Boeiende Akhnaten in de serie Live from the Met

Tekst: Peter Franken

akhnaten3

© Karen Almond / Met Opera

In 2016 ging bij ENO een nieuwe productie van Akhnaten in première in een enscenering van Phelim McDermott, die na enige omzwervingen in 2019 de Metropolitan Opera wist te bereiken en recent in de bioscoop te zien was in de serie Live from The Met.

Akhnaten is Glass’ derde opera na Einstein on the beach en Satyagraha. Met dit werk is Glass  geëvolueerd tot postminimalist. Harmonie en melodie spelen in vergelijking met die eerdere werken een grotere rol, wat Akhnaten een meer herkenbaar operakarakter geeft. Daar komt bij dat hij een compleet symfonisch orkest gebruikt – weliswaar zonder violen, maar wel met alle andere strijkers – waardoor een vol klinkende begeleiding mogelijk wordt.

Akhnaten is gebaseerd op een historische figuur, de Egyptische farao die beter bekend is onder de naam Echnaton. Van deze heerser bestond tot voor kort een betrekkelijk romantisch beeld. Hij zou een utopist zijn geweest die in de veertiende eeuw voor onze jaartelling een geheel nieuw begin had proberen te maken op politiek, cultureel, maatschappelijk en religieus gebied. Echnaton verplaatste de hoofdstad van Thebe (aan de Nijl) naar een enige honderden kilometers noordelijk daarvan gelegen plek (nabij het huidige Minia) waar in korte tijd een compleet nieuwe stad uit de grond werd gestampt.

De overblijfselen van dit Tell el Amarna spreken zeer tot de verbeelding, maar zijn objectief gezien een bezoek nauwelijks waard. Echnatons opvolgers hebben er alles aan gedaan om zijn herinnering uit te wissen.

Glass schreef zijn opera in een tijd dat dit romantische beeld nog opgeld deed. Vandaag de dag ziet men Echnaton meer als een farao die een politieke strijd voerde met de heersende priesterklasse rond de god Amon. Door daar de zonnegod Aton tegenover te stellen probeerde hij dit blok aan zijn politieke been kwijt te raken. Neveneffect was het begin van een cultus rond Aton, die later op last van de farao tot de enig ware god geproclameerd werd. Hiermee deed religieuze onderdrukking vermoedelijk voor het eerst in de geschiedenis van de mens zijn intrede.

Akhnaten-foto-Karen-Almond-Met-Opera-768x580

© Karen Almond / Met Opera

Akhnaten laat de regeerperiode van Echnaton zien in een aantal losse scènes, beginnend met de begrafenis van zijn voorganger Amenhotep III. In een volgende scène kondigt de nieuwe farao in aanwezigheid van zijn vrouw, de beroemde Nefertiti, en zijn moeder Tye het begin van een nieuw tijdperk aan. Vervolgens wordt de sluiting van de tempel van Amon uitgebeeld en daarna de inhuldiging van de nieuwe stad. We maken een sprongetje in de tijd (de totale regeerperiode van Echnaton bedroeg slechts zeventien jaar) en zien de koninklijke familie in isolement, vervreemd van de onderdanen. Na een opstand wordt de farao gedood en zijn familie verdreven.

Om de gang van zaken een beetje begrijpelijk te maken, is het personage Amenhotep als verteller ingezet. Deze draagt in het Engels teksten voor die zijn ontleend aan originele documenten uit de betreffende periode. Voor het overige gebruikt het werk de oude talen Egyptisch, Akkadisch en bijbels-Hebreeuws.

akhnaten-break-1600x685_

© Karen Almond / Met Opera

McDermott’s productie bleek een groot opgezet geheel met talloze figuranten waaronder een twaalftal jongleurs die eindeloos met ballen in de weer waren. Alleen in de tweede akte hadden ze een functie in de handeling toen ze jonglerend met kegels als het ware betrokken werden bij de implementatie van Akhnatens revolutie. Zeer veel aandacht voor de kostuums, veel Egyptische accenten zonder in etnografische flauwekul te belanden.

Counter tenor Anthony Roth Costanzo gaf een prachtige vertolking van de gedoemde Akhnaten, de farao die door zijn opvolgers als het ware uit de geschiedenis is gewist maar via een omweg middels de ontdekking van het graf van zijn zoon Toetanchamon een revival beleefde. Zijn belangrijkste moment kwam in de vierde scène van de tweede akte, waar hij de hymne aan de god Aton ten gehore bracht. Anders dan de overige zangteksten was de taal hier die van het publiek: Engels. Deze originele tekst van Echnaton is het kernpunt van de gehele geschiedenis en het hoogtepunt van de opera.

Akhnateng-jnai-bridges-slide-5PND-mobileMasterAt3x

In her dressing room at the Metropolitan Opera, the mezzo-soprano J’Nai Bridges adds the finishing touch to her first costume for her role as Nefertiti in Philip Glass’s 1983 opera “Akhnaten.”Credit…Matthew Novak

Zijn vrouw, de beroemde Nefertiti, was in handen van J’Nai Bridges. Feitelijk komen alleen de farao en de verteller solo aan het woord, de rest zingt in kleine koortjes. Individuele prestaties zijn daardoor lastig te beoordelen.

Akhnaten James

© Karen Almond / Met Opera

Het personage Amenhotep kwam voor rekening van de acteur Zachary James, een boomlange man die behalve opera ook de spreekrol van Lurch in The Adams Family op zijn cv heeft staan. Na de moord op zijn zoon nam hij diens lichaam in zijn armen bij het uitspreken van zijn afsluitende tekst, een mooi moment.

