Erich_Wolfgang_Korngold

John Wilson puts Korngold’s symphony in the spotlight

Korngold Wilson

For five years, from 1947 to 1952, Korngold worked on what he thought would be his greatest work, his symphony ‘Dedicated to the memory of Franklin Delano Roosevelt’. He offered the work to Bruno Walter, perhaps in the hope that he would conduct it. Walter was honoured and called the composition “the best modern symphony I know,” but he never conducted it. Why not? We’ll most likely never find out.

The premiere in 1954 was a failure and it was not until 1972 that the work was given a proper performance by the Munich Philharmonic Orchestra conducted by Rudolf Kempe. We had to live with that recording until 1997, when André Previn gave the composition a new boost – for which I am still very grateful. Or rather was, as the new recording John Wilson made with his newly founded Sinfonia of London makes me forget all the other recordings (there’s also Marc Albrecht with whom I’m not so happy).

I don’t know why, but Wilson shows a strong affinity for Korngold’s idiom. He raises the tension so cruelly you think you’re in the middle of a Hitchcock movie. Cinematic, expressive, but also a little melodramatic, as it should be. But he does not forget the Korngoldian ‘sweet tones’. The result is breathtaking.

Theme and Variations and Straussiana are not really works to write home about, but when they are performed like this… What an accomplishment!


ERICH WOLFGANG KORNGOLD
Symphony in F-sharp, Op.40; Theme and Variations, Op.42; Straussiana
Sinfonia of London under John Wilson
Chandos CHSA 5220

In Dutch:
John Wilson zet de symfonie van Korngold in de spotlights

Translated with www.DeepL.com/Translator

Advertenties

John Wilson zet de symfonie van Korngold in de spotlights

Korngold Wilson

Vijf jaar, van 1947 tot 1952, heeft Korngold er aan gewerkt, aan wat hij dacht dat het zijn grootste werk zou worden, zijn symfonie ‘Dedicated tot he memory of Franklin Delano Roosevelt’. Het werk heeft hij aan Bruno Walter opgedragen, wellicht in de hoop dat hij het zou gaan dirigeren. Walter was vereerd en noemde de compositie “de beste moderne symfonie die ik ken”, maar het dirigeren deed hij niet. Waarom? Daar komen we waarschijnlijk nooit meer achter.

De première in 1954 was een mislukking en het duurde tot 1972 eer het werk een fatsoenlijke uitvoering kreeg door het Philharmonisch orkest van München onder leiding van Rudolf Kempe. En daar moesten we het mee doen tot 1997, toen André Previn de compositie wat meer schwung bezorgde en waar ik nog steeds heel erg gelukkig mee ben. Was, eigenlijk, want de nieuwe opname die John Wilson met zijn pas opgerichte Sinfonia of London doet mij al die andere opnamen (er is ook nog Marc Albrecht waar ik niet zo gelukkig mee ben) eenvoudigweg vergeten.

Ik weet niet waar het aan ligt maar Wilson schijnt Korngolds idioom bijna congeniaal aan te voelen. Hij laat de spanning zo gemeen opvoeren dat je denkt midden in een ‘Hitchcock film’ te zijn beland. Filmisch, expressief, maar ook een beetje melodramatisch, zoals het hoort. Daarbij vergeet hij de Korngoldiaanse ‘zoete tonen’ niet. Het resultaat is adembenemend.

Theme and Variations en Straussiana zijn niet echt werken om over naar huis te schrijven, maar als het zo uitgevoerd wordt… Wat een aanwinst!


ERICH WOLFGANG KORNGOLD
Symphony in F-sharp, Op.40; Theme and Variations, Op.42; Straussiana
Sinfonia of London olv John Wilson
Chandos CHSA 5220

Wonderlijke productie van Das wunder der Heliane uit Berlijn

Heliane dvd

“Selig sind die Liebenden. Die der Liebe sind, sind nicht des Todes”. Met die twee zinnen kun je eigenlijk Das Wunder der Heliane samenvatten. Het libretto van Hans Müller-Einigen dat gebaseerd is op het toneelstuk ‘Die Heilige’ van Hans Kaltneker lijkt een beetje bizar, maar je moet het door de ogen van de tijdgeest bekijken. Het mysterieuze, onaardse, buitennatuurlijke, het goddelijke, de uitvergrote emoties, de decadentie en de onverholen erotiek… dat zie je in veel kunstwerken uit die tijd. Ook de opofferingsgezindheid en het motto dat liefde alles overwint: zo niet nu, dan in het hiernamaals.

