live voorstellingen

The Scarlett Letter zonder de kleren van de keizer

Tekst: Neil van der Linden

Ik moet bekennen dat ik nog niets van Angélica Liddell had gezien, maar ze is één van de belangrijkste theaterpersoonlijkheden van het moment. Na jarenlang ploeteren in Spanje, kwam haar internationale doorbraak in het befaamde theaterfestival van Avignon. Ze is nu ook al verschillende keren in Nederland geweest, ook in het Holland Festival.

thw Scarlett angelica_liddell_efespfour348440.jpg_1306973099

Angélica Liddell © EFE

Volgens Angélica Liddell is het de taak van de kunstenaar om een paria te zijn. Ze wil haar publiek deelgenoot maken van de ondeugden van de mensheid en de onverwachte schoonheid die ze daarin vindt. In The Scarlet Letter richt ze zich op de huidige seksuele moraal.

Goed, theorie, die je ook in een pamflet kan neerschrijven. En de voorstelling is pamflettistisch. De voorstelling is gebaseerd op de roman van de 19e-eeuwse Amerikaanse auteur Nathaniel Hawthorne – een werk over zonde, straf en verzoening, en de verstikkende sociale omgeving in het nieuwe land, Amerika. In Hawthornes roman wordt de protagonist Hester zwanger terwijl haar echtgenoot langdurig in het buitenland verblijft. De dorpsdominee leidt een gericht tegen Hester, en het oordeel is dat ze een geborduurde A op haar kleren moet dragen, de A van Adultery, overspel. Hester weigert te zeggen wie de vader van het kind is. Uiteindelijk blijkt het de dominee te zijn, als hij van wroeging sterft en er een letter A op zijn borst verschijnt. De hoogste morele gezagdrager blijkt verantwoordelijk voor wat de gemeenschap wreed heeft afgestraft.

the-scarlet-letter-bruno-simao-5

© Bruno Simao

Er zijn twee sprekende rollen, Angélica Liddell, zelf in een zwarte ongemakkelijke hoepelrok in 19e eeuwse stijl, en een priester en biechtvader in een scharlaken- (scarlet) rood pij. Dat is de dominee uit Nathaniel Hawthorne’s roman, maar er is nu een katholieke geestelijke van gemaakt, conform het katholieke land waar Liddell vandaan komt.

Naast Foucault en Barthes, twintigste eeuwse-filosofen die hebben geschreven over de seksuele moraal van de twintigste eeuw, noemt de maker theaterpionier Antonin Artaud’s Theater van de Wreedheid als inspiratiebron. In 1932 richtte Artaud ‘het theater van de wreedheid’ op. Artaud liet door middel van fysieke trainingen zijn acteurs tot op de grens van de uitputting gaan en liet de acteurs met elkaar vechten, vreemde geluiden maken. Dat zien we allemaal in deze voorstelling. Hij gebruikt de pest als metafoor; theater moet dezelfde ontregelend effect hebben als wanneer het leven in een stad wordt aangetast door de pest. Artaud zei dat het afstotelijke tegenstellingen van het leven aan het licht brengt

In een eerdere voorstelling plaatste Liddell Artaud’s pest tegenover Lewis Carroll’ onschuldige Alice, inclusief het aspect van de genegenheid van Carrol voor een jong meisje, wat in de toenmalige context zeker als onschuldig moet worden gezien. Maar eigenlijk moet ik steeds aan Pina Bausch denken, die deze vorm van persoonlijk bekentenissentheater uitvond sinds ze haar dansers liet praten in voorstellingen als Café Müller en Kontakthof. En dan moet ik zeggen dat ik die stukken evenwichtiger vond, theatraler ook. Natuurlijk, het onderwerp dat Liddell aanroert is confronterend, maar waren de bekentenissen van de dansers van Bausch dat verhoudingsgewijs niet evenzeer?

Het uitputtingstheater doet me ook aan Jan Fabre denken, en hoewel we onderhand onze bekomst hebben van Fabres sadisme tegenover dansers (en ik indertijd vond dat zijn behandeling van dieren op het toneel, kikkers en vissen, absoluut abject was en verboden had moeten worden) is zijn esthetiek ook evenwichtiger.

Verschil, en dat neemt mij dan wel weer absoluut in voor Liddell, is dat zij zo liefdevol omgaat met de acteurs omgaat. Allemaal mannen die het grootste deel van de avond naakt op het podium staan. Mooi gespierde mannen, macho, maar Liddell behandelt ze teder, zij het dat zij het voor het zeggen. Dat culmineert in een scene waarin zij één van de mannen opdraagt een vinger in haar geslachtsdeel te steken en een volgende scene waarin zij de geslachtsdelen van een rij wachtende mannen één voor één bijna in haar mond steekt en van de laatste echt. Alles duurt heel kort, waardoor het confronterend effect waarvoor vóór de voorstelling wordt gewaarschuwd eigenlijk reuze meevalt, temeer omdat het heel teder gebeurt en iedereen een zekere hulpeloosheid uitstraalt.

the-scarlet-letter-bruno-simao-4

© Bruno Simao

Alleen in de eerste tien minuten dragen de mannen kleding, als ze pijen met puntmutsen dragen zoals die van de Spaanse Inquisitie, uit het land waar Liddell vandaan komt, en die werden gekopieerd door de Klu Klux Klan, wat ons naar Amerika brengt. De pijen en puntmutsen doen denken aan de beklemmende schilderijen van Francisco de Zurbarán uit de Spaanse barok, die religieuze congregaties uit de tijd van de Inquisitie afbeeldde. Het eerste teken van naakt, van de fysieke mens die onder de mannelijke kleding zit, is als de geestelijken hun pijen oplichten.

Er zijn twee andere verwijzingen naar de schilderkunst, één tijdens de openingsscenes, als een vergrote Madonna met Kind van Raphael naar beneden komt zakken, even later gevolgd door een afbeelding van hetzelfde schilderij maar dan een waarin het Kindeke Jezus bedekt is met pestbuilen, wat tevens een verwijzing naar Artaud zou kunnen zijn, die de pest als metafoor gebruikte. Tijdens deze scenes klinkt Orientaals-microtonale polyfone Middeleeuwse religieuze muziek, als ik het goed heb iets uit de reconstructie van de oudst bekende muziek van de kerk van Rome of van Milaan zoals opgenomen voor CD door het pionierende ensemble Organum onder Marcel Peres. Hoewel de muziek uit een heel andere tijd stamt dan Raphael of Zurbarán, onderstreept de sonoriteit de beklemmende sfeer

In de openingsscenes spelen nog andere verhaallijnen mee. Een jong meisje dat in haar eentje opkomt, vermoedelijk een verwijzing naar kinderlijke onschuld, maar ze is net wel zo oud dat er al een zekere ontluikende erotiek in het spel is. En een naakte iets net jong-volwassen jongen en meisje bij een door struiken omgeven graf; Adam en Eva die uit het paradijs zijn verdreven, een thema dat Liddell in haar vorige grote Holland Festival voorstelling liet zien door middel van een verwijzing naar de beroemde Adam en Eva van Lucas Cranach.

the-scarlet-letter-bruno-simao-6

© Bruno Simao

Dan ontvouwen zich de lange scenes met de acht naakte mannen, die allemaal zo eind twintig zijn, dus echt volwassen, en voor bij het stadium van de onschuld. Maar Liddell bezingt juist deze mannen, en in haar tekst beklaagt zij zich erover dat vrouwen na hun twintigste steeds sneller hun schoonheid en aantrekkelijkheid voor mannen verliezen, terwijl mannen tot in het einde van hun dagen mooi en aantrekkelijk blijven; aldus de tekst die Liddell voordraagt. En er verschijnt geen A op hun borst, ze blijven onschuldig.

Er speelt nog een verhaallijn mee, die van een atletisch Afrikaans personage; de tekst vertelt dat de oudere vrouw niets anders rest dan haar heil te zoeken bij de man van een ander ras en een andere cultuur. De zwarte acteur heeft het grootste deel van de tijd kleding aan, maar gaat aan het eind ook naakt. Liddell deinst er niet voor terug om alle mannen zich zodanig te laten bewegen dat we hen van alle kanten bezien. Shockeren doet het niet, en ik denk trouwens dat dat helemaal niet de bedoeling is, want alles wordt zo liefdevol gedaan. Het bezingen van de zwarte man als lustobject zou als racisme kunnen worden opgevat, maar de tekst is ook op te vatten als kritiek op de identificatie van ‘andere rassen’ als lustobject. Ik moest ook denken aan het toneelstuk van Jean Genet, Les Nègres, uit 1958, waarin de auteur met raciale stereotyperingen speelt om ze aan de kaak te stellen.

