Leontyne_Price

VAImusic, oftewel Sesam open u!

VAImusic

VAI (Video Artist International) werd uit puur idealisme en liefhebberij in 1988 door Ernie Gilbert opgericht. Het was zijn bedoeling om interessante concerten als ook opera- en balletvoorstellingen op video uit te brengen.

VAI Promo Image bnd

Allereerst kwamen balletfilms van Rusland uit, met o.a. Maya Plisetskaya, één van de allergrootste ballerina’s aller tijden.

Hieronder Maya Plisetskaya in een fragment uit de tweede acte van ‘De Zwanenmeer’:

De catalogus werd al gauw verrijkt met voorstellingen met Roedolf Nureyev en Margot Fonteyn, voor een balletliefhebber namen om van te likkebaarden.

VAI Lucia

Als eerste opera’s werden Lucia di Lammermoor (met Anna Moffo en Lajos Kozma) en The Medium van Giancarlo Menotti uitgebracht, gevolgd door Tosca met Tebaldi en drie titels met Beverly Sills, de ongekroonde Amerikaanse koningin van de belcanto.

Hieronder Beverly Sills in de laatste scène uit Roberto Devereux van Donizetti:

Voor de vele fans van operasterren is VAI een echte sesam, vol onvolprezen schatten, want hoe kom je anders aan de complete opera’s met Corelli, Kraus, Caballé, Bergonzi of Tagliavini? Of recitals van Scotto, Eleanor Steber, John Vickers of Leontyne Price, om maar een paar te noemen?

VAI L. Price

Van die laatste is een jaar of tien geleden een zeer aantrekkelijke DVD verschenen met de complete derde acte uit Aida, in 1958 opgenomen door de Canadese televisie, plus een recital uit 1982 met aria’s uit o.a. Cosi fan tutte en Madama Butterfly. Met als bonus een drietal aria’s  uit Il Trovatore, Aida en La Forza del Destino, afkomstig uit haar optredens in de legendarische ‘Bell Telephone Hour’ uit de jaren 1963-67 (VAI 4268).

Leontyne Price zingt ‘O patria mia’:

De catalogus van VAI beperkt zich echter niet tot opera en ballet alleen, maar vermeldt ook recitals en concerten van vele beroemde instrumentalisten en dirigenten, waaronder Oistrach, Menuhin, Barbirolli, Munch, Martha Argerich, Arturo Benedetti Michalengeli, William Kapell, Joseph Hoffman… Van Arthur Rubinstein werd een DVD uitgebracht met recitals uit 1950 en 1956, met een keur aan werken van Chopin, en de (verkorte) Rhapsody on a Theme of Paganini van Rachmaninoff (VAI 4275).

Vaimusic trailer:

 

ARAM KHACHATOURIAN

VAI Khachatourian

Buitengewoon fascinerend is de, op het Hollywood Film Festival als de beste documentaire bekroonde film van Peter Rosen over de Armeense componist Aram Khachatourian. Het begint met diens begrafenis, om daarna, in chronologische volgorde en in de eerste persoon, het leven te schetsen van een man, wiens geschiedenis parallel liep met die van de Sovjet Unie. Het bevat unieke archiefbeelden in zwart-wit, adembenemende filmbeelden van de Armeense landschappen, interessante interviews, fragmenten van zijn balletten, en als bonus de complete uitvoering van zijn celloconcert door Mstislav Rostropovitsj (VAI 4298)

Hieronder: Mstislav Rostropovitsj speelt het celloconcerto van Khachatourian

 

GIANCARLO MENOTTI: THE CONSUL

VAI Consul

Voor de meeste Nederlanders is hij niet meer dan een vaag bekende naam. Zijn opera’s zijn hier nooit populair geweest en de uitvoeringen ervan zijn op de vingers van één hand te tellen. Jammer eigenlijk, want niet alleen is zijn muziek buitengewoon mooi (men denke aan de combinatie van Mascagni met Britten), ook de onderwerpen die hij in zijn (zelfgeschreven) libretti aankaart zijn maatschappelijk betrokken en snijden actuele onderwerpen aan.

