Simon_Rattle

Lady Rattle, toen zij nog Magdalena Kožená heette

Het begint ongelukkig. Allereerst vergeet ik het tijdsverschil met Engeland en bel ik te vroeg op. Één uur later krijg ik te horen dat ze niet thuis is, en dat ik het maar op haar mobiel moet proberen. Het komt niet gelegen zegt ze, ze is in een museum, bovendien wist ze niets van het interview af. Dan maar meteen een nieuwe afspraak maken.

Driemaal is scheepsrecht. Nu is zij thuis en buitengewoon lief. Vooraleerst wil ze zich verontschuldigen, er moest iets mis zijn gegaan. Het geeft niet, zeg ik. Die dingen gebeuren nu eenmaal. Haar spreekstem lijkt op haar zangstem: zilverkleurig, warm en zacht. Donker ook, wat met dat vleugje Tsjechische accent heel aantrekkelijk klinkt.

Allereerst wil ik het over haar laatst uitgekomen cd hebben

– Wie koos het programma?
“Ik. DG wilde een cd maken met meer instrumenten dan alleen maar een piano. Ze stelden Il Tramonto van Respighi voor, de rest heb ik uitgezocht. Ja, het klinkt ietwat melancholisch, maar ik denk dat het ook met de tijd te maken heeft, de meeste van die composities ontstonden tussen de twee wereldoorlogen. De droevigste muziek is die van Schulhoff, maar hij was ook een tragische figuur. Een Jood, overleden in een concentratiekamp. Voor mij hebben zijn liederen ook iets van de Slavische melancholie.”

– Op die cd zing je liederen in vijf verschillende talen, spreek je ze ook?
“Min of meer, ja. Russisch leerde ik nog op school, mijn Engels en Frans spreek ik vloeiend. Ook mijn Italiaans is goed en het Duits leerde ik toen ik een paar jaar in Wenen woonde”.

– Op je opnamen, en het zijn er behoorlijk veel, zing je muziek van Bach tot Martinů, en van Gluck tot Verdi. Ook op de bühne?
Lachend: “Nou, nee. Zeker geen Verdi. Maar het is helemaal anders als je een recital met opera-aria’s samenstelt. Het is ontzettend moeilijk om zoveel verschillende karakters binnen 5 minuten tot leven te wekken, daar heb je een hele opera voor nodig. Daarom, dat denk ik althans, moet je er zoveel mogelijk verscheidenheid in aanbrengen, anders wordt het saai. Het idee van Verdi kwam overigens van Marc Minkowski. In het begin hadden we zelfs ruzie daarover, maar uiteindelijk wist hij me te overtuigen. Hij zei dat die aria (van Eboli uit Don Carlos) klinkt als een Spaans volksliedje, en ik denk dat hij gelijk had.”

“Minkowski was de eerste grote dirigent die ik tegenkwam, zo’n zeven jaar geleden. Hij betekent heel erg veel voor mij, hij is mijn muzikaal maatje. Tegenwoordig zien we elkaar niet zo vaak meer, maar in het begin deden wij 4 à 5 projecten per jaar samen. Ik heb heel erg veel van hem geleerd. Als je een beginneling bent probeer je zo mooi mogelijk te zingen. Hij leerde me, dat muziek zoveel meer is dan alleen maar schoonheid.

Heel lang praten we over haar Zerlina in Salzburg, twee jaar geleden,  in 2002. Ik was er bij en zeg dat ik haar prachtig vond maar die productie haatte. En weer moet ze lachen: “Ik hield van die productie! Toen me die rol werd aangeboden nam ik het alleen maar aan omdat het Salzburg was. En Harnoncourt. Zerlina was voor mij altijd het synoniem van een dom blondje, maar hier heeft ze wat meer karakter gekregen.”

– Eigenlijk vind ik je stem bijzonder geschikt voor het Frans repertoire, voornamelijk Massenet. Ben je van plan het ooit op de planken te zingen?
“Ik zou het graag willen, voornamelijk Cendrillon, maar het wordt zo weinig gespeeld, zelfs in Frankrijk niet. Daarbij zien de meesten me nog steeds het liefst in opera’s van Mozart en Händel.

