interviews

KROSSOVER, OPERA REVISITED

krossover

Klassieke muziek was vroeger van iedereen en dat zou mezzosopraan Tania Kross graag terug willen hebben. Voor haar cd Krossover, opera revisited hebben diverse hedendaagse musici daarom ‘nieuwe oude opera-aria’s’ geschreven.

Het is een verzameling van sentimentele tot zeer sentimentele luisterliedjes (“onbekende/nog niet als zodanig erkende opera aria’s” volgens Kross), die je sterk aan de oude, mistige zwart/wit filmbeelden van een aanhoudende regen, het afscheid nemen van je geliefde, van verlaten stranden en eenzame zonsondergangen doen denken en die je een beetje desolaat achterlaten.

Het gevoel van eenzaamheid en verlatenheid is sterk en de melancholie (en nostalgie) is allesoverheersend. Domenico Modugno is met zijn ‘Piove’ nergens ver weg en ook de fado komt om de hoek kijken. Maar als je goed luistert, herken je ook iets van ‘Puccini-akkoorden’.

Ik mag het wel, al realiseer ik mij dat de cd niet voor iedereen bestemd is. Menig ‘opera-diehard’ zal hier zijn neus voor ophalen en (zo stel ik mij voor) veel jonge rapliefhebbers zullen er ook geen boodschap aan hebben. Hun gemis, denk ik dan, en zet de cd opnieuw op…Hun gemis, denk ik dan en zet de cd opnieuw op.

De liedjes bieden, hoe gek dat misschien klinkt, een soort troost. Het gevoel dat je hebt nadat Mimi is gestorven; je laat je tranen rijkelijk vloeien, maar daarna kan het alleen maar beter worden.

Kross: “In de hedendaagse klassieke muziek zijn we alle verbanden met de menselijke psyche, met een hart en ziel zo’n beetje kwijtgeraakt. Mensen zijn gaan experimenteren en hebben de melodie en de herkenbaarheid overboord gegooid. Maar niemand kan ontroerd worden door dissonanten en met het intellect alleen raak je van steeds meer mensen vervreemd.”

“De klassieke muziek van vroeger was van iedereen”, vervolgt ze. “Iedereen floot de Mozart-deuntjes en zong mee met de liedjes van Schubert. Dat is waar ik weer naar verlang. Ik wil dat de mensen, zeker jonge mensen, terugkeren naar de concertzalen en operahuizen en dat ze ontroerd raken.”

Kross besloot om door te gaan waar het volgens haar allemaal is gebleven: de romantiek, de herkenbaarheid en – voornamelijk – het gevoel. Haar uitgangspunt was om een soort ‘nieuwe oude opera-aria’s’ te creëren, opera-aria’s die iedereen moesten kunnen aanspreken.

Vooraanstaande Nederlandse en buitenlandse musici en tekstdichters (denk aan namen als Spinvis, Huub van der Lubbe of Lucky Fonz III) zetten zich aan het componeren, geholpen door de deskundige arrangeur en alleskunner, Bob Zimmerman, die de boel naar de klassieke wetten plooide (petje af!).

Begeleid door het zeer betrokken en zeer gevoelig spelende Netherlands Symphony Orchestra onder leiding van Jurjen Hempel dook Kross de studio in. Het resultaat kreeg de zeer toepasselijke titel Krossover – opera revisited

 

The making of:

 

De toon wordt gezet met ‘Mea Culpa’ van Reyn Ouwehand en Marinus de Goederen. De muziek zet zachtjes in en de stem van Tania fluistert mee, onschuldig schuldig, met de hoop op vergeving die er misschien niet komt.

Vanwaar zo veel sentimentaliteit en zo veel droefenis? De meeste opera’s gaan zelden over schuld of verlatenheid. Er wordt in gemoord, gestorven, er wordt zelfmoord gepleegd, maar de heldinnen worden zelden verlaten en/of verscheurd door een schuldbesef.

Kross (lachend): “Blijkbaar is dat een idee dat mannen van vrouwen hebben! Ik heb ze een opdracht gegeven en dat is het resultaat, blijkbaar zien mannen ons zo!
Ik wilde teruggaan naar de oorsprong en naar de primaire menselijke emoties, ik wilde nieuwe muziek maken voor het nieuwe, jonge publiek.”

Op mij maakt ‘Nichts macht mehr Sinn’ van Martijn Konijnburg en Henri Meijer zeer veel indruk. Het voelt ook echt opera-achtig aan. Door het ritme, het tempo, maar ook door de wisselende stemmingen. Kross: “Klopt. Een paar jaar geleden hadden de makers een echte hit gemaakt, met – inderdaad – veel opera-achtige uithalen en een beetje bombarie. Dat wilde ik er ook bij hebben.

Maar ook ‘Voor geen goud’ van Huub van der Lubbe zou niet in een opera, of minstens een moderne muziekproductie misstaan. Het is, wat mij betreft, het allerbeste nummer op de toch al zo fraaie cd. Het geeft Tania ook de meeste mogelijkheden om al haar kunnen te laten horen.

 


Krossover, opera revisited
Tania Kross (mezzosopraan).
Netherlands Symphony Orchestra onder leiding van Jurjen Hempel.
Challenge Records (CC72628)

 

Die Entführung aus dem Serail. Mini discografie

entfuaffiche

Affiche bij de eerste uitvoering van de opera 16 juli 1782 in Burgtheater

CD

entfuhrung-cd

Aan opnamen van Die Entführung aus dem Serail geen gebrek, maar écht goede kun je op de vingers van één hand tellen. Bovendien moet je daarvoor vaak behoorlijk ver terug in de tijd. Maar de allernieuwste opname – op 21 september 2015 live in het Théâtre des Champs-Élysées opgenomen en door Jérémie Rhorer zeer levendig gedirigeerd – behoort voor mij tot de allerbesten.

David Portillo is een buitengewoon fraaie Pedrillo. Licht en luchtig, vermakelijk en amusant; en ondertussen sterren naar beneden zingend…. Schitterend.

Rachelle Gilmore is een heerlijke Blonde. Luister maar naar ‘Welche Wonne, welche Lust’, die zij met een onberispelijke hoogte en kristalheldere coloraturen zingt! Adembenemend.

Mischa Schelomianski schittert als Osmin. Dat hij de rol met een dik Russisch accent zingt is hier alles behalve storend. Osmin kan het hebben.

Jane Archibald (Konstanze) klinkt af en toe een beetje schel, maar zo gauw zij ‘Ach ich liebte’ inzet geef ik mij helemaal over.

Alleen Belmonte (Norman Reinhardt) heb ik weleens beter gehoord. Zijn stem is smeuïg en zijn timbre aangenaam, maar het ontbeert hem een beetje aan souplesse, waardoor hij zijn ‘Wenn der Freude Tränen liessen’ niet tot een goed einde brengt. Gelukkig lukt het bij ‘Ich baue ganz auf deine Stärke’ veel beter, maar ik blijf moeite met zijn versieringen hebben.

Het is niet perfect, nee, maar dat zijn live-voorstellingen nooit. Eén van de redenen waarom ze juist zo leuk zijn; er gaat immers niets boven live theater! De tempi zijn aan de flinke kant maar nergens opgejaagd en het orkest sprankelt dat het een lieve lust is. En er is geen regisseur die het voor mij weet te verpesten. Zo wil ik mijn opera’s hebben (Alpha 242)

 

DVD

De wegen van de platenmaatschappijen zijn soms ondoorgrondelijk en zo kon het gebeuren dat er binnen een kort tijdbestek twee verschillende uitvoeringen van Entführung aus de Serail bij dezelfde firma, BelAir Classics uitkwamen. Het betreft respectievelijk een productie die Jonathan Miller voor de Zürcher Festspiele in 2003 vervaardigde (BAC007) en een voorstelling gefilmd in Aix-en-Provence in 2004, in de regie van Jérome Deschamps en Macha Makeïeff, en gedirigeerd door Marc Minkowski (BAC028).

Tussen beide producties zit een wereld van verschil, zo zie je maar wat een goede (of zo je wilt: een slechte) regie met een opera kan doen.

Zürcher Festspiele 2003

entfuhrung-zurich


Jonathan Miller, toch niet de eerste de beste, laat het gewoon afweten. Er gebeurt niets. In het midden staat een palmboom en de zangers komen op, leunen er tegenaan en zingen hun aria.

Ze zijn totaal aan hun lot overgelaten, wat bij de meesten resulteert in clichématige gebaren en gebaartjes. Bij Patricia Petibon (Blonde) gebeurt juist het tegenovergestelde: zij chargeert dat het een lieve lust is en doet aan overacting. In het kort: hier zijn zes personages op zoek naar een regisseur.

Patricia Petibon zingt ‚Durch Zartlichkeit und Schmeicheln‘:

Ook over het zingen ben ik niet enthousiast, want zelfs Piotr Beczala (Belmonte) en Malin Hartelius (Konstanze) presteren ver beneden hun niveau.

Er is wel één pluspuntje: Klaus Maria Brandauer in de spreekrol van Bassa Selim. Iedere scène met hem verandert in puur theater. Hij acteert niet, nee, hij geeft gewoon een masterclass in acteren.

 

Aix-en-Provence 2004

61za-pfb2zl-_sl1024_


De productie uit Aix-en-Provence kan je in één woord beschrijven: kostelijk. Al bij de aanblik van het orkest (allemaal met tulbanden en andere exotische hoofddeksels op) en de opkomst van de breed glimlachende Minkowski weet je dat je je gaat amuseren.

Het toneel wordt bevolkt door een bonte verzameling van merkwaardige figuren in oriëntaalse kostuums, de ene grap volgt de andere grol op, waarbij geen enkel cliché wordt geschuwd. Het is geen komedie meer, het is een slapstick. En waarom niet? Mozart kan het goed hebben, zeker als het om een singspiel gaat.

De dansante opkomst van Bassa Selim (een fantastische Shahrokh Moshkin-Ghalam, een in Frankrijk zeer beroemde danser en acteur) is een verhaal apart. Zijn Duits is abominabel, maar het zij hem vergeven, want wat hij verder met die rol doet (inclusief spectaculaire verdwijntruc aan het eind) is adembenemend.

Malin Hartelius laat horen wat een fantastische Kostanze zij is. Magali Léger (Blonde), Matthias Klink (Belmonte), Loïc Félix (Pedrillo) en Wojtek Smilek (Osmin) zijn allemaal prima, het orkest fel en Minkowski op dreef. Maar wees gewaarschuwd: het zit barstensvol Mohammed grappen.