Er kwam nog een kopie van een schilderij naar beneden, een toneelopening-grote Amor Vincit Omnia van Caravaggio, het beroemde naakte onschuldige en tegelijk ondeugende Cupidootje van de schilder die een scabreus wild leven leidde. Foucault, Barthes, Caravaggio, en op zeker moment komt ook Pasolini opdagen: Angélica Liddell heeft veel homoseksuele helden.

De letter A speelt een grote rol in de monologen die Liddell houdt. Zoals gezegd komt die uit Hawthornes roman: A is de eerste letter van adultery, overspel, de letter die Hester op haar kleding borduurt. Maar Liddell verwijst ook naar andere begrippen die haar hebben geleid, de A van angel, engel, de A van haar eigen voornaam, en de A van artist.

Er wordt ook de naam Arthur genoemd. Is dat koning Arthur? Ik heb de muziek van Purcell niet allemaal paraat maar een deel van de gebruikte barokmuziek, naast die van Monteverdi en Lully, kan afkomstig zijn uit Purcell’s King Arthur. Maar op zeker moment denk je ook: ja, en wat dan nog? Al die over elkaar heen buitelende citaten gaan op leentjebuur spelen lijken. Maar tegelijk draagt die stortvloed van referenties ook bij aan het effect van de paranoia die de voorstelling wil uitdrukken.

Buiten mogelijk King Arthur en de vroeg-Europese kerkelijke polyfonie horen we Lully’s Marche pour la Cérémonie des Turcs, een populaire Italiaanse schlager, I Put a Spell on You door Screamin Jay Hawkins en opbouwend naar het eind toe een oude, in interpretatie vergeleken bij de huidige oude muziek-praktijk sterk gedateerde opname van een deel uit het ‘Magnificat’ van de Maria Vespers van Monteverdi.

Allemaal mooi, maar Die Pina deed dit allemaal ook al heel mooi, en al met al moest ik af en toen ook denken aan een uitspraak van dertig jaar geleden van regisseur en toneelvernieuwer Karst Woudstra: in de toekomst bestaat theater uit een regisseur die met zijn of haar favoriete muziek op het podium gaat zitten en over zichzelf vertelt. Maar deze voorstelling slaagt erin om dat toch mooi te doen.

trailer van de productie:

Atra Bilis Teatro/Angélica Liddell, The Scarlet Letter, naar de 19e eeuwse zedenroman van Nathaniel Hawthorne.

Holland Festival 8 juni Internationaal Theater Amsterdam.

 

Turan Dokht toch, of toch Turandot?

Tekst: Neil van der Linden

turan-dokht-rodrick-estimada-2

De Iraanse componiste Aftab Darvishi en de Nederlandse regisseuse en in dit geval ook librettiste Miranda Lakerveld hebben een muziektheaterstuk geschreven, op kameroperaformaat, gebaseerd op het oerverhaal achter Turandot, in de operawereld vooral bekend van Puccini, maar ook van een opera en een suite van Busoni, en een ouverture van Von Weber.

Als toneelstuk is Turandot bekend van de 18e-eeuwse Italiaanse theatervernieuwer Gozzi, van Schiller en van Brecht. Gozzi liet het verhaal spelen in Perzië, conform vertalingen van Nizami’s teksten uit het Perzisch. Schiller transformeerde het verhaal naar China, en zo kwam het bij Puccini, Busoni en Brecht terecht, hoewel zelfs in Schillers tijd iemand Schiller’s chinoiserie weer terug transponeerde naar Perzië.

De eerste opgeschreven vorm van het verhaal komt uit Haft Pekar, ‘Zeven Kleuren’, van Nizami 1141–1209, die werd geboren in wat nu Azerbeidzjan heet. Die geboorteplaats leidde er toe dat ook Azerbeidzjan de auteur als nationale dichter opeist, ook al spreekt men er een andere taal, en dat Azerbeidzjan een eigen traditie heeft van muziek gebaseerd of Nizami’s Haft Pekar. Uzeyir Hajibeyov schiep een nationale opera-stijl, gebaseerd op een mengvorm van symfonische en lokale traditionele muziek, met onder meer werken gebaseerd op Nizami. Die opera’s worden nog voortdurend uitgevoerd. Een andere Azerbeidzjaanse componit, Gara Garayev, protégé van Shostakovitsj, schreef een geregeld uitgevoerd ballet op Haft Pekar.

Regisseuse Miranda Lakerveld heeft eerder Iraans ritueel theater onderzocht. Ze werkte ook eerder met componiste Aftab Darvishi samen, in de ‘Afro-Arabische barokopera’ Het Offer, een bewerking van het oratorium Jephte van Carissimi, met toevoegingen uit muziek uit gemeenschappen met verschillende migratieachtergronden in Amsterdam, die werd uitgevoerd in theaters in De Baarsjes en Bos en Lommer in Amsterdam.

Photo: Nichon Glerum

© Nichon Glerun

Turan Dokht betekent dochter van Turan, een algemene benaming in het Perzisch voor een prinses; Turan is een half-mythische Centraal-Aziatische rijk direct noordelijk van Iran, wat nu Kazachstan, Oezbekistan, Turkmenistan en Tadzjikistan is. Ik vraag me af of je kunt zeggen dat dat dit werk een ‘interculturele herschrijving’ van Puccini’s Turandot is, zoals het programmaboek vermeldt. Of als de makers dat inderdaad wilden, of dat nodig is. Deze Perzische of eigenlijk deels Centraal-Aziatische Turan Dokht heeft een eigen bestaansrecht, zij het met een knipoog naar Puccini’s opera, waarvan fragmenten worden gebruikt in de muziek, vooral tijdens de hoogtepunten van de amoureuze verwikkelingen.

Aftab Darvishi heeft aan het Haags conservatorium gestudeerd, onder meer bij Yannis Kyriakides, en in Amsterdam is ze afgestudeerd op filmmuziek. De muziek werkt vaak filmisch. Darvishi brengt ook elementen van de Iraanse eigentijdse klassieke muziek, die we in de buurt van eigentijdse Kaukasische en Russische muziek kunnen plaatsen. Dat is allemaal te horen en de muziek zou ook geschikt zijn voor een film. Naast de strijkers, blazers en piano worden voor een soort recitatieven een kemenche (Iraanse staande viool) en slagwerk gebruikt, en de kemenche speler zingt een deel van het verhaal, een rol die tussen die van een epische dichter-zanger uit de Perzische traditie en die van een recitatiefzanger uit een barok-oratorium inligt.

Photo: Nichon Glerum

© Nichon Glerun

De handeling wordt begeleid en vaak geleid door een drietal zingende actrices, Sarah Akbari, Niloofar Nedaei en Tahere Hezave (dezelfde die twee weken geleden in de Operadagen Rotterdam het fraaie Promethe/The Plague uitvoerden met muziek van de dirigent van deze voorstelling Navid Gohardi). Ze leiden de verhaallijn en zingen poëtische teksten over de zeven kleuren en de zeven planeten, in complexe polyfonieën die soms zijn ontleend aan Westerse klassieke harmonieën, soms aan Iraanse folklore.

Dit meerstemmig zingen is in Iran overigens soms een bittere noodzaak. Vrouwen mogen officieel niet solo zingen voor gemengd publiek. (Al wordt daar vaak de hand mee gelicht; Puccini’s Gianni Schicchi tot en met My Fair Lady zijn er onlangs uitgevoerd en ook Humperdincks Hänsel und Gretel. Truc was om in elk geval bij de première af en toe iemand mee te laten neuriën, dan kon zelfs de censuurcommissie, zelf bestaande uit bevriende musici, zeggen dat er niet solo werd gezongen; wel kostte dit op zeker moment toch de Minister van Cultuur – en ‘Islamic Guidance’ – zijn baan. Ook deze Turan Dokht is in Teheran opgevoerd.)

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

©Nichon Glerun

De drie actrices fungeren als een koor uit een Griekse tragedie, maar ze hebben ook iets van schikgodinnen, of misschien wat dichter bij huis djinns. En ze zijn hofdames, vrouwelijke evenknieën van Ping, Pang en Pong, de drie ceremoniemeesters uit de opera van Puccini.

