
cd/dvd recensies
Jascha Nemtsov en de Joodse muziek

Jascha Nemtsov © Susanne Krauss
Het was Nikolaj Rimski-Korsakoff, die in St. Petersburg aan het begin van de vorige eeuw zijn Joodse leerlingen aanspoorde om wat meer interesse te tonen voor hun nationale cultuur. Het was niet tegen dovemansoren gezegd: men begon met het verzamelen van synagogale- en volksmuziek, en algauw verwerkten zij het in hun eigen composities. Zo ontstond het Gezelschap voor de Joodse Muziek, dat in 1929 door Stalin werd verboden. Sommige van de componisten werden naar de kampen verbannen, enkelen is het gelukt om te emigreren, maar allen werden vergeten.
De hernieuwde belangstelling voor hun muziek is voornamelijk te danken aan de pianist Jascha Nemtsov, één van de grootste ambassadeurs van de Joodse muziek.
Op de cd getiteld Jewish Chamber Music treffen wij werken aan van componisten, die tot deze Joodse School behoorden, aangevuld met één van de beste composities van Ernest Bloch: de ‘Suite voor altviool en piano’ uit 1919.
Niet alle composities zijn van hetzelfde hoge niveau. Een echte uitschieter is voor mij de ‘Totenlieder’ van Alexander Weprik, maar de hele cd is zeer de moeite waard, niet in de laatste plaats vanwege de voortreffelijke uitvoering.
De altvioliste Tabea Zimmerman weet een prachtige toon aan haar instrument te ontlokken: laag, warm en zangerig maar het is de pianist die duidelijk aan het roer staat.
Hieronder: Tabea Zimmermann en Jascha Nemtsov spelen ‘Ornaments – 3 Songs without Words, op. 42 van Alexander Krein:
Alexander Weprik, Alexander Krejn, Michail Gnesin, Grigorij Gamburg, Ernest Bloch
Jewish Chamber Music
Tabea Zimmermann (altviool), Jascha Nemtsov (piano)
Hänssler CD93008
Kent u Abraham Krejn, een klezmer-muzikant en zijn zeven kinderen? De Joodse Bachs werden ze genoemd en daar zit iets in, al klinkt de vergelijking u vreemd in de oren. Zeker, omdat de kans groot is dat u de naam nooit eerder hebt gehoord. Daar bent u trouwens niet alleen in.
Alle zeven kinderen Krejn zijn de muziek ingegaan. Het beroemdst werden broers Alexander en Grigori, beiden actieve leden van het Gezelschap voor de Joodse Muziek.
De meest originele composities op Jewish Songs Without Words zijn van de hand van Grigori Krejn. Op basis van synagogale gezangen schiep hij een eigen wereld, vol weemoedige verlangens.
De ‘Three Hebrew songs without words’ van Grigori’s dertienjarige zoon Julian verraden niet alleen een bijzonder talent, maar ook de invloeden van Berg en Debussy.
Simeon Bellinson, één van de beroemdste klarinettisten van zijn tijd, werkte ook als componist en arrangeur. Voor zijn Suite bewerkte hij de oorspronkelijke composities van Grzegorz Fitelberg, Jacob Weinberg en Boris Levenson.
De klarinettist Wolfgang Meyer is een voortreffelijke musicus, maar zijn toon had voor mij wat warmer mogen klinken.
Bijna alle composities op deze cd beleven hier hun wereldpremière. Het zijn fascinerende werken, een reminiscentie van de wereld die onherroepelijk verloren is gegaan. Jewish Songs Without Words is de vierde cd in een reeks, die Jascha Nemtsov voor Hånssler maakte en zoals altijd is zijn vertolking niet alleen onberispelijk maar ook hartverwarmend.
Grigori Krejn, Julian Krejn, Israel Brandman, Simeon Bellinson
Jewish Songs Without Words
Wolfgang Meyer (klarinet), Jascha Nemtsov (piano)
Hänssler Classic CD 93.094
ZIJN LIED ZAL NIET VERSTOMMEN *
JOSEPH ACHRON. Muziek om verliefd op te worden
Elisabeth Söderström: één van de meest muzikale en veelzijdige zangeressen ooit
Geloof het of niet, maar het gros van de mooiste stemmen komt uit Scandinavië. Ze hebben daar een zangcultuur waar wij alleen maar van kunnen dromen. Geen wonder dat een groot aantal van de wereldberoemde zangers daar vandaan komt.
