Jacques_Fromental_Halévy

La Juive at the Israeli Opera in Tel Aviv

juive-opera

Israeli Opera in Tel Aviv

Didn’t have time to eat before the opera? Don’t worry, at least not if you visit a performance at the Israeli Opera in Tel Aviv. In the huge foyer downstairs there are at least fifty food stands and each floor counts dozens more. You can enjoy everything the good earth (and the cook) has to offer: sushi, sashimi, pasta, pizzas, grilled salmon, sandwiches, salads, fruit, cakes, chocolate ….. As a Jewish proverb says: “They tried to killed us, we survived, let’s eat”.

Surviving at any cost, also (or perhaps mainly?) to be able to avenge your attackers afterwards – that’s what it’s all about, among other things, in Halévy’s La Juive. Especially in David Pountney’s production, which was first performed two years earlier in Zurich.

juive-halevy

Jacques Fromental Halevy

Eleazar is not an amiable man. Like Shakespeare’s Shylock, he is repulsive and pitiful at the same time. He is filled with resentment and is looking for retribution for which he is prepared to sacrifice anything, even that which he loves most. But has he always been like that, or are it circumstances that have made him like that? Moreover, he too knows his doubts – in his great aria he sincerely asks himself (and God) whether he has acted well.

Poutney has moved the action to nineteenth century France, at the time of the Dreyfuss affair, and he is very consistent in that. The production is very realistic, with overwhelming scenery and costumes. On stage there is a kind of rotating puppet theatre, with the cathedral, Eleazar’s workshop, Eudoxie’s sleeping quarters, the prison and the street with the mobs of people. If necessary, the scenes are enlarged, allowing more emphasis to be placed on details.

juive-scene

© Yossi Zwecker

Every scene starts behind a transparent curtain, which makes the image blurred like a kind of veil and therefore a bit unreal. After a few minutes the curtain is lifted and the image not only becomes clear, but it also hurts your eyes.  Well thought out.

The ballet (choreography Renato Zanella) is an essential part of the story. In a very realistic (and very logical) way a story of persecution and intolerance is told and a link is made between the devil and the Jew. Devil is Jewish, expelling the devil means destroying Jews. It is painful for the Israeli public, after all, they have experienced quite a lot here.

The fact that the premiere took place one day after Yom Hashoa (Holocaust Day) makes it all even more complicated. The emotions are not only tangible but also visible. Let’s say: it is an experience to see the opera right here.

There were no less than 10 performances, they worked with a double cast and for the role of Eleazar even three tenors were engaged.

The premiere on 13 April 2010 was sung by a cast one can only dream of.

juive

© Yossi Zwecker

Neil Shicoff is probably the best Eleazar in the world at the moment. He seems to have a patent on that role and has grown so much that you sometimes forget that he is not Eleazar. His voice – slightly nasal and with a cantoral timbre – may not be the most beautiful anymore, but what he does with it is extremely impressive. After his big aria he got (rightly so!) a quarter of an hour of applause and many a handkerchief was brought out.

Annick Massis was born to sing Eudoxie. She tosses of her coloratura with effortless brilliance and her height was pure and scarily beautiful.

Roberto Scandiuzzi (Cardinal Brogni) did not only impress with his deep, dark bass, his entire appearance was impressive and his actions deeply human.

Robert McPherson has a beautiful, light tenor with a ‘Flórez-timbre.’ He did beautiful things with it, but he was one size too small for Leopold’s role.

The star of the evening was the performer of the title role, Marina Poplavskaya. Her voice has grown considerably, and has also become darker. The way she shaped the role was unbelievable, and her entire appearance and acting skills are of an unprecedented quality. Her Rachel was brittle but also determined. Sad and proud at the same time. Not only the victim but also a real heroine. BRAVA!

juive-yossi-zwecker

© Yossi Zwecker

The orchestra, slightly messy at the start, was skilfully conducted by Daniel Oren. That he is a real singer conductor was clearly visible (and audible), he breathed (and sang) with them.

Oren cancelled the performance on 16 April and was replaced at the last moment by his assistant, also choral conductor, Yishai Steckler. He was certainly acceptable and inoffensive, but the performance lacked the tension of the Oren one.