De muzikale leiding was in de zekere handen van Karen Kamensek, een Glass specialist.

Plácido Domingo en Puccini: een match made in heaven?

Puccini DomingoSoms denk ik wel eens dat Plácido Domingo de reïncarnatie is van Puccini. Niet omdat ze zo op elkaar lijken (al hebben ze op de foto’s wel dezelfde uitstraling), maar vanwege de muziek. Die lijkt geschapen te zijn voor Domingo’s timbre. Het is alsof Puccini componeerde met Domingo’s stem in het hoofd.

En toch (of misschien juist daarom): in geen ander repertoire kan je zo goed horen of een rol hem wel of niet ligt. Hij is nooit een memorabele Rodolfo geweest en zijn Pinkerton mocht geen naam hebben. Zelfs als Calaf was hij, ondanks de geweldige prestaties, niet echt roldekkend. Hij was te vriendelijk, te aardig, te menselijk.

TOSCA

Afbeeldingsresultaat voor Domingo Puccini"

Zijn allereerste Cavaradossi zong Domingo op 30 september 1961 en sindsdien heeft hij van Tosca meer uitvoeringen gezongen dan van welke andere opera ook. Over geen andere rol heeft hij zo diep nagedacht. Hij heeft de schilder zelfs meer eigenschappen toegedicht dan er, mijns inziens, in zitten.

Zelf vind ik Cavarodossi’s flirt met de revolutie niet meer dan een gril, maar Domingo neemt het bloedserieus en ziet zichzelf niet alleen als de minnaar maar ook als vrijheidsstrijder. Vanaf het begin weet hij dat de executie daadwerkelijk plaats gaat vinden, waardoor hij ook nog eens toneelstuk voor zijn geliefde Floria opvoert. Zeer humaan en zeer ontroerend.

tosca Nilsson

Zijn eerste Tosca in de Metropolitan Opera zong hij in 1969. Het was niet gepland: hij viel op het laatste moment in voor de zieke Sándor Kónya. Birgit Nilsson was Tosca. In haar memoires heeft ze opgeschreven dat ze zijn acteren ‘superb’ vond en zijn zingen ‘gorgeous’.

Het was inderdaad een memorabele voorstelling, niet in de laatste plaats vanwege de ‘schreeuw’ van Nilsson.

Tosca Scotto

Van de studio-opnamen zijn mij twee zeer dierbaar. Op Warner Classics (5665042) zingt Renata Scotto alle door Puccini voorgeschreven noten (daar nemen haar collega’s het niet altijd zo nauw mee) en Renato Bruson is zeer ‘hoffelijk gevaarlijk’ als Scarpia.


Tosca Price

RCA (88697448122) heeft één van de beste Scarpia’s ooit geregistreerd: Sherrill Milnes. Ik heb hem ooit live in de rol gehoord, dat was een belevenis! Leontyne Price is een zwoele Tosca.


Tosca Kabaivanska

Op dvd vind ik de Decca-verfilming (0434909) verreweg de meest indrukkwekkende. Het werd in 1976 gedraaid op locatie, wat toen nog niet echt gebruikelijk was. Nou ja, locatie… In het Palazzo Farnese was toen de Franse Ambassade gevestigd, waardoor er niet in gefilmd mocht worden.

Milnes was wederom van de partij en de hoofdrol werd zeer gekweld gezongen door Raina Kabaivanska.

Domingo is om te huilen zo mooi, maar wat de film nog dat beetje extra geeft, is de piepkleine rol van het herdertje. Die wordt namelijk gezongen door Plácido junior, toen 10 jaar oud.

MANON LESCAUT

Manon Domingo

Een andere Puccini-rol die voor mij helemaal des Domingo’s is, is Des Grieux in Manon Lescaut. Van deze opera met Domingo bestaan dan ook waanzinnig veel opnamen, zowel studio als live. Niet allemaal zijn ze de moeite waard en in de meeste gevallen ligt het aan vertolkster van de titelrol. Het is niets nieuws: had een platenmaatschappij een nieuwe ‘ster’, dan moest hij/zij alles opnemen wat op te nemen viel. Met veelal desastreuze gevolgen.

Manon Domingo Olivero

In 1970 heeft Domingo Manon Lescaut in Verona gezongen, met Magda Olivero in de titelrol. Best bizar als je bedenkt dat Olivero haar professionele debuut acht jaar voordat Domingo geboren werd maakte. En toch: haar uitbeelding van de jonge heldin is volkomen overtuigend. Sterker nog, daar kunnen de meeste van haar collega’s nog steeds niet aan tippen! Mijn exemplaar werd uitgebracht op Foyer, maar inmiddels bestaan er uitgaven in betere geluidskwaliteit.


Manpn Domingo Scotto

In 1980 werd de opera op tv uitgezonden. Die opname is nu ook op dvd beschikbaar. Geloof mij: beter bestaat niet. Scotto zingt en acteert Manon zoals geen ander eerder heeft gedaan en met Domingo samen zorgt zij voor een avondje ouderwets huilen. De zeer realistische, natuurgetrouwe en zeer spannende regie van Menotti kan gewoon niet mooier. Een MUST (DG 0734241).

IL TABARRO

Tabarro-Melodram-Crader

Luigi in De Mantel was ook een rol naar Domingo’s hart. Prachtig is zijn opname uit 1968 bij de New York City Opera, gedirigeerd door Julius Rudel (Melodram 17048) met als Giorgietta Jeannine Crader, een geweldige zangeres die nooit in Europa is doorgebroken.

