Daniel_Oren

La Juive at the Israeli Opera in Tel Aviv

juive-opera

Israeli Opera in Tel Aviv

Didn’t have time to eat before the opera? Don’t worry, at least not if you visit a performance at the Israeli Opera in Tel Aviv. In the huge foyer downstairs there are at least fifty food stands and each floor counts dozens more. You can enjoy everything the good earth (and the cook) has to offer: sushi, sashimi, pasta, pizzas, grilled salmon, sandwiches, salads, fruit, cakes, chocolate ….. As a Jewish proverb says: “They tried to killed us, we survived, let’s eat”.

Surviving at any cost, also (or perhaps mainly?) to be able to avenge your attackers afterwards – that’s what it’s all about, among other things, in Halévy’s La Juive. Especially in David Pountney’s production, which was first performed two years earlier in Zurich.

juive-halevy

Jacques Fromental Halevy

Eleazar is not an amiable man. Like Shakespeare’s Shylock, he is repulsive and pitiful at the same time. He is filled with resentment and is looking for retribution for which he is prepared to sacrifice anything, even that which he loves most. But has he always been like that, or are it circumstances that have made him like that? Moreover, he too knows his doubts – in his great aria he sincerely asks himself (and God) whether he has acted well.

Poutney has moved the action to nineteenth century France, at the time of the Dreyfuss affair, and he is very consistent in that. The production is very realistic, with overwhelming scenery and costumes. On stage there is a kind of rotating puppet theatre, with the cathedral, Eleazar’s workshop, Eudoxie’s sleeping quarters, the prison and the street with the mobs of people. If necessary, the scenes are enlarged, allowing more emphasis to be placed on details.

juive-scene

© Yossi Zwecker

Every scene starts behind a transparent curtain, which makes the image blurred like a kind of veil and therefore a bit unreal. After a few minutes the curtain is lifted and the image not only becomes clear, but it also hurts your eyes.  Well thought out.

The ballet (choreography Renato Zanella) is an essential part of the story. In a very realistic (and very logical) way a story of persecution and intolerance is told and a link is made between the devil and the Jew. Devil is Jewish, expelling the devil means destroying Jews. It is painful for the Israeli public, after all, they have experienced quite a lot here.

The fact that the premiere took place one day after Yom Hashoa (Holocaust Day) makes it all even more complicated. The emotions are not only tangible but also visible. Let’s say: it is an experience to see the opera right here.

There were no less than 10 performances, they worked with a double cast and for the role of Eleazar even three tenors were engaged.

The premiere on 13 April 2010 was sung by a cast one can only dream of.

juive

© Yossi Zwecker

Neil Shicoff is probably the best Eleazar in the world at the moment. He seems to have a patent on that role and has grown so much that you sometimes forget that he is not Eleazar. His voice – slightly nasal and with a cantoral timbre – may not be the most beautiful anymore, but what he does with it is extremely impressive. After his big aria he got (rightly so!) a quarter of an hour of applause and many a handkerchief was brought out.

Annick Massis was born to sing Eudoxie. She tosses of her coloratura with effortless brilliance and her height was pure and scarily beautiful.

Roberto Scandiuzzi (Cardinal Brogni) did not only impress with his deep, dark bass, his entire appearance was impressive and his actions deeply human.

Robert McPherson has a beautiful, light tenor with a ‘Flórez-timbre.’ He did beautiful things with it, but he was one size too small for Leopold’s role.

The star of the evening was the performer of the title role, Marina Poplavskaya. Her voice has grown considerably, and has also become darker. The way she shaped the role was unbelievable, and her entire appearance and acting skills are of an unprecedented quality. Her Rachel was brittle but also determined. Sad and proud at the same time. Not only the victim but also a real heroine. BRAVA!

juive-yossi-zwecker

© Yossi Zwecker

The orchestra, slightly messy at the start, was skilfully conducted by Daniel Oren. That he is a real singer conductor was clearly visible (and audible), he breathed (and sang) with them.

