cd/dvd recensies
Madame Pompadour van Leo Fall: mooi dat de opname er is, maar het had beter gekund
Heeft u ooit van Fritzi Massary gehoord? Nee? Ren dan naar de winkel of gewoon naar de YouTube op uw computer. Zij was de Maria Callas van de operette. Of eigenlijk nog meer, want de componisten uit het begin van de twintigste eeuw schreven hun werken speciaal voor haar. Zo ook Leo Fall. Zijn operette Madame Pompadour was op haar maat gesneden.
Fritzi Masary zingt “Heut`könnt einer sein Glück bei mir machen” uit Madame Pompadour:
Wij kunnen het ons niet meer voorstellen, maar operette was in die tijd zowat de meest vooruitstrevende vorm van muziektheater. Tot de nazi’s aan de macht kwamen. Nu, na meer dan een half eeuw verbanning komt het genre weer terug in onze theaters, concertzalen en levens en daar ben ik echt blij mee
De nieuwe opname van Madame Pompadour, in 2012 live opgenomen in het Wiener Volksoper vind ik een beetje een gemiste kans.
Annette Dasch is natuurlijk geen Massary (wie wel?), maar zij doet het echt voortreffelijk en zet een zeer geloofwaardige Pompadour neer. Het is ook leuk om de oudgediende Heinz Zednik weer eens te kunnen horen. In zijn rol van de koning kan hij lekker uitpakken en schmieren. Ook Mirko Roschkowski (René) kan mij bekoren.
Moeilijker wordt het als wij bij het orkest komen, ik mis het vuur. En mijn belangrijkste probleem: waarom zijn de meeste dialogen er uitgeknipt?
Leo Fall
Madame Pompadour
Annette Dasch, Heinz Zednik, Mirko Roschkowski, Elvira Soukop e.a.
Orchester und Chor der Volksoper Wien olv Andreas Schüller
CPO 7777952
Z MRTVÉHO DOMU (From the house of the dead)
Gelijk Bergs Wozzeck is ook Uit een dodenhuis geniaal en hoogst deprimerend tegelijk. Niet de gemakkelijkste opera om te ondergaan, en verrekte moeilijk om te ensceneren.
De wereld waarin de opera zich afspeelt staat ver van ons weg, daar willen we ook niets van weten. Patrice Chéreau, de Franse regisseur met een aantal legendarische producties op zijn naam, duwt ons de feiten door de strot, en dwingt ons om na te denken, want immers: “In elke creatuur een vonkje Gods”, zoals het motto luidt dat Janáček op het titelblad van zijn laatste opera heeft opgeschreven.
Chéreau creëert een grauwe en uitzichtloze wereld, waaraan je alleen middels dood (Gorjančikov telt niet mee, hij behoort tot een ander milieu) kunt ontsnappen, en de wanhoop van de gevangenen is fysiek voelbaar.
Er is geen hoofdpersoon, maar wel een hoogtepunt: de bekentenis van Šiškov (geweldige Greg Grochowski) heeft mij aan mijn stoel genageld. De algehele cast (een echt hecht ensemble) is van een allerhoogst niveau, toch mag John Mark Ainsley (Skuratov) niet onvermeld blijven, wat hij presteert grenst aan het onmogelijke.
De symbiotische samenwerking tussen de regisseur en de dirigent mondt uit in de diepste ontroering. Chapeau bas!
Leoš Janáček
From the house of the dead
Olaf Bär, Eric Stoklossa, Stefan Margita, Gerd Grochowski, John Mark Ainsley
Mahler Chamber Orchestra olv Pierre Boulez
Regie: Patrice Chéreau
DG 0734426
Ildebrando Pizzetti: Moord in de kathedraal. En meer
Ildebrando Pizzetti behoorde – samen met onder andere Ottorino Respighi, Riccardo Zandonai, Franco Alfano en Gian Francesco Malipiero – tot de zogenoemde ‘Generazione dell’80’, een groep Italiaanse componisten geboren rond 1880. Wat ze allemaal gemeen hadden, was een zekere hang naar het neoclassicisme en belangstelling voor de renaissance en de Byzantijnse muziek.
