Month: februari 2020

Renée Fleming en belcanto

Fleming Belcanto

Renée Fleming en belcanto? Toen de cd in 2010 uitkwam werd het met behoorlijk veel argwaan begroet, maar de combinatie is echt minder vreemd dan u denkt. Wordt zij tegenwoordig voornamelijk geassocieerd met Mozart en Strauss, haar carrière is zij begonnen met het zingen van (o.a.) Bellini, Donizetti en Rossini.

Fleming groeide op in een muzikale familie, haar beide ouders waren zangpedagogen. Het was ook haar moeder, die haar haar eerste zanglessen gaf. Haar eerste grote succes boekte zij 1988 in Houston, als de Contessa in Nozze di Figaro, maar haar internationale doorbraak kwam in 1993, toen zij Armida vertolkte op het Rossini festival in Pesaro. Een rol die zij daarna nog in Carnegie Hall herhaalde. Zij heeft ook de rollen in Maria Padilla, La Sonnambula, Il Pirata en Lucrezia Borgia niet alleen maar opgenomen maar ook scenisch vertolkt.

“Toen ik begon met zingen dacht ik dat de belcanto-opera’s dé basis waren van het repertoire van iedere zanger. Alle zangeressen die ik toen bewonderde: Sutherland, Callas, Caballé, Sills, Scotto zongen het. Het was best schokkend om te ontdekken dat in de professionele wereld van de opera zoiets bestond als een ‘Mozart/Strauss sopraan’, en dat die nooit belcanto zong.”

 “Als ik moest tellen dan kom ik op zeven complete belcanto rollen die ik live heb gezongen. De meesten leerde ik in de beginjaren van mijn carrière, toen ik veel met Eve Queler samenwerkte. Maar ook van Montserrat Caballé heb ik veel geleerd. Wij zongen samen in Il Viaggio a Reims en wij hebben veel over het repertoire gediscussieerd. Ook Marilyn Horne betekende veel voor mij en mijn hoge noten leerde ik van Joan Sutherland bij haar thuis”.

De Bel Canto- cd is gewoon prachtig. De muziek is schitterend en Flemings vertolkingen superieur. Haar romige sopraan en haar prachtige hoogte mogen alom bekend zijn, haar coloraturen en expressiviteit doen er niet voor onder. Door haar fabelachtige ademhalingstechniek kan zij de lange bogen uitspinnen, tot in het fijnste pianissimo.

Philip Gossett is een specialist op het gebied van de negentiende-eeuwse opera. Hij heeft al vaker met Renée Fleming al vaker samengewerkt en speciaal voor haar ‘reconstrueerde’ hij ornamentiek in de welbekende cabaletta’s, o.a. die uit La Sonnambula. Het resultaat is zeer verrassend en spannend, al moet men aan die andere noten heel erg wennen (Decca 4571012)


Ladies and Gentlemen, Miss Renée Fleming

Opera Rara en vijf vergeten Donizetti’s

LUCREZIA BORGIA Fleming

Weg met het regietheater! Die Lustige Witwe in Düsseldorf

Witwe

© Deutsche Oper am Rhein /HANS JÖRG MICHEL

Weg met het regietheater! Het zijn mijn woorden niet, al had ik het graag zelf bedacht. De zin komt uit de mond van Harald Schmidt, zelf een regisseur. Nou ja, een regisseur… Schmidt is meer dan alleen een regisseur. In Duitsland is hij een begrip. Men noemt hem een Duits equivalent van David Letterman. Hij regisseert, acteert, heeft een praatprogramma op tv, is cabaretier en entertainer.

Lustige witwe schmidt-teaser2-DW-Kultur-Berlin-jpg

Harald Schmidt
Quelle: ARD

En nu heeft hij samen met Christian Brey het onmogelijke mogelijk gemaakt: hij heeft operette haar status teruggegeven in een productie van Die Lustige Witwe. Dus: weg met het stoffige imago, weg met de ‘Anneliese Rottenbergs huisvrouwen truttigheid’, weg met de suffigheid en ingeslepen burgerlijkheid. Terug naar wat operette oorspronkelijk was: satire, scherpe dialogen en erotiek. Met een gezond stukje ‘schmalz’.

