Audra_McDonald

Mahagonny uit de LA Opera is nog steeds de moeite waard

Tekst: Peter Franken

In maart stond Kurt Weils Mahagonny geprogrammeerd bij DNO maar de coronacrisis gooide roet in het eten. Voorlopig zal een uitvoering van deze productie uit Aix en Provence in regie van Ivo van Hove er wel niet van komen. Bij wijze van substituut belicht ik daarom een oude opname onder leiding van James Conlon. Het betreft de productie van John Doyle voor LA Opera in 2007, op dvd uitgebracht door EuroArts.

De opera Mahagonny heeft als voorloper het Mahagonny Songspiel, een concertante eenakter die in 1927 in première ging. Hieruit zijn de twee Engelstalige nummers afkomstig die ook buiten het werk grote bekendheid hebben gekregen: de ‘Benares Song’ en vooral de ‘Alabama Song’. In 1930 ging de ‘grote’ opera in première, afgezien van die twee songs geheel in het Duits op teksten van Berthold Brecht.

De productie in Los Angeles gebruikt Engels als voertaal en daarmee gaat veel van de sfeer verloren. Met name het topnummer ‘Denn wie man sich bettet, so liegt man‘ wordt in mijn beleving volledig onherkenbaar. Iedere liefhebber van Weil en Brecht kijkt uit naar de volgende tekst:
‘Meine Herren, meine Mutter prägte auf mich einst ein schlimmes Wort:
Ich würde enden im Schauhaus oder an einem noch schlimmern Ort.
Ja, so ein Wort, das ist leicht gesagt, aber ich sage euch: Daraus wird nichts!
Das könnt ihr nicht machen mit mir! Was aus mir noch wird, das werdet ihr schon sehen!
Ein Mensch ist kein Tier!
Denn wie man sich bettet, so liegt man, es deckt einen da keiner zu
Und wenn einer tritt, dann bin ich es, und wird einer getreten, dann bist’s du.

Audra McDonald heeft als operasopraan en toneelactrice geen enkele moeite met de vertolking van dit lied maar het doet me niets. De rauwe sfeer ontbreekt die de technisch onvolkomen interpretatie van Lotte Lenya kenmerkt. Net als de ‘Alabama Song’ moet ook dit nummer meer cabaretesk gebracht worden, vind ik. Denk aan Ute Lemper.

De decors van Mark Bailey en de kostuums van Ann Hould-Ward zijn inventief en goed verzorgd, ze sluiten uitstekend aan bij de inhoud van het stuk. Dat laatste geldt ook de casting van de voornaamste rollen. Zo wordt Fatty the Bookkeeper vertolkt door een zeer omvangrijke Robert Wörle en Trinity Moses door de zwaargewicht Donny Ray Albert.

Patti LuPone is op zich goed gecast als de Weduwe Begbick maar vertolkt de rol naar mijn smaak iets teveel als Norma Desmond in Sunset Boulevard. Haar bravoure is te gekunsteld, echte hardheid en sarcasme ontbreken. Hier was een ervaren Klytemnestra beter op haar plaats zijn geweest.

De tenor Anthony Dean Griffey is zeer goed op dreef als Jimmy Mahoney, hier Jimmy MacIntyre. Zijn vertolking van ‘When the sky turns brighter’ waarin hij de zon vraagt niet op te komen om zodoende de dag van zijn proces uit te stellen, is een hoogtepunt in Griffey’s optreden. Het nummer doet enigszins denken aan ‘E lucevan le stelle’ uit Tosca.

De hoer Jenny, hier alomtegenwoordig op het toneel, is in goede handen bij Audra McDonald. Ze is een absolute blikvanger, een effect dat nog wordt versterkt door haar ‘scanty costume’, en zet al haar acteertalent in om Jenny zoveel als mogelijk in de pas te laten lopen met wat men zich bij een ervaren professional in het Wilde Westen voorstelt. Maar betaalde liefde is geen liefde, ze laat Jim als een baksteen vallen en verklaart zich nader met ‘Meine Herren…. und wird einer getreten, dann bist’s du’.

Overigens is zij niet de enige. Jim heeft zich schuldig gemaakt aan de grootste misdaad die men in Mahagonny kan begaan: hij heeft geen geld en kan zijn whisky niet betalen. Daarvoor wordt hij ter dood veroordeeld, niemand springt voor hem in de bres.

Mahagonny is een politieke satire maar de inhoud is zo weinig eenduidig dat men er zeer verschillende interpretaties aan kan geven. De kritiek op de oppermacht van het geld in de maatschappij is echter duidelijk genoeg.

James Conlon heeft de muzikale leiding en is verantwoordelijk voor een muzikaal smetteloze vertolking van dit weinig gespeelde stuk, een opera die naar mijn smaak echter beter gespeeld kan worden als cabareteske musical. Alleen zo kan recht worden gedaan aan de tijd en sfeer waarin het stuk is ontstaan.

WONDERFUL TOWN

Wonderful town.jpg

Die Sir Simon Rattle toch! In 1999, tien jaar na het enorme succes van Porgy and Bess ‘he did it again’ en trakteerde ons op een absoluut meesterlijke uitvoering van Wonderful Town, een bijna vergeten musical van Leonard Bernstein.

Het kleine meesterwerkje ontstond in maar vier weken. Het verhaal over twee zusjes uit Ohio die het in New York gingen maken, is buitengewoon geestig en onderhoudend. Voor de tekst – naar een boek, toneelstuk en film My sister Eileen – tekenden Betty Comden en Adolph Green. De première in 1953 werd een enorm succes en de musical werd bekroond met maar liefst acht Tony Awards.

Kim Criswell (de intelligente Ruth) en Audra McDonald (de mooie Eileen) zingen hun rollen met overtuiging en weten hun karakters volledig tot leven te wekken. Beide zangeressen beschikken over schitterende stemmen: McDonald lief en romig, Criswell pittig en krachtig.

Thomas Hampson – als de cynische uitgever Robert Baker – zingt hier één van zijn mooiste rollen en Brent Barrett is werkelijk subliem als de mislukte voetbalspeler Wreck.

Rodney Gilfry, die hier drie verschillende rollen zingt, overtuigt alweer als één van de grootste zangers-acteurs van onze tijd.

Het is ook bijzonder prettig om Karl Daymond weer eens tegen te komen. Na zijn veelbelovende debuut in 1995 als Aeneas naast Maria Ewing als Dido (Dido and Aeneas van Purcell)  was het een beetje stil rond hem.

‘Conga’:


Leonard Bernstein
Wonderful Town
Kim Criswell, Audra McDonald, Thomas Hampson, Brent Barrett, Rodney Gilfry, Karl Daymond e.a.
Birmingham Contemporery Music Group olv Simon Rattle
Warner Classics: 5181752