Van al haar land- en tijdgenotes was de Zweedse Elisabeth Söderström wellicht de meest muzikale. De meest veelzijdige ook, haar repertoire vermeldt een schare van uiteenlopende rollen in opera’s, beginnend met Monteverdi en eindigend met Henze.
Dankzij haar Russische moeder beheerste ze niet alleen de taal, maar had een bijzonder gevoel voor het Slavisch repertoire ontwikkeld. Ooit nam ze alle liederen van Tsjaikovski en Rachmaninoff op, en werd beroemd als de vertolkster van de opera’s van Janaček.
Er is iets ouderwets in Söderström’s manier van zingen, en het voelt niet onprettig. Integendeel. Het klinkt zelfs opwindend. Die lange frasen, die omhoog bloeiende noten, haar sensuele uitspraak en een licht metaal in haar volle, warme en uitgesproken vrouwelijke stem.
Af en toe doet ze aan haar (onterecht veel bekender geworden) illustere voornaamgenote denken, wellicht omdat beiden hun grootste triomfen in de opera’s van Mozart en Strauss vierden? Maar de verschillen zijn groter dan de overeenkomsten: Söderström klinkt zelden zelfverzekerd. Haar zingen wordt ook nooit ondergeschikt gemaakt aan de woorden, al was zij altijd bijzonder taalgevoelig en zong zij perfect in vele talen

Begin deze eeuw heeft BBC Legends twee uitgaven aan haar Söderström opgedragen. Op BBC L 4132-2 verschenen twee van haar recitals: uit 1971 en 1984. Tijdens de laatste was ze bijna 60 jaar oud, maar dat is absoluut niet te horen. Nog steeds is haar stem stralend, jeugdig en zeer vrouwelijk.
Tijdens beide recitals laat ze haar volledige kunnen horen en bij beide zingt ze liederen uit verschillende culturen en in verschillende talen. Dat de tweede iets boeiender is uitgevallen, is in grote mate aan pianist Roger Vignoles te danken. En aan de selectie Russische liederen, waar zij de grootste meesteres in was
Op BBCL 4153-2 werden drie verschillende recitals uit de Royal Festival Hall vastgelegd. De Vier Letzte Lieder en de slotscène uit Capricio van Richard Strauss zong ze in oktober 1976 onder begeleiding van Antal Dorati.
De Shéhérezade van Ravel werd in 1971 opgenomen met het BBC Orchestra die onder leiding stond van Pierre Boulez:
De twee aria’s uit Le Nozze di Figaro stammen uit 1960. Söderström laat een vertwijfelde gravin horen, en ze doet het zo mooi dat het naar meer smaakt.
Maar het allermooist zijn de liederen van Strauss, gezongen zonder vocaal krachtsvertoon en gekoketteer met hoge noten.
Die Schöne Magelone door Christian Gerhaher is genadeloos zwaar
Die Schöne Magelone van Johannes Brahms is niet zomaar een liedcyclus. Simplistisch gezegd: het is geen vanzelfsprekende Schubert, maar ook geen neurotisch sensuele Schumann. Je kunt niet zo maar met je ogen dicht er ‘gewoon’ van zitten genieten want van de muziek sec moet je het niet hebben.
De liedcyclus volgt het roman ‘Die Wundersame Liebesgeschichte der schönen Magelone und des Grafen Peter aus der Provence’ van Ludwig Tieck op de voet en de gedichten en de verhalen in proza wisselen elkaar af. Om het allemaal te kunnen begrijpen en om te snappen waar het over gaat moet het verhaal dus ook verteld worden en in deze opname heeft de beroemde Duitse schrijver Martin Walser er voor gezorgd. De door hemzelf geschreven ‘tussenstukjes’ baseerde hij op de oude teksten van Tieck en hij draagt ze ook zelf voor.
