cd/dvd recensies

TUSSEN TWEE WERELDEN

Entartete Musik swing

WALTER BRAUNFELS

Braunfels

In 1933 werd Walter Braunfels ontslagen van zijn post als directeur van de Muziekacademie in Keulen. Tot die tijd behoorde hij, samen met Richard Strauss én Franz Schreker, tot de meest uitgevoerde hedendaagse  componisten. Hij trok zich terug in de omgeving van de Bodensee (in zijn biografie wordt het mooi omschreven als ‘innerlijke emigratie’). Na de oorlog ging hij – op speciaal verzoek van de toenmalige kanselier Adenauer – naar Keulen terug. De aandacht die hij kreeg bleef bij een paar uitvoeringen van zijn werken. Gedesillusioneerd keerde hij terug naar de Bodensee.

BERTHOLD GOLDSCHMIDT

Entartet Beatrice Cenci

In 1936 verliet Berthold Goldschmidt Duitsland. Zijn weg voerde hem naar Londen. Tegen beter weten in bleef hij componeren – zijn werken werden niet uitgevoerd. In 1951 won hij een compositiewedstrijd voor de opera met Beatrice Cenci.  De premiére vond plaats in 1987.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw, gesteund door de plotselinge belangstelling, ging Goldschmidt weer componeren. Zijn ‘Rondeau’ uit ’95, geschreven voor en uitgevoerd door Chantal Juilliet werd door Decca opgenomen, samen met zijn prachtige Ciaccona sinfonica uit 1936. De cd is al lang uit de handel en de componist  (in 1996 overleden) is uit de concertprogramma’s verdwenen


Korngold, Braunfels, Goldschmidt, Zemlinsky, Ullmann, Schreker, Schoenberg, Toch, Weill, Krenek, Spoliansky, Hollaender, Grosz, Waxman, Haas, Krasa, Schulhoff, Klein… een litanie van namen. Door de Nazi’s bestempeld als Entartet en verboden, verguisd, verdreven, vermoord. Diegenen, die het overleefden, werden net zo goed vergeten als de vermoorden. Is dat allemaal de schuld van de Nazi’s?

Entartet Goldschmidt en haas

Michael Haas en Berthold Goldschmidt

Michael Haas, de producent van de ‘Entartete Musik’-serie van Decca, had hiervoor een duidelijke verklaring: “De jonge generatie componisten bleef na de oorlog met schuldgevoelens zitten. Het mocht nooit meer gebeuren, dus hebben zij daar een remedie voor gevonden. Er moest samengewerkt worden aan het bouwen van objectieve muziek, gespeend van ieder sentiment en onderworpen aan strenge regels. Muziek moest universeel worden. Het serialisme werd geboren. In Darmstadt werd afgerekend met het verleden, dus ook met componisten uit de jaren ’30. Zij waren of te romantisch en sentimenteel  of flirtten te veel met jazz en populaire muziek. De Darmstadters kregen het voor het zeggen. Daardoor ging een hele belangrijke schakel verloren. De muziek tussen Mahler en Berio, de brug tussen de jaren twintig en vijftig, de generatie van na Schoenberg.”

“Mijn zoektocht begon met een ‘Weill-project’, dat helaas niet door is gegaan. In de archieven ben ik toen op het spoor gekomen van opera’s, geschreven en met enorm veel succes uitgevoerd in de jaren twintig en dertig. Ik ging op zoek naar de partituren en het bleek, dat mijn voorgevoel mij niet had misleid. Het waren stuk voor stuk geweldige composities die het meer dan waard waren om uitgevoerd en opgenomen te worden. En de muziekgeschiedenis kreeg zijn logisch gevolg.

WILHELM GROSZ

Enetartet Grosz

In de jaren twintig van de vorige eeuw werden alle waarden aan het wankelen gebracht. De Grote Oorlog was afgelopen, landen werden onafhankelijk of verloren juist hun zelfstandigheid. Nieuwe invloeden deden van zich spreken: jazz, blues, exotische folklore. De grens tussen de klassieke en populaire muziek vervaagde.

Van alle componisten uit die tijd, was Wilhelm Grosz misschien de meest veelzijdige. Hij werd geboren in Wenen in 1894 in een welgestelde Joodse familie. In 1919 studeerde hij af aan de Weense muziekacademie, waar hij onder andere les had van Franz Schreker en in 1920 rondde hij zijn studie musicologie aan de Weense Universiteit af.

Grosz componeerde liederen, opera’s, operette’s, ballet, kamermuziek en was zeer beroemd als pianist. In.1928 werd hij in Berlijn aangesteld als artistiek directeur van de platenmaatschappij Ultraphon.