De jarenlang genegeerde opera’s van Korngold zijn tot mijn grote vreugde met een grote inhaalmanoeuvre bezig (nee, nog steeds niet in Nederland) en de Deutsche Oper Berlin bracht de opera – na negentig jaar negeren – in 2018 op de planken. Marc Albrecht dirigeerde en de regie was in handen van Christof Loy.

De enscenering is typisch Loy: heb je er twee of drie gezien dan heb je ze allemaal gezien. En: nee, ik bedoel het niet negatief. Loy is één van de weinige hedendaagse regisseurs die hun eigen weg gaan zonder het libretto (laat staan de muziek) geweld aandoen. Naar deze voorstelling heb ik met ingehouden adem gekeken. En geluisterd, want de zangers zijn allemaal gewoon onvoorstelbaar goed.

De rol van Heliane, de enige personage in de opera die een naam heeft wordt formidabel gezongen door de Amerikaanse sopraan Sara Jakubiak.

Brian Jagde is een zowat gedroomde Vreemdeling, nog nooit heb ik die rol zo waanzinnig goed gezongen gehoord. Krachtig, maar ook lyrisch en voornamelijk zeer humaan.

Joseph Wagner is een Herrescher uit je ergste nachtmerries, Derek Welton is een ware ontdekking in zijn rol van Der Pförtner en Okka von der Damerau is een uitstekende Botin. Marc Albrecht laat de muziek vloeien, zoals het hoort. Top.

Trailer van de productie:

ERICH WOLFGANG KORNGOLD
Das Wunder der Heliane
Sara Jakubiak, Brian Jagde, Josef Wagner, Okka von der Damerau, Derek Welton e.a.
Chorus and the orchestra of the Deutsche Oper Berlin olv Marc Albrecht
Regie: Christof Loy
Naxos 2110584-85

Das Wunder der Annemarie Kremers ‘Heliane’

Aanbeden, genegeerd, vergeten: over Erich Wolfgang Korngold en ‘Die Tote Stadt’

The Yiddish Cabaret: Jerusalem Quartet’s tribute to their grandparents

Jiddish CabaretThe Jerusalem String Quartet never disappoints. Never. Whatever they play. It’s not just about perfection, but also, or perhaps mainly, about their attention to the story behind the notes. For their involvement in the pieces they play. And their search for the truth that may not even exist. But with this album they have gone far above themselves and their own standards. Something that might have to do with the fact that they were allowed to choose the works themselves, none of which are commonplace?

With their choice they have also made a statement. Something we all know but still don’t want to admit out loud because we feel uncomfortable about it? About the influence of Jews and their contribution to our Western culture?

These days, Schulhoff and certainly Korngold are no longer curiosities, although of the latter mostly his operas are performed these days. Yet his chamber music compositions are not to be sneezed at. Listen his second string quartet, for example! At the first notes you get the nostalgic feeling of an unattainable lover and an intense desire. Beautiful and painful at the same time. Not only are the notes divinely beautiful, it is also the performance. Yearning and full of desire.

The five pieces for Erwin Schulhoff’s string quartet are a  link to the title of the album: the Jewish Cabaret. Leonid Desyatnikov composed his ‘Yiddish’ in 2018. These five songs are based on the Yiddish songs from the Polish interbellum, the period between the two world wars, which were sung in the cabarets in Warsaw and Lódz. The soprano Hila Baggio manages to strike the right tone in the songs. Light-footed. Think of the very young Lotte Lenya.

The album is dedicated to the grandparents of the members of the quartet. I allow myself to include my own grandparents that I have never known.


The Yiddish Cabaret
Erich Wolfgang Korngold: String quartet no. 2 on. 26
Erwin Schulhoff: 5 Pieces for string quartet
Leonid Desyatnikov: Yiddish – 5 Lieder for Stem and Stem Quarter (2018)
Hila Baggio (soprano), Jerusalem Quartet
Harmonia Mundi HMM 902631

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

The Yiddish Cabaret: Jerusalem Quartet’s hommage aan hun grootouders

Jiddish Cabaret

Het Jerusalem Strijkkwartet stelt nooit teleur. Nooit. Wat ze ook spelen. Het gaat niet alleen om de perfectie maar ook, of misschien voornamelijk om hun aandacht voor het verhaal achter de noten. Voor hun betrokkenheid bij de stukken die ze spelen. En hun zoektocht naar de waarheid die wellicht niet eens bestaat. Maar met deze album zijn ze ver boven zichzelf en hun eigen norm gestegen. Wat wellicht te maken kan hebben dat ze de stukken zelf mochten kiezen, stukken die geen van allen alledaags zijn?