Hier is geen ontsnappen aan mogelijk: je moet er goed voor gaan zitten, de tekst pakken en …. Nu ja, de tekst pakken… Dat lukt dus niet, er is namelijk geen tekst bijgeleverd. Althans niet van de gesproken tussenstukken.
Christian Gerhaher is zonder enige twijfel één van de grootste liedzangers van nu, maar hoe goed ik mijn best ook doe: warm word ik er niet van. Niet dat er iets mis is met de deze opname. Integendeel, het is zeer intelligent en genadeloos perfect, met de nadruk op genadeloos. En zwaar, heel erg zwaar. Af en toe een pas op de plaats nemen en rustig doorademen zou in de beleving van de luisteraar wonderen kunnen doen.
De bijdrage van de pianist daarentegen is meer dan fenomenaal. Zodra Gerold Huber met zijn introductie begint hoop ik dat hij door mag gaan zonder door de zanger ‘gestoord’ te worden. Ik denk niet dat ik ooit nog eens naar die cd’s zal luisteren.
JOHANNES BRAHMS
Die Schöne Magelone
15 Romanzen aus Ludwig Tiecks Magelone, op.33
Zwischentexte von Martin Malser
Christian Gerhaher (bariton), Gerold Huber (piano), Martin Walser (voordracht)
Sony 8985311022 • 93’ (2cd’s)
Meer Gerhaher:
CHRISTIAN GERHAHER zingt MAHLER
FolksLied. Christian Gerhaher
SCENEN AUS GOETHES FAUST
Jonas Kaufmann zingt WAGNER & VERDI
RICHARD WAGNER

Een tenor die de Wessendonck-Lieder van Wagner zingt? Gebruikelijk is het niet. Maar ook niet zo raar; René Kollo ging Jonas Kaufmann al voor. Nou ken ik Kollo’s opname niet, maar ik kan mij niet voorstellen dat het mooier zou kunnen klinken dan bij Kaufmann. Mooier kan gewoon niet!
Ook samenstelling van de cd is bijzonder. Kaufmann heeft een zestal aria’s uitgezocht (lees een zeer interessant interview in het tekstboekje), die gaan van Rienzi tot Siegfried, opera’s die Kaufmann (vooralsnog?) niet heeft gezongen. Er is ook nog één rariteit op dit recital: de oorspronkelijke versie van ‘In fernen Land’ uit Lohengrin
Dat de cd zo ontzettend prachtig is geworden, ligt in de eerste plaats natuurlijk aan Kaufmann. Aan zijn briljante voordracht, zijn taalbegrip en zijn acteren met zijn niet minder dan geweldige stem. Maar laten we de dirigent, Donald Runnicles, en de spelers van het Deutsche Oper-orkest niet vergeten!
Hieronder een mooie trailer van de opname, waarin Kaufmann ook veel over zijn nieuwe cd vertelt:
Aria’s uit Die Walküre, Siegfried, Rienzi, Tannhäuser; Die Meistersinger von Nürnberg en Lohengrin; Wessendonck-Lieder
Jonas Kaufmann
Orchester der Deutschen Oper Berlin olv Donald Runnicles
Decca 4785189
GIUSEPPE VERDI

Jonas Kaufmann is hot, heel erg hot. ‘Der begehrste Tenor der Welt’ heeft dan ook alles mee: een stem uit duizenden, charisma, intelligentie, muzikaliteit, buitengewone acteerkwaliteiten en, eerlijk is eerlijk, hij heeft de ‘looks’. Met veel verschillende rollen op zijn repertoire, van Massenet tot Wagner, is hij ook zeer veelzijdig.
Maar kan hij dan ook alles zingen? Zijn eerste recital met uitsluitend Verdi aria’s, waarvoor hij zijn vertrouwde Decca voor Sony heeft ingeruild laat mij in twijfel achter.
Duca (Rigoletto) en Macduff (Macbeth) heeft hij al ver achter zich gelaten en aan Otello is hij nog duidelijk niet aan toe. Niet dat het hem aan kracht ontbreekt, het is meer dat hij nog te ver van de rol afstaat. Ook van zijn Radames (Aida) ben ik niet kapot, al vind ik zijn diminuendo aan het eind van ‘Celeste Aida’ heel erg mooi.