Denk nu niet dat hij niet regisseerde, want natuurlijk deed hij dat. Hij had het verhaal een beetje geupdated en verplaatst naar de jaren negentig. Zo waren er discobollen en luchtballonnen. En heel erg veel Jeff Koons. Van hem werden zelfs letterlijke ‘citaten’ geproduceerd: de (blauwe) balloon-dog, de tulips en het gebroken hart – dat als het kleine paviljoen fungeerde.

De dialogen (helemaal compleet!) waren een beetje aangepast – ‘vertaald’, noemde Schmidt het zelf. Dus zagen we Zwitserse minaretten, om van de bankroete banken nog maar te zwijgen. Nou ja, het klopte wel. En was herkenbaar.

Tussen de tweede en derde akte werd het wachten op decorwisseling mooi opgeleukt: Schmidt sprak het publiek toe via een van tevoren opgenomen band. Met verkeersberichten en veel (voor de outsiders niet altijd begrijpelijke) Düsseldorfse grappen.

Hij schuwde het niet om (alweer) een sneer richting zijn collega-regisseurs te laten uitgaan: ‘mocht je niet kunnen lezen, dan kan je nog altijd een operaregisseur worden’.

witwe-teaser-DW-Kultur-Berlin-jpg

© Deutsche Oper am Rhein /HANS JÖRG MICHEL

De uitvoering kon gewoon niet beter. Morenike Fadayoni was – letterlijk en figuurlijk – een prachtige Hanna. Haar visueel zeer spectaculaire entree was een beetje wobby, maar daarna herstelde zij zich en gaf haar rol alles wat het nodig had: kruid en peper.

LustigeWitwe_10_FOTO_Hans_Joerg_Michel

© Deutsche Oper am Rhein /HANS JÖRG MICHEL

Anett Fritsch was een heerlijke Valencienne, een lichtvoetige ‘spring in het veld’. Haar Rosillon (Eric Fennell) paste haar als een handschoen: hoog met de noten en met een hoog ‘blondgehalte’. Heerlijk.

Maar mijn hart werd, zoals het ook eigenlijk hoort, door Danilo gestolen. Will Hartmann (onthoud die naam!) was alles wat een hartbreker-macho nodig heeft: looks, bewegingen, dansen, en dan die stem!

De zaal was stamp- en stampvol. Opvallend was ook het aantal (zeer!) jonge mensen in de zaal, iets wat je niet vaak meemaakt.

Resumerend: de voorstelling was tegelijk grappig, geestig, melancholiek en sentimenteel. Ouderwets en vernieuwend, vertrouwd en inspirerend. Prachtig.

Die Frau ohne Schatten van Strauss: één van de meest gespeelde opera’s in Nederland?

Frosch Amsterdamfrosch

Het Nederlandse operaseizoen in 2008 kon niet beter beginnen: De Nationale Opera in Amsterdam beet de spits af met een ijzersterke Die Frau ohne Schatten in de regie van Andreas Homoki. De productie was niet nieuw, oorspronkelijk werd zij al in 1992 in Genève uitgevoerd, maar in de tussenliggende zestien jaar heeft zij niets aan haar zeggingskracht verloren.

79._dsc0103kopie

Alle rollen werden voortreffelijk ingevuld met eersterangs zangers, waarvoor de castingdirectie van de Amsterdamse opera een groot applaus verdient: FROSCH geldt immers als één van de moeilijkst te bezetten opera’s van Strauss.

67._dsc0115kopiea

De Keizerin werd weergaloos gezongen door Gabriele Fontana. Haar romige sopraan met een prachtige, zuivere hoogte en haar intensiteit deden mij af en toe aan Leonie Rysanek denken. Haar Keizerin was wanhopig en breekbaar, haar tweedstrijd fysiek voelbaar en haar overwinning vanzelfsprekend.

70._dsc0240kopiea

Van Evelyn Herlitzius (Baraks vrouw) mag dan bekend zijn dat ze heel wat zware rollen voorbeeldig aan kan, toch moest ik af en toe mijn adem in bewondering inhouden. Zij was dramatisch zonder zichzelf te overschreeuwen, stemvast en zuiver.

De Noorse bariton Terje Stennsvold zette een zeer ontroerende, menselijke Barak neer. Met zijn warme stem met een enorm volume wist hij moeiteloos de zaal te vullen, en zijn rolinvulling was een belevenis.

