Nicola_Rossi_Lemeni

Virginia Zeani, one of the very few sopranos Maria Callas was frightened of

zeani

Have you noticed how many great singers come from Romania? Virginia Zeani is one of them. She was born Virginia Zehan, on the 21st October 1925, in Solovastru, a village in central Transylvania.

Zeani made her debut when she was 23 as Violetta in Bologna (indented for Margherita Carossio). That role would become her trademark. There is a costly anecdote about her debut in Covent Garden: it was in 1960 and she was a last minute replacement for Joan Sutherland, who became ill. She arrived late in the afternoon and there was hardly time to try on the costume. Before she went on stage, she asked very quickly: ‘Which of the gentlemen is my Alfredo?

zeani-traviata

In 1952, again at short notice she replaced Maria Callas as Elvira in i Puritani in the Teatro Communale in Florence, conducted by Tullio Serafin.

The soprano sang no less than 69 roles, including many world premieres. In 1957 she created the role of Blanche in Dialogues des carmélites by Poulenc.

Her repertoire ranged from Handel (Cleopatra in Giulio Cesare), via Bellini, Donizetti, Massenet and Gounod to Wagner (Elsa and Senta). With of course the necessary Verdis and Puccinis and as one of her greatest star roles Magda in The Consul by Menotti:

 

pizzetti-zeani

She sang, together with her husband Nicola Rossi-Lemeni in the recording of Pizetti’s Assasinio nella Cattedrale recorded live in Turin shortly after the premiere (La Scala in Milan, March 1958). Absolutely indispensable for the ‘Generazione dell’80’ and verism lover (Stradivarius STR 10067/57).

Virginia Zeani in an aria from the recording:

I myself am completely obsessed with her Tosca, but also her Violetta should not be missed by anyone. Her coloratures in the first act are more than perfect. And then her ‘morbidezza’… Do it for her!

Below her ‘Vissi d’arte’ (Tosca), recorded in 1975, when she was over fifty:

 

decca zeani

‘Decca’s Most Wanted Recitals’, revealed in 2014 released her recording of Puccini arias. This recording, made in 1958 under the direction of Giuseppe Patané, have – together with a recital by Graziella Sciutti – been released earlier by Decca; but her Donizettis, Bellinis and Verdis from 1956 (conductor: Gianandrea Gavazzeni) had their CD premiere.


A nice anecdote:
Giovanni Battista Meneghini, former husband of Maria Callas, in conversation with Virginia Zeani , “Virginia, I have to tell you, you are one of the very few sopranos my wife is frightened of”

Discografie van Il Turco in Italia

turco-manie

Turkomanie in Europa van de 18-de eeuw. Jeane-Etienne Lotard: Portret van Marie Adelaïde de France in Turkse jurk (1753). Credits: Andere Tijden

Oriënt! Wat wisten wij er ooit van? Het was exotisch, avontuurlijk en spannend. Alle mannen daar waren macho, super aantrekkelijk en potent. En ze rookten opium. Alle vrouwen waren mooi, gracieus, geheimzinnig en verleidelijk. Het geurde daar naar amber en wilde jasmijn ….

Het was zo ontzettend ver weg en onbekend –  geen wonder dat wij daar door betoverd werden. Geen wonder ook dat onze dromen soms op hol sloegen. Maar de dromen bleken ergens goed voor, want ze hebben ons de prachtigste kunstwerken opgeleverd, waaronder ook opera’s. Il Turco in Italia van Rossini is er één van.

Geloof het of niet (geloof het!), maar Turco heeft heel veel weg van Cosi van tutte van Mozart. Zelfs de muziek doet er vaak aan denken. Het verhaal: een Don Alfonso-achtige dichter zonder inspiratie, zeg maar een soort kwade genius, bedenkt een intrige waarin hij alle personages manipuleert als zijnde marionetten, waardoor iedereen het (bijna) met iedereen doet, maar aan het eind komt alles goed. Of niet. In ieder geval heeft onze Prosdocimo een prachtig verhaal.