De complete opera is hier te zien:

https://www.operaonvideo.com/die-entfuhrung-aus-dem-serail-aix-2004-minkowski-hartelius-smilek/

 

 

In gesprek met Morschi Franz

mirschi-wilde

Morschi Franz ©Gijs Besselink

Morschi Franz: zijn naam alleen al roept de reminiscenties op met de operettes en ‘Wien, Wien nur du allein’. Maar er is meer: Franz zelf is een aantrekkelijke jonge man, die zo uit een Sissi-film lijkt te zijn weggelopen, niet in de laatste plaats vanwege zijn tot in de details verzorgde kledingstijl die de jaren twintig van de vorige eeuw doet herleven. Het is geen pose, zo is hij.

morschi

De in Roermond geboren zeer charismatische tenor heeft een Sinto vader en een Limburgse moeder en dat schept verplichtingen. Noem het maar ‘Zigeunerbloed .

Zigeuner, mag ik dat zeggen? Van hem wel, al vindt hij dat de naam bij de meeste mensen en ‘zigeuners’ negatieve associaties oproept:
“Göbbels zei dat zigeuner van Ziehende Gauner kwam, rondtrekkende dief. Dat is natuurlijk pijnlijk. Bovendien is er wel verschil tussen Sinti en Roma.”

Hij is een Sinto.

morschi-mirando-weis

Morschi Mirando-Weis

“Ik ben naar mijn peetoom vernoemd, die heette ook Morschi. De naam betekent ‘manneke’. Mijn peetoom speelde viool bij Tata Miranda, hij zong ook.

mirschi-mirando

Mijn ouders waren beiden muzikaal: ik ben een goede combinatie van een ‘Sinti nostalgie’ met de Zuid Limburgse fanfares. Dat mijn familie naar Roermond trok komt vanwege Onze-Lieve-Vrouw van de Kapel in ’t Zand, dé pelgrimsoord van de Sinti, maar voor de oorlog heeft het gros van mijn familie in Beek gewoond. Ook vermeldenswaardig is dat Roermonds patroonheilige St. Christoffel is.. De beschermheilige van de reis. Het grote gouden beeld van hem kijkt vanaf het topje van de kathedraal uit over Roermond”.

Even een stukje voorgeschiedenis: wist u dat Sinti al sinds de vijftiende eeuw door Nederland trekken? Volgens de overlevering vond een herder vijf eeuwen geleden een Mariabeeldje in een waterput. Sindsdien gebruiken de rondtrekkende Sinti dit ‘heilige water’ om hun kinderen en zieken te beschermen en te genezen. In 1944 werden bijna alle Sinti en Roma in Nederland gearresteerd. Ook de familie Franz in Beek werd opgepakt.

 

morschi-overgrootvader

overgrootvader van Morschi Franz

“Mijn grootouders wisten samen met hun twee kinderen door het raam aan de razzia ontsnappen. Mijn vader was toen vijf jaar oud. Ze hebben daarna ondergedoken gezeten in een kippenhok bij een boer in Sittard. Alle anderen familieleden zijn eerst naar Westerbork en daarna naar Auschwitz gedeporteerd. Bijna niemand keerde terug.”

“Ik heb een niet te verklaren moeite met de politie en de douane. Iedere keer als ik ergens naartoe moet vliegen, bekruipt mij een afschuwelijk gevoel dat ik uit de rij gepikt word en apart word genomen.”

Star Wars

“Zolang ik me kan herinneren, heb ik van muziek gehouden. Ik ben met pianospelen begonnen, maar dat wilde niet opschieten. Mijn vingers deden nooit wat ik van hen wilde. Dankzij filmmuziek heb ik mijn weg gevonden. Zo is mijn echte enthousiasme geboren.”

“Filmmuziek vind ik weergaloos en buitengewoon spannend. John Williams is mijn held. Hoe die man hele klassieke stukken in zijn werk weet te verweven! Star Wars vind ik een soort Parsifal, met leidmotieven en al. Er zit ook Stravinsky in; je vindt er zowat de hele Sacre. Maar ook het Zwanenmeer van Tsjaikovski. De muziek van Williams spreekt voor zich, ook zonder beelden.”

“In de periode dat ik zo met filmmuziek dweepte, kwam ik iemand tegen die zei dat ik naar opera moest luisteren. Dat deed ik. Vijftien was ik, misschien zestien, toen ik mijn eerste opera zag: Die Meistersinger von Nürnberg van Wagner, in Amsterdam. Ik was onmiddellijk verkocht: ik moest en ik zou zanger worden. Van die betovering wilde ik deel kunnen uitmaken. Ik werd lid van een operettevereniging. Eerst als figurant, maar al snel nam ik zanglessen.”

“Mijn conservatoriumtijd ..  Mijn lessen bij maestra Mya Besselink waren het enige waar ik veel van heb geleerd en waar ik dankbaar voor ben. Het is een eer les van haar gehad te mogen hebben. Zij was een geweldige lerares voor mij. Maarverder: wat kan je leren als je maar één uur zangles per week hebt? Anderhalf uur klassiek? Er werd dan wel aandacht aan acteren besteed, maar dat alles was gewoon te weinig. Terugdenkend had ik net zo goed privélessen kunnen nemen.”

Morschi Franz als Figaro met het Johann Strauss Orchestra van Andre Rieu

“En dan ben je afgestudeerd, maar hoe verder? Ik viel in een groot gat. Aan concoursen heb ik nooit gedaan, jammer. Nu heb ik er spijt van, want alleen zo kan je je presenteren, maar toen dacht ik er boven te staan. Té trots. Ook bij mijn familie heerste een sfeer van: competities, dat kan niet gezond zijn. En nu is het te laat, nu ben ik er te oud voor. Vandaar dat ik Annett Andriessen zo buitengewoon dankbaar ben dat ik  deel mocht nemen aan de Wagner masterclasses! Ik heb er zo ongelofelijk veel geleerd en zo veel van opgestoken. Ik werkte er met Nadine Secunde, een werkelijk fantastische coach.”

“Momenteel wordt ik gecoacht door Kirsten Schötteldreier. Zij werkt aan onder andere Bayerische Staatsoper en Bayreuther Festspiele en coacht grote zangers zoals Thomas Johannes Mayer en Burkhard Fritz. Zij heeft mij bewust laten worden van mijn hele lijf. Je hele lijf is het instrument en haar methode om de energie overal laten stromen onder andere door middel van Chi Kung , werkt voor mij erg goed. Ik ben haar erg dankbaar voor alles wat ik de laatste paar jaar met haar bereikt heb en kijk uit naar wat nog komen zal.”

DNO

“Tien jaar geleden werd ik bij De Nationale Opera aangenomen als lid van het extra koor. De eerste opera waarin ik als koorlid zong, was Tannhäuser. Man o man, wat vond ik het fantastisch. En de productie van Nikolaus Lehnhoff was ook zo geweldig mooi!”

“Mijn eerste solorol kreeg ik in De legende van de onzichtbare stad Kitesj en het meisje Fevronja van Rimski-Korsakov. Wonderlijk genoeg heb ik daar niet voor hoeven auditeren; ik werd gewoon gevraagd door Hein Mulders, de toenmalige casting director.”

Trailer van de productie:

“Daarna kwam Ringetje, en dat was leuk! Ik snap echt niet dat die productie niet door heel Nederland is gaan toeren. Het verdient het om overal en door iedereen gezien te worden. Het is veel te goed om ergens opgeborgen te liggen.”

“Veel plezier had ik ook in de producties van Chovansjtsjina en Pique Dame. De rollen die ik zong waren klein, maar heel erg fijn om te doen”

morschi-franz-chovantstsjina

Morschi Franz in Chovasjtsjina

De heimwee naar een andere tijd

morschi1

F

Behalve opera en operette doet Franz ook aan het lichtere genre, zoals burlesque.
Wat heb je er mee?

“Burlesque vind ik FANTASTISCH! Ik heb een tijd burlesque-feesten georganiseerd. Het is iets waar ik bijzonder van houd: mensen in gala, in stijl, Marlene Dietrich, Zarah Leander.. “

morschi-vriendin

“Ik ben bijzonder gesteld op het Berlijn van de jaren twintig. Operette, cabaret, jazz: uitdagend en echte avant-garde. Het gekke is dat als je met Nederlanders over het Berlijn uit de tijd begint, dat ze onmiddellijk aan de nazi’s denken. Ook de Nederlandse perceptie van operette deugt voor geen meter. Operette is géén lederhozen en geen dirndl! Kijk alleen maar naar Fritzi Massary of Gita Alpár!”

“Met de komst van de nazi’s werd dat alles verboden en vernietigd. En nog steeds is operette een beetje een vies woord in de wereld van de klassieke muziek, iets wat ik echt niet snap. Ik vind operettes meer dan geweldig. Alles zit er in: chique, elegantie, seks, ontspanning, satire. En dan die heerlijke melodieën. Het moet toch ook niet altijd van die zware kost zijn. Dat krijgen we al dagelijks in de media te zien. Mag het een onsje minder ernstig zijn als je uitgaat?”

“Wat ik ook niet snap: waarom moet de hele realiteit op de bühne uitgemeten worden? Ik ben niet achterlijk, ik weet heel goed wat er speelt en hoe de wereld in elkaar zit. Moet ik het allemaal nog een keer herbeleven als ik uitga? Mensen gaan naar de opera om aan de werkelijkheid te ontsnappen. We willen lachen en hebben allemaal recht op dromen en sprookjes. Daar is toch niets mis mee?”

“In maart en april 2017 zingt ik zweiter handwerksbursche in Wozzeck, met onder andere Eva Maria Westbroek en Frank van Aken. Maar eerst ga ik een groot feest geven. Ik noem het ‘de heimwee naar een andere tijd’.”

“Normaliter geef ik galafeesten die zich in het Berlijn van 1920 afspelen en nu gaan we met oud en nieuw iets verder terug… een feest  zoals Oscar Wilde dat zou hebben gehad.

morschi-nieuw

©Gijs Besselink

In een prachtig pand op het Nes met koperen baden en open haarden gaan we terug naar 1890. Dandyisme met hoge hoeden, korsetten, fluwelen kamerjasjes, dichters, opera, en klassieke muziek… In  het badhuis de oosterse sferen met absint , op de begane grond een high society banquet en de appartementen erboven worden omgetoverd tot de privé vertrekken van Dorian Gray. Het feest is uitverkocht.”

