Anna_Emelianova

Opera Zuid maakt goede sier met Roméo et Juliette

Tekst Peter Franken

Deze productie stond al ruimschoots aangekondigd voor de corona pandemie toesloeg en de nodige contracten zullen dan ook wel getekend zijn geweest. Niet onverwacht dus dat dit grote romantische werk van Gounod de eerste opera is waar het gezelschap zich aan heeft gewaagd. Bijna liep het nog mis maar op de dag van de première werd duidelijk dat de voorstellingenreeks groen licht kreeg. Zodoende viel er dinsdagavond een voorstelling in de Rotterdamse Schouwburg te beleven. Mijn laatste operavoorstelling dateerde van 21 maanden geleden en ik had dus alle reden hier naar uit te kijken. Muzikaal werd ik geheel en al op mijn wenken bediend, de enscenering bleef echter achter bij mijn verwachtingen.

Gounod laat de avond beginnen met het koor dat vooraf een korte toelichting geeft op hetgeen ons te wachten staat: ‘Vérone vit jadis deux familles rivales’. Feitelijk is dit een gezongen ouverture. Die is echter verplaatst naar de vierde akte en fungeert daar al tussentijdse evaluatie. Zodoende vallen we met de deur in huis, het feest ter gelegenheid van Juliettes verjaardag. Roméo is daar met een paar vrienden aanwezig als partycrashers. Hij voelt zich ongemakkelijk, heeft een slecht voorgevoel, maar Mercutio steekt daar de draak mee: ‘Mab, reine des mensonges’. En uiteraard komen die twee elkaar dan tegen en gaat de opera verder als Roméo et Juliette.

‘Ah! Quelle est belle’ zingt het koor, een zeer beweeglijke zangers groep die uitstekend wordt geregisseerd, als Juliette haar opwachting maakt. De jeugdig ogende sopraan Anna Emelianova neemt de draad over en introduceert zichzelf. Haar volgende solostuk is ‘Je veux vivre dans ce rêve’ waarin ze aangeeft nog niet aan een huwelijk toe te zijn, ook al is ze nu al vijftien. Emelianova laat hiermee direct blijken wat we van haar mogen verwachten: schitterende zang met kristalheldere stem gebracht. Toch een puntje van kritiek: ze heeft een grote stem en zou er goed aan doen hier en daar het volume iets te verminderen. In het vervolg is daar overigens niets meer van te merken, vooral ook doordat de rest van de avond bijna een doorlopend liefdesduet is waarin de intimiteit als vanzelf de toon zet.

Tenor Peter Gijsbertsen kon als Roméo goed meekomen met zijn Juliette. Zijn zang was uitstekend verzorgd al genereert een lichte resonans in zijn stem zo nu en dan een wat larmoyante bijklank. Zijn vriend Mercutio werd vertolkt door bariton Edwin Fardini, vooral mooi op dreef in zijn lied over koningin Mab die je in je dromen zo in de war kan brengen.

Een opvallende rol was weggelegd voor Stéphano, de page van Roméo, een leuk geacteerd optreden van Maria Warenberg die plotseling ook heel mooi blijkt te kunnen zingen. Met haar lied ‘Que fais tu, blanche trourterelle?’ waarin het hof van de Capulets heel pesterig wordt vergeleken met een gierennest waarin een tortelduifje gevangen zit, zorgt ze onbedoeld voor de fatale wending in het verloop. Even later zijn er twee doden te betreuren en hebben beide families weer een nieuw streepje op de vergeldingsbalk kunnen zetten.

Niemand weet natuurlijk hoe het zo gekomen is tussen die Capulets en Montaigues. En in de productie van Julien Chavaz blijft dat ook zeer ongewis. We zien gewoon een stel jongelui op het toneel die toevallig mot met elkaar lijken te hebben. Gewoon een nogal mak stelletje zonder een spoor van macho uitstraling.

Dat wordt overigens versterkt door de kostumering die geheel in lijn is met de decors. Een reeks afhangende stoffen bogen suggereert een toneel met diepte, zoiets als je bijvoorbeeld in Vincenza kunt zien om even dichtbij Verona te blijven. Die zijn uitgevoerd in pasteltinten, oplopend van rose via lila naar lichtpaars, weke kleuren derhalve.

De kostumering is weinig flatteus en ook nog eens in kleuren die een hybride vormen van jaren zeventig en DDR fletsheid. Dat koor komt er wel mee weg maar met name Roméo staat er op het punt van charismatische uitstraling helemaal alleen voor. Ook Juliette wordt niet echt geholpen door haar kostuum, die had ik toch wel een leuk jurkje gegund. Als contrast met Gounods muziek was een wat minder week makend toneelbeeld beslist welkom geweest.

Gelukkig ziet het er in de laatste akte wat grimmiger uit met een tweetal vitrines die rechtop staande doodskisten voorstellen. Juliette staat in de ene als Roméo verschijnt. Nadat hij zichzelf heeft vergiftigd en zij zichzelf heeft neergestoken, zien we het gedoemde koppel naast elkaar staan. Het is een sterk beeld dat goed in lijn is met de onderliggende bijdrage van het orkest. Dat is overigens de philharmonie zuidnederland dat een uitstekende avond beleefde. Veel lof voor dit orkest en zijn dirigent Philipp Pointner.

