Yannick_Nézet_Séguin

Daniil Trifonovs weergaloze Rachmaninoff: cd van het jaar?

Rachmaninov Trifonov

Daniil Trifonovs vertolking van het tweede en het vierde  pianoconcert van Rachmaninoff  is het allerbeste wat ik in jaren heb gehoord. Zijn energie is tomeloos, de spanning is om te snijden en de manier hoe hij de sentimentele passages met pure virtuositeitsvertoon weet te combineren is weergaloos.

Dat Trifonov, nog maar 27 jaar oud tot de meest opwindende pianisten van de laatste tijd behoort, dat wisten we wel. Ook zijn affiniteit met de muziek van Rachmaninoff was ons bekend. Maar soms ontstijgt iets je voorstellingsvermogen en dat is wat nu gebeurt. Geholpen door Yannick Nézet-Séguin laat Trifonov je alle (en dat zijn er heel erg wat!) uitvoeringen van nummer twee vergeten. Niks geen routine, niks geen klank om de klank alleen, niks geen spiervertoon. Hier gebeurt echt een wonder: het is alsof ik het concerto voor het eerst in mijn leven onderga. …

In nummer vier gaat hij nog een stapje verder en gebruikt al zijn techniek om het concert nog moeilijker te laten klinken dan het is. Of juist makkelijker, wat elkaar niet tegenspreekt. Ik heb nog nooit in mijn leven een betere uitvoering van dit concert gehoord.

Maar er is meer. Tussen de beide pianoconcerto’s zit ‘een mopje’ Bach: Rachmaninoffs eigen bewerking van de vioolsolopartita BWV 1006. Ik vind die transcriptie heel erg mooi, het voelt ook een beetje als een oase van zalige rust.

Vergeet trouwens het Philadelphia Orkestra niet, ooit Rachmaninoffs eigen ‘huisorkest’! Onder de waanzinnig energieke, inspirerende en opwindende leiding van Yannick Nézet-Séguin ontplooien ze zich als een meesterlijk virtuoos geheel. Voornamelijk de houtblazers klinken opmerkelijk goed.

De live opname maakt het genot nog groter en intenser. Laat je niet door de rare titel, de hoes en de foto’s misleiden, die slaan nergens op. Koop de cd en geniet van wat wellicht de beste opname van het jaar is.


Destination Rachmaninov. Departure.
SERGEI RACHMANINOV: pianoconerto’s 2 &4
J.S.BACH: Suite from the Partita for Violin in E major BWV 1006
Daniil Trifonov
The Philadelphia Orchestra olv Yannick Nézet-Séguin
DG 4835355

Advertenties

LEONARD BERNSTEIN: MASS

Bernstein Mass

Wist u dat de FBI Leonard Bernstein tientallen jaren heeft geschaduwd? Hij werd verdacht van communistische sympathieën. Eén van de redenen daartoe was – dat beweerde althans The New Yorker – de in 1971 geplande première van zijn Mass, een op de Latijnse mis en Engelse teksten van Stephen Schwartz (en Bernstein zelf) gebaseerde elfdelige ‘Theaterstuk voor zangers, toneelspelers en dansers’, opgedragen aan de vermoorde president J.F. Kennedy. Volgens de FBI zou Bernstein “een links complot hebben bedacht om de toenmalige president Nixon voor schut te zetten met een ’anti-oorlogscompositie’.”

Berstein Schwartz

(L) L-R Gordon Davidson, Leonard Bernstein, Stephen Schwartz (R) Leonard Bernstein, Stephen Schwartz; Opening Night; Kennedy Center for the Performing Arts – 1971
©2018 Stephen Schwartz.

Het is een verhaal – even kort door de bocht –  over een jongen die door zijn vrienden gedwongen wordt om priester te worden terwijl hij God het liefst met zijn gitaar en zijn liedjes eert: ‘Sing God a simple song…. for God is the simplest of all’. Aan het eind ontheiligt hij het altaar en krijgt zijn vertrouwen in God terug.