Je komt een goede fee tegen en je mag maar drie wensen doen. Wat wordt het?

“Eén: een grote operetteshow met alles erop en eraan. Twee: Lohengrin. En drie: Siegfried in Siegfried. Siegfried is een zware rol, ja, maar Siegfried is lyrischer dan de mensen denken. Het is een jonge jongen dus ik vind het belangrijk om een tenorale klank te horen en geen opgekrikte bariton!

morschi-siegfried

Morschi Franz als Siegfried in het ‘Ringetje’ bij DNO

Hieronder zingt Morschi Franz ‘In fernem Land’ uit Lohengrin van Wagner. De opname is gemaakt tijdens een lunchconcert bij De Nationale Opera op 19 januari 2016. Aan de piano zit Jan-Paul Grijpink:

Geen Italiaanse opera’s?

“Ik ben eenmaal Duits georiënteerd. Operette en Wagner liggen mij het best. Maar mocht ik ooit de loterij winnen dan ga ik een huis op Bali kopen en ga daar samen met mijn vriendin wonen. Ik ben verliefd op Bali en breng er zo veel mogelijk tijd door. Het eten is er lekker, de mensen vriendelijk en ze hebben er een rijke cultuur. En dan de kleuren en geuren! Daar ga ik dan een operahuis stichten dat de Balinese met het Westerse gaat vermengen. Mijn vriendin danst bij het Nationale Ballet en de combinatie ziet ook zij zitten.”

 

Interview with Michelle Breedt

breedt

I have a huge fondness for South-African mezzo-soprano Michelle Breedt. I admire her charisma, how she embodies the life of a character, and her voice, of course: soft, round and warm. With the high register of a soprano, but with darker colours, and a calm, unforced lower register. Unmistakably a mezzo.

In 2004 (revival: 2011) the Netherlands got to hear her live on stage for the first time. She sang Octavian in Der Rosenkavalier by Richard Strauass at the National Opera. One of the most famous pants roles so many mezzos seem to play their fair share of.

breedt-met-schwanewilms

Michelle Breedt (Octavian) and Anne Schwanewilms (Marschallin) in Amsterdam. Foto: Monika Rittershaus

Besides Octavian, Breedt has other (young) men and boys in her repertory. Cherubino, of course, but also Chérubin by Massenet, Stefano (Roméo et Juliette), Nicklausse (Contes d’Hoffmann), Idamante (Idomeneo) and Annio (La Clemenza di Tito).

She also sings Carmen, of course, and Charlotte, Brangäne and Mélisande, but what really sets her apart from her colleague mezzos is the number of modern and contemporary roles in her repertory. Roles in modern and forgotten operas which she studies with a dedication that is typical of her and which she brings to life so memorably. Roles that demand a bigger than usual acting ability because her characters often move between good and evil.

Take for example Mère Marie in Poulenc’s Dialogues des Carmélites (a role she sang in november 2015 at the National Opera in Amsterdam), a woman who, for many people,  stands for religious fundamentalism.

 

michelle-breedt-marie

Michelle Breedt (Mère Marie), Sally Matthews (Blanche) Amsterdam, 2015.  Foto: Hans van de Boogaard

Is that really the case, though? What does Breedt think of this herself?  Of Marie, but also of those other two unconventional characters: Lisa in Die Passagierin  by Weinberg, and Cayetana, Duchess of Alba in Goya by Menotti.

The day we spoke to each other, Breedt was in Spain, singing Fricka at the Oviedo Summer Festival.

breedt-fricka

Michelle Breedt as Fricka

“I am not very fond of Fricka. It is a wonderful role, of course, very dramatic too in her confrontation with Wotan. To me, Fricka is too one-dimensional, too certain of herself and her own truth. Only she knows what is good. No, if it has to to be Wagner, give me Brangäne. Brangäne has doubts, which make her react spontaneously and emotionally. I can do so much more with that.”

Breedt (Brangäne) with Iréne Theorin (Isolde):

Breedt has been singing for many years at the largest opera houses of the world, but she gained special recognition for the part of Lisa, a former SS guard in Auschwitz, in Mieczysław Weinberg’s Die Passagierin . Breedt created the part at the world premiere in 2010 in Bregenz and repeated it in 2011 (in English) at the English National Opera, and in 2014 at Houston Grand Opera.

 breedt-passenger

“In Bregenz I met Zofia Przesmysz, the author of the book the opera is based on, but I did not discuss the role with her. I also did not read the book.  I specifically did not want to do that.  I wanted to remain open to the role as much as possible, because I needed to transmit the reality of the opera. Also people who had not read the book or did no see the movie should be able to understand the opera. My starting point was Weinberg’s music, which I studied intensely. I wanted to be as faithful to his music as possible. His music is truly magnificent. I had to stay faithful to the role he wanted. His music speaks a natural language. In addition to the music, I had the libretto. I did a lot of research on my own too. An American book on German female camp guards was extremely helpful. I had to be careful not to make Lisa into a caricature: after all, the libretto is written from her perspective.”

“I am from South-Africa and I have lived through the Apartheid. I know from experience you don’t know everything, cannot know everything, even if you are right in the middle of it.  So I can more or less understand people who say they did not know anything about it.” After a short silence she softly sings:  “I wanted to help them and they really liked me” … “The ship is a metaphor for practically everything. You are locked up, and cannot escape, but you sway on just like the sea.”

 breedt-lisa

Breedt also sang the role in English. Did that make a difference? “O yes! I really hated singing it in English. The opera is very sensitive to language, and English makes Lisa sound too nice. It is really a language thing, German simply sounds harder.”

 

Another world premiere on Michelle Breedt’s repertory is Goya by Menotti, in which she sang Doña Cayetana, the Duchess of Albas.

Goya

Michelle Breedt (Cayetana) with Plácido Domingo (Goya)

” I am always curious and eager to learn and do a lot of background reading before I undertake a role. I try to get my inspiration from the historical context. So I studied the entire house of Alba, and the period they lived in. Cayetana was a free spirit, very brave as well, but she was also a manipulator. A highly complex personality of great psychological interest.”

In answer to my question whether she considers Mère Marie a manipulator as well she immediately said yes. But things are complicated.
“The libretto does not do her justice. She is certainly controversial, but she stands for what she believes in, her religion. I mean, how many people are prepared to die for their ideals?  For their faith? And no, of course you cannot compare her to the suicide attackers of today, because they want to take along as many innocent people as possible.  That is not the intention of true martyrdom.”

Trailer from Amsterdam:

 

“Marie has a very strong character, she would rather die as a nun than renounce her faith. The libretto is not fair to her, because it does not say what happens to her afterwards. It is her biggest tragedy that she cannot die together with the others, that she has to keep on living. That is her martyrdom. In fact, she is a deeply sad figure who has to continue living while all she wanted was to find death.” Breedt herself grew up in a religious family, can she identify with Marie? “I can identify more or less with the religious aspect, but the thought of a convent is alien to me. For me, that is one step too far. Shutting yourself off from the world is not for me. You miss out on life itself that way, which goes against my life’s philosophy. I love challenge, I love life.”

As opposed to many mezzos Breedt does not sing much Händel. Not much Verdi either. She does sing a lot of modern repertory, though.
“I am not a coloratura mezzo. My voice is different from that of Cecilia Bartoli. I am more someone of the long lines. There are not many Verdi roles that fit me either. Apart from Eboli, that is, and I have indeed sung her. I recorded a lot of modern and ‘Entartete’ music when I worked frequently with Gerd Albrecht. We did not have a lot of time, but it was too important not to do it, to leave it. I am extremly happy I did, because the operas are now documented.”

“My dream role?  Regardless whether I could sing it?”
“Oooo… don’t laugh!” she exclaims, chortling. “All those gorgeous Italian tenor favorites! Nessun dorma, Donna non vidi mai…
Seriously: “Kundry, perhaps. Or Sieglinde. Or Marie in Wozzeck. I would like to try out more “zwischenfach” roles. I am a real mezzo-soprano in the true meaning of the word: between soprano and alto.”

Michelle Breedt gives Masterclass in Bayreuth:

English translation: Remko Jas

Interview in Dutch: MICHELLE BREEDT

Review of The Passenger: MIECZYSŁAW WEINBERG: ‘THE PASSENGER’. English traslation

Interview with Carmen Giannattasio

carmen-grazia-fortuna-ward-victor-santiago

Photo: Victor Santiago

She is a strong woman. Like Leonora in Il trovatore, the role she performed in October 2015 at the National Opera in Amsterdam. A conversation with the Italian soprano Carmen Giannattasio. “I don’t owe anybody anything. I did it all by myself.”

Unter recently Dutch operagoers mainly knew her as the strict museum director in Damiano Michieletto’s production of Il Viaggio a Reims for the National Opera.

carmen-giannattasio-viaggio-a-reims-clarchen-matthias-baus

Photo: Clärche & Matthias Baus

Trailer from Michieletto’s production:

But Carmen Giannattasio’s fame extends far beyond that. She is one of the most famous belcanto sopranos emerging over the last few years.

The soprano, born on April 24, 1975, in Avellino, southern Italy, has a repertory consisting of dozens of familiar and less familiar roles, and her discography is much larger than one would expect. In October 2015 Giannattasio returned to Amsterdam for Leonora in Verdi’s Il Trovatore, a role she has sung previously in Zürich, Venice, and New York.

carmen-trov

As Leonora in Amsterdam with Francesco Meli as Manrico. Photo: Ruth Walz

Giannattasio studied the role of Leonora with Leyla Gencer, her teacher and mentor. It was also Gencer who prepared her for her La Scala debut in 2001, while she was still a student at the conservatory.

“Leyla Gencer perhaps was the most important person in my life. She coached and stimulated me. She believed in me unconditionally, and gave me the extra push I needed to go to La Scala. She was present when I made my debut there as Giulietta in Il Giorno di Regno.

Music in the convent

“I was two years old when I first discovered music. I’ll never forget that day, it will be etched on my memory forever.”

“It happened in a convent. I went to nursery school there, and was bored to death. You have to understand that I was a difficult child at the time, not very social. “Peculiar” would probably describe me best.  Our family had just been blessed with a new child, and I was fiercely jealous of my baby brother. I teased him, and nothing could be done with me. My parents wanted me to become more sociable, and learn how to get on with other children, that is why they sent me to nursery school at such an early age. And right there, in that convent nursery school, I heard music for the very first time.”