Een krantenartikel van 12 februari 1947 over de zelfmoord van een Poolse emigrante wier visum voor de VS was afgewezen werd door Menotti, die zich het lot van zijn Joodse vrienden in Oostenrijk en Duitsland nog goed herinnerde (ook zijn eigen partner, de componist Samuel Barber was Joods), gebruikt voor zijn eerste avondvullende opera. Het onderwerp heeft – helaas – niets aan zijn actualiteit verloren en The Consul is en blijft een aangrijpende opera die je door je ziel snijdt.

In 1960 werd het geproduceerd voor de televisie, en die registratie is door VAI (4266) op DVD uitgebracht. In zwart-wit, zonder ondertitels (niet schrikken, er wordt zeer duidelijk gezongen) en buitengewoon dramatisch in beeld gebracht door Jean Dalrymple.

Hieronder Patricia Neway zingt ‘To This We’ve Come’:

Advertenties

GIUSEPPE VERDI: LA FORZA DEL DESTINO

Forza poster

La Forza del Destino (De macht van het noodlot) gaat over – hoe raad u het? – de macht van het noodlot. En over de gewroken eer.

Alvaro, Peruaanse prins van een Inca afkomst reist incognito door Spanje om eerherstel van zijn ter dood gebrachte ouders te bewerkstelligen. Onderweg wordt hij verliefd op een dochter uit een welgestelde adellijke familie, de liefde is wederzijds, maar de kans om te kunnen trouwen nihil: zie hier de ultieme liefdesdrama. De geliefden besluiten te vluchten en vanaf hier neemt noodlot het heft in handen en bezorgt ons een onwaarschijnlijke reis door tijd en plaatsen.

Daar er niets gebeurt zonder reden, hier de belangrijkste: dankzij het ietwat warrige, maar o zo mooie drama heeft Verdi ons leven verrijkt met één van de mooiste opera’s ooit, met onvergetelijke aria’s en duetten en dé ouverture. En dan te bedenken dat het voorspel er aanvankelijk niet in zat!

Bij de première in 1862 in Sint Petersburg werd de opera nog vooraf gegaan door een korte prelude. Pas zeven jaar later, toen Verdi de opera nog eens ter hand heeft genomen, verving hij de prelude door de ons overbekende ouverture.

 

Petersburg 1995

Forza Gergiev

Van de eerste, Petersburgse versie bestaat een zeer goede uitvoering: de door Valeri Gergiev gedirigeerde en met de sterzangers van het Mariinski Theater bezette opname uit 1995. Deze opname is een absolute must. Niet alleen omdat het om de oorspronkelijke versie gaat, maar ook omdat de uitvoering weergaloos is.

Gergiev dirigeert zeer ferm en de drama is zinderend. Gegam Grigorian is een fenomenale Alvaro, voor mij is hij zonder meer één van de allerbeste vertolkers van die rol.

Galina Gorchakova overtuigt als een verscheurde Leonora en Nikolai Putilin is een prima Carlo. De opname is waarschijnlijk moeilijk verkrijgbaar, maar u kunt het in zijn geheel beluisteren op Spotify.


 

Richard Tucker

Forza Tucker solo

Richard Tucker als Alvaro © Sedge LeBlang/Opera News Archives


De Amerikaanse tenor was één van de beste Alvaro’s in de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw. Als je goed naar zijn opnamen luistert dan weet je meteen waarom: Tucker beschikte over een grote, goed gevoerde en sterk resonerende spinto-tenor, met warme en emotionerende ondertonen. Hij heeft de rol vaak gezongen en daar bestaan een paar opnamen van.

 

.

In 1954 zong hij de rol tegenover Leonora van Maria Callas. Hoe ik ook mijn best niet doe: van haar Leonora word ik niet echt warm. Sterker, zij irriteert mij. Maar toegegeven, haar ‘La Vergine degli Angeli’ klinkt prachtig, iets wat ik voornamelijk op conto van de ongekend ontroerend dirigerende Tulio Serafin schrijf.

Terug naar Tucker: luister even naar ‘Solenne in quest’ora‘, het duet tussen Alvaro en Carlo (schitterende Carlo Tagliabue):

 

wedden dat je de hele wereld vergeet? (Warner 5646340002)


 

 Forza Gre

Zes jaar later, in 1960 zong Richard Tucker de rol van Alvaro in Buenos Aires. Zijn grote aria ‘La vita è inferno’ klinkt nog indrukwekkender dan bij Serafin. Wie hier niet geroerd door raakt, heeft geen hart. Zo denkt ook het Argentijnse publiek er zeer hoorbaar over en trakteert hem op een enorm applaus.