Daarentegen is zijn Don Carlo van een ongekende schoonheid en zijn Alvaro (La Forza del Destino) smaakt naar meer. Ook Manrico (Il Trovatore) ligt hem goed al klinkt zijn hoge C in ‘Di quella Pira’ een beetje geknepen.
Maar het meest weet hij mij in ‘Destatevi, o pietre’ (I Masnadieri) te overtuigen.
De dirigent legt een vreemde voorkeur voor de tempi neer: eerst hollen en dan radicaal remmen…
Aria’s uit diverse opera’s van Giuseppe Verdi
Jonas Kaufmann
Orchestra dell’Opera di Parma olv Pier Giorgio Morandi
Sony 88765492042
Meer Jonas Kaufmann:
JONAS KAUFMANN: verismo
JONAS KAUFMANN zingt PUCCINI
DU BIST DIE WELT FÜR MICH. Jonas Kaufmann zingt operette.
DAS LIED VON DER ERDE door Jonas Kaufmann
DON CARLO van Peter Stein. Een mijlpaal
EVA-MARIA WESTBROEK als Sieglinde.
Voortreffelijke opname van Pfitzners ‘Palestrina’

Nooit van Palestrina van Hans Pfitzner gehoord? Dan ligt het aan u. Of aan de platenmaatschappijen die u met Traviata’s overspoelen. Oehms biedt in elk geval een nieuwe kans de opera van Pfitzner te leren kennen. En wat voor een kans!
Pfitzner is een omstreden componist. Niet, omdat hij niet goed was. Wel, omdat hij een nazi was. Het is een heikel punt en de discussies daarover zijn nooit uitgebrand.
Laat ik nu, een Joodse, ook een mening nemen: muziek, literatuur en schilderkunst laat zich niet in hoekjes en kasten opsluiten. Ja, er zijn uitzonderingen (Carmina Burana), maar mogen wij nooit meer Hamsun, Ezra Pound of Roald Dahl lezen?
Palestrina is een pracht van een opera die af en toe wordt opgevoerd. Te weinig naar mijn gevoel, want hij verdient echt beter. Er bestond al een opname op Deutsche Grammophon met Nicolai Gedda in de hoofdrol en verder (let op de namen: om te likkebaarden!) Bernd Weikl, Hermann Prey, Fischer-Dieskau en Brigitte Fassbaeneder
Er is ook een piraat (Myto) op de markt met Fritz Wunderlich, Walter Berry en Christa Ludwig en nu komt Oehms met een live opname uit Franfurt. Fantastisch. Werkelijk fantastisch. Kirill Petrenko maakt er een bijna filmisch geheel van en alle zangers (goedemorgen Nederland: wij hebben ook Frank van Aken!) zijn meer dan voortreffelijk.
En voordat ik het vergeet: de opera is in juni 2010 live opgenomen. Mensen, ren naar de winkels en koop het!
Overigens wil ik u er op attenderen dat Oehms ook Die Walküre uit Frankfurt met Frank van Aken en Eva Maria Westbroek heeft uitgebracht.
Hans Pfitzner
Palestrina
Peter Bronder, Frank van Aken, Britta Stallmeister, Claudia Mahnke, Wolfgang Koch e.a.
Chor der Oper Frankfurt, Frankfurter Opern- und Museumsorchester olv Kirill Petrenko
Oehms Classics OC 930
Jack Liebeck ontroert met het tweede vioolconcert van Bruch
Waarom wordt het tweede vioolconcert van Bruch zo zelden uitgevoerd? Waarom is het toch altijd nummer één dat geprogrammeerd en opgenomen wordt terwijl nummer twee minstens zo mooi is? Het is zo verschrikkelijk onterecht!
Dat zijn opus 44 in d-klein onder het enorme succes van zijn opus 26 in g-klein zal lijden, dat realiseerde Bruch zich ook. Niet voor niets verzuchtte hij dat hij eigenlijk de uitvoeringen van zijn nummer één zou willen verbieden!
Verbieden is dan misschien al te radicaal, het is dan ook niet mogelijk en ook niet wenselijk, maar als we nou eens met de heren en dames concertprogrammeurs zouden afspreken om vaker nummer twee op de affiches te zetten?