Photo: Nichon Glerum

© Nichon Glerun

Deze Turan Dokht is niet de ijsprinses van Puccini. Wel stelt ze ook hoge eisen aan wie haar benadert, en er wordt gerept van wat voor bloedigs kan gebeuren als huwelijkskandidaten een fout maken. De prinses werd in de Nederlandse première vertolkt door Ekaterina Leventhal, een imposante verschijning, in een soort Oezbeeks gewaad; wel, ze is van Oezbeekse afkomst is, en dus eigenlijk ‘Turaans’.

Photo: Nichon Glerum

© Nichon Glerun

De prins is Arash Roozbehi, een jonge Iraanse bariton die aan de Artez hogeschool heeft gestudeerd, en die er overtuigend uitziet als prins. Een beetje een onhandige prins, maar dat wekt juist de vertedering van de drie ‘schikgodinnen’ annex ‘hofdames’, die hem onmiddellijk onder hun hoede nemen en hem zelfs nog voordat hij Turan Dokht heeft gezien de antwoorden op de vragen die zij altijd stelt verklappen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

©Nichon Glerun

Als de ontmoeting met de prinses dan plaats vindt dreunt hij meteen alle antwoorden op voordat zij nog maar iets heeft kunnen vragen. Hij moet echter nog één raadsel oplossen, haar naam, en wel nadat ze de nacht samen hebben doorgebracht op twee meter van elkaar. Tijdens die nacht besluit zij dat zij hem zelf haar naam zal vertellen door middel van een kus die zij hem bij het krieken van de dag zal geven. Een interessante feministische interpretatie dus. De schikgodinnen/hofdames helpen de prins, en Turan Dokht besluit zelf het heft in handen te nemen en een eind te maken aan al het geheimzinnige gedoe. Goed en wel ontwaakt zingen ze samen nog een stukje Puccini. In het hele land is het feest, de musici op de Iraanse instrumenten spelen folkloristische dansmuziek en dan eindigt de opera.

Er mag nog apart iets worden gezegd over de bijzondere video-animaties, gemaakt door Siavash Naghshbandi, gebaseerd op zeven kleuren, waarin ook de zeven planeten worden verbeeld door middel van fraaie lichtprojecties, op de vloer en tegen de achterwand. Ook fragmenten van Perzische miniaturen worden gebruikt, vermoedelijk afkomstig uit geïllustreerde uitgaven van Nizami’s werk, en geometrische patronen zoals we die van de Perzische tapijtkunst kennen.

Compositie: Aftab Darvishi
libretto, regie: Miranda Lakerveld

zang:
Ekaterina Levental (Turan Dokht),
Arash Roozbehi (De onbekende prins),
Sarah Akbari, Niloofar Nedaei,Tahere Hezave

dirigent: Navid Gohari
video: Siavash Naghshbandi

Gezien 5 juni Muziekgebouw aan t IJ.

 

Promethe/Plague door het Beyn Theater.

Tekst: Neil van der Linden

IMG_7030

Promethe/Plague uit Iran is een radicale bewerking van Aeschylos’ tragedie Prometheus geboeid, die in klank en intensiteit misschien wel heel dicht bij het origineel komt zoals dat ooit uitgevoerd zou kunnen zijn. Het was één van de winnende voorstellingen van de internationale competitie voor nieuw opera- en muziektheaterwerk Music Theatre NOW. Operadagen Rotterdam is de eerste die de voorstelling buiten Iran presenteert.

Het decor bestaat uit bladerhopen die afwisselend rood, oranje en geel worden belicht, waarmee oplaaiend en na-smeulend vuur wordt verbeeld. De uitvoerenden, een acteur en drie actrices, zijn van het begin af voortdurend op het toneel. Ze zingen en declameren alle vier, de drie vrouwen bespelen ook de muziekinstrumenten: een fluit, een klein harmonium zoals dat ook in de Sufi-muziek van India, Pakistan en Afghanistan wordt gebruikt, een accordeon en drie staande trommels.  Op één elektronisch gegenereerde grondtoon aan het einde na is alle muziek akoestisch.

IMG_7111

Prometheus was de Grieks-antieke mythologische figuur, een zogeheten Titaan, die uit medeleven met de lijdende mensheid bij de Goden Olympisch vuur stal en het aan de mensen schonk. Daarvoor werd hij zwaar gestraft, en de ‘Nemesis’, de ‘wrekende gerechtigheid’ viel hem ten deel: hij werd aan de bergketen Kaukasus gekluisterd waar de adelaar Ethon elke dag zijn lever kwam opeten, die dan ‘s nachts weer aangroeide. Titanenstrijd, wraak van goden, vuur, bergen, een grote roofvogel, allemaal heftige elementen. Die worden uitgedrukt met schreeuwen, rennen, emotionele gebaren, instrumentale geluidsuitbarstingen. Toch blijft het resultaat gedoseerd.

De mooie muziek, van Navid Gohari, biedt daarbij houvast. Er zijn vlagen polyfonie die aan Byzantijnse en Corsicaans kerkzang lijken te zijn ontleend. De fluit roept associaties op met de manier waarop Pan mensen verleidde, zoals Prometheus lijkt te moeten worden verleid om het vuur te brengen, maar zoals hij zelf ook de mensen lijkt te moeten verleiden om het vuur te gebruiken. Het harmonium, niet een instrument dat je met heftigheid associeert, en dat zittend wordt bespeeld, vormt een rustpunt in het decor, en in de muziek, al eindigt de voorstelling met een lang aangehouden onheilspellende grondtoon, en verkeert de rust in angst.

IMG_7054

Het in tijd en plaats onbestemde toneelbeeld in combinatie met de soms rauwe muziek roepen het idee van een tijd waarin oerkrachten op elkaar inwerkten en mythologische monstermachten elkaar bevochten. Tegelijkertijd zou het toneelbeeld ook een post-apocalyptische wereld kunnen uitbeelden, waarin de natuur nog nagloeit na een grote brand. Hoewel volgens de mythologie Prometheus de mens wilde helpen door het vuur te brengen, kan men zeggen dat dat niet alleen slecht afliep voor Prometheus, maar ook voor de mensheid, de moeite heeft met dat vuur niet evenveel kwaads als goeds uit te richten.

De voorstelling eindigt zeker niet optimistisch wat dit aangaat. Er zijn momenten van vertedering en wederzijdse genegenheid, maar omgeven door het beeld van de vuurgloed duren die niet lang. Intrigerend is dat Prometheus zelf één van de andere acteurs een vogelmasker opdoet. Dat roept associaties op met religieuze martelaren, niet in de laatste plaats Jezus Christus, die hun fatale lot opzoeken. Het Christendom en de Islam zijn allebei een cultus van martelaarschap, en misschien willen de makers het Prometheus verhaal ook aan de geldende religie van het Midden-Oosten verbinden.

IMG_7084

Het alomvattende vuur in de voorstelling doet echter aan nog een religie uit de regio denken, het Zoroastrisme, de inheemse monotheïstische religie van Iran die werd gesticht door de profeet Zarathustra (Grieks: Zoroaster) en die nog steeds voortbestaat, niet alleen in Iran, maar ook bij de oorspronkelijk uit Iran afkomstig Parsi in India. (NB niet alleen mijnheer Tata van Tata Steel, en van het Taj Mahal hotel in Mumbai, en van Landrover en Jaguar is een Indiase Parsi, maar ook Freddy Mercury was een Parsi, en de fantastische componist Kaikhosru Shapurji Sorabji.) Weet u dat oorspronkelijk, en in gegoede families in India nog steeds, de doden bij de Zoroastriërs niet worden begraven, maar in een soort stadion in de open lucht worden opgebaard, waarna het de bedoeling is dat ze worden opgegeten door roofvogels? Als dat niet lijkt op die adelaar die elke nacht de lever van Prometheus komt opeten….

Het Iraanse theater heeft net als de Iraanse film naast het realisme en het absurdisme (vergelijk wat dit betreft het Oscar-winnende ‘A Separation’ tot en met het oeuvre van cineast Abbas Kiarostami), ook een stroming die voortbouwt op het werk van de grote Europese theatervernieuwers uit de eerste helft van de twintigste eeuw, zoals Antonin Artaud en zijn Theatre de la Cruauté (het theater van de wreedheid), Jerzy Grotowski en Eugenio Barba, welke laatste een beroemde Prometheus-voorstelling heeft gemaakt.