Zijn Leonora is niemand minder dan onze eigen Gré Brouwenstein. Het is heel erg jammer dat de kwaliteit van de opname veel te wensen overlaat, want wat Brouwenstein hier laat horen is op zijn minst bijzonder.

Aldo Protti is een niet helemaal overtuigende Carlo, maar Mignon Dunn is een meer dan spannende Preziosilla. Fernando Previtali dirigeert zeer behoedzaam (Archipel WLCD 0310)

Forza Price Tucker

We schuiven nog eens vijf jaar vooruit. In 1965 mocht Tucker zijn Alvaro in de studio van RCA opnemen. In die opname klinkt hij iets minder betrokken dan in Buenos Aires, geen wonder, live is immers live. Hij klinkt ook milder, alsof hij heeft besloten in zijn lot te berusten. Wat eigenlijk ook zo was.

Leonora werd onvoorstelbaar prachtig gezongen door Leontyne Price en Robert Merrill (Carlo) geeft een openbare masterclass in het ‘Verdi-zingen’.

Robert Merrill zingt ‘Morir! Tremenda cosa!’

Tel daarbij een speelse en sexy Preziosilla van Shirley Verett en uw avondje ‘Noodlot’ kan niet meer stuk.

Thomas Schippers dirigeert voortreffelijk (ooit RCA, tegenwoordig waarschijnlijk Briljant Classics).


 

 

Plácido Domingo

Forza Arroyo

In de opname uit Buenos Aires uit 1972 komen we Fernando Previtali weer eens tegen. Twaalf jaar later nam hij de tempi iets sneller, waardoor in ieder geval de ouverture wat prettiger klonk. Leonore werd gezongen door de Amerikaanse Martina Arroyo, een prachtige donker gekleurde sopraan.

 

Forza Domingo 1972

Plácido Domingo als Alvaro, 1972

De rol van Alvaro markeerde het Argentijnse debuut van Plàcido Domingo en dat is de voornaamste reden voor het beluisteren van deze zeer slecht klinkende opname (Arkadia HP 612.3). Wat u hoort is een jonge, krachtige stem, misschien een tikkeltje te onstuimig maar o zo verschrikkelijk mooi!


 

FOrza Price Domingo Levine

In 1976 werd de opera door de toenmalige RCA opgenomen, met in de hoofdrollen, naast Plácido Domingo en een fenomenale Leontyne Price (Leonora) een niet minder spectaculaire Sherrill Milnes als Carlo. Domingo en Milnes waren een “match made in heaven”: hun stemmen kleurden mooi bij elkaar en ze wisten elkaar te stimuleren.

Domingo en Milnes zingen ‘Solenne in quest’ora’ in een recital in 1983, Levine dirigeert:

Bonaldo Giaiotti was al bij Previtali in Buenos Aires een zeer goede Fra Guardiano, maar hier kun je pas zijn geweldige stem naar waarde schatten. Vergeet ook Preziosilla van Fiorenza Cossotto en de spannende directie van Levine niet!


 

Forza Freni

Tien jaar later mocht Domingo zijn Alvaro nog een keer in de studio herhalen, nu onder leiding van Riccardo Muti en deze opname mag in uw verzameling beslist niet ontbreken. Er zijn weinig dirigenten die Verdi zo op de huid weten te dirigeren, zeker tegenwoordig.

Mirella Freni is een niet echt idiomatische Leonora, maar zij zingt ontegenzeggelijk mooi, zoals altijd eigenlijk.

Domingo klinkt hier volwassener, edeler, meer ‘prinswaardig’, zeg maar, maar dat naïef-jeugdige, dat is hij hier een beetje kwijt. Giorgio Zancanaro is een mooie Carlo, maar zelf had ik graag wat meer expressie gehoord. Met Sesto Bruscantini is de rol van Fra Melitone grappiger dan het eigenlijk de bedoeling was, denk ik (ooit EMI)

DVD

Napels 1958

Forza Tebaldi dvd

En op dvd? Hier kan ik heel erg duidelijk over zijn: koop de opname uit Napels 1958 (Hardy Classics HCD 4002). Never mind de fletse zwart-wit beelden en de slechte mono-geluid: deze opname moet u hebben!

