Erich_Wolfgang_Korngold

Die Tote Stadt discografie. Deel 1

tote stadt poster

,,Het vergeten vormt een deel van alle handelingen”, schreef Nietsche in één van zijn pamfletten. ,,Om te (over)leven moet men soms zijn verleden vernietigen.” Korngold zou het moeten weten, want juist met die woorden kun je de werkelijke thema’s van zijn bekendste opera, Die Tote Stadt, samenvatten.

tote stadt affiche

“A scene from the original 1920 Hamburg production of Die tote Stadt. From left to right: Walter Diehl (Graf Albert); Josef Degler (Fritz) Anny Münchow (Marietta); Felix Rodemund (Gaston); and Paul Schwartz (Victorin).”

Die Tote Stadt beleefde gelijktijdig haar wereldpremière in Keulen (onder directie van Otto Klemperer) en Hamburg op 4 december 1920, waarna de hele wereld volgde. Voor de oorlog was het de meest gespeelde van alle eigentijdse opera’s.

 

RENÉ KOLLO (ooit RCA, tegenwoordig Sony)

tote stadt leinsdorf

Na 1938 werd Die Tote Stadt niet meer uitgevoerd. Pas in de jaren zeventig begon men aan een voorzichtige comeback. Uit die tijd (1975) stamt de eerste en nog steeds (!) de enige studio-opname van de opera.

Jammer genoeg vertelt het tekstboekje (dat voor de rest prima is verzorgd met de goed weergegeven synopsis en het volledige libretto in twee talen) niet het ‘waarom’ van die uitgave. Graag had ik willen weten wie het idee om juist Die Tote Stadt op te gaan nemen had opgevat, des te meer daar het werk toen nog als inferieur werd beschouwd.

Ook Leinsdorf heeft nooit onder stoelen of banken gestoken dat hij het werk niet hoog achtte. En toch dirigeert hij het alsof het om een meesterwerk gaat. Wellicht ging hij er gaandeweg in geloven? Hij geeft de opera de grandeur van een monument en de glans van goud. Bijzonder spannend en energiek leidt hij het schitterend spelende Radio-orkest uit München door de partituur heen. Aan het eind van de eerste acte, als het portret van Marie tot leven komt, waan je je midden in de droomscène uit ‘Spellbound’ van Hitchckock, en zelfs zonder beeld is de spanning om te snijden.

Er wordt ook voortreffelijk gezongen, al heb ik een beetje moeite met Kollo in zijn veeleisende rol van Paul. Tijdens de opname pendelde hij tussen München en Bayreuth, waar hij toen Parsifal zong, waardoor zijn stem wat vermoeid klinkt. Bovendien prefereer ik in die rol een meer lyrische tenor, maar wel één met voldoende kracht om boven het orkest uit te kunnen komen. Fritz Wunderlich had ideaal kunnen zijn, maar die was toen al bijna tien jaar dood, en aan Gösta Winbergh had toen niemand gedacht.

Carol Neblett is een fantastische Marie/Mariette, haar romige sopraan bezit veel kleuren en is goed stabiel in de hoogte. Benjamin Luxon zet een warme en vaderlijke Frank neer en Herman Prey (Fritz) brengt het paradijs dichterbij met zijn zoet gezongen Serenade. Ook de kleine rol van Brigitte wordt fenomenaal gezongen door Rose Wagemann, wellicht de beste Brigitte die ik tot nu toe hoorde.


THOMAS SUNNEGÅRDH (Naxos 8660060-1)

tote stadt naxos

In 1996 werd Die Tote Stadt in het Royal  Swedisch Opera House in Stockholm op het repertoire gezet. Twee van de voorstellingen werden door Naxos live opgenomen en op cd uitgebracht. Het resultaat is beslist niet slecht, men voelt de spanning van het theater wat in feite altijd een pré is. De toneelgeluiden zijn hoorbaar, mij stoort het niet, integendeel. Leif Segerstam dirigeert bedaard en het is te wijten aan een paar coupures dat het geheel bij hem bijna 15 minuten korter is dan bij Leinsdorf.

Paul wordt gezongen door Thomas Sunnegårdh, een Wagner-tenor die voornamelijk imponeert door zijn volume: af en toe ontaardt hij in sprechgesang en de lyriek is nergens te bekennen. Schitterend daarentegen Katarina Dalayman als Marie/Mariette en ook Anders Bergström (Frank) en Per-Arne Wahlgren (Fritz) zetten hun rollen overtuigend neer.


TORSTEN KERL

DVD

tote stadt strassbourg

Opéra National du Rhin in Strasbourg zette Die Tote Stadt in april 2001 op de planken. De zeer omstreden productie door Inga Levant werd door Arthaus Musik (100 342) op dvd uitgebracht.

Als u dacht dat het verhaal van Die Tote Stadt zich aan het eind van de negentiende eeuw in Brugge afspeelt dan heeft u het mis. Weliswaar baseerde Korngold zijn meesterwerk op Rodenbachs  ‘Bruges-la-morte’ en drukte die middeleeuwse stad met zijn mist en symboliek zijn stempel op zowel het libretto als op de muziek, maar Inga Levant weet beter. Zodoende belanden we in Hollywood waar alles mogelijk is en Marietta lijkt niet alleen op Marie maar tevens op Marylin Monroe.

Het geheel is gelardeerd met citaten uit de films van Fellini, maar fusion is in en alles moet kunnen. Gelaten accepteer ik dus dat ‘Mein Sehnen, mein Wänen’ niet door Pierrot maar door de barman – overigens schitterend en met voldoende dosis schmalz vertolkt door Stephan Genz – wordt gezongen.

Moet kunnen? Nee, want als ook het libretto geweld wordt aangedaan dan houdt mijn geduld en tolerantie op. Ik accepteer dus de zelfmoord van Paul niet want hiermee vermoordt hij niet allen zichzelf, maar ook de hele opera.

Torsten Kerl (Paul) en Angela Denoke (Marie/Mariette) zingen prima, maar de laatste overtuigt voornamelijk door haar overweldigende bühnepresence en acteervermogen.

CD Orfeo C 634 042 I

tote stadt salzburg

In de zomer van 2003 werd die opera tijdens de Salzburger Festspiele uitgevoerd. De regie was in handen van Willy Decker en de hoofdrollen werden gezongen door Torsten Kerl, Angela Denoke (ze schenen er een patent op te hebben) en Bo Skovhus. De voorstellingen werden zowel door het publiek als door de pers met een enorm enthousiasme ontvangen en de volledige cast werd beloond met een staande ovatie.