Also the second, quite good cast did not reach the insanely high level of the premiere. Except for the Leopold – Mario Zeffiri had an even bigger and stronger voice, very agile as well. But as an actor he had to acknowledge his superior in McPherson.

John Uhlenhopp has a beautiful, dramatic tenor, but Eleazar came too soon for him, he still has to grow into the role. The same goes for Dmitry Ulyanov (Cardinal). He has a voice out of thousands, but is simply too young for that role. Moreover, between him and Rachel (a truly beautiful Karine Babajanyan, she can’t help Poplavskaya set the bar so high!) there was no chemistry at all, so one of the most moving scenes made little impression.

Neil Shicoff as Eleazar in Vienna 2013 (production of Günter Krämer):

JACQUES FROMENTAL HALÉVY
LA JUIVE
Neil Shicoff /Francisco Casanova/John Uhlenhopp, Marina Poplavskaya/Karine Babajanyan, Robert McPherson/Mario Zeffiri, Roberto Scandiuzzi/Dmitri Ulyanov, Annick Massis/Jessica Pratt and others.
The Israeli Opera Chorus and The Israel Symphony Orchestra Rishon LeZion conducted by Daniel Oren/Yishai Steckler
Directed by: David Pountney

Visited in Tel Aviv on 13 and 16 April 2010

Translated with http://www.DeepL.com/Translator

La Juive, discography

Advertenties

Anathema over en weer in grootse La Juive

Tekst: Peter Franken

Juive-34a7317

© Annemie Augustijns

Peter Konwitschny regisseerde vier jaar geleden een nieuwe productie van Halevy’s meesterwerk La Juive voor Opera Vlaanderen. Dit seizoen wordt dat succesnummer hernomen met voorstellingen in Antwerpen en Gent. Op het toneel vindt een ‘clash of fundamentalisms’ plaats in een grootse muzikale setting.

Juive Gent7

© Annemie Augustijns

La Juive gaat over Rachel die als voor dood achtergelaten baby uit een uitgebrand pand is gered door de joodse goudsmid Éléazar nadat deze uit Rome was verbannen door de magistraat de Brogny. Het huis blijkt zijn buitenhuis te zijn, de baby is zijn dochter. Éléazar weet dat maar de Brogny denkt dat ze dood is, net als de rest van zijn gezin.

Behalve een verbanning heeft onze magistraat ook de executie van Éléazars twee zonen op zijn conto. Als beide heren elkaar veel later treffen in Konstanz aan de vooravond van het concilie, heeft Éléazar weinig reden om zijn oude vijand in de armen te sluiten. Deze is tot de clerus toegetreden en heeft het (connecties natuurlijk) in relatief korte tijd tot kardinaal geschopt en doet nu in vergeving in plaats van verbanning. Voor de goudsmid is dat een gepasseerd station.

Juive Gent5

© Annemie Augustijns

Konwitschny probeert nadrukkelijk dit joods christelijk familiedrama naar een algemener plan te tillen. Met het monotheïsme is het alleenrecht op het grote gelijk in de wereld gekomen, en het gelijk van de bovenliggende partij is de wet. Bij een botsing tussen fundamentalistische religies of ideologieën (wat is het verschil) kan van enig toegeven nooit sprake zijn. Het programmaboek illustreert dit met een toepasselijk citaat van Voltaire: ‘Fanatisme is een monster dat zichzelf kind van het geloof durft te noemen’.

Juive Gent3

© Annemie Augustijns

Het volk is in deze productie de verpersoonlijking van het fanatisme van de bovenliggende partij. Éléazar is een toonbeeld van oudtestamentische rechtlijnigheid, liever dood dan toegeven aan de vijand. Zijn adoptief dochter Rachel moet er ook aan geloven, weliswaar na een handenwringend ‘Rachel, quand du Seigneur’ maar door haar te verklappen dat ze de dochter van een christen is, had hij haar leven kunnen sparen. Nu verkiest ze de dood om haar vermeende geloof niet af te vallen.