“It came from behind a closed door. When I opened it, I saw a piano. Sitting at it, was mother superior. It was she who was responsible for those divine sounds. I wanted to be able to do that too: I wanted to be part of the enchantment. So I kept begging for piano lessons at home until my parents gave in.”

“It was my piano teacher who discovered my voice, and who sent me to the conservatory. I was not so certain myself.  It did not help I did not care much for opera, which did not really touch me. I greatly preferred the piano! My father agreed with me: as a piano teacher at least I could make a living. It took three years before I suddenly saw the light. From that moment on, I acquired a real taste for singing.”

“Music was never enough for me. I also studied English and Russian literature, and even got my degrees. I speak Russian very well, and would love to sing Russian operas. Unfortunately, I am never asked to do so. Apparently people think those works can only be sung by Russians, and Italians can do no justice to them. A pity!”

carmengiannattasio-top

Photo: Opera Base


Operalia and Opera Rara

At the Operalia-contest in Paris in 2002 Giannattasio won both the first prize, and the audience prize. Did this help her to get on?

“Let me put it this way: everything you achieve, you do by yourself. Plácido Domingo is very kind and supportive, and after I won, he invited me to Los Angeles to participate in a gala, where I sang Desdemona in the fourth act of Otello, with Roberto Alagna. But in fact I don’t owe anybody anything. I did it all on my own, without any help from others.”

Carmen Giannattassio at the Operalia 2002:

The phrase ‘nobody has ever helped me, I did it on my own’ is repeated like a mantra throughout our conservation. Giannattasio repeats it once more when we discuss the unfamiliar Belcanto roles she has recorded for Opera Rara.

“I am really very proud I have done those recordings. Not everyone is willing to, for a good reason. You have to work extremely hard for just one performance, and one recording.”

“It is rather weird to study roles you will never sing a second time. You know it is a one-off, and after that, basta. Well, in most cases, anyhow. But I did it with a lot of pleasure. I was very young then, and more than willing to do it.  And I am really proud of that. I did it!”

Carmen Giannattasio discusses her recording of Bellini’s Il pirata for Opera Rara:

Elisabetta and Leonora

One of her most important recent roles is Elisabetta in Donizetti’s Maria Stuarda. She sang the role in London and Paris, in the same production, but with two different partners: in London, mezzo-soprano Joyce DiDonato, and in Paris the (light) soprano Aleksandra Kurzak. Does she sing and colour the role differently with another partner?

“No, of course not. The role remains the same, after all. You sing the notes and the words, and your partner is just your partner. Nothing changes. Well, perhaps a little, but not for me. DiDonato is a mezzo, and they transposed the score down for her. To me, that did not matter at all. Kurzak is a very temperamental woman. She is bursting with energy, and I like that very much, because it is important to have a partner who challenges you.”

Giannattasio and Kurzak in Maria Stuarda:

Giannattasio’s interpretation of Leonora reminds me a lot of Leyla Gencer, and I am not alone in that. On YouTube an admirer wrote under a video from Zürich: “Degna studentessa della Gencer… È stata una Leonora belissima. Finalmente una voce veramente verdiana. Mamma, è divino senza più aggettivi.”

I am particularly struck by the determination in her voice. Is Leonora a strong woman?

“O yes, certainly! But more importantly, she is young, not older than seventeen, eighteen at the most. Leonora is a teenager, and teenagers are the same throughout history. The moment they are in love, they think it is the most important thing in the world. Their love is everything to them! On top of it, they are impulsive, and think the world comes to an end when something stands between them and their love. And of course they all want to die, to die of and for love. Adolescents! Don’t forget Leonora is extraordinarily fascinated by a mysterious man she hardly knows anything about, not even his real name.”

‘The fondest memories I have of Il Trovatore are of a Metropolitan Opera production in 2012. David McVicar is a director I greatly admire. He is not really traditional, quite progressive, actually, but in his case, everything makes sense.  I have nothing against updating, by the way! It just as well possible to sing a role in a T-shirt and jeans, that does not affect the character at all.”

“I love to be challenged, otherwise things can get monotonous. You cannot endlessly repeat yourself. There are limits, however. Don’t touch the music or the libretto, those things should never be tampered with. Also, I don’t like extremes. I don’t think I would do anything a director asks of me, but I am willing to go far, yes. Fortunately, I have never been asked to cross my own boundaries yet.”

Trailer from Il Trovatore in Amsterdam:

 

Fashion and the future

carmen-it

Photo courtesy The IT Magazine

Giannattasio is one of the few opera stars who also works as a model. She is the face of Alberta Ferretti, Antonio Riva en Antonio Grimaldi, amongst others.

“Yes, I guess you could say I am a fashionista. I am fortunate there are people around who want to invest in me, and that certain brands have made me their ambassador. I am not really a model, and do not look like a model. I am a normal woman, like millions of others.”

Future plans? Dreams?

“I speak Russian, English, French, and Spanish. Not German, so no German repertoire for me. I could never sing an opera in a language I do not speak. Doing that, you are nothing more than a parrot, which is not for me. But I am still young, and who knows what will come on my path.”

“Norma always has been my dream role, because you can prove yourself with it not only as a singer, but as an actress as well. Now I have learned Norma, I don’t have any big wishes left anymore. One day I might sing Lady Macbeth, or Tosca, but not for the moment.”

Giannattasio sings ‘Casta Diva’ from Norma:

“I am more than happy with how my life, including my personal life, looks right now. I am also extremely proud of myself, because I did everything myself, no one ever helped me. Life is short, and I don’t want to plan anything.  I live by the day, and it feels just great like that.”

English translation: Remko Jas

Interview met Joseph Calleja

calleja_amore_4785340_y9a1255rt

Foto: Simon Fowler/Decca

Joseph, finalmente mio!

Niet een conventioneel begin van een gesprek, maar ik had daar alle reden toe: onze afspraak in Amsterdam werd twee keer verschoven tot er niets anders overbleef dan Facebook en Skype, maar zelfs dan heeft het even geduurd eer ik hem daadwerkelijk te spreken kreeg.

Hem is Joseph Calleja, één van de beroemdste tenoren van zijn generatie, met een drukke agenda en nog meer plannen voor de toekomst. Hij komt uit Malta en een paar dagen voor ons gesprek, eind januari 2013, is hij 35 jaar oud geworden

“Januari is een goede maand voor tenoren”, lacht hij. Kijk maar zelf: Mario Lanza, Domingo, mijn leraar, ik …. Wellicht zit er iets in de januari-lucht?”

Om alle misverstanden meteen de wereld uit te helpen: zijn naam spreek je uit als ‘Kaleja’. Dus niet op zijn Spaans en ook niet op zijn Italiaans of Portugees.
Nou, dat is niet moeilijk voor de Nederlanders, zeg ik en alweer moet hij lachen.

Met Nederland heeft hij veel affiniteit. Zijn internationale carrière is tenslotte hier begonnen, bij de Nederlandse Reisopera. Op zijn negentiende (sic!) zong hij er Leicester (Maria Stuarda van Donizetti). Een enorme prestatie, waar je toch op zijn minst stil van wordt. Zijn stem was toen heel erg licht en zoetig, en zijn hoge noten soepel en zuiver, een beetje Tagliavini-achtig.

Calleja als Leicester in Bergamo in 2001:

In 2004, op zijn 26ste maakte hij zijn debuut bij de Nationale Opera als Duca van Mantua in Rigoletto van Verdi. Eerder in 2001 zong hij de rol al in de haven van Rotterdam.

Calleja zingt Il Duca in Rigoletto aan de met in 2011

Hij heeft veel vrienden overgehouden aan die periode hier. En hij kent zelfs één zin in het Nederlands: ‘eet mijn konijn niet op’

Hij moet er smakelijk om lachen. De anekdote is inmiddels bekend, maar hij wil’m best nog een keer vertellen. Hij had een Nederlandse vriendin. Toen hij bij haar op bezoek kwam, vertelde zij aan haar kleine zus dat het een Maltese gewoonte was om veel konijn te eten. Het meisje schrok en pakte haar konijn op met de woorden ‘eet mijn konijn niet op’. Dat heeft hij altijd onthouden.

Negen jaar geleden vertelde je mij dat van alle hedendaagse tenoren de stem van Pavarotti het dichtst bij jou lag. Je zei toen -“ Als ik morgen doodga en maar naar één stem mag luisteren, de laatste stem in mijn leven, dan wordt het Pavarotti. Hij is mijn allergrootste favoriet, mijn echte idool. Er waren en er zijn veel meer mooie en grote stemmen, maar Pavarotti is voor mij nummer één.” Denk je er nog steeds zo over?
”Ja, eigenlijk wel, al moet ik toegeven dat ik steeds meer bewondering voor Jussi Björling heb gekregen, iedere dag ben ik hem steeds meer gaan waarderen. Het is heel goed mogelijk dat het te maken heeft met de ontwikkeling van mijn eigen stem”

Je zingt nog steeds geen Mozart, waarom?

Lachend: “Misschien omdat niemand het me vraagt? Het is jammer, want Mozart is heel erg goed voor mijn stem, denk ik. Ooit zong ik Don Ottavio tijdens een zeer klein operafestival in Regensburg, maar de laatste tijd is er geen vraag naar. Ik hoop het in de toekomst wat meer te kunnen zingen. Ferrando misschien? Geen Tamino, die vind ik niet interessant genoeg, maar Idomeneo bij voorbeeld weer wel. Het uitbreiden van mijn repertoire heeft ook met de talenkennis te maken. Mijn Italiaans en Frans zijn zeer goed, helaas heb ik nog steeds moeite met het Duits. Het beperkt mij wel, maar daar werk ik nu aan.”

Je stem wordt vaak vergeleken met de zangers van vroeger, daarbij maak je carrière in een duizelingwekkend tempo. Wat vind je er zelf van?

“Het is waar. Ik vind het een beetje eng, het komt allemaal zo vreselijk vroeg en snel, en het drukt als een soort last op mij. Mensen verwachten van je dat je iedere avond geweldig zingt, maar het kan niet, de menselijke stem is geen viool. Maar ach,  de andere kant is het ook een fantastische ervaring!”