73._dsc0281kopiea

De rol van Amme werd helaas zoals vaker gecoupeerd. Ontzettend spijtig, des te meer daar Doris Soffel een fenomenaal zingende actrice is. Met haar prachtige stem en haar voorbeeldige acteerprestaties was ze een Amme uit duizenden.

80._dsc0123kopie

Een beetje moeite had ik met de Keizer van Klaus Florian Vogt. Niet dat hij slecht zong, integendeel! Zijn lyrische tenor bloeide in de hoogte en hij wist mooi te kleuren en te nuanceren, maar voor mij is de Keizer het prototype van een macho die niets anders doet dan jagen en met zijn vrouw vrijen, en dat hoorde ik bij hem niet. Vogt klonk als een zoetgevooisde softie, wat ook alweer goed te pas kwam in de laatste scène, waarin hij (door de loutering) een begrijpend en liefhebbend echtgenoot is geworden.

De Nederlandse Lenneke Ruiten maakte een zeer indrukwekkend debuut in de drie kleine sopraanrollen, Corinne Romijn was een fantastische Eine Stimme von oben en Jean-Léon Klostermann een goede Erscheinung eines Jünglings.

Het orkest onder Marc Albrecht speelde de sterren naar beneden. Het Amsterdamse publiek heeft al zo lang een goede dirigent moeten missen dat er geen einde kwam aan het applaus en al na de eerste pauze werd hij beloond met (terechte) bravo’s. Met sierlijke gebaren leidde hij het transparant spelende orkest van het ene hoogtepunt naar het andere, soepel jonglerend tussen Wagneriaanse uitbarstingen en kamermuzikale pianissimi. Alleen al hoe hij de muziek aan het einde van de eerste acte liet uitdoven is onvergetelijk.

 

Foto credits © Clärchen und Matthias Baus

 

Minnie’s from Gigliola Frazzoni and Eleanor Steber

fanciulla-emmy

Emmy Destinn (Minnie) at the premiere of La Fanciulla del West

Puccini’s women are never one-dimensional. That is expressed in his music, but who still understands the intentions behind the notes? Good Minnies are scarce these days, and to find the best, one has to go back to the nineteen fifties/sixties.

Like Salome, Minnie is loved and desired by men. Well, you say, she is the only woman in a rough world of miners inhabited only by guys. But it’s not that simple. She lives all alone in a remote hut and a few minutes after meeting a strange man, she invites him to her house. She smokes, and drinks whiskey. And she loves a game of cards, cheating if necessary.

In the scene leading up to the poker game, she says to the sheriff, “Who are you, Jack Rance? The owner of a gambling joint. And Johnson? A bandit. And me? The owner of a saloon and a gambling joint, I live off whiskey and gold, dancing and faro. We’re all the same! We’re all bandits and cheats!”

fanciulla-tebaldi

Renata Tebaldi as Minnie

And I choose not to talk to you about Renata Tebaldi, even though she was one of the greatest (if not the greatest!) Minnie’s ever. She was lucky to have an exclusive contract with a leading record company (Decca), something her colleagues could only dream of.

fanciulla-frazzoni

Gigliola Frazzoni as Minnie with Franco Corelli (Johnson)

That explains why few people, apart from a few opera-diehards, have ever heard of Gigliola Frazzoni or Eleanor Steber (to name but two). Believe me: neither soprano is inferior to Tebaldi. Just pay attention to the range of emotions they have at their disposal. They cry, sob, scream, roar, beg, suffer and love. Verismo at its best. You don’t need a libretto to understand what’s going on here.

fanciulla_steber_delmonaco_guelfi

They sing as well, and how! All the notes are there. There’s no cheating. Well, something may go wrong during a live performance, but it is live, that’s drama, that’s opera. And let’s face it, when you play poker and your lover’s life is at stake, you don’t think about belcanto.

ELEANOR STEBER

fanciulla-steber

The recording with the American Eleanor Steber was made in 1954 at the Maggio Musicale in Florence (Regis RRC 2080). Steber’s soprano is very warm and despite the hysterical undertones of an almost perfect beauty.

Gian Giacomo Guelfi makes a devastating impression as Rance and the two together… well, forget Tosca and Scarpia! I don’t like Mario del Monaco, but Johnson was a role in which he truly shone. Mitropoulos conducts very dramatically with theatrical effects.

