Die Lustige Witwe en The Merry Widow


Witwe Gilfrey

De operette mag weer gezien en gehoord worden en zelfs in de deftigste opera huizen komt ze tegenwoordig op het repertoire voor. Vaak wordt er voor Die Lustige Witwe gekozen en niet zonder reden: dit is een prachtig werk, vol stervensmooie melodieën en geestige dialogen.

Helmuth Lohner, aanvankelijk een film- en toneelacteur en operettezanger legt zich de laatste jaren toe op het regisseren en dat doet hij voortreffelijk. Zijn uit 2004 daterende productie uit Zurich is zeer traditioneel, rijk aan kleuren en bewegingen, en zijn satirische karakterisering van de personages is zeer logisch.

Wel permitteert hij zich een kleine ‘aanpassing’: na het mannensextet ‘Wie die Weiber’ laat hij de  vrouwen een equivalent ervan zingen.

Aanvankelijk had ik een beetje moeite met de ietwat schrille Dagmar Schellenberg (Hanna), maar gaandeweg wordt zij alleen maar beter en revancheert zich met een perfect uitgevoerd Vilja-lied.

Rodney Gilfrey is een onweerstaanbaar charmante en sexy Danilo, Ute Gferer een kittige Valencienne en Piotr Beczala doet met zijn prachtige, lyrische tenor de goede oude tijden van een Kiepura herleven (Arthaus Music 100451)


Witwe Skovhus

Ja, het is in het Engels. So what? De ‘unvergessenliche süsse melodien’ klinken er niet minder mooi om. Deze productie van Franz Lehárs Die Lustige Witwe door de San Francisco Opera is gewoon wonderschoon.

The Merry Widow was in 2003 de laatste productie van Lotfi Mansouri, sinds meer dan veertig jaar het gezicht van de San Francisco Opera. Voor die gelegenheid werd een nieuwe Engelse vertaling van het libretto gemaakt, althans van de Franse versie ervan. Hierin speelt de laatste akte zich niet bij Hanna thuis, maar in het echte ‘Maxim’.

Mansouri ziet Hanna als een al wat rijpere vrouw, die gezongen dient te worden door een zangeres die Marschallin al heeft vertolkt. In dit concept past Yvonne Kenny, die hiermee haar roldebuut maakt, wonderwel. Ze beschikt over een schitterende charisma, haar stem is romig, fluwelig en betoverend.

Ook Bo Skovhus is een Danilo naar Mansouri’s hand: jeugdig en onweerstaanbaar aantrekkelijk. Zijn stem klinkt als een klok, hij is een begenadigd acteur en een voortreffelijke danser.

„Ik doe wat ik kan”, antwoordt hij op Hanna’s: „U danst goddelijk”. Nou, hij kan echt zeer veel en het verbaast me dus niet dat hij niet alleen dé Danilo maar ook één van de belangrijkste baritons van de laatste tien van de vorige en de eerste tien jaar van deze eeuw was geworden. De te zware rollen hebben zijn stem inmiddels een beetje aangetast maar hij blijft een belangrijke bühne-persoonlijkheid.

Angelika Kirschschlager en Gregory Turay excelleren als Valencienne en Camille, en ook de rest van de cast is voortreffelijk. Een wonderschone productie (Opus Arte OA 0836 D)

Kerst Operette-Gala’s uit Dresden

HEART’S DELIGHT. Piotr Beczała zingt operette

‘A Streetcar named desire’ twenty years after its premiere

Streetcar affiche

I had been playing with the idea of writing about modern American operas, because nowhere in the world is opera as alive as it is there. Romantic, minimalistic, dodecaphonic: something for everyone.

But ask the average opera lover (the diehards know Heggie, Barber and Menotti) to name an American opera composer: bet that they will not get beyond Philip Glass and John Adams. Why is that? Because we, Europeans, have a nose for American culture and feel superior in everything. That’s why.

September 1998 it was exactly twenty years ago that an important American opera had its premiere in San Francisco: A Streetcar named desire by André Previn, after the play by Tennesee Williams. I was there.

Streetcar scene

Elisabeth Futral (Stella), Rodney Gilfrey (Stanley) and Renée Fleming (Blanche) © Larry Merkle


Expectations were high. Tennesee Williams’ A Streetcar Named Desire is one of the best known and most important American plays. Its adaptation by Elia Kazan in 1951 not only earned the play worldwide recognition but also a real cult status; and the main characters – curiously enough except for Marlon Brando – were all rewarded with an Oscar.

Streetcar film

The play was made into a film twice more, without success.  Not surprisingly, there are few films – or dramas – so intensely linked to the actors’ names. Still, it was the ultimate dream of Lotfi Mansouri, the then boss of the San Francisco Opera, to turn ‘Streetcar’ into an opera. Leonard Bernstein was approached but showed no interest.

The choice eventually fell on André Previn, a choice that seemed a bit strange to some, after all he had never composed an opera before.

Philip Littel, an old hand in the trade, wrote the libretto. He was best known for The Dangerous Liaisons, an opera that premiered two years earlier with great success. Colin Graham was the director and for the leading roles, great singer-actors were cast.