Juive -34a7217

© Annemie Augustijns

In het werk is flink gecoupeerd waardoor uitsluitend datgene getoond wordt dat overeenkomt met de meest gangbare synopsis. Uitweidingen in de vorm van extra koormuziek en uiteraard een groot ballet in de derde akte ontbreken. Het komt de kracht van het verhaal zeer ten goede. De derde akte eindigt met een koor waarin ook de solisten participeren. Daarbij staat men aan een productieband voor bomgordels, het visitekaartje van het hedendaagse fundamentalistische fanatisme.

De boodschap is duidelijk, Konwitschny is niet zozeer geïnteresseerd in de dodelijke vijandschap tussen jodendom en christendom maar in het gemak waarmee de massa ertoe gebracht kan worden elke ratio uit te schakelen en te veranderen in een allesverslindend monster. In dat opzicht is hij volledig in zijn opzicht geslaagd, zijn lezing van La Juive is een oefening in zelfreflectie voor elke toeschouwer die nog in staat is enigszins zelfstandig te denken. Voor de personages die op het toneel worden uitgebeeld is dat al te laat.

Juive Gent2

© Annemie Augustijns

Prins Léopold is in de handeling tot een bijfiguur geworden, waardoor hij er nog slechter vanaf komt dan oorspronkelijk het geval was. Dit boegbeeld van het christendom, overwinnaar in een veldtocht tegen de ketterse Hussieten in Bohemen, heeft zich voorgedaan als jood om Rachel te verleiden. Daarbij is hij ook nog eens getrouwd met prinses Eudoxie, de nicht van de keizer. Dubbel bedrog zogezegd, daar kan de hertog van Mantua nog wat van leren. Maar Rachel is geen Gilda en ze bijt flink van zich af als haar geliefde toegeeft christen te zijn, dat hij getrouwd is bewaart hij voor later. In de grote scène tussen beiden zingt Rachel vanuit de zaal. Zo ontstaat er letterlijk een kloof tussen beiden.

Sopraan Corinne Winters benutte daarvoor parterrerij zes en stond geruime tijd pal voor mijn neus middenin dat paadje te zingen. Een betere indruk van haar prestaties is moeilijk te krijgen, groot volume, zeer beheerst, nooit ook maar enigszins geforceerd, prachtig timbre zonder een spoor van vibrato. Een Rachel om te zoenen, ook letterlijk overigens.

Juive Gent8

© Annemie Augustijns

Later stond haar vader korte tijd op dezelfde plek tijdens zijn ‘Quand du Seigneur’ maar dat pakte minder goed uit. Zo dichtbij kon ik duidelijk merken dat tenor Roy Cornelius Smith zichzelf wat overschreeuwde. Een krachtig stemgeluid paste overigens wel bij de wijze waarop hij door de regie was getypeerd. Geen onderdanige schichtige outcast maar een mannetjesputter die graag de confrontatie met de vijand opzocht: mijn gelijk is nog groter dan dat van jullie, so there.

Léopolds serenade in de eerste akte ‘Loin de son amie’ was geschrapt waardoor het feit dat hij oprecht verliefd is op Rachel buiten beeld blijft. Voor zijn personage is dat funest aangezien dat het enige is dat zijn handelen enigszins geloofwaardig maakt, dubbel bedrog en al. Tenor Enea Scala wist zijn optreden als bijfiguur, de katalysator in het drama, met verve gestalte te geven. Zijn duet met Rachel kwam uitstekend uit de verf, prima optreden. Winters was in de onthullingscène overigens ook acterend zeer sterk, ze probeerde als het ware het publiek mee te krijgen in haar blijk van ongeloof en ik kreeg de indruk dat ze bijna op het punt stond Léopold in rap Italiaans de les te lezen.

Juive Gent6

© Annemie Augustijns

Enig comic reliëf is de productie sowieso niet vreemd, vaak door de reacties van betrokkenen wat zwaar aan te zetten. Goed voorbeeld is de afloop van het Norma Aldagisa duetje tussen Rachel en haar rivale Eudoxie. Beide dames verzoenen zich om Léopolds leven te redden en vieren dat met een rondedansje.