Oren cancelled the performance on 16 April and was replaced at the last moment by his assistant, also choral conductor, Yishai Steckler. He was certainly acceptable and inoffensive, but the performance lacked the tension of the Oren one.

Also the second, quite good cast did not reach the insanely high level of the premiere. Except for the Leopold – Mario Zeffiri had an even bigger and stronger voice, very agile as well. But as an actor he had to acknowledge his superior in McPherson.

John Uhlenhopp has a beautiful, dramatic tenor, but Eleazar came too soon for him, he still has to grow into the role. The same goes for Dmitry Ulyanov (Cardinal). He has a voice out of thousands, but is simply too young for that role. Moreover, between him and Rachel (a truly beautiful Karine Babajanyan, she can’t help Poplavskaya set the bar so high!) there was no chemistry at all, so one of the most moving scenes made little impression.

Neil Shicoff as Eleazar in Vienna 2013 (production of Günter Krämer):

JACQUES FROMENTAL HALÉVY
LA JUIVE
Neil Shicoff /Francisco Casanova/John Uhlenhopp, Marina Poplavskaya/Karine Babajanyan, Robert McPherson/Mario Zeffiri, Roberto Scandiuzzi/Dmitri Ulyanov, Annick Massis/Jessica Pratt and others.
The Israeli Opera Chorus and The Israel Symphony Orchestra Rishon LeZion conducted by Daniel Oren/Yishai Steckler
Directed by: David Pountney

Visited in Tel Aviv on 13 and 16 April 2010

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

La Juive, discography

Advertenties

Schitterende Robert le Diable uit de Royal Opera op BluRay

Tekst: Peter Franken

.

Met een herneming van Halevy’s La Juive bij Opera Vlaanderen en twee concertante uitvoeringen van Meyerbeers Robert le Diable begin april in De Munt, staat de Grand Opéra weer even in de belangstelling in onze contreien. Een goede aanleiding om terug te kijken naar Laurent Pelly’s enscenering van Robert le Diable voor de Royal Opera, zes seizoenen geleden. Er is een BluRay van in de handel, voor zover ik heb kunnen nagaan de enige beeldopname van dit werk die momenteel verkrijgbaar is. (Opus Arte OA BD7121 D)

Bij Grand Opéra weet je nooit zeker in hoeverre een uitvoering compleet is maar deze opname heeft een looptijd van drie en een half uur en met inbegrip van een volledig ballet zal er niet al te veel gecoupeerd zijn. Pelly was verantwoordelijk voor de regie en de kostuums, het decor is van Chantal Thomas. De productie is er een met een knipoog, zeker waar het de aankleding betreft. Ridders in harnas, edelvrouwen met puntmutsen in primaire kleuren, namaakpaarden in geel, rood en blauw, decorstukken uit een vroege versie van de Efteling. De middeleeuwse uitmonstering komt karikaturaal over door de vaak felle kleuren. Soms lijkt het een beetje op een kinderspeelplaats voor volwassenen. Maar inhoudelijk klopt alles aan de productie, het is geheel libretto getrouw.

Robert

Ook de personenregie is niet steeds even serieus. De ridders vormen een jofel stel en de minstreel Raimbaut doet zijn komische rol eer aan. Maar Pelly laat Isabelle acteren als schooljuffrouw met overdreven belerende wat houterige gebaren, ze slaat nog net niet de maat. Het zal wel zijn om duidelijk te maken dat zij de prinses van Sicilië is en dus de enige echte autoriteit in het verhaal. Roberts pleegzuster Alice loopt er bij in een rode jurk met witte stippen, en daarover een groene cape. Opdat we wel beseffen dat ze een boerinnetje is. Zijn vader Bertrand, de gevallen engel en dus verpersoonlijking van het kwaad, is redelijk griezelig met een fraaie pruik die zijn kop bijna in tweeën lijkt te verdelen.