In 1929 componeerde hij (in opdracht van de toen prestigieuze radio Breslau) de liederencyclus Afrika Songs. De teksten die hij daarvoor gebruikte waren afkomstig van zwarte Amerikaanse dichters. De première op 4 februari 1930 werd zeer enthousiast ontvangen. ‘Jugendstil Spirituals’, werd de cyclus genoemd en wellicht is dat de beste omschrijving, want behalve jazz en blues zijn de liederen zwaar beïnvloed door de muziek van Zemlinsky, Mahler en …. Puccini (vergelijk ‘Tante Sues Geschichten’ met ‘Ho una casa nell’ Honan’ uit de tweede acte van ‘Turandot’!).

Toen de nazi’s aan de macht kwamen, keerde Grosz naar Wenen terug om in 1934 ook daarvandaan te moeten vluchten. Hij vestigde zich in London. Daar werd voor het eerst een onderscheid gemaakt tussen zijn serieuze en populaire composities. Zijn naam werd onlosmakelijk verbonden aan een paar wereldhits, zo was ‘The Isle of Capri’ dé grootste hit van 1934.

 ALONG THE SANTA FE TRAIL

Entartet Gosz Santa Fe

In 1938 vertrok Grosz naar Hollywood. Daar componeerde hij muziek voor ‘Along the Santa Fé Trail’, een film met in de hoofdrollen Errol Flynn, Olivia de Havilland en Ronald Reagan. In 1939 werd hij getroffen door een hartinfarct en stierf, nog maar 45 jaar oud.

AFRIKA SONGS EN MEER

Entartete Gosz Africa

Na bijna zestig jaar werd Grosz herontdekt, al duurde het maar heel even. Het is haast niet te geloven maar de ‘Afrika Songs’ beleefden in 1996 hun plaat première! Het Matrix Ensemble heeft ze voor het eerst uitgevoerd op de Proms in 1993. Op de cd verder de liederencycli ‘Rondels’ en ‘Bänkel und Balladen’ en de hits ‘Isle of Capri’, ‘When Budapest was young’ en ‘Red sails in the sunset’- liedjes die we allemaal kennen en waarvan we nooit wisten wie de componist was.

Vera Lynn zingt ‘Red Sails in the Sunset’ in 193

Mezzo Cynthia Clarey en bariton Jake Gardner  zijn subliem in de ‘Afrika Songs’ en Andrew Shore maakt een feest van ‘Bänkel und Balladen’. Ook over het Matrix Ensemble niets dan lof.

UTE LEMPER

Entartet Lemper

Hetzelfde Matrix Ensemble treffen wij aan als begeleiders van Ute Lemper bij haar opname van Berlijnse cabaretliedjes. Cabaret in Berlijn in de jaren ’20-’30, boeken zijn erover geschreven, films over gemaakt. Het was een wereld apart. De oudgediende Rudolf Nelson was er de onbetwiste koning, maar de jonge generatie deed algauw van zich spreken: Mischa Spoliansky en Friedrich Holländer. De teksten (voornamelijk Marcellus Schiffer, maar ook Tucholsky) namen de tijdgeest onder een vergrootglas. Er werd met alles gespot, maar ook de serieuze onderwerpen werden niet geschuwd.

Ute Lemper zingt ‘Der Verflossene’ van Berthold Goldschmidt

De keuze van de liedjes laat niets te wensen over. Op een paar overbekende schlagers na (‘Peter’, ‘Wenn die beste Freundin’, ‘Raus mit den Männern’) zingt zij wat minder bekende nummers) waaronder ook een compositie van Berthold Goldschmidt ,‘Der Verf‌lossene’. Goldschmidt zelf was aanwezig bij de opnamen, evenals de dochters van Spoliansky en Holländer.

Korngold, Braunfels, Goldschmidt, Zemlinsky, Ullmann, Schreker, Schoenberg, Toch, Weill, Krenek, Spoliansky, Hollaender, Grosz, Waxman, Haas, Krasa, Schulhoff, Klein… een litanie van namen. Met het noemen van de namen begon de in de jaren negentig gemaakte documentaire over de ‘Entartete Musik’. Of de dvd nog ergens te koop betwijfel ik…

https://www.youtube.com/watch?v=GDxQy-bnSyY

Waarschijnlijk is het, samen met de hele prestigieuze Decca-project op de vuilnisbelt beland. Daar viel niets aan te verdienen. Zoals Michael Haas toe al opmerkte: “De serie is zeer succesvol, wij krijgen prijzen, wij worden geroemd. Maar verkopen doen wij niet”.

BETWEEN TWO WORLDS

Entartete Betwee two worlds

In 1944 schreef Korngold muziek voor de film Between two worlds. Het zou een van zijn laatste filmmuziekcomposities worden. De hoofdpersoon, een concertpianist, doet tevergeefs zijn best om uit het door oorlog geteisterde Engeland naar Amerika te vluchten. Een visum wordt hem geweigerd en hij pleegt zelfmoord. Zijn vrouw volgt hem in de dood.