The libretto closely follows the play  and does not shy away from even the most difficult details. Small cuts have been made and Littel allowed himself a small addition: the Mexican flower saleswoman with her sinister ‘Flores, flores para los muertos’ returns at the end of the third act, with a clear message for Blanche. To me this felt slightly superfluous.

The stage images resembled those from the film. The first scene already: mist, a little house with the stairs to the upstairs neighbours and Blanche, carrying her little suitcase, singing ‘They told me to take a streetcar named Desire…” A feast of recognition for the film lover.

You recognise fragments of Berg, Britten, Strauss and Puccini in the music, which is easy on the ears. The atmosphere is partly determined by strong jazz influences and you hear many trumpet and saxophone solos. Logical, after all, it takes place in New Orleans.

The opera is through-composed, but contains numerous arias: Stella and Mitch get one, there is a duet for Stella and Blanche, and Blanche herself is very richly endowed with solo’s.

All attendees speculated what notes Stanley would get to sing with his famous “Stelllllaaa!!!

None, as it turned out. Rodney Gilfrey (Stanley), just like Marlon Brando in the movie stood at the bottom of the stairs and shouted. And just like in the movie Stella came back. The next morning she woke up humming. And she responded to Blanche with a beautiful big aria “I can hardly stand it”.

Streetcar Stanley

Elisabeth Futral (Stella) and Rodney Gilfrey (Stanley) © Larry Merkle

Elisabeth Futral provided a true sensation in her role of Stella. Blessed with a brilliant, light, agile soprano, she sang the stars from the sky and was ovationally applauded by the press and the public.

Streetcar rode hemd

Stanley Kowalski’s role was Rodney Gilfrey’s own. He even did me, even if it had been forgotten Brando for a while. I don’t know how he did it, but he could sing and chew gum at the same time! He looked particularly attractive in both the torn white T-shirt and the “red silk pajamas”. Unfortunately Previn didn’t give him an aria to sing, which made him even more unsympathetic as a person.

Mitch was sung very sensitively by the then unknown tenor Anthony Dean Griffey, and Blanche…..  André Previn wrote the role especially for Renée Fleming and you could hear that. Sensational.

Meanwhile Fleming has added her large aria ‘I Want Magic’ to her repertoire and recorded it in the studio for the CD with the same name.



The opera was recorded live by DG and brought on the market in the series 20/21 (music of our time).


Streetar dvd

The opera has now become a classic and is performed in many opera houses in many countries, but the chance that you will ever see the opera in the Netherlands is virtually nil. Fortunately it was also recorded on DVD (Arthaus 100138). Not so long ago I have watched it again.

“Whoever you are – I have always depended on the kindness of strangers” sings Blanche Du Bois (Fleming), disappearing into the distance. She is led away by a psychiatrist, whom she sees as a worshipper.

Her words echo on, a trumpet plays in the distance, and strings take over the blues. The heat is palpable, the curtain falls and I look for a handkerchief. Before that I spent two and a half hours on the edge of my chair and even forgot the glass of whiskey I filled at the beginning of the opera.

People: buy the DVD and get carried away. It is without a doubt one of the best operas of the last twenty years.

Renée Fleming in conversation with André Previn about the opera:



The kindness of Strangers’ is also the title of a film about André Previn:


Translated with

In Dutch: André Previns ‘A Streetcar named desire’ twintig jaar na de première


Wonderful town.jpg

Die Sir Simon Rattle toch! In 1999, tien jaar na het enorme succes van Porgy and Bess ‘he did it again’ en trakteerde ons op een absoluut meesterlijke uitvoering van Wonderful Town, een bijna vergeten musical van Leonard Bernstein.

Het kleine meesterwerkje ontstond in maar vier weken. Het verhaal over twee zusjes uit Ohio die het in New York gingen maken, is buitengewoon geestig en onderhoudend. Voor de tekst – naar een boek, toneelstuk en film My sister Eileen – tekenden Betty Comden en Adolph Green. De première in 1953 werd een enorm succes en de musical werd bekroond met maar liefst acht Tony Awards.

Kim Criswell (de intelligente Ruth) en Audra McDonald (de mooie Eileen) zingen hun rollen met overtuiging en weten hun karakters volledig tot leven te wekken. Beide zangeressen beschikken over schitterende stemmen: McDonald lief en romig, Criswell pittig en krachtig.

Thomas Hampson – als de cynische uitgever Robert Baker – zingt hier één van zijn mooiste rollen en Brent Barrett is werkelijk subliem als de mislukte voetbalspeler Wreck.

Rodney Gilfry, die hier drie verschillende rollen zingt, overtuigt alweer als één van de grootste zangers-acteurs van onze tijd.

Het is ook bijzonder prettig om Karl Daymond weer eens tegen te komen. Na zijn veelbelovende debuut in 1995 als Aeneas naast Maria Ewing als Dido (Dido and Aeneas van Purcell)  was het een beetje stil rond hem.


Leonard Bernstein
Wonderful Town
Kim Criswell, Audra McDonald, Thomas Hampson, Brent Barrett, Rodney Gilfry, Karl Daymond e.a.
Birmingham Contemporery Music Group olv Simon Rattle
Warner Classics: 5181752