Voor mij is het werk met zijn sterke reminiscenties aan ‘Hair’ en ‘The Age of Aquarius’ behoorlijk gedateerd en daar kan de ijzersterke uitvoering onder Yannick Nézet-Séguin niets aan doen.

Yannick Nézet-Séguin over Bernstein en zijn Mass:

Dat de Mis niet op dvd is uitgebracht, dat verbaast mij zeer. Want hoe sterk de compositie op zich ook is en hoe grandioos het puur vocaal/instrumentale gedeelte: je mist een wezenlijk deel van wat Bernstein voor ogen stond.


LEONARD BERNSTEIN
Mass
A Theatre piece for singers, players and dancers
Diverse solisten en koren
The Philadelphia Orchestra olv Yannick Nézet-Séguin
DG 4835009 (2cd’s)

 

DUETS: Rolando Villazon & Ildar Abdrazakov

Duets Villazon Abdrazakov

Er is iets mis met de opname. Het ‘Parelvissers-duet’ begint heel erg zacht, zo zacht dat ik de volumeknop helemaal open moet gooien om dan ergens halverwege, van de schrik zowat van mijn stoel te vallen, zo hard wordt het.

Daarna is er niets meer aan de hand. Het duet zelf klinkt ook minder vertrouwd in mijn oren: gewoonlijk zijn het een tenor en een bariton die elkaar een eeuwige vriendschap bezweren, nu is de bariton door een diepe bas vervangen waardoor het duet een totaal andere sfeer ademt.

Het is wel mooi, dat wel, maar dat ligt voornamelijk aan Abdrazakov, Villazons bijdrage kan mij iets minder bekoren. Het is best pijnlijk maar ik kan er echt niet omheen: Villazon zingt niet mooi meer en dan druk ik mij voorzichtig uit.

Maar eerlijk is eerlijk: ik heb best van de beide Donizetti-fragmenten genoten. Gounod klinkt ook prima en beide toegiften (‘Granada’ en ‘Ochi Chernyje’) zijn heerlijk om naar te luisteren.

Het orkest uit Montréal onder leiding van Yannick Nézet-Séguin speelt de sterren van de hemel en de door Abdrazakov gezongen aria’s zijn niet te versmaden. Al met al: het is een leuke cd met veel niet voor de hand liggende duetten, wat het tot een echt ‘hebbeding’ maakt..


BIZET, BOITO, DONIZETTI, VERDI, GOUNOD, LARA, HERMANN
Duets
Rolando Villazón (tenor), Ildar Abdrazakov (bas)
Orchestre Métropolitain de Montréal olv Yannick Nézet-Séguin
DG 002894796901 • 61’

 

LE NOZZE DI FIGARO deel 2

Yannick Nézet-Séguin

Nozze Yannick

Waar de meeste melomanen naar hebben uitgekeken is de nieuwste opname onder Yannick Nézet-Séguin. De charismatische Canadees is voor DG bezig om negen Mozart-opera’s live vast te leggen en Nozze is de vierde in de reeks. Onder zijn baton staat Chamber Orchestra of Europe, één van de beste (zo niet het beste) kamerorkesten ter wereld en zijn cast leest als een “who is who” van de operawereld. Het kan niet anders dan een top worden, zou je denken.

Helaas, het resultaat valt mij behoorlijk tegen. Nézet-Séguin schuwt de vaart niet en zijn tempi zijn aan de hoge kant. Op zich is dat niet erg – hij houdt het orkest licht en sprankelend – maar af en toe vertraagt hij zijn tempi drastisch, waardoor er een kunstmatig dramatisch effect ontstaat dat de zangers soms in de problemen brengt.

Figaro van Pisaroni is, zeker in de eerste acte een beetje onevenwichtig. Hampson is voor mij geen echte Graaf, daarvoor mist hij de vileine air van superioriteit.