Aangezien de zelfmoordenaars de toegang tot de hemel wordt geweigerd zijn de pianist en zijn vrouw gedoemd om eindeloos tussen twee werelden te pendelen.

Na bijna dertig jaar sinds het herontdekken van de ooit verboden en zelden uitgevoerde componisten bevinden wij ons nog steeds tussen twee werelden. Die van de grote roem en die van vergetelheid.

Toen vroeg ik mij oprecht af of we het nog konden meemaken dat die muziek ooit weer gewaardeerd ging worden puur om de kwaliteit ervan. Toen was ik nog optimistisch. Nu eigenlijk niet meer.

Meer over Entertete Musik en de verboden componisten (selectie):
Entartete Musik, Teresienstadt en Channel Classics

Braunfels:
VERKÜNDIGUNG

Zemlinsky:
EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE: ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 1: de man

Korngold:
KORNGOLD: complete songs

Schreker:
DER FERNE KLANG

Leonard Bernstein: Mass. A Theatre piece for singers, players and dancers

Bernstein Mass

Wist u dat de FBI Leonard Bernstein tientallen jaren heeft geschaduwd? Hij werd verdacht van communistische sympathieën. Eén van de redenen daartoe was – dat beweerde althans The New Yorker – de in 1971 geplande première van zijn Mass, een op de Latijnse mis en Engelse teksten van Stephen Schwartz (en Bernstein zelf) gebaseerde elfdelige ‘Theaterstuk voor zangers, toneelspelers en dansers’, opgedragen aan de vermoorde president J.F. Kennedy. Volgens de FBI zou Bernstein “een links complot hebben bedacht om de toenmalige president Nixon voor schut te zetten met een ’anti-oorlogscompositie’.”

Berstein Schwartz

(L) L-R Gordon Davidson, Leonard Bernstein, Stephen Schwartz (R) Leonard Bernstein, Stephen Schwartz; Opening Night; Kennedy Center for the Performing Arts – 1971
©2018 Stephen Schwartz.

Het is een verhaal – even kort door de bocht –  over een jongen die door zijn vrienden gedwongen wordt om priester te worden terwijl hij God het liefst met zijn gitaar en zijn liedjes eert: ‘Sing God a simple song…. for God is the simplest of all’. Aan het eind ontheiligt hij het altaar en krijgt zijn vertrouwen in God terug.

Voor mij is het werk met zijn sterke reminiscenties aan ‘Hair’ en ‘The Age of Aquarius’ behoorlijk gedateerd en daar kan de ijzersterke uitvoering onder Yannick Nézet-Séguin niets aan doen.

Yannick Nézet-Séguin over Bernstein en zijn Mass:

Dat de Mis niet op dvd is uitgebracht, dat verbaast mij zeer. Want hoe sterk de compositie op zich ook is en hoe grandioos het puur vocaal/instrumentale gedeelte: je mist een wezenlijk deel van wat Bernstein voor ogen stond.


LEONARD BERNSTEIN
Mass
A Theatre piece for singers, players and dancers
Diverse solisten en koren
The Philadelphia Orchestra olv Yannick Nézet-Séguin
DG 4835009 (2cd’s)

 

Johnny & Jones

Johnny and Jones artiestenfoto

Artiestenfoto Johnny and Jones. Foto: PR © Achterhoek Nieuws b.v

In het echt heetten zij Nol van Wesel en Max Kannewasser. Max had een gitaar en Nol een goede stem en allebei hielden zij van jazz. Vóór ze ontdekt werden  – tijdens een personeelsfeestje in 1934 – werkten ze voor de Bijenkorf. Twee jaar later traden zij voor het eerst professioneel op en gaven ze definitief hun banen op. Nol (Johnny) was toen 18 en Max (Jones) 20 jaar oud.

Johnny & Jones waren de eerste echte Nederlandse tieneridolen, ze werden dan ook door hun achterban op handen gedragen. Zij traden in de beste clubs op, ook in het buitenland.

Johnny en Jones Antwerpen

Johnny and Jones in de Dierentuin Antwerpen, fotograaf onbekend, 1932

Hun laatste optreden dateert van 24 augustus 1941. Op 9 oktober 1943 werden ze naar Westerbork gedeporteerd, waar zij bleven optreden. In augustus 1944, tijdens een kort uitstapje naar Amsterdam hebben ze een zestal nummers – allen geschreven in kamp Westerbork – voor de plaat opgenomen. Toen werd hen een onderduikadres aangeboden, maar zij weigerden. In het kamp waren hun families achtergebleven bovendien waren zij immers Johnny &Jones?!

Johnny en Jones Leo Kok

Van Wesel en Kannewasser tijdens sloopwerkzaamheden in Westerbork,tekening van Leo Kok uit 1944

Op 4 september 1944 werden ze naar Theresienstadt gedeporteerd, vanwaar ze via Auschwitz uiteindelijk in Bergen Belsen terecht kwamen. Max stierf er op 20 maart 1945, Nol op de dag van de bevrijding van de kamp op 18 april 1945.