Ik vraag mij af hoe de ideale Fiorilla zou moeten klinken. Op de mij bekende opnamen wordt zij gezongen door alle stemsoorten: van een super lichte coloratuur sopraan tot een donkere coloratuur mezzo met borsttonen. Op de een of andere manier kan mij geen van de dames echt bekoren, ook Maria Callas niet, al komt zij dicht in de buurt van wat ik in de rol zou willen horen.

DVD

Zürich, 2002

turco-bartoli

In 2002 werd Il Turco in Zürich op het programma gezet. De hoofdrol was in handen van een oude rot in het vak, Ruggiero Raimondi. Zijn Selim is zonder meer spannend en erotisch en de slijtage aan zijn stem compenseert hij met een overweldigend spel en een geweldig charisma.

Oliver Widmer is goed op dreef als de cynische dichter Prosdocimo en Paolo Rumetz zet een heerlijk suffige Geronio neer. Het probleem heet Cecilia Bartoli. (Niet slaan alstublieft, het is maar mijn mening!) Zij is zeer virtuoos, zonder meer, maar haar maniertjes vind ik zeer irritant en haar donkere timbre absoluut niet bij de rol passend.

Het geheel is vrolijk, met felle kleuren en maffe kostuums: zo lijken de zigeuners op een combinatie van Volendammers met Peruanen (Arthaus Musik 100 369)

Cecilia Bartoli & Ruggero Raimondi zingen ‘Serva…Servo’:

Pesaro, 2007

turco-naxos

In Pesaro werd in 2007 een zeer naturalistisch ogende Turco opgenomen, met in de hoofdrollen uitsluitend jonge, onbekende zangers. Dat ze, wellicht op Marco Vinco (Selim) na, nog steeds onbekend zijn gebleven, zegt niet alles, maar toch wel wat.

Niettemin valt er veel lol aan te beleven. De typetjes zijn heerlijk herkenbaar, de kleuren mooi en de handeling volgt het libretto op de voet. Zeker leuk! (Naxos 2.110259)

https://www.operaonvideo.com/il-turco-in-italia-pesaro-2007-vinco-marianelli-concetti-adami/

Genua, 2009

 turco-alaimo

Een van de nieuwste opname op dvd komt uit 2009 uit Teatro Carlo Felice in Genua. Nou ja, nieuw… de productie is bijna 30 jaar oud en werd voor het eerst al in 1983 gezien.

Het is niet erg, want het is nog steeds bijzonder vermakelijk, al moet ik toegeven dat het mij soms een beetje duizelt van wat er allemaal op de bühne gebeurt: acrobaten, vuurvreters, ballerina’s, Arlechino’s en wat al niet. Commedia dell’Arte ten voeten uit.

Myrtò Papatanasiu is een mooie Fiorilla en Simone Alaimo een heerlijke Selim, al vind ik dat hij iets beneden zijn gebruikelijke hoge niveau presteert. Ook Antonino Siragusa stelt lichtelijk teleur als de smachtende Narciso (Arthaus Musik 101 39) 

CD

Milaan, 1954

.

Maria Callas zong de rol van Fiorilla al in 1950 in Rome en vier jaar later nam ze haar in de studio op, met de krachten van de Milanese Scala. Gianandrea Gavazzeni dirigeerde een ‘all star cast’ – de meeste namen doen ons nu watertanden. Maar, afgezien van het feit dat ze allemaal werkelijk fantastisch waren, moeten we ons afvragen of het nog steeds adequaat klinkt in onze oren.

Ja, Nicola Rossi-Lemeni zou vandaag de dag nog kunnen, maar de rest, inclusief La Divina? Bij haar bekruipt mij vaak het gevoel dat ik bij de verkeerde opera ben beland en dat ik naar Anna Bolena zit te luisteren. (Warner 0825646340880)


 

Milaan, 1958

turco-m

Waar ik absoluut niet omheen kan is Sesto Bruscantini als een werkelijk onweerstaanbare Selim. Scipio Colombo is heerlijk als de (in zijn interpretatie) komische schurk Prosdocino en als Donna Fiorilla horen we een van de heerlijkste lichte sopranen uit de tijd: Graziella Sciutti. Een beetje soubretteachtig, maar zo wendbaar, en zo heerlijk getimbreerd!