Sonya Yontcheva (de Gravin) stelt mij behoorlijk teleur. Zij zingt prachtig, dat wel, maar echt stilistisch is het niet. Hetzelfde probleem heb ik met Christine Karg: mooi, maar Susanna wordt zij nergens. Anne Sophie von Otter is niet echt een Marcellina waar ik warm van word, maar Villazon vind ik een heerlijke Basilio. O ja, hij chargeert dat het een lieve lust is, maar Basilio kan het hebben. En zijn grote aria in IV is ronduit heerlijk.

Regula Mühlemann is een schitterende Barbarina, maar laten we eerlijk zijn: wie koopt Le Nozze vanwege Basilio en Barbarina? (DG 4795945)


Salzburg 2015 Sven-Eric Bechtolf

Nozze Salzburg

De voortvarende opkomst van dirigent Dan Ettinger voorspelt een enorme vaart, maar dat valt mee. Of tegen. Zijn tempi zijn bedeesd en de accenten die hij legt vind ik op zijn minst vreemd. Het doet mij denken aan de “goede” beginjaren van de authentieke uitvoeringspraktijk. Duwen en trekken, en duwen en trekken…

Ettinger is zijn carrière als bariton begonnen, het is dan onbegrijpelijk dat hij zo weinig oog heeft voor de zangers, ze niet ondersteunt en ze zelfs aan hun lot overlaat. Zo raakt hij zijn Figaro (Adam Plachetka niet op zijn best) al in de eerste aria kwijt. Zo slepend heb ik het niet eerder gehoord! Maar ook ‘Porgi Amor’ en ‘Voi che sapete’ gaan aan de langzame tempi ten onder.

Van de regisseur moeten we het ook niet hebben. Sven-Eric Bechtolff heeft het een en ander bij David McVicar afgekeken, alleen de logica ontbreekt. McVicar situeerde zijn productie in een kasteel in het postrevolutionaire Frankrijk, waardoor hij de veranderende sociale verhoudingen op scherp kon zetten. Bechtolf neemt ons mee naar een Engels landhuis in de jaren twintig van de vorige eeuw. Denk aan Upstairs, downstairs.

Decors en kostuums zijn weelderig en heel erg mooi, maar waarom moeten we het hele huis, waar alles tegelijk gebeurt in split screen (een nieuwe hype?) aanschouwen? Gedoe. Dat Bechtolf van gedoe houdt liet hij al in zijn Don Giovanni van een jaar eerder zien. Ik kan er niet zo goed tegen: het ging mij zo duizelen dat ik het beeld heb uitgezet.

Maar ook zonder visie valt er niet veel om van te genieten. Luca Pisaroni werd van Figaro naar de Graaf bevorderd en dat is zijn rol zeer zeker niet. Annett Fritsch is een koele Gravin en Martina Janková (wel een pracht van een stem!) is als Susanna misbezet. Zij oogt te ouwelijk en nergens wordt zij het “raak-mij-niet-zonder-handschoenen-aan-katje”, voor Susanna onontbeerlijk. (Euroarts 2072958)

(meer…)

LET ME TELL YOU ZaterdagMatinee

Hannigan Abrahamsen

Barbara Hannigan in gesprek met Hans Abrahamsen

Merkwaardige componist, die Hans Abrahamsen. Jaargang 1952, dus eigenlijk net te laat geboren om echt beïnvloed te kunnen raken door de serialisten, maar wel op tijd om de minimalisten hartelijk te omarmen. Maar daarna ging hij zijn eigen weg en sindsdien kan hij in geen lade met opschrift ondergebracht worden. Als “eclectisme” niet zo’n vieze woord was (of is dat ook niet meer?) dan zou ik hem een “neo-eclecticus” noemen. Eentje met een voorkeur voor het romantische, maar dan wel met een modern sausje.