De uitvoering van 18 augustus werd door ORF live opgenomen en op cd uitgebracht. Waarom niet dvd? Door gebrek aan beeld mist men een belangrijk aspect van de voorstelling, des te meer daar de regisseur de rollen van Frank en Fritz door dezelfde zanger liet vertolken wat optisch wellicht in het regieconcept werkte, maar zonder beeld bijzonder verwarrend is.

Torsten Kerl zit duidelijk aan zijn vocale grenzen, wat zich voornamelijk in zijn geknepen hoogte uit. Maar hij kent ook veel mooie en lyrische momenten, iets wat niet gezegd kan worden van Angela Danoke: zonder beeld blijft van haar niets over.

De opera is ook op You Tube te beluisteren:

Maar ook over Bo Skovhus kan ik maar niet enthousiast worden, iets wat me bijzonder zwaar valt: ooit behoorde hij tot één van mijn geliefde baritons. Hij zingt mat, zonder ziel en zijn voordracht van ‘Mein Sehnen, mein Wänen’ is ronduit bleek. Jammer, want dat hij het beter kan heeft hij  al aan het begin van zijn carrière laten horen op één van zijn eerste cd-opnamen:

Reisopera boekt groot succes met ‘Die tote Stadt’

Aanbeden, genegeerd, vergeten: over Erich Wolfgang Korngold en ‘Die Tote Stadt’

Das Wunder der Annemarie Kremers ‘Heliane’

TUSSEN TWEE WERELDEN

DIE KATHRIN

DIE STUMME SERENADE

KORNGOLD: complete songs

Advertenties

Worshipped, ignored, forgotten: about Erich Wolfgang Korngold and ‘Die Tote Stadt’.

kORNGOLD kindHe was a child prodigy. At the age of twenty he was already world-famous and established as a composer. He wrote several operas, songs, concertos, symphonies, quartets, quintets and some more. His compositions were performed by prominent musicians such as Arthur Schnabel, Carl Fleisch, Bruno Walter, Rose and his quartet, Böhm, Tauber, Lotte Lehmann, Strauss…

He was the inventor of the famous Hollywood sound, which in reality was nothing more than a combination of the Viennese schmalz (including the waltz) and a healthy dose of tension and a sense of drama. Worshipped before the war, totally ignored afterwards.

Korngold, the son of a leading Austrian music critic, was destined to to become a musician – a genius! His father had not called him Wolfgang for nothing.

On the recommendation of Mahler, who became quite impressed by the boy’s talent, he was taught composition by Zemlinsky. After eighteen months (Korngold was then 12 years old) his teacher thought it was pointless to teach him anything.

An amusing anecdote also dates from that time. Zemlinsky was appointed chief conductor in Prague. When he heard that Korngold studied counterpoint with Hermann Grädener (then a famous music teacher), he sent him a telegram: “Dear Erich, I heard that you are studying with Grädaner. And, is he already making progress?”

Below: Korngold plays ‘Der Schneeman’ (piano roll):

 

Korngold was eleven years old when his ballet pantomime Der Schneeman premiered at the Vienna State Opera and at the age of eighteen he presented two operas: Ring des Polykrates and Violanta. The last one starring Maria Jeritza. Both achieved enormous success. “Meister von Himmel gefallen”, headlined one of the newspapers.

Korngold Jerirza Violanta

Maria Jeritza as Violanta

In 1934 Korngold left for Hollywood. His friend Max Reinhardt, a world-famous stage director, asked him to write music for A Midsummer Night’s Dream, a film he worked on at the time. Thanks partly to the beautiful music it became a great success and the directors of Warner Bros. offered Korngold a fantastic contract.

Below is a promotional film about making A Midsummer Night’s Dream:

 

Korngold lived between two worlds. Literally and figuratively. In the years 1934-1938 he commuted between Hollywood and Vienna. In the winter he worked on film music, the summers he spent on his more ‘serious’ works.

At that time his last opera, Die Kathrin, was created. The premiere (originally planned for January 1938) had to be postponed several times. Richard Tauber, who had taken over the leading role from Jan Kiepura, was working on a film in England and was only available in March.

On 22 January a telegram arrived: whether Korngold could be back in Hollywood within ten days, to start the score for The Adventures of Robin Hood as soon as possible. Korngold considered it an omen and with the last ship he left Europe on 29 January 1938. On 3 February he arrived in New York, together with his wife and one of his two children (the rest of the family followed a month later).

Below is a trailer of Robin Hood:

He was doing well in America and was very successful (two of his films won an Oscar), but still he didn’t feel at home there. His heart and soul had stayed behind in Vienna. In 1949 he travelled back to Vienna, but nobody knew him anymore. In Salzkammergut he visited his villa, where he had once been so happy. What a pleasure that you have returned”, was said to him. And when will you leave again? Disillusioned he returned to Hollywood, where seven years later he literally died of a broken heart.

Below: Konrad Jarnot sings Korngold’s ‘Sonnett fur Wien’:

DIE TOTE STADT

KOrngold TS poster

“This cover illustration of the Schott publication of excerpts from Die tote Stadt, arranged for piano duet, depicts very well the sort of atmosphere which Korngold sought to portray. The medieval city of Bruges with its dark streets, canals, processing nuns and tolling church bells.

“Any act requires oblivion,” Nietsche wrote in one of his pamphlets. “To survive one sometimes has to destroy one’s past.” Korngold must have known, because it is precisely with these words that you can summarize the real themes of his best-known opera, Die Tote Stadt.

After the death of his wife, Paul, a widower, locked himself up in his house in a deserted Bruges, where he lives among the relics. One day he meets a young woman who reminds him of his deceased wife, and in whom he sees her reincarnation. What follows is a ‘Vertigo’-like, hallucinatory search through the mystical and misty city, balancing between dream and reality. Only when Paul lets go of the past, he can leave the ‘dead city’ and start a new future.

 

The Tote Stadt had its world premiere in Cologne (under the direction of Otto Klemperer) and Hamburg on 4 December 1920, followed by the rest of the world. Before the war it was the most played of all contemporary operas. And because Maria Jeritza had chosen the work for her American debut, Die Tote Stadt became the first opera to be performed in the Metropolitan Opera in New York after the First World War. In German.