Laatst had ik een gesprek met Marylin Horne. Zij drukte jonge zangers op het hart om zich niet te haasten, om het rustig aan te doen

“Ik weet het. Maar het is tegenwoordig zo vreselijk moeilijk! Ik denk dat je je wel moet haasten, maar op een slimme manier. Dat wil zeggen: studeren als een gek, werken als een gek, maar heel erg kieskeurig zijn met het repertoire dat je zingt”.

Op zijn agenda voor de eerstkomende vier maanden staan zeer verschillende rollen vermeld: Tebaldo in I Capuletti e i Montecchi in Munchen, Rodolfo in La Boheme in Chicago, Gustavo in Un Ballo in Maschera in Frankfurt en Nadir in De Parelvissers in Berlijn, Voor het gemak tel ik de concertante uitvoering van Simon Boccanegra en het Requiem van Verdi er niet bij. Hoe schakelt hij tussen de zeer lyrische Nadir en de zeker veel dramatischer Gustavo?

“Ik denk niet dat je Gustavo in Ballo anders moet zingen dan Duca in Rigoletto of Manrico in Il Trovatore. Al die rollen werden geschreven voor hetzelfde type tenor. Oké, de orkesten waren toen kleiner en de stemming was lager. Dat legt best veel spanning op een tenor van nu. Je moet nóg hoger en nog luider dan het de bedoeling was. Iedere zanger bewandelt zijn eigen weg en onderweg kan je altijd fouten maken, maar als het goed is kun je er veel van leren”

“Ja, ik heb ook fouten gemaakt. Mijn eerste La Bohéme kwam te vroeg en ik heb nog een paar andere dingen te vroeg gedaan. Maar, zoals ik al zei: daar leer je van. Wat wel helpt is een gezonde, solide techniek en een goed advies.”

Anders dan veel van zijn vakgenoten heeft hij geen problemen met de moderne regie.

“Respect, dat is alles wat ik vraag. Ik doe mijn werk, een regisseur hopelijk ook. Ik moet de regisseur kunnen vertrouwen, geloven dat hij weet wat hij doet en waarom hij het doet. Het beoordelen van de regisseurs laat ik aan het publiek en de recensenten over. Het is niet aan zangers. We hoeven het niet met elkaar eens zijn, maar we horen elkaar te respecteren”

Maar wat doe je als een regisseur je in je nakie op het toneel wilt zetten? Als zanger ben je met kleren aan al kwetsbaar! Ga je er mee akkoord?

”Ik zou het, werkelijk waar, niet weten. Gelukkig heeft nog niemand mij gevraagd om mijn kleren uit te trekken, al heb ik eens Duca in mijn boxershort gezongen.
En ach: als je alleen dingen doet die je leuk vindt dan kan je tien maanden per jaar thuis blijven. Dus ik zeg alleen nee als het mijn stem kan schaden.”

In januari en februari 2013 toerde Calleja door Europa met het programma uit zijn cd Be my love – A Tribute to Mario Lanza.

callejalanzacd

Pavarotti, Domingo, Carreras; bijna alle tenoren van die generatie dweepten met Mario Lanza en zijn films. Maar jij was nog niet eens geboren toen hij stierf? Hoe komt iemand van je leeftijd bij hem terecht

”Toen ik jong was speelde ik in een rockgroep. Mijn oom bedacht toen dat ik maar eens naar goede muziek moest luisteren. Ik moest van hem naar alle Lanza-films kijken. Toen is mijn liefde voor de opera begonnen. Wat een fantastische zanger! In zijn eentje bezat hij een charisma van vier, vijf tenoren. Ik heb ook al zijn cd’s. En het kan me niet schelen dat hij zong met microfoon.

“Ik heb niets tegen cross-overs, zeker niet als het goed wordt gedaan. En wat is dat eigenlijk, een cross-over? Voor mij betekent het plezier hebben, goede muziek maken. Ikzelf ben geen Mick Jagger of Robbie Williams, ik ben een operazanger en blijf een operazanger. Maar, als je het doet zoals bijvoorbeeld de drie tenoren het deden, dan vind ik het fantastisch.”

“Waarom moet een operahuis de enige plek zijn waar opera wordt gezongen? Vroeger brachten de mannen in Italië, maar ook op Malta, een serenade door het zingen van een opera. De vrouwen stonden in het open raam, als was het in een operaloge. Op die manier heeft mijn leraar zijn vrouw ontmoet. Waren de operazangers van honderd jaar geleden niet de popzangers van nu? Nou, op Malta zeker!”

calleja_amore_4785340_y9a2916rt

foto: Simon Fowler/Decca

Ik vertel hem dat ik de nacht voor ons gesprek heb gedroomd dat ik hem tegenkwam in een lounge van een groot hotel. Hij zat daar met al zijn broers en zussen en vertelde dat hij voortaan ook volksliedjes op zijn recitals gaat zingen.
Zingt hij eigenlijk volksmuziek?

“Onze volksmuziek is niet geschikt om gezongen te worden door een geschoolde tenor. Malta is net als Sardinië: de muziek is er rauw. Italiaanse muziek maakt deel uit onze volkscultuur. We zijn in de Italiaanse traditie geschoold, de canzoni behoren ook tot onze cultuur”

Wat voor talen spreek je thuis? Engels, Italiaans, Maltees?

“Hahaha. Allemaal en dan ook nog eens door elkaar!”

Wat vind je moeilijker? Opera zingen of toeren met een recital?

”Zonder meer toeren. Je pakt je koffers in, je pakt ze uit, komt op en zingt, gaat slapen en pakt je spullen weer. Soms heb je een paar dagen rust tussen de concerten door, maar dan word je vaak geacht interviews te geven, je gezicht in verschillende programma’s te laten zien en soms zelfs iets te zingen. Heel erg vermoeiend allemaal.”

Vandaar dat ik zo lang op mijn interview moest wachten?

”Hahahahahaaa! Daar ga ik niets over zeggen!”

Waarom zing je eigenlijk?

“Waarom zing ik?” Hij neemt even de tijd om na te denken, de vraag is blijkbaar moeilijker dan gedacht. ”Ik zing omdat ik er alle grote emoties in kwijt kan: liefde, verdriet, boosheid… alles!”

Interview in English: JOSEPH CALLEJA. January 2013 interview in English

Carmen Giannattasio is een sterke vrouw

carmen-giannattasio-grazia-fortuna-ward-foto-victor-santiago
Carmen Giannattasio als model voor Grazia Fortuna Ward. Foto: Victor Santiago

Ze is een sterke vrouw. Net als Leonora in Il trovatore, de rol die ze in oktober 2015 bij De Nationale Opera ging vertolken. Een gesprek met de Italiaanse sopraan Carmen Giannattasio. “In feite heb ik aan niemand iets te danken. Ik heb het allemaal zelf gedaan.”

De doorsnee Nederlandse operaganger kende haar tot voor kort voornamelijk als de strenge museumdirectrice uit de Damiano Michieletto´s productie van Rossini´s Il Viaggio a Reims bij de Nationale Opera.

Trailer van de productie:

Maar Carmen Giannattasio’s faam reikt veel verder dan dat. Ze is één van de beroemdste belcantosopranen van de laatste jaren.

De op 24 april 1975 in Avellino (Zuid Italië) geboren sopraan heeft tientallen bekende en onbekende rollen op haar repertoire staan en haar discografie is veel groter dan men zou kunnen vermoeden.

In oktober 2015 kwam Giannattasio naar Amsterdam voor Leonora in Il Trovatore van Verdi, een rol die zij al eerder heeft vertolkt in o.a. Zürich, La Fenice in Venetië en de Met in New York. Een rol die zij ooit heeft ingestudeerd onder supervisie van Leyla Gencer, haar lerares en mentor. Het was Gencer die haar klaarstoomde voor haar debuut aan de Milanese La Scala in 2001 toen zij nog aan het conservatorium studeerde.

“Leyla Gencer was misschien wel de belangrijkste persoon in mijn leven. Ze heeft me gecoacht en gestimuleerd. Ze geloofde onvoorwaardelijk in me en heeft me de ‘push’ gegeven die ik nodig had om de stap naar La Scala te maken. Ze was er zelf ook bij, bij mijn debuut als Giulietta in Il Giorno di Regno.”

Muziek in het klooster

“Ik was twee jaar oud toen ik voor het eerst kennismaakte met muziek. Die dag vergeet ik niet, die staat voor altijd in mijn geheugen gegroefd”.

“Het was in een klooster. Ik zat daar op een kleuterschooltje en ik verveelde mij dodelijk. Nu moet je weten dat ik best vervelend was, toen. Ik was alles behalve sociaal, je kan rustig zeggen dat ik behoorlijk raar was. Ons gezin werd net verrijkt met een nieuw kindje en ik was dodelijk jaloers op mijn pasgeboren broertje. Ik pestte hem en er was geen land met mij te bezeilen. Mijn ouders wilden dat ik socialer werd en met andere kinderen leerde omgaan, vandaar dat zij mij al zo vroeg naar de kleuterschool hebben gebracht.”

“En daar, in dat peuterklasje van het klooster hoorde ik voor het eerst muziek. Het kwam van achter een gesloten deur en toen ik de deur opendeed zag ik een piano. Daar zat moeder overste achter, zij was het die voor de goddelijke klank verantwoordelijk was. Dat wilde ik ook, ik wilde bij de betovering horen.Thuis ben ik net zo lang blijven zeuren tot ik op de pianoles mocht.”

Het was mijn pianolerares die mijn stem heeft ontdekt en mij naar conservatorium heeft gestuurd. Daar was ik niet zo zeker van, ik twijfelde… Bovendien had ik eigenlijk niets met opera, het raakte mij niet echt. Piano vond ik veel mooier! Mijn vader was het eigenlijk met mij eens: als pianoleraar kon ik tenminste mijn brood verdienen. Pas na drie jaar viel het kwartje, toen kreeg ik pas de smaak te pakken.”

“Muziek was voor mij niet genoeg. Ik studeerde ook Engelse en Russische literatuur. Daar heb ik ook een graad in behaald. Ik spreek goed Russisch en ik zou graag Russische opera’s willen zingen. Helaas word ik daar niet voor gevraagd. Blijkbaar denkt men dat die rollen door Russen bezet moeten worden en dat Italianen het niet zouden kunnen. Jammer.”

Operalia en Opera Rara

Bij de Operalia competitie in 2002 in Parijs won Giannattasio zowel de eerste prijs als ook de publieksprijs. Heeft het haar op weg geholpen?

