Julie_Fuchs

Muzikaal geslaagde Giulio Cesare bij DNO

Tekst: Peter Franken

DNO opent het kalenderjaar met Händels populaire opera Giulio Cesare in Egitto in een nieuwe productie van Calixto Bieito. Voor veel operaliefhebbers is het noemen van zijn naam direct aanleiding om tenminste even bedenkelijk te kijken maar als ervaren Wagneriaan wachtte ik rustig af wat hij nu weer zoal bedacht zou hebben. We zijn wel wat gewend in Wagnerland, ook zeer lange opera’s natuurlijk al vind ik dat 200 minuten muziek wel meer dan een enkele pauze verdient.

Het verhaal van Giulio Cesare drijft op seks, geweld en humor en Händel heeft dit succespakket verpakt in schitterende muziek die echter door de eindeloze herhalingen wel wat langdradig wordt. Er gebeurt vaak gewoon te weinig en zelfs een ervaren regisseur als Bieito blijkt daar problemen mee te hebben. Zo laat hij Cornelia zichzelf wel tien keer met beide handen in de hartstreek stompen alsof ze uit wanhoop zelfmoord wil plegen. Verder kleden zangers zich tijdens het zingen uit en soms ook weer zo’n beetje aan: er moet toch iets te zien zijn?

De regie plaatst de handeling in een omgeving die wordt beheerst door ‘snakes in suits’, psycho’s die geilen op macht en obscene rijkdom en letterlijk en figuurlijk over alles en iedereen heenlopen om hun doel te bereiken. En die insteek heeft Bieito gekoppeld aan een land als Saoedi Arabië. Hij biedt ons twee aanknopingspunten om zelf tot die constatering te komen. Ten eerste wordt het hoofd van Pompeo opgevoerd alsof het door een shredder is gehaald, een verwijzing naar Kashoggi. Ten tweede oogt het high tech decor als het Saoedische paviljoen op de Expo in Dubai.

De twee heersers Tolomeo en Cesare zijn beiden de topdog in hun eigen wereldje en laten dat blijken door ongeremd gewelddadig gedrag naar hun omgeving. Het eerste uur wordt de voorstelling beheerst door handtastelijkheden en regelrechte vechtpartijen die realistisch ogen maar al gauw meer lijken op het gedrag van kostschooljongens die gangstertje spelen.

Toch werkt het aanstekelijk: ook Cleopatra heeft zo haar onprettige maniertjes en nogal onverwacht mishandelt Sesto zijn moeder Cornelia als hij zichzelf moed inzingt om de dood van zijn vader en haar echtgenoot Pompeo te wreken. Bieito is echter niet vergeten dat er behalve geweld ook seks in de mix hoort te zitten en Sesto’s gedrag blijkt gewoon een uiting te zijn van Oedipale liefde. Later probeert hij zijn moeder uit te kleden en begint zij in zijn armen te bijten, fijn stel die twee.

Net als je eraan gewend bent dat elke aria eindigt met iemand die een trap in het kruis krijgt, vindt Bieto het genoeg. Het publiek moet nu wel begrepen hebben welke setting hij voor ogen had. En zowaar wordt het allemaal wat lichtvoetiger met de nodige humor. We zijn dan overigens al wel een dik uur in de voorstelling. Er resteert echter nog zoveel tijd dat ik mijn irritatie en afkeer  tijdens dat voorspel gaandeweg begon te vergeten en uiteindelijk vooral door toedoen van de bij vlagen hilarische interactie tussen Cleopatra en Cesare een aardige avond had. Prima koppel die twee: ze hebben elkaar allebei iets te bieden en seks is een bonus.

Het decor van Rebecca Ringst ziet eruit als een simpele rechthoekige doos met wanden van metalen gaaswerk. Die zitten echter vol met LED verlichting waardoor het ding in alle mogelijke configuraties kan oplichten: zelf bedachte hiërogliefen, vuur en wolken partijen, op Andy Warhol geïnspireerde veelkleurige beelden, alles ontworpen door Sarah Derendinger.

De doos staat meestentijds gedeeltelijk op zijn kant waarmee de suggestie van dat eerder genoemde Expo paviljoen wordt gewekt. Verder zijn er de nodige rekwisieten maar alleen als dat beslist nodig is. De kostuums van Ingo Krügler bevestigen het beschreven beeld: alle mannen in pak, Cleopatra in een jumpsuit en later in een badpak zodat wij haar (erg mooie) benen goed kunnen zien en Cesare ook natuurlijk.

