opera/operette/oratorium/koorwerken

EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE : ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 4: ‘Warum hast du mir nicht gesagt..’

EINE FLORENTINISCHE TRAGÖDIE

 

Bianca, de aantrekkelijke vrouw van de koopman Simone heeft een affaire met de mooie prins Guido Bardi. Simone betrapt ze en daagt Guido uit tot een duel met degens en zwaarden om hem uiteindelijk met zijn blote handen te wurgen.  Bewonderend kijkt zijn vrouw hem aan: ” Waarom heb je mij niet verteld dat je zo sterk bent?”. Op zijn beurt wordt Simone zich bewust van de schoonheid van zijn vrouw: ”Waarom heb je mij niet verteld dat je zo mooi …”.

Zemlinsky Oscar_Wilde_portrait

Oscar Wilde

 

Eine Florentinische Tragödie van Zemlinsky is gebaseerd op het laatste toneelstuk van Oscar Wilde. Het begin van het stuk ontbreekt: het manuscript werd gestolen toen Wilde in de gevangenis belandde. Zemlinsky heeft het probleem opgelost door een proloog te componeren, die de liefdesscène tussen Bianca en Guido moest suggereren.

De opera, die in 1917 in première is gegaan heeft voor veel gossip gezorgd. ‘Eine autobiografische Tragödie’ kopte het Wiener  Zeitung boven het artikel van Edwin Baumgartner. Alma Mahler was not amused. Zij was er zeker van dat Zemlinsky haar affaire met Walter Groppius had verbeeld.

                           Mathilde Schönberg Zemlinsky met kind en met haar man

Het Weense publiek daarentegen dacht dat het om Schönberg en zijn vrouw Mathilde, de zus van Zemlinsky, ging. Mathilde had haar man verlaten voor de jonge schilder Richard Gerstl.

Zemlinsky Gerstl_-_Bildnis_Mathilde_Schönberg

Mathilde Schönberg met kind. Schilderij van Gerstl

Toen ze naar haar echtgenoot terugkeerde heeft Gerstl zelfmoord gepleegd, hij was toen maar 25 jaar oud.

 

Zemlinsky Gerstl

Richard Gerstl: ‘selbstporträt (nackt in ein voll figur’) uit 1908. Courtesy Leopold Museum / Neue Galerie

 

All in the family in de beste traditie, aldus.

Maar wat denkt u: mag je een fictief personage in een kunstwerk als het alter ego van zijn schepper beschouwen? De levenswandel van een componist op de door hem gecomponeerde opera projecteren? Hoe ver betrek je het leven bij de kunst?

In een brief aan Alma Mahler schreef Zemlinsky dat “een leven moest geofferd worden om het leven van twee anderen te redden”. Maar maakt dit dan meteen tot het centrale thema van deze opera, zoals veel critici schijven? Ik weet het niet.

Een ding is zeker: Eine Florentinische Tragödie laat zich beluisteren als een spannende, donkere thriller, waarin je met geen van de personages meevoelt.

Zemlinsky Tragedie Chailly

In 1997 heeft Decca de opera opgenomen in de hun inmiddels vervallen serie ‘Entartete Musik’. Riccardo Chailly dirigeerde het Koninklijk Concertgebouworkest (Decca 4551122).


In hetzelfde jaar kwam ook een (live) opname van het Keulse Gürzenich-Orchester gedirigeerd door hun toenmalige chef-dirigent James Conlon (ooit EMI).

ZemllinskyConlonFRONT-1

Beide opnamen zijn goed en ik zou waarlijk niet weten welke te kiezen. De orkestklank bij Chailly is voller en de strijkers klinken aangenamer, maar Conlon is ontegenzeggelijk spannender, wellicht omdat het live is.

De klank van het Keulse orkest is sensueler, die van het KCO donkerder. De zangers zijn bij beide opnamen aan elkaar gewaagd, al vind ik David Kuebler (Guido bij Conlon) veel aangenamer dan een beetje schelle Heinz Kruse bij Chailly.

Iris Vermillion bij Chailly klinkt mooier en warmer dan Deborah Voight bij Conlon, maar de laatste heeft dan weer meer sexappeal. In de rol van Guido is Albert Dohmen (Chailly) verreweg te prefereren boven de niet helemaal idiomatische Donnie Ray Albert.

