Jonas_Kaufmann

De onbekende Strauss: Le Bourgeois Gentilhomme

Tekst: Peter Franken

Deze opera is beter bekend onder de titel Ariadne auf Naxos. De oorspronkelijke versie van dit werk  ging op 25 oktober 1912 in première in Stuttgart. Hugo von Hofmannsthal had zich laten inspireren door Molières Le Bourgeois Gentilhomme uit 1670.

Dat is een combinatie van een toneelstuk en een ballet, waarvoor de muziek werd gecomponeerd door Jean-Baptiste Lully. In het stuk wordt de spot gedreven met de rijke burger die het gedrag en de levenswijze van de adel probeert te imiteren. Van Hofmannsthal kortte Molières stuk in tot het de lengte had die passend was voor een prelude bij een opera over ‘Ariadne auf Naxos’, de verlaten vrouw die ‘eine wüste Insel’ bewoont. In 1916 hebben Strauss en Von Hofmannsthal deze opzet overigens geheel laten varen en is er een gezongen proloog voor het toneelstuk in de plaats gekomen.

Strauss in London, June 1914 after receiving his honorary Doctorate from Oxford University

Ariadne auf Naxos gaat over een feestje ten huize van ‘de rijkste man van Wenen’, waarvoor een stukje muziek is besteld om de gasten te vermaken tussen het diner en een afsluitende vuurwerkshow. Dat stukje muziek is een opera seria getiteld Ariadne auf Naxos en de componist in kwestie kan van het uit te keren honorarium wel weer een halfjaar rondkomen. Wat hij onvoldoende beseft, is dat hij samen met de geleverde muzieknoten zijn artistieke vrijheid heeft verkocht. Dat wordt pijnlijk duidelijk als blijkt dat hij het toneel moet delen met een ‘vaudeville troupe’, omdat het anders te saai wordt.

Voor een burger die het tot edelman heeft geschopt, is het van belang dat hij doet zoals zijn ‘collega’s’ doen. Afgezien daarvan zal hij sowieso weinig belangstelling hebben voor serieuze muziek, laat staan een opera met een klassiek thema. Zijn leermeester in adellijke gebruiken, die in De bourgeois als edelman te zien is, zal wel geadviseerd hebben om een variétégezelschap in te huren, opdat zijn meester en diens gasten zich niet al te zeer zullen vervelen. In de proloog wordt duidelijk dat de Komponist, een onervaren talentvolle jongeman, een nogal treurig stuk heeft afgeleverd. Hij is in alle staten als duidelijk wordt dat er naast zijn opera Ariadne een dansmaskerade zal worden opgevoerd en gaat door het lint als vervolgens ook nog eens blijkt dat beide stukken gelijktijdig zullen plaatsvinden, zonder dat er meer tijd gaat verstrijken want om precies negen uur is er een vuurwerk besteld.

De centrale figuur in de vaudeville troupe is de zeer bewegelijke Zerbinetta die eigenlijk altijd zichzelf speelt. Zij schiet onmiddellijk in haar rol van blonde fee, strooit wat met feromonen en windt de Komponist geheel om haar vinger. Het klassieke beeld van de beauty en de nerd. De Musiklehrer scheurt de helft van de bladzijden uit de operapartituur. De toekijkende Tanzmeister doet ook een duit in het zakje: ‘Haal die aria’s van Bacchus maar weg, het is toch geen doen om de tenor al die tijd zulke hoge noten te laten zingen.’ Enige zelfspot was Strauss niet vreemd, al zou je soms willen dat hij zijn tenoren net zo vriendelijk had behandeld als zijn sopranen. Het lijkt wel of hij een hekel aan hen had, zeker als je de partij van Bacchus als voorbeeld neemt.

Als de opera echt begint neemt ook de strijd tussen de twee prima donna’s een aanvang. Ariadne is natuurlijk de echte, maar Strauss heeft haar een concurrente van formaat gegeven in de persoon van ‘streetsmart’ Zerbinetta. Ariadne die ligt te kwijnen op haar eiland, verlaten door Theseus, zingt de monoloog ‘Ein schönes war: hieß Theseus-Ariadne’ en vervolgens het topstuk ‘Es gibt ein Reich’. Daar kan Zerbinetta natuurlijk niet bij achterblijven. Haar coloratuuraria ‘Großmächtige Prinzessin’ is steevast een absolute showstopper.

In 2012 was het een eeuw geleden dat Ariadne auf Naxos in première ging. Voor de Salzburger Festspiele, waarvan Richard Strauss één van de oprichters was, aanleiding om dat jaar de oorspronkelijke versie van dit werk op het programma te nemen. Een interessant experiment waarvan de opname op dvd is uitgebracht door Sony.