Dat alles is prominent aanwezig in Assassinio nella Cattedrale, een muziekdrama naar het toneelstuk Murder in the cathedral van T.S. Elliott, waarvoor Pizzetti zelf het libretto heeft geschreven. Ik vind het een pracht van een stuk, met een zeer sterk libretto, mooie koorpartijen en een perfect uitgewerkte hoofdrol die een goede bas-bariton alle ruimte geeft om te schitteren. Onvoorstelbaar eigenlijk dat de opera nog maar zo zelden wordt opgevoerd.
Deze Decca-opname werd in december 2006 gefilmd in het oogverblindende Basilica di San Nicola in Bari. Het doet er allemaal heel erg authentiek door aan, al denk ik dat het live toch indrukwekkender moet zijn geweest dan op dvd. Logisch, eigenlijk.
De uitvoering op zich is prima, niet overweldigend, maar zeker voldoende. De opkomst van de aartsbisschop maakt wel een enorme indruk, het heeft veel weg van de eerste opkomst van Scarpia; daar word je stil van. Zeker als de zanger in kwestie Ruggero Raimondi heet. Zijn stem is een beetje droog geworden, maar hij is een echt theaterdier en zet een zeer imposante Thomas Becker neer.
Ruggero Raimondi, Paoletta Maroccu , e.a..
Orchestra Sinfonica Della Provincia di Bari olv Piergiogio Morandi; regie: Daniele d’Onofrio (Decca 0743253)
NICOLA ROSSI-LEMENI EN VIRGINIA ZEANI
De première van Assassinio nella Cattedrale vond plaats in La Scala in Milaan, in maart 1958. De hoofdrollen werden gezongen door Nicola Rossi-Lemeni (voor wie Pizzetti de opera componeerde en Leyla Gencer. Kort na de première werd de opera in Turijn live opgenomen, met – alweer Rossi-Lemeni – en Virginia Zeani. Absoluut onmisbaar voor de ‘Generazione dell’80’ én verisme liefhebber (Stradivarius STR 10067/57)
Virginia Zeani in een aria uit de opname:
DEBORA E JAELE
Mocht u nog meer van Pizzetti willen horen (wat ik me heel goed kan voorstellen), dan kan ik u de opname van Debora e Jaele aanbevelen. De cast is om te likkebaarden, met de zeer indrukwekkende Clara Petrella voorop in de rol van Jaele. De opera werd in 1952 in Milaan opgenomen, Gianandrea Gavazzeni dirigeert (GOP 66.354)
Peter Sellars helpt Mozarts Zaide om zeep
Zaide is zonder twijfel problematisch. De opera werd pas tien jaar na Mozarts dood gevonden: onafgemaakt, zonder ouverture, zonder (happy?) eind en zelfs zonder titel. Het laat zich beluisteren als een voorstudie voor Die Entführung aus dem Serail en ook het verhaal is vrijwel identiek.
In de zomer van 2008 werd de opera in Aix-en-Provence door Peter Sellars verfilmd, met in de hoofdrollen vrijwel alleen gekleurde zangers. Je hebt geen idee waar de actie zich afspeelt. In een gevangenis? Of in een naaiatelier? Of is het een naaiatelier in een gevangenis?
Sellars heeft de rollen omgedraaid en dus zijn het de moslims die het nu zwaar te verduren hebben. Maar wie zijn dan de zwarte slavendrijvers? Ook moslims? Het koor van de getourmenteerde gevangenen (het Ibn Zaidoun Choir) is het in ieder geval wel, waarbij de improvisatie op de oud (voorloper van de luit) zeer authentiek aandoet.
De zangers acteren beter dan ze zingen en hun Duits is abominabel, maar de Sri Lankaanse tenor Sean Panikkar (Gomatz) is een echte ontdekking. Hij beschikt over een mooie lyrische stem en zijn hele optreden is zeer overtuigend.