In 2001 werd hun grootste hit ‘Meneer Dinges weet niet wat swing is’ samen met nog een paar van hun populairste nummers op cd gezet (Two kids and a guitar Panachord DH 2051)

Enkele maanden later kwam een tweede cd uit met nooit eerder uitgebrachte materiaal, waaronder ook liedjes, die zij op een huwelijksfeest in maart 1942 zongen alsook de verloren gewaande opnamen van die bewuste dag in 1944 (Maak het donker in het donker NJA 0101)

Daar zit ook de Westerbork Serenade bij, een loflied op het kamp. Werden zij ertoe gedwongen? Niemand zal het ooit weten.

 

Les Pêcheurs de perles van Bizet maar dan net even anders

Parelvissers Pentatone Julie Fuchs

Ooit behoorden de ‘Parelvissers’ tot de grootste opera hits en het lijkt er sterk op dat ze na jaren van afwezigheid bezig zijn met hun voorzichtige comeback. De nieuwe opname op Pentatone is zonder meer goed, wel met de nodige kanttekeningen.

Julie Fuchs steelt de show als een zeer idiomatische, virtuoze, meisjesachtig klinkende Leïla.: voor mij is zij de beste Leïla sinds tijden!

Julie Fuchs zingt ‘Me voilà seule dans la nuit’:

Florian Sempey is een zeer masculiene Zurga. Niet alleen klinkt zijn bariton buitengewoon warm en aantrekkelijk maar bovendien geeft hij zijn rol dat extra mee waardoor we ook zonder visie precies ervaren waar het over gaat. Zeer overtuigend.

Florian Sempey zingt ‘L’orage s’est calmé’:

Helaas haalt Cyrille Dubois (Nadir) dat niveau niet: ik blijf moeite houden met zijn scherpe stem, bovendien klinken zijn hoge noten nogal geknepen. ‘Je crois entendre encore’ zingt hij dan wel heel gevoelig, maar bij Nadir verwacht ik meer smeuïge lyriek, meer room.

Cyrille Dubois:

Het orkest is uitstekend, al had ik het orkestgeluid toch wel iets kleiner gehad, intiemer. Of de schuld bij de dirigent of de opnametechnici ligt kan ik moeilijk beoordelen.

Wat de liveopname uit Lille bijzonder maakt is de gebruikte editie: het is voor het eerst in de geschiedenis dat we de premièreversie uit 1863 kunnen horen. Het werd gereconstrueerd en gepubliceerd door Bärenreiter in 2015.


Georges Bizet
Les Pêcheurs de perles
Julie Fuchs, Cyrille Dubois, Florian Sempey, Luc Bertin-Hugoult
Les Cris de Paris (Geoffroy Jourdain), Orchestre National de Lille olv Alexandre Bloch
Pentatone PTC 5186 685

Meer Julie Fuchs: CIBOULETTE. Hoe het Rodolfo verging

Meer ‘Les Pêcheurs de perles’: 2 x LES PÊCHEURS DE PERLES

Weergaloze Debussy door het Duo Bilitis.

 

Duo Bilitis

Honderd jaar geleden, op 25 maart 1918 overleed Claude Debussy, één van de grootste en de meest vooruitstrevende Franse componisten van zijn tijd. Het Debussy-jaar wordt uitgebreid en uitbundig gevierd met veel (her)uitgaven van al zijn werken. Ook het Duo Bilitis – niet voor niets vernoemd naar Debussy’s Chansons de Bilitis is van de partij.

De twee harpisten waarvan er één ook nog prachtig zingt hebben een buitengewoon aantrekkelijk programma samengesteld en opgenomen met originele arrangementen van de werken van de Franse meester, waarvan er maar één, Danse Sacree et Danse Profane origineel voor harp (met een orkest) was bedoeld.

In de ‘Ballade’ (oorspronkelijke titel ‘Ballade Slave’) voor pianosolo uit 1890 manifesteert zich Debussy’s fascinatie voor de Russische muziek. Koren op de molen van de (van oorsprong Russische) Ekaterina Levental. Of het daaraan ligt weet ik natuurlijk niet, maar de bewerking voor twee harpen klinkt alles behalve raar, vanzelfsprekend eigenlijk. Ook de bewerking van de Six épigraphes antiques kan mij zeer bekoren.

 

 

De samenspel van beide harpisten is de perfectie nabij, waarbij hun instrumenten de esoterische harpklank met een meer ‘down to earth’ warme mezzostem van Levental verenigen. Het is waarachtig een cd om te koesteren!