Below: Maria Jeritza sings ‘Glück das mir verblieb’ in a 1922 recording:

KORNGOLD IN THE NETHERLANDS

Korngold den haag

taken from “A boy of cheeky sway” by Caspar Wintermans

After the very successful premieres in Cologne and Hamburg, Die Tote Stadt travelled around the world. A year later there were also enthusiastically received performances in Vienna and New York, but the Netherlands had to wait until 1929. The opera was performed on 26 January in The Hague, in the Building of Arts and Sciences. It was a one-off performance in the series of so-called ‘Extraordinary Opera Evenings’, produced by Jacob Meihuizen, then director and intendant of the Building of Arts and Sciences.

Korngold 1929 den Haag

taken from “A boy of cheeky sway” by Caspar Wintermans

Korngold himself conducted the Residentie Orkest, and the leading roles were sung by the then stars from Hamburg: Gertrude Geyersbach, Fritz Scherer and Josef Degler. It was an overwhelming success, even though the hall was not fully occupied. After the second act the applause was so great that the composer had to appear on stage.

Yet the review in the NRC was only moderate. The reviewer found the music old-fashioned, weak and sentimental, and the story (of which I don’t think he had understood much) too ridiculous for words. How different in Het Volk! A.d.W. had already studied the score long before the performance, and considered it a “work of inwardness, of lautrer Innenklang”. He also added: “After a year of dealing with work, I dared to express my understanding of its inner value in written and spoken words.”

In his extensive article he concludes that he loves the music: “There is something very attractive and youthful in it, the heart is always strongly involved, and nowhere the technical skills dominate. An important thing in this music, filled with and drenched in moods, is that it moves from peak to peak, always with tension and with core themes full of invention”. And he ends with: “A work like this needs to be given again later. I believe that the public will certainly appreciate it, now that the ice of acquaintance has broken”.

A work like this needs to be given again later….. A.d.W. wrote it 90 years ago, on 28 January 1929. After 1938 ‘Die Tote Stadt’ was no longer played. Only at the end of 1970s it started a cautious comeback.

 

Korngold boek

If you would like to read more about Korngold in the Netherlands, I warmly recommend “Een jongen van brutale zwier” (“A boy of cheeky sway”)  by Caspar Wintermans.

Wintermans in the introduction to his book: “In a life that was overshadowed by jalousie de métier and racism, this pet child of muses has created an oeuvre that shimmers and glows with joy and beauty, that gives lustre and colour to the existence of lovers of late-Romanticism, who know that it is never too late for romance. “

Translated with www.DeepL.com/Translator

BETWEEN TWO WORLDS

Das Wunder der Annemarie Kremers ‘Heliane’

Reisopera boekt groot succes met ‘Die tote Stadt’

Door Peter Franken

DieToteStadt046

© Marco Borggreve

De Nederlandse Reisopera heeft het aangedurfd Korngolds grootste succes Die tote Stadt op het programma te nemen. Een klein waagstuk omdat het werk minder bekend is bij het grote publiek. Maar met deze productie kan men de tournee die in januari van start gaat met vertrouwen tegemoet zien.

Die tote Stadt stamt uit 1920 en is muzikaal op twee manieren te duiden. Enerzijds een terugblik op het laat romantische repertoire, anderzijds de voorbode van de filmmuziek waarmee Korngold later furore zou maken in Hollywood. Hoe het ook zij, het werk ligt gemakkelijk in het gehoor ook al komen er slechts twee geheel op zichzelf staande melodieën in voor. Het is wel een echt theaterstuk dat vraagt om een aansprekende enscenering.

Jakob Peters Messer 1.18bac1beedff90752ae9082e6d40a88b[1]

Daar is de Reisopera met deze productie volledig in geslaagd. Regisseur Jakob Peters-Messer heeft zich laten inspireren door Hitchcocks beroemde film Vertigo, waarin net als in Die tote Stadt de hoofdpersoon een levende vrouw zozeer vereenzelvigt met een betreurde dode, dat hij haar wil veranderen in haar voorgangster. Alles beter dan toegeven dat het verlies definitief is. Dat zoiets ook in werkelijkheid wel voorkomt zien we bij Agnes Luckemeyer die na haar huwelijk door het leven zou gaan als Mathilde Wesendonck. Op aandringen van echtgenoot Otto had ze de naam aangenomen van diens jong gestorven eerste vrouw.

DieToteStadt006

© Marco Borggreve

Voor Paul is Brugge na het overlijden van zijn vrouw Marie een dode stad. Voor de rest van de wereld was dat al langer zo, sinds het dichtslibben van de haven. Hij heeft de dood van zijn vrouw niet kunnen verwerken en houdt de herinnering aan haar in leven door middel van een klein tempeltje dat hij in een aparte kamer heeft ingericht. In deze productie is dat vervangen door een kabinet waarin diverse objecten zijn uitgestald die met Marie te maken hebben waaronder haar portret, een shawl, een luit en het pronkstuk: Marie’s haar.

Als Paul na jaren van rouw en vergeefse hoop op een wonder dat zijn vrouw weer tot leven zou wekken, iemand op straat ziet lopen die Marie’s evenbeeld is, spreekt hij haar aan en nodigt haar op dringende wijze uit naar zijn huis te komen. De ramen moeten open, er moeten rozen worden gehaald, Marie is gereïncarneerd in de vrouw die aanstonds op bezoek komt.

DieToteStadt021

© Marco Borggreve

Als deze Marietta binnenkomt, blijkt ze niet slechts het evenbeeld van Marie maar ook van Kim Novak uit Vertigo, type ‘Hitchcock Blonde’. Nieuwsgierig naar deze vreemde man die kennelijk zo onder de indruk was van haar verschijning, kijkt ze wat rond in het tempeltje. Hij hangt haar Marie’s shawl om en drukt haar de luit in handen: zing wat voor mij. Dan volgt het topstuk van de opera ‘Glück, das mir verblieb’, aanvankelijk door Marietta maar later in duet met Paul.

Deze raakt hierdoor verstrikt in zijn herinneringen waardoor bij Marietta, een gevierd danseres die aan elke vinger een aanbidder heeft, de verveling toeslaat. ‘Ein andrer wirkt stärker’ constateert ze en vertrekt. Niet nadat ze heeft verteld in de stad op te treden in Robert le Diable daarmee Paul onopvallend een lijntje toewerpend, je weet waar je me kan vinden.