Il Tabarro

Op dvd bestaat een mooie Zefirelli-productie uit New York, opgenomen in 1994. Giorgietta wordt gezongen door Teresa Stratas. Jammer genoeg is het gekoppeld aan Pagliacci met Pavarotti, met wederom Stratas in de hoofdrollen. Niet echt mijn ‘kopje thee’ (DG0734024).

Hieronder een curiosum: een duet uit Il Tabarro met Domingo en Beverly Sills uit 1967

EDGAR

Puccini Edgar

Er zijn op zijn minst twee goede redenen om de in 2006 opgenomen Edgar (DG 4776102) een warm welkom te heten: het is de allereerste studio-opname van het werk en het is voor het eerst dat Domingo die rol, de enige die nog ontbrak in zijn Puccini-discografie, heeft gezongen..

Nooit heb ik begrepen waarom de opera zo ongeliefd was. Muzikaal ligt het in het verlengde van Verdi, maar men hoort al flarden van de ‘echte’ Puccini: een vage belofte van Manon Lescaut, een studie op La Bohème en vingeroefeningen voor Turandot.

In Adriana Damato en Marianne Cornetti mogen wij een nieuwe generatie fenomenale zangeressen verwelkomen en Domingo is zoals altijd zeer muzikaal en betrokken.


LA FANCIULLA DEL WEST

La Faciulla Dominfgo Neblett cd

De allerbeste is voor mij een DG-registratie (4748402) uit 1978, met een ondergewaardeerde Carol Neblett als een zeer felle Minnie. Domingo is een smachtende en verrassend lyrische Johnson en Sherrill Milnes klinkt alsof hij in een echte western was beland.


La Fanciulla Domingo Zam[ieri dvd

Op dvd zijn er twee opnamen verschenen die de moeite waard zijn. Eén met Mara Zampieri en Juan Pons (Opus Arte OA LS3004 D) uit La Scala, 1991, in een prachtige, kleurrijke regie van Jonathan Miller.

La Fanciulla Domingo Neblett dvd

De ander is met Carol Neblett en Silvano Carroli (Kultur Video 2038) uit het Royal Opera House, 1982. Deze is echter moeilijk in Nederland verkrijgbaar.

LIEDEREN

Dommingo Puccini

Ooit waren er plannen om een speelfilm over Puccini te maken, waarin de zanger de componist ging spelen. Het ging niet door. In aanloop naar het project heeft Domingo in 1989 alle liederen van Puccini opgenomen, onder de titel Unknown Puccini (Sony 44981).

Voor de cover werd hij naar Puccini gemodelleerd en daar zit hij dan: gestoken in het wit, hoed op zijn hoofd en de snor prominent op zijn gezicht. Sprekend Puccini!

Maar goed, het gaat om de muziek en dat is verplichtte kost voor een ieder die in Puccini is geïnteresseerd. Het betreft veelal primeurs en je leert de weg die de componist aflegde naar zijn Manon’s, Tosca’s en andere ‘meisjes’. De vermaarde dirigent Julius Rudel begeleidt Domingo op piano en orgel.


Over Victoria de los Angeles, madonna onder operazangeressen.

de los Angeles

Victoria de los Angeles was zonder twijfel één van de mooiste lyrische sopranen van haar generatie. Zij debuteerde in 1945 in het Liceu in Barcelona als de Grafin in Le Nozze di Figaro. Haar internationale doorbraak kwam toen zij in 1948 voor de BBC optrad als Salud in La vida breve van Manuel de Falla, een rol die ze voor het eerst scenisch vertolkte tijdens het Holland Festival in 1953.

de los angeles Salud

Eén jaar later zong zij Marguerite in Faust van Gounod in Parijs en daarna kwamen alle grote podia in de hele wereld

Haar echte naam was Victoria Lopez Garcia. Waarom ze ‘de los Angeles’ als haar toneelnaam had gekozen? Ach, zo belangrijk is het ook weer niet, maar het paste haar als een handschoen. Niet alleen zag ze eruit als een Spaanse Madonna, ook haar stem was engelachtig: bloedmooi en van een onschuldige schoonheid. Iets wat haar minder geschikt maakte voor sommige rollen, zoals bij voorbeeld Violetta. Niet dat het slecht was, maar het klonk wel heel erg kuis.

]

En toch was zij één van de beste Manons (Massenet), ook niet het voorbeeld van een ‘fatsoenlijke’ vrouw:

Ook haar vertolking van Carmen is waanzinnig goed. Niet hoerig en niet zo zelfverzekerd, maar o zo aantrekkelijk!

Haar stem was niet alleen lyrisch, warm en delicaat maar ook zeer aristocratisch, waardoor haar Mimi en Cio Cio San behalve broos en hulpeloos iets koninklijks kregen en zelfs Santuzza verrijkt werd met een beetje nobiliteit.

Maar de los Angeles was meer dan alleen een operadiva. Behalve in opera’s trad zij veelvuldig op als concertzangeres op en was een zeer begenadigd liedzangeres. Er wordt over haar verteld, dat zij aan het begin van haar carrière, vóór ze in een opera ging optreden, erop stond om eerst een liedrecital te geven. Zo kon zij zich eerst aan het publiek voorstellen als de echte Victoria en niet als een operapersonage.