ZemlinskyCD Jurowski

In 2010 werd Eine Florentinische Tragödie door het London Philharmonic Orchestra opgenomen onder zeer inspirerende leiding van Vladimir Jurowsky (LPO-0078). Albert Dohmen is weer van de partij: zijn Simone klinkt nog indrukwekkender dan op Decca.

Sergey Skorokhodov is een ‘lulletje rozenwater’ Guido, met geen mogelijkheid tegen de macho Dohmen opgewassen. Zeg maar: een don Ottavio die het tegen Hunding gaat opnemen. Heike Wessels (Bianca) is een vergissing.


Op You Tube zijn er inmiddels veel (fragmenten) van de live uitvoeringen van de opera te vinden, o.a. uit Lyon:

Frühlingsbegräbnis, de cantate die Zemlinsky in contact bracht met Alma Mahler


Zemlinsky cantate fruhling

 

Van die cantate bestaat (bestond?) een hele mooie uitvoering door het Gürzenich-Orchester uit Keulen onder leiding van James Conlon, met als solisten de sopraan Deborah Voight en de bariton Donnie Ray Albert.  Ik vind het werk schitterend, het doet mij in de verte denken aan Ein Deutsches requiem  van Brahms. De cantate was ooit gekoppeld aan meer onbekende werken van Zemlinsky, die hier allemaal hun plaatpremières beleefden: Cymbeline – suite, naar de tekst van Shakespeare en Ein Tanzpoem. Helaas…. Zelfs You Tube heeft de opname van de internet weggehaald, dus tweedehands (of een vriend die het in zijn bezit heeft om een kopie vragen) blijft de enige optie.

Merkwaardig genoeg staat Frühlingsbegräbnis door Conlon wél op Spotify, maar dan in combinatie met Psalms en Hochzeitgesang in een totaal andere  uitvoering:


Op Spotify kunt u ook de opname onder Antony Beaumont te beluisteren. De uitvoering is minder mooi dan die van Conlon maar beslist niet slecht:

 


Cymbeline van Conlon is wel op You Tube te vinden:

James Conlon over Zemlinsky (en Ullmann):

“De muziek van Alexander Zemlinsky en Viktor Ullmann bleef decennia lang verborgen door de nasleep van de vernietiging, aangericht door het beleid van het nazi-regime […] Volledige erkenning van hun werken en talent ontbreekt nog steeds, meer dan 70 jaar na hun dood […] Hun leven en persoonlijke geschiedenissen waren tragisch, maar hun muziek overstijgt het allemaal. Het is aan ons om hun verhaal te waarderen in zijn volle historische en artistieke context.”

Geraadpleegde literatuur:
Antony Beaumont: Zemlinsky
Michael Haas: Forbidden Music. The Jewish Composers banned by the Nazis

Zie ook

EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE: ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 1: de man

EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE: ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 2: ‘Du bist mein Eigen’

EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE: ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 3: dromen en het geluk dat verborgen dient te worden

 

 

EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE: ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 3: dromen en het geluk dat verborgen dient te worden

DER ZWERG

Zemlinsky Zwerg dvd

 

Als geen andere dirigent van naam is James Conlon al sinds jaren een vurig pleitbezorger van de ‘Entartete-componisten’. In zijn Keulse jaren (hij was tussen 1989 en 2002 chef dirigent van de Gürzenich-Orchester en  artistiek leider van de opera) heeft hij vrijwel alle orkestrale en vocale werken van Zemlinski uitgevoerd en opgenomen. De opnamen op EMI (de meeste zijn helaas niet meer in de handel) koester ik als de grootste schat, wat het waarschijnlijk ook is.

Zemlinsky James Conlon

James Conlon

In 2006 werd Conlon aangesteld als de muzikale leider van de opera van Los Angeles en één van zijn eerste projecten was een serie ‘Recovered Voices: A Lost Generation’s Long-Fortgotten Masterpieces’. De serie is in 2008 gestart met een double-bill van Ullmann’s Der zerbrochene Krug en Zemlinsky’s Der Zwerg. (Arthaus Music 101 528)

Het idee om een opera te componeren over een lelijke man die verliefd is op een schoonheid heeft Zemlinsky zijn hele leven vervolgd, zo kwam hij ook bij Oscar Wilde en zijn The Birthday of the Infanta terecht.