DieToteStadt026

© Marco Borggreve

Vanaf dat moment volgen we Pauls fantasie, alle gebeurtenissen die de revue passeren blijken later zich slechts in zijn droomwereld te hebben afgespeeld. De confrontatie met zijn vriend Frank, het bezoek aan Marietta’s huis, de nagespeelde derde akte van Robert le Diable waarin nonnen uit hun graf opstaan om Robert en dus ook Paul te verleiden. De regie heeft er echter van afgezien deze droom te laten voortduren in de laatste akte.

Marietta heeft er mee ingestemd naar Pauls huis te komen en ze hebben hun eerste liefdesnacht beleefd. Routine voor haar, toch wel een beetje een hybride van Zerbinetta en Lulu. Paul verliest zich echter al snel weer in het verleden, in de hand gewerkt door een processie die bij hem kennelijk een trauma oproept. Een jongen die Paul als kind voorstelt blijkt door een groep zwartrokken van top tot teen te zijn bepoteld. Maar dan heeft Marietta er genoeg van en gaat de strijd aan met Marie.

Het is haar eer te na dat zij, aantrekkelijk, sensueel en in het volle leven staand, het zou moeten afleggen tegen een dode. Ze eist Pauls volledige aandacht op, niet als Marie’s dubbelganger maar als Marietta en als dat niet lukt treitert ze hem door een dans uit te voeren met Marie’s haar als trofee. Hij verdraagt dat niet en wurgt haar met die lange haren. Omdat dit in de benadering van Peters-Messer geen deel meer uitmaakt van Pauls droom, blijft de dode Marietta gewoon liggen. Dit tot ontzetting van de binnengekomen Frank en Pauls huishoudster Brigitta.

Op de achtergrond staan een Rijkswachter en drie mannen in witte jassen al gereed om zich over de patiënt te ontfermen. Door de ingreep van de regie wringt het hier wel een beetje met de tekst en de afsluitende handeling, maar de echte moord maakt het geheel wel geloofwaardiger. Daarmee gaat men overigens terug naar de afloop in de roman ‘Bruges la Morte’ van Georges Rodenbach waarop het libretto is gebaseerd.

Het toneelbeeld van deze nieuwe productie is ronduit schitterend met een fraai kabinet, een uit lamellen bestaande achterwand die dubbelt als venster en projectiescherm, fantasierijke kostuums die met name de scène met de herrezen nonnen een barok tintje geven. Mooi detail is Marietta’s kostuum in de derde akte. Ze draagt een overhemd van Paul, achteloos verkeerd dichtgeknoopt, over een zwarte maillot. Een duidelijke aanwijzing dat ze die nacht samen hebben doorgebracht.

DieToteStadt003

© Marco Borggreve

De dramatische sopraan Iordanka Derilova, Kammersängerin van de stad Dessau, was een werkelijk fantastische Marietta. De partij bleef geheel binnen haar niet geringe vocale mogelijkheden wat Derilova ruimschoots de gelegenheid gaf ook haar acteren de volle aandacht te geven. Haar Marietta vlinderde om Paul heen, bespotte hem ironisch, daagde hem al dansend zozeer uit dat ze het met de dood moest bekopen.

Daniël Frank bracht het volume en de stamina van een heldentenor mee voor de rol van de gekwelde Paul. Zijn vertolking was zeer overtuigend, vocaal uitstekend verzorgd en acterend steeds geloofwaardig. Paul staat bijna de gehele avond op het toneel en heeft zeer veel te zingen. Frank bracht dit tot een goed einde, had uiteindelijk nog genoeg over. Mooie tenor.

De uit Estland afkomstige bariton Modestas Sedlevičius gaf als Pierrot een welluidende vertolking van de tweede hit uit de opera ‘Mein sehnen, mein wähnen’. Mooie optredens ook van Rita Kapfhammer als de trouwe huishoudster Brigitta en Marian Pop als Pauls vriend Frank. De overige zang- en dansrollen, het koor Consensus Vocalis daarin begrepen, waren eveneens goed bezet.

Het Noord Nederlands Orkest stond onder de zeer bezielende leiding van Antony Hermus. Deze dirigent kan toveren zo lijkt het. Ongelooflijk wat hij allemaal uit zijn orkest weet te halen, fantastische wat er uit de bak opklonk. Na zijn jarenlang verblijf in Hagen en Dessau is Hermus sinds enige tijd regelmatig in eigen land te horen en dat is pure winst voor het Nederlandse muziekleven.

Die tote Stadt gaat op tournee vanaf 16 januari. Er volgen nog acht voorstellingen door het hele land zodat elke operaliefhebber van dit meesterwerk kan komen genieten zonder ver te hoeven reizen. Zeer warm aanbevolen.

Aanbeden, genegeerd, vergeten: over Erich Wolfgang Korngold en ‘Die Tote Stadt’

kORNGOLD kindHij was een wonderkind. Op zijn twintigste was hij al wereldberoemd en gevestigd als componist. Hij schreef ettelijke opera’s, liederen, concerto’s, symfonieën, kwartetten, kwintetten en wat niet meer. Zijn composities werden uitgevoerd door vooraanstaande musici als Arthur Schnabel, Carl Fleisch, Bruno Walter, Rose en zijn kwartet, Böhm, Tauber, Lotte Lehmann, Strauss…

Hij was de uitvinder van de befaamde Hollywood-sound, die in werkelijkheid niets anders was dan een combinatie van de Weense schmalz (inclusief de wals) en een gezonde dosis spanning en gevoel voor drama. Op handen gedragen voor de oorlog, totaal genegeerd erna.

Korngold was als zoon van een vooraanstaande Oostenrijkse muziekcriticus voorbestemd om een musicus – een genie! – te worden. Zijn vader had hem niet voor niets Wolfgang genoemd.

Op aanbeveling van Mahler, die behoorlijk onder de indruk van het talent van de jongen raakte, kreeg hij compositielessen van Zemlinsky. Na achttien maanden (Korngold was toen 12 jaar oud) vond zijn leraar dat het zinloos was hem nog iets te leren.

Uit die tijd stamt ook een smakelijke anekdote. Zemlinsky werd als chef-dirigent in Praag aangesteld. Toen hij hoorde dat Korngold contrapunt bij Hermann Grädener (toen een beroemde muziekleraar) studeerde, stuurde hij hem een telegram. ,,Lieve Erich, ik hoorde dat je met Grädaner studeert. En, maakt hij al vorderingen?”

