ooit beleven. Tot voor kort dacht men namelijk dat die twee prachtige miniatuurtjes verloren zijn gegaan.


MIECZYSŁAW WEINBERG
Weinberg 1945
Pianotrio op. 24, Cellosonate nr. 1 in C, op. 21, Two songs without words voor viool en piano, Rhapsody on a Moldavian Theme voor viool en piano op. 47 nr. 3
Trio Khnopff: Sadie Fields (viool), Stéphanie Salmin (piano), Romain Dhainaut (cello)
Pavane ADW 7590

Mirga Gražinytė -Tyla lifts Weinberg’s autobiography to unprecedented heights

Weinberg Grazynite

Weinberg’s 21st symphony is not a work you can simply listen to. It presents itself as Weinberg’s autobiography: his escape from the Warsaw Ghetto, his arrival and stay in the Soviet Union and his fight with the authorities and the memories. The structure of the symphony is incredibly complex – irreverently one could say that it is unbalanced, because all kinds of things happen in it. Chopin (‘Ballade in g’, ‘Marche Funèbre’), Mahler’s ‘Mutter, ach Mutter’ from his Des Knaben Wunderhorn, a klezmer tune carried by a solo clarinet that turns into a Requiem.

However, aren’t our memories like that? Disordered, one emotion evoking another? Weinberg dedicated his ‘Kaddish’ (one of the most important prayers in the Jewish liturgy that is pronounced after the death of a parent) – symphony from 1991 to the victims of the Warsaw ghetto. Distressing. Just like the life of Weinberg himself.

But do not forget the second symphony! The Adagio is an eleven-minute sadness that hurts so much that it can only lead to a satirical outburst in part three, the Allegretto. My God, what music. What a composer.

I can be brief on the performance. Brilliant. Mirga Gražinytė-Tyla confirms her reputation as one of the best young conductors of today. Under her leadership the City of Birmingham Symphony Orchestra sounds like I haven’t heard it in years, not since the very young and unknown Simon Rattle first took over the reins there. It is therefore gratifying that she has been awarded an exclusive contract with DG.

That she chose Weinberg’s Kaddish for her first recording on the ‘yellow label’ is significant. Knowing her (and her preferences) we can expect exciting recordings of unknown and lesser known works. Go, Mirga, go!

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

MIECZYSŁAW WEINBERG
Symphony no. 2 on. 30; Symphony no. 21 op. 152 (Kaddish)
Gidon Kremer (violin), Maria Barns (soprano), Oliver Janes (clarinet), Georgijs Osokins (piano), Iurii Gavryliuk (double bass)
City of Birmingham Symphony Orchestra, Kremerata Baltica conducted by Mirga Gražinytė -Tyla
DG 48365661Kreme

In Dutch: Mirga Gražinytė -Tyla tilt Weinbergs autobiografie tot de ongekende hoogten

Mirga Gražinytė -Tyla tilt Weinbergs autobiografie tot de ongekende hoogten

Weinberg Grazynite

De 21ste symfonie van Weinberg is geen werk dat je zo maar kunt beluisteren. Het laat zich horen als Weinbergs autobiografie: zijn vlucht uit het getto van Warschau, zijn bekomst in de Sovjet-Unie en zijn gevecht met de autoriteiten en de herinneringen. De structuur van de symfonie is waanzinnig complex – oneerbiedig zou je kunnen zeggen dat het onevenwichtig is want er komt van alles aan voorbij. Chopin (‘Ballade in g’, ‘Marche Funèbre’), Mahlers ‘Mutter, ach Mutter’ uit diens Des Knaben Wunderhorn, een door klarinet-solo gedragen klezmer-deuntje dat in een Requiem overgaat.

Maar: zijn onze herinneringen niet zo? Ongeordend, de ene emotie de andere oproepend? Zijn ‘Kaddish’ (één van de belangrijkste gebeden in de Joodse liturgie dat uitgesproken wordt na een overlijden van een ouder) – symfonie uit 1991 heeft Weinberg opgedragen aan de slachtoffers van het getto van Warschau. Schrijnend. Net als het leven van Weinberg zelf.