Het begin alleen al: pam! Pam! Pam! Die staat! Francesco Molinari Pradelli kent zijn vak. Wat zich erna ontpopt is een wereld die allang niet meer bestaat, een wereld vol volmaakte (opera)magie.

Bij haar eerste aria al, ‘Me pellegrina ed orfana’ laat Renata Tebaldi je met je mond open en ogen vol tranen achter.

Wakker geschud worden we pas als haar minnaar in de gedaante van Franco Corelli via het balkondeur haar kamer en onze harten binnenloopt.

Kijk: met deze Alvaro zou ik zelfs naar de hel kunnen lopen, mocht de hel bestaan. Dat je onderweg de duivel zelf in de gedaante van Ettore Bastianini (Carlo) tegenkomt maakt de feest alleen maar compleet.

Alle duivels! Dat, dames en heren, dat heet zingen. Daar neem je de boordkartonnen decors en de – helaas – vele coupures voor lief.

München 2015

 

Forza Kaufmann

Arme zangers. Tegenwoordig moeten ze voornamelijk mooi zijn en zich naar de wensen van de regisseur schikken. Mochten ze nog kunnen zingen dan is dat meegenomen, noodzakelijk is het niet.

Nu moet ik eerlijkheidshalve zeggen dat regisseurs vaak hun best doen om het zingen zo goed mogelijk te belemmeren. Zo’n regisseur is de Oostenrijkse Martin Kušej. In München 2015 maakte hij van ‘La Forza del destino’ een soort psychologische familiedrama aan tafel (te veel naar Tcherniakov gekeken?), gelardeerd met religieus fanatisme.

Het kan dus aan de regie liggen dat Jonas Kaufmann (Alvaro) sterk onder zijn niveau presteert.

Anja Harteros zingt onwaarschijnlijk prachtig, maar om er van te kunnen genieten moet men de ogen dicht doen (Sony 8875160649))

 

En, omdat ik het voornamelijk over de ‘heren’ heb gehad: als uitsmijter mijn geliefde uitvoering  van ‘La Vergine degli angeli’ door Leyla Gencer:

IL TROVATORE. Discografie

trovatore

In oktober 2015 heeft de Nationale Opera in Amsterdam eindelijk Il Trovatore van Verdi op de planken gebracht. De, toch één van de grootste hits uit het Italiaanse operarepertoire, werd jarenlang daarvoor schromelijk verwaarloosd. Waar het aan ligt?

In ieder geval niet (alleen) aan het libretto. Goed, het is een beetje warrig en niet echt makkelijk om te ensceneren. Zeker met een “conceptuele updating” is de kans groot dat je er helemaal niets van snapt. Ik denk dan ook dat de opera het meeste gebaat is bij een rechttoe rechtaan enscenering, die alle valkuilen van ‘pittoreske zigeunerkampen’ weet te omzeilen. Maar wat je misschien nog wel meer nodig hebt – en dat is wat Trovatore zo lastig maakt – zijn vier of eigenlijk vijf kanonnen van stemmen, gepokt en gemazeld in het ‘Verdi-fach’.

Vaak krijg ik het verwijt dat ik in mijn besprekingen belangrijke zangers vergeet. Men mist Maria Callas. Of Cristina Deutekom. Beiden komen nu wel aan bod. Verder heb ik me deze keer beperkt tot cd-opnamen van 1951-1976. De enige dvd die ik noem, dateert uit 1978.

CATERINA MANCINI, 1951

trovatore-mancini

Heeft u ooit van Catarina Mancini gehoord? De in 1924 geboren sopraan had een echte “voce Verdiane”: haar prachtige hoogte en zuivere coloraturen combineerde zij met een dramatiek waar zelfs La Divina jaloers op kon worden. Zo klinkt ook haar Leonora in de opname uit 1951 Rome (Warner Fonit 2564661890). Buitengewoon. Haar Manrico werd gezongen door de zeer heroïsch klinkende (toen al bijna 60-jarige) Giacomo Lauri-Volpi en Luna door een zeer charismatische Carlo Tagliabue. Miriam Pirazzini (Azucena) completeerde de onder Fernando Previtali zeer indrukwekkend gedirigeerde geheel.