Juive Gent

© Annemie Augustijns

Minder geslaagd was de scène waarin Eudoxie dronken bij Éléazar binnenwandelt om een sieraad te bestellen, zo nu en dan uit een fles drinkend. Gewoon opgetogen acteren, wat ze ook deed in de derde akte, was echt wel toereikend geweest. Laat die dronkenschap maar waar het verplicht is, in Russische opera’s. Sopraan Nicole Chevalier zong een fraaie Eudoxie, ze was de enige uit de cast van vier jaar geleden die ook nu weer was aangetrokken.

Le Cardinal de Brognie werd tot leven gebracht door de bas Riccardo Zanellato, mooi gezongen maar een beetje licht in de laagte. Het koor, ingestudeerd door Jan Schweiger vervulde een glansrol. Het is een van die schaarse keren dat je als toeschouwer de gehele opera een hekel hebt aan die lui, hoe goed ze ook zingen. En dat is een compliment.

De algehele muzikale leiding was in handen van Antonino Fogliani. Naast uitbundige bijval voor koor en solisten was er ook voor hem en zijn orkest afloop veel applaus.

Trailer van de productie:

Bezocht op 2 april 2019 in Gent

Herinneringen aan La Juive in Amsterdam

LA JUIVE: discografie

LA JUIVE Tel Aviv 2010

La Juive, discography

Juive Halevy

Jacques Fromental Halévy (1799-1862) was a much loved and celebrated composer during his lifetime. He composed about forty operas, of which at least half were quite successful. Yet: none of his works has ever matched the popularity of La Juive.

Juive_Act1_set_1835_-_NGO2p927

La Juive: setting for the first act from the original production in 1835.

La Juive, ‘The Jewess’ once was an absolute audience favourite and until the thirties of the last century the piece was performed with great regularity. The role of Éléazar was sung by the greatest and most famous tenors of the time: Caruso, Leo Slezak, Giovanni Martinelli… Who not?

Juive carusoterracota3

Terracota portrait of Caruso as Éléazar, made by Onorio Ruotolo in 1920.

 

Enrico Caruso in a recording made on 14-09-1920:

Leo Slezak (in German) in a 1928 recording:

 

Juive Martinelli foto

Giovanni Martinelli as Éléaza

I could not find an example of Martinelli on Youtube, but a live recording from 1936 of the second act exists (with Elisabeth Rethberg as Rachel), plus some fragments of the fourth act, from 1926 (SRO 848-1).

Juive_opéra_d'Halévy_et_[...]Maleuvre_Louis_btv1b7001613w

Adolphe Nourrit, interpreter of the first Éléazar

Éléazar is not an amiable man. Like Shakespeare’s Shylock, he is repulsive and pitiful at the same time. He’s full of resentment and insists on retaliation for which he’s prepared to sacrifice anything, including what he loves most. But has he always been like that, or have circumstances made him like that? Moreover, he too has his doubts – in his great aria he sincerely asks himself (and God) whether he has acted well.

Actually, you can see him as a male equivalent of Azucena. Both have lost their own child(ren) and both have taken care of a child of their enemy and raised it as their own flesh and blood. As a result, Manrico became a gypsy boy and Rachel a Jewess. With all the consequences that follow.

RICHARD TUCKER

Juive Tucker Legato

In the 1930s Halévy was labelled ‘degenerate’ and, together with his opera, ended up in the big garbage dump of what the Nazis called ‘Entartete Musik.’

Nowadays La Juive is staged by all the major opera houses and in 2009 she even visited Amsterdam – in a magnificent production by Pierre Audi. However, it is not so long ago that Halévy was known as the composer of one aria and his opera was a real curiosity, especially in Europe. I wonder, therefore, what would have happened to La Juive if there had not been someone like Richard Tucker.

Tucker (1913-1975), one of the greatest tenors of his time, was not only the star singer at the Metropolitan Opera, but also the cantor at the New York main synagogue. Éléazar was his dream role and with his star status he could afford to get the opera on stage with different companies in different countries, if only in concert.

His greatest dream, however, was to sing La Juive in the Met, completely staged. In January 1975 he was told that the opera was planned for the 1975/1976 season. Bernstein would conduct and the other roles would be sung by Beverly Sills (Rachel), Nicolai Gedda (Léopold) and Paul Plischka (the cardinal).

It was not meant to be: on January 8, a day before the production talks were to start, Tucker suffered a heart attack, from which he died.