Haar repertoire was onvoorstelbaar groot. Zij zong Italiaanse, Spaanse, Franse en Duitse liederen en wist als geen ander op alles wat zij zong een eigen stempel te drukken. Haar Brahms en Mendelssohn zijn onweerstaanbaar, en bij haar ‘Ich Liebe Dich’ van Grieg wordt men vanzelf verliefd.

Haar liefdevolle, ietwat zoetige timbre, haar souplesse en haar vermogen om woorden te kleuren maakten haar bijzonder geschikt voor het Franse repertoire. Haar Debussy, haar Ravel, haar Delibes (luister maar even naar ‘Les filles de Cadiz’!) zijn werkelijk ongeëvenaard.

Voor het Spaanse lied had ze net zoveel betekend als Fischer-Dieskau voor het Duitse of  Peter Pears voor het Engelse. Zij zong werkelijk alles, wat in haar vaderland werd gecomponeerd: beginnend met de middeleeuwse liederen en sefardische romanceros en eindigend in zarzuelas en hedendaagse composities.

Hopelijk is deze album nog steeds te koop.


Victoria de los Angeles
The very best of
Warner Classics 5758882 (2 cd’s)

Gesprekken met Maria Callas

Callas gesprekken

De talkshow met en rondom Maria Callas, op de Franse televisie in april 1969 uitgezonden is ronduit fascinerend.

Callas, duidelijk geïnspireerd door Jackie O. ziet er zeer sophisticated en lief uit in haar elegante jurk. Alle complimenten neemt ze aan met een zelfverzekerde bescheidenheid, en ze lijkt zich niet te storen aan de sigarettenrook die in haar gezicht wordt uitgeblazen.

Er wordt met geen woord over haar privéleven gerept, haar stem klinkt zacht en straalt een serene kalmte uit.  Af en toe reageert zij uitgelaten, net een klein meisje.  Met Francesco Siciliani haalt ze herinneringen op aan hoe hij haar, geholpen door Tulio Serafin, ontdekt had en haar haar eerste belcanto rollen liet zingen.

Met Luchino Visconti mijmert ze over acteren, en neemt haar nieuwste project: Medea in een film van Passolini met hem door. Vertederd kijkt ze naar het gefilmde gesprek met Elvira de Hidalgo, die, kettingrokend, haar voormalige leerlinge in het zonnetje zet.

Wij horen haar zeggen, wat we heimelijk altijd al wisten: zij houdt van Norma en Violetta vanwege hun opofferingsgezindheid. Tosca vindt ze belachelijk en Carmen verschrikkelijk: zij heeft niets met de promiscue vrouwen, ze passen niet in haar ideale wereldbeeld.

Het programma is gelardeerd met fragmenten en scènes uit verschillende opera’s en concerten. Het meeste materiaal is goed bekend, maar het blijft boeien.

The Callas Conversations – Volume II: L’invitée du dimanche (1969)
Le Monde de la Musique
EMI Classics DVB 38845799

Wat is het verschil tussen terrorist en een diva? ‘Caballé, de muziek voorbij’

Caballe docu

“Allemaal hebben wij buitengewoon veel aan muziek te danken (…) Het is een vorm van expressie die niet zo zeer van het denken als van het voelen komt”. Die woorden komen van één van de grootste zangeressen van de twintigste eeuw, Montserrat Cabballé.

In zijn film Caballé Beyond Music portretteert Antonio Farré de diva*, haar leven en haar carrière, hij spreekt met haar, haar intimi en haar collega’s. In de documentaire zijn er ook veel (archief)beelden te zien en te bewonderen, beginnend met Caballé’s debuut in Il Pirata in 1966 in Parijs.

De film is gelardeerd met leuke anekdotes zoals die, hoe ze een deur kapot smeet omdat men haar niet toestond om vrij te nemen (Caballé wilde de voorstelling van Norma met Maria Callas bezoeken). Hoe ze een generale repetitie in La Scala had stopgezet omdat ze merkte dat het orkest niet goed was gestemd. Over haar debuut in de Metropolitan Opera in New York, de ontdekking van José Carreras (wat was hij mooi!), haar vriendschap met Freddy Mercury ….

Over haar Tosca in het ROH in Londen in de productie die voor Callas was gemaakt. Daar was zij niet gelukkig mee, het voelde niet goed, maar niemand die er iets aan wilde veranderen. Caballé belde Callas op, het was precies acht dagen voor haar dood, en beklaagde haar lot. “Maar natuurlijk voelt het niet goed”, zei Callas. “Ik ben lang en jij niet, ik ben slank en jij niet, ik heb lange armen en jij niet. Zeg tegen ze, dat ze me bellen, ik zal ze overtuigen dat je mij niet bent”.

En zo werd de productie voor Caballé aangepast. “Kopieën zijn nooit goed”, zegt Caballé, en ik ben het met haar eens. Dit is een fascinerend portret van een fascinerende zangeres. Zeer, zeer de moeite waard.

* Londense taxichauffeur: “wat is het verschil tussen terrorist en een diva? Met terrorist kun je onderhandelen”.

Caballé beyond music
Met José Carreras, Plácido Domingo, Joan Sutherland, Cheryl Studer, Giuseppe di Stefano, Freddie Mercury, Claudio Abbado e.a.
Regie Antonio A. Farré
EuroArts 2053198

Roberto Alagna doet Caruso na

Alagna Caruso

Wat is de zin van deze album? Alagna fans zullen er ongetwijfeld van smullen maar verder? Het is een ratjetoe van van alles, zonder enige logica bij elkaar geraapt. De ‘reden’: al die stukken werden ooit door de legendarische Caruso gezongen.