Verder heeft het land, dat vele etniciteiten herbergt, vele lokale tradities, die deels uit alle hoeken van Azië zijn gekomen. De muziek, de kostuums en de dansbewegingen bouwen ook daarop voert. Van oudsher was er onder meer via het Ottomaanse rijk en via de Kaukasus ook nauw contact met de Balkan en Rusland, en met de cultuur van de zigeuners.

IMG_7069

De accordeon roept associaties op met zigeuner en Balkan muziek, misschien ook wel Jiddische muziek. En voordat de mensheid, nadat zij het gebruik van de zangstem had ontdekt, melodische instrumenten uitvond sloeg zij al op voorwerpen om geluid te maken, en daarmee corresponderen de drie trommels.

Uiteindelijk ontstaat er een pandemonium van beeld en geluid, als de aarde misschien wel in brand lijkt te staan. Zoals het in de Noord-Europese mythologie uiteindelijk beter blijkt om de Ring van de Nibelungen maar terug te bezorgen, had de mensheid misschien maar beter het vuur aan de goden terug moeten geven.

Componist: Navid Gohari
Regie Mehdi Agahikeshe
Uitvoerenden: Sarah Akbari, Niloofar Nedaei, Tahere Hazaveh, Mohammad Majd Taheri

Bezocht op 18 mei 2019 in de Rotterdamse Schouwburg

Foto’s: © Neil van der Linden

Unknown, I live with you

Tekst: Neil van de Linden

DSC08848

De voorstelling begint met aanhoudende elektronische geluiden. Buiten de theaterzaal wordt een video geprojecteerd, opgenomen op een podium, waarop drie vrouwen in onderjurk door een man in smokingkostuum worden gedwongen gewaden aan te trekken. Eerst van blauw en van zwart textiel, waardoor je zou kunnen denken dat dit al gaat over de kleuren van boerka’s in Afghanistan, waar, zoals we hebben gelezen, de teksten van de opera die komen gaat vandaan komen. De derde krijgt echter een roze jurk aan, en dan blijken de twee andere gewaden ook lange jurken te zijn, dus geen boerka’s maar eerder concertjurken. Daarmee wordt aangegeven dat het vanavond toch ook echt over ons Westen zal gaan. Afwisselend gewillig en dan weer onder protest laten de vrouwen zich door de man aankleden.

DSC08657_2

Dan zet één van de drie het eerste lied van Robert Schumanns Frauenliebe und Leben in. Na enige tijd vallen de andere twee ook in, elk met een ander lied uit Schumanns cyclus. Deze voorstelling gaat over de traditioneel ondergeschikte positie van vrouwen. Ik moest er even aan denken dat ook één van de indringendste muziekwerken die daarover gaan door een man is geschreven, en dat we daarbij niet aan het oeuvre van zijn echtgenote Clara denken.

DSC08884-2

Met de stem van de derde zangeres, Lucia Lucas, is iets aan de hand; wat, dat ga je later binnen ontdekken, als je niet zoals in dit festival met voorbesprekingen al van tevoren alert bent gemaakt door de regisseur. Hij, Krystian Lada (onder meer oud-dramaturg van de Muntopera en Ivo van Hove), legde ook uit hoe de componiste zichzelf in de productie ziet. Zij treedt op vanaf een laptop waarop de ze elektronische muziek van de voorstelling produceert. Zij ervaart dat als een mogelijkheid om een creatieve ruimte voor zichzelf te scheppen en bovendien redeneert ze dat schrijven voor symfonisch orkest heden ten dage nog steeds voor het merendeel aan mannen wordt toevertrouwd.

DSC08722

Dat hieruit geen zelfoverschatting spreekt zal even later binnen blijken. Na de videovertoning, gaat het publiek naar binnen. Dat is in dit geval in de grote zaal van de Rotterdamse schouwburg, waar de stoelen zijn weggehaald, waardoor een gigantische industrieel aandoende ruimte is ontstaan. Er is een strijkkwartet, een danser, en achter de laptop componiste Katarzyna Glowicka. In het midden staat een operatietafel. Op de grond staan emmers. En er staan drie zangeressen. De vrouwen gebruiken de emmers om water te sprenkelen, over zichzelf, met een spons over de vloer (de ondergeschikte rol van de vrouw?), en over de operatietafel.

DSC08917-2

Ze zingen teksten van dichteressen uit Afghanistan, uit delen van het land die onder het bewind van de Taliban staan of stonden. Of het klopt of op dichtkunst door vrouwen de doodstraf staat vraag ik mij af, maar de Taliban verboden onderwijs voor vrouwen en vrouwen mochten nauwelijks de straat op, dus artistieke expressie door vrouwen was zwaar verdacht, en al helemaal in het openbaar. Raehann Bryce-Davis zingt Mother, Sister, Daughter, Where Are You? En I Thought it was a dream but when I woke, I couldn’t walk. Een van de betekenissen van het water in het toneelbeeld komt uit River Promise – Unknown, I Live With You, gezongen door Sara Jo Benoot.

DSC08891-2

 Als de derde zangeres, Lucia Lucas, begint te zingen in Whenever, Something horen we een bariton, de zangeres is een transgender, beschikt over een fraaie bariton én een mezzo en wisselt telkens af. Dat we hieraan moeten wennen, confronteert ons, de toeschouwers, met een taboe in onze maatschappij. Ook hier bewijzen de makers dat ze het ook over ‘ons’ willen hebben. Ook al staan er in het Nederland van nu geen jihadisten klaar om ons hardhandig de les te lezen of erger.

DSC08588

De volgende tekst gezongen door Lucia Lucas, A World of Luck – If I Were Not a Woman, gaat over de vrijheid die in het Talibaanse Afghanistan niet is weggelegd voor vrouwen, maar slaat op dubbelzinnige manier ook op de vertolkster. De positie van vrouwen komt nog schriller naar voren in Sexual Assault – I Can Not Live Without You, Dignity, allemaal nog steeds teksten van Afghaanse vrouwen, gezongen door Lucia Lucas en onderbroken door de schreeuwstem van de danseres Gala Moody, in een scene die seksueel geweld uitbeeldt. De hartverscheurende gedichten, geprojecteerd op de achterwand, gaan over vrijheid, de ziel en de rivier als weg naar verlossing, waardoor de associatie met zelfmoord uit wanhoop als oplossing voor de hand ligt. Deze beeldspraak verklaart het steeds uitbundiger gebruik van water in de enscenering.

In plaats van het gevreesde einde volgt er echter een prachtig etherisch terzet, I feel. Of misschien verwijst het hemelse wel naar het hiernamaals. Het terzet culmineert in een gedragen gospelachtig lied, voor vol ensemble, dat een Wagneriaanse catharsis brengt. Het antwoord op de vraag of we ons nu al in het hiernamaals bevinden wordt aan het publiek overgelaten.

In deze inventieve vermenging van stijlen betoont Katarzyna Głowicka zich een uitermate een originele componist, met gevoel voor dramatiek en tegelijkertijd intellectuele beheersing. De componiste heeft bij Louis Andriessen gestudeerd. Dat is te horen in de geregeld explosieve climaxen. Maar de muziek is vaak ook prachtig lyrisch. Cultureel profilerend zouden we misschien zeggen dat dit een erfenis van de tradities uit haar eigen land.

In deze slotbeelden brengen ook de regisseur Lada en de decor- en kostuumontwerpster Natalia Kitamikado de soms wat opgelegd aandoende symboliek in de personenregie en het toneelbeeld harmonieus samen.

DSC08893

Deze voorstelling was onderdeel van de Operadagen Rotterdam, tegenwoordig een publiekssucces, zelfs op deze avond waarop mensen anders thuis naar het Eurovisiesongfestival zouden hebben kunnen kijken.

Componist Katarzyna Głowicka
Raehann Bryce-Davis, Sara Jo Benoot, Lucia Lucas (zang)
Tomasz Aleksander Plusa,  Aleksandra Kwiatkowska (viool), Clara Sawada (altviool), Natania Hoffman (cello), Katarzyna Głowicka (electronics)
Regie: Krystian Lada

Gezien op 18 mei 2019 in de Rotterdamse Schouwburg

Fotocredits: @operadagenrotterdam, @theairportsociety

Offenbachs Fantasio door Opera Zuid doet niet onder voor het Eurovisie Song Festival

JM--20190514-7903

Dat er vrijwel niemand is die Fantasio van Offenbach kent is zo gek nog niet: het manuscript is verloren gegaan bij de brand in de Opera Comique in 1887. Het is nog niet zo lang geleden dat het werk werd gereconstrueerd. Het was de Franse musicoloog Jean-Christophe Keck die in 1999 bij een monumentale editie van alle werken van Offenbach ze in hun oorspronkelijke versie begon uit te geven en hij was het die Fantasio, in zijn allereerste Parijse versie uit 1872 tot leven wist te wekken.