“Laat ik het maar zo stellen: alles wat je bereikt doe je zelf. Domingo is buitengewoon aardig en behulpzaam. Na het winnen van het concours heeft hij mij naar Los Angeles uitgenodigd, daar mocht ik meedoen aan een Gala, waarbij ik, naast Roberto Alagna Desdemona zong in de vierde acte van Otello. Maar in feite heb ik aan niemand iets te danken, ik heb het allemaal zelf gedaan, zonder enige hulp van buitenaf”.

Giannattasio tijdens Operalia 2002:

De zin “niemand heeft me ooit geholpen, ik deed het zelf” klinkt als een soort mantra door ons hele gesprek. Giannattasio herhaalt het als we het over de onbekende belcantorollen hebben die ze voor Opera Rara heeft opgenomen. “Daar ben ik echt trots op, dat ik het deed. Niet iedereen doet het. Uiteraard. Niet iedereen wil zo veel werk verrichten voor maar één uitvoering, één opname.”

“Het is best vreemd om rollen te leren die je daarna nooit meer zingt. Je weet dat het bij die ene keer blijft, daarna is het basta. Nu ja, meestal dan. Maar ik deed het met ontzettend veel plezier. Ik was toen heel erg jong en ik wilde het meer dan graag. En daar ben ik dus echt trots op. Ik deed het!”

Elisabetta en Leonora

Eén van haar belangrijkste rollen van de laatste tijd is Elisabetta in Maria Stuarda van Donizetti. Zij zong haar in Londen en Parijs, in precies dezelfde productie maar met een totaal andere partner: in Londen was het de mezzo Joyce diDonato en in Parijs de (lichte) sopraan Aleksandra Kurzak. Zingt en kleurt ze de rol anders bij die verschillende partners?

“Welnee, helemaal niet. De rol is immers dezelfde? Je zingt je noten en je woorden, en je partner is gewoon je partner. Er verandert niets. Nou ja, een beetje, maar dat geldt niet voor mij: DiDonato is een mezzo, voor haar werd de partituur een paar noten naar beneden bijgesteld. Voor mij maakte het niets uit. Kurzak is een zeer temperamentvolle vrouw, zij barst van energie en dat vind ik prettig, want het is echt belangrijk om partners te hebben die je weten uit te dagen.”

Giannattasio en Kurzak in Maria Stuarda:

Haar interpretatie van Leonora doet mij sterk aan Gencer denken. Ik ben de enige niet. Op You Tube, onder de clip uit Zürich heeft een bewonderaar gereageerd:

“Degna studentessa della Gencer… È stata una Leonora belissima. Finalmente una voce veramente verdiana. Mamma, è divino senza più aggettivi. ”

Mij valt voornamelijk de vastberadenheid in haar stem op. Is Leonora een sterke vrouw?

“O ja, beslist! Maar: zij is voornamelijk jong, niet ouder dan 17, hooguit 18. Leonora is een teenager en teenagers zijn van alle tijden. Als zij eenmaal verliefd zijn dan denken ze dat dat het allerbelangrijkste is wat er is. Hun liefde is alles voor ze! Daarbij zijn ze ook impulsief en denken dat de wereld vergaat als er iets tussen hen en hun geliefde komt. En natuurlijk willen ze allemaal sterven, sterven van en voor de liefde. Pubers! Vergeet niet dat Leonora buitengewoon gefascineerd is door de mysterieuze man van ze niet eens weet wie of wat hij is en hoe hij eigenlijk heet!”

“Mijn mooiste herinneringen heb ik aan de productie in de Met in 2012. Mc Vicar is een regisseur die ik zeer bewonder. Hij is niet echt traditioneel, hij is behoorlijk vooruitstrevend, maar alles is bij hem logisch. Maar ik heb echt niets tegen actualisering, hoor! De rol kan je net zo goed in een T-shirt en in een spijkerbroek zingen, dat verandert helemaal niets aan het karakter.”

“Ik hou ervan om uitgedaagd te worden, anders wordt het monotoon. Je kan jezelf niet blijven herhalen. Maar er zijn grenzen, dat wel. Je mag niet aan de muziek en niet aan het libretto komen, je mag ze niet veranderen. En ik houd niet van extremen. Ik denk ook niet dat ik alles zou kunnen doen wat een regisseur van mij verlangt, maar ik ga er best ver in, ja. Gelukkig is mij nog nooit gevraagd om over mijn grenzen heen te gaan

Trailer uit de productie in Amsterdam:

Giannattasio is één van de weinige operasterren die ook modellenwerk doet: zij is het gezicht van onder andere Bulgari en Antonio Riva.

carmen-gianna-bulgari

“Je kan wel stellen dat ik een ‘fascionista’ ben. Ik prijs mij gelukkig dat er mensen zijn die in mij willen investeren en dat er merken zijn die van mij hun ambassadrice hebben gemaakt. Ik ben niet echt een model en ik zie er niet uit als een model. Ik ben een gewone vrouw, zoals miljoenen anderen.”

Toekomstplannen? Dromen?

“Ik spreek Russisch, Engels, Frans en Spaans. Geen Duits, dus geen Duits repertoire voor mij. Ik zou het niet kunnen opbrengen om een opera te zingen in een taal die ik niet beheers. Dan ben je net een papegaai, het is niets voor mij. Maar ik ben nog jong en wie weet wat er nog op mijn weg komt?”

“Ik ben meer dan gelukkig met hoe mijn leven, ook mijn privéleven er nu uitziet. En ik ben ontzettend trots op mezelf, want alles heb ik zelf bereikt, er was niemand die mij ooit heeft geholpen. Het leven is kort en ik wil niet plannen. Ik leef bij de dag, het is goed zo.”

English translation:
CARMEN GIANNATTASSIO interview in English

Een openhartig gesprek met PABLO HERAS-CASADO

pablo-burkhard-scheibe

foto: Burkhard Scheibe

Voor sommige mensen gelden andere normen dan voor gewone stervelingen en alles wat ze aanraken verandert in goud, zonder dat ze zich er in verslikken.

Pablo Heras–Casado is zo’n homo universalis. De jonge Spanjaard (Granada 1977) werd door het prestigieuze ‘Musical America’s’ in december 2013 verkozen tot de “2014 Conductor of the Year”. Terecht? Voorbarig? Gegeven op de groei?

 

pablo

Heras–Casado beheerst alle genres van de klassieke muziek: van barok tot modern en van kamermuziek tot opera. Hij dirigeert de grootste symfonieorkesten ter wereld, maar net zo lief staat hij voor het Freiburger Barochokester en het Ensemble Intercontemporain.

De dirigent is dan ook druk. Heel erg druk. Vandaag is hij bij wijze van spreken nog in New York, morgen in Amsterdam en overmorgen in Freiburg. Of Madrid, Wenen, Barcelona, Brussel… Als je zijn agenda bekijkt, begint het je te duizelen.

Hij doet niet aan Skype, heeft een hekel aan e-mails en de telefoonverbinding laat het twee keer afweten. Maar drie keer is scheepsrecht en daar zitten we nu: ik in Amsterdam en hij in Neumarkt, waar hij op dat moment met zijn “Fabulous Freiburger BarockOrchester” en zijn “dreamteam” met Isabelle Faust, Alexander Melnikov en Jean-Guihen Queyras op Schumann-tour is. Daarna komt Carmen in Sint-Petersburg, een concert met allemaal modernen in New York en Die Zauberflöte (de succesvolle Amsterdamse productie van Simon McBurney) tijdens het Festival d’Aix-en-Provence.

Zijn loopbaan is hij begonnen als zanger en zijn roots liggen in de oude muziek. Wat deed hem besluiten om te gaan dirigeren? En, aangezien hij van alle markten thuis is: heeft hij een voorkeur voor een bepaalde stijl? Periode? Genre?

“Zingen is altijd prominent in mijn leven is geweest, zo is het ook begonnen. Het was (en is nog steeds) de allerbelangrijkste factor in mijn leven en in mijn loopbaan.
Waarom ik begonnen ben met het dirigeren? Omdat ik mijn ideeën, mijn energie naar buiten wilde brengen. Behalve zingen speel ik ook piano en viool, maar dirigeren gaf mij de mogelijkheid om echt naar buiten toe te treden en mijn stempel op een werk te kunnen zetten. Zo kon ik ook mijn stem beter laten horen, dat was ook wat ik perse wilde. Het besluit nam ik toen ik 14, 15 was, ik was dan ook een zeer nieuwsgierig knaapje.”

“Ik heb geen voorkeuren. Ik ben een musicus, zo voel ik mij en ik wil – en ik hoop, dat ik het kan – alle muziek omarmen. Ik kan niet zeggen dat Schumann, een componist die nu dagelijks op mijn menu staat en die ik aanbid, een grotere componist is dan bij voorbeeld de Victoria. Of Praetorius.

“Ik houd van alles, ik ben echt een alleseter en ik wil aan alles ruiken. Ik vertel je geen nieuwe dingen als ik zeg dat ik het meeste houd van wat ik nu aan het doen ben. Op dit moment is het Sjostakowitsj, ik ben oprecht van hem gaan houden en vooralsnog kan ik niet genoeg van hem krijgen.”

pablo-heras-casado-2014-01-11

foto: ZaterdagMatinee

Je debuteerde in de Met met “Rigoletto”, het was een herneming en het orkest en het koor hebben het werk al met iemand anders ingestudeerd, wellicht met een totaal ander tempo. Mij lijkt het heel erg moeilijk…

“Ik heb heel weinig repetities, ja. Eigenlijk alleen maar één orkestrepetitie en dan de twee generales. En een speciale repetitie met de zangers. Maar het was geenszins moeilijk. We hebben het hier over een wereldorkest en Rigoletto behoort tot het standaardrepertoire: dat moet kunnen. En vergeet niet dat elke voorstelling eigenlijk anders verloopt! Zelfs al hebben we de première al gehad, dan nog steeds kun je de boel naar je hand zetten, wat best fijn is.”

Tegenwoordig hoor je veel zangers klagen dat, doordat de orkesten zo hard spelen, ze in de problemen komen als ze zacht willen zingen. In een interview haalde Samir Pirgu, een jonge Albanese tenor, een uitspraak van Harnoncourt aan, waarin de laatste zei dat het voor orkesten eigenlijk moeilijk is om piano te spelen. Forte en fortessimo zij veel makkelijker.