Maar zelfs dat klopt niet echt want het openingsnummer, ‘Caruso’ werd in 1986 gecomponeerd door Lucio Dalla en, gezongen door Luciano Pavarotti een wereldhit geworden.

Toen had ik een beetje zwak voor, maar nu vind ik het niks. Het ligt aan Alagna en zijn voordracht: dat lekkere schmieren, dat lukt hem niet. Bovendien zingt hij alles op dezelfde manier, met voornamelijk veel forte en fortissimo, waardoor het geheel gewoon saai is. En dat is best jammer want op de cd zijn aria’s opgenomen die je zelden of nooit hoort.

In ‘Sento una forta indomita’ uit Il Guarany van Carlos Gomez wordt Alagna bijgestaan door zijn vrouw, de sopraan Aleksandra Kurzak en in ‘Il qualuttà trascorere’ (I Lombardi van Verdi) doet ook de bas Rafal Siwek mee. De begeleiding van het Orchestre National D’ile-de-France onder leiding van Yvan Cassar is zonder meer goed, al had ik meer nuancen willen horen.

Er zit ook nog een echte rariteit bij: ‘Vecchia zimarra’ uit La Bohème van Puccini. In de opera wordt de aria gezongen door Colline, een bas, maar het schijnt dat Caruso het ooit heeft gezongen toen hij inviel voor een zieke collega.

En de titel? Ooo… maar dat is simpel verklaard: Caruso werd in 1873 geboren. Logisch, toch?


Caruso 1873
Dalla, Rossini, Händel, Pergolesi, Verdi, Puccini, Rubinstein, Gomes, Tchaikovsky, Massenet. Leoncavallo, Cilea, Rhodes, Bizet e.a.
Roberto Alagna (tenor), Aleksandra Kurzak (sopraan), Rafal Siwek (bas)
Orchestre National D’ile-de-France olv Yvan Cassar
Sony 005048219075

Une amoureuse flamme: Karine Deshayes betovert in Franse opera aria’s

Karine Deshaye

Degene die het repertoire voor deze cd samenstelde verdient een dikke pluim. Goed, er zit ook een aria uit Carmen van Bizet in, maar: let op! Het betreft de alternatieve versie van de overbekende Habanera. Voor de rest is alles wat je hier te horen krijgt niet alleen prachtig maar ook buitengewoon verrassend. Simpel gezegd: het is een verzameling van juweeltjes uit het Franse repertoire, met naast Werther en Cendrillon van Massenet ook veel minder of zelfs geheel onbekende stof. Wat dacht u van Henry VIII van Saint-Saëns? Of van Sapho of La Reine de Saba van Gounod?

De jonge Franse mezzo Karine Deshayes heeft haar visitekaartje al eerder afgegeven met aria’s van Rossini waar ik best blij mee was, maar waarvan ik dacht dat zij toch wat meer in haar mars had dan Rosina. Ik had mij niet vergist.

Het is meer dan een genoegen om haar interpretatie van Charlotte (Werther) te horen al denk ik dat zij hierin nog kan groeien. Uit Massenets Cendrillon zingt zij Assepoesters aria ’Enfin je suis ici…’; zeer verrassend, aangezien het gebruikelijk is dat de mezzo’s juist Prince Charmante vertolken.

De begeleiding door het Orchestre Victor Hugo olv Jean-François Verdier is zonder meer goed. Hier wordt een mens blij van.


Une amoureuse flamme
Jules Massenet, Camille Saint-Saëns, Hector Berlioz, Charles Gounod, Jacques Fromental Halévy
Airs d’opéras Français
Karine Deshayes, mezzo-soprano
Orchestre Victor Hugo olv Jean-François Verdier
Klarthe K064

The Divine Emma /Božská Ema …

emmy-destinn-the-greatest-czech-soprano-dv

Emílie Pavlína Věnceslava Kittlová (26 februari 1878 – 28 januari 1930) of, zoals de wereld haar kent: Emmy Destinn wordt beschouwd als één van de grootste sopranen uit de eerste twintig jaar van de twintigste eeuw. Ze vierde triomfen in Berlijn, Parijs, Londen en New York, trad op met Enrico Caruso die haar ooit een aanzoek had gedaan en samen met hem zong ze de wereldpremière van La Fanciulla del West, een opera, die Puccini met haar stem in zijn hoofd componeerde.

Emmmy Fanciulla

In haar vaderland, de Bohemen, was ze voornamelijk geliefd omwille van haar patriottisme, wat haar tijdens de eerste Wereldoorlog zelfs een driejarig huisarrest heeft opgeleverd. De Tsjechische documentaire over haar leven is tegelijkertijd interessant en irritant.

Emmy Dinh

Interessant, want het vertelt over veel onbekende feiten uit haar leven, laat prachtige beelden, foto’s en filmfragmenten zien en bijzondere akoestische opnamen (onder andere een echte rariteit: het Tsjechische volkslied, in het Tsjechisch gezongen samen met haar toenmalige geliefde, de Algerijnse bariton, Dinh Gilly) horen:

Irritant, want opgebouwd als een zeer ouderwets, oer sentimenteel filmisch portret, vol met overvliegende meeuwen, opwaaiende korenvelden, een steeds terugkerende zandloper en gelardeerd met in scène gezette fictieve beelden. En dat alles op de klanken van de Nocturne van Chopin.