Met hun keuze hebben ze ook een statement gemaakt. Iets wat we eigenlijk allemaal weten maar nog steeds niet hardop willen toegeven want daar voelen we ons ongemakkelijk over? Over de invloed van Joden en hun aandeel in onze Westerse cultuur?

Nu zijn Schulhoff en zeker Korngold niet zo’n rariteit meer, al worden van de laatste tegenwoordig voornamelijk zijn opera’s uitgevoerd. En dat, terwijl zijn kamermuziekcomposities echt niet te versmaden zijn. Neem alleen zijn tweede strijkkwartet! Bij de eerste noten al krijg je het nostalgische gevoel van een onbereikbare geliefde en een intens verlangen. Mooi en pijnlijk tegelijk. Het zijn niet alleen de goddelijk mooie noten, het is ook de uitvoering. Smachtend en vol verlangen.

De vijf stukken voor het strijkkwartet van Erwin Schulhoff zijn een soort brug richting de titel van het album: het Joodse Cabaret. Leonid Desyatnikov componeerde zijn ‘Jiddisch’ in 2018. Die vijf liederen zijn gebaseerd op de Jiddische liedjes uit het Poolse interbellum, de periode tussen de twee wereldoorlogen, die gezongen werden in de cabarets in Warschau en Lódz. De sopraan Hila Baggio weet in de liedjes de juiste toon te treffen. Lichtvoetig. Denk aan de zeer jonge Lotte Lenya.

Het album is opgedragen aan de grootouders van de leden van het kwartet. Ik permiteer mij om ook mijn eigen grootouders die ik nooit heb gekend erbij te betrekken.


The Yiddish Cabaret
Erich Wolfgang Korngold: Strijkkwartet nr. 2 op. 26
Erwin Schulhoff: 5 Stukken voor strijkkwartet
Leonid Desyatnikov: Jiddisch – 5 Lieder für Stimme und Streichquartett (2018)
Hila Baggio (sopraan), Jerusalem Quartet
Harmonia Mundi HMM 902631

Die Tote Stadt discografie. Deel 1

tote stadt poster

,,Het vergeten vormt een deel van alle handelingen”, schreef Nietsche in één van zijn pamfletten. ,,Om te (over)leven moet men soms zijn verleden vernietigen.” Korngold zou het moeten weten, want juist met die woorden kun je de werkelijke thema’s van zijn bekendste opera, Die Tote Stadt, samenvatten.

tote stadt affiche

“A scene from the original 1920 Hamburg production of Die tote Stadt. From left to right: Walter Diehl (Graf Albert); Josef Degler (Fritz) Anny Münchow (Marietta); Felix Rodemund (Gaston); and Paul Schwartz (Victorin).”

Die Tote Stadt beleefde gelijktijdig haar wereldpremière in Keulen (onder directie van Otto Klemperer) en Hamburg op 4 december 1920, waarna de hele wereld volgde. Voor de oorlog was het de meest gespeelde van alle eigentijdse opera’s.

 

RENÉ KOLLO (ooit RCA, tegenwoordig Sony)

tote stadt leinsdorf

Na 1938 werd Die Tote Stadt niet meer uitgevoerd. Pas in de jaren zeventig begon men aan een voorzichtige comeback. Uit die tijd (1975) stamt de eerste en nog steeds (!) de enige studio-opname van de opera.

Jammer genoeg vertelt het tekstboekje (dat voor de rest prima is verzorgd met de goed weergegeven synopsis en het volledige libretto in twee talen) niet het ‘waarom’ van die uitgave. Graag had ik willen weten wie het idee om juist Die Tote Stadt op te gaan nemen had opgevat, des te meer daar het werk toen nog als inferieur werd beschouwd.

Ook Leinsdorf heeft nooit onder stoelen of banken gestoken dat hij het werk niet hoog achtte. En toch dirigeert hij het alsof het om een meesterwerk gaat. Wellicht ging hij er gaandeweg in geloven? Hij geeft de opera de grandeur van een monument en de glans van goud. Bijzonder spannend en energiek leidt hij het schitterend spelende Radio-orkest uit München door de partituur heen. Aan het eind van de eerste acte, als het portret van Marie tot leven komt, waan je je midden in de droomscène uit ‘Spellbound’ van Hitchckock, en zelfs zonder beeld is de spanning om te snijden.