Abrahamsen is geen onbekende componist. Hij wordt veel en vaak opgevoerd, ook in Nederland, waar Reinbert de Leeuw en zijn Schönberg Ensemble een lans voor hem en zijn muziek breken. Ik moet eerlijk bekennen dat ik eigenlijk niet zo veel werken van hem kende. Wel bijvoorbeeld Schnee, een compositie die mij niet alleen intrigeerde en fascineerde, maar waar ik mij ook aan ergerde. Spannend dus, want alleen zo word je uitgedaagd en alleen zo wordt je nieuwsgierigheid geprikkeld.

Ik keek dus echt uit naar zijn Let me tell you, zijn allereerste werk voor stem en orkest. De liederen werden op “bestelling” gecomponeerd. En dan niet door een concertzaal of een orkest, maar door een zangeres.

Het begon met de verjaardag van de schrijver/dichter/musicoloog Paul Griffiths. Zijn vrouw vroeg Barbara Hannigan of zij hem met haar optreden wilde verrassen, zij kon niet, maar bedacht toen een ander cadeau. Zij belde Abrahamsen of hij niet wat bij Griffith’s teksten wilde componeren. Vervolgens werden de Berliner Philharmoniker benaderd of zij het wilden uitvoeren. Iedereen stemde toe en zo werd de cyclus met “Ophelia liederen” geboren.

Let me tell you van Griffith begint met:
“So: now I come to speak. At last. I will tell you all I know….” en dan ontvouwt hij het ‘omgekeerde” Hamlet verhaal. Bezien door de ogen van de vrouw, die haar vader en broer verliest, verlaten word en – krankzinnig geworden – zelfmoord pleegt.

Bij Abrahamsen ondergaat zij een hele scala aan emoties: soms treurend, soms woedend, maar voornamelijk berustend. Zo gaat zij ook haar zelfverkozen lot tegemoet. Zij zingt:

“The snow flowers are all like each other
and I cannot keep my eyes in one.
I will give up this and go on.
I will go on”

En dan sterft ook de muziek. Ik kan niet anders dan aan de dood van Mimi denken en haar laatste woord, “dormire”.  Zo voelt het nu ook. Tranen wellen onder mijn ogen en ik zoek naar een zakdoek.

 

Hannigan

Barbara Hannigan, foto: E. de Haas

Barbara Hannigan kan niet genoeg geprezen worden. Wat zij met de muziek _ en met de woorden_ doet verdient het diepste respect. Ik denk ook niet dat ik een andere zangeres ken die het haar na kan doen. Stemtovenares, jazeker, maar dan één met het hart en ziel op de juiste plek.

Het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder Yannick Nézet-Séguin toonde zich een voortreffelijke begeleider. Begeleider, ja, want het ging nu niet alleen maar om de orkestklank (voortreffelijk!), maar ook, of misschien voornamelijk de woorden die er werden gezongen.

Hannigan Yannick Marco Borggreve

Yannick Nézet-Séguin, foto: Marco Borggreve

Na de pauze werd Eine Alpensinfonie van Richard Strauss gespeeld. Die heb ik niet meer meegemaakt: na de liederen had ik absoluut geen behoefte aan de wereld van Strauss.

Als u het gemist heeft: het concert is nog steeds terug te luisteren via de website van Radio 4.

Zeer aan te bevelen is ook het gesprek van Barbara Hannigan met Hans Abrahamsen en Paul Griffiths over het ontstaan van de compositie, in de ‘Digital Concert Hall‘ van de Berliner Philharmoniker.

De uitvoering uit Berlijn staat ook op Toutube:

 

Hans Abrahamsen
Let me tell you
Barbara Hannigan (sopraan)
Rotterdams Philharmonisch Orkest olv  Yannick Nézet-Séguin.

Bezocht op 1 maart 2014 in Het Concertgebouw – Amsterdam.