Ze woont in Parijs, maar is zeer zelden thuis, het laatste jaar maar 40 dagen. Haar man, een Franse bariton, ontmoet ze meestal ergens onderweg.

Denk ze aan kinderen?
“Het lijkt me leuk, maar dan zal ik veel van mijn leven moeten opgeven, zeker als de kinderen naar school moeten”.

Vooralsnog zit ze vol met plannen.

Kozena Schulhoff

Dit is een werkelijk buitengewoon interessante cd met een onalledaags programma. Onalledaags, want op de Chansons Madécasses van Ravel na en, wellicht ook Il Tramonto van Respighi, is de rest voor de meeste luisteraars onbekend. Alle liederen werden in de eerste helft van de vorige eeuw in vijf verschillende Europese landen gecomponeerd, en stralen een zware melancholie en nostalgie uit.

Ook het accompagnement is exceptioneel, de liederen worden niet alleen door de piano, maar ook door viool, strijkkwartet, fluit, cello en piano begeleid. Stuk voor stuk bijzondere composities, door Kožena met veel tekstbegrip gezongen. Zelf heb ik een klein beetje moeite met haar Russisch, voor mij is het een tikje overgearticuleerd, maar dit is eigenlijk muggenzifterij.

In Il Tramonto hoor ik liever een donkerdere en iets meer dramatische stem, maar zoals zij het doet kan het ook. In haar interpretatie krijgt het geheel iets meisjesachtigs, met een andere kleur van verdriet.

Als onbetwist hoogtepunt beschouw ik de drie liederen van Schulhoff, het zijn drie kleine meesterwerkjes en het is te hopen, dat Kožena ze in haar repertoire houdt.


Ravel, Shostakovich, Respighi, Schulhoff, Britten
Magdalena Kožená (mezzosopraan), Malcolm Martineau (piano), Paul Edmund-Davies (fluit), Christoph Henschel (viool), Jiří Bárta (cello), Henschel Quartett (DG 4715812)

 

Kozena Martinu

Hier werd ik stil van. De melancholie van Dvořák, de typische ritmiek van de taal van Janáček, de eigenzinnigheid van Martinu, dat alles maakt, dat je je er niet meer los van kunt maken.

Het meest interessant vind ik de cyclus Liederen voor een vriend van mijn land van Martinů, die hier zijn plaatpremière beleeft. Martinu componeerde het in 1940 in Aix-en-Provence, tijdens zijn vlucht voor de nazi’s die hem naar Amerika zou brengen, en is opgedragen aan Edmond Charles-Roux. De cyclus werd pas in 1996 gevonden. Het is een enorme aanwinst voor het liedrepertoire maar: wie zingt het nog? Zeer ontroerend.


Dvořák, Janáček, Martinů
Love songs
Magdalena Kozená mezzosopraan, Graham Johnson piano (DG 4634722)

Advertenties

La Damnation de Faust: Rattle doet het goed, maar Davis deed het beter

Faust Berlioz Rattle

Opera? Geen opera? Of toch wel? Berlioz zelf gaf zijn compositie de naam ‘dramatische legende’, dat als een concertstuk uitgevoerd diende te worden. Maar nu we zelfs het Requiem van Verdi of de Matthäus Passion van Bach scenisch opvoeren, ach… waarom niet? En toch is er veel voor te zeggen, voor ‘akoestisch only’, voor het kiezen voor muziek sec, zonder (veelal) verstorende beelden.

De voorliggende live opname uit Barbican in Londen (opgenomen in september 2017) is daar het klinkende bewijs van. Het London Symphony Orchest is gepokt en gemazeld in het oeuvre van Berlioz. Hun eerste opname van La Damnation de Faust onder Pierre Monteaux stamt al uit 1962 en we mogen natuurlijk Colin Davis niet vergeten: hij nam het werk twee keer op, in 1973 en 2001. De nieuwe opname onder Simon Rattle bevestigt nogmaals de verwantschap die de Londenaren met Berlioz hebben. Het is zonder meer prachtig, al prefereer ik lichtelijk de visie van Davis.


Wat deze opname tot een echte ‘must have’ maakt is de werkelijk onnavolgbaar schitterende Marguerite van Karen Cargill. Haar ‘D’amour l’ardente flamme’ zingt ze met een tot tranen toe roerende inleving, ik althans hield het niet droog.