De rest van de stemmen is goed maar niet uitzonderlijk, maar de directie van Nino Sanzogno – licht en sprankelend – doet de opera alle eer na. De live opname uit 1958 (Milaan) is behoorlijk dof. Toch – een bijzonder document van de tijd die nu toch echt voorbij is (Myto 00193)

Sesto Bruscantini en Graziella Sciutti  in ‘Credete alle femmine’:

Ildebrando Pizzetti: Moord in de kathedraal. En meer

https://images-na.ssl-images-amazon.com/images/I/711x9XPw9OL._SY879_.jpg

Ildebrando Pizzetti behoorde – samen met onder andere Ottorino Respighi, Riccardo Zandonai, Franco Alfano en Gian Francesco Malipiero – tot de zogenoemde ‘Generazione dell’80’, een groep Italiaanse componisten geboren rond 1880. Wat ze allemaal gemeen hadden, was een zekere hang naar het neoclassicisme en belangstelling voor de renaissance en de Byzantijnse muziek.

Dat alles is prominent aanwezig in Assasinio nella Cattedrale, een muziekdrama naar het toneelstuk Murder in the cathedral van T.S. Elliott, waarvoor Pizzetti zelf het libretto heeft geschreven. Ik vind het een pracht van een stuk, met een zeer sterk libretto, mooie koorpartijen en een perfect uitgewerkte hoofdrol die een goede bas-bariton alle ruimte geeft om te schitteren. Onvoorstelbaar eigenlijk dat de opera nog maar zo zelden wordt opgevoerd.

Deze Decca-opname werd in december 2006 gefilmd in het oogverblindende Basilica di San Nicola in Bari. Het doet er allemaal heel erg authentiek door aan, al denk ik dat het live toch indrukwekkender moet zijn geweest dan op dvd. Logisch, eigenlijk.

De uitvoering op zich is prima, niet overweldigend, maar zeker voldoende. De opkomst van de aartsbisschop maakt wel een enorme indruk, het heeft veel weg van de eerste opkomst van Scarpia; daar word je stil van. Zeker als de zanger in kwestie Ruggero Raimondi heet. Zijn stem is een beetje droog geworden, maar hij is een echt theaterdier en zet een zeer imposante Thomas Becker neer.

Ruggero Raimondi, Paoletta Maroccu , e.a..
Orchestra Sinfonica Della Provincia di Bari olv Piergiogio Morandi; regie: Daniele d’Onofrio (Decca 0743253)

NICOLA ROSSI-LEMENI EN VIRGINIA ZEANI

pizzetti-zeani

De première van Assasinio nella Cattedrale vond plaats in La Scala in Milaan, in maart 1958. De hoofdrollen werden gezongen door  Nicola Rossi-Lemeni (voor wie Pizzetti de opera componeerde en Leyla Gencer. Kort na de première werd de opera in Turijn live opgenomen, met – alweer Rossi-Lemeni – en Virginia Zeani. Absoluut onmisbaar voor de ‘Generazione dell’80’ én verisme liefhebber (Stradivarius STR 10067/57)

Virginia Zeani in een aria uit de opname:

DEBORA E JAELE

pizzetti-debora

Mocht u nog meer van Pizzetti willen horen (wat ik me heel goed kan voorstellen), dan kan ik u de opname van Debora e Jaele aanbevelen. De cast is om te likkebaarden, met de zeer indrukwekkende Clara Petrella voorop in de rol van Jaele. De opera werd in 1952 in Milaan opgenomen, Gianandrea Gavazzeni dirigeert (GOP 66.354)

Over Macbeth van Ernest Bloch

Ernest Bloch werd in 1880 in Genève geboren in een geassimileerd Joods gezin. Rond zijn vijfentwintigste raakte hij geïnteresseerd in alles wat met het Jodendom te maken had en vertaalde het in zijn taal – muziek.