Muzikaal een zeer geslaagde avond met bij wijlen sterke personenregie, met name van het koor.

Fotomateriaal: Joost Milde

Offenbachs Fantasio door Opera Zuid doet niet onder voor het Eurovisie Song Festival

JM--20190514-7903

Dat er vrijwel niemand is die Fantasio van Offenbach kent is zo gek nog niet: het manuscript is verloren gegaan bij de brand in de Opera Comique in 1887. Het is nog niet zo lang geleden dat het werk werd gereconstrueerd. Het was de Franse musicoloog Jean-Christophe Keck die in 1999 bij een monumentale editie van alle werken van Offenbach ze in hun oorspronkelijke versie begon uit te geven en hij was het die Fantasio, in zijn allereerste Parijse versie uit 1872 tot leven wist te wekken.

JM--20190514-7734

Het is een heerlijke ‘opera comique’, een begrip wat niet anders inhoudt dan opera met gesproken dialogen. Dat Opera Zuid er een komische opera van heeft gemaakt… het zij zo. Maar Fantasio is allesbehalve theater van de lach, laat staan onderbroekenlol (en dat bedoel ik letterlijk). Het is liefdevolle lyriek die de partituur van Offenbach iets anders maakt dan zijn grootste krakers. Hier gaat het voornamelijk om de echte liefde, om de melancholie, om het verlangen en om het durven dromen.

JM--20190514-7444

O ja, er zitten meer dan genoeg komische (en voornamelijk satirische) elementen in de opera! Offenbach zou Offenbach niet zijn als hij de maatschappij en de sociale verhoudingen niet op de korrel zout zou nemen. Maar: iets wat van zichzelf al leuk is verliest zijn zeggingskracht als het extra opgeleukt gaat worden. Iets wat ook ooit in Amsterdam gebeurde met L’Etoile van Chabrier.

JM--20190514-7348

Benjamin Prins heeft hij er een potje van gemaakt. In zijn toelichting gooit hij het op ‘fantasie”, op de onwerkelijkheid, om een mix… op … nu ja mishmash.. prima. Maar zijn regie gaat tegen het libretto in. Sterker: het haalt de belangrijkste boodschap onderuit. In het libretto staat dat de student Henri (Fantasio) in een melancholische bui een ode aan de maan zingt. Hier krijgen we te horen dat hij ‘stoned’ is (ja, de dialogen zijn door de regisseur bewerkt). Weg de betovering want we moesten lachen.

JM--20190514-7356

Erger nog vond ik de choreografie. Nu ja, choreografie… De bewegingen van de dansers vond ik nergens op slaan. In de derde acte werd het prachtige liefdesduet van Elsbeth en Fantasio zowat om zeep gebracht door de achtergrond ‘dansers’.

Maar…. Maar is altijd nog goed nieuws! Na de eerste, ondanks de grappen en grollen nogal saaie anderhalve acte (de eerste plus de helft van de tweede), werd het na de pauze iets spannender. Er werd wat meer gezongen en wat minder gesproken (de dialogen werden door de regisseur ‘aangepast’. Kon hij ze ook niet een beetje halveren?). En, allerbelangrijkste: de uitvoering was op wereldniveau!

De twee geliefden, Fantasio en de prinsen Elsbeth konden niet beter! Niet alleen zongen ze hun rollen meer dan voortreffelijk, ook hun uiterlijk speelde uiteraard mee (zouden zij ook daarop zijn uitgekozen?). Anna Emelianova was een Elsbeth uit duizenden. Haar verdriet was niet gespeeld, die zit ingebakken in haar waanzinnig mooie sopraanstem.

Romie Estèves heeft alles mee voor een perfecte Fantasio (én Cherubino, én Rosenkavalier): haar stem, mooi, lyrisch, romig en … ja… heel erg jeugdig is niet meer dan perfect voor het zingen van de adolescenten. En wat haar acteren (dansen, bewegen en meer) betreft… petje af.

JM--20190514-7805

Roger Smeets was absoluut onweerstaanbaar als de prins van Mantua. Voor mij was hij eigenlijk de absolute top. Zijn adjudant Marinoni (Thomas Morris) was eigenlijk ook niet te versmaden.

JM--20190514-7572

Huub Claessens was een ontzettend goede koning, heel erg waardig in zijn optreden. Een verademing. De studenten, die om de zo veel tijd punkers, FBI-agenten en wat dan ook nog waren kregen ook zowat de beste stemmen. Ivan Thirion  (Sparck) was voor mij een echte ontdekking. Jeroen da Vaal zong een goede Facio en Rick Zwartman was een prima Hartmann.

En dan was er nog Francis van Broekhuizen als de page Flamel…Mensen: geef Francis nou eens een echt grote rol! Zij verdient het!

Al met al…. Vocaal top, visueel best bizar. Betrof het een ESF-uitzending dan hadden ze van mij 12 punten gehad. Zeker omdat er zo geweldig in werd gezongen

Trailer van de productie:

Bezocht op 19 mei 2019

Fotomateriaal ©Joost Milde

FANTASIO