Zemlinsky zwerg kostuum

Kostuumontwerp voor ‘Der Zwerg’ door August Haag, Köln 1922

Op haar achttiende verjaardag ontvangt Donna Clara een merkwaardig geschenk: een dwerg, die bovendien afzichtelijk lelijk is. Een heerlijk speeltje voor de infante, zeker ook omdat de dwerg het van zichzelf niet weet – hij heeft nog nooit zijn eigen spiegelbeeld gezien.. Donna Clara maakt hem verliefd en laat hem in de waan dat ze ook van hem houdt, waarna ze hem voor spiegels zet. Hij overleeft het niet, maar dat kan de verwende prinses niet boeien.

Zemlinksy velazquez.meninas

Diego Velázques: Las Meninas

De zeer traditionele en naturalistische setting is buitengewoon mooi en de kostuums zijn oogverblindend. Je waant je daadwerkelijk aan het Spaanse hof. Het geheel ziet er als een schilderij van Velazques uit, adembenemend.

Adembenemend is ook de uitvoering. James Johnson zingt en acteert een voortreffelijke Don Esteban. Mary Dunleavy heeft alles in huis om de verwaande infante te vertolken: zij is mooi en capricieus. Haar stem is zilverkleurig en kinderlijk licht. Ook als actrice weet ze te overtuigen.

De hoofdrol wordt hier op een onnavolgbare wijze gezongen door Rodrick Dixon. De enige die ik ooit beter vond, was Douglas Nasrawi, die ik de rol hoorde zingen tijdens de ZaterdagMatinee.

James Conlon over de door hem gedirigeerde Der zerbrochene Krug van Ullmann gekoppeld aan Zemlinsky’s Der Zwerg:

DER TRAUMGÖRGE

Zemlinsky Traumgorge “De sprookjes moeten werkelijkheid worden”, zingt Görge, nadat zijn droom door de boeren en zijn verloofde Grete is uitgelachen. En zie maar: Görge vindt zijn gedroomde prinses in de gedaante van de door de boeren uitgestotene Gertraud en zijn droom komt uit.

Het verhaal van Görge de dromer en zijn zoektocht naar het onbereikbare ideaal werd door Zemlinski van muziek van ontroerende schoonheid voorzien. Sehnsucht, zinderende erotiek, symboliek …. Noem het maar op en je vindt het. Het werk doet mij sterk aan Król Roger van Szymanowski denken, dezelfde lange, uitgesponnen lijnen in de sopraan-aria, dezelfde overweldigende koorpartijen, opzwellende orkest. Ik vind het prachtig.

Der Traumgörge (libretto van Leo Feld, naar het sprookje ‘Vom unsichtbaren Königreich’van Richard von Volkmann-Leander en het gedicht van Heine ‘Der arme Peter’) werd door Zemlinsky bedoeld als hulde aan zijn toenmalige geliefde Alma. Door omstandigheden werd de opera nooit bij zijn leven uitgevoerd, de eerste – behoorlijk ingekorte – uitvoering vond pas in 1980 plaats.

Zemlinsky Traumgorge decor

Decorontwerp van Alfred Roller voor ‘Der Traumgörge’. Weense Hofoper 1907

Dat het niet aan de muziek ligt, bewijst de eerste volledige opname uit 1999. Het Keulse orkest onder leiding van James Conlon alleen al verdient een tien met een griffel en de solisten zijn absoluut subliem.

David Kuebler zet met een stralende hoogte een schitterende Görge neer. Zijn stem vermengt de juiste dosis metaal met sottovoce, wat nodig is voor deze rol.

Patricia Racette, toen nog een grote onbekende is onwerkelijk mooi als Gertraud (de fluwelen tonen in ‘Och! Ich wil zu dir in die Welt’ zijn van een Korgoldiaanse schoonheid) en  Andreas Schmidt boers genoeg voor Hans. De liveopname klinkt uitstekend.


DER KÖNIG KANDAULES 

Zemlinsky KK Gerome

Jean-Léon Gérôme (1824-1904): ‘King Candaules’

In 1938 vluchtte Zemlinsky naar New York. In zijn koffertje bevond zich de onvoltooide opera Der könig Kandaules. Eenmaal in New York, hoopte hij op de uitvoering in de Metropolitan Opera.