Kijkend naar zijn eigen leven is het aannemelijk dat Von Hofmannsthal behalve Molières Le Bourgeois Gentilhomme nog een andere inspiratiebron heeft gehad: Ottonie von Degenfeld. Van deze weduwe was hij zozeer onder de indruk dat hij vier dagen na hun eerste ontmoeting in 1906 aan een vriend schreef: ‘Die ist unglaublich nett! So etwas liebes gutes und Freudenmachendes. Mit der möchte man gleich ein Jahr allein auf einer wüsten Insel leben und sich nur von Möveneiern nähren, es müßte doch nett sein.‘

Regisseur Sven-Eric Bechtolf heeft hierin aanleiding gezien om met een adaptatie van de oerversie van Ariadne auf Naxos uit 1912 te komen. We zien Hugo von Hofmannsthal met Ottonie in een toneelstuk over een toneelstuk gebaseerd op dat van Molière, waarin een opera zal worden opgevoerd over Ariadne. Noem het maar metatheater tot in het extreme doorgedreven.

Om plaats te bieden aan een nieuwe intrige rond Von Hofmannsthal en zijn ‘romantic interest’ is Molières bijdrage nog verder teruggebracht dan in 1912. Er is dus sprake van een geheel nieuwe versie van het oorspronkelijke stuk, waarin een toneel met ballet voorafgaat aan de opera.

In de toneelversie speelt de burgerman die zo graag van adel had willen zijn een belangrijke rol. Het is wel erg ‘theater van de lach’, maar wat dit personage – Monsieur Jourdain, vet geacteerd door Cornelius Obonya – te berde brengt, is bij vlagen wel aardig. Ertussendoor loopt Hugo met zijn weduwe. Hun dialogen (uit de koker van Bechtolf) doen naar hun spoedige exit verlangen. Het idee was aardig, de uitwerking in het geheel niet. Men had beter bij de 1912-versie kunnen blijven. Aan het einde van de prelude worden Zerbinetta en haar troupe ten tonele gevoerd; daar voorzag Molière natuurlijk niet in.

De opera verloopt vrijwel geheel conform de versie uit 1916, die gemeengoed is geworden, maar het duurt wel een kwartiertje langer. Die extra tijd komt hoofdzakelijk voor rekening van Zerbinetta, die haar ‘Großmächtige Prinzessin’ flink oprekt met een overdaad aan coloraturen. Ook heeft ze nog een extra scène met Ariadne, nadat Bacchus ten tonele is verschenen.

Verder is Monsieur Jourdain aanwezig bij de voorstelling en heeft daarop het nodige commentaar: ‘Ze (Ariadne) doet niets dan klagen, waar blijft Zerbinetta, waarom is er geen Waldhorn te horen?’

Al met al is het goed voorstelbaar dat Strauss heeft besloten tot een nieuwe versie zonder toneel. Niet alleen korter, maar ook een stuk onderhoudender. Toch is het aardig over een opname te kunnen beschikken die toont hoe het oorspronkelijke project er ongeveer heeft uitgezien. In dat opzicht valt het initiatief van Bechtolf te prijzen. Maar de komende eeuw mag het weer zoals altijd, wat mij betreft.

Elena Moșuc excelleert als Zerbinetta. Ze wordt niet geholpen door haar belachelijk ogende kostuum, maar vocaal is ze fenomenaal. Al die extra coloraturen zijn volledig aan haar besteed; ze is helemaal in haar element. Ook acterend weet ze overtuigend een vrouw neer te zetten die werkt als een plakstrip voor mannen, een echte feromonenbom.

Emily Magee als Ariadne zingt overdreven dramatisch en klinkt hier en daar wat schel. Ze oogt eerder als iemand die het leven op dat eiland beu is dan als een wanhopige, licht hysterische, verlaten vrouw. Adequaat, maar niet bijzonder. De vrouwelijke bijrollen zijn goed bezet, evenals de mannen uit Zerbinetta’s troupe.

Bacchus komt voor rekening van Jonas Kaufmann, die het beste maakt van een rol die bijna tegen de stem geschreven lijkt te zijn.

Zerbinetta heeft het over hem als ‘een nieuwe god die komt aansluipen als een panter’. Toepasselijk genoeg gaat hij in een gevlekt kostuum gekleed. Hij besluipt Ariadne en vlijt zich op haar schoot.

Een betrekkelijk klein ensemble afkomstig uit de Wiener Philharmoniker begeleidt het geheel. De leiding van Daniel Harding laat wat te wensen over. Hier en daar klinkt het rommelig en lijkt het orkest wat te zwalken. Geen sterk optreden. Al met al een interessante opname voor liefhebbers van Strauss die kennis willen nemen van de historie van Ariadne auf Naxos. Gaat het slechts om de zang, dan is Elena Moșuc de voornaamste reden om tot aanschaf over te gaan.