Maar het aller, allerergste is dat zij de stem van Destinn vervangen hadden door die van Gabriela Beňačková! Een geweldige zangers die zelf niet eens in beeld mag komen want de hoofdrol is – uiteraard – bedoeld voor een mooie, jonge deerne.

En hier de echte Emmy:

The Greatest Czech Soprano
Regie: Petr Skala
Supraphon, SU7006-9

Singing competitions: pros and cons

concoursen Moritz-Schwind-Saengerstreit-ohne-Rahmen

Moritz von Schwind:  Der Sängerkrieg

As a young singer you could, so to speak, take part in a singing competition every week. Everywhere there are opportunities to sing yourself into the spotlights. Great news for the many talents that are around. But not everything is necessarily positive.

It is claimed that ‘the public’ is fond of competitions and I believe that. Already in antiquity people were able to keep their minds at rest with bread and games; and all kinds of competitions were organised, for poets and philosophers, but also for singers. The tradition lived on, and singing competitions also found their way into operas. Just think of Die Meistersinger or Tannhaüser. You were always rewarded for your singing skills. Once you were allowed to take the beautiful bride home, nowadays your price has become more tangible. A sum of money, a contract with an opera house and secret hopes of fame and a great career. No wonder, then, that there are so many competitions.

But: aren’t there too many now? Shouldn’t there be an age limit? Can you compare a singer who already sings at big houses with a starting colleague? Do competitions bring what the often very young participants have hoped for? Does it help them in their careers? You win and then? And how do you deal with your loss?

All these questions made me decide to take a closer look at the phenomenon of ‘singing competitions’ and to talk to some directly involved.

Maartje Rammeloo (soprano):

Concoursen Maartje

Een bijschrift invoeren

In 2008 Maartje Rammelo was one of the semi-finalists of the IVC, where she eventually won the Staetshuijs Fund Prize. At the Belvedere Competition in 2013 she reached the semi-finals. She also won an engagement in Essen. Rammeloo was a finalist at the Montserrat Caballé Competition in Zaragosa and at the Wilhelm Stennhammer Competition in Sweden.

 “Taking part in competitions gives a double feeling. It inspires and is exciting, but results are either terribly predictable or completely bizarre.

You always participate with the aim to show the best of yourself and hope that this is sufficient to convince a jury of your quality: but how can you judge the skill and artistry of a musician in a competition? In an audition for a production, an artistic team has a concept and an idea about who should play a role. But in such a contest, several judges, each with their own taste, compare apples with pears: a Figaro with a Tosca, a Handel countertenor with a Wagner soprano.

Not to mention the intrigues and the hidden agendas of some judges, the chauvinism in regional competitions and the exoticism/commercialism of sometimes choosing singers who don’t necessarily give the best performance, but who are very interesting because of their origin or appearance.

So why participate? It gives you a chance to try out new repertoire and get feedback. It’s a chance to sing for the most important people in the profession, for whom you’ll never get an audition arranged in real life without a brilliant agent who guides you in.

I haven’t yet participated in a competition that didn’t either involve me in work or contacts, or gave me some useful feedback. And that is ultimately what we want: to work! Sing! To stand in front of an audience!

The prizes make it easier to practise your profession. From a financial point of view, because our profession doesn’t make us rich in the first few years, and also in terms of fame, which in turn can create more work. But just as well there are plenty of prize winners of whom we will never hear from again and singers who have never won a competition that now have a world career. At the end of the day it’s all about the long haul, not about the quick success…

What is always very difficult with competitions, is choosing your repertoire. First of all, few singers are 100% sure of their ‘fach’. Most of them doubt again and again what judges would like to hear them in.

Each competition has its own requirements. So many arias in total, so many of them from the list of compulsory works, of which your first round may only last for so many minutes and the jury detirmines the number of arias for the next round, and so on. Terribly difficult. Because you want to be heard as much as possible. Different languages, different styles, different techniques and topics.

There are also a number of competitions that offer more than just the competition element. I now also encourage my own students to look out for those. Contests like the IVC that use things like a youth jury, master classes, concerts and lectures to make it a real singing festival. And these are often the competitions that keep in touch with you in the years that follow. Who are committed to the further development of the singers. But unfortunately there are very few of them…

I have learned that if you sing what you feel comfortable with and what you are really good at, then at least one person will be happy after your performance. Namely you.

Maartje Rammeloo sings ‘I want magic!’ from The Streetcar named Desire by André Previn:

Piotr Barański (countertenor):

concoursen Piotr-Baranski-Cornelia-Helfricht

© Cornelia Helfricht

In 2012, Piotr Barański was a semi-finalist at the IVC in Den Bosch.

 “For a long time I didn’t want to know anything about competitions, I didn’t think I was the type for them. You not only have to prepare yourself well, but also be sure of yourself and show the best of yourself to the jury, you have to perform while under stress. You have to be able to handle that very well and not everyone can.

And yet – competitions are very important. You get the chance to present yourself to a wider audience, to get to know new, important people – and in our profession we have to rely on connections and networks. And of course it’s very important that you can show yourself to conductors, agents, planners and casting directors who are looking for new talents.

Unfortunately, there are competitions where the eliminations and the first preliminaries take place behind closed doors and only the finals are open to the public. The chances of learning something from such competitions are then minimal.

The criteria of the jury are not always clear and the results can be very controversial. I know singers who, singing at the same level, win the highest prizes at one competition, while at the other they do not get any further than the preliminaries.

What is very important to me is the feedback. It is of the utmost importance for the further development of a singer to at least exchange a few words with the jury members, something that indeed happened at IVC and that has helped me enormously. A healthy, positive critique is indispensable and constructive.”