“Ik ben geïnteresseerd in de Joodse ziel” schreef hij aan zijn vriend Edmund Fleg (Flegenheimer): voorzanger, dichter, filosoof en toneelschrijver. “Dat alles wil ik in muziek vertalen”. Het is hem gelukt.

Maar Bloch is meer dan de “Joodse ziel” alleen. Vóór de oorlog behoorde hij tot de meest gespeelde en gewaardeerde componisten. Men noemde hem zelfs de vierde grote ‘B’ na Bach, Beethoven en Brahms. Op zijn naam staan concerten, symfonieën, strijkkwartetten, pianokwintetten, vioolsonates, suites voor strijkers solo en liederen. En een opera.

Bloch was nog maar 24 jaar toen hij en Fleg een idee voor het maken van muziektheater hadden opgevat. Het was Fleg die met Macbeth op de proppen kwam. Bloch had zijn twijfels want eigenlijk wilde hij iets vrolijks componeren, maar algauw begon hij met de eerste schetsen. Het heeft vijf jaar geduurd voordat de opera werd voltooid, maar toen het eenmaal zo ver was, raakte de baas van Opéra Comique, de beroemde Albert Carré onmiddellijk geïnteresseerd.

Nu kunnen wij het ons niet meer voorstellen, maar in die tijd was “Macbeth” van Verdi amper bekend. Het werd tot die tijd noch bij de Opéra noch  bij de Opéra Comique gespeeld. De enige uitvoering in Parijs was in 1865 in het Théâtre Lyrique en dat ook nog eens met matig succes.


Albert Carré

Of de interesse van Carré oprecht was of dat het kwam omdat zijn “Prima Donna”, in de tijd één van de grootste dramatische sopranen, Lucienne Bréval (landgenote en een goede vriendin van Bloch) het zo graag wilde zingen? Daar zullen wij waarschijnlijk nooit meer achterkomen, maar op 30 november 1910 was het zo ver.

Lucienne Bréval als Lady Macbeth

De hoofdrollen werden vertolkt door de grootste zangers van de tijd, met naast Brevál de Nederlandse bariton Henri Albers.

 

Albers als Artus in Le roi Arthus van Chausson

De opera werd uiteindelijk 13 keer uitgevoerd. De reacties en meningen waren behoorlijk verdeeld: men ging van zeer juichend (onder de grootste bewonderaars was ook Romain Roland) tot vernietigend. In januari 1911 werden er nog 15 voorstellingen gegeven en dat was dat.

Pas in 1938 kwam de opera weer eens op de rol: merkwaardig genoeg in Napels in 1938. Bedenk wel: het was in het fascistische Italië van Mussolini! Er zijn dan ook niet meer dan twee voorstellingen geweest: de derde werd op gezag van Mussolini zelf afgelast.

Na de oorlog was er even sprake van een kleine “revival”, in 1953 werd Macbeth in de Italiaanse vertaling van Mary Tibaldi Chiesa in Rome op de planken gebracht.

De cast was werkelijk om te smullen: de hoofdrollen werden gezongen door Nicola Rossi Lemeni en Gianna Pederzini; Gianandrea Gavazzeni dirigeerde.

Gianna Pederzini, Ernest Bloch, Gianandrea Gavazzeni en Nicola Rossi Lemeni in Rome, 1953.

Uitvoeringen in Trieste in 1957 en in Brussel in 1958 (gesponsord door de koningin Elisabeth, die de opera prachtig vond) volgden; en na Bloch’s overlijden werd “Macbeth” ook in La Scala gepresenteerd.