JM--20190514-7734

Het is een heerlijke ‘opera comique’, een begrip wat niet anders inhoudt dan opera met gesproken dialogen. Dat Opera Zuid er een komische opera van heeft gemaakt… het zij zo. Maar Fantasio is allesbehalve theater van de lach, laat staan onderbroekenlol (en dat bedoel ik letterlijk). Het is liefdevolle lyriek die de partituur van Offenbach iets anders maakt dan zijn grootste krakers. Hier gaat het voornamelijk om de echte liefde, om de melancholie, om het verlangen en om het durven dromen.

JM--20190514-7444

O ja, er zitten meer dan genoeg komische (en voornamelijk satirische) elementen in de opera! Offenbach zou Offenbach niet zijn als hij de maatschappij en de sociale verhoudingen niet op de korrel zout zou nemen. Maar: iets wat van zichzelf al leuk is verliest zijn zeggingskracht als het extra opgeleukt gaat worden. Iets wat ook ooit in Amsterdam gebeurde met L’Etoile van Chabrier.

JM--20190514-7348

Benjamin Prins heeft hij er een potje van gemaakt. In zijn toelichting gooit hij het op ‘fantasie”, op de onwerkelijkheid, om een mix… op … nu ja mishmash.. prima. Maar zijn regie gaat tegen het libretto in. Sterker: het haalt de belangrijkste boodschap onderuit. In het libretto staat dat de student Henri (Fantasio) in een melancholische bui een ode aan de maan zingt. Hier krijgen we te horen dat hij ‘stoned’ is (ja, de dialogen zijn door de regisseur bewerkt). Weg de betovering want we moesten lachen.

JM--20190514-7356

Erger nog vond ik de choreografie. Nu ja, choreografie… De bewegingen van de dansers vond ik nergens op slaan. In de derde acte werd het prachtige liefdesduet van Elsbeth en Fantasio zowat om zeep gebracht door de achtergrond ‘dansers’.

Maar…. Maar is altijd nog goed nieuws! Na de eerste, ondanks de grappen en grollen nogal saaie anderhalve acte (de eerste plus de helft van de tweede), werd het na de pauze iets spannender. Er werd wat meer gezongen en wat minder gesproken (de dialogen werden door de regisseur ‘aangepast’. Kon hij ze ook niet een beetje halveren?). En, allerbelangrijkste: de uitvoering was op wereldniveau!

De twee geliefden, Fantasio en de prinsen Elsbeth konden niet beter! Niet alleen zongen ze hun rollen meer dan voortreffelijk, ook hun uiterlijk speelde uiteraard mee (zouden zij ook daarop zijn uitgekozen?). Anna Emelianova was een Elsbeth uit duizenden. Haar verdriet was niet gespeeld, die zit ingebakken in haar waanzinnig mooie sopraanstem.

Romie Estèves heeft alles mee voor een perfecte Fantasio (én Cherubino, én Rosenkavalier): haar stem, mooi, lyrisch, romig en … ja… heel erg jeugdig is niet meer dan perfect voor het zingen van de adolescenten. En wat haar acteren (dansen, bewegen en meer) betreft… petje af.

JM--20190514-7805

Roger Smeets was absoluut onweerstaanbaar als de prins van Mantua. Voor mij was hij eigenlijk de absolute top. Zijn adjudant Marinoni (Thomas Morris) was eigenlijk ook niet te versmaden.

JM--20190514-7572

Huub Claessens was een ontzettend goede koning, heel erg waardig in zijn optreden. Een verademing. De studenten, die om de zo veel tijd punkers, FBI-agenten en wat dan ook nog waren kregen ook zowat de beste stemmen. Ivan Thirion  (Sparck) was voor mij een echte ontdekking. Jeroen da Vaal zong een goede Facio en Rick Zwartman was een prima Hartmann.

En dan was er nog Francis van Broekhuizen als de page Flamel…Mensen: geef Francis nou eens een echt grote rol! Zij verdient het!

Al met al…. Vocaal top, visueel best bizar. Betrof het een ESF-uitzending dan hadden ze van mij 12 punten gehad. Zeker omdat er zo geweldig in werd gezongen

Trailer van de productie:

Bezocht op 19 mei 2019

Fotomateriaal ©Joost Milde

FANTASIO

Mooie Butterfly van Opera Odessa in het Zuiderstrandtheater

Tekst: Peter Franken

SAG_4141 butterfly

In de schaduw van de reeks voorstellingen in Amsterdam maakt Opera Odessa een mini tournee met Madame Butterfly langs drie Nederlandse theaters. De reeks werd afgesloten met een geslaagde uitvoering in Scheveningen.

De Opera van Odessa is inmiddels geen onbekende meer in het circuit van rondreizende buitenlandse gezelschappen. De afgelopen seizoenen vielen er al geslaagde uitvoeringen te noteren van Turandot en Pique Dame. De getoonde ensceneringen houden het midden tussen kostuumdrama en eigentijds theater, zo ook deze Butterfly.

Regisseur Anatol Preissler en zijn belichter David Albert hadden zich duidelijk laten inspireren door de klassieke productie van Robert Wilson, zij het dat de belichting hier zo nu en dan een beetje zwaar werd aangezet. Dan weer baadde het toneel in paars licht om een ogenblik later groen of blauw te zijn. Het lichtontwerp was inventief maar trad als theatraal middel teveel op de voorgrond in mijn beleving.

SAG_4085 - butterfly

Op het toneel een eenvoudige balkenconstructie die effectief een huisje wist te suggereren. Door middel van goed uitgevoerde bewegingen met schuifwanden werd een geloofwaardig Japans onderkomen gecreëerd. Kostuums waren daarmee in overeenstemming met een speciale vermelding voor de boze oom Bonzo die bij opkomst een schrikeffect teweeg wist te brengen.

Het libretto werd keurig gevolgd. Toeschouwers die vroeg waren gearriveerd konden het van scène tot scène als het ware meelezen in het zeer uitgebreide programmablad. Een service die zeer welkom is voor diegenen die minder goed thuis zijn in het repertoire en daarom zeker navolging verdient.

Wat me ook al in Londen overkwam enige tijd geleden gebeurde nu weer. Een deel van het publiek had zich zozeer met het droeve lot van de arme Cio-Cio-San vereenzelvigd dat de zanger die Pinkerton vertolkte na afloop behalve applaus ook enig boegeroep in ontvangst mocht nemen. Aan zijn zang heeft het niet gelegen, Eduard Martyniuk had een prima avond. Hij heeft een mooie slanke stem die goed samenging met die van zijn tegenspeelster. Wel vond ik dat de regie hem wat minder langdurig naar het publiek had mogen laten zingen, gefixeerd met de benen enigszins gespreid, nog net niet in de houding.

Victor Mitiushkin was zeer geloofwaardig als de Amerikaanse consul die het naderend onheil al van verre ziet aankomen maar niet in staat is het tijdig af te wenden. Pinkertons uit jeugdig bravoure voortkomend bedrog straalt in negatieve zin af op zijn oudere landgenoot en met zijn vertolking wist deze Sharpless dat goed over het voetlicht te brengen.

SAG_4108 - butterfly

Pavlo Smyrnov slaagde er in zijn huwelijksmakelaar Goro de vereiste kruiperige gladheid mee te geven en Bogdan Panchenko was heel aardig als de rijke sukkel Yamadori. De overige bijrollen waren adequaat bezet, ook van Kate Pinkerton (Taisia Safranskaya).

Zeker in de tweede en derde akte gaat de aandacht vooral uit naar de vrouwen. Het lawaai en gekijf, de vervloeking en de loze beloften van Pinkerton, het is allemaal verstomd. De focus ligt geheel en al op het persoonlijke drama van Cio-Cio-San dat zijn onvermijdelijke einde zal krijgen in haar zelfmoord. De voorstelling bereikte na de pauze een hoog niveau doordat de titelhelding volledig opgewassen bleek tegen haar taak de dramatiek die dit werk tot zo’n ongekend fenomeen maakt, tot uitdrukking te brengen.