Elena Lekhina krijgt als Zaide één van de mooiste aria’s te zingen die Mozart ooit heeft gecomponeerd, ‘Ruhe Sanft’, en dat doet ze zeer adequaat. Maar niet voldoende. Wilt u weten hoe het moet? Luister dan naar Beverly Sills:
W.A. Mozart
Zaide
Ekaterina Lekhina, Sean Panikkar, Alfred Walker, Russell Thomas, Morris Robinson; Camerata Salzburg olv Louis Langrée
Regie: Peter Sellars;
Medici Arts 3078358
Dalia Atlas dirigeert symfonische werken van Bloch
De Israëlische Dalia Atlas behoort tot de eerste generatie vrouwelijke dirigenten die naam wist te maken én te behouden. De grootste orkesten werden haar toevertrouwd en dat in de tijd dat wij alleen een mannelijke maestro gewend waren.
Atlas, die een immens repertoire op haar naam heeft staan, is altijd één van de grootste pleitbezorgers van de muziek van Ernest Bloch geweest. En dat nog lang vóórdat het weer salonfähig werd om naar hem en zijn romantische muzikale idioom te luisteren.
Het ligt dan ook niet aan haar, noch aan de prachtig spelende London Symphony Orchestra dat de Symphony in C weinig boeit. De symfonie klinkt nog te veel als een aftreksel van de muziek van zijn voorgangers. Het is wel heel erg aangenaam luisteren, dat wel, maar ik merk dat ik mijn gedachten er niet bij kan houden.
Het vroege werk van de Zwitserse romanticus heeft nog te weinig om het lijf om te kunnen beklijven, hij moest zijn weg nog vinden. Met het op zoek gaan naar zijn eigen roots heeft Bloch een nieuwe weg in de muziekgeschiedenis geschapen en daar heeft hij ongekende hoogten mee bereikt. Maar dat kwam later.
Dat ik de stukken niet interessant genoeg vind doet echter niets af aan de werkelijk grandioze uitvoering.
ERNEST BLOCH
Symphony in C sharp minor; Poems of the Sea
London Symphony Orchestra olv Dalia Atlas
Naxos 8573241 • 68’
Meer Bloch:
Ernest Blochs ‘Jaargetijden’ zonder zomer
Ernest Bloch: MACBETH
ZIJN LIED ZAL NIET VERSTOMMEN *
Muziek als redding. Voice in Wildernis
CIRO IN BABYLONIA
Winterblues? Last van donkere, koude dagen met aanhoudende regen? Depri? Ik weet een remedie! Ren naar de winkel en koop Ciro in Babilonia, een onbekend werk van Rossini, in 2012 live opgenomen in Pesaro.
Regisseur Davide Livermore heeft van Rossini’s ‘azione sacra’ (geschreven toen hij nog maar 20 jaar was) een soort ‘stomme film’ uit de jaren ’20 gemaakt, inclusief zwart-witbeelden, overdreven zware opmaak en voor die tijd typische kleding.
Het verhaal komt uit het boek Daniël en verhaalt over de Assirische koning Baldassare (Belshazar), die de vrouw en de zoon van zijn vijand, de Perzische koning Cirus, ontvoert en hen, als zij hem weigert, een kopje kleiner wil maken. Ook Cirus zelf valt in zijn handen, omdat diens liefhebbende echtgenote haar gevoelens niet kan bedwingen. Maar dan komen de vreemde tekens aan de wand (weet u het nog: mene tekel fares?) en loopt alles goed af.
Ewa Podleś (Ciro) is zonder meer de allerbeste alt die wij nog hebben rondlopen. Haar coloraturen zijn meer dan soepel en haar lage (en hoge!) noten zijn een lust voor je oor.
Jessica Pratt is een prachtige Amira en Robert McPherson een geweldige Arbace. Verder zingt Michael Spyres een fantastische Baldassare. Toen nog maar een beginner en inmiddels een echte ster.