Claude Debussy
Rêveries de Bilitis
Music for Two harps and Voice
Danse Sacree et Danse Profane
Proses Lyriques
Ballade for two harps
Trois Chansons de Bilitis
Six Epigraphes Antiques
Duo Bilitis: Eva Tebbe (harp), Ekaterina Levental (Mezzosoprano/harp)
Brilliant Classics 95657

Zie ook: THE SILVER AGE

Der Fliegende Holländer op twee cd’s en twee dvd’s

Fliegende Hollander Dresden

Schlußszene aus “Der fliegende Holländer” von Richard Wagner. Bühnenbild der Uraufführung 1843 in Dresden. Reproduktionsholzschnitt
SLUB/Deutsche Fotothek; Deutsche Fotothek

CD’S

GIUSEPPE SINOPOLI 1998

Fliegende Hollander Sinopoli

Deze cd-opname uit 1998 (DG 4377782) is mij bijzonder dierbaar. Allereerst vanwege Cheryl Studer, toen wellicht de mooiste Senta die men zich kon voorstellen. Haar heerlijk lyrische sopraan met makkelijke en sensuele hoogte leek geschapen voor die rol.

De Holländer wordt hier gezongen door Bernd Weikl. Niet echt de jongste meer en dat hoor je, maar voor die rol zeer passend. Peter Seiffert is een pracht van Der Steuerman, en in de rol van Erik hoor je niemand minder dan Plácido Domingo, een luxe!

Maar het allermooist is het orkest: onder de werkelijk bezielde leiding van Giuseppe Sinopoli speelt het Orchester der Deutsche Oper Berlin sterren van de hemel.


ANDRIS NELSONS 2013

Fliegende Hollandedr Nelsons KCO

Na de semiconcertante uitvoeringen van Der Fliegende Holländer in het Amsterdamse Concertgebouw (24 en 26 mei 2013) waren de meningen van zowel de recensenten als het publiek dermate verdeeld dat het tot felle discussies op de operaforums heeft geleid. Het leek net oorlog.

De opera-uitvoering werd door het eigen label van het Concertgebouworkest vastgelegd en is inmiddels op de markt gebracht. Iedereen kan nu dus zijn eigen oordeel vormen. Nu is een opname, zelfs als het live is gerealiseerd niet te vergelijken met wat je in de zaal hoort, maar het resultaat is voor mij meer dan bevredigend.

Echt moeite heb ik alleen met Anja Kampe (Senta). Het ligt aan haar manier van zingen, met te weinig legato en te veel uithalen. Haar klank kan bij luidere passages onaangenaam scherp worden, iets wat haar ballade bij vlagen ontsiert. Als Senta hoor ik toch liever een stem die lichter en lyrischer is, minder scherp.

Christopher Ventris vind ik een mooie Erik. Hij benadert zijn rol vanuit het belcanto, vanzelfsprekend eigenlijk, zeker voor de vroege Wagner.

Kwangchul Youn is een beetje onstabiel als Daland, maar zijn interpretatie staat als een huis, daarvoor wil ik een min of meer wankele noot voor lief nemen. Hetzelfde geldt ook de oudgediende Terje Stensvold als de Hollander

Over het orkest kan ik kort zijn: adembenemend. Nelsons schuwt het overweldigende geluid niet (de ouverture!), maar weet het, waar nodig tot de mooiste pianissimi te dimmen. (RCO 14004 )


DVD

WOLFGANG SAWALLISCH 1975

Fliegende Hollander Sawallisch dvd

Eind jaren zeventig en tachtig, toen de opera nog (een beetje) een main stream was, werden veel opera’s ook voor de bioscoop of de tv opgenomen, als film dan.

Ook de door de Tsjechische regisseur Václav Kašlík in 1975 gemaakte verfilming is eigenlijk een speelfilm met muziek. Niets op tegen, zeker als het resultaat zo verbluffend is. Er valt veel te genieten van de opzienbarende stormscènes en de goed opgebouwde spanning. De regisseur volgt de aanwijzingen van Wagner nauwkeurig op, waardoor het zonder meer _ook_ ‘een goede kennismaking met …’ kan zijn.

De Zweedse Catarina Ligendza was in de jaren zeventig één van de grootste Wagner-zangeressen. Behalve de meer lyrische rollen zoals Senta, zong zij ook Isolde en dat deed zij zeer overtuigend. Ook Donald McIntyre was gepokt en gemazeld in het ‘Wagner-fach’, en alleen al voor die twee hoofdrolvertolkers is de dvd meer dan moeite van het aanschaffen waard.

Wolfgang Sawallisch was meer dan 20 jaar de vaste dirigent van het Bayerischer Staatsorchester, en dat hoor je: ze zijn als het ware met elkaar vergroeid.

De complete opname staat op You Tube:

CHRISTIAN TIELEMANN 2013

Fliegende Hollander Glogger Bayreuth

Allemaal weten wij waar Der Fliegende Holländer over gaat. Toch? De legende over de door de woeste zeeën dolende ziel op zoek naar verlossing is alom bekend. Er zijn boeken over geschreven, schilderijen over gemaakt, muziek over gecomponeerd… Ook de psychiaters hebben zich er mee bemoeid, want alles moet verklaarbaar zijn, dus ook de drang naar zelfopoffering.