robert3

Met het ballet is het een beetje de omgekeerde wereld. Waar juist dit onderdeel vaak met ‘tongue in cheek’ wordt gebracht, is het hier een bloedserieuze aangelegenheid. De nonnen komen uit hun graven en ondanks hun robotachtige bewegingen geven ze duidelijk uiting aan de seksuele frustraties die ze tijdens hun leven hebben moeten doorstaan. Robert wordt van alle kanten belaagd, iedereen wil hem bestijgen. Santa Rosalia ligt er vredig en onbewogen tussen, een glimlach op haar gezicht en met een twijg in haar hand. Totdat Robert er in slaagt deze magische tak te roven en zich naar Isabelle spoedt om haar huwelijk met zijn concurrent te verhinderen. Richard Wagner bezocht die kapel natuurlijk ook tijdens zijn verblijf in Palermo waar hij zijn Parsifal voltooide. Zelf heb ik er ook een kijkje genomen, veel goud en sierraden en een kruis gezien, helaas geen twijg.

robert1

Overigens opvallend dat in 1831 het grote ballet een stel dode nonnen kon tonen die in het hiernamaals kennelijk aan de duivel waren vervallen. Dat zou zelfs in deze tijd nog wel tot commentaar kunnen leiden. Uiteraard past het goed in het verhaal, de middeleeuwse fascinatie met de strijd tussen goed en kwaad, god en de duivel, de permanente verzoekingen van het leven. In Die tote Stadt van Korngold komen die nonnen ook even voor, ten teken dat het verhaal een eeuw geleden nog gemeengoed moet zijn geweest voor het theaterpubliek.

Kort en goed, de voorstelling is mooi om naar te kijken. Wat deze opname echter vooral de moeite waard maakt is de zang. Deze Robert onder leiding van Daniel Oren staat als een huis en maakt duidelijk waarom het stuk in de jaren 1830 en later zo’n enorme populariteit heeft kunnen verwerven. Uiteraard sloot het goed aan bij de toen heersende mode van het Gothic repertoire, vaak met een ‘ondode’ die voor middernacht de sterveling moet corrumperen om niet terug te hoeven naar de hel. Hier heeft de gevallen engel, die zich voordoet als de duivel maar feitelijk slechts een onderknuppel is, een wat onduidelijke relatie met zijn zoon Robert maar het gebruikelijk voor middernacht ultimatum zorgt voor de noodzakelijke spanning.

Trailer van de productie:

Op de opname die is gemaakt op 15 december 2012 is een topcast te horen in de hoofdrollen. Bryan Hymel excelleert als Robert, krachtig en zonder zwakke momenten. Zijn nemesis Bertrand is in handen van John Relyea, ook zeer goed, akelig personage.

Marina Poplavskaya maakt als Alice een kenmerkend schichtige indruk. Maar ze is goed bij stem, haalt de hoge tonen gemakkelijk, oogt zeker niet als iemand die aan de rand van de vocale afgrond staat. Zij had aanvankelijk de rol teruggegeven wegens ziekte maar herstelde op tijd om alsnog Alice voor haar rekening te nemen.

Patrizia Ciofi als Isabelle klinkt aanvankelijk een beetje schril maar zingt wel gemakkelijk. Ze was kort voor de première ingevallen voor Jennifer Rowley die niet geheel tegen de hoge eisen van de rol bleek opgewassen. Ciofi was een van de zeer weinigen die de rol op haar repertoire heeft staan en bleek toevallig beschikbaar.

robert2

Marina Poplavskaya

Alice zou de laatste grote nieuwe rol worden die Poplavskaya op haar repertoire nam voor haar carrière een duikvlucht nam. In mei 2013 moest ze na de première de rol van Violetta bij DNO al aan Joyce El Khoury laten, het begin van het einde. Hier is ze nog goed in vorm, lijkt er weinig aan de hand. In die zin is de opname een mooi tribuut aan deze zangeres die korte tijd de zangershemel bestormde en thans werkzaam is als makelaar in Manhattan.