Hieronder de eerste akte van de opera:

 

 

LEONTYNE PRICE en FRANCO CORELLI, 1961

trovatore-price-corelli

Met hun live voor Sony opgenomen optreden in 1961 maakten zowel Leontyne Price als Franco Corelli hun debuut bij de Metropolitan Opera. Corelli is voor mij, naast Del Monaco en Domingo, de beste Manrico ooit. Zeer masculien en zeer sexy, daar kun je als vrouw amper weerstand tegen bieden.

Mario Sereni en Irene Dalis zijn zeer adeqeuaat als respectievelijk Luna en Azucena en het is een grote vreugde om in de kleine rol van Inez niemand minder dan Teresa Stratas te ontdekken. En Charles Anthony als Ruiz mogen we niet vergeten (Sony 88697910062).

Hieronder een fragment van deze opname:

 

LEONTYNE PRICE en PLÁCIDO DOMINGO, 1970

trovatore-price-d

De 19 jaar later voor RCA gemaakte opname laat een rijpere Price horen, maar haar geluid is Een negen jaar later voor RCA opgenomen Trovatore laat een rijpere Leontyne Price horen, maar haar geluid is nog steeds dat van een opgewonden tiener, met zowat de meest perfecte Verdiaanse ‘morbidezza’. Haar ‘D’amor sull’ali rosee’ lijkt net een gebedje, om te huilen zo mooi.

Deze Trovatore was de allereerste opera die Plácido Domingo, toen 28 (!), in de studio opnam. Fiorenza Cossotto schittert als Azucena, maar wat de opname echt onontbeerlijk maakt, althans voor mij, is één van de verrukkelijkste Luna’s ooit: Sherrill Milnes (88883729262).

Hieronder Price, Domingo en Milnes in ‘E deggio e posso crederlo’:

 

LEYLA GENCER, 1957

trovatore-gen

Ik denk niet dat ik u Leyla Gencer moet voorstellen. De Turkse diva geniet een cultus die alleen met die van Olivero en Callas is te vergelijken. Haar soepele, ronde en heldere stem – met pianissimi waarmee ze zich met Montserrat Caballé kon meten – maakten haar buitengewoon geschikt voor opera’s van Verdi. Haar Leonora is gewoon volmaakt: mooier krijgt u het niet.

Ik denk ook niet dat er ooit een betere, mooiere en indrukwekkender Luna is geweest dan Ettore Bastianini. Del Monaco is verder een zeer macho Manrico. Zijn stralende hoogte in ‘Di quella pira’ vergoedt zijn soms weinig genuanceerde interpretatie.

Fedora Barbieri imponeert als Azucena en Plinio Cabassi is een Ferrando om te zoenen. De opname is gemaakt in Milaan in 1957 (Myto 00127).

 

 

MARIA CALLAS, 1956

trovatore-callasc

 

Een probleem in de door Herbert von Karajan in 1956 zeer spannend gedirigeerde opname heet Giuseppe di Stefano. Mooi is hij wel, maar voor Manrico ontbreekt het hem aan kracht.

Fedora Barbieri komt hier nog beter tot haar recht dan op de Myto opname, wat onder andere aan de veel betere geluidskwaliteit kan liggen. Rolando Panerai is een solide Luna, maar van zijn “Il balen” word ik warm noch koud, zeker met Bastianini en Milnes in mijn oren.

En Maria Callas? Callas blijft Callas. Overdramatisch. Haar Leonora is allesbehalve een verliefde puber. Haar ‘D’amor sull’ali rosee’ is meer dan prachtig, volmaakt bijna, maar het laat mij volstrekt koud (Warner 5099964077321).

Hieronder Callas in ‘D’amor sull’ali rosee’:

 

GRÉ BROUWENSTIJN, 1953

trovatore-gre

Het is bijna niet te geloven, maar er waren tijden dat zelfs een opera als Il Trovatore bezet kon worden met louter Nederlandse zangers. Die hoor je ook allemaal in het door Osteria (OS-1001)  in het Amsterdamse Schouwburg in 1953 live opgenomen voorstelling.