The recording can also be found on Spotify:


GIGLIOLA FRAZZONI

fanciulla-fraz

The registration with Gigliola Frazzoni was made at La Scala in April 1956 (a.o. Opera d’Oro1318). Frazzoni sings very movingly: it is not always beautiful, but what drama!

fanciulla-del-west

Franco Corelli is probably the most attractive bandit in history and Tito Gobbi as Jack Rance is a luxury. He is, what you call, a vocal actor. In his performance you can hear a lust for power and horniness, but also a kind of sentimental love.

fanciulla-corelli

Franco Corelli as Johnson

Gigliola Frazzoni and Franco Corelli in ‘Mister Johnson siete rimasto indietro…Povera gente’.

The whole recording on Spotify:


Translated with http://www.DeepL.com/Translator (free version)

In Dutch:Minnie’s van Gigliola Frazzoni en Eleanor Steber

Frau ohne Schatten in Rotterdam: een werkelijk fabuleuze matinee

Tekst: Sander Boonstra

Frosch Yannick

Yannick Nézet-Séguin © Hans van der Eoerd

Hoe vaak kun je een al zelden in Nederland uitgevoerde opera aanschouwen onder een dirigent die onder andere in dit land zijn internationaal befaamde carrière startte. Dan moet je toch wel helemaal gek zijn om thuis te blijven? Ik heb het over Richard Strauss zijn Frau ohne Schatten: het ‘zorgenkindje’ van hem en librettist Hugo von Hofmannstahl. Het romantische equivalent van Mozarts Die Zauberflöte – in de hoop van Hofmannstahl zelfs de opvolger – werd in 1919 lauw door pers en publiek ontvangen. Was het het ingewikkelde verhaal? Of de bombastische partituur? Gelukkig heeft de opera in onze tijd een plekje veroverd in de opera-canon. En terecht!

Strauss’ muziek is werkelijk prachtig en het Rotterdams Philharmonisch Orkest laat onder hun oude chef Yannick Nézet-Séguin geen moment onbenut de partituur te laten sprankelen! Dat hier sprake is van een warme, hechte band en wederzijds vertrouwen en respect hoor je. In elke noot, in elke frasering, bij elk instrument, drie uur lang. Nézet-Séguin kiest hier en daar voor grotesk en theatraal, wat even prachtig en overdonderend is als zijn klein en intiem.

Op papier is de solistische bezetting om je vingers bij af te likken. Stuk voor stuk namen die je in deze rollen wilt horen. Op Thomas Oliemans als de Bode na maakt iedereen zijn debuut bij het Rotterdamse orkest. Niemand die voor een ander onder doet, hoe groot of hoe klein de rol ook is. Oliemans met zijn warme bariton, sopraan Katrien Baerts (stem van de valk) en tenor Bror Magnus Tødenes (Verschijning) met hun parel helder klinkende stemmen, en het uitstekend bij elkaar klinkende trio van Andreas Conrad, Michael Wilmering en Nathan Berg als de broers van Barak.

Michaela Schüster is een droom van een Amme: vanaf de eerste tot en met de laatste noot vult haar warme, volle stem in de hoogte en de laagte alle hoeken en gaten van De Doelen, en zet ze met haar bewegingen en blikken een voedster neer waarmee niet te spotten valt.

Lise Lindström is een krachtige Färberin met een groot bereik, maar is op haar manier van een heel ander kaliber dan Schüster. In de hoogte klinkt ze misschien wat schel, maar ik heb er geen moment moeite mee gehad.

Frosch Elza-van-den-Heever-foto-Jiyang-Chen-1

Elza van den Heever © Jiyang Chen

Elza van den Heever is een prachtige lyrische Kaiserin, die vocaal overtuigt in haar beslissing voor het geluk van het verversechtpaar te kiezen.

Stephen Gould en Michael Volle blijven in het geheel niet achter bij de dames. Gould’s heldentenor heeft geen last van ‘matinee-stress’ en klinkt als een klok bij zijn entree. Zijn solo in de tweede akte is een waar hoogtepunt van de middag: heroïsch en toch een prachtig lyrische zachte kant van de Kaiser.