Er wordt ook voortreffelijk gezongen, al heb ik een beetje moeite met Kollo in zijn veeleisende rol van Paul. Tijdens de opname pendelde hij tussen München en Bayreuth, waar hij toen Parsifal zong, waardoor zijn stem wat vermoeid klinkt. Bovendien prefereer ik in die rol een meer lyrische tenor, maar wel één met voldoende kracht om boven het orkest uit te kunnen komen. Fritz Wunderlich had ideaal kunnen zijn, maar die was toen al bijna tien jaar dood, en aan Gösta Winbergh had toen niemand gedacht.

Carol Neblett is een fantastische Marie/Mariette, haar romige sopraan bezit veel kleuren en is goed stabiel in de hoogte. Benjamin Luxon zet een warme en vaderlijke Frank neer en Herman Prey (Fritz) brengt het paradijs dichterbij met zijn zoet gezongen Serenade. Ook de kleine rol van Brigitte wordt fenomenaal gezongen door Rose Wagemann, wellicht de beste Brigitte die ik tot nu toe hoorde.


THOMAS SUNNEGÅRDH (Naxos 8660060-1)

tote stadt naxos

In 1996 werd Die Tote Stadt in het Royal  Swedisch Opera House in Stockholm op het repertoire gezet. Twee van de voorstellingen werden door Naxos live opgenomen en op cd uitgebracht. Het resultaat is beslist niet slecht, men voelt de spanning van het theater wat in feite altijd een pré is. De toneelgeluiden zijn hoorbaar, mij stoort het niet, integendeel. Leif Segerstam dirigeert bedaard en het is te wijten aan een paar coupures dat het geheel bij hem bijna 15 minuten korter is dan bij Leinsdorf.

Paul wordt gezongen door Thomas Sunnegårdh, een Wagner-tenor die voornamelijk imponeert door zijn volume: af en toe ontaardt hij in sprechgesang en de lyriek is nergens te bekennen. Schitterend daarentegen Katarina Dalayman als Marie/Mariette en ook Anders Bergström (Frank) en Per-Arne Wahlgren (Fritz) zetten hun rollen overtuigend neer.


TORSTEN KERL

DVD

tote stadt strassbourg

Opéra National du Rhin in Strasbourg zette Die Tote Stadt in april 2001 op de planken. De zeer omstreden productie door Inga Levant werd door Arthaus Musik (100 342) op dvd uitgebracht.

Als u dacht dat het verhaal van Die Tote Stadt zich aan het eind van de negentiende eeuw in Brugge afspeelt dan heeft u het mis. Weliswaar baseerde Korngold zijn meesterwerk op Rodenbachs  ‘Bruges-la-morte’ en drukte die middeleeuwse stad met zijn mist en symboliek zijn stempel op zowel het libretto als op de muziek, maar Inga Levant weet beter. Zodoende belanden we in Hollywood waar alles mogelijk is en Marietta lijkt niet alleen op Marie maar tevens op Marylin Monroe.

Het geheel is gelardeerd met citaten uit de films van Fellini, maar fusion is in en alles moet kunnen. Gelaten accepteer ik dus dat ‘Mein Sehnen, mein Wänen’ niet door Pierrot maar door de barman – overigens schitterend en met voldoende dosis schmalz vertolkt door Stephan Genz – wordt gezongen.

Moet kunnen? Nee, want als ook het libretto geweld wordt aangedaan dan houdt mijn geduld en tolerantie op. Ik accepteer dus de zelfmoord van Paul niet want hiermee vermoordt hij niet allen zichzelf, maar ook de hele opera.

Torsten Kerl (Paul) en Angela Denoke (Marie/Mariette) zingen prima, maar de laatste overtuigt voornamelijk door haar overweldigende bühnepresence en acteervermogen.

CD Orfeo C 634 042 I

tote stadt salzburg

In de zomer van 2003 werd die opera tijdens de Salzburger Festspiele uitgevoerd. De regie was in handen van Willy Decker en de hoofdrollen werden gezongen door Torsten Kerl, Angela Denoke (ze schenen er een patent op te hebben) en Bo Skovhus. De voorstellingen werden zowel door het publiek als door de pers met een enorm enthousiasme ontvangen en de volledige cast werd beloond met een staande ovatie.