\ARIADNE AUF NAXOS: Glyndebourne 2013

Robert Carsens Tosca in Zürich

TEKST: PETER FRANKEN

Tosca 1907

Een van de eerste Tosca’s die ik in het theater zag was die van Robert Carsen in Antwerpen, januari 1992. De productie was onderdeel van zijn inmiddels legendarische Puccini reeks voor de Vlaamse Opera.

Complete opera, opgenomen in Antwerpen op 21 november 1991:

In 2009 maakte Carsen een nieuwe Tosca voor Opernhaus Zürich waarvan een opname op BluRay is uitgebracht.

De opera speelt zich zoals bekend af op drie locaties in Rome en wel gedurende de middag, avond en nacht van 17 en 18 juni 1800. Op 17 juni ontvangt Scarpia het bericht van Napoleons nederlaag in de slag bij Marengo. Kort daarna wordt dit gecorrigeerd, Napoleon heeft alsnog de overwinning behaald en de volgende 14 jaar zal Rome onder Franse overheersing komen te staan.

Napoleon was al eerder met zijn troepen in Rome geweest en had in 1796 aldaar een republiek ingesteld.

Die werd bestuurd door zeven consuls waaronder Liborio Angelucci die vermoedelijk model heeft gestaan voor het personage Angelotti. Maar toen de Fransen zich in september 1799 terugtrokken werd de stad bezet door troepen van het Koninkrijk Napels. Vandaar dat in de opera wordt gesproken over de koningin die Cavaradossi wellicht op Tosca’s verzoek gratie zou kunnen verlenen.

Tosca Giraldoni+as+Scarpia
de eerste Scarpia: Eugenio Giraldoni

Scarpia is een type zoals Fouché in Parijs, hoofd van de geheime politie en een overlever die ongetwijfeld al voor die republikeinse periode de bloedhond van het pauselijk gezag is geweest. De overige personages zijn bijkomende theatercreaties, een diva en een kunstschilder. Die heb je nodig voor een liefdesaffaire. De waaier van markiezin Attavanti is te vergelijken met het zakdoekje in Otello, dat wordt door Scarpia letterlijk zo aangegeven. Bij de pathologisch jaloerse Tosca werkt dat als een trein.

Carsen heeft de handeling op ingehouden wijze gemoderniseerd. Het tijdsbeeld is dat van een politiestaat ergens midden 20e eeuw. Om Thomas Hampson als Scarpia wat dreigender te maken heeft men hem het uiterlijk gegeven van een Fernando Rey lookalike, heel effectief. Hij weet zijn rol overtuigend te vertolken, goede zang en acterend als een gewetenloze eenling die volledig door macht is gecorrumpeerd.

Vroeger waren stoelen op het toneel zo ongeveer Carsens handelsmerk. In de kerk maakt hij dankbaar gebruik van de mogelijkheid er een flink aantal neer te zetten, old habits… Verder is alles zeer sober, bakstenen muren, een kapel achter een houten schot. Ook het schilderij van Maria Magdalena is tamelijk basaal en duikt later op in Scarpia’s vertrek. Hij vernielt het met een groot mes en laat het raamwerk op de grond kletteren. Het mes blijft daar liggen en Tosca kiest daarom juist die plek uit om zich door haar kwelgeest te laten nemen. Zodoende komt dat grote mes niet zomaar uit de lucht vallen, mooie oplossing.

Cavaradossi wordt prima gezongen door Jonas Kaufmann. Acterend worden er door Carsen geen al te hoge eisen aan hem gesteld en dat is maar goed ook. Anders is dat bij Emily Magee die vrij spel krijgt om alle facetten van Tosca’s onstuimige karakter de vrije loop te laten. Ze is onevenwichtig en onzeker ondanks haar grote reputatie als zangeres, ziet overal rivalen in de liefde. Als ze Cavaradossi in bescherming wil nemen acteert ze als een tijgerin om vervolgens als een ballon leeg te lopen wanneer dit niet helpt.

Haar ‘Vissi d’arte’ is een klaagzang aan haar god en haar schutspatroon Maria. Ze heeft hen zoveel geschonken, zeg maar verwend en is dit wrede lot nu haar beloning? Het is bijna het equivalent van Jezus’ klacht aan het kruis. Magee maakt er echt iets moois van, schitterend gezongen ook.

Paolo Carignani heeft de muzikale leiding.

Alle voorstelling foto’s © Suzanne Schwiertz.

Giulietta e Romeo van Zandonai: te mooi om te vergeten

francesca-zandonai

Riccardo Zandonai werd ooit beschouwd als dé opvolger van Puccini. Hij schreef een kleine dertiental opera’s, waarvan eigenlijk alleen Conchita (1911), Francesca da Rimini (1914) en Giulietta e Romeo (1921) ooit zeer succesvol waren.

Heden worden ze nog maar zelden opgevoerd en de doorsnee operaliefhebber komt niet verder dan Francesca da Rimini. Jammer, want de werken van de leerling van Mascagni en wellicht de laatste der veristen zijn een puur genot om naar te luisteren.