Frosch Volle

Michael Volle © Bayrischer Rundfunk

Maar Volle steelt absoluut de show! Wat een stem, die alle facetten van de verver behelst: zoekend naar de liefde van zijn vrouw gaat het over naar zijn toorn voor haar, om te eindigen in een intens gelukkige drang te jubelen. Het semi-liefdesduet tussen Barak en zijn vrouw in de derde akte heeft me tot tranen geroerd.

En zo zetten dirigent, orkest, solisten, samen met de uitstekend zingende koren (Rotterdams Symphony Chrous en het Nationaal Kinderkoor) voor een nagenoeg uitverkochte zaal een fabuleuze middag neer, die me de treinreis Leeuwarden – Rotterdam elke minuut waard was!

Frosch Sander

© Sander Boonstra

Discografie: Het een en ander over Die Frau ohne Schatten

Kan een bariton overtuigend Werther zingen?

werther-concert Hampson

In 1902, tien jaar na de première, maakte Massenet een nieuwe versie van zijn Werther, dit op verzoek van de Italiaanse bariton Mattia Battistini, die de hoofdrol graag wilde zingen. Massenet veranderde de toonsoort niet, maar herschreef de vocale lijnen van Werthers muziek, waardoor de aria’s, ‘Pourquoi me réveiller’ incluis, nauwelijks te herkennen zijn.

De ‘bariton versie’ van de opera was en blijft een rariteit, er bestaat zelfs geen origineel manuscript van de score. De laatste tijd, met zijn hang naar steeds nieuwe uitdagingen, kwam er ook een verhoogde belangstelling voor de alternatieve versies van de bekende opera’s. De (hoge) baritons, het zingen van de slechteriken beu, herontdekken het repertoire, waarin zij al hun lyrische melancholie kwijt kunnen.

Thomas Hampson is altijd al een bewandelaar van minder bekende paden geweest en de rol van Werther heeft hij al in 1989 voor het eerst vertolkt. In 2004 zong hij een concertante uitvoering ervan in het Parijse Chatelet, en die uitvoering is door Virgin op twee dvd’s uitgebracht. Hij doet het uitstekend, maar het manisch-depressieve is een beetje weg.

Zijn Charlotte wordt subliem gezongen door Susan Graham, die de rol enkele jaren geleden ook in Amsterdam heeft vertolkt, waarbij zij het publiek en de pers tot tranen toe had geroerd. Michel Plasson heeft de drama in zijn vingertoppen en dat hoor je.

Jules Massenet
Werther
Thomas Hampson, Susan Graham, Sandrine Piau, Stéphane Degout
Orchestre National du Capitole de Toulouse olv Michel Plasson
Virgin 3592579

Giulio Cesare uit Glyndebourne: de beste entertainment ooit

https://media.s-bol.com/YE6rAlLG4nPW/835x1200.jpg

Entertainment is geen vies woord, vindt David McVicar. En zo schiep hij voor Glyndebourne een voorstelling van Giulio Cesare waarop Joop van den Ende jaloers zou kunnen zijn.

De handeling is verhuisd naar het eind van de 19e eeuw, toen Egypte nog een Britse kolonie was, en de kostuums verraden Indiase invloeden. India herkennen we trouwens ook in bewegingen, dansjes en pasjes, die rechtstreeks uit Bollywood shows lijken te zijn overgenomen. Ook musical en variété zijn niet weg te zoeken, en alles schittert en spettert dat het een lieve lust is. Mij bevalt die aanpak wel, des te meer daar het ook theatraal goed in elkaar zit: McVicar heeft personages van vlees en bloed geschapen, en zijn mise-en-scène is werkelijk meesterlijk.

Tussen al dat gefeest, gedans en gelach is er ook plaats voor bezinning, en de droevige momenten worden zodanig uitvergroot, dat je er werkelijk bij stil moet blijven staan (Kleenex binnen handbereik!), zoals tijdens ‘Cara Speme’, het duet tussen Cornelia (Patricia Bardon) en Sesto (Angelika Kirschschlager). Deze hartverscheurende muziek wordt door beide zangeressen ontroerend mooi en in volkomen harmonie gezongen.

Nu moet ik toegeven, dat ik geen liefhebber van Danielle de Niese ben, en haar maniertjes om haar stem zwoel te laten klinken me ronduit irriteren, maar optisch is ze wel een pracht van een Cleopatra.