You can get the heavily cut La Juive with Tucker on several labels (mine is on Legato Classics LCD-120-2). The (pirate) recording was made in London, in 1973. The sound is poor and the rest of the singers are only so-so, but because of Tucker it is an absolute must.

Juive Tucker Moffo

In 1973 RCA (now Sony 88985397782) recorded highlights from the opera with Tucker, Anna Moffo and Martina Arroyo in the studio.

I have strong suspicions that the reason for this recording was Moffo (Eudoxie). At that time she was one of the stars of the firm. A literally gorgeous soprano, who not only presented herself well on the cover but also was not the worst singer. With her light, agile voice she was extremely suitable for young girl’s roles, but Eudoxie was also a good fit for her.

Martina Arroyo is a fine Rachel and Bonaldo Giaiotti a great cardinal, but the real star of the recording is – next to Tucker – the conductor. Antonio de Almeida has a clear feeling for the work.

Tucker and Martina Arroyo in the ‘Seider scene’:

JOSE CARRERAS

Juive Carreras Tokody
I have never been able to understand why José Carreras added the role of Éléazar to his repertoire. It did fit in with his desire to sing heavier, more dramatic roles. Roles that were one size too large for his beautiful, lyrical tenor. Which absolutely does not mean that he could not sing the role! He succeeded quite nicely and the result is more than worth listening to, but he doesn’t sound truly idiomatic.

In the live recording from Vienna 1981 Carreras also sounds too young (he was only thirty-five then!), something that is particularly noticeable in the Seider-evening scene. It is sung beautifully, but due to a lack of weight he tends to shout a bit.

José Carreras sings ‘Rachel, quand du Seigneur’:

Ilona Tokody is a Rachel of a Scotto-like intensity (what a pity she never sang the role onstage!) and Sona Ghazarian sings an excellent Eudoxie.

But, to be honest: nobody, but nobody can measure up to Cesare Siepi in his role as Cardinal Brogni. After his first big aria he is justifiably rewarded with a long ovation.

Below Cesare Siepi in ‘Si la rigeur’:

Chris Meritt (Léopold) may not have the most beautiful of all tenor voices, but he has all his high notes. Although they sometimes came out a little squeezed. The heavily cut score was conducted with great love by Gerd Albrecht (Legato Classics 224-2).

 

Juive Carreras Philips

La Juive, recorded by Philips in 1989, marked the first studio recording Carreras made after his illness. His voice was now less sweet and smooth than before, but sounded much more alive, which improved his interpretation of the role.

Julia Varady is a beautiful Rachel, perhaps one of the best ever and Eudoxie is in excellent hands with June Anderson.

Dalmacio Gonzales is a more than decent Léopold, in any case much better than Chris Merrit and the French-American-Portuguese conductor Antonio de Almeida shows he has a real affinity with the opera. (Philips 475 7629)


 

FRANCISCO CASANOVA

Juive Casanova

We know Eve Queler not only as one of the first famous female conductors, but also as one of the greatest champions of the unknown opera repertoire. On 13 April 1999 she conducted a very exciting performance of La Juive in New York’s Carnegie Hall.

Paul Plishka was a good cardinal and Jean-Luc Viala and Olga Makarina sounded excellent as respectively Léopold and Eudoxie.

Francisco Casanova – after Tucker and Shicoff – in my opinion is perhaps the greatest Éléazar of our time. His robust tenor sounds tormented and passionate but also extremely lyrical. The Rachel, sung by Asmik Papian with sizzling passion, fits in perfectly with this. So beautiful, I have no words for it.

If you manage to get the CDs: buy them right away! Also, because the recording is almost complete. (House of Opera CD 426)

Below Francisco Casanova sings ‘Dieu que ma voix tremblante’:

 

NEIL SHICOFF

Juive Shicoff Isokoski

Neil Shicoff, like Tucker, has made Éléazar the role of his life. The first time he sang him was in Vienna, in 1998. The performance, with an excellent cast (Soile Isokoski as Rachel, Zoran Todorovich as Léopold and Alastair Miles as the cardinal Brogni), was recorded live and released by RCA on CD (RCA 795962).