Romeo Zandonai

De mij enige bekende complete opname van Giulietta e Romeo (GOP 66352) werd in 1955 in Milaan gemaakt. De hoofdrollen werden gezongen door Annamaria Rovere, een prima sopraan met een voor die tijd typisch stemgeluid, en de mij lichtelijk irriterende Angelo Lo Forese. Vanwege de opera zelf, maar ook vanwege de fenomenale Renato Capecchi als Tebaldo een absolute must voor een operaliefhebber.

Een aria uit de opera staat ook op de ‘Verismo’ cd van Jonas Kaufmann:

Jonas Kaufmann zingt Ekkehard. En hoe!

Ekkehard

Ekkehard, in 1878 gecomponeerd door de Duitse Bohemer Johann Joseph Abert is totaal vergeten. Terecht? Na drie keer beluisteren kan ik volmondig ‘ja’ zeggen. Deze mix van een Marschner en een Smetana vind ik gewoon niets.

 Niet dat het niet leuk is. De ouverture is veelbelovend, jammer genoeg gebeurt daarna, muzikaal dan, weinig opwindends. Aan het orkest ligt het niet, die is voortreffelijk, maar zelfs de beste dirigent ter wereld kan er moeilijk iets van brouwen. Ekkehard is een monnik. Hij is verliefd op Hadwig. Zij ook op hem, maar dat is ook Praxedis, Haddwigs vertrouwelinge. En dan is er ook nog de graaf van Montfort die ook op Hadwig verliefd is. Het is mijn kopje thee niet, maar voor een ieder die van de Duitse ‘voor-Wagneriaanse’ romantiek houdt is die opera een ‘gefundenes fressen’.

De opname is al meer dan 20 jaar oud en dat het weer in de schappen ligt hebben wij, denk ik, aan de vertolker van de hoofdrol te danken, de toen nog totaal onbekende Jonas Kaufmann. En, mijn God, wat was zijn stem toen mooi! Lyrisch tot en met en met veel belofte voor later. Iets wat hij ruimschoots heeft ingevuld.

Nyla van Ingen is een mooie, warm getimbreerde Hadwig en in één van de kleine rollen komen we zelfs een jonge Gerhaher tegen.


Johann Joseph Abert
Ekkehard
Jonas Kaufmann, Nyla Van Ingen, Susanne Kelling, Christian Gerhaher, Henryk Böhm, Mihoko Fujimura, Alfred Reiter, Jorg Hempel
SWR Rundfunkorchester Kaiserslautern olv Peter Falk
Capriccio C5392

La forza del destino: discografie

Forza poster

La Forza del Destino (De macht van het noodlot) gaat over – hoe raad u het? – de macht van het noodlot. En over de gewroken eer.

Alvaro, Peruaanse prins van een Inca afkomst reist incognito door Spanje om eerherstel van zijn ter dood gebrachte ouders te bewerkstelligen. Onderweg wordt hij verliefd op een dochter uit een welgestelde adellijke familie, de liefde is wederzijds, maar de kans om te kunnen trouwen nihil: zie hier de ultieme liefdesdrama. De geliefden besluiten te vluchten en vanaf hier neemt noodlot het heft in handen en bezorgt ons een onwaarschijnlijke reis door tijd en plaatsen.

Daar er niets gebeurt zonder reden, hier de belangrijkste: dankzij het ietwat warrige, maar o zo mooie drama heeft Verdi ons leven verrijkt met één van de mooiste opera’s ooit, met onvergetelijke aria’s en duetten en dé ouverture. En dan te bedenken dat het voorspel er aanvankelijk niet in zat!

Bij de première in 1862 in Sint Petersburg werd de opera nog vooraf gegaan door een korte prelude. Pas zeven jaar later, toen Verdi de opera nog eens ter hand heeft genomen, verving hij de prelude door de ons overbekende ouverture.

Petersburg 1995

Forza Gergiev

Van de eerste, Petersburgse versie bestaat een zeer goede uitvoering: de door Valeri Gergiev gedirigeerde en met de sterzangers van het Mariinski Theater bezette opname uit 1995. Deze opname is een absolute must. Niet alleen omdat het om de oorspronkelijke versie gaat, maar ook omdat de uitvoering weergaloos is.

Gergiev dirigeert zeer ferm en de drama is zinderend. Gegam Grigorian is een fenomenale Alvaro, voor mij is hij zonder meer één van de allerbeste vertolkers van die rol.

Galina Gorchakova overtuigt als een verscheurde Leonora en Nikolai Putilin is een prima Carlo. De opname is waarschijnlijk moeilijk verkrijgbaar, maar u kunt het in zijn geheel beluisteren op Spotify.