Giulio Ceesare De Niese

Danielle de Niese als Cleopatra © Tristram Kenton

Zij is een mooie, sensuele verschijning, kan acteren en dansen, en met haar afgetrainde, slanke lichaam, gestoken in een schaars kostuum (denk aan Mata Hari) kan ze zowat iedere man om haar vinger winden. Dus ook Giulio Cesaro (een fantastische Sarah Connolly), hier een autoritaire, aantrekkelijke generaal van middelbare leeftijd, met een vriendelijke uitstraling. Een waarlijk meesterlijke productie.


Georg Händel:
Giulio Cesare in Egitto.
Sarah Connolly, Patricia Bardon, Angelika Kirchschlager, Daniele de Niese e.a.
Glyndebourne Chorus; Orchestra of the Age of Enlightenment olv William Christie.
Regie: David McVicar.
Opus Arte OA 0950 D (3 dvd’s)

Zaubernacht van Kurt Weill is gewoon mooi

Zaubernacht Weill

Tegenwoordig geldt hij als één van de allerbeste componisten voor het muziektheater, maar in 1922 was Kurt Weill maar een beginner. De Zaubernacht, een ballet–pantomime voor kinderen (Weill noemde het zelf een ‘droom dans’) was de eerste opdracht die hij kreeg, het kwam van een Russisch balletgezelschap uit Berlijn. Het werk werd nooit uitgegeven en het scenario is kwijtgeraakt. Het enige wat overbleef was een onvolledige, met de hand geschreven piano-uittreksel.

In opdracht van de WDR heeft Meirion Bouwen, Engelse musicoloog en musicus (ooit de artistieke en persoonlijke manager van Michael Tippett) het ballet gereconstrueerd en in juni 2000 werd het op de Triennale in Keulen uitgevoerd. Het is een liefelijk sprookje over twee kinderen en een goede fee. Zodra de kinderen gaan slapen komt de fee aan hun bed en met een toverspreuk wekt zij hun speelgoed en de personages uit hun boeken tot leven.

Nee, het is geen meesterwerk, integendeel, het is eerder een niemendalletje, maar wat is het mooi! De dansjes zijn aanstekelijk en de melodieën buitengewoon prettig. Wat ik wel heel erg jammer vind is dat de ‘Tovernacht’ op cd en niet op dvd is verschenen, want ik neem aan, dat het visuele effect de waarde van het werk aanzienlijk kon vergroten. De uitvoering door het Ensemble Contrasts Köln olv Celso Antunes is van een zeer hoog niveau.


Kurt Weill
Zaubernacht
Ingrid Schmithüsen sopraan
Ensemble Contrasts Köln olv Celso Antunes
Capriccio 67011

Herinneringen aan de stad, de opera en de bouw van de metro: Ballo in Maschera in Düsseldorf

Ballo Duseldorf opera

Voor Amsterdammers deed Düsseldorf van een jaar of tien geleden zeer vertrouwd aan: men bouwde er een metro. Het was bijna ondoenlijk om het operahuis van de Deutsche Oper am Rhein te bereiken. Alles was op de schop, een doorgang was moeilijk te vinden, je struikelde over de blokken en de stenen, kreeg zand in de ogen en het lawaai maakt edat je zowat doof werd. Met één woord: chaos.

Het operahuis zelf (bouwjaar 1875) heeft ook een ‘make-over’ ondergaan. Eerst werd het huis grondig verbouwd en gemoderniseerd en toen stapte de volledige leiding op. Het seizoen 2009/2010 is dus het eerste van de Generalintendant Christoph Meyer en Generalmusikdirektor Axel Kober.

Zij mogen tevreden zijn. Het huis ziet er na verbouwing prachtig uit. Modern en toch klassiek, met heel erg veel licht. Je kan er in de pauze dineren en de prosecco (4 euro per glas, geen rijen) vloeit er rijkelijk.

Het publiek is jong. Op de door mij bezochte voorstelling van Un Ballo in Maschera was zeker de helft van de bezoekers rond de dertig. En de zaal was tot de laatste plaats gevuld.