Genève verzamelde in april 1960 de beste krachten uit de operawereld om de opera eer te bewijzen. Heinz Rehfuss en Lucienne Devallier zongen de hoofdrollen en de directie lag in handen van Ernest Ansermet. Als u het mij vraagt: mooier bestaat niet. Althans orkestraal

Hoogtepunten uit de uitvoering in Geneve:

 

In 1968 mocht Rossi Lemeni zijn fenomenale Macbeth-interpretatie herhalen, ook in Genève. Zijn Lady was niemand minder dan Inge Borkh, Pierre Colombo dirigeerde.

Inge Borkh als Lady Macbeth

Waar het aan ligt weet ik niet, maar de opera is nergens zo populair als in de Verenigde Staten. In 1973 werd het werk in de Engelse vertaling in het Juilliard School of Music onder de directie van Adler uitgevoerd. Frederic Burchinal (geen onbekende naam voor de Nederlandse operavrienden) zong toen de hoofdrol.

Long Beach Opera presenteerde de opera in 2013 met in de hoofdrol de Panamese “barihunk” Nmon Ford en de productie werd in 2014 door het Chicago Opera Theater overgenomen. Manhattan School of Music was  in december 2014 de eerste die de opera in het Frans presenteerde

Trailer uit Chicago:

En nu de opera zelf. Het verhaal is zeer Shakespeare getrouw, meer dan die van Verdi.
Het is dat hij van vijf naar drie akten is gegaan, maar voor de rest…
De muziek wordt vaak beschreven als een mix van Wagner, Moessorgski en Debussy, maar zelf voel ik het niet zo. Voor mij is het voornamelijk Debussy, maar dan wel gepeperd met een vleugje Pizzetti en Bartók (ja, Bartók!). En ik hoor er ook reminiscenties aan Verdi, maar dan aan diens  Otello.

Maar Bloch was ook zijn tijd vooruit, want de grote aria van Lady doet zeer “Hitchcockiaans” aan, zeker als je haar in de uitvoering van Inge Borkh beluisterd. Het is echt huiveren!

Borkh als Lady Macbeth, doe het haar nog eens na!

 

OPNAMEN

Voor zo ver ik weet bestaan er maar twee commerciële uitgaven op de markt. Ik heb ze allebei en allebei vind ik iets hebben.

De concertuitvoering uit Montpellier, live opgenomen op 26 juli 1997 (Actes Sud OMA34100) wordt gedirigeerd door Friedemann Layer die er een behoorlijk bombastische brei van maakt, maar Jean-Philippe Lafont is zonder meer een schitterende Macbeth. De rol vraagt om een “Frans” getimbreerde bariton die over een makkelijke en soepele hoogte beschikt, maar dan wel gecombineerd met veel diepte en resonans. Het type Golaud. Daar voldoet Lafont ruimschoots aan.

Merkella Hatziano is naar mijn smaak een iets te lichte Lady, maar haar slaapwandelscène is verschroeiend.

Het tekstboekje bevat het complete libretto, maar alleen in het Frans.

bloch-macbeth

Fragmenten zijn hier te beluisteren:
https://www.amazon.com/Bloch-Macbeth-Ernest/dp/B00004UFGQ

De andere opname (Capriccio 10889/90) komt uit Dortmund. Het was de allereerste keer dat de opera in Duitsland werd opgevoerd. De live opname uit 2001 is alles behalve perfect, maar is wel sfeervol. En de Lady, hier gezongen door Sonja Borowski-Tudor is zonder meer indrukwekkend. Er is geen libretto bij, maar de synopsis in drie talen is wel zo handig als het Frans niet je sterkste taal is!

bloch-macbeth-capriccio


En nu wij het toch over de onbekende Bloch hebben: vergeet zijn symfonisch gedicht Hiver-Printemps niet! Samen met de prachtige liederencyclus Poèmes d’Automne (gecomponeerd voor de teksten van Béatrix Rodès, Bloch’s toenmalige geliefde), vormen ze als het ware één geheel, een soort “Jaargetijden”, waaraan alléén de zomer ontbreekt.

Hiver-Printemps:

 

Ernest Blochs ‘Jaargetijden’ zonder zomer

BLOCH: Symphony in C; Poems of the sea

Muziek als redding. Voice in the Wilderness