 

Richard Tucker

Forza Tucker solo

Richard Tucker als Alvaro © Sedge LeBlang/Opera News Archives

De Amerikaanse tenor was één van de beste Alvaro’s in de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw. Als je goed naar zijn opnamen luistert dan weet je meteen waarom: Tucker beschikte over een grote, goed gevoerde en sterk resonerende spinto-tenor, met warme en emotionerende ondertonen. Hij heeft de rol vaak gezongen en daar bestaan een paar opnamen van.

.

In 1954 zong hij de rol tegenover Leonora van Maria Callas. Hoe ik ook mijn best niet doe: van haar Leonora word ik niet echt warm. Sterker, zij irriteert mij. Maar toegegeven, haar ‘La Vergine degli Angeli’ klinkt prachtig, iets wat ik voornamelijk op conto van de ongekend ontroerend dirigerende Tulio Serafin schrijf.

Terug naar Tucker: luister even naar ‘Solenne in quest’ora‘, het duet tussen Alvaro en Carlo (schitterende Carlo Tagliabue):

wedden dat je de hele wereld vergeet? (Warner 5646340002)


 

 Forza Gre

Zes jaar later, in 1960 zong Richard Tucker de rol van Alvaro in Buenos Aires. Zijn grote aria ‘La vita è inferno’ klinkt nog indrukwekkender dan bij Serafin. Wie hier niet geroerd door raakt, heeft geen hart. Zo denkt ook het Argentijnse publiek er zeer hoorbaar over en trakteert hem op een enorm applaus.

Zijn Leonora is niemand minder dan onze eigen Gré Brouwenstein. Het is heel erg jammer dat de kwaliteit van de opname veel te wensen overlaat, want wat Brouwenstein hier laat horen is op zijn minst bijzonder.

Aldo Protti is een niet helemaal overtuigende Carlo, maar Mignon Dunn is een meer dan spannende Preziosilla. Fernando Previtali dirigeert zeer behoedzaam (Archipel WLCD 0310)

Forza Price Tucker

We schuiven nog eens vijf jaar vooruit. In 1965 mocht Tucker zijn Alvaro in de studio van RCA opnemen. In die opname klinkt hij iets minder betrokken dan in Buenos Aires, geen wonder, live is immers live. Hij klinkt ook milder, alsof hij heeft besloten in zijn lot te berusten. Wat eigenlijk ook zo was.

Leonora werd onvoorstelbaar prachtig gezongen door Leontyne Price en Robert Merrill (Carlo) geeft een openbare masterclass in het ‘Verdi-zingen’.

Robert Merrill zingt ‘Morir! Tremenda cosa!’

Tel daarbij een speelse en sexy Preziosilla van Shirley Verett en uw avondje ‘Noodlot’ kan niet meer stuk.

Thomas Schippers dirigeert voortreffelijk (ooit RCA, tegenwoordig waarschijnlijk Briljant Classics).


Plácido Domingo

Forza Arroyo

In de opname uit Buenos Aires uit 1972 komen we Fernando Previtali weer eens tegen. Twaalf jaar later nam hij de tempi iets sneller, waardoor in ieder geval de ouverture wat prettiger klonk. Leonore werd gezongen door de Amerikaanse Martina Arroyo, een prachtige donker gekleurde sopraan.

Forza Domingo 1972

Plácido Domingo als Alvaro, 1972

De rol van Alvaro markeerde het Argentijnse debuut van Plàcido Domingo en dat is de voornaamste reden voor het beluisteren van deze zeer slecht klinkende opname (Arkadia HP 612.3). Wat u hoort is een jonge, krachtige stem, misschien een tikkeltje te onstuimig maar o zo verschrikkelijk mooi!


FOrza Price Domingo Levine

In 1976 werd de opera door de toenmalige RCA opgenomen, met in de hoofdrollen, naast Plácido Domingo en een fenomenale Leontyne Price (Leonora) een niet minder spectaculaire Sherrill Milnes als Carlo. Domingo en Milnes waren een “match made in heaven”: hun stemmen kleurden mooi bij elkaar en ze wisten elkaar te stimuleren.

Domingo en Milnes zingen ‘Solenne in quest’ora’ in een recital in 1983, Levine dirigeert:

Bonaldo Giaiotti was al bij Previtali in Buenos Aires een zeer goede Fra Guardiano, maar hier kun je pas zijn geweldige stem naar waarde schatten. Vergeet ook Preziosilla van Fiorenza Cossotto en de spannende directie van Levine niet!


Forza Freni

Tien jaar later mocht Domingo zijn Alvaro nog een keer in de studio herhalen, nu onder leiding van Riccardo Muti en deze opname mag in uw verzameling beslist niet ontbreken. Er zijn weinig dirigenten die Verdi zo op de huid weten te dirigeren, zeker tegenwoordig.

Mirella Freni is een niet echt idiomatische Leonora, maar zij zingt ontegenzeggelijk mooi, zoals altijd eigenlijk.