Piotr Barański (countertenor) and Hans Eijsackers (piano) in “Lullaby” from ‘Songs and Dances of Death’ by Modest Mussorgsky.

Reinild Mees (pianist):

concoursen reinild-0210d_hoogres

© Janica Draisma

“The results of singing competitions are already quite unpredictable – how a career goes after that is even more like gazing into a crystal ball! A performance (because that is what singing at a competition in fact is) is and remains a snapshot, even for those who listen and/or judge. There are so many factors involved: age, experience, musicality, voice, repertoire, language skills, etc. that it is sometimes difficult to determine which aspect is decisive.

The preparations for a competition, selecting and working on the repertoire with a singing teacher and a coach are invaluable. This requires great concentration and discipline – the pieces you have to learn will not be forgotten for the rest of your life – and in addition you have to make yourself strong to present yourself, you have to find the courage to do so, and you have to be able to cope with nervousness.

My experience is that a competition is always good for the development of a singer, even if in the worst case you are sent home. After all, the next day you have the choice: either you stop, or you decide to continue and develop yourself further in order to find new opportunities. Almost always you choose the second option and then it has been a good experience! Competitions are very valuable, even if you don’t win a prize…”

Reinild Mees accompanies Tania Kross in ‘Der Kaiser’ by Henriëtte Bosman±.

Reinild Mees and all Szymanowski songs, sang by (a.o.) Piotr Beczala and Iwona Sobotka.

Mauricio Fernández (from 1983 to 2016 casting director NTR Saturday Matinee):

concoursen Mauricio

“As casting director of one of the most ambitious and internationally recognised concert series in the world, I have attended several singing competitions over the past thirty years – as a juror and as an ‘observer’.

If you ask me who the real star singers were that I have heard, I have to dig deep into my memory to give you an honest answer. It is a fact, at least for me, that the really interesting singers, who have an international career by now, often didn’t even reach the semi-finals or even won a prize at all.

It’s a waste of time to pain yourself with the question why the singers who didn’t deserve it in your ears/eyes go home with the biggest prizes. There’s no point in understanding the thoughts of those who have rewarded them: artistic directors, casting directors, directors, singers or teachers.

We should think about why we need all these competitions. Are they primarily intended to broaden the judges’ network or are they supposed to serve the interests of the young talented singers in order to help them build a decent career? A long lasting career that can pay for everything they have invested in it – money and often personal sacrifices.

Don’t forget that singers, like all sincere musicians and artists, have an important mission: to warm the hearts of the audience, in the theatre or in your living room. They are in favour of treating the legacy of the composer with respect and of ensuring that opera, as a living art form, does not become extinct”.

Annett Andriesen (director of the IVC in Bosch from 2006 till 2018):

Concoursen Annet-Andriesen_web-728x485 (1) foto Annett Anne Frankplein

In the past, Andriesen herself has participated in several competitions. Now that she is leading a competition, she knows what a singer needs: care and respect.

 “The IVC is a tough competition, but with a human face. I don’t want to make wimps out of the participants, they have to be able to cope in the big bad world. A competition is a place where opinions are formed, where singers meet and can see where they stand, they can learn to sing under high pressure, they can build a network. Above all, they have to feel safe.

The IVC places much higher demands on the composition of the repertoire, the longer list consists of three periods and requires three works from after 1915. In addition, the candidates must learn a new work by a Dutch composer.

We use the “Triple D” method: “Discover”, “Develop” (master classes, training session, feedback by jury members in personal conversations) and “Deal” (making contact with impresarios, concert directors and casting directors).

Let me make it clear that I don’t believe in hidden agendas or cheating jurors. I have no experience with that. I have now led three competitions and I have a lot of respect for jury members who really care about the singers and have conversations about the profession and the possible place the singer can take in it. There are singers who still have contact with jury members and on their advice have found a coach.

The jury at the IVC consists of singers/musicians who at the end of their career share their knowledge and often their network and want to share it with the young generation. In addition, casting directors or agents and intendants who you know want to help young people at the beginning of their careers. And not only because a young soloist would be ‘cheap’.

I think that the usefulness of a competition lies in meeting like-minded people, the conversations, listening to colleagues, learning repertoire from the other voice types, making friendships, making contacts and mirroring yourself to the other. There are so many singers on offer that it is good to be seen and heard in certain places and a competition could be that place. Top talent always comes to the fore.

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

In Dutch:
ZANGCONCOURSEN: PRO’S EN CONTRA’S

Ivan van Kalmthout: muziek heeft altijd een belangrijke rol in mijn leven gespeeld

Ivan London

Ivan van Kalmthout

De 52ste editie van het Internationale Vocalisten in 2018 was het laatste concours voor directeur Annett Andriesen. Na twaalf jaar van een ongelooflijke inzet en fantastisch leiderschap (iets waarvoor zij met speeches, staande ovatie, bloemenweelde en een ‘bescheiden’ bouquet van symbolische twaalf rozen werd gehuldigd) het stokje heeft overgedragen aan Ivan van Kalmthout.

Ivan Opening - Annett en Ivan

Ivan van Kalmthout en Annett Andriessen

Van Kalmthout werkte eerder als interim-directeur van het Liceu Opera House in Barcelona en als directeur van de Berliner Staatsoper in Berlijn en in 2017 trad hij toe tot de directie van het IVC. Tijd voor een gesprek.