Bryan Hymel is een uitstekende Faust en Christopher Purves een goede Mefisto.


HECTOR BERLIOZ
La Damnation de Faust
Karen Cargill, Bryan Hymel, Christopher Purves
Tiffin Boys’Choir, Tiffin Girls’ Choir, Guildhall School Singers,
London Symphony Choir- and Orchest o.l.v. Simon Rattle
LSO Live LSO 0809

Een paar woorden over ‘Porgy en Bess’ door Simon Rattle

porgy cd warner

Dertig jaar oud en nu al een klassieker? Zeker. De Porgy and Bess die Simon Rattle in 1988 dirigeerde in Glyndebourne is zelfs legendarisch te noemen. De dirigent had een prachtig spelend en verrassend goed swingend orkest (London Philharmonic Orchestra op zijn best) tot zijn beschikking, én een cast om je vingers bij af te likken (Warner Classics 0190295900649)


De opname uit 1988 heeft ettelijke prijzen en onderscheidingen gewonnen. In 1992 werd de productie (in vrijwel dezelfde bezetting) in Covent Garden herhaald en daarna in een studio voor de video vastgelegd, waarbij gebruik werd gemaakt van de vier jaar oudere geluidsopname.

porgy dvd warner

Het levert af en toe een beetje discrepantie tussen beeld en geluid op, maar een kniesoor die daarover klaagt. (Warner 0724349249790)

Willard White is een sensitieve Porgy. Met zijn sonore bas straalt hij zowel autoriteit als kwetsbaarheid uit. Cynthia Haymon is een ontroerende en letterlijk zeer mooie Bess.

De door Harolyn Blackwell kinderlijk naïef, maar ook zeer sensueel gezongen ‘Summertime’ klinkt als een slaapliedje voor volwassenen en Trevor Nunns realistische regie zorgt voor prachtige, zeer tot het hart sprekende beelden.

 

THE GERSHWIN MOMENT

 

WONDERFUL TOWN

Wonderful town.jpg

Die Sir Simon Rattle toch! In 1999, tien jaar na het enorme succes van Porgy and Bess ‘he did it again’ en trakteerde ons op een absoluut meesterlijke uitvoering van Wonderful Town, een bijna vergeten musical van Leonard Bernstein.

Het kleine meesterwerkje ontstond in maar vier weken. Het verhaal over twee zusjes uit Ohio die het in New York gingen maken, is buitengewoon geestig en onderhoudend. Voor de tekst – naar een boek, toneelstuk en film My sister Eileen – tekenden Betty Comden en Adolph Green. De première in 1953 werd een enorm succes en de musical werd bekroond met maar liefst acht Tony Awards.

Kim Criswell (de intelligente Ruth) en Audra McDonald (de mooie Eileen) zingen hun rollen met overtuiging en weten hun karakters volledig tot leven te wekken. Beide zangeressen beschikken over schitterende stemmen: McDonald lief en romig, Criswell pittig en krachtig.

Thomas Hampson – als de cynische uitgever Robert Baker – zingt hier één van zijn mooiste rollen en Brent Barrett is werkelijk subliem als de mislukte voetbalspeler Wreck.

Rodney Gilfry, die hier drie verschillende rollen zingt, overtuigt alweer als één van de grootste zangers-acteurs van onze tijd.

Het is ook bijzonder prettig om Karl Daymond weer eens tegen te komen. Na zijn veelbelovende debuut in 1995 als Aeneas naast Maria Ewing als Dido (Dido and Aeneas van Purcell)  was het een beetje stil rond hem.

‘Conga’:


Leonard Bernstein
Wonderful Town
Kim Criswell, Audra McDonald, Thomas Hampson, Brent Barrett, Rodney Gilfry, Karl Daymond e.a.
Birmingham Contemporery Music Group olv Simon Rattle
Warner Classics: 5181752

DAS RHEINGOLD. Rattle? Van Zweden?