Domingo klinkt hier volwassener, edeler, meer ‘prinswaardig’, zeg maar, maar dat naïef-jeugdige, dat is hij hier een beetje kwijt. Giorgio Zancanaro is een mooie Carlo, maar zelf had ik graag wat meer expressie gehoord. Met Sesto Bruscantini is de rol van Fra Melitone grappiger dan het eigenlijk de bedoeling was, denk ik (ooit EMI)

DVD

Napels 1958

Forza Tebaldi dvd

En op dvd? Hier kan ik heel erg duidelijk over zijn: koop de opname uit Napels 1958 (Hardy Classics HCD 4002). Never mind de fletse zwart-wit beelden en de slechte mono-geluid: deze opname moet u hebben!

Het begin alleen al: pam! Pam! Pam! Die staat! Francesco Molinari Pradelli kent zijn vak. Wat zich erna ontpopt is een wereld die allang niet meer bestaat, een wereld vol volmaakte (opera)magie.

Bij haar eerste aria al, ‘Me pellegrina ed orfana’ laat Renata Tebaldi je met je mond open en ogen vol tranen achter. Wakker geschud worden we pas als haar minnaar in de gedaante van Franco Corelli via het balkondeur haar kamer en onze harten binnenloopt.

Kijk: met deze Alvaro zou ik zelfs naar de hel kunnen lopen, mocht de hel bestaan. Dat je onderweg de duivel zelf in de gedaante van Ettore Bastianini (Carlo) tegenkomt maakt de feest alleen maar compleet.

Hieronder zingt Tebaldi ‘La vergine degli angeli’:

Alle duivels! Dat, dames en heren, dat heet zingen. Daar neem je de boordkartonnen decors en de – helaas – vele coupures voor lief.

München 2015

Forza Kaufmann

Arme zangers. Tegenwoordig moeten ze voornamelijk mooi zijn en zich naar de wensen van de regisseur schikken. Mochten ze nog kunnen zingen dan is dat meegenomen, noodzakelijk is het niet.

Nu moet ik eerlijkheidshalve zeggen dat regisseurs vaak hun best doen om het zingen zo goed mogelijk te belemmeren. Zo’n regisseur is de Oostenrijkse Martin Kušej. In München 2015 maakte hij van ‘La Forza del destino’ een soort psychologische familiedrama aan tafel (te veel naar Tcherniakov gekeken?), gelardeerd met religieus fanatisme.

Het kan dus aan de regie liggen dat Jonas Kaufmann (Alvaro) sterk onder zijn niveau presteert.

Anja Harteros zingt onwaarschijnlijk prachtig, maar om er van te kunnen genieten moet men de ogen dicht doen (Sony 8875160649))

 

En, omdat ik het voornamelijk over de ‘heren’ heb gehad: als uitsmijter mijn geliefde uitvoering  van ‘La Vergine degli angeli’ door Leyla Gencer:

Eva-Maria Westbroek en haar Sieglinde’s

eva-met

Eva-Maria Westbroek als Sieglinde in de MET ©Ken Howard

AIX-EN-PROVENCE 2007

eva-aix

In juli 2007 ging in Aix-en-Provence Die Walküre in première, een bijzondere gebeurtenis. Het was niet alleen Simon Rattles (en Aix’) eerste Ring, het markeerde ook een werkelijk sensationeel debuut van ‘onze’ Eva-Maria Westbroek op het festival.

De productie van Stéphane Braunschweig was zeer vernuftig, met veel glas en staal. En toch brak hij nergens met de traditie. Wotan (een prachtige, zeer humane en breekbare Willard White) was vanaf de eerste scène een toeschouwer die de boel letterlijk in de gaten hield en aan het begin van de tweede akte een potje Stratego met zijn ‘pionnen’ speelde.

De jonge Mikhail Petrenko (Hunding) vertoonde een sterke gelijkenis met Poetin, waardoor zijn rol nog een extra grimmig karakter kreeg.

Na een ferm begin hield Rattle het orkest soepel en licht. De mooi door Robert Gambill gezongen ‘Winterstürme’ kreeg er een bijna belcantesk karakter door, en het daaropvolgende liefdesduet klonk als vanzelfsprekend onschuldig.

eva-gambil

Eva-Maria Westbroek en Robert Gambill

Westbroeks stem – stralend, volumineus en toch zeer lyrisch – kent duizenden nuances, waarmee ze alle gevoelens van haar personage (liefde, verdriet, vreugde, onschuld en verlangen) een andere kleur geeft (BelAir BAC 034).