De uitvoering van 18 augustus werd door ORF live opgenomen en op cd uitgebracht. Waarom niet dvd? Door gebrek aan beeld mist men een belangrijk aspect van de voorstelling, des te meer daar de regisseur de rollen van Frank en Fritz door dezelfde zanger liet vertolken wat optisch wellicht in het regieconcept werkte, maar zonder beeld bijzonder verwarrend is.

Torsten Kerl zit duidelijk aan zijn vocale grenzen, wat zich voornamelijk in zijn geknepen hoogte uit. Maar hij kent ook veel mooie en lyrische momenten, iets wat niet gezegd kan worden van Angela Danoke: zonder beeld blijft van haar niets over.

De opera is ook op You Tube te beluisteren:

Maar ook over Bo Skovhus kan ik maar niet enthousiast worden, iets wat me bijzonder zwaar valt: ooit behoorde hij tot één van mijn geliefde baritons. Hij zingt mat, zonder ziel en zijn voordracht van ‘Mein Sehnen, mein Wänen’ is ronduit bleek. Jammer, want dat hij het beter kan heeft hij  al aan het begin van zijn carrière laten horen op één van zijn eerste cd-opnamen:

Reisopera boekt groot succes met ‘Die tote Stadt’

Aanbeden, genegeerd, vergeten: over Erich Wolfgang Korngold en ‘Die Tote Stadt’

Das Wunder der Annemarie Kremers ‘Heliane’

TUSSEN TWEE WERELDEN

DIE KATHRIN

DIE STUMME SERENADE

KORNGOLD: complete songs

Worshipped, ignored, forgotten: about Erich Wolfgang Korngold and ‘Die Tote Stadt’.

kORNGOLD kindHe was a child prodigy. At the age of twenty he was already world-famous and established as a composer. He wrote several operas, songs, concertos, symphonies, quartets, quintets and some more. His compositions were performed by prominent musicians such as Arthur Schnabel, Carl Fleisch, Bruno Walter, Rose and his quartet, Böhm, Tauber, Lotte Lehmann, Strauss…

He was the inventor of the famous Hollywood sound, which in reality was nothing more than a combination of the Viennese schmalz (including the waltz) and a healthy dose of tension and a sense of drama. Worshipped before the war, totally ignored afterwards.

Korngold, the son of a leading Austrian music critic, was destined to to become a musician – a genius! His father had not called him Wolfgang for nothing.

On the recommendation of Mahler, who became quite impressed by the boy’s talent, he was taught composition by Zemlinsky. After eighteen months (Korngold was then 12 years old) his teacher thought it was pointless to teach him anything.

An amusing anecdote also dates from that time. Zemlinsky was appointed chief conductor in Prague. When he heard that Korngold studied counterpoint with Hermann Grädener (then a famous music teacher), he sent him a telegram: “Dear Erich, I heard that you are studying with Grädaner. And, is he already making progress?”

Below: Korngold plays ‘Der Schneeman’ (piano roll):

 

Korngold was eleven years old when his ballet pantomime Der Schneeman premiered at the Vienna State Opera and at the age of eighteen he presented two operas: Ring des Polykrates and Violanta. The last one starring Maria Jeritza. Both achieved enormous success. “Meister von Himmel gefallen”, headlined one of the newspapers.

Korngold Jerirza Violanta

Maria Jeritza as Violanta

In 1934 Korngold left for Hollywood. His friend Max Reinhardt, a world-famous stage director, asked him to write music for A Midsummer Night’s Dream, a film he worked on at the time. Thanks partly to the beautiful music it became a great success and the directors of Warner Bros. offered Korngold a fantastic contract.

Below is a promotional film about making A Midsummer Night’s Dream:

 

Korngold lived between two worlds. Literally and figuratively. In the years 1934-1938 he commuted between Hollywood and Vienna. In the winter he worked on film music, the summers he spent on his more ‘serious’ works.

At that time his last opera, Die Kathrin, was created. The premiere (originally planned for January 1938) had to be postponed several times. Richard Tauber, who had taken over the leading role from Jan Kiepura, was working on a film in England and was only available in March.

On 22 January a telegram arrived: whether Korngold could be back in Hollywood within ten days, to start the score for The Adventures of Robin Hood as soon as possible. Korngold considered it an omen and with the last ship he left Europe on 29 January 1938. On 3 February he arrived in New York, together with his wife and one of his two children (the rest of the family followed a month later).