Zemlinsky Andre Gide

André Gide

Helaas voor hem was het op het toneelstuk van André Gide gebaseerde libretto (koning Kandaules wil zijn geluk en [de schoonheid van] zijn vrouw met iedereen delen. Door de koning aangemoedigd en door een onzichtbaar makende ring geholpen, brengt Gyges een nacht door met de koningin. Als zij achter de ware toedracht komt, spoort zij Gyges aan om de koning te vermoorden waarna hijzelf tot koning wordt gekroond), te gewaagd voor het Amerikaanse publiek. Toen Zemlinsky in 1942 stierf, was zijn opera nog steeds onvoltooid.

Zemlinsky Beaumont

Antony Beaumont

Het was pas de Engelse musicoloog én Zemlinsky-biograaf Antony Beaumont die het partituur voltooide. In oktober 1996 werd de opera in Hamburg uitgevoerd, met enorm veel succes. De uitvoering werd live opgenomen en op het label Capriccio (600712) uitgebracht.

Zemlinsky KK Capriccio

De uitvoering onder leiding van Gerd Albrecht is zonder meer uitstekend en de hoofdrollen zijn met James O’Neal (Kandaules), Monte Pederson (Gyges) en Nina Warren (Nyssia) zeer adequaat bezet. In de kleine rol van Nicomedes horen we een jonge debutant, Mariusz Kwiecień.


Zemlinsky KK Nagano

In 2002 heeft Salzburg de opera op het programma gezet en de live opgenomen – fenomenaal beztte – uitvoering werd in een zeer verzorgde uitgave op 2 cd’s uitgebracht (Naïve 3070). De rol van Kandaules werd vol overgave gezongen door Robert Brubacker en Wolfgang Schöne was een uitstekende Gyges. De Zweedse Nina Stemme, die toen nog in het lyrische ‘fach’ zat, zong een mooie Nyssia. Het Deutsche Symphonie Orcherst onder leiding van Kent Nagano klinkt zeer spannend.

Onze onvolprezen ZaterdagMatinee heeft de opera in november 2007 concertante uitgevoerd, helaas bestaat er geen opname van. Jammer, want de dirigent Bernhard Kontarsky dirigeerde met veel overgave en Stuart Skelton en Jeanne-Michèle Charbonnet waren onvergetelijk als de koningspaar.

Gyges (of was het Zemlinsky zelf?):  „Der, der ein Glück hält, soll sich gut verstecken! Und besser noch, sein Glück vor Andern“.

Deel 1: EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE: ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 1: de man

Deel 2: EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE: ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 2: LYRISCHE SYMPHONIE

Deel 4: EINE (AUTO)BIOGRAFISCHE TRAGÖDIE : ALEXANDER ZEMLINSKY. Deel 4: ‘Warum hast du mir nicht gesagt..’

Cornelius Meister dirigeert Das Klagende Lied: de zangers zijn uitstekend

Das Klagende Lied Meister

Mahler was amper twintig toen hij in 1880 Das klagende Lied voltooide. Het zeer romantische maar o zo treurige sprookje over een koningszoon die zijn broer vermoordt in de strijd om macht en liefde beschouwde de componist zelf als zijn opus 1 en het eerste werk waarin hij zichzelf – zoals hij later schreef – ‘in dem ich mich als “Mahler” gefunden habe’. Daar had hij gelijk in want dat het werk ‘des Mahleriaans’ is staat buiten kijf.

In de cantate, waarvoor Mahler zelf de tekst – ontleend aan sprookjesverzamelingen van Ludwig Bechstein en gebroeders Grimm – schreef, hoor je al de aanzet tot zijn eerste twee symfonieën. Toch – het werk uitgevoerd zien te krijgen ging niet van leien dakje.

In 1893 herzag Mahler het werk waarbij deel één sneuvelde. Die versie dirigeerde hij het voor het eerst in 1901, in Wenen.

Het was pas in 1969 dat het origineel manuscript van de driedelige versie werd ontdekt. Das Klagende Lied wordt niet zo vaak uitgevoerd en het is ook zijn minst opgenomen werk; iedere nieuwe opname, mits goed, is dan ook zeer welkom.