Hieronder: Korngold speelt ‘Der Schneeman’ (pianorol)

Elf jaar oud was Korngold toen zijn balletpantomime Der Schneeman in de Weense opera haar première kreeg en op zijn achttiende presenteerde hij twee opera’s: Ring des Polykrates en Violanta. De laatste met Maria Jeritza in de hoofdrol. Beide behaalden een enorm succes. ,,Meister von Himmel gefallen”, kopte één van de kranten.

Korngold Jerirza Violanta

Maria Jeritza als Violanta

In 1934 vertrok Korngold naar Hollywood. Zijn vriend Max Reinhardt, een in die tijd wereldberoemde toneelregisseur, vroeg hem om muziek te schrijven voor A Midsummer Night’s Dream, een film waar hij toen aan werkte. Mede dankzij de prachtige muziek werd het een groot succes en de directie van Warner Bros. bood Korngold een fantastisch contract aan.

Hieronder promotiefilmpje over het maken van A Midsummer Night’s Dream:

Korngold leefde tussen twee werelden. Letterlijk en figuurlijk. In de jaren 1934–1938 pendelde hij tussen Hollywood en Wenen. In de winter werkte hij aan de filmmuziek, de zomers besteedde hij aan zijn ‘serieuzere’ werken.

In die tijd ontstond onder meer zijn laatste opera, Die Kathrin. De première (oorspronkelijk gepland voor januari 1938) moest telkens worden uitgesteld. Richard Tauber, die de hoofdrol van de verhinderde Jan Kiepura had overgenomen, was in Engeland met een film bezig en was pas in maart beschikbaar.

Op 22 januari arriveerde een telegram: of Korngold binnen tien dagen terug in Hollywood kon zijn, om zo snel mogelijk aan de partituur voor The Adventures of Robin Hood te beginnen. Korngold beschouwde het als een omen en met het laatste schip verliet hij op 29 januari 1938 Europa. Op 3 februari kwam hij, samen met zijn vrouw en één van zijn twee kinderen (de rest van de familie volgde een maand later), in New York aan.

Hieronder trailer van Robin Hood:

Hij had het goed in Amerika en was zeer succesvol (twee van zijn films wonnen een Oscar), maar toch voelde hij zich er niet thuis. Zijn hart en ziel waren in Wenen achtergebleven. In 1949 reisde hij terug naar Wenen, maar niemand kende hem er meer. In Salzkammergut bezocht hij zijn villa, waar hij ooit zo gelukkig was geweest. ,,Wat fijn dat u bent teruggekeerd”, werd tegen hem gezegd. ,,En wanneer gaat u weer weg?” Gedesillusioneerd keerde hij naar Hollywood terug, waar hij zeven jaar later letterlijk aan een gebroken hart overleed.

Hieronder: Konrad Jarnot zingt Korngolds ‘Sonnett fur Wien’:

DIE TOTE STADT

KOrngold TS poster

“This cover illustration of the Schott publication of excerpts from Die tote Stadt, arranged for piano duet, depicts very well the sort of atmosphere which Korngold sought to portray the medieval city of Bruges with its dark streets, canals, processing nuns and tolling church bells.”

,,Het vergeten vormt een deel van alle handelingen”, schreef Nietsche in één van zijn pamfletten. ,,Om te overleven moet men soms zijn verleden vernietigen.” Korngold zou het moeten weten, want juist met die woorden kun je de werkelijke thema’s van zijn bekendste opera, Die Tote Stadt, samenvatten.

Paul, een weduwnaar, heeft zich na de dood van zijn vrouw opgesloten in zijn huis in een doods Brugge, waar hij leeft tussen de relikwieën. Op een dag ontmoet hij een jonge vrouw die hem aan zijn overleden vrouw doet denken, en in wie hij haar reïncarnatie ziet. Wat volgt, is een ‘Vertigo’-achtige, hallucinerende zoektocht door de mystieke en in nevelen gehulde stad, balancerend tussen droom en werkelijkheid. Pas als Paul het verleden loslaat, kan hij de ‘dode stad’ verlaten om aan een nieuwe toekomst te beginnen.

Korngold DieToteStadt2122.01 Jeritza Met

Die Tote Stadt beleefde gelijktijdig haar wereldpremière in Keulen (onder directie van Otto Klemperer) en Hamburg op 4 december 1920, waarna de hele wereld volgde. Voor de oorlog was het de meest gespeelde van alle eigentijdse opera’s. En omdat Maria Jeritza het werk had gekozen voor haar Amerikaanse debuut, werd Die Tote Stadt de eerste opera die na de eerste wereldoorlog in de Metropolitan Opera in New York werd uitgevoerd. In het Duits.

Hieronder: Maria Jeritza zingt ‘Glück das mir verblieb’ in een opname uit 1922:

KORNGOLD IN NEDERLAND

Korngold den haag

overgenomen uit Een jongen van brutale zwier van Caspar Wintermans

Na de zeer succesvolle premières in Keulen en Hamburg reisde Die Tote Stadt de wereld rond. Al een jaar later volgden eveneens enthousiast onthaalde uitvoeringen in Wenen en New York, maar in Nederland moest men tot 1929 wachten. De opera werd op 26 januari uitgevoerd in Den Haag, in het Gebouw van Kunsten en Wetenschappen. Het was een éénmalige uitvoering in de reeks van z.g. ‘Buitengewone Opera-avonden’, geproduceerd door Jacob Meihuizen, indertijd directeur en intendant van het Gebouw van Kunsten en Wetenschappen.

Korngold 1929 den Haag

overgenomen uit Een jongen van brutale zwier van Caspar Wintermans

Korngold zelf dirigeerde het Residentie Orkest, en de hoofdrollen werden gezongen door de toenmalige sterren uit Hamburg: Gertrude Geyersbach, Fritz Scherer en Josef Degler. Het was een overweldigend succes, al was de zaal niet voor honderd percent bezet. Na de tweede acte was het applaus zo groot, dat de componist op het toneel moest verschijnen.

Toch was de recensie in de NRC maar matig. De recensent vond de muziek ouderwets, slap en sentimenteel, en het verhaal (waar hij, volgens mij,  weinig van had begrepen) te belachelijk voor woorden. Hoe anders in Het Volk! A.d.W. had zich al lang voor de voorstelling in de partituur verdiept, en beschouwde het als een “werk van innerlijkheid, van lautrer Innenklang”. Ook voegde hij er aan toe: “In geschreven en gesproken woord heb ik, na een jaar lang met werk omgegaan te hebben, mijn opvatting van zijn innerlijke waarde durven kenbaar maken”.