Aan de opnamen van de complete Ring – laat staan afzonderlijke delen – geen gebrek, maar blijkbaar is de behoefte (bij de consument of de dirigent?) onuitputtelijk. Want: je hebt de ene nog niet goed beluisterd of er dient zich alweer een nieuwe aan.

rheingold-rattle

Simon Rattle is geen beginneling wat Wagner betreft. Tussen 2006 en 2010 dirigeerde hij de complete Ring-cyclus in zowel Aix-en-Provence als Bayreuth. Maar “everything the conductor Sir Simon Rattle touches turns to gold”, en dus werd Das Rheingold weer op de lessenaars gezet, deze keer bij het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks. Daar dirigeerde Rattle in april 2015 een concertante uitvoering van het eerste Ring-deel en die is op het eigen label van het orkest uitgebracht.

 

Rheingold van Zweden

 

 

Net als Rattle heeft Jaap van Zweden Wagner in zijn vingers. Zijn interpretaties van diens opera’s bij het Radio Filharmonisch Orkest werden door zowel critici als het publiek zeer enthousiast ontvangen. De Ring was een logische vervolgstap. Ook de keuze van het orkest – Van Zweden bracht de muziek naar zijn eigen Hong Kong Philharmonic – lag voor de hand. Nu is zijn Das Rheingold inmiddels uit: een kleine vergelijking met Rattle dan maar?

 

Rheingold konieczny alberich

Tomasz Konieczny als Alberich  © Wiener Staatsoper/Michael Poehn

De uitvoering onder Rattle wordt gedragen door de twee bas-baritons: Michael Volle (Wotan) en Tomasz Konieczny (Alberich). Vooral de laatste weet mij bijzonder te imponeren. Zijn stem is zo groot dat ik er bijna door omvergeblazen word en de manier waarop hij de slinkse sluwheid in zijn stem weet te leggen, is meer dan subliem. Met hem vergeleken is Peter Sidhom bij Van Zweden niet meer dan een ‘karakter’. Voortreffelijk gezongen, dat wel, maar het ontbreekt hem aan finesse.

Michael Volles stem heeft, ondanks een flinke portie aangename lyriek, ook iets dwingends. Echt een oppergod naar wie geluisterd moet worden. Daar kan Matthias Goerne zich niet aan meten. Hoewel ik zijn stem op zichzelf heel erg mooi vind, klinkt hij alsof hij net uit een oratoriumuitvoering is weggelopen.

De reuzen bij Rattle – Peter Rose (Fasolt) en Eric Halfvarson (Fafner) – zijn zo waanzinnig goed dat de bassen bij Van Zweden – de toch echt niet kleine jongens Kwangchul Youn en Stephen Milling – het tegen hen moeten afleggen.

Ik houd niet van Annette Dasch (Freia). Er is iets in haar timbre wat ik niet mooi vind, maar dat is persoonlijk en subjectief, en ligt dus aan mij. Anna Samuil bij Van Zweden vind ik qua klank mooier, maar geen van beiden is een Freia van mijn dromen.

Alleen Loge is bij Van Zweden veel beter bezet. Waar Burkhard Ulrich op de Rattle-opname niet echt aangenaam in mijn oren klinkt – een beetje schel, al past dat wellicht bij het karakter van Loge – daar laat Kim Begley horen dat een slinks karakter en goed zingen toch echt wel samen kunnen gaan.

Rattle laat het orkest licht en sprankelend spelen. Bovendien houdt hij de vaart erin. Van Zweden is veel langzamer en ‘breedsprakiger’, waardoor de uitvoering drama mist. De opname is daarbij veel te zacht. Dus al heb ik bij Rattle ook enkele bedenkingen: ik kies toch voor zijn versie.

Impressie van de repetitie door Rattle:

Traailer van de opname van van Zweden:

Richard Wagner
Das Rheingold

Michael Volle, Christian Van Horn, Benjamin Bruns, Burkhard Ulrich, Elisabeth Kulman, Annette Dasch, Janina Baechle, Tomasz Konieczny, Peter Rose, Eric Halfvarson e.a.
Symphonieorchester des Bayerichen Rundfuks olv Simon Rattle
BR Klassik 900133 • 143’

Matthias Goerne, Michelle de Young, Kim Begley, Peter Sidhom, Anna Samuil, Deborah Humble, Kwangchul Youn, Stepen Milling e.a.
Hong Kong Philharmonic Orchestra olv Jaap van Zweden
Naxos 8660374-75 • 153’