SAG_4211 butterfky

Ondersteund door een prachtige Suzuki, een fraaie rol van de uitstekend zingende Kateryna Lian, wist Hanna Litvinova een zeer aanraakbare Butterfly neer te zetten. Dus niet afstandelijk, gestileerd met geabstraheerde gevoelens, maar een levensechte jonge vrouw die zich vastklampt aan de illusie dat haar geliefde zal terugkeren. Het is het kleine vlot dat haar moet redden van de emotionele verdrinkingsdood. Litvinova klonk bij opkomst niet geheel zoals ik zou wensen maar zeer snel werd dat beter. In haar duet met Pinkerton was ze al goed op dreef maar zeker na de pauze was ze absoluut top. Een schitterende Butterfly.

De muzikale leiding was in handen van Igor Chernetski. Hij liet het overigens goed spelende orkest van de Opera Odessa aanvankelijk wat gejaagd klinken, bijna schichtig. Dat zit hem ook wel een beetje in de partituur natuurlijk, maar het had toch wel iets welluidender gekund. Dat werd snel beter en zeker tijdens het tussenspel dat de overgang van de tweede naar de derde akte markeert was duidelijk te horen hoeveel kwaliteit er in de orkestbak zat.

De tournees van dit gezelschap zijn kort doordat men vooral in België optreedt maar Opera Odessa is zeker de moeite waard om de komende seizoen goed in de gaten te houden.

Bezocht op 15 mei in het Zuiderstrandtheater.

Madama Butterfly: drie (cd) opnamen waar ik niet zonder kan

Manon-Premiere Oper Zürich 7.4.2019: Man hat schon Schlimmeres gesehen

Manon Zurich

Text Mordechai Aranowicz

 

Die Premiere von Jules Massenets Oper Manon am Opernhaus Zürich geriet zu einer etwas zwiespältigen Angelegenheit, bei der der Funke nicht so recht überspringen wollte. Das lag zum einen sicherlich am Dirigat von Marco Armiliato, der Massenets Musik wenig französisch, weitgehend spannungsarm, sowie farb- und leidenschaftslos abspulte. Im Mittelpunkt der Aufführung stand dagegen Piotr Beczala als des Grieux, dessen Auftritte an seinem einstigen Züricher Stammhaus selten geworden sind.

Beczala, der die Rolle 2011 bereits an der Met an der Seite von Anna Netrebko gesungen hatte, überzeugte rundum mit seinem in allen Lagen perfekt geführtem Tenor und charmantem Spiel, besonders in der Kirchenszene des dritten Aktes. Er versuchte, dem insgesamt sehr trägen Bühnengeschehen etwas Leben einzuhauchen. Dass Beczala dem des Grieux stimmlich  eigentlich bereits entwachsen ist, war bei einem Sänger, der demnächst den Radames in sein Repertoire aufnehmen wird, nicht anders zu erwarten.

Elsa Dreisig brauchte in der Titelrolle einige Zeit um stimmlich warm zu werden, überzeugte dann allerdings im Cours de la Reine-Bild mit glockenhellen Koloraturen, Darstellerisch blieb die Sängerin allerdings leider über weite Strecken blass.

Blass und stimmlich wenig präsent waren auch Yuriy Yurchuk als Lescaut, Eric Huchet als Guillot de Morfontaine und Alastair Miles als Comte des Grieux. Letzterer sang seinen Part  mit den Resten, seines einst so imposanten Basses.  Die übrigen Rollen waren insgesamt solide bis sehr gut besetzt.

Das am Premierenabend so wenig Stimmung aufkam lag auch an der Inszenierung von Floris Visser. Anders als bei zahlreichen Neuinszenierungen tat Visser dem Werk keine Gewalt an und überliess der Musik den Vorrang. Warum man jedoch, das Werk aus dem 18. Jahundert in die Enstehungszeit der Oper verlegen musste blieb unklar und erschien insgesamt ein eher willkürlicher Einfall, der nichts zum tieferen Verständnis der Oper beitrug.

Manon Zurich 1

Das Bühnenbild von Dieuweke van Reij war insgesamt funktional und machte es Dank Deckelung den Sängern akustisch einfach. Leider blieb dieser Rahmen jedoch insgesamt ziemlich stimmungslos, wozu auch die eintönige Lichtregie von Alex Brook verantwortlich war. Die auch von der Bühnenbildnerin entworfenen Kostüme waren zwar ästhetisch, grenzten die einzelnen Charaktere aber untereinander zu wenig ab, sodass gerade die Nebenrollen in den Massenszenen teilweise untergingen und man in diesen Momenten die Sänger in der Masse kaum wahrnahm. Hier wäre eine geschicktere Personenregie von Chor und Statisten wünschenswert gewesen.

Am Ende gab es für alle Beteiligten freundlichen Applaus, der nur für Elsa Dreisig und Piotr Beczala deutlich zunahm, beim Erscheinen des Regieteams dagegen deutlich abnahm. Buhrufe gab es jedoch keine.

Fazit: Diese Inszenierung ist zwar kein Ärgernis, aber auch nicht wirklich gut. Immerhin erhalten die Sänger der Hauptrollen genug Freiraum ihre Rollen zu gestalten, wobei sich das ganze Ensemble noch einspielen muss.

Trailer:

https://www.facebook.com/opernhauszuerich/videos/1773444599422066/

Tannhäuser in Amsterdam: Wolfram wint

tannie-1

© Monika Rittershaus/DNO

Vergeet de middeleeuwen, de minnenzangers, de pelgrims… We zijn in negentiende-eeuwse Parijse theaterwereld beland en bevinden ons in een exclusieve herensociëteit Jockey Club, waar rijke heren in rookkostuums zich met ballerina’s vermaken. Die ballerina’s die lijken zo te zijn weggelopen van de schilderijen van Degas, maar algauw gaan de tutu’s, de rokjes en de smokings uit en men ‘vermaakt zich’.

tannie-3

© Monika Rittershaus/DNO

Nu is daar iets voor te zeggen. Wagner componeerde zijn opera voor Parijs en dat betekende dat het ballet er een grote rol in moest spelen. In die tijd was het ‘gebruikelijk’ dat de balletmeisjes na afloop van de voorstelling de heren van dienst moesten zijn. Maar, allerbelangrijkste: volgens het libretto bevinden we ons in de grot van Venus waar juist de bacchanalen plaatsvinden. Ik vond het een beetje gedoe en een beetje saai, maar ach..

Tannie4

Svetlana Aksenova (Elisabeth) en Daniel Kirch (Tannhäuser) © Monika Rittershaus/DNO

De tweede acte was beslist beter, spannender ook. Goed, logisch was het allerminst, maar er waren zeer goed geslaagde scénes (opkomst van Elisabeth!) en de zangwedstrijd zorgde voor minutenlang prachtige muziek en goede zang, en daar komen we toch voor naar de opera!

tannie-9

Daniel Kirch (Tannhäuser) en Ekaterina Gubanova (Venus) © Monika Rittershaus/DNO

In de derde acte vond een soort ‘symbiose’ tussen de zinnelijkheid en de verheven geestelijkheid plaats. Zo ging Elisabeth onder de bontmantel van Venus de oneindigheid van de heilige dood in, en boven haar lichaam verenigde Wolfram zich met de liefdesgodin in een eeuwigdurende omhelzing. Waarna iedereen het ‘goed vond’ met iedereen.

tannie-7

Svetlana Aksenova en Björg Bürger (Wolfram) © Monika Rittershaus/DNO

Ondanks de zware symboliek die ik niet altijd begreep (waarom moest één van de danseressen gewurgd worden?) vond ik de derde acte buitengewoon ontroerend. Het ligt voornamelijk aan de muziek, uiteraard, aan de hemels mooie Wolframs aria, aan het Pelgrimskoor, aan de opoffering scène van Elisabeth en aan de ‘Romerzählung‘, het monoloog van Tannhäuser. Allemaal muziek die ik niet met droge ogen kan aan horen.

De Nationale Opera 2019 Tannhäuser - credits Monika Rittershaus 322

Daniel Kirch (Tannhäuser) © Monika Rittershaus/DNO

Voor mij is Tannhäuser een echte Italiaanse opera, belcanto eigenlijk, met echte aria’s. Gegeven dat mijns inziens om ‘Italiaanse zangers’ vraagt, waarmee ik niet de nationaliteit bedoel. De italianitá, dat miste ik in de vertolking van de hoofdrol door Daniel Kirch. Zijn grote stem droeg prima, maar het ontbrak hem aan lyriek en subtiliteiten. Wat hij zong klonk minder als minnezanger en meer als Siegfried. Maar als acteur kon hij mij honderd procent overtuigen. En: hij heeft het volgehouden!