De productie zelf komt niet op het conto van de huidige leiders: het is een herneming uit 2006. Dat is maar goed ook voor hen, want de Noorse regisseur Stein Winge maakt er een potje van. Wat ik hem voornamelijk kwalijk neem, is het gebrek aan logica. Nergens wil hij iets echt duidelijk maken. Er is zelfs geen ‘concept’ te bespeuren. Alsof hij helemaal niet wist wat hij ermee aan moest. Modern? Of toch maar terug naar de traditie?

Nou ja, Gustavo houdt in ieder geval van Amelia, dat is meegenomen… Maar zijn opkomst! Gekleed in een gele kamerjas en een blauwe broek lijkt hij een vleesgeworden Zweedse vlag. Hoera! Wij zijn in ieder geval goed geografisch bezig.

Ballo Eva Statsenko

©Frank Heller

En in de Galgenveldscène, na de ‘ontmaskering’ van Amelia (ze heeft slechts een petje op en haar echtgenoot herkent haar niet?!) trekken de samenzweerders kleine flesjes Absolut Wodka uit hun binnenzakken, die ze op het ritme van de muziek naar binnen gieten. Hoera! Wij zijn nog steeds in Zweden.

Een productie om gauw te vergeten, ware het niet dat Eva-Maria Westbroek de rol van Amelia zong. En eerlijk is eerlijk: zij was de reden dat ik mijn reisje naar Düsseldorf heb ondernomen.

Ze heeft me niet teleurgesteld. Integendeel. Ze zong in de mooiste traditie van de sopranen van weleer: haar portamenti en de manier hoe ze haar stem naar boven liet ‘bloeien’ waren van een ouderwetse schoonheid, waardoor ze mij aan Zinka Milanov liet denken.

Ballo Eva tenor

©Frank Heller

De rest van de cast was zo zo. Mario Malagnini (Gustavo) irriteerde niet, hij haalde zijn noten, was betrokken, maar af en toe had ik het idee dat zijn keel dichtgeknepen werd. Maar hij was beslist niet slecht.

Dat was Boris Statsenko (Renato) ook niet. Zijn stem is zeer zeker indrukwekkend, alleen had ik de indruk dat hij in de verkeerde opera was beland. Was het een Rigoletto dan was ik zeker onder de indruk. De kern zat er in, maar voor Renato miste hij de lyriek.

ballo dusseldorf

©Frank Heller

Ekaterina Morozova (Oscar) was totaal miscast. Op zich een geweldige zangeres, maar nergens de lichtvoetige spring-in-het-veld-adolescent. Daar tegenover stond een Ulrica van formaat. Mariana Pantcheva beschikte over de prachtige borsttonen, waar de Bulgaarse alten zo goed in zijn.

Bezocht in oktober 2009

Muziek als extase: Kathryn Stott speelt Schulhoff

Schulhoff hot

 “Muziek moet voornamelijk fysiek plezier, zelfs een extase bij de luisteraar teweegbrengen. Zij is geen filosofie, haar oorsprong ligt in de extatische situaties en haar uiting in het ritme”, schreef Erwin Schulhoff in 1919. Geen wonder dat de synthese van jazz en klassieke muziek voor hem niet alleen een uitdaging maar zelfs zijn artistieke credo was.

Schulhoff (1894-1942) was in zijn tijd zeer gewaardeerd niet alleen als componist maar ook als een virtuoos pianist. In a recensies uit die wordt gesproken van een ‘absoluut volkomen techniek’ en een opmerkelijke gave tot improviseren.

Dat laatste kwam hem bijzonder te pas tijdens zijn (live) radio optredens, waarin hij uiteraard ook zijn eigen jazz composities promootte. In 1928 nam hij voor Polydor een paar van zijn composities op, waaronder drie uit zijn Cinq Études de Jazz. Het zijn bijzonder moeilijke concertstukken, die van de uitvoerder bijna het onmogelijke eisen.

Dat Kathryn Stott over de vereiste techniek beschikt is evident. Haar opnamen van onder andere pianomuziek van Fauré bezorgden haar wereldfaam en ettelijke prijzen. Ook voor de uitvoering van de jazzcomposities van Schulhoff verdient zij de grootste lof. Zij speelt de Etudes veel langzamer dan de componist, maar toch zeer ritmisch en bijzonder virtuoos. En ja: het plezier bij het luisteren is inderdaad fysiek.


Ervín Schulhoff
Hot Music
Katryn Stott (piano)
BIS 1249