Van Kalmhout is een echte Brabander. Hij werd in 1968 geboren in Etten. De familie van zijn vader komt uit Zegge en zijn moeder die uit een Moluks KNIL-gezin stamt, is opgegroeid in Zundert.

Ivan met moeder

Ivan an Kalmthout met zijn moeder

“Over mijn familie… Mij oma was Molukse. Aan mij zie je dat niet, maar mijn oma was heel donker. Mijn opa kwam uit Tilburg. Hij was in Tjimahi gelegerd en daar hebben ze elkaar ontmoet. Mijn moeder en mijn zus zijn exotisch om te zien. Toen ik voor de eerste keer in het Rijksmuseum alle regentenportretten zag was het me duidelijk dat mijn uiterlijk helemaal niks met Indonesië te maken heeft. Ik had zo in de 17e eeuw in Nederland geboren kunnen zijn! ‘

Ivan India

En hoe zat het met de muziek?

Van Kalmhout: “Muziek heeft altijd een belangrijke rol in mijn leven gespeeld. Mijn opa speelde piston in de plaatselijke harmonie en kon heel goed van blad zingen. Mijn moeder was waarschijnlijk een succesvolle sopraan geworden als ze de kans had gehad. Ze heeft er in ieder geval de stem en het temperament voor! Ik was als kind gefascineerd door de viool en heb dat een behoorlijke tijd gestudeerd.”

“Via een langspeelplaat met een stuk van Wieniawski gespeeld door Emmy Verhey hoorde ik voor het eerst een solo-aria, gezongen door Hebe Dijkstra. ‘Mon coeur s’ouvre à ta voix’ uit Samson et Dalila. Ik kende al wel wat symfonische muziek met zang en de ‘Walkürerit’ maar dit was een nieuwe ervaring. Ik weet nog dat ik het niet thuis kon brengen. Maar fascinerend vond ik het wel. En na een aantal keren luisteren was ik ‘om’ voor het genre. Ik denk dat het daarom ook zo belangrijk is dat kinderen/ jongeren de mogelijkheid hebben om met klassieke vocale muziek in aanraking te komen. Dat onderdeel proberen we ook te benadrukken in de nieuwe Opera3Daagse.”

“Wat later ontdekte ik Maria Callas en dat was voor mij een donderslag. Wat ik van die passie heb overgehouden is een grote voorliefde voor de combinatie van tekst en muziek. Als een zanger de diepere waarheid van een tekst weet te vertolken raakt me dat zeer. Opera is natuurlijk geen literair genre maar als de poëtische waarheid door een vertolker wordt opgepakt komt het makkelijker aan dan welke theatertekst van het hoogste niveau ook. Als een zanger technisch perfect zingt maar duidelijk alleen naar de noten heeft gekeken kan ik er vaak weinig mee. Maar het aanvoelen van datgene wat met soms heel banale teksten wordt vertoond en een driemaal herhaald woord driemaal een andere betekenis weet te geven (“amour” in Carmen bijvoorbeeld) is voor mij één van de grootste gaves die een interpreet mee kan nemen.”

Ivan met Eva

Ivan van Kamlthout met Eva-Maria Westbroek

Na zijn middelbare school heeft van Kalmhout bedrijfskunde en management gestudeerd aan de Business University Nyenrode in Breukelen waarna hij bij Pieter Alferink en zijn impresariaat terechtkwam. In 1991 werd hij door Marc Clémeur gevraagd om naar de Vlaamse Opera in Antwerpen (en Gent) te komen. Hij werkte er als assistent artistieke planning samen met Hein Mulders.

De volgende stap was de Staatsoper van Hamburg en het Liceu in Barcelona. In 2011 werd van Kalmthout benoemd tot operndirektor en artistiek directeur van de Deutsche Staatsoper in Berlijn. Hij werkte er samen met de dirigent Daniel Barenboim en de intendant Jürgen Flimm.

Van Kalmthout: “Het was een privilege om in Berlijn in de Staatsoper im Schillertheater te mogen werken. Gedurende drie jaar was ik terug in het repertoiretheatersysteem met een enorme hoeveelheid producties, een zeer interessante operastudio die ik mee vorm mocht geven met nieuwe jonge talenten in het eerste jaar. Het concertprogramma van de Staatskapelle was daarnaast ook een parade van muzikale hoogtepunten met eersteklas instrumentalisten. De onuitputtelijke nieuwsgierigheid en werklust van Daniel Barenboim doet iedereen in zijn nabijheid versteld staan.”

“Toen de mogelijkheid kwam om tijdelijk in te vallen voor Joan Matabosch in Barcelona nadat Gerard Mortier voortijdig door ziekte Madrid moest verlaten, ben ik graag naar het theater en de stad waar ik zo’n goede tijd had, teruggegaan. Ik heb succesvol een zeer moeilijk jaar (zowel organisatorisch als artistiek) voor het Liceu vorm kunnen geven. Het was een privilege om er nog een jaar te zijn maar het was ook duidelijk dat de richting van het Liceu volledig anders was geworden in vergelijking met de tien gouden jaren van voor mijn Berlijnse tijd.”

Ivan sWikels

© Swinkels en van Hees

Toen het bekend werd dat Annett Andriessen er mee ging ophouden heeft van Kalmthout meteen gesolliciteerd. Hij kende de competitie en de sfeer goed, tenslotte heeft hij zelf twee keer als lid van de jury meegedaan. Hij is er dan ook zeker van dat hij de lijn goed kan doortrekken. Dat denk ik ook. TTT Ivan van Kalmthout!