Een trailer van de productie:
Gioachino Rossini
Ciro in Babylonia
Ewa Podleś, Michael Spyres, Jessica Pratt, Carmen Romeu, Mirco Palazzi, Robert McPherson, Raffaele Constantini;
Orchestra and Chorus of the Teatro Comunale di Bologna onder leiding van Will Crutchfield;
Regie: Davide Livermore
Opus Arte OA 1108 D
La muette de Portici: de opera die een revolutie heeft ontketend
Hoeveel opera’s kunnen zich erop beroepen dat ze de wereldorde een beetje naar de sodemieter hebben geholpen door een revolutie te ontketenen en daardoor een geheel nieuw land te creëren?
De eer valt te beurt aan La Muette de Portici, een vandaag bij het grote publiek vrijwel vergeten opera van een bijna net zo vergeten Franse componist Daniel-François-Esprit Auber (1782 – 1871).
De vlam sloeg in de pan tijdens een voorstelling in de Brusselse De Munt in 1830, een opvoering nota bene ter ere van de verjaardag van koning Willem I. Het moment suprème kwam tijdens een aria, waarin één van de protagonisten de tekst zong: “Heilige vaderlandsliefde, geef ons onze moed en trots terug. Mijn leven heb ik aan mijn land te danken, het zal zijn vrijheid aan mij te danken hebben.” Het publiek verliet de zaal, ging de straat op en voilà: het Koninkrijk België werd geboren.
Dat La Muette anders is dan alle andere opera’s heeft ook met de hoofdpersoon te maken. Die is dan wel aanwezig is, maar heeft geen noot te zingen – het arme vissersmeisje Fenella is namelijk stom.
Zij wordt verleid door de jonge Napolitaanse graaf Alphonse, die haar daarna omruilt voor een betere match: een Spaanse prinses Elvire. Fenella wordt opgesloten, vlucht en weet – enkel met gebarentaal – de aandacht en medelijden van Elvire te wekken en haar broer Masaniello in de wraakengel te doen veranderen.
Dat wordt tevens het sein om een opstand tegen de gehate heersers te ontketenen; waarna alles wat mis kan gaan, ook daadwerkelijk misgaat. Masaniello wordt vergiftigd, de revolte mislukt en Fenella vindt de zelfdood in de lavastroom van Vesuvius. Logischer kan ik het voor u niet maken, maar dat geeft niet, want de opera zelf is meer dan heerlijk en bezorgt u meer dan twee uur pure luisterplezier.
La Muette wordt gezien als de eerste echte ‘grand opéra’. Dat kan ook de reden zijn dat het zo zelden werd opgevoerd, gezien onze jarenlang durende neerbuigende kijk op het fenomeen ‘grand opéra’.
Maar het tij keert. Twee jaar geleden heeft De Munt het aangedurfd om de opera op het repertoire te nemen. Jammer genoeg ging hun moed zo ver dat de voorstellingen ook in Brussel plaatsvonden. Peter de Caluwe, de directeur van De Munt, zei daarvoer: “Dat is bewust zo gedaan. De opera nu opvoeren in Brussel zou niet alleen een artistieke daad zijn, maar ook een politiek statement; het zou worden uitgelegd als een pleidooi voor Belgische eenheid op een politiek precair moment.”
In 2011 heeft ook een Duits operahuis, het vooruitstrevende Anhaltisches Theater in Dessau, waar de jonge Nederlandse dirigent Antony Hermus, toen Generalmusikdirektor was, de opera opgevoerd. De voorstellingen werden live door CPO opgenomen. Dat werd tijd!
Ik kende maar één opname van de opera, met Alfredo Kraus, June Anderson, John Aler en Jean-Philipe Lafont onder leiding van Thomas Fulton (EMI). Aan de elegante frasering van Alfredo Kraus kan niemand zich meten, maar toch prefereer ik het meer heroïsche geluid van Diego Torre. Als Masaniello weet hij veel beter te overtuigen. Bij hem hoor je de hormonen zowat door zijn aderen gieren.