In zijn uitgebreide artikel komt hij er rond voor uit dat hij de muziek prachtig vindt: “er is […] iets zeer aantrekkelijks-jongs, steeds is het hart er sterk in betrokken, en nergens domineert mogelijke handigheid. […] Een voornaam ding in deze muziek is, dat ze altijd, vol van en gedrenkt in stemming, steeds draagt en stuwt van hoogtepunt tot hoogtepunt, in spanning en volkern van thematiek, vol vinding”. En hij eindigt met: “Een werk als dit, moest men later nog eens geven. Ik geloof, dat het publiek het zeker zal appreciëren, nu het ijs der kennismaking gebroken is”.

Een werk als dit, moest men later nog eens geven…. A.d.W. schreef het negentig jaar geleden, op 28 januari 1929. Na 1938 werd ‘Die Tote Stadt’ niet meer gespeeld, pas eind jaren zeventig begon men aan een  voorzichtige comeback.

Korngold boek

Mocht u wat meer over Korngold in Nederland willen lezen dan beveel ik u van harte Een jongen van brutale zwier van Caspar Wintermans.

Wintermans in de inleiding tot zijn boek: “In een leven dat overschaduwd werd door jalousie de métier en racisme heeft dit troetelkind van de muzen een oeuvre geschapen dat zindert en gloeit van blijdschap en schoonheid, dat glans verschaft en kleur verleent aan het bestaan van lief hebbers der laatromantiek, die weten dat het voor romantiek nooit te laat is. “

Die Tote Stadt discografie. Deel 1

Reisopera boekt groot succes met ‘Die tote Stadt’

Das Wunder der Annemarie Kremers ‘Heliane’

DIE STUMME SERENADE

DIE KATHRIN

KORNGOLD: complete songs

 

Das Wunder der Annemarie Kremers ‘Heliane’

Heliane

Wat doe je als er in je land niet gelachen mag worden en op de liefde de doodstraf staat? Als er alles, maar dan ook alles wat kleur geeft aan het leven wordt verbannen? En wat doe je als er op een dag een Vreemdeling opduikt die de mensen leert wat vreugde is en daar voor door de Heerser van het land (die toevallig ook je gehate echtgenoot is) ter dood wordt veroordeeld? Je zoekt die man in zijn cel op en dan ontdek je het mooiste en het belangrijkste: de liefde? Jullie worden betrapt, de doodstraf volgt, maar als je echt onschuldig was dan moet er een wonder gebeuren. En dat gebeurt, waarna jij samen met De Vreemdeling ten hemel vaart.

Das Wunder der Heliane was de vierde opera van Korngold en het was ongetwijfeld zijn meest ambitieuze project. Het libretto lijkt wellicht een beetje bizar, maar je moet het door de ogen van de toenmalige ‘tijdgeest’ bekijken. Het mysterieuze, onaardse, buitennatuurlijke, het goddelijke, de uitvergrote emoties, de decadentie en de onverholen erotiek… dat zie je in veel kunstwerken uit die tijd. Ook de opofferingsgezindheid en het motto dat liefde alles overwint: zo niet nu, dan in het hiernamaals. Alsook de felle kleuren met veel goud. Ook in de notenschrift.

heliane-lotte-lehmann-i-pura

Lotte Lehmann en Jan Kiepura

De première van ‘Heliane’ vond plaats in 1927 in Hamburg en werd maar liefst drie weken later in Wenen herhaald. Heliane werd gezongen door Lotte Lehmann en de rol van De Vreemdeling door Jan Kiepura, een _lyrische_ tenor.

Volgens Brendan Carroll, dé Korngold-biograaf en kenner is de aria ‘Ich ging zu Ihm’ de “muzikale uitdrukking van de seksuele extase, alleen te vergelijken met de soortgelijke passages uit Tristan und Isolde.

Hieronder: Lotte Lehmann zingt ‘Ich ging zu Ihm’

De rol van Heliane, de enige personage in de opera die een naam heeft is een echte tour de force, zeker omdat ze zowat de hele opera aanwezig moet zijn. De rol vraagt om een sterke dramatische sopraan met een overheersende lyriek in haar stem. Laat dat maar aan Annemarie Kremer over! Haar sopraan is donkergekleurd, haar hoogte onberispelijk en haar sensualiteit evident. Tel daarbij het schitterende tekstbegrip: vanaf de eerste noot weet ze je te ‘pakken’ en verliefd op haar (én haar personage!) te laten worden. Geen twijfel mogelijk: Kremer is de geboren vertolkster voor het fin de siècle repertoire.

Annemarie Kremer in ‘Ich ging zu Ihm’:

Helaas haalt Ian Storey (De Vreemdeling) haar niveau niet. Alle noten zijn er, maar het gevoel om naar iets bijzonders te luisteren ontbreekt. Daarvoor is zijn stem te Wagneriaans en te weinig Pucciniaans. Iets wat die rol absoluut nodig heb. Het is wel waar dat je stem groot moet zijn, maar er ontbreekt hem aan de zoete tonen, aan de mooie en verleidelijke klanken.Weet u nog wie de eerste vertolker van die rol was? Juist, ja.

Aris Argiris daarentegen is een schitterende Heerser. Zijn zeer indrukwekkende bariton klinkt autoritair en hij weet zijn allesoverheersende jaloezie goed over te brengen. Prachtig.

Katerina Hebelková is een zeer goede bode en ook de kleine rollen zijn goed ingevuld. Het orkest klinkt af en toe te hard en soms denk ik dat de balans ergens niet klopt. Zal het aan de opname liggen?

Puccini over Korngold: “Hij heeft zoveel talent dat hij ons gemakkelijk de helft kan geven en toch genoeg voor zichzelf kan behouden.” En dat is waar. Snel naar de winkels en haal ‘Heliane’ thuis. Daar zult u geen spijt van hebben.