Fotomateriaal © ROH

ROBERT LE DIABLE

L’Africaine. Hoe de liefde voor Vasco da Gama een Afrikaanse koningin fataal werd

Meyerbeer’s ‘LE PROPHÈTE’ in Essen: great singing in an okay production

LES HUGUENOTS Brussel 2011

Ein halbes Jahrhundert Aida: Zeffirelli forever

Text: Mordechai Aranowicz

 

Aida

© Marco Brescia & Rudy Amisano

Wenn eine Opern-Inszenierung auch nach Jahrzehnten immer wieder aufgenommen wird, dabei vier Neu-Inszenierungen (darunter eine durch den selben Regisseur) überlebt, und sich beim Publikum nach wie vor grösster Beliebtheit erfreut, muss es etwas ganz Besonderes sein. Dies kann man von Franco Zeffirellis Aida-Inszenierung an der Mailänder Scala aus dem Jahr 1963 wirklich behaupten.

 

Aida scene

© Marco Brescia & Rudy Amisano

Seit ihrer Premiere mit Leontyne Price, Carlo Bergonzi, Fiorenza Cossotto und Nikolai Ghiaurov in den Hauptrollen hat sie über mehr als ein halbes Jahrhundert die Menschen erfreut und bezaubert. So auch bei ihrer jüngsten Wiederaufnehme anlässlich des 95. Geburtstag von Franco Zeffirelli. Dabei sind es insbesondere die opulenten, aber auch ungemein poetischen Bühnenbilder und Kostüme von Lila de Nobili (1916-2002), welche von Beginn an für sich gefangen nehmen.

 

Aida La Scala

© Marco Brescia & Rudy Amisano

Die schweizerische Künstlerin mit ungarisch-jüdischen Wurzeln – bekannt vor allem für das Bühnenbild zu Luchino Viscontis legendärer La Traviata Inszenierung mit Maria Callas – erzählt Giuseppe Verdis Oper im Stil der Uraufführungs-Ästhetik – und entwickelt dabei mit ihren gemalten Prospekten einen Zauber, wie man ihn heute nur noch bei wenigen Aufführungen erlebt. Egal ob der Königspalast in Memphis, das Gemach der Amneris, die von Sphinxen gesäumte Pracht-Alle zum Triumph-Marsch oder die von Mondlicht beschienene Szenerie am nächtlichen Nil – man staunt durchgehend über die fast unerschöpflichen Ausdrucksmöglichkeiten dieses Kulissenzaubers und lässt sich von der Magie der Bilder von Beginn angefangen nehmen.

Auch musikalisch hatte die Aufführung am 31. Mai viel zu bieten: Unter dem extrem spannenden, dramatischen, aber auch sängerfreundlichen Dirigat von Daniel Oren entwickelt Verdis unvergängliche Musik einen unvergleichlichen Sog, der zwischen den zartesten Piani und den martialischen Klängen des Triumphmarsches stets die richtige Balance fand.

 

Aida ballet

© Marco Brescia & Rudy Amisano

Krassimira Stoyanova singt die Aida mit kräftigem, warmem Sopran, dem auch die extrem anspruchsvollen Registerwechsel der Nilarie keine Probleme bereiten, all die Verzweiflung die Verdi in Aidas Musik zum Ausdruck brachte, wird in dieser Interpretation spürbar.

 

Aida Aida

© Marco Brescia & Rudy Amisano

Violeta Urmana stattet die Amneris mit sattem Mezzosopran mit extrem klanglicher Tiefe aus, könnte aber bei aller stimmgewalt gelegentlich etwas kultivierter singen.

Fabio Satori hat sich leider zu ‚Celeste Aida‘ noch nicht freigesungen, steigerte sich aber im Laufe des Abends deutlich und fand in dritten und vierten Akt mit seinem baritonal gefärbten Tenor zu berührender Innigkeit.

Vitali Kowaljows voluminösem Bass fehlt leider viel von der Schwärze, die den Ramphis charakterisiert, während Carlo Colombara als Pharao mit warmer voller Stimme, das Volk zu den «heiligen Ufern» des Nils rief.

Georg Gagnize war ein dramatischer, schönstimmiger Amonasro, der das Beste aus dieser etwas undankbaren Rolle machte.