In zijn waanzinscène (ja hoor, waarom ook niet? Mannen mogen ook gek worden!) heeft hij veel weg van John Osborn. Zijn hoge noten zijn niet alleen spectaculair maar hij zingt ze ook uit volle borst. Af en toe klinkt hij een beetje vermoeid, maar dat stoort niet, zeker niet in de context van het geheel.
In ‘Mieux vaut mourir que rester misérable!’, waaruit dus de opruiende tekst afkomstig is, wordt hij bijgestaan door Wiard Withold als Pietro. Ook hem vind ik interessanter dan Jean-Philipe Lafont bij Fulton.
De jonge Nederlandese zanger is op zijn best in de vijfde akte. Zijn barcarolle “Voyez du haut de ces rivages” is bijzonder indrukwekkend. Zijn lyrische bariton is inmiddels wat donkerder geworden zonder dat hij concessies aan de souplesse en lyriek doet, dat gaat van een leien dakje.
Angelina Ruzzafante is een prachtige Elvire. Haar stem is licht, soepel en wendbaar, haar hoogte mooi en zuiver en het acteren (met de stem dan) gaat haar perfect af. Soms doet zij mij aan Cristina Deutekom denken, maar dan zonder haar o zo typische “staccato” (is niet negatief bedoeld!). Het wordt tijd dat de wij de Nederlandse sopraan ook op onze podia te horen krijgen!
Oscar de la Torre (Alphonse) begint zwak – zijn tenor klinkt een beetje geknepen – maar in de vierde akte revancheert hij zich ruimschoots. Hij is nog jong en – zo te lezen – onervaren, maar hij komt er wel!
Het koor is formidabel en de tempi van Hermus vind ik zonder meer beter dan bij Fulton. Een aanwinst, en dat niet alleen maar vanwege het rariteitsgehalte!
Daniel-François-Esprit Auber
La Muette de Portici
Diego Torre, Oscar de la Torre, Angelina Ruzzafante, Wiard Witholt e.a.
Opernchor des Anhaltischen Theater, Anhaltische Philharmonie olv Antony Hermus
CPO 7776942
Philippe Jaroussky zingt Verlaine
Waarom zou een countertenor niet voldoende sensitiviteit en techniek kunnen hebben om Franse chansons en mélodies te zingen? Door deze vraag op zijn cd Green te stellen geeft Jaroussky meteen het antwoord: inderdaad, waarom niet?
Nu is Philippe Jaroussky een beetje een buitenbeentje, ook in de alsmaar groter en beter wordende wereld der countertenoren. Zijn timbre is van zo’n hemelse schoonheid dat je soms denkt naar een engel te luisteren.
Dat hij affiniteit heeft met het Franse lied uit het fin-de-siècle heeft al met zijn eerdere album Opium (nog niet in huis? Onmiddellijk kopen!) bewezen. Met Green gaat hij nog een stapje verder. Behalve Hahn, Fauré, Debussy en Massenet zingt hij de vrijwel onbekende componisten zoals Józef Zygmunt Szulc en Poldowski (pseudoniem van Régine Wieniawski: ja, de dochter van..). Én hij zingt Franse chansons. Alles op teksten van Paul Verlaine.
Het absolute hoogtepunt is voor mij ‘Le Sourdine’ van Reynaldo Hahn. Daarin wordt Jaroussky ook op onnavolgbare wijze bijgestaan door pianist Jérôme Ducros. Ook het verstilde ‘Un grand sommeil noir’ van Varèse is meer dan prachtig.
In het met Nathalie Stutzman gezongen ‘Rêvons, c’est l’heure’ van Massenet word je je even bewust van alle geijkte ‘waarheden’, of eigenlijk vooroordelen, over de menselijke stem, want het lage, donkere geluid behoort in dit duet juist de vrouw toe. Als je niet beter wist…
De cd is echt een hebbeding. Niet in de laatste plaats ook vanwege het omhulsel. In het doosje vind je behalve de twee schitterende cd’s ook een dik boek met liedteksten, veel informatie en tientallen sfeerfoto’s van de componisten en de dichter.