De opname onder Cornelius Meister is zonder meer goed, maar niet zo goed dat het mij de versies onder Sinopoli, Tilson-Thomas of Rozhdestvensky doet vergeten.

Het ligt niet aan de zangers, van wie ik voornamelijk Tanja Ariane Baumgartner en Adrian Eröd zeer overtuigend vind, het ligt aan het orkest. In hun spel mis ik de specifieke klank die van Mahler Mahler maakt.


GUSTAV MAHLER
Das klagende Lied
Simone Schneider (sopraan), Tanja Ariane Baumgartner (mezzosopraan), Torsten Kerl (tenor), Adrian Eröd (bariton)
Wiener Singakademie en het ORF Vienna Radio Symphony Orchestra o.l.v. Cornelius Meister
Capriccio C 5316 • 60’

John Potter: SECRET HISTORY

Potter

John Potter kende ik voornamelijk als één van de leden van het vermaarde Hilliard Ensemble waar hij tussen1984 en 2001 deel van uitmaakte. Maar Potter is meer dan ‘alleen maar’ een zanger: hij is ook een gevierd academicus en een auteur van talrijke wetenschappelijke publicaties.

Als zanger was (en is) hij  behalve in oude-muziekgroepen ook actief in de hedendaags repertoire en avant-garde-muziek. Vaak combineert hij stijlperiodes met en door elkaar: denk aan zijn werk voor de groep Red Byrd.

Potter is ook de drijvende kracht geweest achter deze cd die, geheel naar verwachting een eigen (en eigengereide) draai geeft aan voornamelijk Tomás Luis de Victoria en zijn Missa Surge Propera, en Josquin Desprez,

De titel Secret History verwijst naar Potters zoektocht naar “wat gebeurt met de muziek nadat hij is gecomponeerd”. Dus in plaats van een volledig koor laat hij de muziek klinken door één, hooguit twee stemmen, begeleid door drie vihuela’s en een viola de gamba.

Dat het resultaat op mijn zenuwen werkt ligt voornamelijk aan Potter. Vroeger vond ik zijn geluid onaards prachtig, de tijd heeft helaas zijn sporen achtergelaten.

Gelukkig is de sopraan Anna Maria Friman wel heel erg mooi en de vihuela-bespelers meer dan bekwaam.


 

John Potter
Secret History – Sacred Music
Josquin/Victoria
John Potter, Anna Maria Friman (stemmen); Ariel Abramovich, Jacob Heringman, Lee Santana (vihuelas), Hille Perl (viola da gamba)
ECM New Series 2119 4811463

Great recording of Donizetti’s Les Martyrs

martyrs

Les Martyrs, an almost forgotten grand opera by Donizetti started its life as Poliuto. The French libretto by Eugène Scribe was based on Polyeucte by Pierre Corneille from 1642 which was impregnated by the vision of its author that free will is a deciding factor in life.

Martyrs Polyeuctus_of_Meletine_in_Armenia_(Menologion_of_Basil_II)

Polyeuctus of Melitene in 10th-century Byzantine miniature from the Menologion of Basil II

Because of the choice of the topic – the life and martyrdom of Saint Polyeuctus – the censor had Poliuto banned, and opening night was cancelled. It was forbidden to show the persecution of Christians on stage in Naples at the time.

After Donizetti arrived in Paris he commissioned a new libretto from Scribe and rewrote and expanded the overture and composed several new arias for the title character.

He also changed the first act finale and added the required ballet music. He then considerably toned down the romantic entanglements and stressed the religious aspects even more.

In his big aria at the end of the second act Poliuto complains about the supposed disloyalty of his wife and speaks about the jealousy that torments him. His “Let me die in peace, I do not want anything to do with you, you have been unfaithful to me” from Polyeucte has been changed to the credo (now at the end of the third act): “I believe in God, the almighty father, creator of heaven and earth….”

Despite its early successes the Martyrs failed to hold the stage. Instead Poliuto made it’s return, albeit on few occasions. After 1920 the opera was performed only sporadically (a remarkable fact: in 1942 Poliuto was performed on the occasion of Hitler’s visit to Mussolini, the title role sung by Benjamino Gigli).