The same production (with Shicoff and Isokoski) travelled to the Met in 2003 and a few months later returned to Vienna, where the opera was recorded on DVD (DG 0734001). Shicoff was still present, but the other singers were replaced.

Juive Shicoff dvd

Rachel was sung by a breathtaking Krassimira Stoyanova (what a voice, and what radiance!), Eudoxie was in good hands with Simina Ivan, but Jianyi Zhang was a little problematic in his role of Léopold.

“The role that Shicoff was born to sing,” was the headline of the program booklet and that was certainly true. As the son of a cantor he was not only at home in the Jewish tradition and singing, but his voice, slightly nasal and with a tear, also sounded very Jewish.

The production by Günter Krämer was updated: no Constance in 1414, but clearly 1930s and the rise of National Socialism. And although it was not explicitly mentioned anywhere, the choir dressed in German hunter’s suits spoke volumes.

Éléazer was portrayed as a fanatic with little or no sympathetic qualities, the cardinal on the other hand was all love and forgiveness – a proposition I had quite a hard time with.

As a bonus, the DVD features an interview with Shicoff and we follow his preparations for the role. Extremely interesting and fascinating, but what a bag of nerves that man is!

Below Shicoff sings ‘Rachel, quand du Seigneur’:


La Juive at the Israeli Opera in Tel Aviv

Anathema over en weer in grootse La Juive

Herinneringen aan La Juive in Amsterdam

Carlo Rizzi (conductor), Pierre Audi (director), George Tsypin (sets), Dagmar Niefind (costumes), Jean Kalman (lighting design), Amir Hosseinpour (choreography), Willem Bruls (dramaturge)

Het seizoen 2009-2010 van De Nationale Opera (toen nog de Nederlandse Opera) in Amsterdam begon zeer sterk met La Juive van Jacques Fromental Halévy. Deze productie was al eerder te zien geweest in Parijs, waar het, ondanks de mislukte première (het operapersoneel ging weer eens staken en er was geen belichting) hoge ogen gooide.

De regie van Pierre Audi was bijzonder mooi en doeltreffend. Zoals het (bijna) altijd bij hem het geval is waren de beelden gestileerd, esthetisch en prachtig om te zien. De onderkoelde esthetiek werkte perfect bij de zeer emotionele muziek, om van het onderwerp niet te spreken.

Carlo Rizzi (conductor), Pierre Audi (director), George Tsypin (sets), Dagmar Niefind (costumes), Jean Kalman (lighting design), Amir Hosseinpour (choreography), Willem Bruls (dramaturge)

© Ruth Walz

De grandioze belichting van Jean Kalman vormde een belangrijk onderdeel van het regieconcept, waardoor de eindscène waarin Eléazar en Rachel hun dood rustig tegenmoet lopen tot de meest ontroerende momenten in de operageschiedenis maakte. Ik kon het niet droog houden en ik was niet alleen. Ook het decor van George Tsypin: een stalen kathedraal die ook dienst deed as de gevangenis was zeer indrukwekkend.

Carlo Rizzi (conductor), Pierre Audi (director), George Tsypin (sets), Dagmar Niefind (costumes), Jean Kalman (lighting design), Amir Hosseinpour (choreography), Willem Bruls (dramaturge)

John Osborn (Léopold) en Angeles Blancas Gulin (Rachel) © Ruth Walz

Muzikaal was het gewoon een droomvoorstelling. Dennis O’Neill was gewoon Eléazar. Niet zo jong meer, getormenteerd, vol wraakgevoelens, maar ook twijfelend – een waarlijk perfecte bezetting. Zijn grote aria zong hij vol gloed en passie, en met de nodige snik. En al was het her en der niet helemaal perfect, ontroerend was het wel.

De stem van Angeles Blancas Gulin (Rachel), met haar zeer herkenbaar timbre is niet echt alledaags. Bij vlagen metaalachtig en scherp en toch warm en rond. Haar portrettering van een jong meisje verscheurd tussen plicht en liefde was zeer geloofwaardig en haar angst fysiek voelbaar.