Trailer van de opname:

Erich Wolfgang Korngold
Das Wunder der Heliane
Annemarie Kremer, Ian Storey, Aris Argiris, Katerina Hebelková e.a.
Opernchor und Extrachor of the Theater Freiburg
Philharmonisches Orchester Freiburg olv Fabrice Bollon
Naxos 8660410-12

Aanbeden, genegeerd, vergeten: over Erich Wolfgang Korngold en ‘Die Tote Stadt’

Die Tote Stadt discografie. Deel 1

DIE KATHRIN

BETWEEN TWO WORLDS

Entartete Musik swing

WALTER BRAUNFELS

Braunfels

In 1933 Walter Braunfels was dismissed from his post as director of the Hochschule für Musik in Cologne. Until then he had been, with Richard Strauss and Franz Schreker, one of the most frequently performed contemporary composers.  He retired to the Bodensee region (in his biography this is beautifully described as an “inner emigration’). After the war, on special request of Chancellor Adenauer, Braunfels returned to Cologne. The attention he received was limited to a few performances of his works. Disillusioned, he moved back to the Bodensee

BERTHOLD GOLDSCHMIDT

Entartet Beatrice Cenci

In 1935 Berthold Goldschmidt (1903-1996) left Germany and travelled to London. Against his better judgement he kept composing, but his works remained unperformed. In 1951 Goldschmidt won an opera composition contest with Beatrice Cenci, which had to wait until 1988 for its first concert performance.

In the 1980s, stimulated by the renewed interest in his work, Goldschmidt started to compose again. His Rondeau from 1995, written for and performed by Chantal Juilliet,  was recorded by Decca, together with his beautiful Ciaccona Sinfonica from 1936. This CD has been out of print for years now, and the composer’s works have all but disappeared from the concert platform.

 

 

Korngold, Braunfels, Goldschmidt, Zemlinsky, Ullmann, Schreker, Schoenberg, Toch, Weill, Krenek, Spoliansky, Holländer, Grosz, Waxman, Haas, Krasa, Schulhoff, Klein… a litany of names. Labelled “entartet” and banned by the Nazis, vilified, driven away, murdered. The composers who survived the war were forgotten, just like those who were murdered. Has this all really been the fault of the Nazis?

Entartet Goldschmidt en haas

Michael Haas and Berthold Goldschmidt

Michael Haas, the producer of Decca’s recording series Entartete Musik had a logical explanation. “After the war the new generation of composers felt a sense of guilt. Something similar should never happen again, and they found a remedy for that. They thought it was necessary to create objective music, without sentiment and subjected to strict rules. Music had to be universal. Serialism was born. In Darmstadt, the past was dealt with, including the composers from the 1930s. They were too romantic and sentimental, or borrowed too much from jazz and popular music. The Darmstadt school of composers became dominant, which meant an important link between the music of Mahler and Berio was lost. The bridge between the 1920s and the 1950s, the post-Schoenberg generation of composers.”

“My research started with a Weill project that unfortunately failed to take off. In the archives I discovered operas that were composed and performed in the 1920s and 1930s with immense success. I started to search for the scores, and my gut feeling was right. All of them were great compositions that deserved to be performed and recorded. Music history got back its logical order. “

WILHELM GROSZ

Enetartet Grosz

In the 1920s old values were shaken. The Great War had just ended. Countries had become independent, or had just lost their independency. Powerful new influences like jazz, blues, and exotic folklore appeared. Boundaries between classical and popular music were fading.

Of all the composers from that period, Wilhelm Grosz was perhaps the most versatile. He was born in Vienna in 1894 into a wealthy Jewish family. In 1919 he graduated from the Viennese Music Academy, where he was taught by, amongst others, Franz Schreker. In 1920 he finished his musicological studies at the Vienna University.

Grosz composed songs, operas, operettas, ballet music and  chamber music, and was a famous pianist as well. In 1928 he was appointed the artistic director of the Ultraphon record company in Berlin.

In 1929, commissioned by the prestigious Radio Breslau, he composed the song cycle Afrika Songs on lyrics by African-American poets.

Afrika Songs was premiered on 4 February 1930 and enthusiastically received. The cycle also became known as the  Jugendstil Spirituals, which probably is the most fitting description for it. There are jazz and blues influences, but the songs were also quite heavily influenced by the music of Zemlinsky, Mahler and … Puccini (compare Tante Sues Geschichten with Ho una casa nell’ Honan from the second act of Turandot!).

When he Nazis came to power, Grosz returned to Vienna. In 1934 he was forced to flee again, this time to London. There his popular works grew more distinct from his serious ones. His name became forever attached to a series of world wide hits. The Isle of Capri, for example, was the big hit of 1934.

ALONG THE SANTA FE TRAIL

Entartet Gosz Santa Fe

In 1938 Grosz left for Hollywood. He composed the music for Along the Santa Fe Trail, a movie with Errol Flynn, Olivia de Havilland and Ronald Reagan in the leads. He had a heart attack in 1939 and died, aged only 45.

 

AFRIKA SONGS AND MORE

Entartete Gosz Africa

After almost sixty years Grosz was rediscovered, although only briefly. It is hard to believe, but the Afrika Songs were not recorded until 1996! The Matrix Ensemble performed them for the firs time at the Proms in 1993. The CD also includes the song cycle Rondels, Bänkel und Balladen and the hits Isle of Capri, When Budapest Was Young and Red Sails in the Sunset, songs we all know but never knew who composed them.

Vera Lynn sings Red Sails in the Sunset in 1935

Mezzo Cynthia Clarey and baritone Jake Gardner are splendid in the Afrika Songs and Andrew Shore makes a party of Bänkel und Balladen. Nothing but praise for the  Matrix Ensemble.

 

UTE LEMPER

Entartet Lemper

We meet the Matrix Ensemble again, this time accompanying Ute Lemper on a recording of Berlin cabaret songs. Cabaret in Berlin in the 1920s and the 1930s.  Countless books and articles have been written about it, and it has inspired many movies. Cabaret really was a world of its own, with the venerable Rudolf Nelson as its undisputed king. Pretty soon the younger generation made its mark on the cabaret scene:  Mischa Spoliansky and Friedrich Holländer. The lyrics (mainly by Marcellus Schiffer, but also by Tucholsky) scrutinised the spirit of the times. Everything was mocked, but serious topics were not eschewed either.

Ute Lemper sings Der Verflossene by Berthold Goldschmidt

Lemper’s choice of material is outstanding. Apart from a few widely known schlagers (Peter, Wenn die beste Freundin, Raus mit den Männern) she sings lesser known repertoire, amongst others a composition by Berthold Goldschmidt, Der Verf‌lossene. Goldschmidt was present during the recording sessions, just like the daughters of Spoliansky and Holländer.