Thanks to Callas, who rediscovered the opera in 1960,  a short revival came about. Her live recording from La Scala with Franco Corelli left me cold. The reason for that I only understood later when I heard the live recording with Katia Ricciarelli and José Carreras. In an opera with vulnerability as its main theme big dramatic voices sound out of place.

In October 2016 Opera Rara recorded Les Martyrs in the studio, followed by a concert performance in November.

53b45-les-martyrs-joyce-el-khou-012

Joyce El-Khoury and Michael Spyres

Joyce El-Khoury, clearly following in the footsteps of Leyla Gencer, is the perfect Pauline: dreamy, loving and fighting like a lioness (nomen est omen) for the life of her husband who turned into a Christian. A husband she does not even love. Only because she believed her former fiancé was dead she has agreed to be married off to her father’s protégé.

In “Qu’ici ta main glacée” she sounds very vulnerable,  moving me to tears (her pianissimi!). “Dieux immortels, témoins de mes justes alarmes,” her confrontation scene with Sévère, her lover she believes to be dead (a very impressive David Kempster) is simply heartbreaking.

Michael Spyres is a very heroic Polyeucte. In “Oui, j’irai dans leurs temples” he sings a fully voiced, perfect high “E.”

The orchestra under Sir Mark Elder is on fire. The three ballet scenes halfway though the second act lighten up the mood a little, however briefly.

Much praise as well for the perfect singing of the Opera Rara Chorus (chorus master Stephen Harris).


English translation: Remko Jas

GAETANO DONIZETTI
Les Martyrs
Joyce El-Khoury, Michael Spyres, David Kempster, Brindley Sherratt, Clive Bayley, Wynne Evans a.o.
Opera Rara Chorus; Orchestra of the Age of Enlightenment under Sir Mark Elder
Opera Rara ORC52

Interview with Joyce El-Khoury: Interview with JOYCE EL-KHOURY (English translation)

See also: POLIUTO

Barenboim dirigeert povere The dream of Gerontius

Elgar Barenboim

Toegegeven, de omstandigheden waren alles behalve optimaal. Het begon met de afzegging van de stertenor Jonas Kaufmann. Op zich niet echt een ramp, zijn stem is niet echt geschikt voor Gerontius.

Kaufmann werd vervangen door Toby Spence, een zowat ideale vertolker van die rol. Helaas, ook Spence zegde af en Andrew Staples stapte in. Prima tenor, zonder meer, maar zijn stem past beter bij werken van Mozart en Bach. Op het laatste moment liet ook Sarah Connoly het afweten en de rol van Angel werd overgenomen door Catherine Wyn-Rogers.

Geen van de twee nieuwe solisten voldeed aan de hoge eisen van het werk. Wyn-Rogers intoneert niet zuiver en haar ruime vibrato is een marteling om naar te luisteren. Van de oorspronkelijk voorgestelde bezetting bleef alleen Thomas Hampson over, maar in zijn eentje kon hij de uitvoering echt niet dragen.

Daniel Barenboim heeft altijd veel affiniteit met de muziek van Elgar gehad, het is ook niet de eerste keer dat hij het mystieke meesterwerk dirigeert. Helaas is het resultaat nu gewoon knudde. Het orkest is te zwaar en het koor klinkt te Duits. Ik snap best dat je de geplande voorstellingen en radio-uitzendingen niet zo maar kunt cancelen, maar moest het povere resultaat dan ook op cd’s uitgebracht worden?


EDWARD ELGAR
The Dream of Gerontius
Catherine Wyn-Rogers, Andrew Staples, Thomas Hampson
Staatsopernchor Berlin, RIAS Kammerchor; Staatskapelle Berlin olv Daniel Barenboim

SIR JOHN BARBIROLLI AND SIR ADRIAN BOULT

Afbeeldingsresultaat voor Gerontius Barbirolli Warner

Gelukkig: aan goede uitvoeringen geen gebrek. Het mooist vind ik de opname onder John Barbirolli uit 1964 (Warner 0724357357920) , niet in de laatste plaats vanwege de onnavolgbare bijdrage van Janet Baker:

Maar ook Sir Adrian Boult (Warner 0724356654020 ) uit 1975 is niet te versmaden!
Alleen al vanwege Nicolai Gedda’s meer dan ontroerende ‘I went to sleep’:

Liebeslieder van Brahms: koorzang van het hoogste niveau.