”Het is inderdaad een probleem, de orkesten spelen vaak te hard. En veel dirigenten hebben totaal geen benul van zangers en hun mogelijkheden. Ik denk dat het voor mij anders is, onder andere ook omdat ik zelf als zanger ben begonnen.”

“Je ontkomt niet aan een conflict dat opgelost moet worden, zeker als je aan een groot project werkt en dat is opera altijd. Ook de samenwerking met een regisseur heeft diplomatie nodig. Toch denk ik dat je alle problemen en geschillen middels dialoog kan oplossen, er moet altijd een manier zijn om nader tot elkaar te komen. Maar je moet wel openminded zijn en dat ben ik wel, ik sta voor alles open.”

pablo-domingo

In het kader van het Verdi-jaar nam je samen met Plácido Domingo een cd met diens baritonaria’s op. Hoe ben je bij dat project betrokken geraakt?

“Het was de maestro zelf die mij voor het project heeft gevraagd. Het was werkelijk waanzinnig om op die manier de prachtige muziek van Verdi te kunnen ontdekken. Wij hadden er veel tijd voor en die tijd hadden wij ook ruimschoots genomen. Het was de kans van mijn leven om Verdi aan de hand van Domingo te leren kennen.”

Trailer van Making of:

 

“Voor Archiv, de label waar ik nu de “ambassadeur” voor ben geworden ga ik veel oude muziek opnemen, veel onbekende werken, ook veel premières. Onder andere muziek van alle Praetoriussen.”

“Ik vind het heel erg spannend, het is ook een enorme uitdaging. Zoals ik al zei, ik houd er van om uitgedaagd te worden en om alles proeven. Zo voelde ook het allereerste project dat ik voor Archiv deed, El Maestro Farinelli

 

pablo-farinelli

 Ik vind de titel eigenlijk misleidend. De cd heet Il Maestro Farinelli en er staan maar twee gezongen nummers op en dat, terwijl Farinelli toch echt een zanger was? Je zou toch wat meer vocaal vuurwerk verwachten?

“Het is een beetje ingewikkeld. Natuurlijk was Farinelli de grootste zanger van zijn tijd! Maar het gaat om het verbinden. Farinelli heeft overal gezongen: in verschillende Italiaanse steden (Milaan, Florence, Venetie), maar ook in München, Wenen, Londen. Hij had een contract getekent met de Londense groep van Nicola Porpora, in de tijd de meest beduchte rivaal van Händel, maar zijn verbintenis met Spanje was van een andere, ook zeer emotionele aard.
In 1737 heeft hij zijn Londense contract verbroken om – persoonlijk gevraagd door de koningin Elisabeth Farnese – voor haar manisch-depressieve echtgenoot, Filips V te komen zingen. Iedere avond bracht hij de koning een serenade (hij zong voor hem “Alto Giovane” van Porpora) en een wonder geschiedde: de koning genas. Farinelli bleef in Spanje en tot diens dood in 1745 bleef hij de koning toezingen.”

“Maar zijn verdienste was natuurlijk veel groter. Niet alleen heeft hij de koning van zijn melancholie genezen, maar hij heeft een verbinding tot stand gebracht tussen de Italiaanse en de Spaanse – en de Duitse – muziek. Het enorme repertoire, de diversiteit aan werken en componisten, de enorme muzikale boost, dat hebben we allemaal aan hem te danken. Je kan zeggen dat Farinelli een factotum was tussen de Italiaanse en Spaanse muziek.”

“Ik wilde graag vergeten componisten op de kaart zetten, vandaar ook José de Nebra, hij was tenslotte de vader van de Spaanse opera en van de zarzuela. Onvoorstelbaar dat de prachtige muziek bijna nooit meer wordt uitgevoerd! Of neem ‘Armida ouverture van Tommaso Traetta: de muziek is aanstekelijk mooi! Natuurlijk zijn dat niet allemaal louter meesterwerken, maar: moet dat?”

trailer van zijn Farinelli-cd

 

In de NTR documentaire die de Nederlandse TV over jou heeft gemaakt, kom je zeer energiek over. Dank je het aan al de ontelbare dubbele espresso’s, die je achter elkaar achterover slaat? Zijn ze bedoeld om je wakker te houden?

Lachend: “Ik houd echt van espresso, ik houd van de smaak en de geur. En – ja, ik heb het ook nodig, het houdt mij alert. Het is ook een soort routine geworden, zonder ga ik niet op, ik heb mijn espresso nodig. Ik drink het inderdaad veel, maar ik drink het niet de hele dag, hoor! En zeker ’s avonds niet meer, dan geef ik de voorkeur aan iets anders”.

De NTR-documentaire over Pablo Heras-Casado is terug te kijken op de website van NTR Podium.

Meer Pablo Heras-Casado: DEBUUT HERAS-CASADO BIJ ZATERDAGMATINEE

Gesprek met Joyce El-Khoury

joyce

Joyce El-Khoury. Credits: Fay Fox

Mijn eerste ontmoeting met Joyce El-Khoury was alles behalve gepland: wij kwamen elkaar tegen bij de première van Faust van Gounod bij de Nationale Opera. Zeer toevallig zaten wij naast elkaar en kwamen in een geanimeerd gesprek, dat in de pauze en tijdens de nazit doorging. Er was duidelijk een klik, dus een vervolgafspraak was zo gemaakt.

Joyce Michael

El-Khoury met Michael Fabiano in Amsterdam

Een paar dagen later ontmoeten wij elkaar op een zo goed als verlaten terrasje op het Rembrandtplein. Het weer is prachtig en de zon weerspiegelt zich in onze wijnglazen.

El-Khoury houdt van Amsterdam en kan er maar niet genoeg van krijgen. In november 2014 komt El-Khoury terug naar Amsterdam voor Musetta (La Bohème) en het vooruitzicht om binnenkort maar liefst zes weken in de stad te kunnen blijven maakt haar blij. Mijn opmerkingen over het weer in november en december wuift zij dan meteen weg.

“Ik vind de stad gewoon prachtig, ongeacht wat voor weer het is. De sfeer is onnavolgbaar en de mensen aardig! Ik houd van Amsterdam. Iedereen is hier vrij, of althans lijkt het zo. De stad is zeer inspirerend. Alleen de fietsers, daar ben ik een beetje bang voor!”

De Canadese, in Beiroet geboren sopraan is een echte ster in wording. Opera News schreef over haar: “Canadian Soprano Joyce El-Khoury’s sound is enormously satisfying — a full lirico-spinto soprano with a genuine radiance about it”.

Het Nederlandse publiek kan het beamen. In mei 2013 maakte El-Khoury haar onverwachte en overweldigende debuut als Violetta in La traviata bij De Nationale Opera en in mei 2014 stal ze ook de harten van het NTR ZaterdagMatinee-publiek met een zeer ontroerende vertolking van Rusalka in Dvoraks gelijknamige opera

“Matinee is meer dan een warme bad. Het publiek is zo ontzettend hartelijk, je voelt de liefde, het doet je werkelijk goed, je voelt je geliefd, je voelt je… nee, dit gevoel is niet te beschrijven. Ook  de organisatoren, de repetitoren…. Het mooiste moment beleefde ik toen het orkest begon te spelen en onze stemmen zich met het orkestklank konden mengen.”

“En dan dirigent James Gaffigan… daar heb ik geen woorden voor. Hij ademde met ons mee. Hij was één van ons en toch stond hij boven ons. Maar ook naast ons. Deze Rusalka was tot zover het hoogtepunt in mijn leven. Zingen is al een privilege, maar zingen tijdens de Matinee in Amsterdam. It was time of my life.”

Beiroet en Canada

Joyce El-Khoury werd geboren in Beiroet, maar vertrok op haar zesde naar Canada. “Ik ben een Canadese en in Canada voel ik mij thuis, maar mijn ziel, mijn hart, mijn alles eigenlijk is in Libanon gebleven. Net als het gros van mijn familie. Het is dat mijn grootouders half daar half hier wonen, anders moest ik ze vreselijk missen. Mijn hart is Libanees en ik hoop er ooit wat langer te kunnen blijven.”

“Mijn vader had een mooie stem, maar het was mijn opa George die een beroemde zanger was. Nou ja, beroemd … in het kerkkoor dan. Als hij op de straat liep, werd er Kyrie Eleison naar hem geroepen. Ik zong ook in het koor, het hielp mij bijzonder toen wij in Ottawa belandden. Alles was hier vreemd en ik miste Beiroet verschrikkelijk, maar het zingen gaf mij troost.”

“Ik heb nooit gedacht om van het zingen mijn beroep te maken, ik wilde een arts worden. Of een verpleegster. Ik heb ook daadwerkelijk een tijd in een kinderziekenhuis gewerkt. Maar mijn ouders vonden het geen goed idee. ‘Je hebt zo’n gave en zo’n prachtige stem, daar moet je echt iets mee doen’, zeiden ze. Ze hebben mij niet alleen gestimuleerd, maar er ook alles aan gedaan om mij mijn weg te laten vinden in wat zij het beste voor mij achtten. Onvoorwaardelijke liefde, ja.”

“Ik werk het beste onder stress, ik moet uitgedaagd worden. Ik ben ook een soort workaholic: zelfs als ik met vakantie ben heb ik mijn partituur altijd bij mij.”

Het repertoire van El-Khoury telt inmiddels vele klassieke en minder fameuze rollen van componisten als Donizetti, Verdi en Puccini. Taal speelt daarbij geen rol voor haar.

“Ik heb enorm geluk gehad: talen zijn voor mij iets heel natuurlijks. Een taal leren gaat voor mij vanzelfsprekend, alsof het komt aanwaaien. Misschien komt dat omdat ik tweetalig ben opgegroeid (Arabisch en Frans), waarbij Engels er later nog bij kwam.

Ik heb dan ook iets met talen en ik vind het heerlijk om in het Tsjechisch of het Russisch te zingen!”

Rusalka

JOyce Rusalka

Rusalka in Amsterdam, foto: Lieneke Effern

“Rusalka is verliefd zoals ieder ander die voor het eerst verliefd is. Ze droomt en denkt dat de dromen de waarheid zijn. Voor de prins is zij onzichtbaar, niet meer dan een golf, zij kan alleen maar als schuim met hem verstrengeld worden. Maar ze wil gezien worden!”

“Of de prins van haar houdt…. Ik denk dat hij door haar gefascineerd wordt, zij is een grote onbekende. Een schoonheid, een mysterie. Maar zij spreekt niet, dus hij weet het op bepaalde moment niet meer. Je kan het wel vreselijk vinden, maar je kan het hem niet kwalijk nemen. Zij is vreemd, hij is ook een beetje bang voor haar.”