Below is a trailer of Robin Hood:

He was doing well in America and was very successful (two of his films won an Oscar), but still he didn’t feel at home there. His heart and soul had stayed behind in Vienna. In 1949 he travelled back to Vienna, but nobody knew him anymore. In Salzkammergut he visited his villa, where he had once been so happy. What a pleasure that you have returned”, was said to him. And when will you leave again? Disillusioned he returned to Hollywood, where seven years later he literally died of a broken heart.

Below: Konrad Jarnot sings Korngold’s ‘Sonnett fur Wien’:

DIE TOTE STADT

KOrngold TS poster

“This cover illustration of the Schott publication of excerpts from Die tote Stadt, arranged for piano duet, depicts very well the sort of atmosphere which Korngold sought to portray. The medieval city of Bruges with its dark streets, canals, processing nuns and tolling church bells.

“Any act requires oblivion,” Nietsche wrote in one of his pamphlets. “To survive one sometimes has to destroy one’s past.” Korngold must have known, because it is precisely with these words that you can summarize the real themes of his best-known opera, Die Tote Stadt.

After the death of his wife, Paul, a widower, locked himself up in his house in a deserted Bruges, where he lives among the relics. One day he meets a young woman who reminds him of his deceased wife, and in whom he sees her reincarnation. What follows is a ‘Vertigo’-like, hallucinatory search through the mystical and misty city, balancing between dream and reality. Only when Paul lets go of the past, he can leave the ‘dead city’ and start a new future.

 

The Tote Stadt had its world premiere in Cologne (under the direction of Otto Klemperer) and Hamburg on 4 December 1920, followed by the rest of the world. Before the war it was the most played of all contemporary operas. And because Maria Jeritza had chosen the work for her American debut, Die Tote Stadt became the first opera to be performed in the Metropolitan Opera in New York after the First World War. In German.

Below: Maria Jeritza sings ‘Glück das mir verblieb’ in a 1922 recording:

KORNGOLD IN THE NETHERLANDS

Korngold den haag

taken from “A boy of cheeky sway” by Caspar Wintermans

After the very successful premieres in Cologne and Hamburg, Die Tote Stadt travelled around the world. A year later there were also enthusiastically received performances in Vienna and New York, but the Netherlands had to wait until 1929. The opera was performed on 26 January in The Hague, in the Building of Arts and Sciences. It was a one-off performance in the series of so-called ‘Extraordinary Opera Evenings’, produced by Jacob Meihuizen, then director and intendant of the Building of Arts and Sciences.

Korngold 1929 den Haag

taken from “A boy of cheeky sway” by Caspar Wintermans

Korngold himself conducted the Residentie Orkest, and the leading roles were sung by the then stars from Hamburg: Gertrude Geyersbach, Fritz Scherer and Josef Degler. It was an overwhelming success, even though the hall was not fully occupied. After the second act the applause was so great that the composer had to appear on stage.

Yet the review in the NRC was only moderate. The reviewer found the music old-fashioned, weak and sentimental, and the story (of which I don’t think he had understood much) too ridiculous for words. How different in Het Volk! A.d.W. had already studied the score long before the performance, and considered it a “work of inwardness, of lautrer Innenklang”. He also added: “After a year of dealing with work, I dared to express my understanding of its inner value in written and spoken words.”

In his extensive article he concludes that he loves the music: “There is something very attractive and youthful in it, the heart is always strongly involved, and nowhere the technical skills dominate. An important thing in this music, filled with and drenched in moods, is that it moves from peak to peak, always with tension and with core themes full of invention”. And he ends with: “A work like this needs to be given again later. I believe that the public will certainly appreciate it, now that the ice of acquaintance has broken”.

A work like this needs to be given again later….. A.d.W. wrote it 90 years ago, on 28 January 1929. After 1938 ‘Die Tote Stadt’ was no longer played. Only at the end of 1970s it started a cautious comeback.

 

Korngold boek

If you would like to read more about Korngold in the Netherlands, I warmly recommend “Een jongen van brutale zwier” (“A boy of cheeky sway”)  by Caspar Wintermans.

Wintermans in the introduction to his book: “In a life that was overshadowed by jalousie de métier and racism, this pet child of muses has created an oeuvre that shimmers and glows with joy and beauty, that gives lustre and colour to the existence of lovers of late-Romanticism, who know that it is never too late for romance. “

Translated with www.DeepL.com/Translator

BETWEEN TWO WORLDS

Das Wunder der Annemarie Kremers ‘Heliane’