Maar vlak de tweede symfonie niet af! Het 11 minuten durende Adagio is niet minder dan elf minuten durende droefheid dat zoveel pijn doet dat het niet anders dan tot een satirische uitbarsting in deel drie, de Allegretto kan leiden. Mijn God, wat een muziek. Wat een componist.

Over de uitvoering kan ik kort zijn. Briljant. Mirga Gražinytė-Tyla bevestigt haar naam als één van de beste jonge dirigenten van tegenwoordig. Onder haar leiding klinkt het City of Birmingham Symphony Orchestra zoals ik ze al jaren niet meer heb gehoord, niet sinds de zeer jonge en onbekende Simon Rattle die daar de scepter ging zwaaien. Het is dan ook verheugend dat zij een exclusief contract met DG heeft gekregen.

Dat zij voor haar eerste opname op de ‘gele label’ juist voor Weinbergs Kaddish koos is tekenend. Haar (en haar voorkeuren) kennende kunnen we spannende opnamen van onbekende en minder bekende werken verwachten. Go, Mirga, go!


MIECZYSŁAW WEINBERG
Symfonie nr. 2 op. 30; Symfonie nr. 21 op. 152 (Kaddish)
Gidon Kremer (viool), Maria Barns (sopraan), Oliver Janes (klarinet), Georgijs Osokins (piano), Iurii Gavryliuk (contrabas)
City of Birmingham Symphony Orchestra, Kremerata Baltica o.l.v. Mirga Gražinytė -Tyla
DG 48365661

Kremerata Baltica laat de luisteraar met open mond en naar adem happend achter

DIE PASSAGERIN (Пассажирка)

MIECZYSŁAW WEINBERG. Suite for Orchestra; Symphony No.17 ‘Memory’

War – there is no word more cruel

After the Darkness: the Hague String Trio brings suppressed composers back to life

Haags strijktrio cover

The title of this CD is taken from the book with the same name by Auschwitz survivor Elie Wiesel, ‘After the Darkness: Reflections on the Holocaust’.

Gideon Klein and Hans Krása:

Hans Krása (1899-1944) and Gideon Klein (1919-1945) ended up in the Terezín concentration camp (Theresienstadt), before being deported to Auschwitz where they were murdered. But until that time they continued to compose as well as they could. In Terezín, yes. That is where both Krása’s Passacaglia & Fugue and Tanec (Dance) were composed, as well as Gideon Klein’s incredibly beautiful String Trio.

 

Afbeeldingsresultaat voor Laszlo Weiner

Lászlo Weiner

The Hungarian Lászlo Weiner (1916-1944) was deported in February 1943 to the labour camp in Lukov (Slovakia), where he was murdered a year later. I had not heard his Serenade for string trio from 1938 before. Why is that? It’s just beautiful!

Afbeeldingsresultaat voor Dick Kattenburg

Dick Kattenburg

The Dutchman Dick Kattenburg (1919-1944) did not survive the war either: on May 19, 1944, he was deported to Auschwitz. His Trio à cordes sees its world premiere here. I can’t listen to this with dry eyes. Yes, I know, I know, one has to limit oneself to the music, but sometimes it is so damn difficult! But trust me, the standard of what is on offer is of the highest quality and that the work is still performed so infrequently is due to… What actually? Uwillingness? Guilt?

This year it is exactly one hundred years ago that Klein, Weiner, Kattenburg and Weinberg were born. You would expect at least something in the form of (small) memorial concerts, wouldn’t you?

Haags strijktrio

The Hague String Trio (Justyna Briefjes, Julia Dinerstein and Miriam Kirby) was founded in 2006. In the booklet they tell us that After The Darkness is a project close to their heart, which certainly can be heard. “We feel it is a privilege to bring the music of these composers to life and to create a lasting legacy, so that their voices are never forgotten”. Thank you!


Hans Krása: Passacaglia & Fugue – Tanec (Theresienstadt 1944)
Gideon Klein: String trio (Theresienstadt 1944)
Lászlo Weiner: Serenade (1938)
Dick Kattenburg: String Trio (1937/39)
Mieczyslaw Weinberg: String trio on. 48 (1950)
The Hague String Trio
Cobra Records 0065

After the Darkness

Translated with http://www.DeepL.com/Translator