De Azucena van Annie Delorie valt mij een beetje tegen, maar de mij onbekende Gerard Holthaus (is er iemand die mij iets meer over hem kan vertellen?) is een verrassend mooie Luna.

Gré Brouwenstijn is zonder meer fantastisch als Leonora. En toch… haar ‘Tacea la notte placida’ dringt niet echt door tot mijn ziel. Mario Cordone behoorde helaas niet tot de allerbeste dirigenten ter wereld en dat is jammer: soms krijg ik het gevoel dat hij een belemmering is voor de zangers.

CRISTINA DEUTEKOM, 1976

trovatore-deut

Geef mij maar Cristina Deutekom! In de opname uit 1976 (Gala GL 100.536) weet zij mij volkomen te overtuigen en tot diep in mijn hart door te dringen. In tegenstelling tot Callas die in alles wat zij zingt gewoon Callas blijft, is zij Leonora. Met haar vederlichte coloraturen klinkt zij precies zoals ik mij een Leonora voorstel: een jong, verliefd meisje met sterke neiging tot overdrijven. Dat laatste in het beste betekenis van het woord.

Ook Jan Derksen is een Luna om rekening mee te houden en stiekem vind ik hem misschien nog beter dan Bastianini en Milnes. Zijn “Il balen” behoort tot de beste versies van de aria die ik ooit gehoord had.

Carolyne James is een okay Azucena, maar de reden dat de opname niet mijn absolute nummer één is komt door de zeer lullig (sorry!) klinkende Juan Lloveras (Manrico).

Hieronder Cristina Deutekom en Lloveras in ‘Miserere’:

RAINA KABAIVANSKA, 1978

trovatore-dvd

Il trovatore was één van de lievelingsopera’s van Von Karajan. In 1962 regisseerde hij een serie voorstellingen in Salzburg, die in 1978 in Wenen werden overgenomen en op de televisie werden uitgezonden. Het is een zeer ouderwetse en statische voorstelling, met realistische decors en kostuums.

De buiten Italië verschrikkelijk ondergewaardeerde Raina Kabaivanska zet een Leonora van vlees en bloed neer: haar stem is donker, met een ouderwets vibrato en een duidelijk gevoerde frasering.

Domingo was een last minute invaller voor de kwaad weggelopen Bonisolli. Voor zijn verrukkelijke, met stralende topnoten gezongen ‘Ah si, ben  mio’ werd hij door het publiek beloond met een minutenlang opendoekje.

Cossotto’s Azucena is inmiddels legendarisch geworden: als geen andere zangeres heeft ze een stempel op die rol gedrukt (Arthouse Music 107117)

Hieronder Domingo, Kabaivanska, Cappuccilli en Cossotto in ‘Prima che d’ altri vivere’:

DI QUELLA PIRA

trovatore-di

Voor wie niet genoeg kan krijgen van ‘Di quella pira’: Bongiovanni (GB 1051-2) heeft een cd uitgebracht met maar liefst 34 uitvoeringen van de tenorhit, opgenomen tussen 1903 (Julian Biel) en 1956 (Mario Filipeschi).

Lauri-Volpi, hier in een opname uit 1923 (!), laat een stralende en lang aangehouden hoge c horen. Hij wordt echter overtroffen door Aureliano Pertile: wat een klank!

Helge Rosvaenge is teleurstellend mat, maar de uit 1926 stammende opname van Richard Tauber (in het Duits) is een heerlijke curiosum (ja, hij kan het!).

Jan Kiepura kan maar niet genoeg krijgen van trillers en last ze overal in, maar wat een rinkelend geluid heeft hij! Zelfs Gigli waagt zich eraan: iets wat hij beter kon laten. De mooiste van allemaal vind ik Jussi Björling uit 1939.

20 Tenors sing Di quella pira High C

 

 

GIGLIOLA FRAZZONI

Als toetje krijgt u van mij ‘Prima che d’altri vivere’, gezongen door Gigliola Frazzoni (één van de beste Minnie’s in La fanciulla del West) en  Giacomo Lauri Volpi (Manrico), opgenomen in Amsterdam, op 16 oktober 1954. Rolando Panerai is Luna, Marijke van der Lugt zingt Ines en het Amsterdamse Omroeporkest (?) staat onder leiding van Arture Basile.