Over Tannhäuser in de niet voor de hand liggende opnamen

PLÁCIDO DOMINGO

domingo tannhauser

Ik ben nooit een ‘Wagneriaan’ geweest. Nooit kon ik het geduld opbrengen om zijn urenlange opera’s uit te zitten. Bombastisch vond ik ze. Aanstellerig. En al moest ik toegeven dat er best mooie melodieën in zaten, toch vond ik dat er op zijn minst een schaar aan te pas moest komen, wilde ik ze enigszins kunnen verdragen.

Dat daar toch nog een verandering in is gekomen, heb ik aan Domingo te danken. In mijn verzamelwoede (ik moest en ik zou alles van hem hebben) schafte ik in 1989 de net uitgebrachte Tannhäuser (DG 4276252) aan. En toen gebeurde het: ik raakte verslaafd.

In het begin was het voornamelijk de ‘schuld’ van Domingo, wiens diepmenselijke invulling van de titelrol me kippenvel bezorgde. Bij zijn woorden ‘Wie sagst du, Wofram? Bist du denn nicht mein Feind?’ (gezongen met de nadruk op ‘mein’ en ‘Feind’ en met een kinderlijk vraagteken aan het eind van de frase) barstte ik in snikken uit.

Later leerde ik ook de muziek zelf te waarderen en tot op de dag van vandaag is Tannhäuser niet alleen mijn geliefde Wagner-opera, maar ook één van mijn absolute favorieten.

Deze door Sinopoli zeer sensueel gedirigeerde opname beschouw ik nog steeds als één van de beste ooit. Ook omdat alle rollen (Cheryl Studer als Elisabeth en Agnes Baltsa als Venus, wat een weelde!) voortreffelijk zijn bezet. Dat was toen, in die jaren, beslist niet vanzelfsprekend.


RICHARD CASSILY 1982

Tannhauser met

Dat die jaren zeer arm aan (voornamelijk) goede tenoren zijn geweest, hoor je duidelijk op deze twee DVD – opnamen. De waanzinnig mooie productie van Otto Schenk die in 1982 in de Metropolitan Opera in New York werd opgenomen (DG 0734171) stamt uit 1977. Als u van zeer realistische, overdadige decors en dito kostuums houdt dan kunt u hier een hoop plezier aan beleven. Voor de beginscène werd zowat de hele Venusgrot uit Schloss Neuschwanstein nagebouwd en het ballet schotelt ons een werkelijk orgastisch Bacchanaal voor.

Het orkest onder leiding van James Levine speelt voornamelijk lyrisch en licht, daar valt helemaal niets op aan te merken. Eva Marton is een goede Elisabeth, Tatiana Troyanos een prachtig sensuele en verleidelijke Venus.

Bernd Weikl, één van mijn favoriete baritons zingt een onweerstaanbare Wolfram al verprutst hij zijn grote aria doordat hij zijn (in beginsel) lyrische stem te veel volume wil geven, waardoor zijn stem onvast wordt.

En al is de Landgraaf (John Macurdy) werkelijk niet om aan te horen, toch zou ik met die opname geen moeite hebben gehad, mits … ja … mits de tenor niet zo waardeloos was geweest. Het tekstboekje rept over de allerhoogste standaard, nou, dat weet ik zozeer niet. Richard Cassilly is een zeer onaantrekkelijke Tannhäuser met een geknepen stem en totaal gebrek aan lyriek, die de indruk wekt in een verkeerde opera te zijn beland.

Aankomst van de gasten in Wartburg:

RICHARD VERSALLE 1989

Tannhauser Versalle

Nog slechter is het gesteld met de opname uit 1989 (Euroarts 2072008) uit Beyrouth. De regie van Wolfgand Wagner is voornamelijk symbolisch, zodoende speelt alles zich af in een cirkel (levenscirkel? Jaargetijden? Panta rei?) en al tijdens de ouverture lopen de pelgrims rondjes op de bühne.

De kostuums zijn niet echt vleiend voor de zangers, wat voornamelijk voor de arme Cheryl Studer (Elisabeth) genadeloos uitpakt. Haar adembenemend gezongen avondgebed is van een ontroerende schoonheid. Zowel Hans Sotin (de Landgraaf) als Wolfgang Brendel (Wolfram) zijn zonder meer uitstekend, maar ja, alweer geen goede hoofdrol.

Richard Versalle als Tannhäuser:

Richard Versalle heeft weinig van een jonge, door (lichamelijke) liefde geobsedeerde man. Ook van zijn tweestrijd tussen het aardse en de hemelse valt weinig te bespeuren. Zijn stem is niet mooi en gespeend van ieder charme.

Een macaber wetje: het feit, dat zijn naam nog niet is vergeten dankt hij aan zijn dood: tijdens de première van Vec Makropoulos (MET 1996) viel hij, door een hartaanval getroffen van een ladder, net nadat hij de woorden “Je leeft maar een keer lang” had gezongen.

Trailer van de productie:

In beide bovengenoemde opnamen lopen de heren Tannhäuser en Wolfram continue rond met harpen, waarop zij zichzelf op de juiste momenten ‘begeleiden’. Dat denkbeeldige gepingel zou verboden moeten worden, het is zo nep!