De cast werd aangevoerd door countertenor Christophe Dumaux die staande op de doos zijn opwachting maakte. Kan zijn dat die positie hem parten speelde maar ik vond het een weinig indrukwekkende entree. Later groeide hij in zijn rol en wist hij beslist te overtuigen, zowel in zijn zang als in het voorgeschreven spel. Hij laat zich met een natte vinger lijmen door Cleopatra al moeten we dat vooral niet verwarren met spontane verliefdheid. Zij etaleert haar seksuele kwaliteiten terwijl ze een aria zingt over deugdzaamheid, een dodelijke combinatie die bij mannen werkt als een ‘dog whistle’. Eindelijk krijgen seks en humor de overhand boven achteloos geweld al zijn we daar natuurlijk nooit helemaal vanaf.

Sopraan Julie Fuchs was een verrukkelijke Cleopatra, zowel in haar acteren als haar zang. Cleopatra heeft van Händel mooie gedragen aria’s gekregen en Fuchs maakte veel indruk in haar vertolking daarvan. Het zijn de momenten dat ik opgelucht ademhaal: even niet dat spervuur van korte noten dat barokopera tot mijn minst favoriete genre maakt.

Ze kregen uitstekend tegenspel van countertenor Cameron Shabazi als Tolomeo, beter bekend als Ptolemaeus, Cleopatra’s broer en tevens formeel haar echtgenoot. Beiden betwisten elkaar de Egyptische troon en uiteindelijk weet Cleopatra de strijd in haar voordeel te beslechten dankzij de protectie van de Romeinen. Farao zijn als vazal is immers beter dan de troon aan je irritante broer laten, en dat is hij zeker in deze productie. Shabaza zong virtuoos maar met veel misbaar terwijl hij regelmatig om zich heen sloeg en zijn frustraties uitte door in het lage register een keiharde tenorstem op te zetten.

Naast deze machtsstrijd is er de subplot van de Pompeus’ weduwe Cornelia en haar zoon Sesto. In mijn beleving houdt hun streven zich op Tolomeo en zijn henchman Achilla te wreken de handeling nodeloos op en zorgt zodoende voor een uurtje extra muziek. Overigens was de invulling van deze rollen zeer goed verzorgd met een mooie Teresa Iervolino als Cornelia en een overtuigend jongensachtige Cecilia Molinari als Sesto.

Achilla had heel wat met ze te stellen, zeker ook omdat hij Cornelia graag voor zichzelf zou willen. Zeer overtuigend gebracht door Frederik Bergman, met zijn bariton meestentijds de enige lage stem in het geheel, een beetje een brombeer in een meidenaquarium. Overigens kwam de bijrol van Cesare’s luitenant Curio ook voor rekening van een bariton, de uit Oekraïne afkomstige Georgi Derbas-Richter, lid van de Opera Stud

Comic relief kwam bij vlagen van Cleopatra’s vertrouweling Nireno die elke gelegenheid benutte om te laten zien dat hij heel aardig kan tapdansen. Van zijn grote aria wist counter tenor Jake Ingbar op die manier een aardig nummer te maken, waarbij hij natuurlijk wel zijn kleren uittrok.

De obscene rijkdom die de golfstaten kenmerkt komt nog even terug in de finale waarin Cesare en Cleopatra elkaar een gouden toiletpot cadeau doen. En vervolgens komen de zes anderen erbij, ook allemaal met zijn attribuut.

Werken aan de opera met Emmanuelle Haïm:


De muzikale leiding was in handen van barokspecialist Emmanuelle Haïm die haar eigen orkest Le concert d’Astrée had meegebracht. Naar verluidt was dit hun vierde Giulio Cesare waarmee kennelijk een subspecialisatie binnen het genre wordt nagestreefd. Haïm had vooraf aangegeven deze opera graag bij DNO te willen uitvoeren, in mijn beleving de omgekeerde wereld. Het operahuis contracteert een dirigent en die mag zelf bepalen wat er gedaan zal worden. Moet gezegd, muzikaal was het een groot succes, het klonk erg gepolijst allemaal al had ik wat meer tempo wel op prijs gesteld.

Er volgen nog zeven voorstellingen. Tevens vanaf 2 februari te zien op Arte en op 4 februari te beluisteren op Radio 4

Julia Fuchs over de opera

Foto’s © Monika Rittershaus | De Nationale Opera



Les Pêcheurs de perles van Bizet maar dan net even anders

Parelvissers Pentatone Julie Fuchs

Ooit behoorden de ‘Parelvissers’ tot de grootste opera hits en het lijkt er sterk op dat ze na jaren van afwezigheid bezig zijn met hun voorzichtige comeback. De nieuwe opname op Pentatone is zonder meer goed, wel met de nodige kanttekeningen.

Julie Fuchs steelt de show als een zeer idiomatische, virtuoze, meisjesachtig klinkende Leïla.: voor mij is zij de beste Leïla sinds tijden!