De Nationale Opera 2019 Tannhäuser - credits Monika Rittershaus 355

© Monika Rittershaus/DNO

Svetlana Aksenova was een prachtige Elisabeth. Zowel met haar verschijning, als met haar zang en haar acteren kon zij mij behoorlijk bekoren. Haar eerste aria zong zijn een beetje onzeker maar naarmate de opera vorderde werd zij sterker en ontroerender. Het is amper te geloven, maar het was haar eerste Elisabeth. Sterker: het was haar eerste Wagner. Brava!

https://www.facebook.com/DeNationaleOpera/videos/311568592815059/

tannie-8

Ekaterina Gubanova (Venus) © Monika Rittershaus/DNO

Ekaterina Gubanova was een prima Venus, aantrekkelijk en verleidelijk, maar een beetje onderkoeld. Haar zingen kon ook iets erotischer, maar ach… Het was een uitstekende prestatie.

Stephen Milling zette een imposante Langraf neer. Zijn ronde, ferme bas was welluidend en warm, met een niet gespeelde vaderlijke bezorgdheid naar zijn nicht toe. Maar daar waar nodig klonk hij afschrikwekkend. Fantastisch.

tannie-5

Svetlana Aksenova (Elisabeth) en Björg Bürger (Wolfram) © Monika Rittershaus/DNO

Maar allemaal verbleken ze bij de fenomenale Wofram van de jonge Björn Bürger. In jaren heb ik de rol niet beter, niet mooier, niet sensitiever horen zingen. Hij zag de rol, hij acteerde de rol en hij zong de rol. Zijn bariton is vederlicht maar met voldoende volume en een tenorale timbre. Van hem gaan we veel meer horen.

Helaas kon Kay Stieferman (Biterolf) mij niet echt bekoren, ik vond zijn stem schriel en weinig subtiel. Attilio Galser daarentegen zong een mooie Walther

Grote bravo’s voor de debuterende leden van De Nationale Opera Studio: Lucas van Lierop (Heinrich der Schreiber) en de zoetgevooisde Armeense sopraan Julietta Aleksanyan (Ein junger Hirt, hier vermomd als een serveerster). Wat een potentie!

Maar eerlijk is eerlijk, er kan maar één de winnaar zijn en dat is (naast Aksenova en Bürger) het Koor van de Nationale Opera (instudering Ching-Lien Wu). Ik weet het, ik weet het, ze zijn altijd fantastisch, maar nu hebben ze zich ruimschots overtroffen. Hun lezing van de ‘Pelgrimskoor’ is voor altijd in mijn oren gegriefd. Bedankt!

Enorme bravo ook voor het fenomenaal spelende Nederlands Filharmonisch Orkest. Wagner is natuurlijk koren op de molen van Marc Albrecht, maar ook hij heeft zich ditmaal overtroffen. De zoete, zachte tonen in de inleiding tot Avondster, de ijzige spanning aan het begin van de ‘Romerzählung’….

Mensen: gaat dat zien! Probeer het niet te begrijpen (al moet ik zeggen dat de personenregie van Loy echt prima was en nergens tegen de muziek in) en laat je voeren door de muziek en de fenomenale vertolkers.

Bezocht op 6 april 2019
Voor meer informatie en speeldata: website DNO

Over Tannhäuser in de niet voor de hand liggende opnamen

Liefde zonder zinnelijkheid is geen liefde. Het een en ander over Tannhäuser

In gesprek met Svetlana Aksenova

La Juive at the Israeli Opera in Tel Aviv

juive-opera

Israeli Opera in Tel Aviv

Didn’t have time to eat before the opera? Don’t worry, at least not if you visit a performance at the Israeli Opera in Tel Aviv. In the huge foyer downstairs there are at least fifty food stands and each floor counts dozens more. You can enjoy everything the good earth (and the cook) has to offer: sushi, sashimi, pasta, pizzas, grilled salmon, sandwiches, salads, fruit, cakes, chocolate ….. As a Jewish proverb says: “They tried to killed us, we survived, let’s eat”.

Surviving at any cost, also (or perhaps mainly?) to be able to avenge your attackers afterwards – that’s what it’s all about, among other things, in Halévy’s La Juive. Especially in David Pountney’s production, which was first performed two years earlier in Zurich.

juive-halevy

Jacques Fromental Halevy

Eleazar is not an amiable man. Like Shakespeare’s Shylock, he is repulsive and pitiful at the same time. He is filled with resentment and is looking for retribution for which he is prepared to sacrifice anything, even that which he loves most. But has he always been like that, or are it circumstances that have made him like that? Moreover, he too knows his doubts – in his great aria he sincerely asks himself (and God) whether he has acted well.

Poutney has moved the action to nineteenth century France, at the time of the Dreyfuss affair, and he is very consistent in that. The production is very realistic, with overwhelming scenery and costumes. On stage there is a kind of rotating puppet theatre, with the cathedral, Eleazar’s workshop, Eudoxie’s sleeping quarters, the prison and the street with the mobs of people. If necessary, the scenes are enlarged, allowing more emphasis to be placed on details.

juive-scene

© Yossi Zwecker

Every scene starts behind a transparent curtain, which makes the image blurred like a kind of veil and therefore a bit unreal. After a few minutes the curtain is lifted and the image not only becomes clear, but it also hurts your eyes.  Well thought out.

The ballet (choreography Renato Zanella) is an essential part of the story. In a very realistic (and very logical) way a story of persecution and intolerance is told and a link is made between the devil and the Jew. Devil is Jewish, expelling the devil means destroying Jews. It is painful for the Israeli public, after all, they have experienced quite a lot here.

The fact that the premiere took place one day after Yom Hashoa (Holocaust Day) makes it all even more complicated. The emotions are not only tangible but also visible. Let’s say: it is an experience to see the opera right here.

There were no less than 10 performances, they worked with a double cast and for the role of Eleazar even three tenors were engaged.

The premiere on 13 April 2010 was sung by a cast one can only dream of.

juive

© Yossi Zwecker

Neil Shicoff is probably the best Eleazar in the world at the moment. He seems to have a patent on that role and has grown so much that you sometimes forget that he is not Eleazar. His voice – slightly nasal and with a cantoral timbre – may not be the most beautiful anymore, but what he does with it is extremely impressive. After his big aria he got (rightly so!) a quarter of an hour of applause and many a handkerchief was brought out.

Annick Massis was born to sing Eudoxie. She tosses of her coloratura with effortless brilliance and her height was pure and scarily beautiful.

Roberto Scandiuzzi (Cardinal Brogni) did not only impress with his deep, dark bass, his entire appearance was impressive and his actions deeply human.

Robert McPherson has a beautiful, light tenor with a ‘Flórez-timbre.’ He did beautiful things with it, but he was one size too small for Leopold’s role.

The star of the evening was the performer of the title role, Marina Poplavskaya. Her voice has grown considerably, and has also become darker. The way she shaped the role was unbelievable, and her entire appearance and acting skills are of an unprecedented quality. Her Rachel was brittle but also determined. Sad and proud at the same time. Not only the victim but also a real heroine. BRAVA!

juive-yossi-zwecker

© Yossi Zwecker

The orchestra, slightly messy at the start, was skilfully conducted by Daniel Oren. That he is a real singer conductor was clearly visible (and audible), he breathed (and sang) with them.

Oren cancelled the performance on 16 April and was replaced at the last moment by his assistant, also choral conductor, Yishai Steckler. He was certainly acceptable and inoffensive, but the performance lacked the tension of the Oren one.

Also the second, quite good cast did not reach the insanely high level of the premiere. Except for the Leopold – Mario Zeffiri had an even bigger and stronger voice, very agile as well. But as an actor he had to acknowledge his superior in McPherson.

John Uhlenhopp has a beautiful, dramatic tenor, but Eleazar came too soon for him, he still has to grow into the role. The same goes for Dmitry Ulyanov (Cardinal). He has a voice out of thousands, but is simply too young for that role. Moreover, between him and Rachel (a truly beautiful Karine Babajanyan, she can’t help Poplavskaya set the bar so high!) there was no chemistry at all, so one of the most moving scenes made little impression.