PETER SEIFFERT 2003 (voor de fans van Jonas Kaufmann)

Tannhauser Seiffert

De op zich mooi vormgegeven productie uit Zurich (ooit EMI 5997339) gaat geboekt onder de hoogst irritante TV-regie, het lijkt waarachtig alsof de TV-regisseur de macht heeft overgenomen. De ‘beheerder van het beeldmateriaal’ houdt van close-ups, dus kijken wij naar de vingernagels van de klarinettist tijdens het gebed van Elisabeth. Of word er op het met zweet bedekte voorhoofd van Tannhäuser ingezoomd. Ook vindt hij het nodig om de zangers alvast achter de coulissen te filmen, wat de romantiek en magie danig verstoort.

Ben je er éénmaal aan gewend dan valt er ongetwijfeld veel te genieten. Het bühnebeeld is mooi, de kleurrijke kostuums – zo te zien uit het begin van de twintigste eeuw – zijn fraai en de personenregie van Jens-Daniel Herzog is prima. Maar wat die productie hoofdzakelijk de moeite waard maakt, zijn de vocale bijdragen van de zangers.

Isabelle Katabu is een buitengewoon mooie en sensuele Venus, donkergekleurd en zeer erotisch. Elisabeth van Solveig Kringelborn klinkt voornamelijk puur en lyrisch en zo is ook haar verschijning. Peter Seiffert was in die tijd, zowel vocaal als qua spel, één van de beste Tannhäusers. die men zich kan voorstellen. Verscheurd tussen het zinnelijke en spirituele kiest hij voor het hogere, wat alleen de dood tot gevolg kan hebben.

Een leuk detail voor zijn vele fans: de kleine rol van Walther wordt gezongen dor niemand minder dan Jonas Kaufmann. Alleen: we krijgen hem niet te zien want tijdens zijn aria focust camera zich op de gezichten van Tannhäuser of Elisabeth. Ik denk trouwens dat die opname inmiddels uit de handel is, maar ja: fans blijven fans, nietwaar?

http://www.operaonvideo.com/tannhauser-zurich-2003-seiffert-kaufmann-kringelborn-kabatu-trekel/

ROBERT GAMBILL 2008

Tannhauser Gambill

Dat Nikolaus Lehnhoff heel mooi Wagner kan regisseren, ja, dat wisten we wel. Al in zijn vroegere producties voor Baden Baden heeft hij laten zien dat een moderne enscenering geen rare beelden hoeft op te leveren, en dat concepten niet per definitie bespottelijk zijn. Ook deze Tannhäuser, eerder in Amsterdam te zien, is uitzonderlijk gelukt (Arthaus Musik 101 351).

Lehnhoff benadrukt Tannhäusers zoektocht naar het evenwicht tussen het fysieke en het spirituele door een wereld te creëren waarin traditie hand in hand gaat met vernieuwing. Hij borduurt voort op een discrepantie (maar ook een symbiose) tussen onschuld en kwaad, en tussen kunst en kitsch. Zo ontaardt de zangwedstrijd in een soort veredelde vorm van ‘Idols’ en de symbolische ‘verlossing’ van Tannhäuser is pijnlijk mooi en doeltreffend.

Trailer van de productie:

 Ook muzikaal valt er weinig te klagen. Robert Gambill zingt een bijzonder ontroerende Tannhäuser, zijn ’Rom-Erzählung’ gaat door merg en been. Camilla Nylund is een mooie, ietwat onderkoelde Elisabeth wat haar ongenaakbaar maakt en Waltraud Meier is een Venus uit duizenden. Alleen met Roman Trekel heb ik een beetje moeite. Er is niets mis met zijn dragende, solide bariton, maar voor Wolfram kies ik toch voor wat meer warme lyriek (Hermann Prey, waar bent u?).

Hermann Prey zingt ‘O du mein holder Abendstern’:

TERUG IN DE TIJD

Een jaar of tien geleden heeft het budgetlabel Walhall twee historische opnamen van Tannhäuser op cd’s heruitgebracht. Het betreft resp. de door Leopold Ludwig in 1949 in Berlijn geleide voorstelling (WLCD 0145) met Ludwig Suthaus (Tannhäuser), Martha Musial (Elisabeth) en een piepjonge Fischer-Dieskau (Wolfram); en een voorstelling uit de MET (WLCD 0095), in 1955 gedirigeerd door Rudolf Kempe, met op de weinig idiomatische Astrid Varnay als Elisabeth na, een keur aan de grootste zangers uit die tijd: Blanche Thebom, George London, Jerome Hines en Ramon Vinay.

George London zingt ‘O du mein holder Abendstern’:

Het geluid is in beide gevallen alleszins acceptabel en de uitvoeringen zijn van een niveau dat tegenwoordig nog maar zeer moeilijk te halen lijkt.

Leopold Ludwig op Spotify:


Rudolf Kempe op Spotify:


Liefde zonder zinnelijkheid is geen liefde. Het een en ander over Tannhäuser

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s