BAYREUTH 2009

 

eva-bayreuth

In 2009 heeft Opus Arte de complete Ring van Christian Thielemann in Bayreuth opgenomen en een jaar later op cd’s uitgebracht (OA CD900B D). Daar was ik bijzonder gelukkig mee. Het geluid was prachtig en de bezetting fenomenaal, met in Die Walküre Eva-Maria Westbroek als Sieglinde en Endrik Wottrich als Siegmund.

eva-in-bayreuth

Endrik Wottrich en Eva-Maria Westbroek ©Enrico Nawrath

Gelukkig bracht Opus Arte de productie uit op cd’s, want uit de recensies, berichten en fragmenten begreep ik dat de productie totaal mislukt was. Het was zelfs zo slecht dat het publiek te moe was om boe te roepen.


Nu waren de omstandigheden ook niet optimaal. Lars von Trier gaf de opdracht om de Ring te regisseren op het laatste moment terug, zodat de klus in handen van Tankred Dorst belandde. En Dorst is een vermaard toneelschrijver en geen operaregisseur.

Kan iemand mij dus vertellen waarom Opus Arte Die Walküre in 2010 alsnog op dvd heeft opgenomen (OA 1045 D)? Albert Dohmen (Wotan) en Linda Watson (Brünnhilde) zijn goed en Thielemann dirigeert prachtig, maar een jaar eerder waren ze ook van de partij. Edith Haller is van Helmwige naar Sieglinde gepromoveerd en daar heb ik mijn bedenkingen bij. Johan Botha (Siegmund) is een kwestie van smaak.

FRANKFURT 2010

eva-frank

Frank van Aken en Eva-Maria Westbroek in de MET ©Ken Howard

Op 28 april 2012 zongen twee Nederlanders de sterren van de hemel in Die Walküre in de New Yorkse Metropolitan Opera. Aan de zijde van zijn vrouw Eva-Maria Westbroek maakte Frank van Aken als lastminutevervanger zijn onverwachte debuut bij het beroemde operahuis.

Wie naar BBC 3 luisterde, kon het meemaken (nee, NTR was er niet bij). Er is ook geen opname van gemaakt al heb ik alle vertrouwen in de piraten.

Walküre Frankfurt Ohms

Het was niet de eerste keer dat het echtpaar Westbroek/Van Aken als Siegmund en Sieglinde optrad. In 2010 vertolkten ze de rollen met enorme bijval in Frankfurt. Oehms (OC 936) nam de voorstelling live op en daar mogen we heel erg blij mee zijn. Niet alleen omdat onze sterzangers eindelijk op cd werden vereeuwigd – en dan ook nog eens samen – maar ook omdat er werkelijk fantastisch in wordt gemusiceerd en gezongen.

eva-walkure-frankfurt-monikarittershaus1

Eva-Maria Westbroek en Frank van Aken ©Monika Rittershaus

Susan Bullock was een werkelijk onweerstaanbare Brünhilde en Terje Stensvold een imponerende Hunding. Groot aandeel in het succes had ook dirigent Sebastian Weigle.


 

NEW YORK 2013

eva-dvd-met

Westbroek was ook van de partij in de nieuwe productie van de Ring bij de Metropolitan Opera (die met ‘the machine’). Haar Siegmund werd weergaloos gezongen door Jonas Kaufmann en Deborah Voight was een stralende Brünnhilde.

eva-jonas

Jonas Kaufmann en Eva-Maria Westbroek © Ken Howard

Westbroek zingt ‘Du bist der Lenz’:

Robert Lepage was de regisseur en als zodanig ook verantwoordelijk voor de machine die af en toe haperde. Er gebeurden ook (bijna) ongelukken – gelukkig allemaal met een goede afloop. Maar stel je voor… De productie won de ‘classical Grammy’ in de categorie opera. Terecht? Daarover zijn de meningen verdeeld.

Plácido Domingo interviewt Westbroek en Kaufmann:

 

Voor meer Eva-Maria Westbroek zie ook:

LADY MACBETH OF MTSENSK. Discografie.

Eva-Maria Westbroek als LA FANCIULLA DEL WEST: Frankfurt 2013

Eva-Maria Westbroek en Bernard Haitink: Mozart en Wagner

EVA-MARIA WESTBROEK, MARIS JANSONS en het Koninklijk Concertgebouworkest

LA FORZA DEL DESTINO bij De Nationale Opera in Amsterdam

JONAS KAUFMANN & EVA-MARIA WESTBROEK. Holland Festival 2017

Cecilia: muziek die door de ziel snijdt

cecilia

Er zijn van die opera’s waar je niet zo goed raad mee weet. Je vindt het mooi, goddelijk mooi zelfs en je raakt tot in het diepst van je ziel door ontroerd, zonder ook maar één woord van te hebben verstaan. Blijkbaar weet de componist een gevoelige snaar bij je te raken, want luisterend hoop je alleen maar dat de hemelse muziek nooit meer gaat ophouden.