Mis. Allemaal hadden en hebben wij het verkeerd begrepen. De woeste zeeën staan symbool voor “business as usual”, dus speelt de door  Jan Philipp Gloger productie van de Hollander (Bayreuth, 2013) zich in een soort door stratosferische lichten verlichte Wall Street met heren in driedelig grijs, met een boekhouder aan het ‘stuur’.

Tegenwoordig mag alles, zeker in Bayreuth, dus echt verbaasd ben ik niet. Ik zet alleen het beeld uit en luister verder naar wat een meer dan een fatsoenlijke uitvoering is van de eerste ‘volwassene’ opera van Wagner.

Ricarda Merbeth is een formidabele Senta, met een kanon van een stem en een vleugje metaal in haar topnoten, wat ik als zeer plezierig ervaar. Samuel Youn is een prima, al een beetje lichtgewicht Holländer, Tomislav Mužek een zeer betrokken Erik en Franz-Josef Selig een imponerende Daland.

Maar het meest werd ik getroffen door de jonge Benjamin Bruns (Steuermann), van hem gaan wij nog zeer zeker horen! (Opus Arte OA 1140D)

Een kort fragment:

Ermanno Wolf-Ferrari: hoe Talitha uit de dood werd gewekt

Wolf Ferrari Talitha

Eind negentiende eeuw raakte Ermanno Wolf-Ferrari in de ban van de kerkmuziekcomponist Don Lorenzo Perosi, met wie hij ook bevriend werd. Het was ook onder Perosi’s invloed dat Wolf-Ferrari zijn cantate Talitha Kumi en het koorwerk La passione componeerde. Dat laatste, dat gebaseerd was op de oude Italiaanse volkspoëzie heeft Wolf-Ferrari ook aan zijn vriend opgedragen. Ook het prachtige jeugdwerk ‘Otto cori’ verraadt de grote liefde van componist voor de muziek uit de Renaissance.

‘Talitha Kumi!’ betekent ‘Talitha: sta op!’ in het Aramees. Het is een citaat uit het Evangelie van Marcus waarin het verhaal van Talitha, de dochter van Jaïrus wordt verteld. Talitha is stervende en in zijn wanhoop – en de hoop op een wonder – gaat Jaïrus de hulp zoeken van Jezus. Wanneer Jezus het huis van Jaïrus bereikt is het meisje al dood, maar toch het lukt het hem om haar uit de dood op te wekken.

Het is de evangelist die het verhaal van het werk draagt: de tenor Rainer Trost zingt zijn tekst zeer indrukwekkend en weet de luisteraar aan zijn lippen te kluisteren.

Jaïrus en Jezus hebben relatief weinig te doen, maar beide rollen worden hier door de bariton Joan Martín-Royo uitstekend vertolkt.

Het koor en het orkest hebben een niet meer dan een contemplatieve rol. Noem het een met penseel getekende achtergrond.


ERMANNO WOLF-FERRARI
Talitha Kumi! (Die Tochter des Jairus) op.3
La Passione, Op.21 (Tuscan folk poem)
Otto cori, Op.2 for a capella choir
Rainer Trost (tenor), Joan Martín-Royo (bariton), Coro El León de Oro olv Marco Antonio Garcia de Paz
Oviedo Filharmonia olv Friedrich Haider
Naxos 8573716

GURRE-LIEDER uit Amsterdam (regie: Pierre Audi) op dvd

 Door Peter Franken

Gurre Lieder dvd

In september 2014 opende De Nationale Opera het seizoen met een geheel geënsceneerde uitvoering van Schönbergs Gurre-Lieder, als zodanig een wereldpremière. De opname die hiervan werd gemaakt is vorig jaar verschenen op BluRay en DVD.

Schönberg schreef voor zijn Gurre-Lieder een massale bezetting voor, naar verluidt waren bij de première van deze cantate in 1913 maar liefst 757 musici betrokken. Bij DNO hield men de opzet wat bescheidener met naast het Nederlands Philharmonisch Orkest en het koor van de opera een extra koor uit Duitsland, het Kammerchor des Chorforum Essen. Naast een besparing op de kosten speelde hier natuurlijk ook het gebrek aan ruimte mee. In een concertzaal kan je extra koren overal en nergens kwijt, op een toneel niet. Sowieso ligt de nadruk op een groot volume vooral in het slotkoor en dan staat het toneel ook behoorlijk vol.