Brahms

Baltische landen hebben iets met het zingen. Veel beroemde zangers komen daarvandaan, en er bestaat ook een enorme koorcultuur: men schijnt er het zingen als één van de grootste hobby’s te koesteren. Stelt u zich voor: alleen in Riga bestaan meer dan honderd koren!

Geen wonder dat het in 1940 opgericht Lets Radiokoor gerekend kan worden tot de beste kamerkoren ter wereld. Dat ze daadwerkelijk ‘bedwelmend’ klinken, zoals The Times ze ooit roemde, daar kon een ieder zich van overtuigen tijdens hun tournee door Nederland dit jaar, waarbij zij onder anderen ook de Liebeslieder van Brahms ten gehore brachten.

Brahms lets-radiokoor-matiss-markovskis

Lets Radiokoor © Matiss Markovskis

Wie er toen niet bij was kan zich nu zelf van hun spectaculaire doch zeer verfijnde en pure manier van zingen overtuigen: Ondine heeft bijna 50 minuten van Brahms’ ‘koormuziek’ vastgelegd.

Nu zijn noch de Liebeslieder noch de andere op die cd opgenomen werken voor een koor bedoeld, zelf ken ik ze alleen in uitvoeringen door een zangers-kwartet. Iets, wat ik zonder meer prefereer. De volksmuziekachtige liederen zijn meer gebaat bij wat meer speelse benadering, denk ik, waarbij de stemmen hun individualiteit behouden, ook tijdens de samenzang. Maar wat de Letten hier laten horen is zonder meer van het hoogste niveau.


Johannes Brahms
Liebeslieder:
Drei Quartette op.64; Vier Quartette op.92;  Liebeslieder-Walzer op.52; Neue Liebeslieder Op.65
Dace Kļava & Aldis Liepiņš (pianos)
Latvian Radio Choir olv Sigvards Kļava

Andrei Serbans productie van Turandot is prachtig om te zien

Turandot

De Turandot-productie van regisseur Andrei Serban voor het Royal Opera House in Londen dateert van 1984, maar heeft allerminst aan pracht en kracht ingeboet. In 2013 heeft Opus Arte de voorstelling op dvd vastgelegd.

Heeft u ook zo’n hekel aan Calaf? Voor mij behoort hij tot de meest onsympathieke operahelden: egoïstisch, egocentrisch en belust op geld en macht, in staat om alleen maar van zichzelf te houden. Of denkt u werkelijk dat hij verliefd is op Turandot?

Soms verdenk ik Puccini ervan dat hij met opzet zijn opera niet had afgemaakt, want: hoe brouw je een happy end aan een sprookje dat een aaneenschakeling is van martelingen, moorden en zelfmoorden?

Wellicht ben ik de enige niet. Regisseur Andrei Serban laat de opera na de dood van Liu één lange minuut stoppen, waarin alle handelingen bevriezen. Daar ben ik hem bijzonder dankbaar voor, want de hartenkreet van Timur (“word wakker Liu, het is al ochtend”) echoot zo na in je hoofd.

De dertig jaar oude productie – die, na de halve wereld te zijn afgereisd, in 2013 weer eens terugkeerde naar Covent Garden – heeft niets aan pracht verloren en boeit nog steeds van het begin tot het eind. De voorstelling is met zijn prachtige choreografie een lust voor het oog: wervelend en kleurrijk, met een zeer dominante kleur rood.

Marco Berti is een prima hoewel wat statige Calaf en Lise Lindstrom zingt een zonder meer overtuigende Turandot. Iets wat ik helaas niet kan zeggen van Eri Nakamura (Liu).

De jonge Henrik Nánási heeft zo te horen nog een lange weg te gaan voordat hij zich een ‘Puccini-dirigent’ mag noemen. Nu ontbreekt het hem (nog?) aan een dosis gezond sentiment. Maar kundig is hij wel.

Dit is niet de beste uitvoering van Turandot die er is, maar wellicht, voor mij althans, wel één van de mooiste om te zien.