Hemels is wellicht ook de beste woord waarmee je Cecilia van Licinio Refice (1883 – 1954), een opera die het meeste weg heeft van een mysteriespel, kan beschrijven.
Daar ben ik niet ongevoelig voor. Opgegroeid als Joods meisje in het sterk katholieke Polen was ik mij als kind al bewust dat al die wonderen voor mij onbereikbaar en daardoor buitengewoon spannend en aantrekkelijk waren.

cecilia-heilig

 De heilige Cecilia kennen wij als de patrones van de (kerk)muziek, wat, volgens veel hagiografiekenners op een misverstand berust. Wat we van haar weten, komt voornamelijk uit de Legenda aurea van Jacopo da Voragine, een in de dertiende eeuw geschreven naslagwerk over het leven der heiligen. Dat boek vormde het uitgangspunt voor de opera van Refice, die in het gewone leven behalve componist en dirigent ook priester was.

 De legende (en het libretto) in het kort: de bloedmooie Cecilia ging als maagd de martelaarsdood tegemoet, maar niet voordat zij haar echtgenoot Vergilio (die zij nooit de facto tot man heeft gemaakt) en zijn broer Tiburzio tot het ware geloof heeft overgehaald. Beide heren valt hetzelfde lot ten deel als Cecilia (onthoofding), waarbij Cecilia eerst nog gemarteld wordt, iets wat ze wonderlijk weet te doorstaan.

De première in 1934 in Rome was een ongekend succes en de opera werd meer dan duizend keer opgevoerd tot het nuchtere het van de mysterieuze overnam.

Cecilia is in haar muzikale taal onbeschaamd veristisch, met tot in het maximum opgevoerd sentiment. Men hoort er flarden Butterfly in, maar de opzwepende akkoorden en de in noten gevangen geuren van rozen en lelies doen mij het meest aan Zandonai denken en zijn Francesca da Rimini. Men proeft ook de sfeer van Byzantium, die uit La Fiamma van Respighi. Ik vind het heel erg mooi en ik kan me er totaal in verliezen.

Tot voor kort kende ik de opera alleen maar uit twee verkorte opnamen, één met Renata Scotto en één met Renata Tebaldi, en van twee aria’s, gezongen door Claudia Muzzio.

Hieronder Renata Scotto zingt ‘Per amore di Gesù’:

De, in 2013 in het kathedraal van Monte Carlo live opgenomen uitvoering is, voor zo ver ik weet de eerste complete commerciële opname van het werk en het spijt mij om te zeggen dat de uitvoering niet meer dan bevredigend is.

cecilia-denia

Denia Mazzolla Gavazzeni

Denia Mazzolla Gavazzeni is sinds jaren de grootste pleitbezorgster van de obscure en weinig bekende veristische opera’s en alleen al daarvoor verdient zij de grootste lof. Zij is nooit de beste operazangeres ter wereld geweest, er zat altijd een rafeltje aan haar stem en haar hoogte kon wel eens onaangenaam metalig klinken. Maar dat alles kon (en kan!) ik haar vergeven. Ze wist zich altijd met haar rollen te identificeren en haar vertolkingen konden bij vlagen verschroeiend zijn.

Dat is nog steeds het geval, maar nu haar stem aan frisheid heeft ingeboet weet haar Cecilia mij niet zo goed van haar onaardse schoonheid te overtuigen. Voor de hemelse klanken die Refice voor Cecilia heeft gecomponeerd wilde hij iemand met `God in zijn keel` hebben. Dat mis ik.

Giuseppe Veneziano is een fatsoenlijke Valeriano, Corrado Cappitta overtuigd in zijn dubbelrol van Tiburzio en Amachio en Serena Pasquini klinkt engelachtig genoeg voor de door God’s Engel gezongen ‘L’annunzio’.
Iedereen doet werkelijk zijn best, het is alleen niet voldoende voor de topuitvoering, wat ook aan de zeer prozaïsche en down to earth directie van Marco Fracassi kan liggen.

Hieronder Claudia Muzio in twee scènes uit Cecilia: de proloog ‘Per amor di Gesu’, opgenomen in 1934:

en de sterfscène van Cecilia, ‘Grazie, sorelle’, uit 1935

Dat Refice nog niet helemaal vergeten is, ligt aan ‘Ombra di Nube’ (Schaduw van de wolken) een liedje dat nog steeds gezongen en opgenomen wordt, o.a. door Jonas Kaufmann:

En hier nogmaals Claudia Muzzio, voor wie Refice het lied heeft gecomponeerd.
Hier hoor je wat Refice met zangeres met `God in haar keel`, bedoelde, een zangeres die zijn diepe geloof gestalte kon geven en je kon doen geloven dat de “donkere wolken vanzelf verdwijnen, waardoor het leven weer mooi wordt”

Licinio Refice
Cecilia
Denia Mazzola Gavazzeni, Giuseppe Veneziano, Corrado Cappitta, Serena Pasquini e.a.
Orchestra Filharmonica Italiana; Coro La Camerata di Cremona onder leiding van Marco Fracassi
Bongiovanni GB 2472/73-2