Schönbergs muziek klink mij onbeschaamd negentiende eeuws in de oren. Tijdens het afspelen van de opname bedacht ik dat hij zomaar een tweede Wagner had kunnen worden, als hij in dit idioom was blijven componeren en zich op het schrijven van opera’s had toegelegd. Zoals bekend ging Schönberg een andere kant op en zag hij zijn meesterwerk Gurre Lieder als een gepasseerd station, een jeugdzonde bijna. Het stoorde hem dat hij uitgerekend om dit werk zo werd geprezen. De vergelijking met Wagner en diens moeizame relatie met zijn vroege werk Rienzi dringt zich op.

Audi en zijn team, laat ik deze keer vooral Jean Kalman even uitlichten die zoals zo vaak bij Audi’s producties verantwoordelijk was voor het belichting, hebben een groots toneelbeeld gecreëerd dat een rijke schakering aan beelden mogelijk maakt. En daar is de filmopname nu eens in het voordeel boven het theater. Geen levensgroot ingezoomde hoofden maar fraaie close ups van situaties bepalen het eerste deel waarin Waldemar en Tove hun liefde en onvermijdelijke afscheid beleven. Als kijker wordt je nu niet afgeleid door het feit dat hun liefdesprieeltje in werkelijkheid bijna verdrinkt in wat nog het meeste lijkt op een verlaten fabriekshal.

Als Tove vertrekt is duidelijk te zien dat haar mantel de vorm heeft van een verenkleed. Zij verbeeldt de duif die volgens de daarna optredende Waldtaube – met grote vleugels en geheel in het zwart synoniem met een doodsengel – door de valk van de koningin is gegrepen. Dat haar einde, en dus ook de liefdesrelatie met Waldemar, nadert wordt na haar afscheid fraai weergegeven door een boom in het liefdesnest die als op commando haar blaadjes verliest.

Mooi beeld ook is dat van Klaus Narr die vrijwel voortdurend op het toneel aanwezig is, getooid met een helwitte lichtgevende ballon die hem permanent belicht. Hij is dan wel een nar, maar weet dat van zichzelf en in die zin is hij ‘verlicht’.

Scenisch is er in het middendeel niet heel veel te beleven totdat een soldatenkoor kortstondig het toneel in bezit neemt. Dan kabbelt het verder tot het overweldigende slotkoor waarmee het stuk eindigt.

Burkhard Fritz is een bijna perfecte Waldemar, hij heeft de rol geheel geïnternaliseerd. Bij de vrouwen gaat mijn voorkeur uit naar de Waldtaube van de Zweedse mezzo Anna Larsson, een mooie gedragen vertolking, het vocale hoogtepunt van het stuk. Van Emily Magee als Tove valt op dat ze wel erg vaak kijkt alsof ze zich afvraagt ‘wat gaat er nu weer gebeuren’? Overigens wel mooi gezongen maar wat afstandelijk.

Sunnyi Melles als de verteller concentreert zich erg op haar tekst en klinkt geforceerd, zelfs schreeuwerig. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat ze dit uit zichzelf zo doet, minpuntje in de regie wat mij betreft. De beide heren Wolfgang Ablinger-Sperrhacke (Klaus Narr) en Markus Marquardt (Bauer) vertolken hun rol met verve. Klaus Narr wordt daarbij flink geholpen door zijn kostuum inclusief die onafscheidelijke ballon.

Marc Albrecht laat zijn NedPho welluidend spelen met prachtige Wagneriaanse momenten. Verder geeft hij voorbeeldig leiding aan het grote ensemble, geen geringe prestatie. Albrecht wilde dit werk heel graag eens dirigeren en Audi wilde het al jaren als ‘opera’ op het toneel brengen. Beide heren zijn uitstekend in hun opzicht geslaagd.

Dit seizoen wordt deze productie door DNO hernomen in exact dezelfde bezetting. De besproken opname is dus niet slechts een herinnering aan een groots evenement maar kan tevens dienen als voorbereiding op een weerzien in het theater. In alle opzichten een geslaagd initiatief van Opus Arte om deze opname op de markt te brengen.

Recensie van de voorstelling live:
GURRE-LIEDER van Audi in Amsterdam

Discografie:
SCHÖNBERG: GURRE-LIEDER. Discografie

 

Twee maal Luisa Miller op dvd

Luisa Miller Verdi

RENATA SCOTTO

Luisa Miller Scotto

In 1979 zong Renata Scotto bij de Metropolitan Opera haar eerste Luisa Miller en ze deed dat met de voor haar gebruikelijke toewijding. Maar voordat ze aan haar eerste grote aria kon beginnen, zorgde een ‘grapjas’ voor een schandaal door keihard ‘brava Maria Callas’ te roepen.

Sherrill Milnes, hier in de gedaante van Luisa’s vader, nam de door emoties bevangen Scotto in zijn armen en redde zo haar concentratie. En de voorstelling

Dat alles was live op tv uitgezonden en zo kwam het op de in omloop zijnde piratenvideo’s terecht. De mijne koesterde ik al jaren, want van die prachtige opera zijn er bitter weinig beeldopnamen. Bovendien ben ik een echte Scotto (en Domingo, en Milnes) fan.