Hieronder trailer van de productie:

Giacomo Puccini
Turandot
Lise Lindstrom, Marco Berti, Eri Nakamura, Raymond Aceto e.a
Royal Opera Chorus, Orchestra of the Royal Opera House olv Henrik Nánási
Regie: Andrei Serban
Opus Arte OA 1132 A

Voortreffelijke opname van Pfitzners ‘Palestrina’

 

Palestrina Phitzner

Nooit van Palestrina van Hans Pfitzner gehoord? Dan ligt het aan u. Of aan de platenmaatschappijen die u met Traviata’s overspoelen. Oehms biedt in elk geval een nieuwe kans de opera van Pfitzner te leren kennen. En wat voor een kans!

Pfitzner is een omstreden componist. Niet, omdat hij niet goed was. Wel, omdat hij een nazi was. Het is een heikel punt en de discussies daarover zijn nooit uitgebrand.

Laat ik nu, een Joodse, ook een mening nemen: muziek, literatuur en schilderkunst laat zich niet in hoekjes en kasten opsluiten. Ja, er zijn uitzonderingen (Carmina Burana), maar mogen wij nooit meer Hamsun, Ezra Pound of Roald Dahl lezen?

Palestrina is een pracht van een opera die af en toe wordt opgevoerd. Te weinig naar mijn gevoel, want hij verdient echt beter. Er bestond al een opname op Deutsche Grammophon met Nicolai Gedda in de hoofdrol en verder (let op de namen: om te likkebaarden!) Bernd Weikl, Hermann Prey, Fischer-Dieskau en Brigitte Fassbaeneder

Er is ook een piraat (Myto) op de markt met Fritz Wunderlich, Walter Berry en Christa Ludwig en nu komt Oehms met een live opname uit Franfurt. Fantastisch. Werkelijk fantastisch. Kirill Petrenko maakt er een bijna filmisch geheel van en alle zangers (goedemorgen Nederland: wij hebben ook Frank van Aken!) zijn meer dan voortreffelijk.

En voordat ik het vergeet: de opera is in juni 2010 live opgenomen. Mensen, ren naar de winkels en koop het!

Overigens wil ik u er op attenderen dat Oehms ook Die Walküre uit Frankfurt met Frank van Aken en Eva Maria Westbroek heeft uitgebracht.

 


Hans Pfitzner
Palestrina
Peter Bronder, Frank van Aken, Britta Stallmeister, Claudia Mahnke, Wolfgang Koch e.a.
Chor der Oper Frankfurt, Frankfurter Opern- und Museumsorchester olv  Kirill Petrenko
Oehms Classics OC 930

WONDERFUL TOWN

Wonderful town.jpg

Die Sir Simon Rattle toch! In 1999, tien jaar na het enorme succes van Porgy and Bess ‘he did it again’ en trakteerde ons op een absoluut meesterlijke uitvoering van Wonderful Town, een bijna vergeten musical van Leonard Bernstein.

Het kleine meesterwerkje ontstond in maar vier weken. Het verhaal over twee zusjes uit Ohio die het in New York gingen maken, is buitengewoon geestig en onderhoudend. Voor de tekst – naar een boek, toneelstuk en film My sister Eileen – tekenden Betty Comden en Adolph Green. De première in 1953 werd een enorm succes en de musical werd bekroond met maar liefst acht Tony Awards.

Kim Criswell (de intelligente Ruth) en Audra McDonald (de mooie Eileen) zingen hun rollen met overtuiging en weten hun karakters volledig tot leven te wekken. Beide zangeressen beschikken over schitterende stemmen: McDonald lief en romig, Criswell pittig en krachtig.

Thomas Hampson – als de cynische uitgever Robert Baker – zingt hier één van zijn mooiste rollen en Brent Barrett is werkelijk subliem als de mislukte voetbalspeler Wreck.

Rodney Gilfry, die hier drie verschillende rollen zingt, overtuigt alweer als één van de grootste zangers-acteurs van onze tijd.

Het is ook bijzonder prettig om Karl Daymond weer eens tegen te komen. Na zijn veelbelovende debuut in 1995 als Aeneas naast Maria Ewing als Dido (Dido and Aeneas van Purcell)  was het een beetje stil rond hem.

‘Conga’:


Leonard Bernstein
Wonderful Town
Kim Criswell, Audra McDonald, Thomas Hampson, Brent Barrett, Rodney Gilfry, Karl Daymond e.a.
Birmingham Contemporery Music Group olv Simon Rattle
Warner Classics: 5181752