Neil Shicoff as Eleazar in Vienna 2013 (production of Günter Krämer):

JACQUES FROMENTAL HALÉVY
LA JUIVE
Neil Shicoff /Francisco Casanova/John Uhlenhopp, Marina Poplavskaya/Karine Babajanyan, Robert McPherson/Mario Zeffiri, Roberto Scandiuzzi/Dmitri Ulyanov, Annick Massis/Jessica Pratt and others.
The Israeli Opera Chorus and The Israel Symphony Orchestra Rishon LeZion conducted by Daniel Oren/Yishai Steckler
Directed by: David Pountney

Visited in Tel Aviv on 13 and 16 April 2010

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

La Juive, discography

Anathema over en weer in grootse La Juive

Tekst: Peter Franken

Juive-34a7317

© Annemie Augustijns

Peter Konwitschny regisseerde vier jaar geleden een nieuwe productie van Halevy’s meesterwerk La Juive voor Opera Vlaanderen. Dit seizoen wordt dat succesnummer hernomen met voorstellingen in Antwerpen en Gent. Op het toneel vindt een ‘clash of fundamentalisms’ plaats in een grootse muzikale setting.

Juive Gent7

© Annemie Augustijns

La Juive gaat over Rachel die als voor dood achtergelaten baby uit een uitgebrand pand is gered door de joodse goudsmid Éléazar nadat deze uit Rome was verbannen door de magistraat de Brogny. Het huis blijkt zijn buitenhuis te zijn, de baby is zijn dochter. Éléazar weet dat maar de Brogny denkt dat ze dood is, net als de rest van zijn gezin.

Behalve een verbanning heeft onze magistraat ook de executie van Éléazars twee zonen op zijn conto. Als beide heren elkaar veel later treffen in Konstanz aan de vooravond van het concilie, heeft Éléazar weinig reden om zijn oude vijand in de armen te sluiten. Deze is tot de clerus toegetreden en heeft het (connecties natuurlijk) in relatief korte tijd tot kardinaal geschopt en doet nu in vergeving in plaats van verbanning. Voor de goudsmid is dat een gepasseerd station.

Juive Gent5

© Annemie Augustijns

Konwitschny probeert nadrukkelijk dit joods christelijk familiedrama naar een algemener plan te tillen. Met het monotheïsme is het alleenrecht op het grote gelijk in de wereld gekomen, en het gelijk van de bovenliggende partij is de wet. Bij een botsing tussen fundamentalistische religies of ideologieën (wat is het verschil) kan van enig toegeven nooit sprake zijn. Het programmaboek illustreert dit met een toepasselijk citaat van Voltaire: ‘Fanatisme is een monster dat zichzelf kind van het geloof durft te noemen’.

Juive Gent3

© Annemie Augustijns

Het volk is in deze productie de verpersoonlijking van het fanatisme van de bovenliggende partij. Éléazar is een toonbeeld van oudtestamentische rechtlijnigheid, liever dood dan toegeven aan de vijand. Zijn adoptief dochter Rachel moet er ook aan geloven, weliswaar na een handenwringend ‘Rachel, quand du Seigneur’ maar door haar te verklappen dat ze de dochter van een christen is, had hij haar leven kunnen sparen. Nu verkiest ze de dood om haar vermeende geloof niet af te vallen.

Juive -34a7217

© Annemie Augustijns

In het werk is flink gecoupeerd waardoor uitsluitend datgene getoond wordt dat overeenkomt met de meest gangbare synopsis. Uitweidingen in de vorm van extra koormuziek en uiteraard een groot ballet in de derde akte ontbreken. Het komt de kracht van het verhaal zeer ten goede. De derde akte eindigt met een koor waarin ook de solisten participeren. Daarbij staat men aan een productieband voor bomgordels, het visitekaartje van het hedendaagse fundamentalistische fanatisme.

De boodschap is duidelijk, Konwitschny is niet zozeer geïnteresseerd in de dodelijke vijandschap tussen jodendom en christendom maar in het gemak waarmee de massa ertoe gebracht kan worden elke ratio uit te schakelen en te veranderen in een allesverslindend monster. In dat opzicht is hij volledig in zijn opzicht geslaagd, zijn lezing van La Juive is een oefening in zelfreflectie voor elke toeschouwer die nog in staat is enigszins zelfstandig te denken. Voor de personages die op het toneel worden uitgebeeld is dat al te laat.

Juive Gent2

© Annemie Augustijns

Prins Léopold is in de handeling tot een bijfiguur geworden, waardoor hij er nog slechter vanaf komt dan oorspronkelijk het geval was. Dit boegbeeld van het christendom, overwinnaar in een veldtocht tegen de ketterse Hussieten in Bohemen, heeft zich voorgedaan als jood om Rachel te verleiden. Daarbij is hij ook nog eens getrouwd met prinses Eudoxie, de nicht van de keizer. Dubbel bedrog zogezegd, daar kan de hertog van Mantua nog wat van leren. Maar Rachel is geen Gilda en ze bijt flink van zich af als haar geliefde toegeeft christen te zijn, dat hij getrouwd is bewaart hij voor later. In de grote scène tussen beiden zingt Rachel vanuit de zaal. Zo ontstaat er letterlijk een kloof tussen beiden.

Sopraan Corinne Winters benutte daarvoor parterrerij zes en stond geruime tijd pal voor mijn neus middenin dat paadje te zingen. Een betere indruk van haar prestaties is moeilijk te krijgen, groot volume, zeer beheerst, nooit ook maar enigszins geforceerd, prachtig timbre zonder een spoor van vibrato. Een Rachel om te zoenen, ook letterlijk overigens.

Juive Gent8

© Annemie Augustijns

Later stond haar vader korte tijd op dezelfde plek tijdens zijn ‘Quand du Seigneur’ maar dat pakte minder goed uit. Zo dichtbij kon ik duidelijk merken dat tenor Roy Cornelius Smith zichzelf wat overschreeuwde. Een krachtig stemgeluid paste overigens wel bij de wijze waarop hij door de regie was getypeerd. Geen onderdanige schichtige outcast maar een mannetjesputter die graag de confrontatie met de vijand opzocht: mijn gelijk is nog groter dan dat van jullie, so there.

Léopolds serenade in de eerste akte ‘Loin de son amie’ was geschrapt waardoor het feit dat hij oprecht verliefd is op Rachel buiten beeld blijft. Voor zijn personage is dat funest aangezien dat het enige is dat zijn handelen enigszins geloofwaardig maakt, dubbel bedrog en al. Tenor Enea Scala wist zijn optreden als bijfiguur, de katalysator in het drama, met verve gestalte te geven. Zijn duet met Rachel kwam uitstekend uit de verf, prima optreden. Winters was in de onthullingscène overigens ook acterend zeer sterk, ze probeerde als het ware het publiek mee te krijgen in haar blijk van ongeloof en ik kreeg de indruk dat ze bijna op het punt stond Léopold in rap Italiaans de les te lezen.

Juive Gent6

© Annemie Augustijns

Enig comic reliëf is de productie sowieso niet vreemd, vaak door de reacties van betrokkenen wat zwaar aan te zetten. Goed voorbeeld is de afloop van het Norma Aldagisa duetje tussen Rachel en haar rivale Eudoxie. Beide dames verzoenen zich om Léopolds leven te redden en vieren dat met een rondedansje.

Juive Gent

© Annemie Augustijns

Minder geslaagd was de scène waarin Eudoxie dronken bij Éléazar binnenwandelt om een sieraad te bestellen, zo nu en dan uit een fles drinkend. Gewoon opgetogen acteren, wat ze ook deed in de derde akte, was echt wel toereikend geweest. Laat die dronkenschap maar waar het verplicht is, in Russische opera’s. Sopraan Nicole Chevalier zong een fraaie Eudoxie, ze was de enige uit de cast van vier jaar geleden die ook nu weer was aangetrokken.

Le Cardinal de Brognie werd tot leven gebracht door de bas Riccardo Zanellato, mooi gezongen maar een beetje licht in de laagte. Het koor, ingestudeerd door Jan Schweiger vervulde een glansrol. Het is een van die schaarse keren dat je als toeschouwer de gehele opera een hekel hebt aan die lui, hoe goed ze ook zingen. En dat is een compliment.

De algehele muzikale leiding was in handen van Antonino Fogliani. Naast uitbundige bijval voor koor en solisten was er ook voor hem en zijn orkest afloop veel applaus.

Trailer van de productie:

Bezocht op 2 april 2019 in Gent

Herinneringen aan La Juive in Amsterdam

LA JUIVE: discografie

LA JUIVE Tel Aviv 2010