Inmiddels is de voorstelling door Deutsche Grammophon op dvd uitgebracht, met de nodige cuts, waaronder dat beroemde incident. Jammer, maar het gaat tenslotte niet om de incidenten maar om de opera en de uitvoering. En daar is dus helemaal niets mis mee. Integendeel.

De enscenering van Nathaniel Merrill is behoorlijk oubollig en Domingo ziet er niet uit met zijn geblondeerde haren, maar dat ga je gauw vergeten want er wordt op een absoluut topniveau gezongen en geacteerd en maestro James Levine dirigeert meesterlijk (DG 0734027).

In het filmpje hieronder bespreken de hoofdrolspelers (Scotto, Domingo, Milnes en Levine) de opera van Verdi en de productie van 1979.

DARINA TAKOVA

Luisa Miller Naxos

Voor zijn productie van Luisa Miller (oorspronkelijk uitgevoerd bij de Nationale Reisopera in 2004, voor deze dvd opgenomen in Venetië in 2006) liet regisseur Arnaud Bernard zich inspireren door Novocento van Bertolucci. Maar de invloed van de Italiaanse neorealisten is ook onmiskenbaar aanwezig.

Bernard situeert de actie op het Italiaanse platteland in de jaren twintig van de vorige eeuw, waardoor niet alleen de klassentegenstellingen, maar ook het opkomende fascisme ruimschoots aan bod komt. Het bühnebeeld is abstract en op een paar realistische rekwisieten en metershoge foto’s van vrouwen na is het toneel vrijwel kaal.

Luisa Miller was de derde van de vier opera’s die Verdi op een toneelstuk van Schiller baseerde. Zoals al zijn opera’s uit zijn ‘middenperiode’ zit het werk barstensvol wonderschone aria’s en ensembles en het bezit wellicht de mooiste ouverture ooit geschreven – een uitdaging voor de dirigenten.

Mauricio Bennini is goed op dreef met het orkest van het Teatro La Fenice, al vind ik zijn tempi soms wat aan de langzame kant.

De – overwegend jonge – cast is prima, alleen Ursula Ferri vind ik een irritante Frederica. Haar stem is vlak en wapperend en van acteren heeft ze geen kaas gegeten.

Giuseppe Sabbatini (Rodolfo) beschikt over een ouderwets mooie, slanke tenor met goede topnoten en Darina Takova is een ontroerende, zeer tot de verbeelding sprekende Luisa  (Naxos 2110225-26).

MAHLER 4 FOR ENSEMBLE

Mahler 4 Camerata RCO

Het gebeurt niet zo vaak meer dat ik prettig verrast word door een nieuwe Mahler-opname maar nu heeft Gutman Records mij waarachtig zo blij als een kind gemaakt. Het Camerata RCO heeft zich over Mahler 4 ontfermd, waarbij zij uitgegaan zijn van de kamermuziekversie van die symfonie die de Schönberg-leerling Erwin Stein in 1921 heeft gemaakt.

Natuurlijk is een kamerensemble niet met een volle symfonieorkest te vergelijken en natuurlijk is hun geluid – vanzelfsprekend – kleiner en transparanter, maar de puurheid en de transparantie zijn in dit geval zo mooi en zo verfrissend dat ik de symfonie nu even niet anders wil horen!

Nu is Camerata RCO zelf eigenlijk een soort ‘kamermuziekversie’, van het Koninklijk Concertgebouworkest welteverstaan en alle leden horen ook in het orkest zelf te spelen (of te hebben gespeeld), u kunt dus stellen dat ze hun Mahlers echt under the skin hebben.

Wat ik nu zo onvoorstelbaar leuk vind is dat ik al die instrumenten afzonderlijk goed kan horen. Iets wat niet onmiddellijk een pre is als het om een (groot) orkestklank gaat, maar in de pocketversie is het onweerstaanbaar. Zo kan ik enorm genieten van het schitterende pianospel van Nicolas van Poucke en de stralende warmte van de strijkers bezorgt mij een gevoel van een zeer aangename geborgenheid.

Tel daarbij het bijna klezmer-achtig geluid van de blazers (de klarinetten!), de ondersteunende ritme van de paukenisten en het verrassingseffect van de accordeon … Smullen!

Judith van Wanroij heeft een perfect timbre voor de ‘Himmlichen Freuden’ en de dirigent Lucas Macías Navarro heeft er hoorbaar zelf plezier in. Ook de opname is uitstekend en de tekst in het boekje (ook in het Nederlands!) hilarisch.


GUSTAV MAHLER
Mahler 4 for Ensemble
Judith van Wanroij (sopraan)
Camerata RCO olv Lucas Macías Navarro
Gutman Records CD 173

Meer Mahler 4:
Daniele Gatti dirigeert HAYDN en MAHLER
MAHLER 4 Jansons