Am Ende langanhaltender begeisterter Jubel für alle Sänger und eine Inszenierung mit absolutem Kult-Status!

 

Robert le Diable van Meyerbeer uit Salerno is onvoorstelbaar goed

BRILLIANT

Nog even en Brilliant Classsics wordt een ware concurrent voor Opera Rara. De ene na andere onbekende/onbeminde/vergeten opera ontrukken ze aan de vergetelheid en hun catalogus doet een oprechte operaliefhebber watertanden. Tel daarbij vele, inmiddels klassiek geworden maar allang van de markt verdwenen opnamen van bekende(re) titels en het mocht duidelijk worden: Brilliant Classics is een uitgever om er ernstig rekening mee te houden. Zeker ook omdat het prijskaartje bijzonder vriendelijk is voor de consument.

Het verschil met Opera Rara ligt voornamelijk aan de bij BC zeer summiere presentatie. En je hoeft bij hen ook niet de eerste en/of de volledige partituur van een werk te verwachten.

De in maart 2012 live in Salerno opgenomen Robert le Diable van Meyerbeer werd dan ook geüpdatet. Er is het een en ander uit geknipt. Maar wat er over is gebleven, is drie uur onvervalst plezier, waarin u om de beurt kunt griezelen, treuren en liefhebben.

De opera was een immens succes in de tweede helft van de negentiende eeuw. Chopin, die de première in 1831 bijwoonde, vond het een echte meesterwerk, waarmee Meyerbeer zich onsterfelijk maakte. Een paar decennia later verdween de opera echter van het toneel. De reden daarvoor is zeer complex. Laten we het voor het gemak op de tijdsgeest houden.

De allereerste uitvoering na de Tweede Wereldoorlog – ingekort en in het Italiaans – was pas in 1968, tijdens Maggio Musicale Fiorentino. De schitterende cast (Merighi, Christoff, Scotto en Malagù) stond onder leiding van Nino Sanzogno en de live opname is op een “piraat” uitgebracht.

Bryan Hymel is inmiddels zowat het gezicht van de Franse Grand Opera geworden. Na Le Troyens van Berlioz heeft hij ook Robert op zijn repertoire genomen, een rol die hij onlangs ook in Londen vertolkte.

Zijn stevige maar soepele tenor, met zijn ietwat nasaal timbre, klinkt ook een beetje Frans. Af en toe doet hij een ook beetje aan de jonge Domingo denken, maar hij mist vooralsnog zijn kracht en, zeker in de hoogte wilt hij wel eens “mekkeren.”

Over Patricia Ciofi kan ik kort zijn: fenomenaal en adembenemend. Met haar “Robert, toi que j’aime” bezorgt zij de luisteraar kippenvel en tranen in de ogen.

Carmen Giannatasio (Alice) doet voor haar niet onder. Met een zeer subliem en ontroerend gezongen ‘Va, dit-elle’, zorgt zij voor een ander hoogtepunt in de opera.

Alastair Miles is een goede Bertram, al kan men horen dat hij zijn beste jaren al heeft gehad; en Martial Defontaine is een zeer idiomatische Raimbout.

Daniel Oren heeft duidelijk ‘feeling’ met het repertoire en zet zich er onvoorwaardelijk voor in.

 

Giacomo Meyerbeer
Robert le Diable
Bryan Hymel, Carmen Giannatasio, Patrizia Ciofi, Alastair Miles, Martial Defontaine e.a.
Orchestra Filharmonica Salernitana ‘Giuseppe Verdi’ onder leiding van Daniel Oren
Brilliant Classics 94604

Schitterende Robert le Diable uit de Royal Opera op BluRay

LES HUGUENOTS Brussel 2011

DIANA DAMRAU zingt MEYERBEER

MEYERBEER: LE PROPHÈTE. Essen 2017

 

L’Africaine. Hoe de liefde voor Vasco da Gama een Afrikaanse koningin fataal werd

LE PROPHÈTE from Essen: English translation.