Dat het concerto uit 1890 een ‘echte Bruch’ is, dat hoor je bij de eerste maat al: taaam ta taam…. Die zit. Goed, je komt geen verrassingen tegen, maar dat hoeft ook niet. Er is helemaal niets op tegen om je aan mooie deuntjes, harmonische akkoorden en een orkest in vol ornaat te laven. Romantiek is geen scheldwoord.
Is het tweede concert nog enigszins bekend, de andere stukken op deze cd zijn dat niet. Zelf werd ik bijzonder getroffen door de ontroerende schoonheid van het twee jaar later gecomponeerde In Memoriam. “Een lamentatie, een instrumentale elegie”, heeft Bruch zijn compositie genoemd, maar ontkende verder dat het werk aan een persoon of een gebeurtenis uit het verleden werd opgedragen. En wie zijn wij om hem niet te geloven?
Ik kan mij geen beter pleidooi voor al dat moois voorstellen dan die van de jonge Engelse violist Jack Liebeck. Dat zijn naam nieuw voor mij is verbaast mij zeer: violisten van zijn kaliber zijn dun gezaaid.
Liebecks viool (een Guadagnini uit 1785) zingt, fluistert en gromt waar nodig. Zijn fluwelen toon en zijn fenomenale strijkvoering doen mij aan die van Perlman denken. Virtuoos en zeer liefdevol. Het verwondert mij dan ook niet dat Liebeck, net als Perlman, naast zijn vele concertoptredens ook solistische bijdragen heeft geleverd aan filmscores, waaronder ‘Jane Eyre’ en ‘Anna Kerenina’.
Voor Hyperion heeft Liebeck al eerder het eerste en het derde vioolconcert van Bruch opgenomen, beiden heb ik meteen besteld.
Mensen: koop de cd en laat je ontroeren!
MAX BRUCH
Violin Concerto No.2 in D minor Op 44, Konzertstück in F sharp minor op. 84, In Memoriam in C sharp minor, Adagio appassionato in F mineur op.57
Jack Liebeck, viool
BBC Scottish Symphony Orchestra olv Martyn Brabbyns
Hyperion CDA68055 • 67’
WONDERFUL TOWN
Die Sir Simon Rattle toch! In 1999, tien jaar na het enorme succes van Porgy and Bess ‘he did it again’ en trakteerde ons op een absoluut meesterlijke uitvoering van Wonderful Town, een bijna vergeten musical van Leonard Bernstein.
Het kleine meesterwerkje ontstond in maar vier weken. Het verhaal over twee zusjes uit Ohio die het in New York gingen maken, is buitengewoon geestig en onderhoudend. Voor de tekst – naar een boek, toneelstuk en film My sister Eileen – tekenden Betty Comden en Adolph Green. De première in 1953 werd een enorm succes en de musical werd bekroond met maar liefst acht Tony Awards.
Kim Criswell (de intelligente Ruth) en Audra McDonald (de mooie Eileen) zingen hun rollen met overtuiging en weten hun karakters volledig tot leven te wekken. Beide zangeressen beschikken over schitterende stemmen: McDonald lief en romig, Criswell pittig en krachtig.
Thomas Hampson – als de cynische uitgever Robert Baker – zingt hier één van zijn mooiste rollen en Brent Barrett is werkelijk subliem als de mislukte voetbalspeler Wreck.
Rodney Gilfry, die hier drie verschillende rollen zingt, overtuigt alweer als één van de grootste zangers-acteurs van onze tijd.
Het is ook bijzonder prettig om Karl Daymond weer eens tegen te komen. Na zijn veelbelovende debuut in 1995 als Aeneas naast Maria Ewing als Dido (Dido and Aeneas van Purcell) was het een beetje stil rond hem.
‘Conga’:
Leonard Bernstein
Wonderful Town
Kim Criswell, Audra McDonald, Thomas Hampson, Brent Barrett, Rodney Gilfry, Karl Daymond e.a.
Birmingham Contemporery Music Group olv Simon Rattle
Warner Classics: 5181752
Stoyanova zingt liedjes van Puccini