Julie Fuchs zingt ‘Me voilà seule dans la nuit’:

Florian Sempey is een zeer masculiene Zurga. Niet alleen klinkt zijn bariton buitengewoon warm en aantrekkelijk maar bovendien geeft hij zijn rol dat extra mee waardoor we ook zonder visie precies ervaren waar het over gaat. Zeer overtuigend.

Florian Sempey zingt ‘L’orage s’est calmé’:

Helaas haalt Cyrille Dubois (Nadir) dat niveau niet: ik blijf moeite houden met zijn scherpe stem, bovendien klinken zijn hoge noten nogal geknepen. ‘Je crois entendre encore’ zingt hij dan wel heel gevoelig, maar bij Nadir verwacht ik meer smeuïge lyriek, meer room.

Cyrille Dubois:

Het orkest is uitstekend, al had ik het orkestgeluid toch wel iets kleiner gehad, intiemer. Of de schuld bij de dirigent of de opnametechnici ligt kan ik moeilijk beoordelen.

Wat de liveopname uit Lille bijzonder maakt is de gebruikte editie: het is voor het eerst in de geschiedenis dat we de premièreversie uit 1863 kunnen horen. Het werd gereconstrueerd en gepubliceerd door Bärenreiter in 2015.


Georges Bizet
Les Pêcheurs de perles
Julie Fuchs, Cyrille Dubois, Florian Sempey, Luc Bertin-Hugoult
Les Cris de Paris (Geoffroy Jourdain), Orchestre National de Lille olv Alexandre Bloch
Pentatone PTC 5186 685

Meer Julie Fuchs: CIBOULETTE. Hoe het Rodolfo verging

Meer ‘Les Pêcheurs de perles’: 2 x LES PÊCHEURS DE PERLES

Ciboulette, of hoe het Rodolfo verging

Ciboulette

Heeft iemand zich ooit afgevraagd hoe het verder met Rodolfo ging, na de dood van Mimi? Ik eerlijk gezegd niet. Tótdat ik hem plotseling tegenkwam in de operette Ciboulette van Reynaldo Hahn.

Rodolfo heeft de liefde en de dichtkunst afgezworen, is in dienst gegaan bij de gemeente en werkt onder de naam Duparquet als marktopzichter van Les Halles in Parijs. Als een goede fee helpt hij een groenteverkoopster om de liefde van haar leven te vinden: een beetje saaie, maar jonge en steenrijke Antonin de Mourmelon die zelf met liefdesverdriet kampt omdat zijn minnares hem heeft omgeruild tegen een potente huzaar.

De eerste akte van Ciboulette is in deze regie van Michel Fau gehuld in zwart-grijs-witte tinten en straalt een sfeer uit van de beginjaren van de cinema. Pas met de komst van Ciboulette komt ook de kleur in het verhaal. Het effect is groots: het is alsof het onzichtbare, grauwe gordijn waarachter de feeërieke kleuren zich hebben verscholen opzij wordt geschoven.

Jean-François Lapointe is onweerstaanbaar als Duparquet. Moeiteloos schakelt hij van de hilarische dialogen en een vrolijke duet met Ciboulette (zeer aanstekelijke ‘Nous avons fait un beau voyage’) naar de zeer ontroerend gezongen ‘C’est tout ce qui me reste d’elle’, waarin hij herinneringen aan Mimi ophaalt. En, vergis ik mij of hoor ik daar, zachtjes en ver weg op de achtergrond, flarden van de muziek van Puccini?

Julien Behr’s tenor (Antonin de Mourmelon) is niet echt mooi, hij is ook een beetje stijfjes, maar het past wel bij de rol. Eva Ganizate is een heerlijke grisette Zénobie en Bernadette Lafont zorgt voor extra humor in haar rol van Madame Pingret.

Ciboulette wordt gezongen door de jonge Franse sopraan Julie Fuchs. Haar mooie, lenteachtige voorkomen en haar lichte, wendbare stem maken van haar een voorbeeldige “spring in het veld” meisje die nog niet zo goed weet wat zij wil, totdat zij de ware tegenkomt.

Aan het eind krijgen we nog een heuse meezinger die zich in je oren nestelt, ook al ken je de operette niet en zelfs de taal niet machtig bent!

Last van winterblues? Opgejaagd, gestrest, door een minnaar verlaten? Koop de dvd en laat je opbeuren! Wat een feest!

Finale:

REYNALDO HAHN
Ciboulette
Julie Fuchs, Jean-François Lapointe, Julien Behr, Eva Ganizate, Ronan Debois, Bernadette Lafont e.a.
Orchestre symphonique de l’Opera de Toulon olv Laurence Equilbey
Regie: Michel Fou
Solisten: FRAMusica FRA 009