Korngold, Braunfels, Goldschmidt, Zemlinsky, Ullmann, Schreker, Schoenberg, Toch, Weill, Krenek, Spoliansky, Holländer, Grosz, Waxman, Haas, Krasa, Schulhoff, Klein… a litany of names.  With the naming of these names the documentary from the 1990s on Entartete Musik started.  I doubt the DVD is still for sale somewhere…

 

It is probably remaindered, like the entire prestigious Decca recording series. No money could be made from it. As Michael Haas remarked: “The series is very successful, it wins awards and it is praised. But it does not sell.”

BETWEEN TWO WORLDS

Entartete Betwee two worlds

In 1944 Korngold wrote music for the movie Between two worlds. It was to be one of his last movie compositions. In London, during World War II, a concert pianist tries to leave by boat to the United States but is refused an exit permit. He then decides to commit suicide. His wife joins him.

Those who commit suicide are refused at the gates of heaven. The pianist and his wife are therefore doomed to remain on a mysterious ship where the dead come to be judged.

 

Almost thirty years after the rediscovery of the once banned and rarely performed composers we still find ourselves between two worlds. The world of great fame and that of oblivion.

I really wonder one day listeners will again appreciate this music purely for the quality of it? I was optimistic then, but much less so nowadays.

English translation: Remko Jas

In Dutch: TUSSEN TWEE WERELDEN

More Entartete Music in English:
Forbidden Music in World Word II: PAUL HERMANN
SZYMON LAKS. MUSIC OF ANOTHER WORLD
JOSEPH BEER: POLNISCHE HOCHZEIT.
Worshipped, ignored, forgotten: about Erich Wolfgang Korngold and ‘Die Tote Stadt’.

In German:
Entartete Musik, Theresienstadt und Channel Classics. Deutsche Übersetzung

KORNGOLD: complete songs

korngold-lieder

Het is een verademing om niet meer te hoeven uitleggen wie die Erich Wolfgang Korngold toch was. Nog niet zo lang geleden was hij uitsluitend bekend bij diehards, romantici en liefhebbers van zijn (overigens schitterende!) filmmuziek. Nu krijgt hij eindelijk de erkenning die hem toekomt.

Zijn vioolconcert behoort tot de meest gespeelde en opgenomen vioolcomposities en zijn werken zijn niet meer weg te denken uit onze concertzalen.Er valt echter nog altijd genoeg te ontdekken. Neem alleen maar zijn liederen. Nog steeds behoren ze niet tot het standaardrepertoire, ondanks de vertolkingen van grootheden als Anne Sophie von Otter, Bo Skovhus, Renée Fleming en Dietrich Henschel.

Op initiatief van onder meer Deutschlandradio Kultur werden alle liederen van Korngold opgenomen voor het Weense label Capriccio, met als vertolkers sopraan Adrianne Pieczonka, bariton Konrad Jarnot en de onvolprezen pianiste Reinild Mees.

De cd-box werd op woensdag 28 oktober 2015 officieel gepresenteerd in de Glazen Zaal van de Oostenrijkse ambassade. Met de medewerking van de drie solisten.

Korngold-presentatie-presentatie

Reinild Mees, Adrianne Pieczonka en Konrad Jarnot © Yota Morimoto

De ambassadeur, dr. Werner Druml, nam het eerste exemplaar in ontvangst, waarna hij een kort toespraakje hield over Korngold en zijn belang voor de Oostenrijkse cultuur. Ik voelde me er een beetje ongemakkelijk bij. Korngold, een ‘Wener’ in hart en nieren, hield zielsveel van zijn land, maar moest het als Jood ontvluchten. En na de oorlog werd hij ook daar, in zijn geliefde stad, totaal vergeten. Zijn laatste lied, ‘Sonett für Wien’, was niet minder dan liefdesverklaring aan de stad die hem uitspuugde. Kort erna stierf hij, nog maar 60 jaar oud, aan een gebroken hart.

Zijn allereerste lied schreef Korngold toen hij zeven jaar oud was. Op zijn veertiende had hij al een liederencyclus gecomponeerd. Het waren twaalf liederen met teksten van Von Einem, bedoeld als een verjaardagscadeau voor zijn vader. Het geheel kreeg de titel So Gott und Papa will.

Op de cd worden ze werkelijk subliem vertolkt door Konrad Jarnot.
Dat Jarnot een echte liedzanger is, hoor je al bij de eerste noten van ‘Abendlandschaft’, het eerste lied van de cyclus. Zijn interpretatie is zo beeldend dat je de tekst niet nodig hebt.

In ‘Nachtwanderen’ (uit Sechs einfache Lieder) weet Jarnot zelfs mijn geliefde Bo Skovhus te overtreffen. Zijn stem klinkt net zo erotisch, maar dan nog mannelijker. Chapeau!

Zelf ben ik hopeloos verliefd geworden op ‘Desdemona’s Song’ (uit Four Shakespeare Songs), een lied dat Adrianne Pieczonka ook tijdens de presentatie in Den Haag zong. Het lied klinkt bijna volksachtig Engels. Het is eenvoudig en diep ontroerend. Pieczonka zingt het op de cd met een stem die diep tot het hart van de toeschouwer doordringt. Eenvoudig, ja, maar met veel weemoed en ‘Sehnsucht’.

Korngold Adrianne-Pieczonka-Bo-Huang

Adrianne Pieczonka © Bo Huang

De box bevat maar liefst zeven wereldpremières, waaronder het heerlijke ‘Wienerische’ lied ‘Der Innere Scharm’, waar Korngold zelf de tekst voor schreef. De begeleiding van Reinild Mees is, zoals altijd, waanzinnig goed.

Tijdens de presentatie vertelde Reinild Mees: “De meeste liederen van Korngold hebben mooie, nostalgische melodieën, die doordrenkt zijn van een subtiele, ingehouden romantiek. Typische Weense Jugendstilmuziek. Daarnaast kun je in zijn liedoeuvre ook impressionistische en expressionistische invloeden ontdekken. Bariton Konrad Jarnot en sopraan Adrianne Pieczonka hebben al deze aspecten prachtig vertolkt. Het was voor mij een fantastische ervaring om met hen deze liederen op te nemen en de klankwereld van Korngold samen te beleven.”


Aanbeden, genegeerd, vergeten: over Erich Wolfgang Korngold en ‘Die Tote Stadt’

Die Tote Stadt discografie. Deel 1

Das Wunder der Annemarie Kremers ‘Heliane’

TUSSEN TWEE WERELDEN

Reisopera boekt groot succes met ‘Die tote Stadt’