“Rusalka wordt echt menselijk op het moment dat zij vergeeft. Door het vergeven wordt zij humaan. Ik denk dat de opera ons de kans geeft om onze menselijke emoties te onderzoeken”.

Finale derde akte Rusalka uit Amsterdam:

 

La Boheme

joyce-musetta

Musetta in Amsterdam. Foto: Lieneke Effern

“Voor mij is er weinig verschil tussen Musetta en Mimi. Ik heb ze beide gezongen en ik houd van beide evenveel. Musetta lijkt oppervlakkiger, maar dat is zij niet. Zij kan alleen de emoties, de gevoelens wat beter te verbergen. Naar buiten toe is zij vrolijk en stoer, zij flirt er ook op los, maar van binnen is zij een klein vogeltje. Zij houdt oprecht van Marcello en is bang om gekwetst te worden. Dat komt allemaal tot uiting in de laatste scène.

“De meest emotionele moment in de opera ligt voor mij in de tweede akte, als Mimi zegt: ”Io támo tanto. Dan breekt ook mijn stem even.

“Ik moet iets voelen. Ik moet iets met een rol hebben en het karakter begrijpen. Het moet me emotioneel uitdagen. Als ik niets voel, wordt het te mechanisch en afstandelijk. Toch denk ik dat je je emoties, hoe moeilijk het ook is, onder bedwang moet houden. Anders knijpt je keel dicht en kun je niet zingen.”

Met Michael Fabiano tijdens de repetities voor La Boheme in Ottawa, El-Khoury zingt Mimi:

 

Trailer uit de productie in Amsterdam, El-Khoury zingt Musetta:

Suor Angelica

“Als ik naar de maan verbannen word en maar één opera mee mag nemen is dat Suor Angelica! Vanwege het drama, meer ook vanwege de muziek. De muziek biedt mij troost, het geeft mij een warm en goed gevoel. En dan het prachtige einde, de wonder, dat het toch nog goed komt!”

“Deze rol heeft mij ook gebracht waar ik nu ben. Ik werd aangenomen om Loretta in Gianni Schicchi te zingen tijdens het Castleton Festival in 2010, maar ik was ook een understudy voor de zangeres die Angelica zou doen. Tijdens de première werd zij ziek en ik heb met enorm veel plezier ingesprongen. Ze hadden toen maar de volgorde omgedraaid: eerst Schicchi en dan Angelica. Maestro Lorin  Maazel was zeer behulpzaam”.

“Later nam Maazel me mee naar München en zelfs naar China! Ik ga hem verschrikkelijk missen: hij was mijn mentor, leraar, supporter en vriend.”

Laatste scène uit Angelica uit Castleton:

 

La Traviata

“Ik heb veel van Renata Scotto geleerd, voornamelijk over lichaamstaal: wat doe je als je niet zingt. We hebben samengewerkt in Palm Beach voor een Traviata die zij regisseerde en waarin ik de hoofdrol zong.”

“Mijn allereerste Violetta zong ik in 2012 in Wales, daarna kwam Amsterdam. Ik vond de productie bijzonder mooi. Ik had het eerst uitgebreid op dvd bekeken. Dat van de klok snapte ik meteen wel, maar dat van de bank moest mij uitgelegd worden. Ik vond het een fantastische ervaring.”

La Traviata uit Palm Beach:

Wat haar droomrol is?
“Thaïs! En dan graag met de prachtige kostuums die ze in Los Angeles hadden. Ik houd ook van Butterfly. Het ligt iets hoger dan andere Puccini-rollen, maar ik denk dat het bij mij past. Ik wil ook alle drie de ‘Tudor-koninginnen’ zingen”

“Ik weet niet of het ooit zo ver komt, maar ik zou ook heel graag Salome willen zingen”, vervolgt ze aarzelend, om toe te voegen: “Éigenlijk zou ik dirigent willen zijn. Ik houd ervan om de touwtjes in handen te hebben!”

 

Interview in English: Interview with JOYCE EL-KHOURY (English translation)
Zie ook: Les Martyrs

Interview with Michael Fabiano

Foto: Arielle Doneson

Charles Handelman, a noted voice connoisseur, and a veteran in the business,  wrote on his Facebook page:  “I have heard a ‘few’ tenors in my life, but when a fabulous new voice comes upon the scene, my ears perk up with delight. Such was my feeling when I heard Michael Fabiano last year in I Lombardi, and Avery Fisher Hall literally rocked from the sound of his brilliant lirico-dramatico voice.”

Michael Fabiano: mit der Sopranistin Joyce El-Khoury/Foto Jaworsky

Fabiano with Joyce El-Khoury in Amsterdam  ©Basia Jaworski

 
 
That Michael Fabiano would make the big time was clear to me from the start. The very first time I saw and heard him – in the recommendable documentary “The Audition,” on the final rounds of Metropolitan Opera’s National Council Auditions –  I knew it: he is the winner!Competition was exceptionally strong that year (2007). To stand out, you had to be special, and special is what Michael Fabiano most certainly was. The young (only 22 at the time) tenor from Montclair, New Jersey, gifted with a heavenly voice, not only proved he was exceptionally talented, but showed he was an ambitious fighter as well, with his cocky disposition, and strong urge to win

Trailer from the audition:

 

Fabiano knew he had a voice, and was convinced he would have a career as a “star tenor.” A lot of people thought he was arrogant, but I liked that, he entirely was himself. In his own words: “There is always politics in every competition. Although the camaraderie among the finalists has been very nice, I don’t quite believe it. People are self-interested and want to win.”

 

Fabiano Amsterdam© Lieneke Effern
 
 
I meet the meanwhile famous tenor in Amsterdam, where he has been rehearsing Faust for several weeks. Does he still agree with what he said?
 
 
 

“Yes. You enter competitions to win, if you say otherwise, you are a hypocrite in my opinion. Competitions and contests are important, sometimes your entire career depends on them. How could one be indifferent about them?Already as a child, Fabiano had that drive. He did not like pop music, and sports, apart from baseball, were not really his thing either. He loved Tchaikovsky and Dvořák. “I am extremely ambitious. From the moment my voice was discovered, I went for it one hundred percent. I believed in my voice, and in my talent, and so I started to fight for them. I knew I could do it, but I also realized a lot of it depended on myself. That is why I studied long and hard.”  Fabiano loves to dig into books. He is very interested in politics and history, especially in the Second World War. “Churchill is my hero. Do you know his opinion on arts funding cuts? He said: “Cut money for the arts? Then what are we fighting for?” I do believe we need to reflect on that. “It is also my biggest nightmare that the arts will disappear, that there will be no more money for it, and that less and less people will have an interest in it. Lots of young people spend their time watching silly movies, and playing games, often with loud noise, the louder the better. Even a Lady Gaga show nowadays cannot last too long, because they are so easily bored. Honestly, sometimes I do fear the future.”

 

FAUST

 

Irina Lungu (Marguerite), Michael Fabiano (Le docteur Faust)

                                                      Irina Lungu and, Michael Fabiano 

The way Fabiano prepares himself for his stage roles is that of a real scholar. “I always prepare myself thoroughly. I do a lot of background reading, also on performance traditions, but I always start with the music. With Italian opera that is no problem, since I know the language well. With operas in other languages, like French, it works differently. In those cases I start with my language coach. I really need to know the text inside out, and accent free, as far as possible. As much as Fabiano prefers thorough preparations, the rehearsal period in Amsterdam is a little too long for him. “I have been here now for seven weeks, and that is too long, to be honest. A new production can be easily done in five weeks, and for a revival I think three weeks suffice. Rehearsing longer is simply a waste of time. Certainly nowadays, in times of crisis, and with all the budget cuts.

Trailer from Amsterdam

The role of Faust, in the opera of the same name by Gounod, is new for Fabiano. A real challenge, because Faust is certainly not one of the easiest roles in the repertoire. Still, during rehearsals, Fabiano ventured to start a discussion with director Àlex Ollé. “His vision was not mine. In my opinion, it did not go with the opera, certainly not as far as the ending was concerned. Gounod was a deeply religious man, and he wanted Marguerite to be saved. She should be forgiven, and allowed into Heaven. The director had a different view, and I basically had to adjust to that. After all, I am only an intermediary. I am an artist, and it is my profession to do what people ask me to do. It is not that I dislike this production, far from it, I only would have loved to see it differently.”“In my opinion directors have to learn to accept that we singers are not stupid. We are creative beings, and I feel it as my duty to explain that. Luckily, it never went so far that I refused to work with someone. Hopefully that will never happen in the future either.”

 

Fabiano Faust

              © Lieneke Effern

 

“I am very interested in roles outside the standard repertoire. I always want more, I like to explore.”“Studying a new role, for me, feels like praying in a church. I am a practicing Catholic, and I believe everything has a purpose, and everything happens for a reason, everything is God’s will. I am open for everything, but I don’t want to use my energy for just anything. My energy is too important to me for that.”“I received a gift from God, and it is my duty to pass it on. People come to the theatre to experience something, and I can help them with that. It is my duty to do that as well as I possibly can.”

 

My hardest role thus far? The Duca in Rigoletto. No so much because of the notes, but because the music is so divinely beautiful and great! I personally feel responsible for that, and want to perform the music as perfectly as possible, not smuggling anything.”“My dream role? Gustavo in Un ballo in maschera. And Don Carlo! But for the time being I am dealing mostly with Alfredos (La traviata) and Edgardos (Lucia de Lammermoor).”Fabiano’s repertoire also includes more unusual works, like Barber’s Vanessa, Respighi’s La Fiamma, Alfano’s Cyrano de Bergerac, and The Dream of Gerontius. He also sings An die ferne Geliebte by Beethoven.

Aprile Millo:This year Fabiano was the first singer ever to win both the Richard Tucker Award and the Beverly Sills Artist Award. Another legend from the operatic circuit, soprano Aprile Millo, said about him: “He has on countless times left me breathless in the beauty of what he accomplishes onstage. Audiences leap to their feet in unison. Cheering too, I am obviously not alone in my appreciation… May God protect and shower him with the generousity he gives us in every performance. Bravo, Bravo, and again, Bravo.”

English translation: Remko Jas

Michael Fabiano triumphs with his first CD recital

Waardeloze regie verpest een uitstekend gezongen Poliuto