Carlo Rizzi (conductor), Pierre Audi (director), George Tsypin (sets), Dagmar Niefind (costumes), Jean Kalman (lighting design), Amir Hosseinpour (choreography), Willem Bruls (dramaturge)

Angeles Blancas Gulin (Rachel) en Annick Massis (Eudocxie) © Ruth Walz

John Osborn (Léopold) en Annick Massis (Eudoxie) waren ook in Parijs van de partij. Beide zangers beschikken over een werkelijk fenomenale belcanto techniek en duizelingwekkende, soepele hoge noten.

Carlo Rizzi (conductor), Pierre Audi (director), George Tsypin (sets), Dagmar Niefind (costumes), Jean Kalman (lighting design), Amir Hosseinpour (choreography), Willem Bruls (dramaturge)

Alastair Miles (Brogni), Dennils O’Neill (Eléazar) en Angeles Blancas Gulin (Rachel) © Ruth Walz

Alastair Miles (Brogni) had misschien niet de beste lage noten, maar zijn uitstraling was zeer imposant.

Carlo Rizzi dirigeerde het voortreffelijk spelende Nederlands Filharmonisch Orkest met de nodige vaart en het Nederlands Operakoor (instudering: Martin Wright) was zoals altijd onweerstaanbaar goed. Een grote BRAVO voor allemaal.

trailer van de productie:

LA JUIVE: discografie

LA JUIVE Tel Aviv 2010

LA REINE DE CHYPRE

CLARI

LA REINE DE CHYPRE

Halevy La Reine du Chypre

Jacques Fromental Halévy heeft meer dan veertig opera’s gecomponeerd maar mocht men hem überhaupt kennen dan komt het door ‘Rachel! quand du Seigneur la grâce tutélaire’, de tenorale hit uit La Juive, de enige van zijn opera’s die tot voor kort sporadisch werd uitgevoerd. Maar zie: de tijden veranderen en na de overal – behalve Nederland – gaande Meyerbeer-revival is men nu bezig om Halévy te herontdekken.

Richard Tucker zingt ‘Rachel! quand du Seigneur’ uit La Juive:

 

La Reine de Chypre is in 1841 in première gegaan en de daarbij aanwezige Richard Wagner die de opera voor de Dresden Abend-Zeitung recenseerde, prees de score de hemel in als zijnde “nobel, hartstochtelijk en vernieuwend”.

Het verhaal doet een beetje aan ‘Don Carlo’ denken en al verloopt de actie behoorlijk dramatisch, het loopt allemaal goed af.

Catarina Cornaro is de enige vrouwelijke rol in de verder louter mannelijke cast. Het zit zo: Rosine Stolz, de primadonna die de rol creëerde was beroemd en berucht om haar diva gedrag, ze duldde geen andere vrouwen naast zich. Zo eiste ze ook dat het thema van ‘haar’ aria niet al in de ouverture verklapt zou worden.

Begin juni 2017 werd de opera op het Vijfde Festival Palazzetto Bru Zane concertante uitgevoerd en door Ediciones Singulares live opgenomen. Zonder problemen gebeurde het niet.

Zo werd Marc Laho, die de rol van Gérard de Cousy oorspronkelijk zou zingen, ziek. Hij werd vervangen door Cyrille Dubois die het ook moest laten afweten en de rol werd overgenomen door de tenor nummer drie die de score amper kende. Op de opname horen we Dubois en hij doet het uitstekend.

Étienne Dupuis laat als Jacques de Lusignan een gespierd geluid horen maar het is de diva, Véronique Gens die de show steelt met haar zeer stijlvolle vertolking van de hoofdrol.

Hervé Niquet dirigeert het Orchestre de Chambre de Paris met veel elan en gevoel voor dramatiek en het Vlaamse Radiokoor is absoluut onweerstaanbaar. Een must.


JACQUES FROMENTAL HALÉVY
La Reine de Chypre
Véronique Gens, Cyrille Dubois, Étienne Dupuis, Éric Huchet, Christophoros Stamboglis e.a.
Orchestre de chambre de Paris; Flemish Radio Choir olv Hervé Niquet
Palazzetto Bru Zane series (Ediciones Singulares) Volume 17

Meer Halévy:
LA JUIVE: discografie
LA JUIVE Tel Aviv 2010
CLARI